CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Verordening Reclamebelasting centrum Heesch 2025

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Belasting- en legesverordening Bernheze 20251.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

\r

Rès'sr.àtisnummer' 78371 / 80678

@:::..::: é

Raadsbesluit oarum vèrsaderins. 12 december 2024

Aqèndapunt:

17

ond6e€rp:

VerordeningReclamebelastingcentrumHeesch2025

De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024:

gelet op artikel 227 van de gemeentewet;

o

.

vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING CENTRUM HEESCH 2025

AÉikel 1 : BegripsomschÍijvingen

o

Deze verordening verstaat onder: 1 . 'reclameobject': een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaÍ de openbare weg; 2. 'bouwwerk': elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal oÍ ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij diíecte of indirecte steun vindt in of op de grond; 3. 'onroerende zaak': de onroerende zaak, bedoeld in hooídstuk lll van de Wet waardering onroerende zaken; 4. jaat' . een kalenderjaar. '

Artikel 2 : Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Bernheze. Het heffingsgebied bevat de volgende straten en huisnummers: 't Dorp 1 Um 97;

-

Schoonstraat I Um 18; De Misse;

Beellandstraal 1 Um 2i Osseweg 1; Sergeant Thompsonstraat 1.

Artikel 3: Belastbaar feit Onder de titel 'reclamebelasting' wordt onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen het heffingsgebied als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven ter zake van openbaÍe aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

Artikel 4: Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop en waarbij één of meer reclameob.iecten worden aangetroffen.

Artikel 5: Maatstaf van heffing €n belastingtarief

'1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.

2. De heffingsmaatstaf is een vast percentage van de op de voet van hoofdstuk lV van de Wet

o

waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, met een minimumbedrag en een maximumbedrag. 3. lndien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hooídstuk lV van de Wet waardering onroeÍende zaken wordt de heÍfingsmaatstaf van die oníoerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij oí krachtens de artikelen, 17, '18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 4. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt 0,3607% van de Woz-waarde, met een minimum te betalen bedrag van € 375,00 en een maximum te betalen bedrag van € 925,00. 5. lndien de vastgestelde Woz-waarde voor het betreffende jaaÍ naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 6: Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar

Artikel 7: Ontstaan van de belastingschuld 6n heffing naar tijdsgelang De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak

O

Artikel 8: Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag

Artikel 9: Vrijstollingën De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: '1. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is; 2. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; 3. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; 4. die door (semi-)overheden oÍ culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultuÍeel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;

2

5. aangebracht door oÍ namens winkeliersverenigingen, ondernemersveÍenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier oÍ zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement; 6. aangebracht op bouwlerreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; 7. die door politieke partijen zi.in aangebracht en die een ideëel belang dienen; 8. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop oí verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in de winkel; 9. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabrjheid van de te verkopen of te verhuren zaak; 10. aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw.

Artikel '10: Tèrmijnen van betaling

1. ln afwijking van artikel 9, eeÍste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen

o

worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiliet is veÍmeld en de tweede twee maanden later. 3. ln aír /ijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen woÍden afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later. 4. ln afwi.iking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00. 5. De Algemene teÍmijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

O

AÍtikel 1'l : Kwijtschelding Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend

Artikel í2: Nadere regels door het Oagelijks Bestuur Het Dageli.tks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels stellen met betrekking tot de heÍfing en invordering van de reclamebelasting.

Artikel'13: Overgangsbepaling, inwerkingtÍeding en citeertitel

1. De 'Verordening Reclamebelasting centrum Heesch 2024' van 14 december 2023, oÍ zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als'Verordening Reclamebelasting centrum Heesch 2025'.

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze 1 2 decem

ULgriffier

o

O

-4-

zijn

baÍe vergadering van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e205ab10-2eff-46be-9e8b-bee9584200a7