Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch Regels NL.IMRO.1721.BPtdorp116118HSC-ow01 d.d. 18-05-2021
INHOUD
1.
INLEIDENDE REGELS .................................................................... 2
Artikel 1 Artikel 2
2.
Wonen ..................................................................................... 9
ALGEMENE REGELS ................................................................... 16
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
4.
Begrippen ................................................................................. 2 Wijze van meten........................................................................ 7
BESTEMMINGSREGELS ................................................................ 9
Artikel 3
3.
BLZ
Anti-dubbeltelbepaling ............................................................ 16 Algemene bouwregels ............................................................. 16 Algemene gebruiksregels ......................................................... 16 Algemene afwijkingsregels ....................................................... 16 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening ..................... 17
OVERGANGS- EN SLOTREGELS.................................................... 18
Artikel 9 Artikel 10
Overgangsrecht ....................................................................... 18 Slotregel ................................................................................. 19
1.
INLEIDENDE REGELS
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan het bestemmingsplan ‘Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch’ van de gemeente Bernheze;
1.2
bestemmingsplan het geometrische bepaalde planobject als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.1721.BPtdorp116118HSC-ow01 met bijbehorende regels en bijlagen;
1.3
de verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie;
1.4
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.6
aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.7
aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep;
1.8
aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
2
woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is; 1.9
afwijking van de bouwregels en/of de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;
1.10 ander-werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingspercentage een in dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.13 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bijgebouw een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak;
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
3
1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 carport een overdekte stallingsgelegenheid voor auto’s, met niet meer dan twee gesloten wanden; 1.25 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik nemen; 1.28 geluidsbelasting vanwege het wegverkeer de gemiddelde geluidsbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode (Lden) uitgedrukt in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald
weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder; 1.29 hoofdgebouw
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
4
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.30 huishouden één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning; 1.31 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.32 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.33 mantelzorg zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden; 1.34 nevenactiviteiten een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.35 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.36 omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.37 peil a b
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten);
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
5
c
deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld;
1.38 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.39 Staat van Bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.40 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.41 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning; 1.42 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.43 voorgevelrooilijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.44 vrijstaand bijgebouw een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.45 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk
huishouden;
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
6
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.3 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.1.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.
de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen; 2.1.6 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.1.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.9 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.1.10 de oppervlakte van een dak
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
7
de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van het dak met inbegrip van de randen en goten, op een horizontaal vlak. 2.2
ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
2.3
meten Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
2.4
afstemming peil Bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in artikel 1.29, wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
8
2.
BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3 3.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduiding: 1. gestapeld: gestapelde woningen; 2. vrijstaand: vrijstaande woningen. b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2.; d. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’: bijgebouwen; e. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘overkapping’: overkapping; f. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeerkelder’: parkeerkelder; g. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - balkon’: balkon. met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, paden, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de bouwaanduidingen: 1. gestapeld (aan zijde ’t Dorp): aan twee zijden minimaal 3 m; en 2. gestapeld (aan zijde groenvoorziening De Hoge Wal): aan twee zijden minimaal 5 m; 3.
vrijstaand: aan twee zijden minimaal 3 m. c. goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte;
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
9
3.2.2 Bijgebouwen a. Vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen mogen binnen de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ ten behoeve van gestapelde woningen worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: 1. de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen bedraagt voor de bestemming “Wonen” maximaal 150m2; 2. maximaal twee vrijstaande bijgebouwen toegestaan; 3. de goothoogte van niet-vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m bedragen; 4. de dakhelling van niet-vrijstaande bijgebouwen mag niet steiler zijn dan de kap van het hoofdgebouw; 5. de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m respectievelijk 5,5 m bedragen. b. Vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak bij de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: 1. de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen voor zover gebouwd buiten het bouwvlak per hoofdgebouw bedraagt voor de bestemmingen en “Wonen” maximaal: a. 60 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 70% is; b. 70 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 600 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; c.
80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 700 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; d. 90 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 800 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; e. 100 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 800 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is. 2. per hoofdgebouw zijn maximaal drie vrijstaande bijgebouwen toegestaan; 3. de afstand van bijgebouwen tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt bij vrijstaande woningen aan één zijde van de woning minimaal 3 m, voor zover gelegen binnen, naast en binnen een zone van 5 m achter het bouwvlak;
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
10
4. bijgebouwen worden gesitueerd minimaal 4 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; 5. in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) mag de bouwgrens door het bijgebouw worden overschreden: a. tot op de zijdelingse perceelgrens indien er geen woningen aan dezelfde zijde in de zijstraat zijn gesitueerd; b. tot op minimaal 1m van de zijdelingse perceelgrens indien er woningen zijn gesitueerd aan dezelfde zijde in de zijstraat. 6. de goothoogte van niet-vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3 m bedragen; 7. de dakhelling van niet-vrijstaande bijgebouwen mag niet steiler zijn dan de kap van het hoofdgebouw; 8. de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3 m respectievelijk 5,5 m bedragen. 3.2.3 Carports en overkappingen a. Overkappingen mogen binnen de specifieke bouwaanduiding ‘overkapping’ ten behoeve van gestapelde woningen worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: 1. hoogte maximaal 3,25 m. b. Carports en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd bij de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en voldoen aan de volgende kenmerken: 1. per hoofdgebouw zijn maximaal 2 carports en/of overkappingen toegestaan voor de aanduiding ‘vrijstaand’; 2. gesitueerd maximaal 1 m voor (het verlengde van de) voorgevel van het hoofdgebouw; 3. oppervlakte maximaal 30 m2; 4.
hoogte maximaal 3,25 m. 3.2.4 Ondergeschikte onderdelen van woningen De voorgevelrooilijn mag naar de wegzijde toe uitsluitend worden overschreden, bij de bouwaanduiding ‘vrijstaand,’ door ondergeschikte onderdelen van woningen (erkers) die voldoen aan de volgende kenmerken: a. horizontale diepte maximaal 1,5 m; b. breedte maximaal 60% van de breedte van de totale voorgevel (exclusief overkapping boven de voordeur);
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
11
c. afstand tot de voorste perceelgrens minimaal 1,5 m; d. goothoogte maximaal 0,25 m boven de bovenzijde van de verdiepingsvloer van het hoofdgebouw; met dien verstande dat het doortrekken van een erker aan de voorgevel tot voorbij en aan één zijgevel is toegestaan mits: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens minimaal 2 m bedraagt; 2. de breedte aan de zijgevel niet meer dan 1,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte aan de zijgevel maximaal gelijk is aan de diepte van het hoofdgebouw. 3.2.5 Overkappingen boven de voordeur Overkappingen boven de voordeur zijn toegestaan, bij de bouwaanduiding ‘vrijstaand’, en voldoen aan de volgende kenmerken: a. breedte maximaal 120% van de breedte van de entreepartij, tenzij de overkapping één constructie vormt met een erker; b. horizontale diepte maximaal 1,5 m; c. open constructie zonder tot de constructie behorende wanden. 3.2.6 Dakkapellen Dakkapellen zijn toegestaan bij de bouwaanduiding ‘vrijstaand’, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken: a. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 meter bij een plat dak; b. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 meter tot aan bovenkant van verticale gedeelte bij een schuin dak; c. onderzijde meer dan 0,5 meter boven de dakvoet; d. bovenzijde meer dan 0,5 meter onder de daknok; e.
zijkanten meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak of grenslijn met aanliggende woning; en f. breedte maximaal 60% van de breedte van de betreffende gevel bij dakkapellen in naar openbaar gebied gerichte aan voor- en zijkant. 3.2.7 Balkons Balkons mogen binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - balkon’ worden gebouwd en voldoen aan de volgende voorwaarden: a. Alleen ter plaatse van de eerste verdieping;
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
12
b. De bouwhoogte van hekwerken op een balkon mag niet meer bedragen dan 1,2 m gemeten vanaf de bovenkant van de vloer van het balkon. 3.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 1m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 2m, met dien verstande dat in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf (het verlengde van) de voorgevel tot 4 m daarachter maximaal 1m bedraagt; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3m. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van gebouwen en gronden voor bedrijfsmatige activiteiten; b. het gebruik van bijgebouwen ten behoeve van bewoning. 3.3.2. Parkeren a. Voor het parkeren gelden de volgende regels: a. per wooneenheid dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd binnen de bestemming ‘wonen’, conform het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij behorende Parkeernormennota gemeente Bernheze; b.
de parkeergelegenheid voor de bouwaanduiding ‘gestapeld’ dient te worden gerealiseerd in de parkeerkelder en dient te voldoen aan de NEN2443:2017. b. Nieuwbouw en/of wijziging van het gebruik binnen dit bestemmingsplan is slechts toegestaan indien voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de Parkeernormennota Gemeente Bernheze. 3.3.3. Voorwaardelijke verplichting waterberging Een op grond van lid 3.2 toelaatbaar hoofdgebouw, binnen de bouwaanduiding ‘gestapeld’ mag uitsluitend worden gebruikt als woning indien er 85,8 m3 regenwaterberging, dat regenwater vertraagd afvoert, werkend aanwezig is binnen de bestemming ‘wonen’. 3.3.4 Geluid
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
13
a. De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de gecumuleerde geluidsbelasting voor wegverkeer exclusief aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder en 33 dB. De gecumuleerde geluidbelasting door wegverkeer exclusief aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder is opgenomen in het geluidsrapport “Akoestisch onderzoek – Geluidsbelasting Bouwplan ’t Dorp 116-122 Heesch”, met kenmerk 15774-02, Rap01A van 17 september 2020”. b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan karakteristieke geluidwering bedoeld in lid 3.3.4a. 3.3.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Bij het bouwen van gebouwen of bouwwerken, als bedoeld onder het lid 3.2, ter plaatse van de bouwaanduiding ‘gestapeld’, dient binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen, doch uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de landschappelijke onderdelen te worden aangebracht en in stand te worden gehouden op de wijze zoals is aangegeven in de landschappelijke inpassing dat als bijlage bij deze regels is opgenomen.
3.4 Afwijking van de gebruiksregels 3.4.1 Aan huis verbonden bedrijf Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 jo. artikel 3.3.1 onder a voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf, mits: a. het een bedrijf betreft genoemd in de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten of voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf genoemd in de categorieën 1 of 2; b. de oppervlakte maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bebouwing bedraagt tot een maximum van 50 m2; c. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; d. de activiteiten alleen in gebouwen plaatsvinden; e. er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf. 3.4.2 Voorwaarden voor afwijking Afwijking als bedoeld in artikel 3.4.1 is slechts mogelijk indien:
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
14
a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
15
3.
ALGEMENE REGELS
Artikel 4
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Ondergrondse bouwwerken Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer parkeerkelder’ worden opgericht; b de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 4,0 meter onder peil.
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie. Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen, percentages en afstandseisen, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
16
c
d
e
7.2
toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, mits er geen belemmering plaatsvindt van het radarverstoringsgebied in verband met de vliegbasis Volkel; de regels en toestaan dat bouwwerken voor het verkrijgen van duurzame energie zoals zonnecollectoren en windturbines worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m.
Afwijking als bedoeld in artikel 7.1 is slechts mogelijk indien: a de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 8
Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening
De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; c de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; e de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; f de ruimte tussen bouwwerken.
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
17
4.
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 9 9.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
9.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 9.1.2 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 9.1.1 met maximaal 10%. 9.1.3 Uitzondering Artikel 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
9.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 9.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
18
jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.2.4 Uitzondering Artikel 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………………… De voorzitter,
………………
De griffier,
………………
Bijlage bij de regels Bijlage 1 landschappelijk inpassing
Bestemmingsplan – regels – Herontwikkeling ’t Dorp 116, 118 en 122 te Heesch
19
‘
‘traject heesch b.v. A ’t Dorp 13, 5384 MA Heesch T 0412 45 56 67 E info@trajectheesch.nl W www.trajectheesch.nl Bank: Rabobank Oss Bernheze IBAN: NL 02 RABO 0120 0704 99 Ingeschreven bij KvK te ’s-‐Hertogenbosch nummer 55072321 BTW-‐nummer: 851555068 B 01