Rapport rekenkamercommissie Toezicht en handhaving openbare orde en veiligheid
Tekst van het document
Rekenkamercommissie Bernheze Aan de gemeenteraad Postbus 19 5384 ZG HEESCH
Behandeld door:
Kees Langerwerf
Uw brief van:
Telefoonnummer:
0412 458888
Uw kenmerk:
Bijlage(n):
Registratienummer: 4 Onderzoek Toezicht en Handhaving OOV Datum: 13 april 2021
Onderwerp:
Geachte raadsleden, Hierbij bieden wij u het rekenkameronderzoek ‘Toezicht en Handhaving OOV aan. Dit onderzoek is een zogenaamd ‘doe mee onderzoek’; het bureau Necker van Naem heeft dit onderzoek min of meer gelijktijdig in 17 gemeenten uitgevoerd. Het voordeel hiervan is dat er ook een vergelijking mogelijk is met de gang van zaken in een aantal andere gemeenten. Deze vergelijking is opgenomen in een ‘koepelrapportage’ die wij u hierbij eveneens aanbieden. Omdat in alle deelnemende gemeenten gelijktijdig juist in deze sector veel capaciteit ingezet moest worden als gevolg van Corona, is de looptijd van het onderzoek langer geweest dan gepland. In het onderzoeksrapport zijn ook de reactie van het college van B&W en ons nawoord daarop toegevoegd. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: Welk toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van OOV heeft de gemeente vastgesteld en wordt dit beleid doeltreffend en doelmatig uitgevoerd? De vraag wordt in het onderzoek als volgt beantwoord: In Bernheze is geen sluitend antwoord te geven op de vraag of het beleid doelmatig en doeltreffend wordt uitgevoerd. Dat heeft te maken met het abstractieniveau van beleid en uitvoeringsplannen. De doelstellingen zijn niet concreet gemaakt en een goede rapportagestructuur over de inzet van instrumenten ontbreekt.
Op basis van de deelvragen ontstaat echter wel een beeld van de toezichts- en handhavingspraktijk op het gebied van OOV in Bernheze. Het onderzoek mondt vervolgens uit in 4 conclusies en zes aanbevelingen, die wij hieronder kort weergeven: Conclusies: 1. De raad geeft onvoldoende invulling aan zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van toezicht en handhaving op OOV. 2. De beschikbare monitorings- en stuurinformatie is ontoereikend. 3. Er wordt gewerkt aan de verbetering van de samenwerking tussen boa’s en beleidswedewerkers veiligheid. 4. Er is sprake van een relatief lage capaciteit bij de boa’s.
Aanbevelingen voor de raad 1. Het college te verzoeken de documenten over OOV en Toezicht & Handhaving op OOV meer in samenhang aan te bieden en in bespreking te brengen. Denkbaar is dat er in de commissie Bestuur en Strategie of voor de hele raad een jaarlijkse ‘veiligheidsavond’ komt, waarin de volgende documenten ter bespreking staan: evaluatie en jaarplan VTH voor het onderdeel OOV, de eventuele actualisatie van het veiligheidsprogramma. Tijdens die avond wordt door politie en OM een toelichting gegeven op het veiligheidsbeeld. 2. Vraag het college de volgende beleidsplannen VTH ter vaststelling voorgelegd te krijgen en niet alleen maar ter kennisname. Naar onze mening past dat bij de kaderstellende rol van de raad en het biedt de raad daarmee ook een beter aanknopingspunt voor een inhoudelijk debat. Aanbevelingen voor het college 3. Implementeer per 2021 een overzichtelijk registratiesysteem, zodat de informatie over de inzet van instrumenten ook daadwerkelijk als sturingsinformatie gebruikt kan worden. Benoem in de rapportages aan de raad ook de verklaringen voor afwijkingen van de begrote inzet. 4. Verbeter de samenhang tussen beleid en praktijk. Op sturingsniveau gaat het hierboven genoemde registreren daarbij helpen.
Ten aanzien van de planvorming is ook nodig dat er een periodiek verleg komt tussen de stellers van beleidsstukken en uitvoeringsplannen enerzijds en de mensen die in de dagelijkse praktijk met toezicht en handhaving bezig zijn anderzijds. 5. Blijf investeren in de samenwerking met de politie. Dat de contacten tussen een gemeente en de politie goed zijn, is niet in alle onderzochte gemeenten een gegeven. Koester dan ook deze samenwerking die er is. Dit is des te meer van belang omdat de rol van de politie (landelijk) veranderd. 6. Breng in kaart op welke terreinen het bestuurlijk instrumentarium vaker of beter ingezet kan worden en rapporteer hierover in het eerstvolgende uitvoeringsprogramma aan de raad. Het college is in zijn bestuurlijke reactie uitvoerig op de bovenstaande conclusies en aanbevelingen ingegaan. Het college geeft aan zich in algemene zin te herkennen in het geschetste beeld en dat het rapport aanknopingspunten biedt om beleid en uitvoering van OOV beter met elkaar te verbinden en te monitoren. Het college reageert ook op de aanbevelingen aan de raad. Aangegeven wordt dat men zich kan vinden in aanbeveling 1. Dir betekent dat het onderdeel Toezicht en Handhaving OOV wordt toegevoegd aan de jaarlijkse ‘veiligheidsavond’. In aanbeveling 2 herkent het college zich niet.
Het college geeft aan dat het de wettelijke taak van het college om dit beleidsplan vast te stellen. Dat laat naar onze mening onverlet dat het college het beleidsplan VTH na vaststelling wel ter goedkeuring aan de raad voor kan leggen. Een alternatieve mogelijkheid is dat de raad het college verzoekt om voorafgaand aan de vaststelling de gekozen beleidsuitgangspunten om advies voor te leggen aan de commissies B&S en RZ. Een en ander betekent dat wij u adviseren de volgende besluiten te nemen: 1. In te stemmen met het onderzoeksrapport en in het bijzonder met de conclusies en aanbevelingen. 2. Bij aanbeveling 2 ‘ter vaststelling’ veranderen in ‘ter goedkeuring’ en toe te voegen: ‘Een alternatieve mogelijkheid is dat de raad het college verzoekt om voorafgaand aan de vaststelling de gekozen beleidsuitgangspunten om advies voor te leggen aan de commissies B&S en RZ.’ 3. Met inachtneming van beslispunt 2 ook in te stemmen met de reactie van het college.
2
Namens de rekenkamercommissie Bernheze,
Kees Langerwerf voorzitter
Bijlagen:
Rapport “Toezicht en Handhaving Openbare Orde en Veiligheid” Bestuurlijke reactie van het college Nawoord rekenkamercommissie naar aanleiding van de reactie van het college Overkoepelende notitie Toezicht en Handhaving Openbare Orde en Veiligheid
3