Rapport rekenkamercommissie Onderzoek naar het Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) beleid in Bernheze
Tekst van het document
Rekenkamercommissie Bernheze Aan de gemeenteraad Postbus 19 5384 ZG HEESCH
Nico op de Laak Telefoonnummer: 0412 458888 Bijlage(n): 3 Rapport rekenkamercommissie Onderwerp: Onderzoek naar het Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) beleid in Bernheze Behandeld door:
Uw brief van: Uw kenmerk: Registratienummer: Datum:
19 mei 2021
Geachte raadsleden, Hierbij bieden wij u het rekenkameronderzoek “SCHERP IN BEELD?” Onderzoek naar het VAB-beleid in de gemeente Bernheze aan. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: in hoeverre is de gemeente in control als het gaat over het door de raad vastgestelde VAB-beleid. Daarbij horen dan ook de vragen in hoeverre het beleid succesvol is en welke inzet van de kant van de gemeente daarbij aan de orde is (zowel in menskracht als in middelen). En ook is van wezenlijk belang wanneer en op welke wijze de raad is geïnformeerd. Deze laatste vraag is relevant omdat bij vaststelling van het beleid in december 2017 tevens besloten is om het beleid na 3 jaar te evalueren bij invoering van het omgevingsplan. Deze hoofdvraag wordt in het onderzoek als volgt beantwoord: de hoofdconclusie is dat de gemeente onvoldoende in control was in de periode 2017 – december 2020. Weliswaar zijn er geen signalen dat er veel initiatieven inhoudelijk niet juist worden afgehandeld maar de gemeente heeft geen zicht op de concrete omvang van de problematiek in kwantitatieve zin. Dat betekent dat er niet kan worden vastgesteld in hoeverre het vastgestelde beleid inclusief de latere aanvullingen en verfijningen doelmatig en doeltreffend is. Ook kan de conclusie getrokken worden dat de raad onvoldoende in beeld is om haar controlerende rol goed in te vullen.
Gebruikelijk is dat de raad voorstellen van het college verwacht waar dan eerst beeldvorming, daarna oordeelsvorming en vervolgens besluitvorming over plaatsvindt. De conclusie is dat deze normale cyclus als het over het VAB-beleid gaat op de verschillende momenten onvoldoende uit de verf is gekomen. De rekenkamercommissie stelt daarbij vast dat de raad naar aanleiding van de aangeboden Nti’s en raadsvoorstellen (bijvoorbeeld voor het herstelbesluit in december 2020) zelf niet in actie is gekomen om verduidelijking en nadere onderbouwing te vragen. Het onderzoek mondt vervolgens uit in tien conclusies en drie aanbevelingen die wij hieronder kort weergeven: Conclusies: In hoofdstuk 4 is het normenkader opgenomen. De normen en subnormen zijn als stellingen geponeerd waaraan in de optiek van de rekenkamercommissie voldaan dient te worden. Uitgaande van dat normenkader zijn een tiental conclusies getrokken. Hieronder zijn deze beknopt samengevat waarbij voor de overzichtelijkheid de nummering is aangehouden uit de onderzoeksrapportage. 1.1. Bij de vaststelling van het beleid was er geen concreet inzicht in de omvang van de problematiek in kwantitatieve zin. Er waren wel totalen over de hele bedrijfstak en per
branche maar er was geen kwantitatief inzicht in onderverdelingen naar bijvoorbeeld stoppers. Wel was voldoende duidelijk dat de gemeente met name dient te faciliteren maar er was geen onderbouwing wat dit dan voor de gemeente betekende in financiële zin; 1.2. In aansluiting op de vorige conclusie geldt dat er ook geen inzicht werd gegeven in de (komende) werkvoorraad (aantallen bedrijven/locaties, vereiste actie(s) per bedrijf/locatie, termijnen waarbinnen die acties ondernomen moeten worden etc.). In de verschillende raadsstukken en Nti’s na 17 december 2017 wordt ook geen duidelijkheid gegeven over de kwantitatieve omvang van de problematiek. Er heeft tot op heden geen evaluatie plaatsgevonden van het vastgestelde beleid. Wel is komen vast te staan dat de oorspronkelijke vertaling van het beleid in het bestemmingsplan in 2018 ontoereikend was. Om die reden is in het najaar van 2020 een zogeheten herstelbesluit genomen; 1.3. In het raadsvoorstel noch in het raadsbesluit in 2017 wordt iets gezegd over financiële consequenties. Deels is dat terecht omdat de ondernemer zelf aan zet is om al dan niet samen met externe subsidieregelingen waar de gemeente geen rol in heeft oplossingen te genereren. Maar de financiële consequenties van de extra menskracht om de faciliterende rol conform de doelstellingen zijn in december 2017 niet in beeld gebracht.
In latere jaren gaat het om totalen zonder dat er een duidelijk specificatie is naar onderdelen waaronder de extra inzet enkel voor het VAB-beleid; 1.4. En in het verlengde van de vorige conclusie: Er waren geen financiële consequenties in 2017 aangegeven. Derhalve is op dat moment niets verwerkt in de begroting 2018 en de meerjarenraming 2018-2021. Dit vindt pas plaats in latere jaren; 1.5. Met ingang van 2019 is extra menskracht gevraagd en door de raad goedgekeurd. Maar het is niet te achterhalen met ingang van welke datum welk deel van die extra menskracht effectief op het VAB-beleid is ingezet en welke resultaten dat heeft opgeleverd. 2.1. Er zijn geen aparte (aanvullende) afspraken gemaakt in welke situaties het college volledig bevoegd was om zonder terugkoppeling naar de raad uitvoering te geven aan het raadsbesluit over het VAB-beleid; 2.2. Er zijn geen aparte afspraken over gemaakt in welke situaties een bespreking tenminste in de commissie RZ (en afhankelijk van de complexiteit ook in de raad) noodzakelijk is. 2.3. Het is niet helder in hoeverre er voldoende menskracht beschikbaar (gesteld) is op basis van de genomen besluiten1. 2.4. In aansluiting op de vorige conclusie: Er kan niet worden vastgesteld hoeveel (vertrouwelijke) gesprekken er hebben plaatsgevonden, welke inzet dit gevraagd heeft en wat het effect op het uitvoeren van het VAB-beleid is geweest. 3.
Er zijn geen specifieke afspraken gemaakt over de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang zowel naar inhoud, financiën als de vergelijking met de aantallen VAB’s waar een oplossing voor gevonden moet worden (oude en nieuwe situaties). Opgemerkt wordt dat nergens in de stukken naar voren komt dat de raad specifiek om bepaalde kwantitatieve informatie vraagt. Aanbevelingen Het huidige VAB-beleid staat inhoudelijk (kwalitatief) voldoende in de steigers en het juridisch instrumentarium waar de gemeente voor verantwoordelijk is, is met het nemen van het herstelbesluit in december 2020 voldoende. Desalniettemin is gezien de hiervoor samengevatte conclusies een aantal aanbevelingen te doen: 1. Ten aanzien van het verdere vervolg voor het VAB-beleid is de belangrijkste aanbeveling: draag zorg voor voldoende (aanvullende2) kwantitatieve gegevens teneinde adequaat te kunnen vaststellen in hoeverre het beleid ook daadwerkelijk de beoogde vruchten afwerpt3. 1 Het is zonder meer denkbaar dat de huidige personele situatie (eind 2020/begin 2021) ook zijn doorwerking heeft
in de uitvoering van het VAB-beleid. De aankondiging medio januari 2021 dat er geen principeverzoeken gedurende een zeker periode niet in behandeling genomen kunnen worden is op zich duidelijk genoeg. 2 Op dit moment is een deel van het huidige gegevensbestand ook opgenomen op een zogeheten GIS-kaart. Dit bestand is een goede basis om verder uit te bouwen. 3 Er zijn op provinciaal niveau voldoende gegevens beschikbaar die bruikbaar zijn om de kwantitatieve kant van het VAB-beleid in Bernheze te onderbouwen. Zo is in juli 2020 het rapport Effecten voorgenomen wijziging staleisen op neerslag en uitstoot van stikstof uit de veehouderij gepubliceerd. Eén van de effecten is het stoppen van agrarische ondernemingen en dus vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing.
2
2. Vervolgens: formuleer op basis van de (aanvullende) gegevens duidelijke doelen voor de komende periode en stem hier de benodigde capaciteit van de ambtelijke organisatie op af waarbij het voor de hand ligt om zowel kwalitatief als kwantitatief over deze doelen in de commissie Ruimtelijke Zaken met het college van gedachten te wisselen en te toetsen in hoeverre genoemde doelen daadwerkelijk gehaald (gaan) worden. 3. De aanbeveling van de rekenkamercommissie in zijn algemeenheid is dat bij het voorbereiden en vaststellen van belangrijke beleidsbesluiten aan de hand van onderstaand schema wordt beoordeeld of de te nemen besluiten voldoende zijn voor de noodzakelijke sturing (kaderstellende rol), beheersing en toezicht en verantwoording (controlerende rol). Kernelement
Niveau
Norm
1. Sturing: Beleidskaders
Raad
2. Beheersing: Uitvoering en realisatie
College en ambtelijke organisatie Raad en college
Hier gaat het onder meer over het concreet formuleren wat met het nieuwe beleid beoogd wordt, welke resultaten gedacht worden te behalen en welke inspanningen er nodig zijn om die resultaten daadwerkelijk te realiseren. Hier hoort ook bij het benoemen van de invloedsfeer van de gemeente in het totale beleidsveld en het benoemen van de succes- en faalfactoren. Hier gaat het onder meer over de concrete acties die door de uitvoeringsorganisatie zijn ondernomen en de effecten van die acties. In dit onderdeel gaat het onder meer over de wijze waarop de raad geïnformeerd wordt m.b.t. de voortgang van het in gang gezette beleid en het geven van inzicht in de inspanningen die dat gekost heeft.
3.
Toezicht en verantwoording: Door raad op college.
Tot slot Het VAB-beleid is een essentieel beleid voor een gemeente waar de agrarische sector een belangrijke positie inneemt. Ook zeer recente publicaties in de landelijke en regionale pers geven aan dat er een omvangrijk vraagstuk ligt waarbij het voor veel gemeente een enorme opgave is om tijdig de juiste menskracht in te zetten. Wij gaan ervan uit dat ons onderzoek voldoende houvast biedt om de uitvoering van het beleid nog beter vorm te geven waarmee de kaderstellenden en controlerende rol van de raad beter tot hun recht komen. Een en ander betekent dat wij u adviseren de volgende besluiten te nemen: 1. In te stemmen met de conclusies en aanbevelingen uit het rapport “Scherp in beeld?”. 2. Het college te verzoeken de aanbevelingen uit te voeren; 3. Het college opdracht te geven tenminste éénmaal per jaar een voortgangsrapport VABbeleid in de commissie Ruimtelijke Zaken te bespreken.
Namens de rekenkamercommissie Bernheze,
Kees Langerwerf voorzitter Bijlagen:
Onderzoeksrapport “Scherp in beeld?”. Dat rapport is de weerslag van het onderzoek naar het VAB-beleid in de gemeente Bernheze Bestuurlijke reactie van het college Nawoord rekenkamercommissie naar aanleiding van de reactie van het college 3