CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

REGELS Woonlocatie Nobisweg_Hommelsedijk, Heeswijk-Dinther

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hommelsedijk-Nobisweg, Heeswijk-Dinther12.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

2

Regels

3

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

5 5 13

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Groen Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Water - Watergang Artikel 7 Wonen Artikel 8 Woongebied Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 Artikel 10 Waarde - Archeologie 3 Artikel 11 Waterstaat - Beschermingszone watergang

15 15 17 19 20 21 26 31 33 35

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Artikel 13 Algemene bouwregels Artikel 14 Algemene gebruiksregels Artikel 15 Algemene afwijkingsregels Artikel 16 Overige regels

37 37 38 39 41 42

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht Artikel 18 Slotregel

43 43 44

Regels

3

4

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk, Heeswijk-Dinthermet identificatienummer NL.IMRO.1721.BPHomdnobiswHD-VA01van de gemeente Bernheze. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen; 1.3

verbeelding

de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aanduidingsvlak

een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.7

aaneengebouwde woningen

een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen; 1.8

aangebouwde bijgebouwen:

een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.9

aan huis verbonden bedrijf

een bedrijf, niet zijnde een webshop, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; 1.10

aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; 1.11

achtergevel

de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.12

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, met inbegrip van andere activiteiten van ondergeschikte betekenis. Met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf wordt aangemerkt.

5

1.13

agrarisch grondgebruik

de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf 1.14

ander-werk

een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid; 1.15

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.16

bed & breakfast

een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.17

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.18

bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een beroep c.q. een bedrijf aan huis of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.19

begane grond

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven meetniveau is gelegen; 1.20

a. b. c. d.

e.

1.21

beperkt kwetsbaar object

verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, diensten bedrijfswoningen van derden, sporthallen en -terreinen, zwembaden en speeltuinen; kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen; kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder d, vallen; objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; bestaande aantal woningen

het aantal woningen per perceel of bouwvlak dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.22

a.

b.

1.23

bestaand

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.24

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

6

1.25

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.26

bijgebouw

een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.27

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.28

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.29

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw; 1.30

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.31

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel; 1.32

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.33

bouwvlakgrens

de grens van een bouwvlak; 1.34

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.35

carport/overkapping

een bouwwerk dat zowel feitelijk als in visueel ruimtelijke zin aan maximaal twee zijden, een gesloten, al dan niet eigen, wand kent; 1.36

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.37

a.

b.

1.38

dove gevel

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB (ingeval van wegverkeerslawaai) onderscheidenlijk 35dB (ingeval van industrielawaai), alsmede; een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder; eindwoning

de eerste of laatste woning van een blok van aaneengebouwde woningen; 1.39

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.40

erker

een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag;

7

1.41

extensieve dagrecreatie

recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen; onder extensieve (dag)recreatie vallen geen gemotoriseerde sporten; 1.42

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.43

gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven; 1.44

geluidsbelasting vanwege het wegverkeer

de gemiddelde geluidsbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode ( Lden) uitgedrukt in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.45

geluidwerende voorzieningen

geluidbeperkende maatregel in de vorm van een geluidscherm, geluidwal e.d. ter voorkoming van geluidhinder; 1.46

geschakelde woningen

woningen waarvan de hoofdgebouwen door middel van bijbehorende bouwwerken met elkaar verbonden zijn en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse bouwperceelsgrens is gebouwd; 1.47

gestapelde woningen

geheel of gedeeltelijk boven en/of onder elkaar gelegen woningen in een gebouw of gebouwcomplex; 1.48

grondgebonden agrarisch bedrijf

agrarisch bedrijf waaronder wordt begrepen een akkerbouw bedrijf en een veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij en waaronder mede begrepen een productiegerichte paardenhouderij en paardenfokkerij; intensief veehouderijbedrijf; glastuinbouwbedrijf; intensieve kwekerij, waaronder een viskwekerij en champignonkwekerij; melkveehouderij, met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf kan worden aangemerkt; 1.49

grondgebonden woning

een gebouw dat uitsluitend één woning omvat, zijnde een vrijstaande-, twee-aaneengebouwde-, aaneengebouwde-, geschakelde- of patiowoning en waarvan op het bijbehorende bouwperceel geen andere woningen voorkomen en dat direct grenst aan en toegankelijk is vanaf de weg; 1.50

hoeksituatie

de zijgevel van een hoofdgebouw grenst aan openbaar gebied (een straat, openbaar groen of water); 1.51

hogere grenswaarde

een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet Geluidhinder en/of Besluit geluidhinder; 1.52

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.53

huishouden

één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning; 1.54

intensief veehouderijbedrijf

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, almede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden (melk)rundveehouderij. 1.55

intensieve kwekerij

een agrarisch bedrijf dat is gericht op de teelt van gewassen, paddestoelen daaronder begrepen, in gebouwen;

8

1.56

kampeermiddel

a. b.

een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan; enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; één en ander voorzover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.57

a. b.

c.

d.

1.58

kwetsbaar object

woningen, hieronder begrepen woonwagens en woonschepen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten, onder a; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; landschapselement:

punt-, lijn- en vlakelementen, die een groene of blauwe component bezitten, en die voor de identiteit van het landschap van algemeen belang zijn vanwege hun leeftijd (ouder dan 35 jaar) of om andere redenen, zoals hun schoonheids- of plaatselijke zeldzaamheidswaarde of hun beeldbepalende functie voor de omgeving. Een en ander met dien verstande dat onder landschapselementen niet worden verstaan elementen die zijn opgericht in het kader van nieuw groen is vrij groen. 1.59

maatvoeringsgrens

de grens van een maatvoeringsvlak; 1.60

maatvoeringsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.61

mantelzorg

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden; 1.62

meergeneratiewoning

een gebouw met geschakelde (on)zelfstandige wooneenheden met inpandige verbinding voor ouderen of mensen met een zorgindicatie. De zorgvrager woont in een aparte wooneenheid maar staat in directe verbinding met zijn of haar familie. Er sprake blijft van één woning vanuit planologisch oogpunt. 1.63

nevenactiviteit

een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. De nevengeschiktheid volgt in dit kader uit de afhankelijkheid van de hoofdfunctie. 1.64

normaal onderhoud, gebruik en beheer

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.65

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van openbaar nut;

9

1.66

omgevingsvergunning

een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.67

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); 1.68

openbaar gebied

de openbare weg, openbaar groen en water; 1.69

parkeren

het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.70

a. b. c.

1.71

peil

voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten); deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld; permanente bewoning

het feitelijk bewonen van een gebouw gedurende het hele jaar of het grootste deel van het jaar; 1.72

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.73

rug-aan-rug-woning

Een rug-aan-rug-woning is een woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning; 1.74

schuilgelegenheid:

een gebouw dat bedoeld is voor het bieden van beschutting en schuilruimte voor vee. 1.75

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.76

Staat van Bedrijfsactiviteiten

een als Bijlage 1 bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.77

stacaravan

een onderkomen met een maximale grootte van 30 m², onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan; 1.78

standplaats

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.79

stedenbouwkundige waarde/kwaliteit

de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied; 1.80

twee- aaneengebouwde woningen

blokken van maximaal twee aaneen gebouwde woningen, waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gekoppeld zijn;

10

1.81

tuin

niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.82

uitbouw

de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.83

uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.84

verhard

een verharding bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmede vergelijkbare vaste/gesloten materialen; 1.85

vloeroppervlakte

de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning; 1.86

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.87

voorgevelrooilijn

de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.88

voorste bouwperceelgrens

de naar de weg gekeerde bouwperceelgrens of, indien het een bouwperceel betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grens, de bouwperceelgrens die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.89

voorste bouwvlakgrens

De grens van het bouwvlak gelegen aan de zijde van de weg; 1.90

vrijstaand bijgebouw

een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.91

vrijstaande woning

een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander hoofdgebouw; 1.92

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, vijvers en poelen; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen. 1.93

webshop

een bedrijf, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op de opslag en distributie van aankopen die via internet tot stand zijn gekomen, alsmede het beheren van de bijbehorende website, door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan en dat het niet is toegestaan voor consumenten om ter plaatse goederen af te halen. 1.94

werk

een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.95

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.96

woonunit

een gebouw bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het tijdelijke woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen;

11

1.97

woonwerkontwikkelingsgebied (WOG)

een kernrandzone, bebouwingslint en/of bebouwingscluster, zoals aangegeven op de verbeelding als 'overige zone - woonwerkontwikkelingsgebied'; 1.98

zorgwoning

een gebouw in gebruik als zelfstandige woning gericht op het verlenen van zorg.

12

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens

de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;

2.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;

2.3

bebouwingspercentage

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel;

2.4

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.5

breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren;

2.6

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.7

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.8

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.9

meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

2.10 ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

2.11 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

13

2.12 oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

2.13 afstemming peil bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in de begrippen wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.

14

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Agrarisch Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - woonwerkontwikkelingsgebied'; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; d. behoud van landschapselementen; e. extensieve dagrecreatie; f. nutsvoorzieningen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, tuinen en erven.

3.2

Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de bestemming, met dien verstande dat: a. buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2 meter; b. de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaande bebouwing mag worden gehandhaafd, hersteld, vervangen en uitgebreid met inachtneming van het bepaalde in dit lid, met dien verstande dat wanneer de bestaande bebouwing en bestaande maatvoering afwijken van hetgeen in de hierna volgende regels is aangegeven, de afwijking niet mag worden vergroot. De voorgaande volzin is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 3.2 voor het oprichten van erfafscheidingen, waaronder mede worden begrepen terreinomheiningen en open hekwerken, buiten het bouwvlak tot een maximum hoogte van 2 m., onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting is van de open structuur van de omgeving;

3.3.2 Aanvullend afwegingskader Een in 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de waterhuishoudkundige situatie.

15

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik, wordt gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 3.1, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning; b. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gronden voor de beoefening van lawaaisporten; d. inrichtingen ex onderdeel D van bijlage 1 van het Bor (betreffende de zogenaamde 'grote lawaaimakers') zijn niet toegestaan; e. de aanleg van blijvende ondersteunende voorzieningen voor teelt van gewassen vrij van de grond; f. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuitzone'.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verbod Het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien van houtgewas.

3.5.2 Uitzonderingen op verbod Het in 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; b. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

3.5.3 Afwegingskader Uitvoering van de in 3.5.1 genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.

3.5.4 Waarden Onder de in 3.5.3 genoemde waarden worden verstaan: a. ten aanzien van de in 3.5.1 onder a genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van landschapselementen;

16

Artikel 4 4.1

Groen Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen c. speelvoorzieningen; d. paden; e. incidentele parkeervoorzieningen; f. honden uitlaatveld / honden uitlaatstrook; g. kunstwerken; h. nutsvoorzieningen; i. voorzieningen voor de waterhuishouding; j. geluidwerende voorzieningen in de vorm van een geluidscherm óf geluidswal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening'; k. voorzieningen in de vorm van een constructie ter bescherming van gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afschermende maatregelen'. met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en wegen en verhardingen.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: erf- en terreinafscheidingen 2 m. lichtmasten en kunstwerken 6 m. een constructie ter bescherming van 4,5 m gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afschermende maatregelen' geluidwerende voorzieningen, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding de aanduiding minimaal 2 m en maximaal 4 m geluidwerende voorziening' bedraagt; overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de sociale veiligheid; c. samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het gebruik van de gronden als tuin of erf.

17

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Tuinen en erven Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.4.1 sub b voor het gebruik van de gronden als tuin of erf ten behoeve van een doelmatige verkaveling van de bouwpercelen.

18

Artikel 5 5.1

Verkeer Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Verkeer’ bestemde gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt; b. voet- en fietspaden; c. parkeer- , groen- en speelvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: erf- en terreinafscheidingen 2 m. lichtmasten en kunstwerken 6 m. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.

19

Artikel 6 6.1

Water - Watergang Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Watergang' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de berging en/of afvoer van water; b. recreatief medegebruik; c. ontwikkeling van natuurlijke oevers; een en ander met bijbehorende voorzieningen.

6.2

Bouwregels

Op de voor 'Water - Watergang' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, zoals: a. bruggen, dammen en/of duikers; b. voorzieningen noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van de watergang; c. afrasteringen met een maximale hoogte van 2 m.; d. steigers; e. perceelsontsluitingen.

6.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. gebruik van de grond, daaronder mede begrepen wateren, voor het aanleggen, aanmeren of als ligplaats innemen van woonschepen; b. de grond, daaronder mede begrepen wateren, voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. de grond, daaronder mede begrepen wateren, en opstallen als opslag-, stort- en/of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voertuigen, goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en opstallen.

20

Artikel 7 7.1

Wonen Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hobbymatig houden van vee; b. het bestaande aantal woningen; c. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximum aantal; d. aan huis gebonden beroep in de bestaande aard en omvang; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. behoud van landschapselementen; h. extensieve dagrecreatie; i. doeleinden van openbaar nut; j. een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten; k. voorzieningen in de vorm van een constructie ter bescherming van gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afschermende maatregelen'.

7.2

Bouwregels

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de bestemming, met dien verstande dat: a. per bouwperceel is één hoofdgebouw toegestaan; b. in afwijking van het bepoalde onder a. mogen nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ worden gebouwd, met inachtneming van dat maximum aantal; c. hoofdgebouwen worden uitsluitend opgericht binnen het bouwvlak; d. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen de hoofdgebouwen als vrijstaande of twee-aaneengebouwde woning worden gebouwd. e. buiten het bouwvlak zijn (vrijstaande) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2 meter; f. de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaande bebouwing mag worden gehandhaafd, hersteld, vervangen en uitgebreid met inachtneming van het bepaalde in dit lid, met dien verstande dat wanneer de bestaande bebouwing en bestaande maatvoering afwijken van hetgeen in de hierna volgende regels is aangegeven, de afwijking niet mag worden vergroot.

De voorgaande volzin is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan;

7.2.1 Algemeen Voor de op te richten bebouwing gelden (mede) de volgende regels: a. vervangende nieuwbouw van de woning, al dan niet in combinatie met vervanging van het overige deel van het hoofdgebouw waar de woning onderdeel van uitmaakt, is toegestaan binnen de bestaande fundamenten, tot een maximale inhoudsmaat van 750 m3 danwel overeenkomstig de bestaande (grotere) inhoud. b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen de bestaande fundamenten van gebouwen; c. rijbakken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan;

7.2.2 Wonen Voor de gebouwen en bouwwerken gelden de volgende eisen: a. woningen, inclusief aangebouwde bijgebouwen: goothoogte max. 6 m. bouwhoogte inhoud afstand tot bestemming Verkeer afstand tot zijdelingse perceelsgrens afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn

max. 10 m. maximaal 750 m³ min. 15 m. min. 5 m. min. 2 m.

21

b.

vrijstaande bijgebouwen bij de woning: goothoogte bouwhoogte afstand tot zijdelingse perceelsgrens

gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen

afstand tot woning afstand tot achter voorgevelrooilijn c.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde: bouwhoogte erfafscheidingen carport/overkapping overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

7.3

max. 3 m. max. 6 m. min. 5 m, in afwijking hiervan mag ter plaatse van Hommelsedijk 31a ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder dan 5 meter bedragen max. 100 m² - in afwijking hiervan mag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'afwijkende bijgebouwenregeling' ter plaatse van: -- Hommelsedijk 4a max. 285 m2 -- Nobisweg 15 max. 200 m2 -- Nobisweg 15a max.130 m2 aanwezig zijn. - in afwijking hiervan mag ter plaatse van Hommelsedijk 31a het aanduidingsvlak 'Bijgebouwen' geheel worden bebouwd. min. 3 m. en max. 20 m. min. 2 m.

gezamenlijke oppervlakte

max. 2 m. vóór de voorgevelrooilijnmax. 1 m. max. 3 m. max. 30 m² max. 12 met dien verstande dat de hoogte maximaal 4,5 m mag bedagen in het geval van een constructie ter bescherming van gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – afschermende maatregelen'.

aantal

max. 2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woonmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden niet onevenredig mogen worden beperk.

7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 7.2 voor een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, onder de voorwaarden dat: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. b. het bepaalde in 7.2 voor een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen van maximaal 100 m². In geval van sloop van overtollige bebouwing (overmaat) mag maximaal 25% van het te slopen oppervlak worden vervangen tot een maximum oppervlakte van 200 m²; c. het bepaalde in 7.2 , voor het oprichten van gebouwen op een kleinere afstand tot de bestemming 'Verkeer', onder de voorwaarden dat: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;

22

d.

e.

f.

g.

2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; het bepaalde in 7.2 voor het oprichten van erfafscheidingen, waaronder mede worden begrepen terreinomheiningen en open hekwerken, buiten het bouwvlak tot een maximum hoogte van 2 m., onder de voorwaarde dat er geen onevenredige aantasting is van de open structuur van de omgeving; het bepaalde in 7.2 voor het oprichten van schuilgelegenheden buiten het bouwvlak ten behoeve van het hobbymatig houden van vee tot een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximale hoogte van 2,5 m en minimaal één zijde open, onder de voorwaarden dat: 1. het desbetreffende perceel een aaneengesloten oppervlakte heeft van tenminste 2500 m²; 2. er geen onevenredige aantasting is van de open structuur van de omgeving; het bepaalde in 7.2.1 onder c voor het oprichten van vervangende nieuwbouw buiten de bestaande fundamenten, onder de voorwaarden dat: 1. de nieuwe locatie vanuit stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt gewenst of toelaatbaar is: 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; het bepaalde in 7.2.1 onder h voor het oprichten van een rijbak t.b.v. hobbymatig gebruik met een maximale oppervlakte van 800 m² onder de voorwaarden, dat: 1. bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan achter de voorgevelrooilijn, aansluitend op het bouwvlak; 2. de hoogte van de omheining maximaal 1,5 m mag bedragen; 3.

lichtmasten niet zijn toegestaan; 4. de afstand tot de woningen op omliggende percelen minimaal 25 m bedraagt; 5. de rijbak landschappelijk wordt ingepast;

7.4.2 Aanvullend afwegingskader Een in 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de waterhuishoudkundige situatie.

7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1 Algemeen a.

b.

het gebruik van een woning voor een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits: 1. er maximaal 100 m² van het totale vloeroppervlak als zodanig in gebruik wordt genomen; 2. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd van ter plaatse vervaardigde producten; ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'afwijkende bijgebouwenregeling' is het toegestaan maximaal 75 m2 aan bijgebouwen te gebruiken ten behoeve van een gastenverblijf.

7.5.2 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik, wordt gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 7.1, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning; b. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; c. het gebruik van de gebouwen voor de huisvesting van seizoensarbeiders; d. het gebruik van bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen ten behoeve van bewoning; e. het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning; f. het gebruik van de gronden voor de beoefening van lawaaisporten; g. inrichtingen ex onderdeel D van bijlage 1 van het Bor (betreffende de zogenaamde 'grote lawaaimakers') zijn niet toegestaan; h. de aanleg van blijvende ondersteunende voorzieningen voor teelt van gewassen vrij van de grond.

23

7.5.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het gebruiken en doen (laten) gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden conform het bepaalde in artikel 7.1 is slechts toegestaan indien een waterbergende voorziening zoals bedoeld in artikel 14.4 is gerealiseerd, en vervolgens als zodanig in stand wordt gehouden.

7.5.4 Voorwaardelijke verplichting parkeren Het gebruiken en doen (laten) gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden conform het bepaalde in artikel 7.1 is slechts toegestaan indien inzichtelijk wordt gemaakt dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd ten behoeve van deze bestemming zoals bedoeld in artikel 16.1 is gerealiseerd, en vervolgens als zodanig in stand wordt gehouden.

7.6

Afwijken van de gebruiksregels

7.6.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 7.1 en recreatieve nevenactiviteiten zoals bed&breakfast, theeschenkerij etc. toestaan bij een woning, onder de voorwaarden dat: 1. deze nevenactiviteit is in de woning en de daarbij behorende aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen toegestaan; 2. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; 3. bed&breakfast vindt uitsluitend plaats in bestaande gebouwen, er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de bed&breakfast plaats; 4. de gebruiksoppervlakte niet meer mag bedragen dan 250 m2 ; 5. ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn 5 kamers en in totaal maximaal 10 (éénpersoons)bedden toegestaan; 6. geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen wordt veroorzaakt voor omliggende bedrijven of woningen; 7. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; 8. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden.

7.6.2 Aanvullend afwegingskader Een in 7.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; er dient sprake te zijn van een goede milieuhygienische uitvoerbaarheid; c. de verkeersveiligheid; d. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; e. de waterhuishoudkundige situatie.

7.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.7.1 Verbod Het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien van houtgewas.

7.7.2 Uitzonderingen op verbod Het in 7.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; b. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;

24

c.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

7.7.3 Afwegingskader Uitvoering van de in 7.7.1 genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.

7.7.4 Waarden Onder de in 7.7.3 genoemde waarden worden verstaan: a. ten aanzien van de in 7.7.1 onder a genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van landschapselementen;

25

Artikel 8 8.1

Woongebied Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen; b. aan huis verbonden beroepen; c. verkeersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer en verblijf; d. tuinen en erven; e. bermen en beplanting; f. voet- en fietspaden; g. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; h. verhardingen; i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.), waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; l. voorzieningen in de vorm van een constructie ter bescherming van gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afschermende maatregelen'. m. kunstwerken; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2

Bouwregels

8.2.1 Algemeen Voor de op te richten bebouwing gelden (mede) de volgende regels: a. het aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied' mag in totaal niet meer bedragen dan 208; b. op of in de in 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde dat in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 2 bij de regels) is opgenomen.

8.2.2 Specifieke bouwregels geluid a.

b.

In aanvulling op artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 dient de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructuie (GA,k) van een verblijfsgebied niet kleiner te zijn dan het verschil tussende de berekende cumulatieve geluidbelasting volgens bijlage B3 van bijlage 3 (het geluidrapport bijlage 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai woningbouwlocatie Heeswijk-Dinther' met kenmerk 20231109-RVR-RAP-AKO-WVL 3.0, opgesteld door Kragen op 1 augustus 2024) en 33 dB. Een scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluiding (GA,k) die maximaal 2 dB lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld onder lid a.

8.2.3 Hoofdgebouwen Op de voor 'Woongebied' aangewezen gronden gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels: a. per bouwperceel is één hoofdgebouw toegestaan; b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximum aantal; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding: 1. 'vrijstaand'; 2. 'twee-aaneen'; 3. 'aaneengebouwd'; 4. 'gestapeld'; 5. 'specifieke bouwaanduiding - rug aan rug'; mogen de hoofdgebouwen uitsluitend in het aangegeven bebouwingstype worden gebouwd. e. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' is tevens de bouw van een meergeneratiewoning toegestaan; f. de diepte van een hoofdgebouw, op een bouwperceel met een diepte van minder dan 30 m, bedraagt

26

g.

h. i. j. k. l.

maximaal: 1. 13 m bij vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen; 2. 11 m bij aaneengebouwde woningen; de diepte van een hoofdgebouw, op een bouwperceel met een diepte van meer dan 30 m, bedraagt maximaal: 1. 15 m bij vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen; 2. 12 m bij aaneengebouwde woningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug ' mag het bebouwingspercentage van een bouwperceel niet meer bedragen dan 80%; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mag het bebouwingspercentage van een bouwperceel niet meer bedragen dan 80%; in afwijking van het bepaalde onder lid i. mag het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' niet hoger zijn dan aangegeven; de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte; de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt minimaal: 1. bij vrijstaande woningen en gestapeld gebouw: aan twee zijden 3 m; 2. bij twee-aaneengebouwde woningen: aan één zijde 3 m; 3. bij aaneengebouwde, geschakelde woningen en rug-aan-rugwoningen: aan de niet-aangebouwde zijde van de eindwoningen 1 m, 4. in afwijking van het bepaalde onder lid 3. mag de afstand bij een brandgang 0 m bedragen; 5.

in afwijking van het bepaalde onder sub 1. mag de afstand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – afwijkende afstand' 1 m bedragen.

8.2.4 Bijgebouwen Voor het bouwen van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende regels: a. vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bijgebouwen ten behoeve van de 'rug -aan-rug woning' mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan: 1. 60 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 500 m², mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 70% bedraagt; 2. 70 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 600 m², mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; 3. 80 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 700 m², mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; 4. 90 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 800 m², mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; 5. 100 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 800 m², mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% bedraagt; d. in afwijking van het gestelde onder lid b geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug' het bebouwingspercentage van een bouwperceel niet meer mag bedragen dan 80%; e.

per hoofdgebouw zijn maximaal drie vrijstaande bijgebouwen toegestaan; f. bijgebouwen worden gesitueerd minimaal 4 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; g. in hoeksituaties mag de zijgevelrooilijn van de op het bouwperceel gelegen hoofdgebouw door het bijgebouw worden overschreden: 1. tot op de zijdelingse perceelsgrens indien er geen woningen aan dezelfde zijde in de zijstraat zijn gesitueerd; 2. tot op minimaal 1 m van de zijdelingse perceelsgrens indien er woningen zijn gesitueerd aan dezelfde zijde in de zijstraat; h. de goothoogte van niet-vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m bedragen; i. de dakhelling van niet-vrijstaande bijgebouwen mag niet steiler zijn dan de kap van het hoofdgebouw; j. de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m respectievelijk 5,5 m bedragen.

8.2.5 Carports/overkappingen Voor het bouwen van carports/overkappingen gelden de volgende regels: a. per hoofdgebouw is maximaal 1 carport toegestaan;

27

b. c. d.

carports/overkappingen dienen maximaal 1 m voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gesitueerd; de oppervlakte mag maximaal 25 m² bedragen; de hoogte mag maximaal 3,25 m bedragen.

8.2.6 Ondergeschikte onderdelen van woningen De voorgevelrooilijn mag naar de wegzijde toe uitsluitend worden overschreden door ondergeschikte onderdelen van woningen (erkers) die voldoen aan de volgende kenmerken: a. de horizontale diepte mag maximaal 1,5 m bedragen; b. de breedte mag maximaal 60% van de breedte van de totale voorgevel (exclusief overkapping boven de voordeur) bedragen; c. de afstand tot de voorste bouwperceelgrens dient minimaal 1,5 m te bedragen; d. de goothoogte mag maximaal 0,25 m boven de bovenzijde van de afgewerkte verdiepingsvloer van het hoofdgebouw bedragen; met dien verstande dat het doortrekken van een erker aan de voorgevel tot voorbij en aan één zijgevel is toegestaan mits: 1. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 2 m bedraagt; 2. de breedte aan de zijgevel niet meer dan 1,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte aan de zijgevel maximaal gelijk is aan de diepte van het hoofdgebouw.

8.2.7 Overkappingen boven de voordeur Overkappingen boven de voordeur zijn toegestaan en voldoen aan de volgende kenmerken: a. de breedte mag maximaal 120% van de breedte van de entreepartij bedragen, tenzij de overkapping één constructie vormt met een erker; b. de horizontale diepte mag maximaal 1,5 m bedragen; c. er dient sprake te zijn van een open constructie zonder tot de constructie behorende wanden.

8.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: a. 1 m bij erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen hoofdgebouw; b. 2 m bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat in hoeksituaties de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf (het verlengde van) de voorgevel tot 4 m daarachter maximaal 1 m bedraagt; c. 3 m bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. 4,5 m in het geval van een constructie ter bescherming van gewasbestrijdingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – afschermende maatregelen'.

8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1 Afstand aaneengebouwde woningen tot zijdelingse perceelsgrens Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.2.3 onder j, onder 3 voor het bouwen van de eindwoning van een rij aaneengebouwde of geschakelde woningen op minder dan 1 m van de zijdelingse bouwperceelsgrens, mits: a. het een woning betreft waarvan het bouwperceel van de niet-aangebouwde zijde grenst aan een straat, openbaar groen of water; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt geschaad.

8.3.2 Afwijkende goothoogte Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.2.3 onder k voor het bouwen van een hoofdgebouw met een afwijkende goothoogte, mits: a. de goothoogte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 11 m;

28

b. c. d.

8.4

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt geschaad; kan worden voldaan aan het bepaalde onder 8.2.2.

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de sociale veiligheid; 3. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

8.5

Specifieke gebruiksregels

8.5.1 Voorwaardelijke verplichting geluid - omgevingslawaai Het gebruiken en doen (laten) gebruiken van de gronden ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding geluidwering' ten behoeve van het wonen in woningen, als bedoeld in artikel 8.1, sub a, is alleen dan toegestaan indien: a. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening' een geluidscherm met een hoogte van 4 meter met een massa van tenminste 10 kg/m2 wordt opgericht òf ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening' een geluidscherm met een hoogte van minimaal 2 meter met een massa van tenminste 10 kg/m2 wordt opgericht, aangevuld met voldoende geluidwering (minimale geluidwering van 20 dB(A)) aan de gevels, zoals opgenomen in bijlage 3 Akoestisch onderzoek industrielawaai.

8.5.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het gebruiken en doen (laten) gebruiken van de voor 'Woongebied' aangewezen gronden conform het bepaalde in artikel 8.1 is slechts toegestaan indien een waterbergende voorziening zoals bedoeld in artikel 14.4 is gerealiseerd, en vervolgens als zodanig in stand wordt gehouden.

8.5.3 Voorwaardelijke verplichting parkeren Het gebruiken en doen (laten) gebruiken van de voor 'Woongebied' aangewezen gronden conform het bepaalde in artikel 8.1 is slechts toegestaan indien inzichtelijk wordt gemaakt dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd ten behoeve van deze bestemming zoals bedoeld in artikel 16.1 is gerealiseerd, en vervolgens als zodanig in stand wordt gehouden.

8.5.4 Voorwaardelijke verplichting extra kavels Het gebruiken en/of (laten) gebruiken van gebouwen en gronden ten behoeve van een woonactiviteit danwel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een woonactiviteit ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - extra kavels' is uitsluitend toegestaan wanneer is aangetoond dat het initiatief voldoet aan een goede fysieke leefomgeving, waarbij in ieder geval getoetst wordt aan de volgende omgevingsaspecten: a. geluid: uit een akoestisch onderzoek dient te blijken dat, eventueel middels het treffen van maatregelen, voldaan wordt aan de wettelijke akoestische eisen voor het toestaan van een woonactiviteit; b. water: er dient voldoende waterberging op eigen terrein te worden gerealiseerd volgens artikel 8.5.2 van dit bestemmingsplan; c. stikstof; is aangetoond dat de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden niet meer bedraagt dan wettelijk gezien is toegestaan; d. bodemkwaliteit; uit een bodemonderzoek dient te blijken dat het perceel geschikt is voor de realisatie van een woning; e. natuurwaarden; uit een flora- en faunaonderzoek dient te blijken dat er vanuit dit aspect geen belemmeringen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=851edc3c-8ede-4c70-9ba5-ba691cf4ffea