CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel VVGB Meerstraat 34 Heeswijk-Dinther

Commissie Ruimtelijke Zaken 19 juni 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Meerstraat 34, Heeswijk-Dinther1.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer

3732^/^3^-d-

cfm besloten aangohoik.. iL

Raadsvoorstel Datum vergadering

Agendapunt Onderwerp Portefeuillehouder

28 september 2023 14 Verklaring van geen bedenkingen Meerstraat 34, Heeswijk-Dinther wethouder Edwin Daandels

Heesch, 1 1 juli 2023 Inleiding Op 16 december 2022 is door dhr. Van der Assem een aanvraag omgevingsvergunning aange­ vraagd voor het bouwen van een bijgebouw op het adres Meerstraat 34 te Heeswijk-Dinther. Het oorspronkelijk bijgebouw is voor een deel gesloopt en opnieuw opgebouwd waarbij het bouwwerk aan de rechterzijde is uitgebreid. De aanvraag betreft een legalisatie aangezien het bouwwerk zonder vergunning is gebouwd en bijna gereed is voor gebruik.

Luchtfoto uit 2018, oorspronkelijk bijgebouw

Luchtfoto uit 2021, legalisatie bijgebouw

De aanvraag heeft betrekking op de activiteiten bouwen en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening.

Handhavingsverzoek Op 23 juli 2020 is door de naastgelegen buren nr. 36 een handhavingsverzoek ingediend we­ gens het bouwen zonder vergunning op het perceel Meerstraat 34 Op 2 december 2020 is als gevolg hiervan een last onder dwangsom opgelegd. Op 27 mei 2021 is er een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het legaliseren van het gebouwd bijgebouw en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Hierbij was de insteek om het bijgebouw te legaliseren. Deze aanvraag heeft op 11 augustus 2021 geresulteerd in het verlenen van een omgevingsvergunning middels een kleine buitenplanse afwijkingsbevoegdheid (kruimelgeval op basis van ar­ tikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Er was op dat moment sprake van een ac­ ceptabel bouwplan. Een omwonende heeft tegen dat besluit bezwaar ingediend. Hieruit bleek dat het besluit niet op goede gronden is genomen omdat de verkeerde voorbereidingsprocedure is toegepast. Het bouwwerk is namelijk hoger dan 5 meter (resp. 5,67 m) en kan op grond daarvan niet middels een kleine buitenplanse afwijkingsbevoegdheid van het bestemmingsplan worden afgeweken. Een uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing. Om die reden is er een nieuwe aanvraag ingediend. Voorstel 1.

Op basis van artikel 2.27 van de Wabo een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het bouwen van een bijgebouw op het adres Meerstraat 34 in HeeswijkDinther. 2 Indien gedurende de inzagetermijn van het ontwerpbesluit geen zienswijzen worden in­ gediend de ontwerpverklaring van geen bedenkingen te beschouwen als een definitieve verklaring van geen bedenkingen.

Argumenten 1.1. Vanwege de strijdigheid met het bestemmingsplan is verlening van een omgevingsvergunning alleen mogelijk via een uitgebreide voorbereidingsprocedure. Onderdeel van deze procedure is de afgifte van een verklaring van geen be­ denkingen. Het perceel is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' met enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’, dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ en functieaanduiding ‘Wonen’. Het bijgebouw is op enkele punten in strijd met het bestemmingsplan: • het bijgebouw ligt deels buiten het bouwvlak; • de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minder dan 5 m; • de afstand tussen de woning en het bijgebouw is meer dan 20 m. De strijdigheid met het bestemmingsplan kan enkel via de uitgebreide voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), worden verleend. Het verlenen van een verklaring van bedenkingen door de ge­ meenteraad is onderdeel van deze procedure

1.2 In de aangeleverde ruimtelijke onderbouwing is verantwoord dat er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening'.

-2-

Volgens de Wabo kan er enkel medewerking worden verleend aan een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 3 Wabo, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Hiervoor heeft de initiatiefnemer een ruimtelijke on­ derbouwing met bijbehorende stukken aangeleverd, deze zijn toegevoegd als bijlage. In de ruimtelijke onderbouwing is getoetst aan vastgesteld beleid op Rijks-, provinciaal en gemeente­ lijk niveau en zijn de milieutechnische onderdelen verantwoord. De meest relevante overwegin­ gen zijn:

Het bouwwerk is gesitueerd in het achtererfgebied Op basis van artikel 2 lid 3 Bijlage II bij het Bor zijn op dit perceel vergunningsvrije bij­ behorende bouwwerken toegestaan tot maximaal 150 m2 in het achtererfgebied. Op het perceel staat een houthok van 11 m2 en dit bijgebouw van 138 m2. Op basis van deze regel had het bouwwerk vergunningsvrij geplaatst kunnen worden. Echter, van­ wege de bouwhoogte (5,665 meter) is dat niet mogelijk. Je mag slechts tot 5 meter hoog vergunningsvrij bouwen. Omdat het bijgebouw met vergunningsvrij gebouwd kan worden is er getoetst aan het bestemmingsplan. Het bijgebouw is deels gesitueerd buiten het bouwvlak. De over­ schrijding bedraagt + 3 meter. Dit betreft de uitbreiding op het oorspronkelijk bijgebouw. Dat het bijgebouw deels gesitueerd is buiten het bouwvlak, heeft als gevolg dat er enkel kan worden afgeweken van het bestemmingsplan om dat deel te legaliseren. De uitbreiding van het bijgebouw is vanaf de straatzijde niet zichtbaar omdat het gesitu­ eerd is aan oostzijde en daarmee achter het oorspronkelijk bijgebouw. Bovendien zijn er gelet op de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen (artikel 2 van Bijlage II van het Bor) ook bijgebouwen buiten het bouwvlak toegestaan en kan daar deswege ook zonder vergunning worden gebouwd.

De onderhavige situatie voldoet echter niet aan de maximaal toegestane hoogte die vergunningvrij mogelijk is en belemmerd enkel op dat punt de mogelijkheid om vergunningsvrij te mogen bouwen.

Daar komt bij dat op het naastgelegen perceel (Meerstraat 36) een bijgebouw staat, dat het onderhavige bijgebouw aan het zicht vanaf de straat onttrekt. Bovendien ontneemt dat bijgebouw ook het zicht op het onderhavige bijgebouw, waardoor er geen nadelige situaties voor de buren ontstaan.

Bouwen op bestaande fundamenten Het bijgebouw is gelegen op een afstand van meer dan 20 meter van de woning en is daarmee in strijd met het bestemmingsplan. Hemelsbreed gemeten ligt het bijgebouw op een afstand van 21 meter van de woning. De overschrijding is verwaarloosbaar om­ dat het geen impact heeft op de ruimtelijke aspecten en mede gebaseerd is op het feit dat het bijgebouw gebouwd is op de fundamenten van het oorspronkelijk bijgebouw.

Afstand tot de perceelsgrens De lange zijde van het bijgebouw ligt vanuit de hoek op circa 2,5 meter van de zijde­ lingse perceelsgrens. Aan deze zijde van het perceel is de goothoogte van het bijge­ bouw 2,53 meter hoog. Van daar loopt de hoogte op tot 5,665 meter. De kopse gevel van het bijgebouw is gesitueerd nabij de perceelsgrens en sluit aan bij het bijgebouw van de buren.

-3-

De afstand tot de perceelgrens is minder dan 5 meter, waar deze volgens het bestem­ mingsplan minimaal 5 meter moet zijn. Het bestemmingsplan biedt in artikel 5.4.1 onder a echter de mogelijkheid voor afwijkingen. Zo kan de afstand tot de zijdelingse per­ ceelsgrens korter zijn dan 5 meter. Dit moet uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaard­ baar zijn en de verkeersveiligheid mag hierdoor niet worden aangetast. Vanuit steden­ bouwkundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Er is namelijk sprake van een concentratie van bebouwing. Het bijge­ bouw vormt samen met het bijgebouw van de buren en het hoofdgebouw (woonhuis) een bebouwingscluster. Hiernaast wordt de verkeersveiligheid door het bijgebouw niet aangetast. Het bijgebouw ligt met in de directe nabijheid van een weg Gelet op de af­ metingen en positionering van het bijgebouw in relatie tot de ruime percelen en omlig­ gende bebouwingen is er tevens geen sprake van een onevenredige aantasting van de belangen van omwonende(n).

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering Middels een berekening en inrichtingstekening is voldaan aan de bijdrage aan kwali­ teitsverbetering. Hierin komt naar voren dat het landschappelijke karakter van het per­ ceel en omliggend gebied versterkt zal worden door het plaatsen van enkele boomsoor­ ten tussen de bestaande bomen en de schuur in. De inrichtingstekening maakt onder­ deel uit van de beschikking. Ook het plaatsen en in standhouden van de landschappe­ lijke inpassing wordt als voorwaarden opgenomen het besluit omgevingsvergunning. De gebruiksfunctie Het bijgebouw wordt gebruikt als berging ten dienste van de woning. Andere functies zoals bewoning en/of bedrijfsvoering zijn in deze gebouwen niet toegestaan. Als in de toekomst blijkt dat het bijgebouw voor een afwijkende functie wordt gebruikt, dan kan hiertegen handhavend worden opgetreden.

Het bouwen tot aan de perceelsgrens Het bijgebouw wordt geheel op eigen grond gebouwd. Er is geen sprake van een evi­ dent privaatrechtelijke belemmering die zou moeten leiden tot een weigering van de omgevingsvergunning. Milieu aspecten Het bijgebouw is ondergeschikt aan de woning. Het dagverblijf is van korte duur. Mede gelet daarop kan redelijkerwijs worden gesteld dat binnen het plangebied geen oneven­ redig nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat zullen ontstaan waardoor strijdig­ heid met een goede ruimtelijke ordening ontstaat. Geconcludeerd kan worden dat het bijgebouw niet in strijd is met een goede ruimtelijke orde­ ning. In de ruimtelijke onderbouwing wordt dit voldoende onderbouwd. 2.1 Dit bespaart de initiatiefnemers tijd. De mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen is de meest wezenlijke in de procedure. Er wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd met als onderdeel de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Binnen zes weken kunnen zienswijzen worden ingediend tegen de ontwerp­ beschikking en de ontwerp WGB.

Door de ontwerpverklaring aan te merken als een definitieve verklaring van geen bedenkingen wanneer er geen zienswijzen worden ingediend, hoeft de zaak niet opnieuw aan de

-4-

raad te worden voorgelegd.

Risico’s Er zitten voor de gemeente geen risico’s aan het afgeven van een verklaring van geen beden­ kingen. Kosten en dekking Alle kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer en worden via een nog te sluiten planschadeovereenkomst vastgelegd. Het ontwerpbesluit wordt niet ter inzage gelegd, voordat de planschadeovereenkomst is aangegaan.

Vervolg Na afgifte van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Binnen zes weken kunnen zienswijzen worden ingediend. Na afloop van de inzagetermijn wordt een definitief besluit genomen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Recht­ bank. Bijlage(n): De bijlage(n) zijn digitaal beschikbaar.

Aanvraagformulier Bestektekening B 01 (versie 2023-04-12) Ruimtelijke onderbouwing Meerstraat 34 Berekening kwaliteitsverbetering Landschappelijke mpassmgsplan

meester en wethouders

Peggy Hurkmans secretaris

fome Walraven larnemend burgemeester

L

- 5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1d640273-5e5c-49f9-a58c-602ed8cff64b