CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 13 mei 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a Heeswijk-Dinther10.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

b.

c.

d.

e.

11. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden. het bepaalde in 4.7.1 onder b en de uitoefening van verbrede landbouw, of recreatieve nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. de activiteit blijft ondergeschikt aan het bestaand gebruik van het perceel; 2. de activiteit qua aard en omvang dient te passen bij de specifieke agrarische kwaliteit en schaal van de omgeving; 3. de maximale oppervlakte voor de recreatieve nevenactiviteit niet groter mag zijn dan 500 m², met uitzondering van voorzieningen in de op de verbeelding nader aangeduide 'wro-zone recreatie-ontwikkelingsgebied', waarvoor geen maximale oppervlaktemaat geldt; 4. de activiteit niet mag leiden tot toename van bebouwing; 5. de activiteit geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; 6. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 7. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m² en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m²; 8. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 10.

sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling; het bepaalde in 4.7.1 onder c en toestaan dat uitsluitend bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') de bestaande opstallen worden gebruikt voor de niet-agrarische nevenactiviteit in de vorm van inpandige statische opslag van caravans, boten en daarmee vergelijkbare objecten, onder de voorwaarden dat: 1. de opslag niet mag plaatsvinden in kassen; 2. de vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing welke wordt aangewend voor de nevenactiviteit niet meer mag bedragen dan 1000 m²; 3. detailhandel ten behoeve van deze niet-agrarische nevenactiviteit niet is toegestaan; het bepaalde in 4.7.1 onder d en toestaan dat de gronden bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') worden gebruikt als kampeerterrein, onder de voorwaarden dat: 1. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; 2. meer dan 25 kampeerplaatsen zijn toegestaan indien het agrarisch bedrijf is gelegen binnen de op de verbeelding nader aangeduide 'wro-zone - recreatie-ontwikkelingsgebied'; 3. kampeermiddelen tot maximaal 50 m. van de grens van het agrarisch bouwvlak geplaatst mogen worden; 4. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen mag worden opgericht; 5. de kleinschalige kampeerplaats zorgvuldig dient te worden ingepast in het landschap; 6.

geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen wordt veroorzaakt voor omliggende bedrijven of woningen; 7. het kampeerterrein qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 8. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 10. voor het kamperen geen stacaravans worden gebruikt; 11. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m² en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m²; 12. sanitaire voorzieningen zijn uitsluitend binnen bestaande bebouwing toegestaan. het bepaalde in 4.7.1 onder e ten behoeve van tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders, onder de voorwaarden, dat: 1. uit een verkregen advies van een agrarisch deskundige is gebleken dat de tijdelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; 2. de huisvesting plaatsvindt in de bedrijfswoning van dat bedrijf, of in (een gedeelte van) een bestaand, aangepast bedrijfsgebouw van dat bedrijf; 3. de huisvesting uitsluitend medewerkers betreft, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; 4. de huisvesting niet meer bedraagt dan 8 maanden per kalenderjaar; 28

5. 6. 7. 8. 9.

de totale vloeroppervlakte van de huisvesting maximaal 15 m2 per werknemer bedraagt; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; er geen zelfstandige woonruimte ontstaat.

De omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is. 5.7.3 Aanvullend afwegingskader Een in 4.7.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; er dient sprake te zijn van een goede milieuhygienische uitvoerbaarheid; de verkeersveiligheid; het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; de waterhuishoudkundige situatie.

5.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.8.1 Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen Het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het rooien van houtgewas.

5.8.2 Uitzonderingen Het in artikel 4.8.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c.

uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit tijdelijk omgevingsplan.

5.8.3 Afwegingskader Uitvoering van de in 4.8.1 genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden. 5.8.4 Waarden Onder de in 4.8.3 genoemde waarden worden verstaan: ten aanzien van de in 4.8.1 onder a genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van landschapselementen;

29

3 ALGEMENE REGELS OVER FUNCTIES ARTIKEL 6 TOEPASSINGSBEREIK De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op en als dit nader is bepaald in afwijking van de regels in Hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan.

30

ARTIKEL 7 AANVRAAGVEREISTEN a.

b.

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. In het bijzonder geldt dat: 1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden in dit plan; en 2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.

31

ARTIKEL 8 SPECIFIEKE BEOORDELINGSREGELS BOUWEN 8.1 Algemeen Bij de beoordeling van het bepaalde ten aanzien van het bouwen in Hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan worden buiten beschouwing gelaten: a.

plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

32

ARTIKEL 9 ALGEMENE GEBRUIKSREGELS 9.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 9.2 Parkeren a. b.

c.

Naar de Mobiliteitsvisie Bernheze 2024 dient voldoende parkeergelegenheid voor auto's in stand gehouden te worden ten behoeve van deze functie als bedoeld in 4.2 en 5.2. Voldoende parkeerplaatsen betekent dat wordt voldaan aan de normen in de gemeentelijke beleidsregels behorende bij de 'Nota Parkeerbeleid gemeente Bernheze', vastgesteld op 18 april 2024, of later te volgen versies; de afmeting van een parkeerplaats dient tenminste 2,5 meter breed en 5 meter lang te zijn. De parkeerkencijfers in CROW-publicatie 744 bestaan uit een minimum- en maximum-waarde.

Uit de publicatie van CROW volgt dat er per 100m2 kinderdagverblijf in het buitengebied in weinig stedelijke omgeving een parkeer-norm van tussen de 1,4 en 1,6 aangehouden dient te worden. Maximaal wordt 1,6 aangehouden. Het kinderdagverblijf heeft een oppervlakte van 4502 grondop-pervlak en een bovenverdieping van circa 170m2 vloeroppervlak als bovenverdie-ping. Dit komt neer op een parkeerbehoefte van (450+170)/100x1,6 = 9,92 dus 10 parkeerplaatsen. Op de locatie is parkeerplaats voor 28 auto’s. Hiermee wordt ruimschoots voldaan in de parkeerbehoefte ter plaatse. 9.3 Hemelwaterberging Het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken binnen het plangebied is alleen toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.

de ontwikkeling niet leidt tot een versnelde afvoer van het regenwater op het oppervlaktewater; de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; de compensatie tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd wordt; de compensatie in de openbare ruimte tenminste 70 mm per m² verharding bedraagt; de compensatie bij particuliere berging 20 mm per m² verharding bedraagt; de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen of de omgevingsvergunning werken en werkzaamheden danwel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligt, uiterlijk binnen één jaar na de bouw van het project wordt gerealiseerd en in stand gehouden.

9.4 Landschappelijk inpassingsplan Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen overeenkomstig de toegedeelde functies is alleen toegestaan, indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – landschappelijke inpassing’ binnen maximaal 24 maanden na het onherroepelijk worden van het plan is aangelegd conform het landschappelijk inpassingsplan en aldus in stand wordt gehouden. Onder landschappelijk inpassingsplan wordt in deze planregels verstaan het plan zoals opgenomen in de bijlage van deze regels.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=58a4d489-c913-49da-973b-28b802b32306