Rapport onderzoek Duurzaamheid
Tekst van het document
Heesch, 3 juli 2023
Rapport rekenkameronderzoek “Duurzaamheid”
Rekenkamercommissie Bernheze
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
De aanleiding Begrip duurzaamheid Duurzaamheid en de gemeente Bernheze Onderzoeksvragen en normenkader De opbouw van het rapport
2 2 2 3 3
2.
De centrale boodschap
4
2.1. 2.2.
Conclusies. Aanbevelingen.
4 4
3.
De bevindingen
5
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.
Algemeen Focus De organisatie Informatie-uitwisseling Beleidsthema’s Antwoorden op de onderzoeksvragen
5 5 5 6 6 11
4.
De conclusies nader toegelicht
13
5.
Aanbevelingen
14
Bijlage 1: Duurzaamheid uit Bestuursprogramma 2018 -2022
15
Bijlage 2: Opzet onderzoek: “Duurzaamheid”
16
Bijlage 3: Contactpersonen
18
Bijlage 4: Geraadpleegde documenten
19
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 1
1. Inleiding 1.1. De aanleiding Duurzaam(heid) is een begrip. Dat begrip wordt vaak gebruikt in combinatie met een activiteit of een situatie: een duurzame samenleving, duurzaam internetten, duurzaam inkopen etc.. Soms is het pure verkooppraat, dan weer gaat het om het kort omschrijven van een aanpak. Volgens de rekenkamercommissie (RKC) is het niet altijd voor alle betrokkenen helder wat er bedoeld wordt. Dat is het landelijke beeld. Maar hoe is dat in Bernheze? De keuze voor het thema duurzaamheid is gemaakt gezien de actualiteit van dit thema en de impact van het begrip duurzaamheid op kaderstelling én de gemeentelijke financiën voor de langere termijn. Daarnaast kan gesteld worden dat er een duidelijk relatie is met andere huidige majeure thema’s waaronder de energietransitie, de transitie landbouw, het thema water(kwaliteit). De vraag kan gesteld worden welke thema prevaleert boven andere thema’s of zijn ze allemaal gelijkwaardig? En er is een relatie met de Global Goals waarmee het thema duurzaamheid een breed thema is. Het inhoudelijke thema duurzaamheid past in de wensen van de gemeenteraad om meer op inhoud gerichte onderzoek met conclusies een aanbevelingen voorgelegd te krijgen.
1.2. Begrip duurzaamheid Er bestaan veel definities van het begrip duurzaamheid. Eén van die definities luidt: “Duurzaamheid is de term die gebruikt wordt voor alle acties die erop gericht zijn de negatieve gevolgen van het handelen van de mens op zijn omgeving te minimaliseren. Bij duurzame ontwikkeling gaat het erom het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoefte te voorzien niet in gevaar te brengen. Er is dan sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen, oftewel tussen ‘planet’, ‘profit’ en ‘people’”. De RKC heeft “door die bril gekeken” in het kader van het voorliggende onderzoek.
1.3. Duurzaamheid en de gemeente Bernheze In het Bestuursprogramma 2018 – 2022 wordt op een aantal plaatsen het begrip duurzaam gebruikt. In Bijlage 1 is de aparte paragraaf uit genoemd Bestuursprogramma opgenomen. In dat akkoord legt de gemeente de lat voor het thema duurzaamheid naast het opsommen van verschillende acties die aan duurzaamheid gerelateerd kunnen worden In het Bestuursprogramma 2022 – 2026 is geen aparte paragraaf duurzaamheid opgenomen maar zijn er wel twee grote hoofdstukken opgenomen: • Klimaatbestendig en biodiversiteit met de paragrafen Klimaatbestendig, Energie- en klimaatneutraal, Aardgasvrij, Energiearmoede, Biodiversiteit • Duurzame landbouw en economie met de paragrafen Landbouw, Economie. In die hoofdstukken zijn veel uitgangspunten opgenomen van het facetbeleid1 duurzaamheid.
1 Facetbeleid: beleid dat betrekking heeft op een bepaald facet van het maatschappelijk leven. Dat is dus breder dan
vastomlijnde beleidsthema’s.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 2
1.4. Onderzoeksvragen en normenkader De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: “Welke ambities en doelen heeft de gemeenteraad zichzelf gesteld als het over duurzaamheid gaat, slaagt de gemeente erin om deze ambities en doelen te realiseren en zo ja, op welke wijze?”. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag zijn de volgende deelvragen van belang: 1. Hoe ziet het duurzaamheidsbeleid van de gemeente eruit en hoe verhoudt zich dat tot landelijk en regionaal beleid? 2. Welke doelen heeft de gemeente voor het duurzaamheidsbeleid geformuleerd en zijn deze doelen voldoende meetbaar? 3. Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in m.b.t. duurzaamheidsvraagstukken? 4. Op welke wijze is de regionale samenwerking vormgegeven en wat betekent dat voor de eigen beleidsdoelen? Het onderzoek richt zich op de hoofdlijnen van beleid en de uitvoering daarvan. Na oriënterende gesprekken met de ambtelijke organisatie zijn deze deelvragen niet meer gewijzigd. Wel is naar aanleiding van de eerste gesprekken besloten de focus van het onderzoek op inhoud te verkleinen evenals het aantal interviews in te perken. In hoofdstuk 3 wordt dit nader toegelicht. Het normenkader kent in ieder geval de volgende normen: a. Er is een door de raad vastgesteld gemeentelijk duurzaamheidsbeleid; b. Het gemeentelijke beleid is gebaseerd op en afgeleid van landelijke doelstellingen; c.
Het gemeentelijke beleid bevat concrete en realiseerbare doelen; d. Voor de uitvoering van het beleid zijn voldoende middelen gereserveerd in de programmabegroting en de meerjarenraming; e. Er is samenwerking met buurgemeenten c.q. de provincie bij de uitvoering van het eigen beleid; f. Er wordt omtrent de resultaten van het duurzaamheidsbeleid expliciet aan de raad gerapporteerd in separate integrale voortgangsdocumenten.
1.5. De opbouw van het rapport Dit rapport kent de volgende opbouw: Hoofdstuk 2: De centrale boodschap. Hierin staan kernachtig onze conclusies en aanbevelingen2. Hoofdstuk 3: De bevindingen. In dit hoofdstuk is een beknopte opsomming opgenomen van de resultaten van de documentanalyse en de interviews. Hoofdstuk 4: De conclusies. Kijkend naar de bevindingen worden de conclusies uitgewerkt. Hoofdstuk 5: De aanbevelingen. Welke aandachtspunten en verbeteringen zijn aan te brengen met betrekking tot het facetbeleid duurzaamheid en de bestuurlijke processen die daarbij horen. Er zijn vier bijlagen: • Bijlage 1: Paragraaf duurzaamheid uit Bestuursprogramma 2018 - 2022 • Bijlage 2: De oorspronkelijke onderzoeksopzet • Bijlage 3: Lijst met contactpersonen • Bijlage 4: Geraadpleegde documenten 2 Het onderzoek Duurzaamheid is voor het vaststellen van de Verordening Rekenkamer Bernheze uitgevoerd. Om die
reden wordt nog het gangbare begrip aanbevelingen gebruikt. Na 1 oktober 2023 zal de rekenkamer spreken over voorstellen overeenkomstig de Wet versterking decentrale rekenkamers
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 3
2. De centrale boodschap 2.1. Conclusies. Het uitgevoerde onderzoek brengt de rekenkamercommissie tot de volgende conclusies: 1. Er wordt in de gemeente Bernheze veel belang gehecht aan een brede aanpak van het facetbeleid duurzaamheid. Dat blijkt onder meer uit de Bestuursprogramma’s van de vorige en huidige raadsperiode. In het Bestuursprogramma 2022 – 2026 worden 2 hoofdstukken gewijd aan de verschillende beleidsthema’s die bij duurzaamheid horen maar die zijn/worden vervolgens meestal sectoraal aangepakt; 2. Er worden veel acties en maatregelen voorbereid en uitgevoerd om invulling te geven aan (de sectorale onderdelen van) het duurzaamheidsbeleid. Daarbij zijn ook aansprekende resultaten behaald. Maar er zijn verschillende oorzaken waardoor het niet eenvoudig is om tot een integraal beleid te komen; 3. Bij verschillende beleidsthema’s ligt het zwaartepunt van de acties en maatregelen op het bevorderen van de samenwerking tussen partijen en het overbrengen van de doelstellingen waar de gemeente waarde aan hecht. Er zijn maar weinig documenten aangetroffen waarin de gemeente ter realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen regels stelt die handhaafbaar zijn. In hoofdstuk 4 worden de conclusies nader toegelicht.
2.2. Aanbevelingen. Op basis van het onderzoek en de conclusies komen wij tot de volgende aanbevelingen: 1. Verzoek het college om vóór 1 januari 2024 een beknopte paraplunotitie duurzaamheid op te stellen waarin de huidige separate/sectorale beleidsthema’s worden opgenomen; 2. Verzoek het college in voornoemde paraplunotitie op hoofdlijnen aan te geven op welke termijn de beleidsdoelstellingen gerealiseerd kunnen worden uitgaande van wettelijke verplichtingen én de mogelijkheden van de (ambtelijke) organisatie en de eventuele beslispunten m.b.t. de prioriteitsstelling aan de raad voor te leggen; 3. Verzoek het college aan te geven op welke wijze de komende omgevingsvisie3 en daarop aansluitend het omgevingsplan worden ingezet om de duurzaamheidsdoelen nog inzichtelijker te maken en waar mogelijk waarborgen te bieden voor de realisatie daarvan; 4. Draag het college op om bij voorziene afwijkingen van de gepresenteerde planningen de raad daarover vooraf te informeren en daarbij zo mogelijk alternatieven voor te leggen; 5. Verzoek het college meer invulling aan de rol van de coördinerend portefeuillehouder duurzaamheid. In hoofdstuk 5 worden de aanbevelingen nader toegelicht.
3 Het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar 1-1-2024 heeft er in geresulteerd dat ook de wettelijke
verplichting om de gemeentelijke omgevingsvisie vast te stellen is opgeschoven en wel naar 1-1-2027.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 4
3. De bevindingen 3.1. Algemeen De voor het onderzoek benodigde informatie is snel verstrekt en de samenwerking met de ambtelijke organisatie is zonder meer goed te noemen. De bevindingen die in de volgende paragrafen beschreven worden zijn bewust beknopt gehouden waarbij paragraaf 3.6 specifiek wordt ingegaan op de onderzoeksvragen.
3.2. Focus Bij het formuleren van de onderzoeksvraag voor aanvang van het onderzoek was de gedachte dat duurzaamheid een omvangrijk facetbeleid met veel onderliggende beleidsthema’s is waar met veel mensen aan gewerkt wordt om de eigen gemeentelijke beleidsdoelstellingen in te vullen. Tevens was de gedachte dat er veel eigen beleidsinitiatieven4 zijn waar frequent overleg en afstemming met buurgemeenten, provincie en diverse stakeholders plaatsvindt. Die aannames waren de basis om bij de start uit te gaan van een brede onderzoeksaanpak. In de oriënterende gesprekken en bij een eerste lezing van een aantal relevante documenten bleek dat de gemeente op een aantal onderdelen (bijvoorbeeld Regionale Energiestrategie, Klimaatakkoord, Schone Lucht Akkoord etc.) de beleidslijnen van rijk en provincie (en de regio) volgt om deze verder op lokaal niveau uit te werken. Voor die onderdelen waar de gemeente een doeluitkering5 krijgt is de gemeente verplicht om verantwoording af te leggen. Daarmee ligt de check op doeltreffendheid en doelmatigheid al elders. De RKC doet dat werk niet over maar neemt kennis van de verschillende voortgangsrapportages en evaluaties. Datzelfde geldt voor die onderdelen waar er al elders gemonitord wordt in hoeverre de gemeente aan de beleidsdoelstellingen van rijk en provincie voldoen.
3.3. De organisatie Duurzaamheid is een breed begrip. En er zijn veel beleidsthema’s die bij de verdere uitwerking van dat brede begrip horen. Voor de bestuurlijke en ambtelijke organisatie betekent dit dat er keuzes gemaakt dienen te worden waar die verschillende thema’s ondergebracht worden. In bestuurlijke zin zijn de beleidsthema’s verdeeld over de drie verschillende raadscommissie en zijn er vier portefeuillehouders belast met de uitvoering van onderdelen van het duurzaamheidsbeleid. Er is een coördinerend portefeuillehouder. Uit de opgehaalde informatie kan worden afgeleid dat de feitelijke afstemming en coördinatie plaatsvindt in het college bij de behandeling van concrete voorstellen. In de ambtelijke organisatie is zijn de beleidsthema’s verdeeld over de verschillende domeinen. Afstemming en coördinatie vindt plaats op managementniveau. 4 Dit zijn initiatieven die niet direct of indirect afgeleid zijn van landelijke wet- en regelgeving alsmede provinciale en
regionale afspraken 5 Bijvoorbeeld middelen in het kader van de RES. Het Rijk stelt middelen beschikbaar voor de ondersteuning van het RESproces in de regio. Dit is zo opgenomen in het Klimaatakkoord (28 juni 2019). Het is de bedoeling dat de regio’s deze middelen doelgericht inzetten voor de definiëring van hun Regionale Energiestrategie. Er vindt een verdeling plaats onder andere naar gemeenten in de regio. Maar ook bijvoorbeeld uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid. Tot slot: een ander voorbeeld is Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUkSLA)
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 5
3.4. Informatie-uitwisseling In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de documenten die zijn doorgenomen om de onderzoeksvraag en de subvragen te kunnen beantwoorden. Die documenten zijn ook gebruikt om vervolgvragen aan de ambtelijke organisatie te stellen. Naast de gebruikelijke informatiebronnen6 over beleid en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd zijn verschillende beleidsdocumenten geraadpleegd. Algemeen beeld van de documenten is dat er veel beleidsdocumenten zijn die verspreid liggen over veel beleidsthema’s. Tegelijkertijd kan worden vastgesteld dat er geen integraal beleidsdocument of paraplunotitie is waar duurzaamheid in brede zin is opgenomen en waarmee er een basis is voor een integrale aanpak en afstemming van de verschillende thema’s. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de medewerkers die geraadpleegd zijn in het kader van het onderzoek. Tijdens het onderzoek is bij verschillende beleidsthema’s naar voren gekomen dat de voortgang van de gemaakte afspraken afhankelijk is van de beschikbare menskracht. Het is de RKC bekend dat de afgelopen tijd het college aan de raad voorstellen heeft gedaan tot het aanpassen van de prioritering van verschillende doelen om met de beschikbare menskracht het juiste resultaat te behalen.
In de gesprekken is echter naar voren gekomen dat specifiek over het facetbeleid duurzaamheid geen aparte berichten aan de raad zijn gezonden en de raad heeft niet aangegeven apart over de prioritering van de beleidsonderdelen duurzaamheid te willen praten als het over de (onderlinge) prioritering gaat.
3.5. Beleidsthema’s a. Algemeen De gemeente Bernheze onderneemt veel actie op veel beleidsthema’s die tot het begrip duurzaamheid gerekend kunnen worden dan wel daar een relatie mee hebben. Die acties zijn vaak sectoraal opgezet per beleidsthema. In dit hoofdstuk wordt een aantal beleidsthema’s kort toegelicht. Er is voor gekozen om niet alle beleidsthema’s in dit hoofdstuk mee te nemen. Anders zou het een te omvangrijk hoofdstuk worden terwijl voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen een uitputtende behandeling van alle beleidsthema’s niet nodig is. Zoals aangegeven worden er veel acties ondernomen om het duurzaamheidsbeleid te formuleren en om daar uitvoering aan te geven. Daarbij moet worden opgemerkt dat er veel verschillen zijn in aanpak per beleidsthema. Die verschillen betreffen onder meer: • abstractieniveau en concreetheid; • fase van het beleids- en uitvoeringsproces; • doorlooptijd c.q. periode. Dit maakt een effectieve onderlinge afstemming van de verschillende beleidsthema’s lastig en draagt bij aan de sectorale benadering.
6 Documenten uit de P&C-cyclus waaronder programmabegrotingen en jaarverslagen
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 6
In het Bestuursprogramma 2018 – 2022 is als doelstelling opgenomen om in de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten7 van onderzoeksbureau Telos uit te komen op een percentage van 58% in 2022 tegenover een score van 53% in 20178. Het percentage dat in het Bestuursprogramma wordt genoemd gaat over het sociaal-culturele kapitaal9 Er zijn nog twee andere componenten: het economische kapitaal (was 45,7% in 2017) en het ecologische kapitaal (was 45,6% in 2017) De totaalscore voor Bernheze in 2017 was 48,2%. Inmiddels is bekend dat de gemeente Bernheze in genoemde monitor voor 2022 uitkomt op 51,5%. Er is dus sprake van een stijging in die monitor. Daarmee komt Bernheze in de benchmark op plaats 142 van 344 gemeenten. In diezelfde monitor over 2022 is een benchmark opgenomen als het over kleine gemeenten gaat: Bernheze komt dan op plek 82 van 182 min of meer vergelijkbare gemeenten. b. Regionale Energietransitie Ook is de raad in maart 2023 geïnformeerd over de stand van zaken van de RES NOB. Elke gemeente heeft de ambitie om de lokale opwekopgave voor 2030 te realiseren. Gemeente Bernheze gaat haar opwekopgave voor 2030 realiseren door zonne-energie; een combinatie van zon op dak en zon op land. Hiertoe heeft de gemeente Bernheze al voldoende concrete initiatieven lopen. Door de netcongestie is tijdige realisatie echter een uitdaging.
Onderdeel van de energietransitie is de zoektocht naar grootschalige opwek (zon en wind). De RES NOB heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het concretiseren van de zoekgebieden voor grootschalige opwek (zon en wind). De resultaten hiervan zijn in maart 2023 met de raad gedeeld. De belangrijkste conclusies zijn: ▪ Gemeente Bernheze heeft technisch gezien ruim voldoende potentie voor duurzame opwek om de RES-opgave te realiseren met zonne-energie; ▪ Gemeente Bernheze ligt vrijwel geheel in de zogenoemde militaire ‘control zone’ van vliegbasis Volkel waarbinnen beperkende normen voor radartoetsing gelden. Als gevolg van de restricties voor radarverstoring en deels vliegveiligheid is het plaatsen van windturbines in Bernheze momenteel vrijwel onmogelijk. Inmiddels is op 6 juni de raad geïnformeerd middels een Nti over de Voortgangsrapportage RES NOB. De conclusie uit die rapportage is dat Bernheze afgezien van de windenergie op de goede weg is om aan de doelstellingen voor 2030 te voldoen. Bernheze heeft veel werk gemaakt van het bestrijden van de zogeheten energiearmoede. Daarnaast is er voor het bedrijfsleven ingezet op energiescans. c. Schone lucht akkoord In januari 2020 heeft de gemeente Bernheze het Schone Lucht Akkoord ondertekend (SLA). Het akkoord bevat een pakket aan maatregelen om de lucht in Nederland schoner en gezonder te maken.
Er is een Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021–2023 waarin een aantal acties is opgesomd waar de betrokken partijen mee rekening kunnen houden bij de verdere beleidsontwikkeling bijvoorbeeld voor mobiliteit, de transitie landbouw.
7 De NMDG meet een duurzaamheidsscore voor alle Nederlandse gemeenten. Deze score is opgebouwd uit circa 140
indicatoren welke zijn onderverdeeld in 22 thema’s. het levert een onderlinge vergelijking tussen gemeenten op. Het is geen rapportcijfer. 8 Omdat het een citaat uit het Bestuursprogramma betreft is dit jaartal gekozen. Er wordt elk jaar door het onderzoeksbureau Telos een index opgemaakt 9 Het begrip kapitaal wordt door de onderzoeker gehanteerd en is hier dus overgenomen
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 7
d. Transitievisie Warmte Doel van de Transitievisie Warmte is het verkennen/starten mogelijke buurtaanpak (wijkuitvoeringsplan (WUP) of buurtactieplan (BAP)) met stakeholders in de verschillende startbuurten. Het uitwerken van generieke isolatie aanpak/programma’s voor gehele gemeente Bernheze vindt plaats mede aan de hand van de uitkomst van het Onderzoek potentie aquathermie in Heeswijk-Dinther. In 2022 zijn startgesprekken gevoerd in Vorstenbosch en de Oranjebuurt in Heesch als “startwijken”. In Vorstenbosch loopt als resultaat van de gesprekken in 2023 een project waarbij warmtescans bij voorbeeldwoningen worden uitgevoerd. Uit de beschikbare informatie kan worden afgeleid dat er in 2022 en 2023 onvoldoende ambtelijke capaciteit was/is om de Warmtetransitie verder uit te voeren. De focus ligt volgens informatie op enkele losse projecten. e. Duurzame energieagenda In januari 2021 heeft de raad de duurzame energieagenda 2021 – 2025 vastgesteld. In de bijbehorende projectenbundel is een groot aantal projecten opgenomen waaronder het voldoen aan het gemiddelde energielabel c in 2023 van het gemeentelijk vastgoed, de gemeenschapshuizen en de scholen. Voor de eerste groep is de gemeente zelf aan zet, voor de andere twee dienen de eigenaren overtuigd te worden van nut en noodzaak van dit beleidsvoornemen.
Vastgesteld kan worden dat de oorspronkelijke doelstellingen voor 2023 niet volledig gehaald zijn. Wel liggen er planningen om zo mogelijk daar nog wel aan te voldoen met voor het gemeentelijk vastgoed het streven om een en ander in 2024 af te ronden. f. Afval In het eerste Afval- en Grondstoffenbeleidsplan 2017 – 2021 is een aantal uitgangspunten m.b.t. duurzaamheid aangegeven. Middels tariefstelling van de afvalstoffenheffing werd beoogd wijzigingen in de afvalstromen te bewerkstelligen. Er zijn geen rapportages waaruit blijkt dat dit gelukt is. Het aangekondigde tweede beleidsplan voor de periode 2022 -- 2025 is niet opgesteld. Reden indertijd was dat “de afvalmarkt” sterk in beweging was en dat om die reden beter gewacht kon worden met een nieuw beleidsplan. Wel heeft in 2020 een opiniërende bespreking plaatsgevonden over het toekomstige afvalbeleid maar de invalshoek was primair financieel. Daarmee is het onduidelijk in hoeverre duurzaamheidsdoelstellingen binnen dit beleidsthema effect sorteren op het totale duurzaamheidsbeleid. g. Economie Er is een actieprogramma economie tot stand gekomen. Bij de voorbereiding daarvan is onder meer naar duurzaamheid gekeken. Belangrijkste punten hierin zijn: 1. Energiescans voor bedrijven: Er is succesvol een impuls gegeven aan de verduurzaming van bedrijven. Er is een samenwerking opgezet met Cinergie en de SOB.
Er zijn vouchers beschikbaar gesteld om energiescans uit te laten; 2. Vergroenen van de centra: Het aantrekkelijker maken van de centra is gekoppeld aan de opgave klimaatadaptie. Onlangs zijn extra gelden verkregen voor deze ondernemersplannen om centra verder te vergroenen10; 3. Circulaire / duurzame voedselproductie: Er zijn initiatieven van Regio Noordoost Brabant en Agrifood Capital (RNOB/AFC) gepromoot en er zijn verschillende bijeenkomst over onder meer duurzaamheid georganiseerd (RNOB-ondernemerstafels, AFC-ontbijtsessie en de AFCradentour) 10 Bij onderdeel j: Inrichting openbare Ruimte op de volgende bladzijde komt dit verder aan de orde
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 8
4. Bij het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen is de nodige aandacht besteed in de planvorming aan duurzaamheid (gasloos, zonnepanelen, groene daken). Het voorbeeld van punt 4 is de in januari 2022 door de raad vastgestelde Beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West. Hierin wordt een groot aantal ambities aan elkaar gekoppeld. In die zin is deze beleidsregel een integrale benadering voor een afgebakend gebied. De borging van de duurzaamheidsaspecten vindt plaats via het gronduitgifte beleid waarbij kandidaat-koper moeten aantonen dat zij aan de beleidsregel voldoen waarbij in het traject omgevingsvergunning toetsing plaatsvindt. h. Mobiliteit Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe mobiliteitsvisie. Duurzame mobiliteit is een breed begrip. Wat de gemeente hieronder verstaat is het inzetten op langzaam verkeer (lopen en fietsen) en (elektrisch) deelvervoer. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat er steeds minder afhankelijkheid is van de auto en dat mensen steeds duurzamer gaan reizen. De nieuw visie is er nog niet dus dat houdt in dat eventuele maatregelen (via een mobiliteitsuitvoeringsplan) op zich laten wachten. Overigens in de hiervoor aangehaalde Beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West zijn al wel uitgebreid uitgangpunten opgenomen m.b.t. mobiliteit en de effecten daarvan op duurzaamheid. i.
Woningbouw In de Woonvisie 2022 – 2026, Perspectief op goed wonen in onze kernen, zijn de uitgangspunten opgenomen onder het kopje Duurzaam en toekomstbestendig. Een groot deel van die uitgangspunten gaat over samenwerken, stimuleren, bevorderen. De concretisering daarvan vindt dan plaats in de prestatieafspraken. In de Prestatieafspraken staan ook uitgangspunten m.b.t. duurzaamheid. De laatste set die voor dit onderzoek is bekeken gaat over 2021. Daarin komen de volgende thema’s voor: • Thema 2: Het duurzaam huisvesten van bijzondere doelgroepen: het accent ligt hier op beschermd wonen en langer zelfstandig thuis wonen11. • Thema 3: Het realiseren van een duurzame woningvoorraad / woonomgeving: in dit onderdeel worden de verschillende beleidsdoelstellingen en maatregelen overgenomen die in andere gemeentelijke beleidsdocumenten staan. In dit thema is het Duurzaamheidsakkoord aangekondigd. In 2021 is een Duurzaamheidsakkoord gesloten tussen de lokaal actieve corporatie, het waterschap en de gemeente. Dit is met name een set van samenwerkingsafspraken. In de Nti die in september 2021 is aangeboden aan de raad is ook een Uitvoeringsagenda 2022 opgenomen. Belangrijkste onderdelen van die agenda hebben betrekking op concrete acties die er voor moeten zorgen dat met name de woningvoorraad duurzamer wordt mede als uitvloeisel van de Woonvisie 2022 - 2026.
Vastgesteld kan worden dat een deel van die agenda nog niet is uitgevoerd. Uit de verkregen informatie kan worden afgeleid dat de beschikbare personele capaciteit een van de oorzaken is. Recent heeft de gemeente ingestemd met de Regionale Woondeal Noordoost Brabant. Het primaire doel is het zorgdragen voor voldoende kwalitatieve goede woningbouw voor verschillende doelgroepen. Voor het facetbeleid duurzaamheid is een aantal afspraken vastgelegd: 11 Opgemerkt wordt dat het begrip duurzaam hier niet gebruikt is in relatie klimaat technische beleidsdoelstellingen.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 9
• •
Woningen moeten vooralsnog minimaal voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. Partijen gaan vanaf Q2 2023 onderzoeken of het mogelijk is om regionale afspraken te maken over circulair en industrieel bouwen en over de toepassing van biobased materialen, waarbij het uitgangspunt is dat dit bijdraagt aan de versnelling van de woningbouw. BZK en de provincie (Brabantse aanpak circulair bouwen) ondersteunen daarbij deze regio met kennis en kunde.
j. Inrichting openbare ruimte c.a. Enkele belangrijke documenten in dit verband gaan over het in voorbereiding zijnde Groenstructuurplan, het Operationeel programma Water en Riolering (zowel voor 2022 als 2023), het Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 -2023 en het beheerplan Openbare Verlichting. In al deze documenten wordt aandacht besteed aan duurzaamheid. Deze documenten gaan over de hele gemeente. Op 8 juni 2023 is het raadsvoorstel gepresenteerd voor de Uitvoering centrum vergroeningsplannen12. Dit voorstel is gebaseerd op landelijke uitgangspunten dat Nederland in 2050 klimaatrobuust is ingericht (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). In Bernheze is deze ambitie opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 en de nog vast te stellen omgevingsvisie. Daarnaast is in het Bestuursprogramma 2022-2026 opgenomen we dat er ingezet wordt op het groen en klimaatbestendig inrichten van onze kernen. k. Inkoop- en aanbestedingsbeleid De gemeente heeft BIZOB13 ingeschakeld voor het begeleiden van inkoop- en aanbestedingsprocedures. Met ingang van 2024 zal een nieuw format gehanteerd worden. Het is gebruikelijk om in de selectie- en gunningscriteria aan te geven waar men aan dient te voldoen om met de procedure mee te mogen doen en het werk eventueel gegund te krijgen. De gemeente hanteert een aantal standaardvoorwaarden14 die rechtstreeks verband houden met duurzaamheid.
De uitvoering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid is volledig een zaak van het college. De raad kan echter wel randvoorwaarden formuleren die binnen de vigerende wet- en regelgeving in de bestekken moeten worden meegenomen. Daaronder vallen onder meer eisen m.b.t. Social Return. l. Omgevingswet De Omgevinsgwet15 treedt op 1 januari 2024 in werking. Die wet biedt de basis voor een goede ruimtelijke kwaliteit met ruimte voor ontwikkeling waarbij een gezonde en veilige leefomgeving centraal staan. Kenmerk is de integrale benadering. De basis van het integrale beleid kan worden vastgelegd in de omgevingvisie (die eind 2024 door de raad moet zijn vastgesteld). De omgevingsvisie is echter alleen bindend voor de raad zelf. De wet biedt wel de mogelijkheid om in het gemeentelijke integrale gebiedsdekkende omgevingsplan juridisch voor iedereen bindende kwaliteitseisen op te nemen (normen, omgevingswaarden) om daarmee de duurzaamheiddoelen te borgen. In de diverse documenten die in het kader van het onderzoek zijn doorgenomen komen niet
12 De achterliggende plannen waren ten tijd van het opstellen van deze onderzoeksrapportage nog niet beschikbaar voor
de RKC 13 De afkorting stond in het begin voor Bureau Inkoop Zuidoost Brabant. Inmiddels werkt BIZOB voor veel meer gemeenten ook buiten die regio. 14 Bijvoorbeeld de milieuklasse van de vervoermiddelen, de mate waarin wordt voldaan aan eisen m.b.t. circulariteit van producten etc. 15 De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende, integrale benadering van de totale fysieke leefomgeving.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 10
veel verwijzingen voor naar de nieuwe wet en de bijbehorende instrumenten (omgevingvisie, omgevingsplan). In de Woonvisie 2022 – 2026 is aangegeven dat de Verordening Leefomgeving (als voorloper op het op te stellen omgevingsplan) aangepast dient te worden
3.6. Antwoorden op de onderzoeksvragen In de voorgaande paragrafen is ingegaan op de bevindingen in algemene zin. Onderstaand worden deze bevindingen vertaald naar de deelvragen en vervolgens naar de hoofdvraag van het onderzoek: 1. Hoe ziet het duurzaamheidsbeleid van de gemeente eruit en hoe verhoudt zich dat tot landelijk en regionaal beleid? Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Bernheze laat een heel divers beeld zien. Zo zijn er landelijke thema’s inclusief de RES waar de gemeente Bernheze van heeft aangegeven aan deze programma’s mee te doen. Er is samenwerking met lokale partijen waaronder de corporaties om, al dan niet als uitwerking van en vervolg op de landelijke programma’s, invulling te geven aan (lokaal) beleid. 2.
Welke doelen heeft de gemeente voor het duurzaamheidsbeleid geformuleerd en zijn deze doelen voldoende meetbaar? Het duurzaamheidsbeleid is heel divers. Dat betekent dat ook de doelen heel divers zijn en dat voor die verschillende doelen ook verschillende uitgangspunten zijn aangetroffen met betrekking tot de meetbaarheid. Bij de RES is het heel duidelijk welke taakstelling er ligt en wanneer die gerealiseerd dient te zijn (bijvoorbeeld kwantitatieve doelstelling met einddatum). Maar zo zijn er ook beleidsthema’s waar die doelen minder expliciet geformuleerd zijn (bijvoorbeeld kwalitatieve doelstelling op de langere termijn) en er zijn beleidsthema’s waar de doelen nog opgesteld en vastgelegd dienen te worden (bijvoorbeeld mobiliteit en afval). Zoals al in paragraaf 3.5 aangegeven gaan de belangrijkste verschillen over: • abstractieniveau en concreetheid; • fase van het beleids- en uitvoeringsproces; • doorlooptijd c.q. periode. Tot slot: de gemeente kiest er voor om met name de samenwerking met diverse partners te stimuleren en die partners “aan te jagen” om acties in het kader van duurzaamheid te ondernemen (bijvoorbeeld het Duurzaamheidsakkoord 2022-2026). Het is dan overigens niet altijd duidelijk in hoeverre die samenwerking tot concrete acties heeft geleid.
3.
Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in m.b.t. duurzaamheidsvraagstukken? De diversiteit van het duurzaamheidbeleid weerspiegelt zich ook in de wijze waarop de raad in positie wordt gebracht om kaders te stellen en vervolgens te controleren in hoeverre daadwerkelijk invulling gegeven wordt aan die kaders. Voor die beleidsthema’s waar de gemeente bij landelijk beleid aanhaakt is het helder dat de meeste inhoudelijke kaders al elders gesteld zijn en dat de gemeente middels raadsbesluiten zich hieraan conformeert. Daarbij hoort dan ook dat het toezien om de naleving deels ook elders plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de Stuurgroep RES. En voor die situaties waar rijksmiddelen ter beschikking zijn gesteld geldt in zijn algemeenheid dat daarover verantwoording dient te worden afgelegd.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 11
Het ligt voor de hand dat de gemeente ook zelf zorg draagt voor de monitoring en controle. Dat geldt in ieder geval voor die beleidsthema’s waar de gemeente vrij is om eigen doelen te formuleren16 en daarvoor middels de gemeentebegroting middelen voor beschikbaar te stellen. Algemeen gesteld: doordat er geen door de raad vastgesteld integraal beleidsdocument duurzaamheid (of paraplunotitie duurzaamheid) is ontstaat het beeld dat er een hele diverse aanpak voor de verschillende beleidsthema’s is. Het is niet goed mogelijk snel een totaalbeeld te vormen van de wijze waarop duurzaamheid wordt gerealiseerd. Dat wil niet zeggen dat op de verschillende beleidsthema’s geen resultaten worden geboekt en het zegt ook niets over de feitelijke kwaliteit van die deelresultaten. Daarmee is het ook niet eenvoudig om een onderlinge prioritering van die beleidsthema’s aan te geven. 4.
Op welke wijze is de regionale samenwerking vormgegeven en wat betekent dat voor de eigen beleidsdoelen? De (regionale) samenwerking is afhankelijk van het beleidsthema. De samenwerking bij de RES is daar een voorbeeld van terwijl voor bijvoorbeeld de inrichting openbare ruimte de gemeente eerder kiest voor samenwerking met corporaties17.
De hoofdvraag van het onderzoek was: “Welke ambities en doelen heeft de gemeenteraad zichzelf gesteld als het over duurzaamheid gaat, slaagt de gemeente erin om deze ambities en doelen te realiseren en zo ja, op welke wijze?” Het volgende beeld tekent zich af. Uit de beantwoording van de subvragen kan worden afgeleid dat de gemeente zichzelf veel ambities en doelen heeft gesteld. Er is echter niet eenvoudig om een goed beeld van het totaal te krijgen omdat er geenintegraal beleidsdocument of paraplunotitie over duurzaamheid is en er ook geen integrale rapportages zijn waarin alle onderdelen van het facetbeleid duurzaamheid aan de orde komen. Wel wordt in het Bestuursprogramma 2022-2026 en in de verschillende documenten uit de P&C-cyclus ingegaan op het facetbeleid duurzaamheid maar de passages hierover zijn vaak beknopt en zeker in de programmabegroting in algemene termen gesteld. Daarmee is het niet eenvoudig om de onderlinge samenhang van de verschillende doelen en ambities te overzien en het is daardoor ook niet eenvoudig om aan te geven in hoeverre de gemeente erin slaagt die ambities en doelen te realiseren. Dat wil niet zeggen dat er geen en onvoldoende acties worden ondernomen.
De RKC stelt vast dat er juist heel veel acties worden ondernomen maar dat voor het totaalbeeld een groot aantal documenten moet worden geraadpleegd en een groot aantal medewerkers dient te worden bevraagd. Ook het feit dat de verschillende beleidsthema’s verschillende “snelheden18” kennen maakt het lastig om de samenhang te volgen. Voor de volledigheid, de RKC stelt ook vast dat er wel degelijk resultaten worden geboekt. Voorbeelden: aanpak Energiearmoede, voortgang RES, vouchers energiescan etc..
16 Eigen doelen kunnen ook een nadere uitwerking zijn van de hogere wet- en regelgeving. 17 Het samen opstellen met het waterschap en de lokaal actieve corporaties van het Duurzaamheidsakkoord 2022 is
daar een voorbeeld van. 18 De RES is al heel concreet en bijvoorbeeld mobiliteitsbeleid en afvalbeleid nog helemaal geformuleerd moeten worden.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 12
4. De conclusies nader toegelicht 1. Er wordt in de gemeente Bernheze veel belang gehecht aan een brede aanpak van het facetbeleid duurzaamheid. Dat blijkt onder meer uit de Bestuursprogramma’s van de vorige en huidige raadsperiode. Dat heeft echter geen gevolg gekregen in een overkoepelende beleidsplan of paraplunotitie. In het Bestuursprogramma 2022 – 2026 worden 2 hoofdstukken19 worden gewijd aan de verschillende beleidsthema’s die bij duurzaamheid horen maar die zijn/worden vervolgens meestal sectoraal aangepakt20. 2. Er worden veel acties en maatregelen voorbereid en uitgevoerd om invulling te geven aan (de sectorale onderdelen van) het duurzaamheidsbeleid. Daarbij zijn ook aansprekende resultaten behaald. Maar er zijn verschillende oorzaken waardoor het niet eenvoudig is om tot een integraal beleid te komen: a. De bestuurlijke inhoudelijke behandeling van duurzaamheid strekt zich uit over drie raadscommissies21 en vier portefeuilles. Er is weliswaar een coördinerend portefeuillehouder maar die rol wordt in hoofdzaak in het college “uitgeoefend”. Elke afzonderlijke portefeuillehouder heeft (frequent) overleg met “zijn” meest betrokken beleidsmedewerkers. Maar er is geen “duurzaamheidsoverleg” waar de verschillende onderdelen aan elkaar gekoppeld worden; b.
Er worden veel beleidsdocumenten opgesteld en vastgesteld die niet altijd onderling zijn afgestemd op die onderdelen waar afstemming tot een meerwaarde kan leiden. Nu dient er volgens de RKC wel voor gewaakt te worden dat er geen uitgebreid overlegcircuit ontstaat waarin elk detail uitvoerig wordt besproken. Voor zon- en windenergie zijn de afzonderlijke raadstukken wel op elkaar afgestemd; c. In de ambtelijke organisatie ontbreekt het gezien de arbeidsmarktsituatie en de (recente) personeelsmutaties aan voldoende capaciteit om alle gestelde doelen binnen de gestelde termijnen te realiseren. Een gevolg van deze situatie is dat sommige zaken blijven liggen en dat die zaken die wel worden opgepakt soms onvoldoende tijd krijgen (waaronder voor de hiervoor aangegeven onderlinge afstemming). Dit vraagstuk speelt al enige tijd waarbij de gemeente niet altijd alle oplossingen zelf in de hand heeft; d. Er is geen onderlinge prioritering van de verschillende beleidsthema’s. Als voorbeeld: het rijk heeft eind 2022 aangegeven dat de thema’s Water en Bodem leidend zijn bij de verdere beleidsontwikkeling voor alle bestuurslagen. Zo’n prioritering maakt het eenvoudiger om keuzes die noodzakelijk zijn in verband met beschikbare middelen, menskracht te maken. En daarmee is tevens richting gegeven aan de beleidsvoorbereiding.
Uit de geraadpleegde documenten ontstaat het beeld dat elke onderwerp even belangrijk is. In de gesprekken is naar voren gekomen dat er soms wel prioriteringen zijn maar die zijn niet expliciet vastgelegd. 3. Bij verschillende beleidsthema’s ligt het zwaartepunt van de acties en maatregelen op het bevorderen van de samenwerking tussen partijen en het overbrengen van de doelstellingen waar de gemeente waarde aan hecht. Er zijn maar weinig documenten aangetroffen waarin de 19
Hoofdstuk 3: Klimaatbestendig en biodiversiteit, Klimaatbestendig, Energie- en klimaatneutraal, Aardgasvrij Energiearmoede, Biodiversiteit Hoofdstuk 4. Duurzame landbouw en economie, Landbouw, Economie 20 Wel zijn er soms “dwarsverbanden” zoals de besluiten over windenergie en zonne-energie. De Beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West is een goed voorbeeld waar wel de verschillende beleidsthema’s duurzaamheid uitgebreid toegelicht én aan elkaar gekoppeld zijn 21 Het zwaartepunt ligt bij de commissie Ruimtelijke Zaken
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 13
gemeente ter realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen regels stelt die uitvoerbaar én handhaafbaar zijn. Een belangrijk instrument daarbij kan de omgevingsvisie samen met het omgevingsplan zijn. Door in de omgevingsvisie uit te gaan van zogeheten omgevingswaarden (kaderstellend) en die middels concrete normeringen op te nemen in het omgevingsplan kan in het kader van de VTH-cyclus toegezien worden op de realisatie. Het landelijke Besluit Kwaliteit Leefomgeving als onderdeel van de totale wetgeving voor de fysieke leefomgeving biedt al veel houvast.
5. Aanbevelingen Op basis van het onderzoek en de conclusies komen wij tot een aantal aanbevelingen22. In dit hoofdstuk worden deze nader toegelicht. Sommige aanbevelingen hebben betrekking op het verbeteren van de monitoring en de rapportering bij onderdelen van het facetbeleid duurzaamheid. Een opmerking vooraf is dat de RKC geen voorstander is van uitgebreide administratieve systemen en nieuwe overlegstructuren. In de optiek van de RKC kunnen die aanbevelingen gerealiseerd worden met eenvoudige hulpmiddelen. Nadat de aanbevelingen door de raad zijn overgenomen hecht de RKC er aan dat het beoogde effect (het wat) van wat met de aanbevelingen bereikt wordt, wordt toegelicht door het college bij de verdere uitwerking van de aanbevelingen waarbij de wijze waarop (het hoe) aan de bestuurlijke en ambtelijke organisatie wordt overgelaten. De aanbevelingen luiden als volgt: 1. Verzoek het college om vóór 1 januari 2024 een beknopte paraplunotitie duurzaamheid op te stellen waarin de huidige separate/sectorale beleidsthema’s worden opgenomen. Zo’n paraplunotitie biedt houvast voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Daarmee wordt het veel eenvoudiger om prioriteiten te stellen en richting te geven aan de voor de uitwerking van het duurzaamheidsbeleid relevante documenten. Tevens vermijdt het ad hoc besluiten “naar de waan van de dag”.
De RKC adviseert een korte periode om zo’n paraplunotitie op te stellen aangezien het geen uitgebreid document behoeft te zijn: het is de paraplu waaronder alle inhoudelijke onderwerpen “hangen”; 2. Verzoek het college in voornoemde paraplunotitie op hoofdlijnen aan te geven op welke termijn de beleidsdoelstellingen gerealiseerd kunnen worden uitgaande van wettelijke verplichtingen én de mogelijkheden van de (ambtelijke) organisatie en de eventuele beslispunten m.b.t. de prioriteitsstelling aan de raad voor te leggen. De RKC vindt deze aanbeveling van belang gezien de personele mutaties de afgelopen tijd in de ambtelijke organisatie. Het college rapporteert aan de raad in hoeverre invulling gegeven kan worden aan alle ambities en doelstellingen van de raad. De RKC kiest er voor om dit “op de heenreis te doen” bij het formuleren van voorstellen en niet “op de terugreis” als na verloop van tijd blijkt dat er alsnog keuzes gemaakt moeten worden; 3. Verzoek het college aan te geven op welke wijze de komende omgevingsvisie23 en daarop aansluitend het omgevingsplan worden ingezet om de duurzaamheidsdoelen nog inzichtelijker te maken en waar mogelijk waarborgen te bieden voor de realisatie daarvan. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving.
22 Zoals eerder aangegeven zal na 1 oktober 2023 het begrip aanbevelingen vervangen worden door het begrip
voorstellen. Daarmee beoogt de wetgever duidelijk aan te geven dat het niet om vrijblijvende adviezen van de Rekenkamer gaat. 23 Het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar 1-1-2024 heeft er in geresulteerd dat ook de wettelijke verplichting om de gemeentelijke omgevingsvisie vast te stellen is opgeschoven en wel naar 1-1-2027.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 14
'Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit' is het motto. Dat betekent dat de kerninstrumenten van die wet, waaronder de omgevingsvisie, bij uitstek geschikt zijn om het duurzaamheidsbeleid verder uit te werken. Voor de volledigheid: de in de 1e aanbeveling genoemde paraplunotitie is de basis voor die verdere uitwerking. De omgevingsvisie moet veel breder zijn dan de paraplunotitie; 4. Draag het college op om bij voorziene afwijkingen van de gepresenteerde planningen de raad daarover vooraf te informeren en daarbij zo mogelijk alternatieven voor te leggen. Alhoewel dit tot de normale werkwijze van de gemeentelijke organisatie gerekend kan worden hecht de RKC er aan dit nogmaals te benadrukken met name omdat het duurzaamheidsbeleid zo breed maar ook zo complex is. Daarbij komt dat er landelijke ontwikkelingen zijn die maatgevend zijn voor het lokale gemeentelijke beleid. Dit vraagt om monitoring van die ontwikkelingen en dus het eventueel aanpassen van het eigen beleid; 5. Verzoek het college meer invulling te geven aan de rol van de coördinerend portefeuillehouder duurzaamheid. Deze aanbeveling ligt in lijn met de voorgaande. In het onderzoek is naar voren gekomen dat er (nagenoeg) geen overleggen plaatsvinden specifiek over duurzaamheid waar alle portefeuillehouders die verantwoordelijk zijn voor een deel van het beleid inhoud, aanpak en voortgang bespreken.
Op dit moment komt het duurzaamheidsbeleid in de verschillende onderdelen in ieder geval in drie raadscommissies aan de orde en zijn er vier portefeuillehouders belast met die onderdelen van het beleid. Naast de in de 1e aanbeveling genoemde paraplunotitie ligt in de optiek van de RKC het voor de hand dat de coördinatie aandacht verdient. Overigens is de RKC niet op zoek naar weer een uitgebreid systeem van extra overleggen.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 15
Bijlage 1: Duurzaamheid uit Bestuursprogramma 2018 -2022
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 16
Bijlage 2: Opzet onderzoek: “Duurzaamheid” Inleiding De huidige RKC heeft voor de eerste helft van 2023 een tweetal onderzoeken gestart: • Een doorwerkingsonderzoek: in dat onderzoek wordt gekeken naar de wijze waarop de door de raad overgenomen aanbevelingen uit de RKC-onderzoeken in de periode 2018-2022 daadwerkelijk gerealiseerd zijn. • Een meer op inhoud gericht onderzoek waarbij de keuze is gevallen op het thema duurzaamheid. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat medio 202324 de huidige RKC wordt vervangen door de nieuwe Rekenkamer Bernheze als uitvloeisel van de invoering van de Wet versterking decentrale rekenkamers. De nieuwe rekenkamer stelt het onderzoeksprogramma vast voor de resterende periode in 2023. Aanleiding De keuze voor het thema duurzaamheid is gemaakt gezien de actualiteit van dit thema en de impact van het begrip duurzaamheid op kaderstelling én de gemeentelijke financiën. Daarnaast kan gesteld worden dat er een duidelijk relatie is met andere huidige majeure thema’s waaronder de energietransitie, klimaatadaptatie, milieubeleid waaronder de reductie van stikstof. En er is een relatie met de Global Goals waarmee het thema duurzaamheid een breed thema is. Het inhoudelijke thema duurzaamheid past in de wensen van de gemeenteraad om meer op inhoud gerichte onderzoek met conclusies en aanbevelingen voorgelegd te krijgen.
Onderzoeksvragen en normenkader De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: “Welke ambities en doelen heeft de gemeenteraad zichzelf gesteld als het over duurzaamheid gaat, slaagt de gemeente erin om deze ambities en doelen te realiseren en zo ja, op welke wijze?”. Bij de verdere uitwerking van de onderzoeksvraag en de aanpak liggen onder meer de volgende deelvragen voor: 1. Hoe ziet het duurzaamheidsbeleid van de gemeente eruit en hoe verhoudt zich dat tot landelijk en regionaal beleid? 2. Welke doelen heeft de gemeente voor het duurzaamheidsbeleid geformuleerd en zijn deze doelen voldoende meetbaar? 3. Hoe vult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol in m.b.t. duurzaamheidsvraagstukken? 4. Op welke wijze is de regionale samenwerking vormgegeven en wat betekent dat voor de eigen beleidsdoelen? Na het gebruikelijk oriënterende overleg met de ambtelijke organisatie worden de definitieve deelvragen geformuleerd. Het onderzoek richt zich op de hoofdlijnen van beleid en de hoofdlijnen van de uitvoering van dat beleid.
24 Op 6 juli ligt het voorstel voor de Verordening Rekenkamer Bernheze voor in de raadsvergadering waarbij het
uitgangspunt is dat die nieuwe rekenkamer op 1 oktober 2023 van start gaat.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 17
Het normenkader kent in ieder geval de volgende normen: • Er is een door de raad vastgesteld gemeentelijk duurzaamheidsbeleid; • Het gemeentelijke beleid is gebaseerd op en afgeleid van landelijke doelstellingen; • Het gemeentelijke beleid bevat concrete en realiseerbare doelen; • Voor de uitvoering van het beleid zijn voldoende middelen gereserveerd in de programmabegroting en de meerjarenraming; • Er is samenwerking met buurgemeenten c.q. de provincie bij de uitvoering van het eigen beleid; • Er wordt omtrent de resultaten van het duurzaamheidsbeleid expliciet aan de raad gerapporteerd in separate integrale voortgangsdocumenten. Beoogd resultaat Het beoogde resultaat is het verschaffen van inzicht aan de gemeenteraad omtrent de huidige realisatie van de ambities en de doelen van het duurzaamheidsbeleid. Waar nodig in de optiek van de RKC worden aanbevelingen gedaan. Werkwijze In concreto is er sprake van een regulier RKC-onderzoek. Het normenkader maakt dat ook mogelijk. Het onderzoek is eenvoudig van opzet waarbij de in Bernheze gebruikelijke stappen in een RKConderzoek worden doorlopen: • uitwerken onderzoekvraag en opstellen normenkader; • bureau- en veldonderzoek; • tussenrapportage bevindingen schrijven; • conclusies formuleren; • aanbevelingen opstellen.
Ambtelijk en bestuurlijk wederhoor maakt onderdeel uit van de aanpak waarbij een overleg met het college van B&W onderdeel is van het bestuurlijk wederhoor. In de fase van het bureau – en veldonderzoek worden de volgende activiteiten ondernomen: • Korte analyse relevante beleidsdocumenten waar het thema duurzaamheid expliciet is benoemd • Interviews met betrokken bestuurder(s), beleidsstrate(e)g(en), beleidsmedewerkers. De lijst met te interviewen personen wordt in overleg met de gemeente besproken. Zoals gebruikelijk wordt voor elk interview een interviewleidraad verstrekt en worden beknopte aantekeningen gemaakt die met de geïnterviewden besproken worden. Globale planning Afhankelijk van het nog te voeren ambtelijk overleg over de onderzoeksvraagstelling en het normenkader alsmede het overzicht van op te vragen documenten en te interviewen personen wordt de definitieve star van het onderzoek bepaald. Aangenomen wordt dat in maart 2023 gestart kan worden. Bij een start in maart ligt, rekening houdend met onder meer de zomervakantie, de raadsbehandeling in september voor de hand.
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 18
Bijlage 3: Contactpersonen In de oorspronkelijke opzet was uitgegaan van een aantal interviews onder andere met betrokkenen buiten de gemeentelijke organisatie waaronder buurgemeenten en provincie. Na oriënterende gesprekken met enkele beleidsmedewerkers is besloten af te zien van een uitgebreid pakket van interviews. En voor wat betreft de medewerkers van de gemeente Bernheze is besloten om de minimaal vereiste informatie schriftelijk in te winnen in combinatie met e-mail en telefoongesprekken. Enerzijds vanwege de beoogde voortgang maar ook om de ambtelijke organisatie niet onnodig extra te belasten. Interview met: • Coördinerend portefeuillehouder R. Wijdeven • M. van den Tillaart en R. Arts Informatie-uitwisseling (telefonisch, e-mail) met: • M. van den Tillaart • R. Arts • E. Rutten • M. Groenen • Th. van den Broek • D. van de Goorberg • T. Verhagen • H. Soffner • K. van den Akker • M. van Kemenade • S. Janssen • R. van Rijswijk
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 19
Bijlage 4: Geraadpleegde documenten Er is een uitgebreide set van documenten in beschouwing genomen. In deze bijlage is het overzicht opgenomen. Naast de genoemde documenten is ook kennisgenomen van de passages in Programmabegrotingen en Jaarverslagen inzake Duurzaamheid in de periode 2018-2023. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Afval en grondstoffenbeleidsplan 2017 - 2021 Afvalbeleid opiniërende bespreking Afvalbeleid Agenda-watersamenwerking-as50-2022-2026-v20211207 Amendement raadsbreed_zoekgebied windenergie raad 27 jan 2022 Beheerplan Openbare Verlichting) OVL 2022 2025 Beleidsnota Zonne-energie Beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West Beleidsregel Ruimte voor Ruimte gemeente Bernheze 2021 Bestuursprogramma 2018-2022 Samen-voor-bernheze-2018-2022 Bestuursprogramma 2022-2026-samen-bouwen-aan-een-veerkrachtig-bernheze Bestuursprogramma Gemeente Bernheze 2018-2022 thema duurzaamheid Bijlage - QuickScan Global Goals Bijlage 1 - Raadsinformatiebrief RES NOB Bijlage Aanvraag impulsregeling klimaatadaptatie AS50+ Bijlage Collegebesluit Eenmalige energielastencompensatie 2022 Bijlage Operationeel programma Water en Riolering 2023 Commissie RZ 9 september 2020 Verslag + Ambtelijke conclusie Document 1554286 - RES 1.0 Regio Noordoost Brabant Document 1556764 - Raadsbesluit Regionale Energie Strategie (RES) NOB Document 1570217 - Raadsbesluit Energievouchers Minima Duurzaamheidsakkoord 2022-2026 Duurzaamheidsakkoord Uitvoeringsagenda 2022 Duurzaam-mobiliteitsplan-definitief-23-mrt-2016-1 Boekwerkje Duurzame Energieagenda 2021-2025 Duurzame Energieagenda 2021-2025 Bijlage Duurzame Energieagenda 2021-2025 Projectenbundel Duurzame Energieagenda 2021-2025 Raadsbesluit Duurzame Energieagenda
Uitvoeringsagenda 2020 Economische-beleidsnota-2021-2026 Energiebesparende maatregelen bij Energiearmoede Energievouchers voor minima EVI-magazine (Energie voor Iedereen) Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze versie 25 oktober 2021 Gecertificeerde jaarstukken 2021_DUURZAAIVIHEID Geineentelijk-rioleringsplan-gemeente-bernheze-2020-2023 Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2020 gemeente Bernheze Kadernotitie 30 Arbeidsmarktregio Noordoost Brabant def Laadinfrastructuur 2021 - 2024 plaatsingsbeleid laadpalen
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 20
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Laadinfrastructuur integrale laadvisie Laadinfrastructuur voor elektrische personenvoertuigen Manifest-MVI-Actieplan-Gemeente-Bernheze Motie uitvoeringsagenda duurzaamheid Nationale Monitor Duurzaamheid 2022 Nti Toekomst Global Goals in Bernheze Nti Raadsinformatiebrief Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant maart 2023 Nti Duurzaamheidsakkoord 2022-2026 Nti Duurzame verpachting voor landbouwgronden 2022 Nti Operationeel Programma Water en Riolering 2023 Nti RNOB Koersnotitie transitie landbouw op dreef Nti RES NOB inclusief de voortgangsrapportage van de stuurgroep RES Nti Uitwerking regeling compensatie energielasten Pilotproject Energie voor Iedereen Bernheze Prestatieafspraken 2021 Nti Prestatieafspraken 2021 Bijlagen Programmabegroting 2016 Bernheze Programmabegroting 2022-2025_Duurzaamheid Programmabegroting 2023-2026 definitief Raadsvoorstel Principeverzoeken grootschalige zonneparken 2021 Raadsvoorstel Uitvoering centrum vergroeningsplannen Raadsbesluit Verordening Stimuleringslening verduurzaming sociaal- maatschappelijke accommodaties 2022 Schone-lucht-akkoord bijlage Startnotitie nieuw mobiliteitsplan Bernheze (30594) (1.0) TNO-2023-fctenergiearmoede Uitvoeringagenda Transitievisie Warmte Gemeente Bernheze 2022-2025 Uitvoeringsagenda Motie PB, 066, Blanco, VVD, Lokaal over duurzaamheidsambitie Woonvisie 2022 - 2026 Zoekgebieden Windenergie Vaststellen
Zonneparken Bernheze Ruimtelijk Beleid Zonneparken
Onderzoeksrapport Duurzaamheid Rekenkamercommissie Bernheze
pagina 21