REG Nader soortenonderzoek
Tekst van het document
4.7
Amfibieën (Alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker)
4.7.1
Onderzoeksmethode Voor de vijver in de tuin van de Nobisweg 15 is onderzoek naar kamsalamander, poelkikker en Alpenwatersalamander uitgevoerd. Voor de genoemde soorten zijn de onderzoeken zo veel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Zie hiervoor tabel 9. In de volgende alinea’s wordt per soort de onderzoeksmethode toegelicht.
23
Tabel 9. Uitgevoerde onderzoeken voor de amfibieën. Bemonsteren schepnet voor kamsalamanders, poelkikker en Alpenwatersalamander Datum Tijd Weer 30 mei 2023 20:30 – 21:30 uur Helder, zwakke wind 15-13 graden Celsius 6 juli 2023 20:30 – 21:30 uur Helder, zwakke wind 16-14 graden Celsius Luisteren roepende poelkikker en zaklamp kamsalamander Datum Tijd Weer 30 mei 2023 21:30 – 23:30 uur Helder, zwakke wind 15-13 graden Celsius 6 juli 2023 21:30 – 23:50 uur Helder, zwakke wind 16-14 graden Celsius
4.7.1.1
Kamsalamander Voor de locatie aan de Nobisweg 15 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van larven of volwassen exemplaren (in voortplantingswateren) middels twee gerichte bemonsteringen met een schepnet tussen mei en juli 2023 om larven (en volwassen dieren) te vangen en er zijn gerichte veldbezoeken door middel van s ’nachts met een zaklamp. Het onderzoek met de zaklamp is gelijktijdig uitgevoerd met het onderzoek vleermuizen in de avond.
4.7.1.2
Poelkikker Voor de locatie aan de Nobisweg 15 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid larven of volwassen exemplaren (in voortplantingswateren) middels gerichte inventarisaties op basis van roepende koren in mei en juni en het zoeken naar volwassen dieren door de watergang te bemonsteren met een schepnet (twee veldbezoeken. De aan- of afwezigheid kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee gerichte veldbezoeken tussen half april tot en met eind september 2023.
4.7.1.3
Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander stelt geen hoge eisen aan het voortplantingsbiotoop. Voornamelijk stilstaande, niet te voedselrijke wateren, zoals greppels, bospoelen en vennen. Vaak ook aangetroffen in waterbakken, regenplassen in het bos en (karren)sporen. Binnen het plangebied zijn potentieel geschikte wateren bemonsterd met een schepnet (Ravon net) tussen maart en augustus 2023 waarbij twee onderzoeken zijn uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal twee weken (Netwerk groene bureaus soortinventarisatieprotocollen,2017).
4.7.2
Onderzoeksgebied Het onderzoek naar de amfibieën is uitgevoerd in de vijver aan de Nobisweg 15. Dit betreft het enige geschikte stilstaande water binnen het plangebied. Zie ook onderstaande afbeelding 11.
Afbeelding 11. Te onderzoeken poel (blauwe cirkel) Nobisweg 15.
24
4.7.3
Resultaten Tijdens het bemonsteren met het schepnet zijn geen poelkikker, kamsalamander en Alpenwatersalamanders aangetroffen. Wel zijn er enkele kleine watersalamanders en groene kikkers aangetroffen in de vijver en binnen de directe omgeving van de vijver.
4.7.4
Effectbeoordeling In de vijver zijn geen poelkikker, kamsalamanders en Alpenwatersalamanders aangetroffen tijdens het onderzoek. Wel zijn er algemeen voorkomende soorten aanwezig binnen deze locaties. Hiervoor dient met de werkzaamheden rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht.
4.8
Overige waarnemingen
4.8.1
Boerenzwaluw Met het onderzoek is gedurende de andere onderzoeken de loods van de Koffiestraat 2 bezocht. Binnenin de loods zijn drie nestelende boerenzwaluwen aangetroffen. De nesten van boerenzwaluw zijn binnen de provincie Noord – Brabant jaarrond beschermd onder categorie 5 (vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen). Deze nesten zijn jaarrond beschermd wanneer de ingreep leidt tot het verdwijnen van de nestplaats en de omgeving onvoldoende alternatief leefgebied biedt en hiermee de gunstige staat van instandhouding van de soort in gevaar komt. Kijkend naar de ingrepen die uitgevoerd gaan worden, zoals het verdwijnen van de stallen gaan nestlocaties van boerenzwaluw verloren. Voor de boerenzwaluw kan worden uitgesloten dat de gunstige staat van instandhouding wordt aangetast, omdat er in de directe omgeving voldoende alternatieve nestgelegenheid voorhanden is. Ook is de regionale trend van de boerenzwaluw (stabiel), waardoor deze soort kan worden behandeld als een algemene soort. Als stallen worden gesloopt dient dit buiten het broedseizoen (maart t/m augustus) te worden uitgevoerd.
25
5
CONCLUSIES SAMENGEVAT Op basis van de resultaten uit dit soortgerichte onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve effecten kan veroorzaken op een aantal beschermde diersoorten. Hieronder worden de resultaten van de verschillende soort(en)groepen kort samengevat. Tabel 10. Conclusies van het soortgericht onderzoek samengevat. Soortgroep Mogelijk Vervolgstappen effect Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Huismus Ja Vergunning noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet voor het verlies van 1 nestplaats. Effecten op functioneel leefgebied en nestplaatsen in de directe omgeving zijn niet aan de orde. Steenuil Geen N.v.t. Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Boerenzwaluw Ja Rekening houden met broedseizoen Grondgebonden zoogdieren Das Geen Geen verblijfssporen aangetroffen van das binnen het gehele onderzoeksgebied. Kleine marterachtigen Geen Geen kleine marterachtigen aangetroffen. Steenmarter
Vleermuizen Verblijfplaatsen en foerageergebied Vliegroutes
Amfibieën Alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker Algemene amfibieën
Paragraaf in rapportage Paragraaf 4.1
Paragraaf 4.2 Paragraaf 4.8 Paragraaf 4.3 Paragraaf 4.4 en bijlage B4. Paragraaf 4.5 en bijlage B4.
Ja
Vergunning noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet voor het verlies van vaste rust en verblijfplaatsen in de stallen van Hommelsedijk 4b..
Nee
Geen
Paragraaf 4.6
Ja
Voorkomen verstoring door verlichting vliegroute boomstructuren Hommelsedijk en Dieppoel.
Paragraaf 4.6
Geen
Geen
Paragraaf 4.7
Ja
Rekening houden met de algemene zorgplicht
Paragraaf 4.7
26
6
LITERATUUR BIJ12, 2017a. Kennisdocument Das Meles meles. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistellus pipistellis. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017c. Kennisdocument Steenuil. Athene noctua. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2022fd Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 2.1, juni 2023. BIJ12, 2022f. Kennisdocument Kamsalamander. Triturus cristatus. Versie 1.0, juni 2017. BIJ12, 2022f. Kennisdocument Poelkikker. Rana lessonae.Versie 1.0, juni 2017. Chinery, M., 2004. Nieuwe insecten gids. Tirion Natuur, Baarn. Diepenbeek, A. van, Twisk, P., 2013. Veldgids, Diersporen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C. en A. Kiefer, 2017. Veldgids, Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dijk, A.J., van & Boele, A., 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. ECO works, januari 2024. Nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen en steenmarter binnen woningbouwplan omgeving Koffiestraat, Hommelsedijk en Nobisweg te Heeswijk-Dinther. Kragten, 2023. Verkennend flora en faunaonderzoek. Woningbouwplan Heeswijk Dinther Netwerk Groene Bureaus, 28 okt 2020. Vleermuisprotocol, 2021. Netwerk Groene Bureaus, november, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie nov 2017). Schauer, T., C. Caspari, en S. Caspari, 2016. Nieuwe plantengids voor onderweg. Kosmos Uitgevers, Utrecht.
Slagter, D., 2016. Winterflora bomen en struiken. Uitgeverij NatuurMedia, Amsterdam. Stumpel, T. en H. Strijbosch 2017. Veldgids, Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Svensson, L., 2016. ANWB-vogelgids van Europa. ANWB B.V., Den Haag. Twisk, P., A. van Diepenbeek en J.P. Bekker, 2016. Veldgids Europese zoogdieren. Stichting Uitgeverij KNNV, Zeist. Nationale Databank Flora en Fauna Nationale Databank Flora en Fauna: gegevensexport op 18-01-2024.
27
Websites www.floron.nl www.minez.nederlandsesoorten.nl www.overheid.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.brabant.nl
28
29
BIJLAGEN
B1 BESCHERMDE SOORTEN Naast de bescherming van Vogelrichtlijnsoorten, bevat de Wet natuurbescherming verbodsbepalingen voor de soorten opgenomen in Bijlage IV onderdeel a en b van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het verdrag van Bonn. De betreffende soorten zijn in de onderstaande tabel opgenomen. De nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in de tweede tabel in deze bijlage. Tabel 11. Soorten Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Zoogdieren
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Spitsdolfijn van Gray
Mesoplodon grayi
Bechsteins vleermuis
Myotis bechsteini
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Bever
Castor fiber
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Vale vleermuis
Myotis myotis
Brandts vleermuis
Myotis brandti
Watervleermuis
Myotis daubentoni
Bruinvis
Phocoena phocoena
Walrus
Odobenus rosmarus
Bultrug
Megaptera novaeangliae
Witflankdolfijn
Lagenorhynchus acutus
Butskop
Hyperoodon ampullatus
Witsnuitdolfijn
Lagenorhynchus albirostris
Dwergpotvis
Kogia breviceps
Witte dolfijn
Delphinapterus leucas
Dwergvinvis
Balaenoptera acutorostrata
Wolf
Canis lupus
Franjestaart
Myotis nattereri
Amfibieën
Gestreepte dolfijn
Stenella coeruleoalba
Boomkikker
Hyla arborea
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Heikikker
Rana arvalis
Gewone grootoorvleermuis
Pletocus auritus
Kamsalamander
Triturus cristatus
Grijze grootoorvleermuis
Plecotus austriacus
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Grote hoefijzerneus
Rhinolophus ferrumequinum
Poelkikker
Rana lessonae
Grote rosse vleermuis
Nyctalus lasiopterus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Gewone spitsdolfijn
Mesoplodon bidens
Vroedmeesterpad
Alytes obstetricans
Gewone vinvis
Balaenoptera physalus
Reptielen
Griend
Globicephala melas
Dikkopschildpad
Caretta caretta
Grijze dolfijn
Grampus griseus
Gladde slang
Coronella austriaca
Hamster
Cricetus crisetus
Kemp’s zeeschildpad
Lepidochelys kempii
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Lederschildpad
Dermochelys coriacea
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Muurhagedis
Podarcis muralis
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Soepschildpad
Chelonia mydas
Kleine zwaardwalvis
Pseudorca crassidens
Zandhagedis
Lacerta agilis
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Vissen
Lynx
Lynx lynx
Houting
Coregonus oxyrinchus
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Steur
Acipenser sturio
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Dagvlinders
Narwal
Monodon monoceros
Apollovlinder
Parnassius apollo
Noordse vleermuis
Eptesicus nilssoni
Boszandoog
Lopinga achine
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Donker pimpernelblauwtje
Phengaris nausithous
Noordse vinvis
Balaenoptera borealis
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Orca
Orcinus orca
Moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia
Otter
Lutra lutra
Pimpernelblauwtje
Phengaris teleius
Potvis
Physeter catodon
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Libellen
Planten
Bronslibel
Oxygastra curtisii
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Geel schorpioenmos
Hamatocaulis vernicosus
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Groenknolorchis
Liparis loeselli
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Kleine vlotvaren
Salvinia natans
Mercuurwaterjuffer
Coenagrion mercuriale
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Noordse winterjuffer
Sympecma annulata
Liggende raket
Sisymbrium supinum
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia albifrons
Tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Rivierrombout
Gomphus flavipes
Overige soorten Bataafse stroommossel
Unio crassus
Brede geelrandwaterroofkever
Dytuscus latissimus
Oeveraas
Palingenia longicauda
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Kevers
Tabel 12. Andere soorten Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Zoogdieren
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Woelrat
Arvicola amphibius
Aardmuis
Microtus agrestis
Amfibieën
Boommarter
Martes martes
Alpenwatersalamander
Triturus alpestris
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Bruine kikker
Rana temporaria
Bunzing
Mustela putorius
Gewone pad
Bufo bufo
Damhert
Dama dama
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Das
Meles meles
Meerkikker
Rana ridibunda
Dwergmuis
Micromys minutus
Middelste groene kikker
Rana klepton esculentus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Edelhert
Cervus elaphus
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Reptielen
Egel
Erinaceus europaeus
Adder
Vipera berus
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Hazelworm
Anguis fragilis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Ringslang
Natrix natrix
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Vissen
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Haas
Lepus eauropaeus
Beekprik
Lampetra planeri
Hermelijn
Mustela erminea
Elrits
Phoxinus phoxinus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Grote modderkruiper
Misgurus fossilis
Molmuis
Arvicola scherman
Kwabaal
Lota lota
Ondergrondse woelmuis
Microtus subterraneus
Dagvlinders
Ree
Capreolus capreolus
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Rosse woelmuis
Myodes glareolus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Steenmarter
Martes foina
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Veldmuis
Microtus arvalis
Donker pimpernelblauwtje
Phengaris nausithous
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Vos
Vulpes vulpes
Gentiaanblauwtje
Phengaris alcon
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Wezel
Mustela nivalis
Grote vos
Nymphalis polychloris
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris
Groensteel
Asplenium viride
Iepenpage
Satyrium w-album
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Kommavlinder
Hesperia comma
Honingorchis
Herminium monorchis
Pimpernelblauwtje
Phengaris teleius
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Sleedoornpage
Thecla betulea
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Karthuizer anjer
Dianthus carthusianorum
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Karwijselie
Selinum carvifolia
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zilveren maan
Boloria selene
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Korensla
Arnoseris minima
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Kranskarwij
Carum verticillatum
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Kruiptijm
Thymus serphyllum
Kempische heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Lange zonnedauw
Drosera anglica
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Moerasgamander
Teucrium scordium
Muurbloem
Erysimum cheiri
Kevers Vliegend hert
Lucanus cervus
Planten
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Naaldenkervel
Scanix pecten-veneris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Akkerogentroost
Odentites vernus
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Beklierde ogentroost
Euphrasia officinalis
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Berggamader
Teucrium montanum
Rozenkransje
Antennaria dioica
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Schubvaren
Asplenium ceterach
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Brave hendrik
Chenopodium bonus-henricus
Steenbraam
Rubus saxatilis
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Dennenorchis
Goodyera repens
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Dreps
Bromus secalinus
Trosgamander
Teucrium botrys
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Franjegentiaan
Gentianopsis ciliata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Wilde averuit
Artemisia campestris
Getande veldsla
Valerianella dentata
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Wilde weit
Melampyrum arvense
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Wolfskers
Atropa belladonna
Gladde zegge
Carex laevigata
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Groene nachtorchis
Dactylorhiza viridis
Zinkviooltje
Viola lutea calaminaria
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Overige soorten Europese rivierkreeft
Tabel 13. Jaarrond beschermde vogelnesten Noord Brabant Nederlandse naam Bescherming Nederlandse naam Boomvalk Categorie 4 Ekster Buizerd Categorie 4 Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Categorie 2 Glanskop Grote gele kwikstaart Categorie 3 Grauwe vliegenvanger Havik Categorie 4 Groene specht Huismus Categorie 2 Grote bonte specht Kerkuil Categorie 3 Hop Oehoe Categorie 3 Huiszwaluw Ooievaar Categorie 3 IJsvogel Ransuil Categorie 4 Kleine bonte specht Roek Categorie 2 Kleine vliegenvanger Slechtvalk Categorie 3 Koolmees Sperwer Categorie 4 Kortsnavelboomkruiper Steenuil Categorie 1 Oeverzwaluw Wespendief Categorie 4 Pimpelmees Zwarte wouw Categorie 4 Raaf Blauwe reiger Categorie 5 Ruigpootuil Boerenzwaluw Categorie 5 Spreeuw Bonte vliegenvanger Categorie 5 Tapuit Boomklever Categorie 5 Torenvalk Boomkruiper Categorie 5 Zeearend Bosuil Categorie 5 Zwarte kraai Brilduiker Categorie 5 Zwarte mees Draaihals Categorie 5 Zwarte roodstaart Eidereend Categorie 5 Zwarte specht
Astacus astacus
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
In onderstaande tabel zijn de jaarrond beschermde vogelnesten in de provincie Noord-Brabant opgenomen. Categorieën 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
B2 PROVINCIALE VRIJSTELLING Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud heeft de provincie Noord Brabant een vrijstelling verleend voor de soorten zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Periode vrijstelling
Aardmuis Bosmuis
Microtus agrestis Apodemus sylvaticus
Onbeperkt Onbeperkt
Dwergmuis
Micromys minutus
Onbeperkt
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Onbeperkt
Egel
Erinaceus europaeus
Onbeperkt
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Onbeperkt
Haas
Lepus eauropaeus
Onbeperkt
Huisspitsmuis Konijn
Crocidura russula Oryctolagus cuniculus
Onbeperkt Onbeperkt
Ree
Capreolus capreolus
Onbeperkt
Rosse woelmuis
Myodes glareolus
Onbeperkt
Veldmuis
Microtus arvalis
Onbeperkt
Vos
Vulpes vulpes
Onbeperkt
Woelrat Amfibieën
Arvicola amphibius
Onbeperkt
Bastaardkikker
Rana klepton esculentus
Onbeperkt
Bruine kikker
Rana temporaria
Onbeperkt
Gewone pad
Bufo bufo
Onbeperkt
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Onbeperkt
Meerkikker
Rana ridibunda
Onbeperkt
Zoogdieren
B3 WEERDATA VLEERMUISONDERZOEKEN Deelgebied 1: Loods Koffiestraat 2 Datum Van 24 mei 2023 21:30 uur
Tot 23:30 uur
Weer Helder, zwakke wind 14-12 graden Celsius
29 juni 2023
22:00 uur
00:00 uur
Bewolkt, droog, 1 Bft., 18 graden
30 juni 2023
03:22 uur
05:22 uur
Bewolkt, droog, 0 Bft., 15 graden
4 september 2023
21:15 uur
23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 20 graden Celsius
25 september 2023 20:30 uur 22:45 uur Helder, droog, zwakke wind, 18 graden Celsius Deelgebied 2: Gebouw volkstuinencomplex en paardenstal Datum Van Tot Weer 22 mei 2023 21:30 uur 23:30 uur Helder, zwakke wind 14-12 graden Celsius 28 juni 2023
22:00 uur
00:00 uur
29 juni 2023
03:22 uur
05:22 uur
Bewolkt, droog, 0 Bft., 21 graden Bewolkt, droog, 0 Bft., 20 graden
4 september 2023
21:15 uur
23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 20 graden Celsius
25 september 2023 20:30 uur 22:45 uur Deelgebied 3: Stallen Hommelsedijk 4a Datum Van Tot 24 mei 2023 21:30 uur 23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 18 graden Celsius
14 juni 2023
03:15 uur
05:15 uur
Helder, zwakke wind 17 graden Celsius
3 juli 2023
21:50 uur
23:50 uur
4 september 2023
21:15 uur
23:30 uur
Half bewolkt, droog en laatste 10 minuten motregen, matige wind, 17 graden Celsius. Helder, droog, zwakke wind, 20 graden Celsius
Weer Helder, zwakke wind 14-12 graden Celsius
25 september 2023 20:30 uur 22:45 uur Deelgebied 4: Stallen Hommelsedijk 4a Datum Van Tot 22 mei 2023 21:30 uur 23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 18 graden Celsius
15 juni 2023
03:15 uur
05:15 uur
Helder, zwakke wind 15 graden Celsius
27 juni 2023
21:50 uur
23:50 uur
Bewolkt en licht regen, zwakke wind, 15 graden Celsius
4 september 2023
21:15 uur
23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 20 graden Celsius
25 september 2023 20:30 uur 22:45 uur Deelgebied 5: Stallen Nobisweg 15 Datum Van Tot 30 mei 2023 21:30 uur 23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 18 graden Celsius
20 juni 2023
03:20 uur
05:20 uur
Onbewolkt, zwakke wind, 17 graden Celsius
6 juli 2023
21:30 uur
23:50 uur
Helder, zwakke wind 16-14 graden Celsius
4 september 2023
21:15 uur
23:30 uur
Helder, droog, zwakke wind, 20 graden Celsius
25 september 2023
20:30 uur
22:45 uur
Helder, droog, zwakke wind, 18 graden Celsius
Weer Helder, zwakke wind 14-12 graden Celsius
Weer Helder, zwakke wind 15-13 graden Celsius
B4 NADER SOORTGERICHT ONDERZOEK NAAR HET VOORKOMEN VAN KLEINE MARTERACHTIGEN EN STEENMARTER
Nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen en steenmarter binnen woningbouwplan omgeving Koffiestraat, Hommelsedijk en Nobisweg te Heeswijk-Dinther
In opdracht van: Kragten Januari 2024
ECOworks Ecologisch onderzoek en advies
Nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen en steenmarter binnen woningbouwplan omgeving Koffiestraat, Hommelsedijk en Nobisweg te Heeswijk-Dinther Status: Definitief
Colofon:
Rapportage: ir. R.J.H. Snijders Veldwerk:
ir. R.J.H. Snijders
ECO-works Ecologisch onderzoek en advies Maasstraat 12 6019 BB Wessem Tel.: 0611200479 E-mail: info@eco-works.nl Website: www.eco-works.nl KvK Roermond nr.: 14126340 © ECO-works/Kragten
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
2
Inhoudsopgave 1
Aanleiding en onderzoeksdoelstellingen ................................................................................ 4
2
Beknopte beschrijving van de projectlocatie en de ingreep .................................................... 5
3
2.1
De projectlocatie ............................................................................................................... 5
2.2
De ingreep ......................................................................................................................... 6
Methode............................................................................................................................... 7 3.1
3.1.1
Algemeen ........................................................................................................................... 7
3.1.1
Toegepaste onderzoeksmiddelen ..................................................................................... 7
3.1.2
Bepaling van de onderzoeksinspanning. ........................................................................... 7
3.2 4
5
7
Methode onderzoek kleine marterachtigen ........................................................................... 7
Methode onderzoek steenmarter ........................................................................................... 8
Resultaten .......................................................................................................................... 10 4.1
Resultaten onderzoek kleine marterachtigen ....................................................................... 10
4.2
Resultaten sporenonderzoek steenmarter ........................................................................... 10
Conclusies ........................................................................................................................... 13 5.1
Conclusie kleine marterachtigen ........................................................................................... 13
5.2
Conclusie steenmarter .......................................................................................................... 13
5.3
Algemeen advies t.a.v. de zorgplicht..................................................................................... 14
Literatuurlijst ...................................................................................................................... 15
Bijlage 1: Toelichting onderzoekmiddelen kleine marterachtigen................................................. 16 Bijlage 2: Resultaten monitoring kleine marterachtigen............................................................... 18 Bijlage 3: Overzicht van waarnemingen....................................................................................... 19
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
3
1
Aanleiding en onderzoeksdoelstellingen De initiatiefnemer is voornemens om woningbouw te realiseren op locatie van diverse agrarische percelen en veehouderijen die gelegen zijn ten noordoosten van de dorpskern van Heeswijk Dinther. Binnen het projectgebied is een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd (Kragten, 2023). Uit dit verkennend onderzoek komt naar voren dat de projectlocatie o.a. potenties biedt als vaste rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing), en voor de steenmarter. De aanwezigheid van deze soorten kon derhalve niet worden uitgesloten op basis van het verkennend natuurwaardenonderzoek. Als gevolg van de voorgenomen ingreep kunnen negatieve effecten optreden op eventueel binnen deze projectlocatie aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en steenmarter. Om deze reden heeft Bureau Kragten aan ECO-works gevraagd om, in het kader van de Wet Natuurbescherming (WNb)/Omgevingswet, een nader soortgericht onderzoek uit te voeren naar de eventuele functie(s) van deze projectlocatie voor kleine marterachtigen en steenmarter. Voorliggende rapportage geeft de resultaten weer uit dit onderzoek. Voorliggend onderzoek heeft de volgende onderzoeksdoelstellingen: -
Het vaststellen aan- of afwezigheid van kleine marterachtigen (wezel, hermelijn, bunzing) binnen het projectgebied. Door middel van een sporenonderzoek in kaart brengen van eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter binnen te slopen agrarische bebouwing in het projectgebied.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
4
2
Beknopte beschrijving van de projectlocatie en de ingreep
2.1
De projectlocatie Het projectgebied is gelegen aan de oostkant van Heeswijk Dinther. De begrenzing van het projectgebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de straten: de Dieppoel in het noorden en de Nobisweg aan het zuiden. Dwars door het noordelijke deel van het projectgebied gebied loopt de Hommelsedijk, met aan de westgrens de Koffiestraat en Heuvelsestraat. Binnen het plangebied zijn drie agrarische bedrijven inclusief woningen en opstallen aanwezig, namelijk:
Hommelsedijk 4b bestaat uit meerdere kippenstallen en weiland. Hommelsedijk 4a bestaat een tweetal leegstaande valkenstallen. Nobisweg 15 bestaat uit meerdere loodsen en varkenstallen.
Tussen de Hommelsedijk en Koffiestraat is een volkstuincomplex aanwezig met daarnaast een ponyweide, inclusief paardenstal. Verder bestaat het gehele projectgebied uit agrarische gronden, met daartussen enkele watergangen en verspreid enkele solitaire bomen. Verder liggen er verspreid binnen het plangebied meerdere erven, maar deze vallen buiten de ontwikkeling en blijven daarmee behouden.
Figuur 1: Situering en begrenzing van het projectgebied (rode kaders). De blauw omkaderde percelen behoren niet tot het projectgebied. De woningen en tuinen van de aanwezige veehouderijen blijven eveneens behouden, en vallen daarmee eveneens buiten de projectlocatie.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
5
2.2
De ingreep De binnen het projectgebied aanwezige bebouwing, behoudens de te behouden woningen en erven, wordt gesloopt, en de aanwezige opgaande vegetatie zal (deels) worden verwijderd. Aanwezige waterlopen worden mogelijk gedempt of verlegd. Het gebied wordt vervolgens bouwrijp gemaakt waarna nieuwbouw plaatsvindt.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
6
3
Methode
3.1
Methode onderzoek kleine marterachtigen
3.1.1
Algemeen Voor het onderzoek naar kleine marterachtigen is de methode toegepast zoals beschreven in “Handreiking kleine marterachtigen” van de Provincie Noord Brabant (Bouwens, 2017). Op grond van deze methode wordt de toepassing van onderzoeksmiddelen en de benodigde inzet bepaald op basis van de oppervlakte functioneel leefgebied dat aanwezig is binnen de projectlocatie.
3.1.1
Toegepaste onderzoeksmiddelen Voor het onderzoek naar kleine marterachtigen is gebruik gemaakt van zogenaamde “Mostela’s” en “Struikrovers”. De “Mostela” is een type marterkist met daarin een infraroodcamera. De “Mostela” is geschikt voor inventarisatie van hermelijn en wezel. De “Struikrover” is een opstelling met een (infrarood) cameraval in een PVC-buis, waarbij een lokstof wordt aangebracht. De struikrover is geschikt voor inventarisatie van zowel wezel, hermelijn als bunzing. Zie tevens bijlage 1 voor nadere informatie m.b.t. de gebruikte onderzoeksmiddelen voor inventarisatie van kleine marterachtigen. De Mostela- en Struikrover opstellingen zijn gedurende 11 of 12 weken in het veld geplaatst in de periode april-september 2023 (meest actieve periode van kleine marters). De opstellingen zijn telkens geplaats binnen het functionele leefgebied (zie figuur 2), op locaties die een geschikt habitat vormen voor kleine marters, zoals houtwallen met ondergroei, dichte bosschages, ruigtes, hagen, struwelen, rommelhoekjes etc. Zie figuur 2 voor de locaties van de opstellingen, zie tevens bijlage 1 voor een overzicht van de inzetdata per locatie.
3.1.2
Bepaling van de onderzoeksinspanning. Hoewel het totale projectgebied meerdere hectaren bestrijkt zijn niet alle delen daarvan geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. De soorten kunnen voorkomen in delen van het projectgebied waar opgaande en/of verruigde vegetatie aanwezig is, zoals houtwallen, bosschages, verruigde bermen, slootkanten, volkstuintjes e.d.. Ook open gebouwen met voldoende dekkingsmogelijkheden en weinig verstoring (boerenschuren), en rommelhoekjes op erven kunnen dienen als functioneel leefgebied voor kleine marterachtigen. Intensief gebruikte akkers, weilanden en stallen van veehouderijen behoren echter niet tot het biotoop van deze soorten. In figuur 2 zijn de delen van het projectgebied weergegeven die feitelijk geschikt worden geacht als leefgebied voor kleine marterachtigen. De oppervlakte van dit functionele leefgebied bedraagt circa 2,18 hectare. De erven en tuinen van de woningen die behouden blijven zijn hierbij niet meegerekend, aangezien op deze locaties geen ingrepen zullen plaatsvinden i.h.k.v. de voorgenomen ontwikkeling.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
7
De benodigde onderzoekinspanning is, conform de handreiking kleine marterachtigen van de provincie Noord Brabant (Bouwens, 2017) afhankelijk van de omvang van het aanwezige functionele leefgebied. Volgens de handreiking is binnen een functioneel leefgebied met een oppervlakte van 2,18 hectare de inzet van één cameraval (Struikrover), en twee marterboxen (Mostela) vereist. Gelet op de uitgestrektheid van het gebied en de sterke spreiding van de diverse, voor kleine marterachtigen geschikte, elementen is er in voorliggend geval echter voor gekozen de inzet te verhogen naar vier Mostela- en vier Struikroveropstellingen. Door deze opstellingen verspreid in het gebied te plaatsen wordt (ruimschoots) voldoende dekking bereikt voor onderzoek naar kleine marterachtigen. De locaties van de monitoringspunten zijn weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Functioneel leefgebied voor kleine marterachtigen, en locaties van de monitoringspunten.
3.2
Methode onderzoek steenmarter Tijdens het veldbezoeken op 21 november en 1 december 2023 is het projectgebied bezocht door R. Snijders, (ecoloog). Tijdens deze veldbezoeken zijn de te slopen gebouwen* en de directe omgeving daarvan doorzocht op sporen die duiden op aanwezigheid van de steenmarter. Hierbij kan gedacht worden aan uitwerpselen, prooiresten, prenten (pootafdrukken) etc. Daarnaast is de buitenschil van de bebouwing gecontroleerd op openingen waardoor een steenmarter zich mogelijk toegang kan verschaffen tot de interne delen van het pand. Bij de inspecties is gebruik gemaakt van een sterke zaklamp. Naast het uitgevoerde sporenonderzoek is de inzet van struikrovers t.b.v. het onderzoek naar kleine marterachtige (zie paragraaf 3.1), tevens geschikt voor onderzoek naar aanwezigheid van de steenmarter. Verspreid binnen het projectgebied zijn vier struikrovers geplaats (zie figuur 2).
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
8
Het onderzoek naar steenmarter kon zodoende meeliften op de onderzoeksinspanningen voor kleine marterachtigen. Tot slot is tijdens de nachtelijke vleermuisonderzoeken opgelet op activiteit van steenmarters binnen het gebied. *N.b.: De kippenstallen op locaties Hommelsedijk 4a en 4b waren niet toegankelijk voor onderzoek. Dit in verband met risico op vogelgriep. De kippenstallen zijn daarom enkel rondom geïnspecteerd op aanwezighzied van toegangsmogelijkheden voor de steenmarter. Ook de vliering van de leegstaande varkensstallen op locatie Hommelsedijk 4a was niet toegankelijk. De bijgebouwen op locatie Koffiestraat 2a zijn, in overleg met opdrachtgever, niet bezocht omdat deze al eerder door opdrachtgever zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen van steenmarter (pers. mededeling dhr. N. Hulsbosch, Kragten).
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
9
4
Resultaten
4.1
Resultaten onderzoek kleine marterachtigen De resultaten uit het onderzoek naar kleine marterachtigen zijn weergegeven in tabel B2.1 van bijlage 2. Uit de resultaten blijkt dat er geen aanwezigheid van kleine marterachtigen is vastgesteld binnen het projectgebied. Wel is door de Struikrovers op locaties 3 en 6 aanwezigheid van steenmarter vastgesteld (zie figuren 3a en 3b, zie tevens figuur B3.1 in bijlage 3 voor de locaties van de waarnemingen).
Figuur 3a: Door cameraval (struikrover) vastgelegde steenmarter op monitoringslocatie 3 (waarneming 2; zie tevens bijlage 3)
4.2
Figuur 3b: Door cameraval (struikrover) vastgelegde steenmarter op monitoringslocatie 6 (waarneming 3; zie tevens bijlage 3)
Resultaten sporenonderzoek steenmarter Nobisweg 15 en volkstuinen De te slopen stallen en bijgebouwen op locatie Nobisweg 15 en de volkstuinten zijn volledig inpandig en uitpandig geïnspecteerd op aanwijzingen voor gebruik door de steenmarter. Op deze locaties zijn geen sporen aangetroffen van de steenmarter. Ook zijn er in de buitenschil van de bebouwing geen geschikte openingen aangetroffen die een steenmarter toegang kunnen geven tot delen van het pand die niet bereikbaar waren voor inspectie. De eigenaar van Nobisweg 15 en de beheerder van de volkstuinen gaven desgevraagd aan ook nooit een steenmarter of sporen van een steenmarter te hebben aangetroffen in of rond de bebouwing. Hommelsedijk 4a De te slopen bebouwing op locatie Hommelsedijk 4a (kippenstallen) was niet toegankelijk voor inpandig onderzoek (i.v.m. risico op vogelgriep). De buitenschil van de stallen is echter volledig gecontroleerd op openingen waardoor een steenmarter zich mogelijk toegang kan verschaffen tot de interne delen van de stallen. Bij deze inspectie is één opening aangetroffen. Deze opening bevindt zich in de buitenmuur (enkele ontbrekende bakstenen), vlak onder de dakrand van de stal, op een hoogte van circa 2 meter (waarneming 3; zie B3.1 en tabel B3.1 in bijlage 3 voor locatie en verdere details).
Deze opening gaf echter geen toegang tot interne delen van de stal (binnenmuur was afgedicht met isolatiemateriaal), enkel de spouwmuur was eventueel toegankelijk. Uit nadere inspectie van de opening bleek echter dat in deze opening veel (oud) spinrag aanwezig was, zodat (recent) gebruik door de steenmarter kon worden uitgesloten. Ook was er op de buitenmuur geen veegspoor aanwezig (indien een steenmarter met regelmaat een opening op hoogte benut, en daarbij tegen de buitenmuur opspringt, is veroorzaakt dit doorgaans een duidelijk waarneembare verticale donkere streep op de
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
10
buitenmuur). De eigenaar van de stallen aan de Hommelsedijk 4a gaf desgevraagd aan ook nooit een steenmarter of sporen van een steenmarter te hebben aangetroffen in of rond de bebouwing. Aanwezigheid van een steenmarter in de stallen zou zeker zijn opgevallen in een kippenstal (i.v.m. te verwachte predatie van de aanwezige kippen, uitwerpselen etc.). Hommelsedijk 4b Op locatie Hommelsedijk 4b zijn zes agrarische gebouwen aanwezig welke gesloopt gaan worden. Tabel 1 geeft een overzicht van de aanwezige gebouwen met een omschrijving van de actuele functie. In tabel 1 is tevens aangegeven of het betreffende gebouw toegankelijk was voor inpandige inspectie tijdens het sporenonderzoek. De locaties van de gebouwen is weergegeven in figuur 4. Tijdens het sporenonderzoek zijn rond de varkensstallen D en E, alsmede onder de overkapping A en in de varkensstal D sporen van de steenmarter aangetroffen. Het betreft uitwerpselen en prooiresten (zie figuur 4 voor locatie van de aangetroffen sporen, zie tevens tabel B3.1 in bijlage 3 voor nadere informatie). De hoeveelheid aangetroffen sporen was beperkt en er zijn geen verse sporen aangetroffen. De aangetroffen sporen duiden er weliswaar op dat de geïnspecteerde delen van de bebouwing een functie vervullen als leef/foerageergebied van de steenmarter.
Aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen wordt echter niet verwacht aangezien in dat geval meer en versere sporen aanwezig zouden zijn (met name verse uitwerpselen). Niet alle delen van de bebouwing waren echter toegankelijk voor inspectie: De kippenstal (locatie F) is nog in gebruik en kon niet inpandig worden onderzocht in verband met risico’s op vogelgriep. In de noordoostelijke gevel van deze kippenstal zijn wel een aantal openingen aangetroffen waardoor een steenmarter in potentie toegang zou kunnen krijgen tot de stal. De eigenaar van de stal heeft echter desgevraagd aangegeven (vrijwel) dagelijks aanwezig te zijn in de stal, maar hierbij nooit een steenmarter te hebben gezien of gehoord, en ook nooit sporen (uitwerpselen/gepredeerde kippen) te hebben aangetroffen in de stal. Aangezien het vrijwel uitgesloten is dat aanwezigheid van een vaste rust- of verblijfplaats van een steenmarter in deze (nog in gebruik zijnde) kippenstal onopgemerkt zou blijven, kan op grond hiervan redelijkerwijs worden uitgesloten dat deze stal een functie vervult als verblijfplaats voor de steenmarter. De buiten gebruik gestelde varkensstallen op locatie D en E konden wel worden betreden, maar zijn voorzien van een plafond, waardoor een zolder/vliering aanwezig is welke niet toegankelijk was voor inspectie.
Rond deze stallen zijn wel meerdere sporen aangetroffen van de steenmarter, en er zijn ook openingen in de buitenmuur en het dak aanwezig waardoor een steenmarter potentieel toegang kan krijgen tot deze stallen, en ook tot de vliering/zolder (zie figuur 4 en tabel B3.1 voor locaties en nadere informatie t.a.v. de aangetroffen sporen en toegangsmogelijkheden). De eigenaar van de stallen gaf bovendien aan deze (vrijwel) nooit meer te betreden, en kon daarom geen actueel beeld geven van eventuele activiteit van de steenmarter in deze stallen. Gelet hierop kon, op basis van voorliggend sporenonderzoek, de mogelijke aanwezigheid van een vaste rust- of verblijfplaats van de steenmarter niet worden uitgesloten voor de zolder/vliering van de varkensstallen D en E.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
11
Tabel 1: Overzicht te slopen agrarische bouwwerken Hommelsedijk 4b. Locatie A B C D E F
Omschrijving Overkapping Varkensstal Overkapping Varkensstal Varkensstal Kippenstal
Functie Materiaal opslag Buiten gebruik Opslag van mest, hooi en koeienstal Buiten gebruik Buiten gebruik Nog in gebruik
Toegankelijk voor inspectie Ja Ja Ja Deels Deels Nee
Figuur 4: Te slopen bebouwing, aangetroffen sporen en toegangsmogelijkheden op locatie Hommelsedijk 4b.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
12
5
Conclusies
5.1
Conclusie kleine marterachtigen Binnen het uitgevoerde monitoringsonderzoek is geen aanwezigheid van kleine marterachtigen vastgesteld binnen het projectgebied. Op grond van deze resultaten kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het projectgebied geen essentiële functie vervult voor kleine marterachtigen. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden daarom geen negatieve effecten verwacht op deze soorten. Vanuit de natuurwet- en regelgeving zijn daarom geen verdere acties nodig t.a.v. kleine marterachtigen.
5.2
Conclusie steenmarter Nobisweg 15 en volkstuinen Op locaties Nobisweg 15 en de volkstuinen zijn geen sporen van steenmarter aangetroffen in de bebouwing. Dergelijke sporen zijn in het verleden ook niet aangetroffen door de eigenaar/beheerder. De bebouwing bevat daarnaast geen openingen waardoor een steenmarter toegang kan krijgen interne delen van de bebouwing die niet bereikbaar waren tijdens de inspectie. Op grond van deze resultaten kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de bebouwing op locatie Nobisweg 15 en de volkstuinen geen (essentiële) functie vervult voor de steenmarter. Hommelsedijk 4a Bij de uitpandige inspectie van de kippenstallen aan de Hommelsedijk 4a zijn geen sporen aangetroffen van de steenmarter op of rond de bebouwing. Dergelijke sporen zijn in het verleden ook niet aangetroffen door de eigenaar. Tijdens de inspectie is één opening aangetroffen in de buitenmuur van de stal die potentieel geschikt kan zijn voor de steenmarter. Bij de inspectie kon (recent) gebruik van deze opening door de steenmarter echter worden uitgesloten. Op grond van deze resultaten kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de bebouwing op locatie Hommelsedijk 4a geen (essentiële) functie vervult voor de steenmarter.
Hommelsedijk 4b Bij de in- en uitpandige inspectie van de bebouwing aan de Hommelsedijk 4b zijn op diverse locaties sporen van de steenmarter aangetroffen (zie figuur 4). Op grond van het uitgevoerde sporenonderzoek i.c.m. bevraging van de eigenaar kon aanwezigheid van een vaste rust of verblijfplaats van de steenmarter worden uitgesloten voor de bouwwerken A, B, C, en F (zie figuur 4). Voor de vliering van de voormalige varkensstallen D en E (zie figuur 4) geld dat deze niet kon worden betreden voor inspectie. Rond deze stallen zijn wel meerder sporen van de steenmarter aangetroffen. Ook zijn er openingen inde buitenmuur en de dakconstructie aanwezig waardoor een steenmarter zich mogelijk toegang kan verschaffen tot de zolder/vliering van deze stallen. Gelet hierop kon aanwezigheid van een vaste rust- of verblijfplaats op de zolder/vliering van de varkensstallen D en E niet worden uitgesloten op grond van voorliggend sporenonderzoek.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
13
Behalve voorliggend sporenonderzoek zijn rond de stallen op locatie Hommelsedijk 4b echter meerdere nachtelijke soortgerichte onderzoeken uitgevoerd gericht op andere soorten (vleermuizen, steenuil). Gedurende geen van deze nachtelijke onderzoeken is rond de stallen activiteit van steenmarter waargenomen. Indien de stallen de functie als (kraam)verblijf zouden hebben was gedurende deze onderzoeken vrijwel zeker activiteit van steenmarter waargenomen (in het begin van het vleermuisseizoen zouden nog jongen aanwezig moeten zijn). Op basis van deze onderzoeken mag er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat er geen vaste verblijfplaats van de steenmarter aanwezig is in de stallen D en E. Daarnaast blijven in de directe omgeving voldoende potentiële verblijfplaatsen aanwezig, zodat een negatief effecten op de lokale populatie niet wordt verwacht. Op grond van deze resultaten kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de bebouwing op locatie Hommelsedijk 4b geen (essentiële) functie vervult voor de steenmarter.
5.3
Algemeen advies t.a.v. de zorgplicht Op grond van de resultaten in voorliggend onderzoek kan worden aangenomen dat delen van het projectgebied fungeren als leef- en foerageergebied van de steenmarter. Dit geldt met name voor de aanwezige erven, tuinen en toegankelijke opstallen (de aanwezige akkers hebben nauwelijks potentie als leefgebied voor de steenmarter). Het verdient daarom de aanbeveling om, vooruitlopend op start van de daadwerkelijke sloop- en bouwwerkzaamheden, de geschikte delen van het projectgebied zo veel als mogelijk onaantrekkelijk te maken voor de steenmarter. Dit kan door opgeslagen materialen op te ruimen, opgaande vegetatie te snoeien/verwijderen en potentiële verblijfplaatsen in gebouwen onaantrekkelijk te maken dan wel de toegangsmogelijkheden af te dichten (nadat is geverifieerd dat zich geen steenmarters meer in het gebouw bevinden). Zo wordt voorkomen dat er steenmarters deze locaties alsnog in gebruik nemen en/of aanwezig zijn tijdens de start van de werkzaamheden. Dit onaantrekkelijk maken dient plaats te vinden buiten de gevoelige periode van de steenmarter, d.w.z. de periode half februari t/m half mei, wanneer de steenmarter (kleine) jongen heeft (Müskens & Lahaye, 2022).
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
14
7
Literatuurlijst -
Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord Brabant. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Kragten, 2023. Verkennend Flora- en faunaonderzoek woningbouwplan HeeswijkDinther. Rapportnummer 20221221-RVR007-RAP-FF-2.0. Kragten, Herten. Müskens, G. & M. La Haye, 2022. Alternatieve verblijfplaatsen voor steenmarter. Notitie nr. N2022019. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Uchelen E. Van & Smaal, M. 2019. Nieuw instrument om marters te detecteren; de struikrover. Zoogdier, Jaargang 30, nummer 1, lente 2019. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
15
Bijlage 1: Toelichting onderzoekmiddelen kleine marterachtigen Mostela De Mostela of “marterkist” kan worden toegepast voor inventarisatie van wezel en hermelijn. Het is een kist waar een PVC-buis doorheen loopt. De buis is aan de binnenzijde opengewerkt. In de kist is een IR-camera gemonteerd die op het opengewerkte deel van de buis staat gericht. Kleine marterachtigen als bunzing en hermelijn zoeken instinctief kleine ruimtes en holen op en worden daardoor aangetrokken door de buis. Ook worden de dieren aangetrokken door de geur van muizen die eveneens door de buis lopen. Wanneer een dier via de buis de kist in komt wordt de bewegingssensor in de camera getriggerd. De camera maakt daarbijeen foto van de flank van het dier, zodat het dier makkelijke gedetermineerd kan worden o.b.v. de voor beide soorten kenmerkende demarcatielijn.
Figuur B1.1: De mostela.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
16
Struikrover De struikrover is een vrij recent ontwikkeld instrument voor inventarisatie van kleine marters. De struikrover is ontwikkeld vanuit een behoefte om een universele methode te ontwikkelen voor inventarisatie van kleine marters. Het is dan ook het eerste instrument dat geschikt is voor inventarisatie van alle drie de soorten kleine marters; wezel, hermelijn en bunzing (Uchelen & Smaal, 2019). De struikrover is een wildcamera die in een schuin afgesneden pvc buis is gemonteerd. De pvcbuis is aan de bovenkant voorzien van een transparant venster om licht door te laten. Aan de ingang van de buis wordt een lokmiddel, zoals goed geurende sardientjes, toegepast. De dieren die door de lokstof naar de open zijde van de buis worden gelokt worden dan gefotografeerd door de camera in de buis. Deze camera wordt getriggerd door een bewegingssensor.
Figuur B1.2: De struikrover.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
17
Bijlage 2: Resultaten monitoring kleine marterachtigen Tabel B2.1: Waarnemingen per onderzoeklocatie. Locatie Methode
Periode
Doelsoort(en)
1
Mostela
Wezel, hermelijn
Huismuis, huisspitsmuis
2
Struikrover
17-04-2023 t/m 05-072023 17-04-2023 t/m 05-072023
Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter
Huiskat, winterkoning, bosmuis, bruine rat, huisspitsmuis
3
Struikrover
17-04-2023 t/m 05-072023
Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter
4
Mostela
17-04-2023 t/m 05-072023
Wezel, hermelijn
Huismuis, koolmees, veldmuis/rosse woelmuis
5
Mostela
05-07-2023 t/m 29-092023
Wezel, hermelijn
Huismuis, (huis) spitsmuis, winterkoning, bruine rat
6
Struikrover
05-07-2023 t/m 29-092023
Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter
7
Struikrover
05-07-2023 t/m 29-092023
Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter
Koolmees, huiskat, huismuis, grote lijster, vos, ekster, merel,
8
Mostela
05-07-2023 t/m 29-092023
Wezel, hermelijn
Huismuis
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
Waargenomen doelsoort(en)
pagina
Steenmarter
Steenmarter
18
Waargenomen overige soorten
Bosmuis, ekster, huismuis, veldmuis/rosse woelmuis, bruine rat, koolmees
Huiskat, hond, huismuis, rosse woelmuis, roodborst,
Bijlage 3: Overzicht van waarnemingen
Afbeelding B3.1: Locaties van alle marter-gerelateerde waarnemingen binnen het projectgebied. De nummering van de waarnemingen correspondeerd met het waarneming-overzicht in tabel B3.1. Zie tevens figuur 4 voor eend detailweergave van de waarnemingen op locatie Hommelsedijk 4b.
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
19
Tabel B3.1: Overzicht van alle waarnemingen. De nummering van de waarnemingen correspondeert met de nummering in het kaartmateriaal Coördinaten volgens Rijksdriehoekstelsel. Nummer 1
soort Waarneming Locatie Datum Steenmarter Toegang Hommelsedijk 4a 21-11-2023
X 162112
Y 407165
opmerking Opening niet in gebruik; oud spinrag aanwezig en geen veegspoor op buitenmuur. Hoogte circa 2m, vlak onder dakrand
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter Steenmarter
03-05-2023 07-08-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023 21-11-2023
162202 162087 162252 162250 162246 162243 162240 162217 162219 162248 162243 162240 162228
407098 407120 407209 407209 407213 407215 407218 407265 407267 407246 407250 407252 407266
Op beeld d.m.v. cameraval Op beeld d.m.v. cameraval Gepredeerde eieren Gepredeerde kip Oud Gepredeerde eieren Gepredeerde kip/ei Oud Opening in dak Spouwmuur toegankelijk Matig vers Matig vers Aanwezige vegetatie geeft mogelijkheid op dak te komen
15
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162225
407263
Opening in buitenmuur, geeft toegang tot spouw
16
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162227
407269
Opening in dakconstructie, geeft mogelijk toegang tot vliering
17
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162224
407246
Ontbrekende deksel geeft toegang tot mestput
18
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162215
407263
Opening in buitenmuur, toegang tot spouw/interne ruimten
Exemplaar Exemplaar Prooirest Prooirest Uitwerpsel Prooirest Prooirest Uitwerpsel Toegang Toegang Uitwerpsel Uitwerpsel Toegang
Broekbosje Hommelsedijk 4a Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b Hommelsedijk 4b
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
20
19
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162214
407260
Opening in buitenmuur, toegang tot spouw/interne ruimten
20
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162215
407261
Opening in buitenmuur, toegang tot spouw/interne ruimten
21
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162215
407267
Opening in buitenmuur, toegang tot spouw/interne ruimten
22
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162222
407276
Opening in buitenmuur, toegang tot spouw/interne ruimten
23 24
Steenmarter Prooirest Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023 Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162250 162278
407245 407262
Gepredeerde kip Opening in buitenmuur; geeft rechtstreeks toegang tot kippenstal, mogelijkheid tot predatie
25
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162245
407287
Opening in buitenmuur; geeft rechtstreeks toegang tot kippenstal, mogelijkheid tot predatie
26
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162241
407290
Opening in buitenmuur; geeft rechtstreeks toegang tot kippenstal, mogelijkheid tot predatie
27
Steenmarter Toegang
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162223
407275
Opening in nok dak, geeft mogelijk toegang tot vliering
28
Steenmarter Prooirest
Hommelsedijk 4b 21-11-2023
162245
407249
Gepredeerde eieren
Marteronderzoek woningbouwplan Heeswijk-Dinther
pagina
21