CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage inventariserend proefsleuvenonderzoek door Transect B.V., d.d. 8 mei 2025

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 9 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Aanvullende financiering flexwoninglocatie Schoonstraat, Heesch9.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transect-rapport 5750 Heesch, Schoonstraat (ong.) Gemeente Bernheze (NB) Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Colofon Titel

Rapportnummer

Heesch, Schoonstraat (ong.), Gemeente Bernheze (NB), een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase Transect-rapport 5750

Auteur

A.C. de Hoop en J. Rap

Versie

Versie 2.0

Datum

08-05-2025

Projectnummer Onderzoeksmelding

24120010 5689939100

Opdrachtgever

Gemeente Bernheze De Misse 6 5384 BZ Heesch Transect b.v. Overijsselhaven 127

Uitvoerder

3433 PH Nieuwegein Bevoegde overheid Monumentenhuis Brabant Adviseur namens bevoegde overheid N. Groot, Monumentenhuis Brabant Toetsing rapport bevoegde overheid

Nog niet beoordeeld

Beheer en plaats documentatie Omslagafbeelding

Transect b.v., Nieuwegein Overzicht van werkput 12, gezien richting het westen.

Autorisatie Naam A.A. Kerkhoven Senior KNA Archeoloog

Datum 08-05-2025

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van de gemeente Bernheze heeft Transect b.v. in februari 2025 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Schoonstraat (ong.) in Heesch (gemeente Bernheze). De aanleiding voor dit onderzoek is de realisatie van 29 flexwoningen. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij de voorgenomen bodemingrepen. Vooronderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is in september 2024 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Van der Klooster 2024b). Uit dit onderzoek blijkt dat onder het plaggendek een restant van een podzolbodem aanwezig is in delen van het plangebied. Op basis hiervan heeft de bevoegde overheid besloten dat een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (selectiebesluit K. Kersten, 15 november 2024). Dit proefsleuvenonderzoek moet de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Resultaten Tijdens het onderzoek zijn 17 proefsleuven aangelegd (totaal 1020 m 2). Het vlak is aangelegd in de top van het dekzand. De top van het dekzand loopt op richting het zuidoosten; van 8,6 m +NAP in het noordwesten naar 9,3 m +NAP in het zuidoosten (ca. 70 cm -Mv).

Er zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 betreft drie structuren uit de IJzertijd – Romeinse tijd, namelijk twee gebouwen en één bijgebouw of spieker. Vindplaats 2 betreft sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, bestaande uit esgreppels en spitsporen. In de oude bouwvoor, de spitsporen, de B-/BC-horizont en de sporen is voornamelijk keramiek aangetroffen. De keramiek dateert uit de IJzertijd – Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, en correleert daarmee met de hierboven genoemde vindplaatsen. De esgreppels van vindplaats 2 zijn met het proefsleuvenonderzoek reeds in kaart gebracht. Aanvullend onderzoek zal daarom weinig nieuwe informatie opleveren. Vervolgonderzoek ter plaatse van vindplaats 1 kan daarentegen wél nieuwe inzichten bieden. De exacte datering, aard en ruimtelijke indeling van het complex is namelijk nog niet bekend. Ook vertonen de keramiekvondsten een mengvorm van inheemse en uitheemse technieken. Nader onderzoek kan daarom bijdragen aan onze kennis over culturele interacties en de uiting daarvan in de materiele cultuur in Heesch gedurende de IJzertijd – Romeinse tijd. De aangetroffen resten passen in de context van eerder aangetroffen resten circa 100 m ten zuiden van het plangebied (onderzoeksmelding 2774059100).

Hier zijn in 1982 keramiek-, vuursteenfragmenten en houtskoolresten aangetroffen, daterend vanaf de Midden Bronstijd tot en met de IJzertijd. Mogelijk betreft dit dan ook dezelfde vindplaats als vindplaats 1 uit onderhavig onderzoek – of een voorganger daarvan. De overige sporen die buiten de vindplaatsen vallen bestaan uit esgreppels en losse paalsporen. Dit zijn off-site fenomenen en hebben een lage informatiewaarde. Selectieadvies Het doel van het proefsleuvenonderzoek was om aan te tonen of er in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, te bepalen of de vindplaats behoudenswaardig is en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is.

4

Tijdens het veldonderzoek zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. Op basis van de waardestelling (zie paragraaf 6.2) kan worden geconcludeerd dat vindplaats 1 behoudenswaardig is op basis van de hoge zeldzaamheid en informatiewaarde. Vindplaats 2 is van goede fysieke kwaliteit, maar van lage inhoudelijke kwaliteit en daarom niet behoudenswaardig. Wanneer vindplaats 1 vanwege de geplande bodemingrepen niet in situ kan worden behouden, adviseren wij de vindplaats op te graven zodat de resten ex situ kunnen worden behouden. De vindplaats beslaat 4510 m2 (bijlage 9). Ons advies is om een archeologische opgraving (Protocol 4004) uit te voeren, daar waar het archeologisch niveau binnen de vindplaats wordt bedreigd (vanaf 40 cm Mv; 9,0 – 9,7 m +NAP). Hierbij is rekening gehouden een verticale bufferzone van minimaal 30 cm tussen de bodemingrepen en het archeologisch niveau. De overige delen van het plangebied buiten de vindplaats kunnen onzes inziens worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het bevoegd gezag, de gemeente Bernheze, neemt op basis van dit advies een selectiebesluit.

Indien elders in het plangebied onverhoopt archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, conform afdeling 19.2 van de Omgevingswet 2024 (https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/archeologische-vondstenmelden).

5

Inhoud 1.

Aanleiding.............................................................................................................................. 7

2.

Vooronderzoek ...................................................................................................................... 9

3.

Aard, doel en onderzoeksvragen......................................................................................... 10

4.

Onderzoeksmethodiek ........................................................................................................ 11

5.

Resultaten veldonderzoek ................................................................................................... 13

6.

Conclusies, waardestelling en selectieadvies ...................................................................... 27

7.

Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................... 31

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland .............................................................. 33

Bijlage 2.

Luchtfoto ............................................................................................................................. 34

Bijlage 3.

Toekomstige situatie ........................................................................................................... 35

Bijlage 4.

Allesporenkaarten ............................................................................................................... 36

Bijlage 5.

Vlaktekeningen .................................................................................................................... 39

Bijlage 6.

Fasering sporen ................................................................................................................... 56

Bijlage 7.

Sporen- en lagenlijst ............................................................................................................ 58

Bijlage 8.

Vondstenlijst........................................................................................................................ 68

Bijlage 9.

Advieskaart .......................................................................................................................... 73

Bijlage 10. Vlakhoogten ........................................................................................................................ 74 Bijlage 11. Beantwoording onderzoeksvragen ..................................................................................... 75

6

1. Aanleiding Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Bernheze

Plaats

Heesch

Toponiem

Schoonstraat (ong.)

Kaartblad

46A

Perceelnummer(s)

B 5601

Centrumcoördinaat

165.174 / 415.150

Oppervlakte plangebied

1,0 ha

Oppervlakte onderzoeksgebied

1,0 ha

Huidig grondgebruik

Landbouwgrond

In opdracht van de gemeente Bernheze heeft Transect b.v.1 in februari 2025 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Schoonstraat (ong.) in Heesch (gemeente Bernheze). De aanleiding voor dit onderzoek is de realisatie van 29 flexwoningen. De woningen zullen op het maaiveld gefundeerd worden. Ingrepen dieper dan 30 cm betreffen de aanleg van wegen, kabels en leidingen. Ook zullen er nieuwe bomen worden geplant en bosschages worden aangebracht. In het kader van de vergunningaanvraag is volgens het bestemmingsplan archeologisch onderzoek noodzakelijk. In september 2024 is daarom een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Van der Klooster 2024b). Uit dit onderzoek blijkt dat onder het plaggendek een restant van een podzolbodem aanwezig is in delen van het plangebied. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek heeft de bevoegde overheid besloten dat een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (selectiebesluit K. Kersten, 15 november 2024). Dit proefsleuvenonderzoek moet de vraag beantwoorden of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is.

Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform het daartoe opgestelde Programma van Eisen (PvE: Van der Klooster 2024a, KSP PvE 24200, v1.1), de eisen van de bevoegde overheid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). In dit rapport zijn de resultaten van het onderzoek beschreven en wordt een advies geformuleerd over de al dan niet te nemen vervolgstappen.

1

Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.2, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij de RCE en de SIKB.

7

Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron: pdok.nl.

8

2. Vooronderzoek2 Het plangebied ligt op een bolvormige dekzandrug. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken die de Roerdalslenk en het Peel Blok begrenzen. De Schoonstraat vormt een grens/breuklijn tussen de hoger gelegen Horst ten oosten en de lager gelegen slenk ten westen van de Schoonstraat (Berendsen 2005; Geologische kaart 2021). Tijdens het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de oorspronkelijke podzolbodem in twee boringen nog aanwezig is vanaf 40 à 50 cm-Mv en de top van de C-horizont aanwezig is vanaf 70 à 80 cm. In de twee andere boringen is de top van de C-horizont direct onder het humeuze dek aanwezig, vanaf 80 à 100 cm -Mv. Hier zal de podzolbodem opgenomen zijn in de onderzijde van het humeuze dek. Aan de oostzijde van het plangebied is de C-horizont waargenomen vanaf 125 à 130 cm -Mv. In het vooronderzoek wordt gesuggereerd dat hier mogelijk een slootvulling is aangeboord, maar het zou ook een archeologisch spoor of een verstoring kunnen betreffen (Van den Klooster, 2024a). Circa 50 m ten zuiden van het plangebied is vuursteen, aardewerk en houtskool uit het Neolithicum t/m de IJzertijd aangetroffen (vondstmelding 2774059100). Op circa 80 m ten zuidoosten van het plangebied is vuursteenafslag uit het Mesolithicum (vondstmelding 2778842100).

In een ruimere straal rondom het plangebied zijn ook enkele vondstmeldingen van materiaal uit de Romeinse tijd bekend (zie Bergman 2017). Op historische kaarten is het plangebied tot op heden onbebouwd gebleven en in gebruik geweest als landbouwgrond.

2

De informatie uit dit hoofdstuk is grotendeels afkomstig uit het vooronderzoek (Van der Klooster, 2024a) en het Programma van Eisen (Van der Klooster, 2024b).

9

3. Aard, doel en onderzoeksvragen Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Als zodanig dient de vraagstelling te worden beantwoord of in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, of deze behoudenswaardig zijn en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Dit wordt onderzocht aan de hand van de volgende onderzoeksvragen uit het Programma van Eisen (PvE: Van der Klooster 2024a), die in bijlage 11 worden genoemd en beantwoord.

10

4. Onderzoeksmethodiek Het veldwerk is uitgevoerd van 18 tot en met 21 februari 2024 door Jurgen Rap (Senior KNA Archeoloog MA; projectleider) en Duane Havenga (Veldmedewerker). Tijdens het veldonderzoek was het plangebied in gebruik als landbouwgrond. Het onderzoek betreft een proefsleuvenonderzoek. Deze onderzoeksmethode valt in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.2) onder Protocol 4003, Inventariserend Veldonderzoek (landbodems) – Proefsleuven (IVO-P). Conform het PvE werd uitgegaan van een dekkingsgraad van circa 10% van het onderzoeksgebied (onderzoeksmethode A2). Zodoende zijn in het plangebied 17 proefsleuven aangelegd van elk 15 bij 4 meter (60 m2 per stuk 1020 m2 in totaal; 8% van het plangebied). De sleuven zijn haaks op de breuklijn georiënteerd (zie hoofdstuk 2). Het vlak is aangelegd in de top van het dekzand. De top van het dekzand loopt op richting het zuidoosten; van 8,6 m +NAP in het noordwesten naar 9,3 m +NAP in het zuidoosten (ca. 70 cm -Mv). Het vlak is aangelegd met behulp van een graafmachine, voorzien van een gesloten bak met een glad snijvlak. De bodem is verdiept in lagen van maximaal 10 cm. Vlak boven het archeologisch relevante niveau is verdiept in lagen van maximaal 2 tot 5 cm. Sporen kunnen als zodanig tijdig worden gesignaleerd en zo intact mogelijk worden gedocumenteerd.

Ook kunnen op die manier vondsten (in situ) systematisch in kaart worden gebracht. Het vlak is waar nodig met de schep opgeschaafd om de spoorcontouren zo scherp mogelijk (op foto) vast te leggen. Na het nemen van de vlakfoto’s zijn sporen met een dGPS ingemeten. De resultaten hiervan zijn vastgelegd op de allesporenkaart en vlaktekeningen (zie bijlagen 4 en 5). Conform het PvE is een selectie van de sporen gecoupeerd, gefotografeerd en getekend. De bodemopbouw is gedocumenteerd aan de hand van twee profielkolommen van minimaal 1 m breed, aan het begin en het einde van de meest representatieve wand van de put. Op de vlaktekening zijn ook de putcontouren, vlakhoogten, maaiveldhoogten, locaties van profielkolommen, coupelijnen en contouren van bodemverstoringen gedocumenteerd. De profielkolommen en profielen van gecoupeerde sporen zijn analoog op schaal 1:20 getekend. Tijdens het veldonderzoek zijn geen bodemmonsters genomen. Vondsten die niet aan sporen of spoorvullingen kunnen worden gekoppeld (aanlegvondsten), worden per laag en per vak van 4 bij 5 m verzameld en geregistreerd. Vondsten die wel aan sporen kunnen worden gekoppeld, zijn per spoor(vulling) geregistreerd en verzameld (zie figuur 2). Er zijn ook vondsten uit de verstoorde lagen verzameld om de verstoring te dateren. Tijdens het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een metaaldetector om metaalvondsten op te sporen.

11

Figuur 2. Vondsten worden per spoor verzameld na het opschaven van het vlak.

12

5. Resultaten veldonderzoek 5.1. Bodemopbouw3 In het plangebied is een veldpodzol aangetroffen. De top van het bodemprofiel bestaat uit een moderne bouwvoor (S.1000), met daaronder een bouwlanddek (S.1100) en een oude bouwvoor (S.2000; A-horizont). De onderzijde van het bouwlanddek wordt gekenmerkt door een spit-/akkerlaag (S.500), die plaatselijk de oorspronkelijke podzolbodem heeft afgetopt (zie figuur 4). Elders is de oorspronkelijke podzolbodem nog intact, bestaande uit een E-horizont (S.2100) en een B-/BC-horizont (S.2200) in de top van het dekzand (S.3000; C-horizont). In het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen aangetroffen.

S.1000

S.1100 S.2100 S.2200 S.3000

Figuur 3. Profiel 12.1 in de zuidelijke wand van werkput 12.

3

De sporen- en lagenlijst met beschrijvingen van de vullingen is opgenomen in bijlage 7.

13

S.1000

S.1100 S.500 S.3000

Figuur 4. Profiel 4.2 in de zuidelijke wand van werkput 4.

14

5.2. Sporen4 Tijdens het onderzoek zijn 114 archeologisch relevante grondsporen aangetroffen. Het gaat om greppels, kuilen, paalsporen, spitsporen, grondverbeteringssporen en wandgreppels. Op basis van uiterlijke kenmerken, vondstmateriaal en oversnijdingen dateren de sporen uit de IJzertijd – Romeinse tijd, en uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd (zie ook tabel 1 en bijlage 6). Er zijn drie structuren aangetroffen. Het betreft twee gebouwen (structuren 1 en 2) en één bijgebouw of spieker (structuur 3). Alle structuren dateren uit de IJzertijd – Romeinse tijd. Uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd zijn enkel sporen van landgebruik/-bewerking aangetroffen, zoals esgreppels en spitsporen. Greppels S.2 en S.7 lopen gelijk aan de perceelsgrenzen op het Kadastrale Minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (zie figuur 17). Waar de sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verspreid over het plangebied liggen, bevinden de structuren uit de IJzertijd – Romeinse tijd zich in het noordwesten van het plangebied. Langs de oost- en zuidgrens van het plangebied lopen twee greppels uit deze periode, die mogelijk een afbakening van de nederzetting of het erf vormen (S.107 en S.107: de zuidelijke continuering van S.26). Structuur 1 betreft een gebouwplattegrond in werkput 10, bestaande uit een rij parallelle paalsporen waar een wandgreppel tussendoor loopt (S.53 en S.72).

Kuil S.65 is mogelijk een ingangskuil, hoewel het onzeker is waar de binnenruimte en buitenruimte van de structuur zich bevinden. Wandgreppel S.66 ten zuiden van de lange wand en mogelijke ingangskuil S.65 oversnijdt namelijk paalspoor S.69 – de tegenhanger van paalspoor S.70 ten noorden van wandgreppel S.72. Op basis hiervan is wandgreppel S.66 jonger. Mogelijk betreft dit een reparatie of een latere toevoeging aan de binnenruimte van de structuur of de uitwendige ingangspartij.

Figuur 5. Structuur 1. In blauw de IJzertijd-/Romeinse sporen, in roze de laatmiddeleeuwse/nieuwetijdse sporen, en in grijs de sporen die niet tot de structuur behoren en/of nog niet adequaat kunnen worden gedateerd. 4

De sporen zijn geïdentificeerd en gedateerd/gefaseerd op basis van vorm, afmeting, en vulling, en waar mogelijk vondstmateriaal. De sporen- en lagenlijst met daarin alle spoorbeschrijvingen is opgenomen in bijlage 7.

15

Structuur 2 bevindt zich in de westelijke helft van werkput 3 en bestaat uit paalsporen en wandgreppels. Anders dan structuur 1 vertoont structuur 2 geen evenredig verspreide paalsporen met tegenhangers aan weerszijden van de wandgreppels. Wel is er sprake van twee duidelijke middenstaanders (S.11 en S.14). Greppel S.18 en paalspoor S.12 oversnijden de wandgreppels en zijn daarom jonger dan de rest van de structuur. Het is onduidelijk of de discrepantie tussen de plattegronden van structuren 1 en 2 kan worden verklaard door een verschil in datering. Er zijn geen dateerbare vondsten in de sporen binnen structuur 2 aangetroffen.

Figuur 6. Structuur 2, legenda idem figuur 5.

Structuur 3 betreft een zespalige spieker of bijgebouw in werkput 12. Paalsporen S.83, S.86, S.90 en S.91 kruisen de structuur. De datering van deze sporen is onduidelijk, noch is bekend of deze sporen bij een andere structuur horen. Ten oosten van structuur 3 ligt een (water)kuil, waaruit handgevormd aardewerk is verzameld. De kuil wordt doorsneden door een greppel uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd (esgreppel S.93). De sporen uit de IJzertijd – Romeinse tijd worden zichtbaar in de top van de BC-horizont. De spitlaag (S.500) ligt hierboven en gaat daarmee door en over de IJzertijd- en Romeinse sporen heen. De sporen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd zijn reeds aan te treffen in de oude bouwvoor. De aangetroffen resten passen in de context van eerder aangetroffen resten circa 100 m ten zuiden van het plangebied (onderzoeksmelding 2774059100). Hier zijn in 1982 keramiek-, vuursteenfragmenten en houtskoolresten aangetroffen, daterend vanaf de Midden Bronstijd tot en met de IJzertijd. Mogelijk betreft dit dan ook dezelfde vindplaats als vindplaats 1 uit onderhavig onderzoek – of een voorganger daarvan.

16

Figuur 7. Structuur 3, legenda idem figuur 5.

Tabel 1. Sporen waarin dateerbaar vondstmateriaal is aangetroffen.

Vondstnummer

Spoor

Spooraard

Vondstcat.

Begindat.

Einddat.

0005KER

0027

PK

KER

IJZ

IJZ

0012KER

0035

GR

KER

LMEB

VNT

0015KER

0058

GR

KER

IJZ

ROM

0016KER

0060

PK

KER

IJZ

IJZ

0017KER

0061

PK

KER

IJZ

IJZ

0018KER

0065

PK

KER

IJZ

IJZ

0030KER

0092

KL

KER

IJZ

IJZ

0032KER

0102

GR

KER

IJZ

IJZ

0033KBW

0103

GR

KBW

XME

XME

0037KER

0105

GR

KER

IJZ

IJZ

0038SVU

0106

PK

SVU

0044KER

0108

GR

KER

IJZ

IJZ

0044SVU

0108

GR

SVU

0041KBW

0111

GR

KBW

VMEA

LMEA

0042KER

0112

GR

KER

LMEB

VNT

0043KER

0113

PK

KER

IJZ

IJZ

17

Figuur 8. Coupe van paalspoor S.3, met een duidelijke paalkern.

Figuur 9. Mogelijke ingangspartij en latere, haakse wandgreppel in structuur 1.

18

Figuur 10. Overzicht van de paalsporen langs de wandgreppel van structuur 1.

Figuur 11. Oversnijdende esgreppels (v.l.n.r. S.52 en S.55) gaan door de paalsporen en wandgreppels van structuur 1 heen.

19

Figuur 12. Overzicht van structuur 2, gezien richting het oosten.

Figuur 13. Structuur 3.

20

Figuur 14. (Water)kuil S.92 naast structuur 3, met esgreppel S.93 erdoorheen.

21

Figuur 15. Spitsporen (S.500) in werkput 7.

Figuur 16. (Es)greppel S.111, ingestoken vanuit de oude A-horizont (S.2000).

22

Figuur 17. De allesporenkaart geprojecteerd op het Kadastrale Minuutplan (1811-1832). Enkele greppels (zoals S.2 en S.7) lijken gelijk te lopen met de percelering op het Minuutplan, hoewel veel greppels ook een volledig andere ligging en/of oriëntatie vertonen.

23

5.3. Vondsten5 Tijdens het onderzoek zijn in totaal 109 vondsten aangetroffen (zie tabel 2). De vondsten komen uit de moderne bouwvoor (S.1000), de oude bouwvoor (S.1100), de spit-/akkerlaag (S.500), de B-/BChorizont (S.2200) en de sporen. De vondsten dateren voornamelijk uit de IJzertijd en de Late Middeleeuwen, met uitzondering van het vuursteen, dat dateert uit het Mesolithicum. Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit keramiek. Tabel 2. Vondstcategorieën en aantallen.

Vondstcategorie Glas (GLS) Keramisch bouwmateriaal (KBW) Keramiek (KER) Pijpaarde (KKP) Metaal (MXX) Houtskool (OPHK) Vuursteen (SVU)

Aantal 1 7 88 1 1 1 10

De keramiekvondsten kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën: keramiek uit de IJzertijd – Romeinse tijd en keramiek uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. De keramiek uit de IJzertijd – Romeinse tijd bestaat voornamelijk uit handgevormd, besmeten aardewerk. Besmijten is een techniek die gedurende de gehele IJzertijd werd toegepast. Het overige handgevormde aardewerk uit de IJzertijd vertoont een grove kwartsmagering. Overige IJzertijd-scherven zijn gemagerd met potgruis of hebben een gepolijst oppervlak. Een klein aantal keramiekfragmenten dateert uit de Romeinse tijd (N=14), waarvan de meest in het oog springende vondst een grote rand van een dolium (VNR15). Het baksel is gedraaid en het vormtype is kenmerkend voor voorraadvaten uit de Romeinse tijd. Wel is het baksel erg zacht en grof gemagerd. De scherf vertoont dus zowel lokale als Romeinse (import) kenmerken. De keramiek uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd bestaat uit steengoed en roodbakkend geglazuurd aardewerk. Het steengoed dateert voornamelijk uit de Late Middeleeuwen, met de vroegste scherf daterend circa de 13e eeuw (proto-steengoed; 1200-1400; VNR46). Het roodbakkend geglazuurd aardewerk dateert uit de Vroege Nieuwe tijd. Het steengoed en roodbakkend geglazuurd aardewerk is voornamelijk afkomstig uit de moderne bouwvoor en het oud-bouwlanddek.

In het oud-bouwlanddek is naast keramiek uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd ook aardewerk uit de IJzertijd – Romeinse tijd gevonden. Ook in de spit/akkerlaag is keramiek met uiteenlopende dateringen gevonden, hoewel het grootste deel van de keramiekvondsten uit deze laag dateert uit de IJzertijd (besmeten, handgevormd aardewerk). Het betreft dan ook opspit. Het keramisch bouwmateriaal bestaat uit grote brokken van oranjerode bakstenen met een zacht baksel. Er zijn geen hele baksteenzijden bewaard gebleven. Op basis van het zachte baksel dateert het keramisch bouwmateriaal ten minste uit de Middeleeuwen. Het vuursteen bestaat uit fragmenten debitage, incomplete schrabbers, een mogelijk deel van een kling en een ruimer. Het gaat om Wommersom kwartsiet. De vondsten zijn verspreid over de werkputten aangetroffen. De artefacten zijn afkomstig uit de ploeglaag, of zijn middels bioturbatie in sporen met een jongere datering terechtgekomen. Het vuursteen is niet goed genoeg geconserveerd om de artefacten nauwkeuriger te dateren dan in het Mesolithicum. Het betreft dan ook verploegde, geïsoleerde vondsten. 5

Alle vondstbeschrijvingen zijn te vinden in bijlage 8.

24

Figuur 18. Besmeten, handgevormd aardewerk uit de IJzertijd. Links een groot bodemfragment (beide VNR43 uit paalspoor S.113).

Figuur 19. Doliumrand uit greppel S.58 (VNR15).

25

Figuur 20. Verschillende soorten handgevormd aardewerk uit de IJzertijd. Links met grove kwartsmagering, middenin besmeten, rechts gepolijst oppervlak. Alles afkomstig uit spit-/akkerlaag S.500 in werkput 17 (VNR45).

26

6. Conclusies, waardestelling en selectieadvies 6.1. Conclusie Tijdens het onderzoek zijn 17 proefsleuven aangelegd (totaal 1020 m 2). Het vlak is aangelegd in de top van het dekzand. De top van het dekzand loopt op richting het zuidoosten; van 8,6 m +NAP in het noordwesten naar 9,3 m +NAP in het zuidoosten (ca. 70 cm -Mv). Er zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 betreft drie structuren uit de IJzertijd – Romeinse tijd, namelijk twee gebouwen en één bijgebouw of spieker. Vindplaats 2 betreft sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, bestaande uit esgreppels en spitsporen. In de oude bouwvoor, de spitsporen, de B-/BC-horizont en de sporen is voornamelijk keramiek aangetroffen. De keramiek dateert uit de IJzertijd – Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, en correleert daarmee met de hierboven genoemde vindplaatsen. De esgreppels van vindplaats 2 zijn met het proefsleuvenonderzoek reeds in kaart gebracht. Aanvullend onderzoek zal daarom weinig nieuwe informatie opleveren. Vervolgonderzoek ter plaatse van vindplaats 1 kan daarentegen wél nieuwe inzichten bieden. De exacte datering, aard en ruimtelijke indeling van het complex is namelijk nog niet bekend. Ook vertonen de keramiekvondsten een mengvorm van inheemse en uitheemse technieken.

Nader onderzoek kan daarom bijdragen aan onze kennis over culturele interacties en de uiting daarvan in de materiele cultuur in Heesch gedurende de IJzertijd – Romeinse tijd. De overige sporen die buiten de vindplaatsen vallen bestaan uit esgreppels en losse paalsporen. Dit zijn off-site fenomenen en hebben een lage informatiewaarde. 6.2. Waardestelling Archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd conform de BRL4000 / KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen en bijlage IV van de KNA 4.2. Vindplaatsen worden gewaardeerd op drie waarden (beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit) en daarbinnen op waarderingscriteria (zie tabellen). Op ieder van de in totaal acht waarderingscriteria kan minimaal 1 en maximaal 3 worden gescoord. De waardestelling vindt op het niveau van de betreffende archeoregio plaats. Bij de waardering wordt eerst nagegaan of vindplaatsen vanwege hun belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als behoudenswaardig aangemerkt kunnen worden (figuur hieronder). De vindplaatsen worden vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een vindplaats is in principe behoudenswaardig, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld scoren (vijf of zes punten).

Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden vervolgens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. • Eerst vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het monument als behoudenswaardig aangemerkt. • Na deze weging wordt bij vindplaatsen met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie. • De overige vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig.

27

De waarderingssystematiek op basis van de BRL4000/KNA 4.2. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. Het betreft drie structuren uit de IJzertijd – Romeinse tijd, namelijk twee gebouwen en één bijgebouw of spieker, en sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, bestaande uit esgreppels en spitsporen. Hieronder worden de twee vindplaatsen afzonderlijk gewaardeerd als vindplaats 1 uit de IJzertijd – Romeinse tijd en vindplaats 2 uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Vindplaats 1: erf/erven of nederzetting uit de IJzertijd – Romeinse tijd Beleving Voor wat betreft beleving kan de vindplaats niet gescoord worden, omdat deze niet bovengronds zichtbaar is. De vindplaats bestaat uit bodemlagen, sporen/structuren en vondsten. Structuurelementen zoals bakstenen muren of stenen monumenten ontbreken, zowel ondergronds als bovengronds, zodat de belevingswaarde in de huidige staat nihil is. Belevingswaarde kan alleen met extra maatregelen worden gegenereerd, zoals opgraving, expositie, memorabilia (bijv. het vernoemen van straten/wijken naar de vindplaats) en/of reconstructie. Fysieke kwaliteit De vindplaats scoort voor wat betreft de fysieke kwaliteit vier punten. In delen van het plangebied is de oorspronkelijke podzol nog intact, wat betekent dat de oorspronkelijke bodem intact is geweest sinds de Romeinse tijd.

Sporen zijn herkenbaar in de B-, BC- en C-horizont. Ook op plaatsen waar de natuurlijke ondergrond is geroerd door landbewerking in het verleden, zijn de sporen nog duidelijk in het vlak aanwezig. Wel worden de structuren doorsneden door de laatmiddeleeuwse of nieuwetijdse esgreppels en spitsporen van vindplaats 2, waardoor een klein deel van de sporen van vindplaats 1 verloren is gegaan. De vondsten zijn over het algemeen van goede kwaliteit. Er zij weinig diagnostische kenmerken (randen; oren; bodems/voeten e.d.) in het keramiekcomplex aanwezig, maar wel veel grote fragmenten, wat duidt op weinig verploeging. Er zijn geen organische resten aangetroffen. Inhoudelijke kwaliteit Inhoudelijk scoort de vindplaats zeven punten. De aangetroffen resten passen in de context van eerder aangetroffen resten circa 100 m ten zuiden van het plangebied (onderzoeksmelding 2774059100). Hier zijn in 1982 keramiek-, vuursteenfragmenten en houtskoolresten aangetroffen,

28

daterend vanaf de Midden Bronstijd tot en met de IJzertijd. Mogelijk betreft dit dan ook dezelfde vindplaats als vindplaats 1 uit onderhavig onderzoek – of een voorganger daarvan. Al tijdens het proefsleuvenonderzoek konden drie verschillende structuren binnen de vindplaats worden aangewezen, waarmee sprake is van een erf of nederzetting. De ruimtelijke indeling van het complex is nog niet bekend. Vervolgonderzoek kan daarom nieuwe inzichten bieden over de exacte datering, aard en invulling van de vindplaats. De keramiekvondsten lijken daarnaast een mengvorm van inheemse en uitheemse technieken. Nader onderzoek kan daarom bijdragen aan onze kennis over culturele interacties en de uiting daarvan in de materiele cultuur in Heesch gedurende de IJzertijd – Romeinse tijd. De vindplaats maakt geen onderdeel uit van naastgelegen complexen en heeft daarom een lage ensemblewaarde, hoewel met enige voorzichtigheid kan worden gesteld de structuren een ensemble an sich vormen. Daarnaast zijn de grotere nederzettingen uit de IJzertijd-Romeinse tijd (OssUssen; Uden; Haps e.d.) niet ver van het plangebied verwijderd – hooguit een dag lopen. Tabel 3. Waardestelling vindplaats. Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid

Wordt niet gescoord

Herinneringswaarde

Wordt niet gescoord

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Score - hoog

Score - middelhoog

Gaafheid

2

Conservering

2

Zeldzaamheid

3

Informatiewaarde

3

Ensemblewaarde Representativiteit

Score - laag

1 n.v.t.

Vindplaats 2: sporen van landgebruik (esgreppels en spitsporen) uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd Beleving Voor wat betreft beleving kan de vindplaats niet gescoord worden, omdat deze niet bovengronds zichtbaar is. De vindplaats bestaat uit bodemlagen, sporen/structuren en vondsten. Structuurelementen zoals bakstenen muren of stenen monumenten ontbreken, zowel ondergronds als bovengronds, zodat de belevingswaarde in de huidige staat nihil is. Belevingswaarde kan alleen met extra maatregelen worden gegenereerd, zoals opgraving, expositie en reconstructie. Fysieke kwaliteit De vindplaats scoort voor wat betreft de fysieke kwaliteit vijf punten. Er zijn geen bodemverstoringen aanwezig en de sporen zijn duidelijk leesbaar in het vlak aanwezig. De vondsten zijn van redelijke kwaliteit. Hoewel zich onder de keramiekvondsten enige diagnostische fragmenten bevinden, zijn de fragmenten veelal verweerd en beschadigd door ploegwerkzaamheden in het verleden. Er is geen organisch vondstmateriaal aangetroffen. Inhoudelijke kwaliteit Inhoudelijk scoort de vindplaats drie punten. Vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd zijn niet zeldzaam. De vindplaats bestaat enkel uit sporen van landgebruik. De esgreppels zijn met het proefsleuvenonderzoek reeds grotendeels in kaart gebracht. Aanvullend onderzoek zal daarom weinig nieuwe informatie opleveren.

De vindplaats heeft een middelhoge ensemblewaarde omdat de vindplaats onderdeel uitmaakt van de laatmiddeleeuwse/nieuwetijdse ontginning en ingebruikname van het plangebied en de wijdere omgeving daarvan. 29

Tabel 4. Waardestelling vindplaats. Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid

Wordt niet gescoord

Herinneringswaarde

Wordt niet gescoord

Fysieke kwaliteit

Gaafheid Conservering

Inhoudelijke kwaliteit

Score - hoog

Score - middelhoog

Score - laag

3 2

Zeldzaamheid

1

Informatiewaarde

1

Ensemblewaarde

2

Representativiteit

n.v.t.

6.3. Selectieadvies Het doel van het proefsleuvenonderzoek was om aan te tonen of er in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, te bepalen of de vindplaats behoudenswaardig is en onder welke randvoorwaarden behoud mogelijk is. Tijdens het veldonderzoek zijn twee archeologische vindplaatsen aangetroffen. Op basis van de waardestelling (zie paragraaf 6.2) kan worden geconcludeerd dat vindplaats 1 behoudenswaardig is op basis van de hoge zeldzaamheid en informatiewaarde. Vindplaats 2 is van goede fysieke kwaliteit, maar van lage inhoudelijke kwaliteit en daarom niet behoudenswaardig. Wanneer vindplaats 1 vanwege de geplande bodemingrepen niet in situ kan worden behouden, adviseren wij de vindplaats op te graven zodat de resten ex situ kunnen worden behouden. De vindplaats beslaat 4510 m2 (bijlage 9). Ons advies is om een archeologische opgraving (Protocol 4004) uit te voeren, daar waar het archeologisch niveau binnen de vindplaats wordt bedreigd (vanaf 40 cm Mv; 9,0 – 9,7 m +NAP). Hierbij is rekening gehouden een verticale bufferzone van minimaal 30 cm tussen de bodemingrepen en het archeologisch niveau. De overige delen van het plangebied buiten de vindplaats kunnen onzes inziens worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het bevoegd gezag, de gemeente Bernheze, neemt op basis van dit advies een selectiebesluit.

Indien elders in het plangebied onverhoopt archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, conform afdeling 19.2 van de Omgevingswet 2024 (https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/archeologische-vondstenmelden).

30

7. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl Verwijzingen • SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). • Bodemkaart van Nederland, toelichting bij blad 39 west en oost Rhenen, Schaal 1:50.000, StiBoKa 1973. • Bakker, H. de & J. Schelling 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. • Berendsen, H.J.A. 2005. De vorming van het land, Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. • Bergman, W.A., 2017. Gemeente Bernheze, Plangebied Schoonstraat te Heesch, Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC Rapport V-17.0070. • Borsboom, A.J. & J.W.H.P. Verhagen 2009: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), versie 1.02, Gouda (CCvD). • Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). • Kooistra, L.I. & O. Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). • Klooster, E., van der, 2024a.

Programma van Eisen, Schoonstraat nabij kruising met Binnenweg te Heesch (perceel Heesch B 5601), KSP PvE 24200, v1.1 (definitief), 19 december 2024. • Klooster, E., van der, 2024b. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek), verkennende fase Schoonstraat nabij kruising met Binnenweg te Heesch, Gemeente Bernheze. KSP-rapport 24109. • Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Figurenlijst Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron: pdok.nl..................................... 8 Figuur 2. Vondsten worden per spoor verzameld na het opschaven van het vlak. ................................ 12 Figuur 3. Profiel 12.1 in de zuidelijke wand van werkput 12. ................................................................. 13 Figuur 4. Profiel 4.2 in de zuidelijke wand van werkput 4. ..................................................................... 14 Figuur 5. Structuur 1. In blauw de IJzertijd-/Romeinse sporen, in roze de laatmiddeleeuwse/nieuwetijdse sporen, en in grijs de sporen die niet tot de structuur behoren en/of nog niet adequaat kunnen worden gedateerd. .................................. 15 Figuur 6. Structuur 2, legenda idem figuur 5. ......................................................................................... 16 Figuur 7.

Structuur 3, legenda idem figuur 5. ......................................................................................... 17 Figuur 8. Coupe van paalspoor S.3, met een duidelijke paalkern. .......................................................... 18 Figuur 9. Mogelijke ingangspartij en latere, haakse wandgreppel in structuur 1. .................................. 18 Figuur 10. Overzicht van de paalsporen langs de wandgreppel van structuur 1. ................................... 19 Figuur 11. Oversnijdende esgreppels (v.l.n.r. S.52 en S.55) gaan door de paalsporen en wandgreppels van structuur 1 heen. .............................................................................................................................. 19 Figuur 12. Overzicht van structuur 2, gezien richting het oosten. .......................................................... 20 Figuur 13. Structuur 3. ............................................................................................................................ 20 Figuur 14. (Water)kuil S.92 naast structuur 3, met esgreppel S.93 erdoorheen. ................................... 21 Figuur 15. Spitsporen (S.500) in werkput 7. ............................................................................................ 22 31

Figuur 16. (Es)greppel S.111, ingestoken vanuit de oude A-horizont (S.2000). ...................................... 22 Figuur 17. De allesporenkaart geprojecteerd op het Kadastrale Minuutplan (1811-1832). Enkele greppels (zoals S.2 en S.7) lijken gelijk te lopen met de percelering op het Minuutplan, hoewel veel greppels ook een volledig andere ligging en/of oriëntatie vertonen. .................................................... 23 Figuur 18. Besmeten, handgevormd aardewerk uit de IJzertijd. Links een groot bodemfragment (beide VNR43 uit paalspoor S.113). ................................................................................................................... 25 Figuur 19. Doliumrand uit greppel S.58 (VNR15). ................................................................................... 25 Figuur 20. Verschillende soorten handgevormd aardewerk uit de IJzertijd. Links met grove kwartsmagering, middenin besmeten, rechts gepolijst oppervlak. Alles afkomstig uit spit-/akkerlaag S.500 in werkput 17 (VNR45). ................................................................................................................. 26

32

Bijlage 1. Periode

Archeologische periode-indeling voor Nederland Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

33

Bijlage 2.

Luchtfoto

34

Bijlage 3.

Toekomstige situatie

35

Bijlage 4.

Allesporenkaarten

36

37

38

Bijlage 5.

Vlaktekeningen

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

54

55

Bijlage 6.

Fasering sporen

56

57

Bijlage 7.

Sporen- en lagenlijst

Sporen: Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcont

Spoorvorm

Opmerking

01

001

0001

PK

SCHERP

RND

01

001

0002

GR

SCHERP

LIN

01

001

0003

PK

SCHERP

RND

01

001

0004

PK

SCHERP

RND

01

001

0005

PK

SCHERP

RND

01

001

0006

PK

SCHERP

RND

01

001

0010

PK

SCHERP

RND

01

001

1000

BV

LIN

moderne bouwvoor

01

001

1100

LG

LIN

landbouwdek

01

001

3000

LG

LIN

CG horizont

01

001

3100

C-hor

LIN

C horizont

02

001

0007

GR

SCHERP

LIN

02

001

0008

GR

SCHERP

LIN

02

001

0009

GR

SCHERP

LIN

03

001

0011

PK

SCHERP

RND

03

001

0012

PK

SCHERP

RND

03

001

0013

GR

SCHERP

RHK

03

001

0014

PK

SCHERP

RND

03

001

0015

PK

SCHERP

RHK

03

001

0016

PK

SCHERP

RHK

03

001

0017

PK

SCHERP

RND

03

001

0018

GR

SCHERP

LIN

03

001

0019

GR

SCHERP

LIN

03

103

2000

LG

SCHERP

LIN

middenstaak

iets ronder dan S12

oude AW dekzand

58

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcont

Spoorvorm

Opmerking

03

103

2100

LG

SCHERP

LIN

E/AE horizont

03

103

2200

LG

SCHERP

LIN

B/BC horizont

04

001

0020

PK

SCHERP

RND

tegen S21

04

001

0021

PK

SCHERP

RND

tegen S20 aan

04

001

0022

PK

SCHERP

RND

tegen S20 aan

04

001

0023

PK

SCHERP

RND

tegen S20 aan

04

001

0024

PK

SCHERP

RND

tegen S20 aan

04

001

0500

05

001

0025

PK

SCHERP

RND

05

001

0026

GR

SCHERP

LIN

05

001

0027

PK

SCHERP

RND

05

001

0500

06

001

0028

GR

SCHERP

LIN

06

001

0029

PK

VAGEND

RND

06

001

0030

PK

VAGEND

RND

06

001

0031

PK

VAGEND

RND

06

001

0032

PK

VAGEND

RND

06

001

0033

PK

VAGEND

RND

06

001

0034

PK

VAGEND

RND

07

001

0035

GR

SCHERP

LIN

07

001

0036

GR

SCHERP

LIN

07

001

0037

GVB

SCHERP

RND

moesbed, spitspoor?

07

001

0038

GVB

SCHERP

RND

moesbed, spitspoor?

08

001

0039

GR

SCHERP

LIN

08

001

0040

GR

SCHERP

LIN

08

001

0041

GVB

SCHERP

RND

moesbed, spitspoor?

08

001

0042

GVB

SCHERP

RND

moesbed, spitspoor?

08

001

0043

GVB

SCHERP

RND

moesbed, spitspoor? 59

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcont

Spoorvorm

08

001

0051

PK

SCHERP

RHK

09

001

0044

PK

SCHERP

RHK

09

001

0045

GR

SCHERP

LIN

09

001

0046

GR

SCHERP

LIN

09

001

0047

PK

VAGEND

RND

09

001

0048

PK

VAGEND

RND

09

001

0049

PK

VAGEND

RND

09

001

0050

PK

VAGEND

RND

10

001

0052

GR

SCHERP

LIN

10

001

0053

GHE

SCHERP

LIN

10

001

0054

GR

SCHERP

LIN

10

001

0055

PK

VAGEND

RND

10

001

0056

PK

VAGEND

RND

10

001

0057

PK

VAGEND

RND

10

001

0058

GR

SCHERP

LIN

10

001

0059

PK

VAGEND

RND

10

001

0060

PK

SCHERP

RND

10

001

0061

PK

SCHERP

RND

10

001

0062

PK

VAGEND

RND

10

001

0063

PK

VAGEND

RHK

10

001

0064

PK

VAGEND

RND

10

001

0065

PK

VAGEND

RND

10

001

0066

GR

SCHERP

LIN

10

001

0067

PK

VAGEND

RND

10

001

0068

PK

VAGEND

RND

10

001

0069

PK

VAGEND

RND

10

001

0070

PK

VAGEND

RHK

Opmerking

greppel mogelijk gekoppeld aan wp2

wandgreppel

wandgreppel

wandgreppel

60

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcont

Spoorvorm

10

001

0071

PK

VAGEND

RHK

10

001

0072

GR

SCHERP

LIN

10

001

0073

PK

VAGEND

RHK

10

001

0074

PK

VAGEND

RHK

10

001

0075

PK

VAGEND

RHK

10

001

0076

PK

VAGEND

RND

10

001

0077

PK

VAGEND

RHK

10

001

0078

PK

VAGEND

RHK

10

001

0079

PK

VAGEND

RHK

10

001

0080

PK

VAGEND

RHK

11

001

0081

11

001

0095

KL

SCHERP

RHK

12

001

0082

PK

VAAG

RND

12

001

0083

PK

VAAG

RND

12

001

0084

PK

VAAG

RHK

12

001

0085

PK

VAAG

RND

12

001

0086

PK

VAAG

RND

12

001

0087

PK

VAAG

RND

12

001

0088

PK

VAAG

RND

12

001

0089

PK

VAAG

RND

12

001

0090

PK

VAAG

RND

12

001

0091

PK

VAAG

RHK

12

001

0092

KL

VAGEND

RND

12

001

0093

GR

SCHERP

LIN

12

001

0094

PK

VAAG

RND

13

001

0096

PK

VAGEND

RND

13

001

0097

PK

VAGEND

RND

13

001

0098

GR

SCHERP

LIN

Opmerking wandgreppel

mogelijk grafkuil

Put?

61

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcont

Spoorvorm

Opmerking

13

001

0099

GR

SCHERP

LIN

13

001

0100

GR

SCHERP

LIN

13

001

0101

GR

SCHERP

LIN

14

001

0102

GR

SCHERP

LIN

14

001

0103

GR

SCHERP

LIN

14 15

001 001

0104 0105

GR GR

SCHERP SCHERP

LIN LIN

15

001

0106

PK

SCHERP

OVL

16

001

0107

GR

SCHERP

LIN

16

001

0108

GR

SCHERP

LIN

16

001

0109

GR

SCHERP

LIN

16

103

0108

GR

17

001

0110

PK

VAGEND

RND

17

001

0111

GR

SCHERP

LIN

17

001

0112

GR

SCHERP

LIN

17

001

0113

PK

VAAG

OVL

17

001

0114

GR

SCHERP

LIN

Kleurstruc

Textuur

Org_stof

Opmerking

zs2

H2

mf

parallel S103

kan ook kuil zijn

Vullingen: Put

Spoor

Vulling

Kleur

10

0052

1

GRBR

10

0053

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

mf

10

0054

1

ROBR

heterogeen

zs2

H1

ook BR, mf

10

0055

1

BRGR

zs2

H1

mf

10

0056

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0057

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0058

1

DGRBR

zs2

H2

mf, KER Dokkum

Vullingaard

62

Put

Spoor

Vulling

Kleur

10

0059

1

10

0060

1

10

0061

10

Kleurstruc

Textuur

Org_stof

Opmerking

DGRBR

zs2

H2

mf

DGRBR

zs2

H2

mf

1

DGRBR

zs2

H2

mf

0062

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0063

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0064

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0065

1

LGR

zs2

H1

ook BRGR, mf

KRN

10

0065

2

DGRBR

zs2

H2

mf

INS

10

0066

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

ook BRGR, mf

10

0067

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

mf

10

0068

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0069

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0070

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0071

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0072

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0073

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0074

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0075

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0076

1

DGRBR

zs2

H2

mf

10

0077

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0078

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0079

1

DBRGR

zs2

H2

mf

10

0080

1

DBRGR

zs2

H2

mf

12

0082

1

BR

zs2

H1

mf

12

0083

1

DGR

zs2

H1

mf

KRN

12

0083

2

GR

zs2

H1

mf

INS

12

0084

1

DGR

zs2

12

0085

1

DGR

zs2

heterogeen

heterogeen

Vullingaard

mf H1

mf

KRN 63

Put

Spoor

Vulling

Kleur

12

0085

2

12

0086

1

12

0087

12

Kleurstruc

Textuur

Org_stof

Opmerking

GR

zs2

H1

mf

BR

zs2

H1

mf

1

DGR

zs2

H1

0087

2

GR

zs2

H1

mf

INS

12

0088

1

DGR

zs2

H1

mf

KRN

12

0088

2

GR

zs2

H1

mf, KER

INS

12

0089

1

DGR

zs2

H1

mf

KRN

12

0089

2

GR

zs2

H1

mf

INS

12

0090

1

BRGR

zs2

mf

12

0091

1

DGR

zs2

mf

12

0092

1

DGR

zs2

H1

mf

12

0093

1

BRGR

zs2

H2

ook BRGE

12

0094

1

BR

zs2

H2

mf

13

0096

1

DGR

zs2

H1

mf

13

0097

1

DGR

zs2

H1

mf

13

0098

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

ook DBRGR, mf

13

0099

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

oof BRGR, mf

13

0100

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

oof BRGR, mf

13

0101

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

oof BRGR, mf

14

0102

1

DBRGR

zs2

H2

mf

14

0103

1

DBR

zs2

H2

ook GRBR en BRGE, mf

14

0104

1

DGR

zs2

H1

mf, stuiflaag

14

0104

2

DGRBR

zs2

H2

mf

15

0105

1

DBR

zs2

H2

ook BRGR en BRGE, mf

15

0106

1

DGRBR

zs2

H2

mf, SVU

16

0107

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

mf, brokken AE, ook BRGR

16

0108

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

mf, brokken AE, ook BRGR

16

0109

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

mf, brokken AE, ook BRGR

heterogeen

heterogeen

heterogeen

Vullingaard

KRN

64

Put

Spoor

Vulling

Kleur

Kleurstruc

Textuur

Org_stof

Opmerking

17

0110

1

BRGR

heterogeen

zs2

H2

mf

17

0111

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

ook BRGR, mf

KRN

17

0111

2

GEGR

heterogeen

zs2

mf

INS

17

0112

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

mf, brokken AE, ook BRGR

17

0113

1

BRGR

zs2

H1

mf, hk1,

17

0114

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

mf

03

0011

1

BRGR

heterogeen

zs2

H2

middenstaak

03

0012

1

DGRBR

zs2

H2

mf

03

0013

1

BRGR

heterogeen

zs2

H1

mf, ook BRGE

03

0014

1

BRGR

heterogeen

zs2

H2

mf

03

0015

1

DGRBR

zs2

H2

mf

03

0016

1

DGRBR

zs2

H2

mf

03

0017

1

DGRBR

zs2

H2

mf

03

0018

1

GRBR

zs2

H1

mf

03

0019

1

BRGR

zs2

H1

mf, ook BRGE

04

0020

1

BRGR

zs2

H2

mf

04

0021

1

BRGR

zs2

H2

mf

04

0022

1

BRGR

zs2

H2

mf

04

0023

1

BRGR

zs2

H2

mf

04

0024

1

BRGR

zs2

H2

mf

05

0025

1

BRGR

zs2

H1

mf

KRN

05

0025

2

LBRGR

zs2

H1

mf, brokken BRGE

INS

05

0026

1

BRGR

zs2

H2

2B, mf

05

0027

1

DGRBR

zs2

H2

mf, ker, vondst 5

01

0001

1

GRBR

01

0002

1

BRGR

zs2

H2

mf, ook GRBR

01

0003

1

DGRBR

zs2

H2

mf

01

0004

1

GRBR

heterogeen

heterogeen

heterogeen

heterogeen

zs2

zs2

Vullingaard

KRN

ook BRGE, mgr, mf

ook BRGE, mgr, mf 65

Put

Spoor

Vulling

Kleur

Kleurstruc

Textuur

01

0005

1

GRBR

heterogeen

zs2

01

0006

1

BRGR

01

0010

1

GRBR

heterogeen

zs2

02

0007

1

BRGR

heterogeen

zs2

H1

ook ROGR, mf

02

0008

1

GRBR

heterogeen

zs2

H1

mf

02

0008

2

BRGR

02

0009

1

BRGR

06

0028

1

06

0029

06

0030

06

zs2

Org_stof

Vullingaard

ook BRGE, mgr, mf H1

ook GRBR, mf ook BRGE, mgr, mf

zs2 heterogeen

Opmerking

ook BRGE, mf

INS

zs2

H1

ook ROGR, mf

DGRBR

zs2

H2

mf

1

DBRGR

zs2

H2

mf

1

DBRGR

zs2

H2

mf

0031

1

DGRBR

zs2

H2

mf

06

0032

1

DBRGR

zs2

H2

mf

06

0033

1

DBRGR

zs2

H2

mf

06

0034

1

DGRBR

zs2

H2

mf

KRN

06

0034

2

LBRGE

zs2

H1

mf

INS

07

0035

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

ook GRBR, mf

07

0036

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

ook GRBR, mf

07

0037

1

DGRBR

heterogeen

zs2

ook GRGE, mf

07

0038

1

DGRBR

heterogeen

zs2

ook GRGE, mf

08

0039

1

DGRBR

zs2

H2

mf

08

0040

1

DGRBR

zs2

H2

mf

08

0041

1

DGRBR

heterogeen

zs2

H2

ook BRGE, mf

08

0051

1

DGR

heterogeen

zs2

H1

ook BRGR, mf

09

0044

1

GRBR

heterogeen

zs2

H2

mf

09

0045

1

DBRGR

zs2

H2

mf

09

0046

1

DBRGR

zs2

H2

mf, ook BRGE, ZB

09

0047

1

DGR

zs2

mf

09

0048

1

DGR

zs2

mf

heterogeen

66

Put

Spoor

Vulling

Kleur

Kleurstruc

Textuur

Org_stof

Opmerking

09

0049

1

DGR

zs2

mf

09

0050

1

DGR

zs2

mf

11

0081

1

BRGR

zs1

mf

11

0095

1

LGE

heterogeen

zs2

H2

ook BRGR

11

0095

2

BRGR

heterogeen

zs2

H2

pr1, mf

01

1000

1

GRBR

zs2

H2

mf

01

1100

1

BRGR

zs2

H2

mf

01

3000

1

ORGE

heterogeen

zs2

01

3100

1

GRGE

heterogeen

zs2

03

2100

1

LBRGR

heterogeen

zs2

03

2200

1

ROBR

heterogeen

zs2

08

0042

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

ook BRGE, mf

08

0043

1

DBRGR

heterogeen

zs2

H2

ook BRGE, mf

Vullingaard

INS

mf, ook GERO, Fe3, silt/roestvekjes fe1, mf, dekzand, roestvlekjes ZV

mf mf

67

Bijlage 8.

Vondstenlijst

Vondstnummer

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

Aantal

Gewicht

Gedeselecteerd

Opmerking

Begin_per

Eind_per

0001KER

01

001

1000

BV

1

1-2

KER

2

8.6

True

ROM

ROM

0002KER

02

001

1000

BV

1

1-1

KER

1

2.9

True

sterk gerold/verweerd Romeins baksel steengoed, klein

LMEB

VNT

0003KER

03

001

1100

LG

1

1-2

KER

1

12.4

True

LMEB

LMEB

0004KER

04

001

1100

LG

1

1-3

KER

1

2.5

True

LMEB

VNT

0005KER

05

001

0027

PK

1

KER

14

183.8

False

IJZ

IJZ

0006KBW

05

001

1100

LG

1

1-1

KBW

1

386.3

True

VMEA

LMEA

0007KER

05

001

1000

BV

1

1-1

KER

1

6.2

True

LME

LME

0008KER

06

001

1000

BV

1

1-1

KER

1

2.7

True

VNT

VNT

0008KKP

06

001

1000

BV

1

1-1

KKP

1

6.8

True

VNT

VNT

0009KER

06

001

1100

LG

1

1-2

KER

1

5

True

VNT

MNT

0010KER

05

001

0500

1

1-3

KER

7

25.9

True

IJZ

ROM

0011KER

07

001

0500

1

1-1

KER

2

8.3

True

Steengoed, siegburg met glazuur/engobe, ca. 1400-1500 klein fragmentje Raeren/Frechen handgevormd besmeten aardewerk, grote stukken baksteenfragment erg zacht baksel, geen hele zijden steengoed, langerwehe? roodbakkend geglazuurd, klein dikke kleipijpsteel, geen decoratie roodbakkend, geen glazuur zichtbaar/aanwezig handgevormd besmeten brokjes en amfoor-achtig baksel roodbakkend, uiterst versleten,

VNT

MNT

68

Vondstnummer

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

0012KER

07

001

0035

GR

1

0013KER

08

001

1100

LG

1

0014GLS

08

103

1000

BV

1

0015KER

10

001

0058

GR

1

0016KER

10

001

0060

PK

1

0017KER

10

001

0061

PK

0018KER

10

001

0065

0019KER

10

001

0020KER

10

001

Vak

Categorie

Aantal

Gewicht

Gedeselecteerd

KER

2

7

True

1-1

KER

1

26.5

True

1-1

GLS

1

7.4

True

KER

10

393.7

False

1-1

KER

6

36.3

False

1

1-1

KER

1

34.6

False

PK

1

1-1

KER

2

39.5

False

1100

LG

1

1-2

KER

3

21.7

True

1100

LG

1

1-1

KER

3

9.7

True

Opmerking

Begin_per

Eind_per

frechen-achtig steengoed, ca. 15001675 rand/dekselgeul roodbakkend binnenzijde geglazuurd modern flessenglas

LMEB

VNT

VNT

VNT

REC

REC

grote scherf doliumvorm, baksel is gedraaid maar zacht, potgruismagering; ook kleinere scherven reducerend gebakken, gedraaid maar ook een zacht baksel handgevormd, enkele met potgruismagering handgevormd gepolijst handgevormd, waaronder besmeten handgevormd, lijkt kogelpot en roodbakkend geglazuurd handgevormd: kogelpot of IJZ? en

IJZ

ROM

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

VME

VNT

IJZ

MNT

geen glazuur

69

Vondstnummer

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

Aantal

Gewicht

Gedeselecteerd

Opmerking

1

1-2

KER

1

5.6

True

LG

1

1-1

KER

1

15.8

True

1100

LG

1

1-1

SVU

1

1.4

False

dun, geglazuurd grijs steengoed, Keulsachtig handgevormd, kogelpot? klein en sterk verweerd/gerold roodbakkend geglazuurd, dikke laag loodglazuur kling? Wom

1100

LG

1

1-2

SVU

1

1.8

False

ruimer? Wom

101

1100

LG

1

KER

2

18.5

False

handgevormd, potgruismagering, ook klein dun randje

11

001

1100

LG

1

MXX

1

44.4

False

13

001

2200

LG

1

1-2

SVU

1

1.3

False

debitage

0029KER

12

001

0

1

1-1

KER

1

27.3

False

0030KER

12

001

0092

KL

1

1-1

KER

2

62.4

False

0031KER

14

001

1100

LG

1

1-1

KER

3

56.9

True

0032KER

14

001

0102

GR

1

1-1

KER

1

3.8

False

0033KBW

14

001

0103

GR

1

1-1

KBW

3

21.9

False

0034KER

14

001

1100

LG

1

1-3

KER

1

30.7

True

wandscherf besmeten handgevormd aardewerk handgevormd, waarvan zwartgeblakerd en besmeten. Andere juist gepolijst grijsbakkend en steengoedbodem en -oor handgevormd, klein en gerold rode baksteen, zacht baksel, brokken oor bijna-steengoed

0021KER

10

001

0500

0022KER

10

001

1100

0024SVU

14

001

0025SVU

11

001

0026KER

10

0027MXX 0028SVU

Begin_per

Eind_per

VME

VME

VNT

VNT

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

LMEA

VNT

IJZ

IJZ

XME

XME

LME

LME 70

Vondstnummer

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

Aantal

Gewicht

Gedeselecteerd

Opmerking

0035SVU

15

001

1100

LG

1

1-1

SVU

2

1.6

False

0036SVU

15

001

1100

LG

1

1-2

SVU

2

5.6

False

Ruimer en deb., Wom debitage

0037KER

15

001

0105

GR

1

1-4

KER

2

16.8

False

0038SVU

15

001

0106

PK

1

SVU

1

1.9

False

0039KER

16

001

0500

1

KER

2

9.7

False

0040SVU

17

001

0500

1

SVU

1

7.9

False

0041KBW

17

001

0111

GR

1

KBW

3

177.6

False

0042KER

17

001

0112

GR

1

1-3

KER

1

3.4

True

0043KER

17

001

0113

PK

1

1-3

KER

2

88.7

False

0044KER

16

103

0108

GR

1

KER

1

30.3

False

0044SVU

16

103

0108

GR

1

SVU

1

3.2

False

0045KER

17

001

0500

1

1-1

KER

8

41.3

False

0045OPHK

17

001

0500

1

1-1

OPHK

1

0.2

False

0046KER

17

001

1100

1

1-1

KER

1

22.1

True

LG

1-1

Begin_per

Eind_per

handgevormd met grove kwartsmagering sch. Wom

IJZ

IJZ

handgevormd, grove kwartsmagering natuurlijk

IJZ

IJZ

baksteenfragmenten erg zacht baksel, geen hele zijden roodbakkend geglazuurd, buitenzijde zwartgeblakerd binnenzijde spatglazuur handgevormd besmeten, waaronder groot stuk bodem besmeten handgevormd, platte rand schrabber

VMEA

LMEA

LMEB

VNT

IJZ

IJZ

IJZ

IJZ

handgevormd besmeten en met grove kwartsmagering klein brokje houtskool knijpvoet proto-

IJZ

IJZ

LMEA

LMEB 71

Vondstnummer

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

Aantal

Gewicht

Gedeselecteerd

Opmerking

Begin_per

Eind_per

steengoed, ca. 12001400

72

Bijlage 9.

Advieskaart

73

Bijlage 10.

Vlakhoogten

74

Bijlage 11.

Beantwoording onderzoeksvragen

1. Wat is de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied? a. Wat is de opbouw/fasering van het cultuurdek en (mogelijke) datering? b. Zijn er restanten van de oorspronkelijke bodem aanwezig? c. Zijn (diepe) bodemverstoringen aanwezig? In het plangebied is een veldpodzol aangetroffen. De top van het bodemprofiel bestaat uit een moderne bouwvoor (S.1000), met daaronder een bouwlanddek (S.1100) en een oude bouwvoor (S.2000; A-horizont). De onderzijde van het bouwlanddek wordt gekenmerkt door een spit-/akkerlaag (S.500), die plaatselijk de oorspronkelijke podzolbodem heeft afgetopt (zie figuur 4). Elders is de oorspronkelijke podzolbodem nog intact, bestaande uit een E-horizont (S.2100) en een B-/BC-horizont (S.2200) in de top van het dekzand (S.3000; C-horizont). In het plangebied zijn geen bodemverstoringen aangetroffen. 2. Zijn er archeologische resten in de bodem aanwezig? Zo ja, wat is de aard, omvang, ouderdom en locatie van de archeologische resten (horizontaal en verticaal)? Tijdens het onderzoek zijn 114 archeologisch relevante grondsporen aangetroffen. Het gaat om greppels, kuilen, paalsporen, spitsporen, grondverbeteringssporen en wandgreppels. Op basis van uiterlijke kenmerken, vondstmateriaal en oversnijdingen dateren de sporen uit de IJzertijd – Romeinse tijd, en uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd (zie ook tabel 1 en bijlage 6). Er zijn drie structuren aangetroffen.

Het betreft twee gebouwen (structuren 1 en 2) en één bijgebouw of spieker (structuur 3). Alle structuren dateren uit de IJzertijd – Romeinse tijd. Uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd zijn enkel sporen van landgebruik/-bewerking aangetroffen, zoals esgreppels en spitsporen. Waar de sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verspreid over het plangebied liggen, bevinden de structuren uit de IJzertijd – Romeinse tijd zich in het noordwesten van het plangebied. Langs de oost- en zuidgrens van het plangebied lopen twee greppels uit deze periode, die mogelijk een afbakening van de nederzetting of het erf vormen (S.107 en S.107: de zuidelijke continuering van S.26). Tijdens het onderzoek zijn in totaal 109 vondsten aangetroffen (zie tabel 2). De vondsten komen uit de moderne bouwvoor (S.1000), de oude bouwvoor (S.1100), de spit-/akkerlaag (S.500), de B-/BC-horizont (S.2200) en de sporen. De vondsten dateren voornamelijk uit de IJzertijd en de Late Middeleeuwen, met uitzondering van het vuursteen. Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit keramiek. 3. Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? Vindplaats 1 is van redelijke fysieke kwaliteit. In delen van het plangebied is de oorspronkelijke podzol nog intact.

Ook op plaatsen waar de natuurlijke ondergrond is geroerd door landbewerking in het verleden, zijn de sporen nog duidelijk in het vlak aanwezig. Wel worden de structuren doorsneden door de laatmiddeleeuwse of nieuwetijdse esgreppels en spitsporen van vindplaats 2, waardoor een klein deel van de sporen van vindplaats 1 verloren zijn gegaan. De vondsten zijn over het algemeen van goede kwaliteit. Wel zijn er weinig diagnostische kenmerken (randen; oren; bodems/voeten e.d.) in het keramiekcomplex aanwezig. Er zijn geen organische resten aangetroffen. Vindplaats 2 is van goede fysieke kwaliteit. Er zijn geen bodemverstoringen aanwezig en de sporen zijn duidelijk leesbaar in het vlak aanwezig. De vondsten zijn van redelijke kwaliteit. Hoewel zich onder de keramiekvondsten enige diagnostische fragmenten bevinden, zijn de fragmenten veelal verweerd en beschadigd door ploegwerkzaamheden in het verleden. Er is geen organisch vondstmateriaal aangetroffen. 4. Is sprake van (een) behoudenswaardige vindplaats? Op basis van de waardestelling (zie paragraaf 6.2) kan worden geconcludeerd dat vindplaats 1 behoudenswaardig is op basis van de hoge zeldzaamheid en informatiewaarde. Vindplaats 2 is van goede fysieke kwaliteit, maar van lage inhoudelijke kwaliteit en daarom niet behoudenswaardig. 75

5. Is op basis van de resultaten van het onderzoek vervolgonderzoek noodzakelijk in het plangebied en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Wanneer vindplaats 1 vanwege de geplande bodemingrepen niet in situ kan worden behouden, adviseren wij de vindplaats op te graven zodat de resten ex situ kunnen worden behouden. De vindplaats beslaat 4510 m2 (bijlage 9). Ons advies is om een archeologische opgraving (Protocol 4004) uit te voeren, daar waar het archeologisch niveau binnen de vindplaats wordt bedreigd (vanaf 40 cm -Mv; 9,0 – 9,7 m +NAP). Hierbij is rekening gehouden een verticale bufferzone van minimaal 30 cm tussen de bodemingrepen en het archeologisch niveau. De overige delen van het plangebied buiten de vindplaats kunnen onzes inziens worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=efe1b1ff-3000-4deb-ab3b-b32f3cefa185