Rapport Rkc - onderzoek Visie werken aan toekomst Bernheze
Tekst van het document
Heesch, 29 juni 2022
Rapport rekenkameronderzoek “Visie werken aan de toekomst Bernheze”
Rekenkamercommissie Bernheze
Inhoud 1. Inleiding
2
1.1. De aanleiding 1.2. Onderzoeksvragen en normenkader 1.3. De opbouw van het rapport
3 3 4
2. De centrale boodschap: conclusies en aanbevelingen
4
2.1. Conclusies. 2.2. Aanbevelingen.
4 4
3. De bevindingen
5
3.1. Algemeen 3.2. Documenten 3.3. Jaarstukken, kadernota’s en begrotingen 3.4. Interviews 3.5. Antwoorden op de onderzoeksvragen
5 5 6 6 6
4. De conclusies nader toegelicht
8
5. Aanbevelingen
9
Bijlage 1: Opzet onderzoek: “Visie werken aan de toekomst Bernheze”
10
Bijlage 2: Notitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze”
13
Bijlage 3: Geïnterviewde personen
18
Bijlage 4: Geraadpleegde documenten
19
pagina 1
1. Inleiding 1.1. De aanleiding Het aantal taken bij de gemeenten is de afgelopen jaren toegenomen. Die trend, in combinatie met het complexer worden van sommige taakgebieden, vraagt een stevige inspanning van bestuur en organisatie. Temeer daar sommige taakgebieden onderling samenhangen. Een voorbeeld daarvan is de komende Omgevingswet. Daarin wordt een groot aantal beleidsterreinen in het fysieke domein daadwerkelijk gekoppeld. Het ligt voor de hand om kaderstelling en controle door de raad ook juist in die samenhang te bezien. In de ogen van de rekenkamercommissie betekent dit dat bij de voorbereiding van en de besluitvorming over beleidsnotities expliciet aandacht besteed zou moeten worden aan de wijze waarop de kaders worden geformuleerd en de wijze waarop middels onder andere voortgangsrapportages de controlerende rol van de raad wordt ingevuld. Daarmee is de feitelijke aanleiding voor het onderzoek gegeven. Het is gebruikelijk dat een onderzoek aan de hand van een concrete casus wordt uitgevoerd. De rekenkamercommissie heeft er voor gekozen om de door de raad vastgestelde beleidsnotitie ‘Visie werken aan de toekomst Bernheze’ te onderzoeken. Deze beleidsnotitie geeft een langere termijnvisie op een drietal speerpunten (Landbouw, Toerisme & Recreatie, Wonen) die volgens de raad in onderlinge samenhang bekeken dienen te worden.
Tevens bevat de beleidsnotitie een aanzet voor het uitwerkingsproces en legt het de nadruk op regionale samenwerking. De rekenkamercommissie heeft er voor gekozen om het accent van het onderzoek te leggen bij het proces en de werkwijze1.
1.2. Onderzoeksvragen en normenkader Voor het onderzoek is een onderzoeksopzet opgesteld. Deze opzet is als bijlage 1 bijgevoegd. In de onderzoeksopzet zijn de onderzoeksvragen opgenomen. Kortheidshalve wordt naar die bijlage verwezen. Er heeft geen aanvullende uitwerking van de centrale onderzoekvragen plaatsgevonden. In paragraaf 3.5. worden de (onderzoeks-)vragen beantwoord. Uitgaande van de centrale onderzoeksvragen is het volgende beknopte normenkader opgesteld: 1. Opzet en uitwerking van een beleidsnotitie biedt houvast voor kaderstelling en controle middels het concreet omschrijven van de te realiseren doelen; 2. Onderdeel van een beleidsnotitie is voldoende inzicht in het proces én de tijdsplanning om de genoemde doelen te halen; 3. Documentatie en voortgangsrapportages op het niveau van de raad bieden voldoende houvast voor de gemeenteraad en direct betrokkenen om de realisatie van de doelen te volgen en waar nodig bij te sturen.
1 Inhoudelijk heeft de rekenkamercommissie de afgelopen tijd onderdelen van de genoemde speerpunten onderzocht waaronder
Woonvisie, VAB-beleid, Agrifood Capital.
pagina 2
1.3. De opbouw van het rapport Dit rapport kent de volgende opbouw: Hoofdstuk 2: De centrale boodschap. Hierin staan kernachtig onze conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 3: De bevindingen. In dit hoofdstuk is een beknopte opsomming opgenomen van de resultaten van de documentanalyse en de interviews. Hoofdstuk 4: De conclusies. Kijkend naar de bevindingen worden de conclusies uitgewerkt langs de lijn van het normenkader. Hoofdstuk 5: De aanbevelingen. Welke aandachtspunten en verbeteringen zijn aan te brengen in het proces rondom kaderstellen en controleren van de kapitaalgoederen. Er zijn vier bijlagen: • Bijlage 1: De onderzoeksopzet • Bijlage 2: De beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” • Bijlage 3: Lijst met geïnterviewde personen • Bijlage 4: Geraadpleegde documenten
2. De centrale boodschap: conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies. Het uitgevoerde onderzoek brengt de rekenkamercommissie tot de volgende conclusies: A. De beoogde regionale samenwerking is onvoldoende uit de verf gekomen. Dat geldt in ieder geval voor de speerpunten Toerisme& Recreatie alsmede Wonen; B. De uitwerking van de drie speerpunten is niet significant anders tot stand gekomen dan normaal gesproken voor beleidsthema’s wordt gehanteerd; C. De raad is onvoldoende in de gelegenheid gesteld om de middels de beleidsnotitie de beoogde integrale aanpak te volgen en waar nodig bij te sturen; D. De raad heeft zijn controlerende rol zelf niet expliciet vormgegeven. In hoofdstuk 4 worden de conclusies nader toegelicht.
2.2. Aanbevelingen. Op basis van het onderzoek en de conclusies komen wij tot de volgende aanbevelingen: 1) Stel bij de start van de beleidsontwikkeling een duidelijke startnotitie vast waarin richtingen worden geschetst alsmede het proces waarlangs de beleidsontwikkeling dient vorm te krijgen; 2) Toets bij de vaststelling van een beleidsnotitie in hoeverre de doelen concreet omschreven zijn en er een duidelijke uitvoeringsparagraaf is (inclusief planning en budget); 3) Verzoek de griffie om de huidige systematiek van het registreren én volgen van de toezeggingen te verfijnen en hierin alle toezeggingen op te nemen; 4) Leg vast voor welke beleidsthema’s er op een te bepalen frequentie aparte beknopte voortgangsrapportages aan de raad worden voorgelegd.
pagina 3
3. De bevindingen 3.1. Algemeen De voor het onderzoek benodigde informatie is snel verstrekt en de samenwerking met de ambtelijke organisatie is zonder meer goed te noemen. De interviews konden eenvoudig ingepland worden en de reacties op de beknopte aantekeningen waren in principe ook op tijd. De bevindingen die in de volgende paragrafen beschreven worden zijn op hoofdlijnen waarbij paragraaf 3.5 specifiek wordt ingegaan op de onderzoeksvragen.
3.2. Documenten Bij de vaststelling in 2016 van de beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” is door het college toegezegd (en de raad heeft die toezegging omarmd) dat binnen een jaar zou worden teruggekoppeld omtrent de eerste bevindingen met betrekking tot de regionale samenwerking. Die rapportage is er nooit gekomen en de raad heeft er ook niet verder om gevraagd. Het is niet te achterhalen waarom het zo is gelopen. In de documenten is naar niets over te vinden en uit de interviews komen verschillende argumenten daarover naar voren2. De beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” omschrijft de 3 speerpunten en geeft per speerpunt een aantal doelen. De meeste doelen zijn procesmatig van aard. Soms zijn de doelen concreet omschreven en soms is er heel veel ruimte. Er wordt nagenoeg geen planningsinformatie aangetroffen noch wordt expliciet benoemd wie verantwoordelijk is voor welk doel. Er zijn heel veel interne documenten (zie bijlage 4): veel vergaderstukken voor afstemmingbijeenkomsten ambtelijke organisatie - college3. Die vergaderstukken zijn in belangrijke mate inhoudelijk. Daarnaast is vaak middels een zogeheten” stoplichtschema” aangegeven in hoeverre er voortgang is. Tegelijkertijd kan worden vastgesteld dat er weinig documenten voor de raad zijn.
Er zijn wel raadsbijeenkomsten georganiseerd waarin over de verschillende speerpunten gesproken is maar dit was telkens in belangrijke mate informatief. Vastgesteld kan worden dat er weinig documenten zijn waar expliciet over de regionale samenwerking gesproken wordt en er zijn weinig documenten die per speerpunt aangeven welke standpunten van de gemeente Bernheze zijn ingebracht in de verschillende regionale overleggen. Voor het speerpunt Wonen is dat begrijpelijk aangezien al in 2016 was aangegeven dat regionale samenwerking gezien de lokale agenda’s minder voor de hand lag. Voor de andere twee speerpunten zou te verwachten zijn dat er wel degelijk een aantal documenten voor de regionale overleggen zou zijn. In de interviews komt naar voren dat er mondeling wel een en ander is ingebracht maar dat bijvoorbeeld de werkwijze bij de regio (As50) nog in ontwikkeling was. Overigens zijn er wel degelijk inhoudelijk afspraken met buurgemeenten en/of de provincie gemaakt dus was/is er sprake van samenwerking. Uit de documenten komt echter niet naar voren dat dit een gevolg was van uitwerking van de beleidsnotitie en de aangegeven speerpunten.
2 Bijvoorbeeld: “gewoon vergeten”, “bestuurlijk was het al druk met de komende raadsverkiezingen (2018)”, “er is per speerpunt
wel teruggekoppeld maar niet in een integraal document”, “personele wisselingen en werkdruk” etc.. 3 In het begin waren dit de zogeheten kwartaalbijeenkomsten die later vervangen zijn door trimesterbijeenkomsten.
pagina 4
3.3. Jaarstukken, kadernota’s en begrotingen Opvallend is dat in de verschillende documenten in de P&C-cyclus nagenoeg niet wordt gesproken over de “Visie werken aan de Toekomst Bernheze” noch dat de drie door de raad genoemde speerpunten en de daarbij geformuleerde activiteiten expliciet vermeld zijn in de programmabegrotingen en de jaarstukken. Dat is deels te verklaren door de huidige opzet4 van de stukken in de P&C-cyclus en de wijze waar op die stukken tot stand komen. De opzet van genoemde documenten is in belangrijke mate financieel georiënteerd en is de omvang van deze documenten niet gericht op uitgebreide inhoudelijke behandelingen. In de huidige werkwijze worden bij de inhoudelijke afdelingen (teams) bijdragen opgevraagd die door de Financiën gebundeld worden. Een uitgebreide toets op integraliteit (en dus bijvoorbeeld de samenhang van de drie speerpunten) wordt niet uitgevoerd.
3.4. Interviews In de onderzoeksopzet is aangegeven dat de RKC ook met externe partijen waaronder buurgemeenten en provincie gesproken zou gaan worden. Na de documentanalyse en de eerste interne interviews is besloten hiervan af te zien. De belangrijkste reden daarvoor is dat de in het visiedocument opgenomen regionale samenwerking niet volledig is opgepakt en uitgewerkt. In veel gevallen is met de andere overheden en externe partners wel veel informatie uitgewisseld5 maar was er geen sprake van een afstemming van beleid en als gevolg daarvan het “inleveren” c.q. uitwisselen van de eigen beleidsdoelen. Bij het speerpunt Toerisme & Recreatie speelde dit wellicht het sterkst: er was in 2026-2017 geen bereidheid bij onder meer andere gemeenten om aan een gezamenlijke regionale aanpak te werken. In één van de interviews kwam nadrukkelijk naar voren dat recente ontwikkelingen wel meer neigen naar het concreet wel uitwisselen van beleidsdoelen. De voorbereiding van de beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” is gestart in 2015 en de vaststelling daarvan was eind 2016. Dat betekent dat er op dit moment sprake is van “de derde” raadsperiode en het “derde” college. En sinds 2015 zijn er veel personele wisselingen geweest in de ambtelijke organisatie en was het niet altijd mogelijk om vertrokken medewerkers meteen op het juiste niveau te vervangen6.
In enkele interviews komt naar voren dat de beleidsnotitie “in een bepaald tijdsbeeld is geschreven” en dat om die reden het begrijpelijk is dat de verdere uitwerking anders verlopen is.
3.5. Antwoorden op de onderzoeksvragen In de voorgaande paragrafen is ingegaan op de bevindingen in algemene zin. Onderstaand volgende bevindingen langs de lijn van de onderzoeksvragen en de bijbehorende subvragen. 1. Op welke wijze is de werkstructuur opgezet om de genoemde speerpunten uit te kunnen werken en wat was de positie van onder meer de buurgemeenten daarin?: Er is geen specifieke werkstructuur opgezet. De speerpunten zijn opgepakt in de staande organisatie en er is gebruik gemaakt van reguliere overlegstructuren inclusief overlegstructuren in de regio. 2. Wat is de betekenis geweest van de keuze voor deze speerpunten?. Hoe heeft dat doorgewerkt in het gemeentelijk beleid?: Hierover bestaan verschillende beelden. Enerzijds was dit het gevolg van het besluit van de raad om Bernheze als zelfstandige gemeente te laten voortbestaan en de nadrukkelijke wens om structuur en focus aan te brengen voor de langere termijn. Anderzijds is de gedacht gehoord dat het een momentopname was in een specifiek tijdsbeeld. 4 Het is de rekenkamercommissie bekend dat in 2022 gewerkt wordt aan een andere opzet van de programmabegroting. 5 Bijvoorbeeld regionale woningbouwgegevens, provinciale gegevens m.b.t. ontwikkelingen landbouw etc. 6 Dit speelde de afgelopen periodes met name bij het speerpunt Landbouw en in mindere mate bij het speerpunt Wonen.
pagina 5
3. Zijn er daadwerkelijk resultaten aan te wijzen die niet zouden zijn behaald als er niet zo duidelijk voor deze speerpunten gekozen was?: In de interviews wordt aangegeven dat de resultaten op de speerpunten normaal gesproken ook behaald zouden zijn. Bij deze hoofdvragen zijn subvragen denkbaar waaronder: a. Op welke wijze heeft de toegezegde rapportage in 2017 plaatsgevonden en aan wie is gerapporteerd? Vastgesteld moet worden dat de toegezegde rapportage niet is opgesteld door het college en dat er ook niet om gevraagd is door de raad. b. Is de raad betrokken bij de verdere inhoudelijke uitwerking van de speerpunten? De raad is langs reguliere lijnen van besluitvorming en in een aantal gevallen middels werkbijeenkomsten betrokken. Er zijn geen startnotities aangetroffen bij de documenten en in de interviews komt naar voren dat de reguliere werkwijze meestal is gevolgd. c. Krijgen de speerpunten de verwachte aandacht in de beleidsstukken van na 20167? Afgezien van de specifieke beleidsdocumenten per speerpunt (Bijvoorbeeld de Woonvisie of het Beleidsplan Toerisme & Recreatie) worden er weinig documenten aangetroffen waar expliciet op de speerpunten wordt ingegaan. d.
Is in de budgettoewijzing bij de begrotingen de aandacht voor deze speerpunten merkbaar en is er vervolgens in de jaarstukken aandacht aan besteed (wat zijn de resultaten)? Afgezien van een specifiek budget voor Toerisme & Recreatie heeft de uitwerking van de speerpunten plaatsgevonden binnen de reguliere budgetten. Er wordt weinig informatie over de speerpunten aangetroffen in de verschillende documenten uit de P&C-cyclus8. e. Zijn er nog andere manieren waarop de keuzes de aandacht hebben gekregen? Uit de opgevraagde documenten en de interviews komen geen bijzonderheden naar voren. f. Wat hebben de betrokken externe partijen waaronder met name de buurgemeenten en (belangen-)organisaties9 gemerkt van de keuze voor deze speerpunten? Dit ligt in lijn van de eerdere bevindingen: er is gebruik gemaakt van de reguliere regionale overleggen voor Wonen en Landbouw. Voor Toerisme & Recreatie zijn wel apart overleggen opgezet. Opvallend is dat er weinig documenten voor de overleggen in de regio zijn aangetroffen. g. Op welke wijze heeft Bernheze gereageerd naar de buurgemeenten op die momenten dat in verband met bijvoorbeeld bestemmingsplannen om een zienswijze gevraagd werd door die buurgemeenten? Hierover is weinig informatie naar voren gekomen. Overigens ligt dit in lijn met de bevinding bij de vorige subvraag. h.
Wat is gedaan om in de gemeentelijke organisatie met veel vertrekkers en nieuwkomers deze speerpunten ‘levend’ te houden? Er is veel interne documentatie die toegankelijk is opgezet. En de kwartaalbijeenkomsten (en na 2018 de trimesterbijeenkomsten) geven veel houvast om de ontwikkelingen bij te houden. i. Welke beleidsthema’s die toch ook belangrijk werden geacht zijn ‘achtergebleven’ vanwege de keuze voor deze speerpunten? Uit de interviews komt niet naar voren dat de prioritering voor de 3 speerpunten heeft geleid tot uitstel/afstel van andere belangrijke beleidsthema’s. j. Is er tussentijds geëvalueerd en zo ja wie zijn daarbij betrokken? En op welke wijze is dat gerapporteerd aan de raad? In kwartaal/trimesterbijeenkomsten wordt uitvoerig intern gerapporteerd over onder meer de speerpunten. Maar er worden ook andere onderwerpen met het
7 Bijvoorbeeld de Woonvisie, VAB-beleid etc., recente besluiten over De Wildhorst etc. 8 Op 7 juli 2022 heeft de raad ingestemd met het voorstel Structuuraanpassing Programmabegroting. Hiermee wordt beoogd (nog
meer) sturing aan te kunnen brengen op de maatschappelijke effecten en het in beeld brengen van de integrale samenhang van verschillende beleidsterreinen 9 Bijvoorbeeld: ZLTO (landbouw), woningbouwcorporaties/particuliere verhuurders (wonen), natuurorganisaties, VVV (recreatie)
pagina 6
college besproken. Er zijn geen specifieke voortgangsdocumenten richting raad waarin wordt beoordeeld in hoeverre de oorspronkelijke speerpunten “nog op koers liggen”.
4. De conclusies nader toegelicht De conclusies zoals die opgenomen zijn in hoofdstuk 2 worden hieronder herhaald en van een nadere toelichting voorzien. A. De beoogde regionale samenwerking is niet voldoende uit de verf gekomen. Dat geldt in ieder geval voor de speerpunten Toerisme& Recreatie alsmede Wonen Eén van de doelen van de beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” was het aanbrengen van een duidelijke focus en middels regionale samenwerking verschillende doelen die het gemeentebestuur van belang achtte te realiseren. Zelfs bij het speerpunt Wonen is aangegeven dat ondanks dat daar een minder grote meerwaarde in samenwerking werd gezien dat er een bijdrage aan de regiovisie geleverd diende te worden. In hoofdstuk 3 is op verschillende plaatsen vastgesteld dat de regionale samenwerking niet voldoende is opgepakt en uitgewerkt. Opvallend is dat richting de reguliere regionale overleggen nagenoeg geen documenten zijn ingebracht waarin de gemeente Bernheze aangeeft welke beleidsdoelen voor Bernheze van belang zijn. B. De uitwerking van de drie speerpunten is niet significant anders tot stand gekomen dan normaal gesproken voor beleidsthema’s wordt gehanteerd Er is geen aparte werkstructuur opgezet voor de drie speerpunten.
Uit zowel de documenten als de interviews komt naar voren dat de verschillende werkzaamheden uitgevoerd zijn binnen de staande organisatie en binnen reguliere budgetten (met een uitzondering voor Toerisme & Recreatie). De conclusie is dan ook dat er wel een beleidsnotitie is vastgesteld maar dat daardoor de aanpak en uitwerking niet significant anders is geweest als voor alle andere beleidsthema’s. C. De raad is onvoldoende in de gelegenheid gesteld om de middels de beleidsnotitie beoogde integrale aanpak te volgen en waar nodig bij te sturen De conclusie is dat de raad in het kader van enkele thema- en werkbijeenkomsten is betrokken. Daarnaast is de raad in het kader van besluitvormingsprocedures uiteraard volgens de gangbare procedures in beeld. Opvallend is dat er intern heel veel uitgebreide documenten zijn waaruit blijkt dat er veranderingen worden voorgestaan bij de uitwerking van de speerpunten maar die documenten (of voor de raad relevante samenvattingen) zijn niet in commissie of raad besproken. D. De raad heeft zijn controlerende rol zelf niet expliciet vormgegeven Deze conclusie start met de vaststelling dat de raad eind 2017 het college niet verzocht heeft om de verdere uitwerking van de beleidsnotitie (zoals toegezegd) te bespreken.
Vervolgens is bij de behandeling van de opeenvolgende programmabegrotingen en jaarrekeningen geen aandacht besteed aan de speerpunten. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het door de RKC geformuleerde normenkader kijkend naar de beleidsnotitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” onvoldoende is ingevuld.
pagina 7
5. Aanbevelingen Op basis van het onderzoek en de conclusies komen wij tot een aantal aanbevelingen. In dit hoofdstuk worden dat nader toegelicht. Een opmerking vooraf is dat de RKC geen voorstander is van uitgebreide administratieve systemen en nieuwe overlegstructuren. In de optiek van de RKC kunnen de aanbevelingen gerealiseerd worden met eenvoudige hulpmiddelen. De RKC gaat er daarbij vanuit dat als het proces van kaderstelling goed is ingericht en doorlopen er op een eenvoudige wijze kan worden vastgesteld in hoeverre de gestelde doelen binnen de gestelde termijnen gehaald worden. De aanbevelingen luiden als volgt: 1) Stel bij de start van de beleidsontwikkeling voor een duidelijke startnotitie vast waarin richtingen worden geschetst alsmede het proces waarlangs de beleidsontwikkeling dient vorm te krijgen: De raad dient een duidelijke rol te hebben in het proces van beleidsontwikkeling. Een startnotitie geeft richting aan het beleidsproces en de wijze waarop de raad daarin verder betrokken wordt. 2) Toets bij de vaststelling van een beleidsnotitie in hoeverre de doelen concreet omschreven zijn en er een duidelijke uitvoeringsparagraaf is (inclusief planning en budget): Doelen dienen concreet omschreven te worden teneinde een goede basis te hebben voor het uitvoeren van de controlerende taak van de raad.
Daar hoort ook bij het aangeven wanneer de doelen behaald dienen te zijn en welke financiële inspanning dat vraagt (en hoe dat verwerkt is in de meerjarenbegroting). De uitvoeringspargraaf dient op raadsniveau omschreven te zijn en is daarmee een adequate kapstok voor de uitvoering door het college. 3) Verzoek de griffie om de huidige systematiek van het registreren én volgen van de toezeggingen te verfijnen en hierin alle toezeggingen op te nemen. Betrek dit overzicht bij de besprekingen van de agendacommissie: Portefeuillehouders en/of het college doen toezeggingen tijdens diverse bijeenkomsten en vergaderingen. Soms zijn dit mondelinge toezeggingen maar meestal zijn zij opgenomen (expliciet dan wel impliciet) in bijvoorbeeld een Nti of een concreet raadsvoorstel en achterliggende documenten. Sommige toezeggingen kennen een lange(re) looptijd. Om te vermijden dat sommige toezeggingen niet op de lijst terecht komen en om te vermijden dat er toezeggingen zijn die uit beeld raken is een meer “waterdichte” systematiek gewenst. 4) Leg vast voor welke beleidsthema’s er op een te bepalen frequentie beknopte aparte voortgangsrapportages aan de raad worden voorgelegd: In principe zijn de documenten in het kader van de P&C-cyclus toereikend om de voortgang op hoofdlijnen te beschrijven.
Voor specifieke beleidsthema’s uit het raadsprogramma zijn die documenten echter soms te oppervlakkig en bieden voor de controlerende rol en eventueel noodzakelijke bijsturing onvoldoende houvast10. Dan vraagt het (als resultante van de 2e aanbeveling) om specifieke voortgangsrapportages op het niveau van de raad. Per onderwerp wordt door de raad aangegeven op welk moment en met welke inhoud zo’n voortgangsrapportage geagendeerd dient te worden. Aangenomen wordt dat er per jaar 20 tot 25 specifieke beleidsthema’s naar voren komen waar de raad expliciet besluiten over dient te nemen. Voor een klein deel (bijv. 5) zal er sprake zijn van aparte voortgangsrapportages aanvullend op de P&C-cyclus.
10 In de Tussentijdse Rapportages van 2020 en 2021 die in de Commissie Bestuur en Strategie besproken zijn wordt expliciet aan-
dacht aan majeure projecten en beleidsthema’s besteed. Daarmee wordt al invulling gegeven aan een deel van de aanbeveling. In een aparte voortgangsrapportage kan in ieder geval ook aandacht besteed worden aan aspecten als planning, (resterend) budget etc.
pagina 8
Bijlage 1: Opzet onderzoek: “Visie werken aan de toekomst Bernheze” Inleiding Op 1 oktober 2015 heeft de gemeenteraad van Bernheze uitgesproken een zelfstandige gemeente te blijven en te kiezen voor het intensiveren van de samenwerking in de regio. Uitgangspunt is dat ‘besturen niet ophoudt bij de gemeentegrenzen: het leven van onze inwoners, bedrijven en instellingen speelt zich steeds vaker regionaal af. Er zijn drie belangrijke samenwerkingsthema’s aangewezen: landbouw, recreatie en wonen. Vervolgens heeft de gemeenteraad op 16 oktober 2016 de ‘Visie werken aan de toekomst Bernheze’ vastgesteld. De achterliggende gedachte is dat het maken van relevante (beleids-)keuzes noodzakelijk is omdat anders het gevaar dreigt dat de gemeente zich min of meer richt op van alles richt en daarmee haar positie niet duidelijk maakt en ook minder succesvol zal zijn in haar beleidsuitvoering. De ‘Visie werken aan de toekomst Bernheze’ is een beknopt document waarbij de nadruk ligt op het benoemen van enkele speerpunten per samenwerkingsthema en het richting geven aan het proces om die speerpunten verder uit te werken. De ‘Visie’ bevat geen opsomming van concrete doelen of te behalen resultaten. In het document is aangegeven binnen een jaar terug te rapporteren en dat het werken aan de ‘Visie’ wordt gezien als een continu proces.
Tevens is aangegeven dat de ‘Visie’ een inspiratiebron kan zijn voor het volgende bestuursprogramma11. De rekenkamercommissie is voornemens te gaan onderzoeken of en in welke mate het benoemen van dit soort speerpunten gewerkt heeft en wat nu de betekenis van zo’n toekomstvisie is geweest in het doen en laten van de gemeente Bernheze. Onderzoeksvragen In het onderzoek komen onder meer de volgende onderzoeksvragen aan de orde: 1. Op welke wijze is de werkstructuur opgezet om de genoemde speerpunten uit te kunnen werken en wat was de positie van onder meer de buurgemeenten daarin?; 2. Wat is de betekenis geweest van de keuze voor deze speerpunten?. Hoe heeft dat doorgewerkt in het gemeentelijk beleid?; 3.
Zijn er daadwerkelijk resultaten aan te wijzen die niet zouden zijn behaald als er niet zo duidelijk voor deze speerpunten gekozen was? Bij deze vragen zijn tal van subvragen denkbaar waaronder: ▪ Op welke wijze heeft de toegezegde rapportage in 2017 plaatsgevonden en aan wie is gerapporteerd? ▪ Is de raad betrokken bij de verdere inhoudelijke uitwerking van de speerpunten? ▪ Krijgen de speerpunten de verwachte aandacht in de beleidsstukken van na 2016 12? ▪ Is in de budgettoewijzing bij de begrotingen de aandacht voor deze speerpunten merkbaar en is er vervolgens in de jaarstukken aandacht aan besteed (wat zijn de resultaten)? ▪ Zijn er nog andere manieren waarop de keuzes de aandacht hebben gekregen? 11
Aangenomen wordt dat gedoeld wordt op het op te stellen Bestuursprogramma 2018-2022
12 Bijvoorbeeld de Woonvisie, VAB-beleid etc., recente besluiten over De Wildhorst etc.
pagina 9
▪ ▪
▪ ▪ ▪
Wat hebben de betrokken externe partijen waaronder met name de buurgemeenten en (belangen-)organisaties13 gemerkt van de keuze voor deze speerpunten? Op welke wijze heeft Bernheze gereageerd naar de buurgemeenten op die momenten dat in verband met bijvoorbeeld bestemmingsplannen om een zienswijze gevraagd werd door die buurgemeenten? Wat is gedaan om in de gemeentelijke organisatie met veel vertrekkers en nieuwkomers deze speerpunten ‘levend’ te houden? Welke beleidsthema’s die toch ook belangrijk werden geacht zijn ‘achtergebleven’ vanwege de keuze voor deze speerpunten? Is er tussentijds geëvalueerd en zo ja wie zijn daarbij betrokken? En op welke wijze is dat gerapporteerd aan de raad?
Beoogd resultaat Naast het beantwoorden van de onderzoeksvragen is het beoogde resultaat van het onderzoek een mogelijke set van aanbevelingen voor integrale visiedocumenten14, het formuleren van concrete beleidsdoelen en het monitoren van de voortgang inclusief de resultaten. Werkwijze Het onderzoek is eenvoudig van opzet waarbij de gebruikelijke stappen in een rekenkameronderzoek worden doorlopen: uitwerken onderzoekvraag en opstellen normenkader, bureau- en veldonderzoek, tussenrapportage bevindingen, conclusies en aanbevelingen opstellen. Voor de fase van het bureau – en veldonderzoek worden de volgende activiteiten ondernomen: ▪ Analyse documenten in het kader van de P&C-cyclus alsmede overige relevante beleidsdocumenten uit de periode 1-1-2017 – 1-1-2022; ▪ Interviews met betrokken bestuurders, raadsleden, medewerkers griffie en ambtenaren; ▪ Interviews met relevante externe partijen bij de drie samenwerkingsthema’s waaronder (een vertegenwoordiging van) de buurgemeenten en (belangen-)organisaties. Een bijzonderheid is dat in de periode dat het onderzoek wordt uitgevoerd (zie ook hierna: Planning) er gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden en dat daarna een nieuwe raad en een nieuw college aantreedt15. Tevens geldt dat de afgelopen tijd er veel personele wisselingen in de ambtelijke organisatie zich hebben voorgedaan.
Daarbij is het denkbaar dat verschillende personen niet betrokken zijn geweest bij het voorbereiden, de besluitvorming en vervolgens het werken met de ‘Visie”. Het selecteren van de te interviewen personen vraagt dus de nodige zorgvuldigheid om voldoende relevante informatie te krijgen. Een logische consequentie is dat er extra aandacht naar het bureauen veldonderzoek zal gaan. Daar staat een voordeel tegenover: de implementatie van de Omgevingswet en het voorbereiden en besluiten over de omgevingsvisie vraagt een andere cultuur 16 en zonder meer een frisse kijk.
13 Bijvoorbeeld: ZLTO (landbouw), woningbouwcorporaties/particuliere verhuurders (wonen), natuurorganisaties, VVV (recreatie) 14 Op dit moment loopt het traject om te komen tot de omgevingsvisie. De oriëntatiefase is in het voorjaar en de ontwerpfase is in
het najaar voorzien. Besluitvorming is voorzien in december 2022. Zie ook https://samenbernheze.nl/omgevingsvisie/planning+omgevingsvisie Dit zou al het eerste moment kunnen zijn om de resultaten van het rekenkameronderzoek te gaan gebruiken. 15 Dat geldt uiteraard ook voor de buurgemeenten. 16 Dit is niet de individuele mening van de rekenkamercommissie Bernheze maar een algemeen beeld dat bij de voorbereiding van de Omgevingswet door heel veel actoren (ministerie, provincies, adviesbureaus etc.) wordt aangehouden.
pagina 10
Globale planning 2022 ▪ Maart vaststelling normenkader en definitieve onderzoeksaanpak ▪ Maart t/m mei bureau- en veldonderzoek ▪ Juni rapport maken voor ambtelijk wederhoor ▪ Juli en augustus bestuurlijke reactie ▪ September aanbieding aan de raad ▪ Oktober raadsbehandeling
pagina 11
Bijlage 2: Notitie “Visie werken aan de toekomst Bernheze” Inleiding De gemeenteraad van Bernheze heeft op 1 oktober 2015 uitgesproken een zelfstandige gemeente te blijven en te kiezen voor het intensiveren van de samenwerking in de regio (As50/Agrifood Capital). De raad gaf toen drie belangrijke samenwerkingsthema’s aan: landbouw, recreatie en wonen. Het afgelopen jaar zijn gemeenteraad, college en MT aan de slag gegaan om aan dit besluit handen en voeten te geven. Hierbij geldt als uitgangspunt dat Bernheze alleen op basis van haar eigen strategische keuzes een sterke positie in de regionale samenwerking kan innemen. Het afgelopen jaar is gebruikt om de Bernhezer positie en ambitie goed in beeld te brengen en samenhang tussen thema’s, doelen en activiteiten te creëren. We formuleren een uniek profiel van Bernheze. De gemeenteraad gaf hiervoor input in een bijeenkomst op 11 april 2016. Hieronder treft u de weergave van dit proces en de resultaten daarvan aan. Met deze resultaten kunnen we onze partners in de regio tegemoet treden en onderzoeken op welke wijze we elkaars kwaliteiten kunnen versterken. Besturen houdt namelijk niet op bij de gemeentegrenzen; het leven van onze inwoners, bedrijven en instellingen speelt zich steeds vaker regionaal af. Hiervan getuigt het daily urban system zoals dat door professor Tordoir is beschreven.
Wij geven ons daar rekenschap van en spelen daarop in met alle mogelijkheden die wij als lokaal bestuur hebben. Deze visie op Werken aan de toekomst geeft daar nader richting aan. Uniek profiel Hiervoor hebben wij allereerst een uniek profiel van Bernheze opgesteld. Het profiel geeft voor de toekomst richting aan ons handelen: aan de keuze van onze thema’s, doelen en activiteiten zowel bestuurlijk als ambtelijk. Bernheze is een unieke gemeente. Allereerst door de ligging. Bernheze ligt in een landelijke omgeving waarin het heerlijk wonen is. Daarbij ligt het tussen grote verbindingswegen, die zorgen voor een prima bereikbaarheid. De inwoners zijn actief, zowel maatschappelijk betrokken als ondernemend. Dit zorgt voor een grote sociale samenhang, met name binnen de vijf kernen waarbij de gemeente de samenhang tussen de kernen bevordert. Tot slot zijn er recreatieve parels met allure, wat het een prettige plek maakt om te vertoeven. De combinatie tussen de ligging, actieve inwoners, sociale samenhang en de recreatieve parels maakt Bernheze uniek. Bernhezer keuze Het unieke profiel is iets om te koesteren. We doen dit door ons af te vragen op welke thema’s we extra inzetten en wat gaan we dan precies gaan doen. We beschrijven een toetsingskader aan de hand waarvan we deze keuzes maken en schetsen vervolgens welke keuzes dat zijn voor de drie thema’s: landbouw, recreatie en wonen.
pagina 12
Toetsingskader Hiervoor hebben we een toetsingskader aan de hand waarvan we bepaald hebben welke thema’s extra aandacht nodig hebben en welke minder. Voorop staat natuurlijk de belangrijkste toetssteen die altijd aan de orde moet komen: draagt een thema bij aan het unieke profiel van Bernheze. Daarnaast is aan de hand van de actualiteit gekeken naar de mate waarin: - een thema goed op orde is en - het belang van of de ambitie op dit thema Regionale samenwerking Voor wat betreft de drie thema’s willen we daarnaast weten welke zich goed lenen voor regionale samenwerking en welke thema’s voornamelijk zelfstandig opgepakt kunnen worden. Criterium hiervoor is in welke mate regionale samenwerking een toegevoegde waarde kan hebben. Samenwerken is namelijk een middel en geen doel. De mogelijkheid van regionale samenwerking blijkt vooral hoog te scoren bij het thema recreatie en in mindere mate voor de thema’s landbouw en wonen. Drie thema’s – werken aan het unieke profiel Recreatie De regio heeft de potentie om op toeristisch gebied een bovenregionale trekpleister te worden. Als dit slaagt, profiteert de gemeente Bernheze daarvan. De regio is echter nog geen bovenregionale trekpleister en Bernheze is niet in staat dit alleen voor elkaar te krijgen. Daarmee heeft regionale samenwerking hier grote toegevoegde waarde.
Daarnaast verwijzen we ook naar de bevindingen ‘toeristisch-recreatieve ontwikkeling/casus Maashorst’ uit het rapport ‘Bernheze gespiegeld’ van maart 2015 (bijlage 1). Uit deze conclusie volgt het speerpunt: Versterken regionale samenwerking over recreatie (subthema natuur en landschap), de eigen positie daarin bepalen en verder uitwerken en daartoe de volgende acties ondernemen: 1. initiatief nemen tot het opstellen van een regionale ontwikkelagenda recreatie daarbij aanhaken op regionale toeristische toppers 2. de parels binnen de gemeente verkennen, verbinden en in sommige gevallen beter leren kennen (denk onder andere aan de Wijstgronden) 3. samen met ondernemers van binnen en buiten Bernheze verkennen waar kansen liggen 4. een beleidsnotitie recreatie en toerisme vaststellen De gemeenteraad heeft op de bijeenkomst van 11 april 2016 richting gegeven aan dit thema. Bijlage 3 geeft een overzicht. Landbouw Bernheze is een agrarische gemeente. Ten opzichte van andere gemeenten zijn we eerder een brenger dan een haler. We verwijzen hier ook naar de bevindingen ‘economische ontwikkeling/casus agrifood’ uit Bernheze gespiegeld van maart 2015 (bijlage 2). Gezien de meerwaarde van regionale samenwerking, zoals Agrifood Capital, wordt het volgende speerpunt voorgesteld: Het thema landbouw is een speerpunt op lokaal en regionaal niveau.
Agrifood Capital en transitie in de landbouw zijn voor ons belangrijke onderwerpen in de regionale samenwerking. We nemen daarvoor de volgende acties:
pagina 13
1. Agrifood Capital duidelijk positioneren en uitdragen in de gemeente om daarmee innovatieve ondernemers aan te trekken 2. aanbieden dat Bernheze het innovatielab wordt van Agrifood Capital en dit concretiseren aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek van de Has Hogeschool1 3. landbouw verbinden met recreatie en zorg. Daarbij regels onder de loep nemen zodat zo regelarm/regelvrij mogelijk gefaciliteerd kan worden De gemeenteraad heeft op de bijeenkomst van 11 april 2016 richting gegeven aan dit thema. Bijlage 3 geeft een overzicht. Wonen Bernheze wil zelfstandig alle woondoelgroepen faciliteren. Ditzelfde geldt ook voor de omliggende gemeenten. Daarmee heeft regionale samenwerking op het gebied van wonen vooralsnog minder toegevoegde waarde. Het speerpunt voor wonen is: Vaststellen dat regionale samenwerking vooralsnog minder toegevoegde waarde heeft voor het thema Wonen. We pakken dit op als een zelfstandig thema en nemen daarvoor de volgende acties: 1. Het uitvoeren van de beleidsvoornemens in de woonvisie Bernheze 2016-2021 2. Relevante punten binnen de Woonvisie stemmen we regionaal af en we leveren een bijdrage aan de regiovisie wonen De gemeenteraad heeft op de bijeenkomst van 11 april 2016 richting gegeven aan dit thema. Proces In deze visie spreken we vaak over ‘we’. Vele partijen hebben namelijk een bijdrage geleverd.
Hierboven hebben wij onze keuzes toegelicht die tot stand zijn gekomen na een proces dat begonnen is met de uitspraak van de gemeenteraad van 1 oktober 2015. Hierna zijn het college en het MT aan de slag gegaan. Samen met betrokken medewerkers is in kaart gebracht welke positie Bernheze inneemt op de thema’s landbouw, recreatie en wonen en welke ambities we voor deze thema’s hebben. Hetzelfde hebben we gedaan voor het onderwerp regionale samenwerking. Ook is op deze manier bekeken wat de samenhang is en zou moeten zijn tussen de verschillende doelen en thema’s die we als organisatie kennen. In verschillende sessies is hier telkens verder verdieping aan gegeven. In april 2016 heeft de gemeenteraad richting gegeven aan het unieke profiel. Ook formuleerde de raad de positie en ambitie op de drie thema’s. Uiteindelijk heeft dit proces geleid tot deze visie. We nemen een duidelijke positie in; op basis van strategisch gemaakte keuzes is het voor ons, onze inwoners, bedrijven en instellingen duidelijk waar wij van zijn en welke ambities we hebben. Voortraject Tijdens het proces hebben we gebruik gemaakt van de gegevens die aan het besluit van 1 oktober 2015 ten grondslag lagen. In aanloop naar dit besluit heeft Bernheze een zorgvuldig proces doorlopen waarin inwoners, professionele stakeholders, raad en college hebben geparticipeerd.
De uitkomsten van dit traject lieten zien dat Bernheze enkele sterke punten bezit: E. een sterke sociale samenhang en een sterk ontwikkeld ondernemerschap. F. Bernheze als gemeente geeft de kernen een krachtige ondersteuning en de dienstverlening is goed op orde.
pagina 14
Tegelijkertijd werden enkele zwakke punten van de gemeente genoemd: - dat de inzet op gemeentebrede of gemeenteoverstijgende thema’s niet voldoende scherp is, - dat er te weinig visie op de toekomst van de kernen bestaat, - dat Bernheze geen proactieve samenwerkingsstrategie bezit en - dat de organisatie niet is gericht op de strategische opgaven. Deze bevindingen vormen de basis voor het formuleren van een visie op Werken aan de toekomst. De sterke punten behouden we en van de zwakke punten willen we sterke punten maken. Dit gaat echter niet vanzelf en daarvoor is het noodzakelijk dat: 1. het bestuur gefaciliteerd wordt in het maken van scherpe(re) keuzen en dat 2. in wisselwerking met het bestuur een strategische blik ontwikkeld wordt. Keuzes maken en een strategische blik De huidige werkwijze leidt tot versnipperde keuzes, menskracht en financiële middelen. Het bestuur maakt weleens keuzes waarvan niet altijd duidelijk is op welke ambities deze gebaseerd zijn. Er is onvoldoende strategische koers. We willen dus van versnippering naar (strategische) samenhang. Strategische keuzes maken vraagt een andere opstelling van bestuur en ambtelijke organisatie. Om meer strategisch vermogen te ontwikkelen is een model gemaakt voor het voeden (door de ambtelijke organisatie) en uitdagen (door het bestuur).
Aan de hand van dit model heeft de gemeenteraad in een werksessie op 11 april de thema’s landbouw, wonen en recreatie doorgelicht. Daarbij werd in kaart gebracht waar we nu staan als gemeente (positie) en waar we willen uitkomen (ambitie). Doelenboom Met deze visie brengen we meer focus aan in de thema’s die we als gemeente oppakken en hiermee versterken we ons strategisch vermogen. Dit hebben we vastgelegd in een doelenboom: een overzicht van alle doelen, thema’s, resultaten en activiteiten in de organisatie (bijlage 4). Deze dienen allemaal het Bernhezer unieke profiel.
pagina 15
We maken een vergelijking met een bak vol kralen. Met deze nieuwe benadering is het direct duidelijk welke kralen bij elkaar horen; welke verbindingen er bestaan. Een voorbeeld is het beleid over de vrijkomende agrarische bebouwing: hier liggen verbindingen met zowel de thema’s wonen en zorg als recreatie. Hoe verder We hebben nu een begin gemaakt met het versterken van het strategisch vermogen. Het college en het MT gaan aan de slag met het werken aan de actiepunten. Ook nemen we contact op met onze buurgemeenten van de As50 over onze keuzes op de drie thema’s en onderzoeken daarbij de samenwerkingsmogelijkheden. We koppelen onze bevindingen binnen een jaar terug naar de gemeenteraad. Het werken aan het strategisch vermogen is een continue proces van voeden en uitdagen. We hebben hier ervaring mee opgedaan bij het vormgeven van deze visie en we trekken deze lijn door naar de toekomst. We investeren daarmee in de kwaliteit van ons bestuur en onze organisatie. We gaan er ook vanuit dat deze strategische koers een inspiratiebron kan zijn bij het opstellen van het volgende bestuursprogramma.
pagina 16
Bijlage 3: Geïnterviewde personen Bestuur: • mevrouw M. Moorman, burgemeester • de heer R. Wijdeven, wethouder Organisatie: • mevrouw P. Hurkmans, gemeentesecretaris • de heer N. Joosten, teamcoach • mevrouw S. Janssen en mevrouw M. Gijsbers, beleidsstrategen • de heer P. Ossenblok, beleidsmedewerker Leefomgeving De interviews zijn afgenomen waarbij de geïnterviewde vooraf een interviewleidraad heeft gekregen. Na afloop van elk interview zijn beknopte aantekeningen aan de geïnterviewde gezonden met de vraag in hoeverre die aantekeningen het besprokene voldoende weergeven. In een aantal gevallen zijn door de geïnterviewde verduidelijkingen aangebracht.
pagina 17
Bijlage 4: Geraadpleegde documenten Er is een uitgebreide set van documenten in beschouwing genomen. In deze bijlage is het overzicht opgenomen. Opgemerkt wordt dat de focus is uitgegaan naar met name de wijze waarop het proces van regionale samenwerking was georganiseerd en de wijze waarop de raad daarover is geïnformeerd. Het ging niet om de inhoudelijke standpunten dan wel de inhoudelijke resultaten. Gezien de gekozen invalshoek voor het onderzoek zijn de meeste documenten “diagonaalsgewijs” bekeken. Veel documenten zijn “interne documenten” oftewel documenten die opgesteld zijn door de organisatie en die intern besproken zijn (beleidsmedewerkers, leidinggevenden, MT, portefeuillehouder(s) B&W etc.). Er zijn weinig documenten die met de raad zijn besproken en er zijn weinig documenten die in de verschillende regionale overlegkaders zijn ingebracht. a. Jaarstukken, kadernota’s en programmabegrotingen • Programmabegroting 2017, Programmabegroting 2018, Programmabegroting 2019, Programmabegroting 2020, Programmabegroting 2021 • Perspectiefnota 2018-2021, Informatienota 2019-2022, Perspectiefnota 2020-2023, Kadernota 2021-2024, Kadernota 2022-2025 • Jaarstukken 2017, Jaarstukken 2018, Jaarstukken 2019, Jaarstukken 2020 • Eerste Tussentijdse rapportage 2020 Gemeente Bernheze juni 2020, Eerste tussentijdse rapportage 2021 Gemeente Bernheze, juni 2021 b.
Presentaties, uitnodigingen, verslagen bijeenkomsten en andere inhoudelijke documenten Diverse documenten Er zijn veel documenten die zich in belangrijke mate richten op informatie-uitwisseling. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bijeenkomsten met de raad. En de meeste bijeenkomsten gaan over één thema (speerpunt). Er zijn nagenoeg geen documenten die expliciet voor regionale overleggen zijn geproduceerd en verspreid. • Positiebepaling thema Landbouw (2015) • Positiebepaling thema Recreatie (2015) • Positiebepaling thema Wonen (2015) • Verslag strategische sessie MT 17 en 18 november 2015 • Verslag PAR regionale samenwerking (2016) • Verslag PAR samenhang 20160104 • Verslag PAR samenhang (2016) • 2016 01 05 Verslag PAR regionale samenwerking • Presentatie bijeenkomst met college 22-03-16 • GB01-verslag bijeenkomst College en MT 22-03-16 • GB01-agenda en procesbeschrijving bijeenkomst gemeenteraad (11-04-16) • GB01-Presentatie Raadsbijeenkomst 11-04-16 • GB01-verslag werkconferentie 11-04-16 • GB02-verslag werksessie 31-05-16 • Besluitenlijst commissie BS op 19 september 2016 • Agenda 1e bijeenkomst 13 april 2017 • Huiswerkvragen raad (werkbijeenkomst raad 13 april 2017) • Presentatie werksessie raad Bernheze (werkbijeenkomst raad 13 april 2017) • Overzicht deelnemers werksessie 1 werkbijeenkomst raad 1 april 2017) • Presentatie 2e werksessie raad en partneroverleg 29 mei 2017 •
Presentatie beeldvorming 2017-10-07 (werkbijeenkomst raad 10 juli 2017)
pagina 18
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Landbouw en gezondheid scores PO (werkbijeenkomst raad 29 mei 2017) Landbouw en gezondheid scores raad (werkbijeenkomst raad 29 mei 2017) Recreatie scores PO (werkbijeenkomst raad 29 mei 2017) Recreatie scores raad (werkbijeenkomst raad 29 mei 2017) Uitnodiging (raad gecombineerde werksessie 29 mrt 2017 Beleidsinventarisatie samengesteld tbv raadsessie 1 (werkbijeenkomst raad 13 april 2017 Bijeenkomst over Koersdocument 2017-07-10 (werkbijeenkomst raad 10 juli 2017) Toerisme en recreatie (Beleidsplan 2018) Nti Evaluatie bestuursprogramma Bernheze 2014-2018 Bestuursprogramma-samen voor-bernheze-2018-2022 Bijlage Evaluatie bestuursprogramma (voorjaar 2018) Uitnodiging werkbijeenkomst woningbouw 3 sep 2018 Verslag themabijeenkomst woningbouw 3 september 2018 Bestuursprogramma-appendix - sociaal-domein- oktober-2018 Concept Prestatieafspraken Bernheze 2019-2023 versie 19-11-2018 (bijeenkomst raad 22-10-‘18) Concept Prestatieafspraken Bernheze 2017-2022. woningbouw (bijeenkomst raad 22-10-2018) Presentatie corporaties themabijeenkomst 22 oktober 2018 Presentatie gemeente themabijeenkomst t22 oktober 2018 Presentatie Woningbouwbeleid (werkbijeenkomst 3 september 2018) Ontwikkelperspectief Berne (toekomstvisie def intern) (mei 2019) Uitnodiging Raadsbijeenkomst 01-07-2019 Woningbouw en grondbeleid 3 december 2019
Diverse vergaderstukken Het betreft telkens mappen waarin verschillende documenten zijn opgenomen. Nagenoeg al die bestanden betreffen de interne informatie-uitwisseling. In de corona-periode zijn er weinig bijeenkomsten. • Praatstuk 10 oktober 2016 • MT bijeenkomst 3 november 2016 en 24 november 2016 • MT-college-beleidsmedewerkers 5 december 2016 • Bijeenkomst organisatie 9 januari 2017 • MT-college 11 april 2017 • Vervolg drie strategische thema's (stuk voor MT 10 mei 2017) • Bijlage 1GB03-procesopmerkingen voortgang speerpunten (t.b.v. MT 10-05-2017) • Notulen actielijst MT-overleg 2017-05-10 • Kwartaalbijeenkomst MT-college 10 oktober 2017, 19 december 2017 • Kwartaalbijeenkomst MT-college 10 april 2018, 17 april 2018, 3 juli 2018, 10 juli 2018, 24 september 2018, 25 september 2018 • Opzet trimesterbijeenkomsten 2019 • Verzamelmap trimsterbijeenkomsten 2019 – 2020 (elk jaar 3 bijeenkomsten)
pagina 19