Raadsbesluit Verordening Afvalstoffenheffing Bernheze 2023.pdf
Tekst van het document
Registratienummer
17321
■ ■RNHCZE
Raadsbesluit Datum vergadering
Agendapunt Onderwerp
15 december 2022 14 Verordening Afvalstoffenheffing Bernheze 2023
De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022:
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; •
vast te stellen de navolgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING BERNHEZE 2023
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1.
2
3.
'groep van percelen’: een groep van meerdere percelen waarvoor gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers; 'verzamel-container: een krachtens de Afvalstoffenverordening Gemeente Bernheze 2004 aangewezen inzamelmiddel. voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder 'gebruik maken’: ge bruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2: Aard van de belasting en belastbaar feit
1. 2.
Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een belasting geheven als bedoeld in arti kel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarie ventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet mi lieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3: Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden be oordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan;
c. Ingeval er sprake is van het ter beschikking stellen van een perceel voor kortstondig volgtijdig gebruik, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 4: Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
2 3.
4.
5.
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende taneventabel met in achtneming van de overige leden van dit artikel. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Het aantal ledigingen per perceel, niet zijnde een groep van percelen waarvoor gebruik wordt gemaakt van een verzamelcontainer, wordt vastgesteld met behulp van containerherkennings- en registratieapparatuur op de inzamelauto. Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal maal dat een con tainer ter lediging wordt aangeboden zoals is vastgesteld met behulp van de containerherkennings- en registratieapparatuur op de inzamelauto. Indien tijdens enige inzamelbeurt door en calamiteit of door een technische storing van de inzamelauto of van de op de inzamelauto geplaatste contamerherkennings- of regi stratieapparatuur waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgesla gen geen automatische herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van afvalstoffen per perceel, ongeacht of de bij deze percelen behorende containers wel of niet worden aangeboden voor de inzamelbeurt, geen for faitaire lediging in rekening gebracht.
Artikel 5: Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6: Wijze van heffing 1. 2.
De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.
Artikel 7: Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. 2
3.
4.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting ver schuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender maanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblij ven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruikt neemt.
-2-
5.
De belasting bedoeld in Hoofdstuk II van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
Artikel 8: Termijnen van betaling
1.
2.
3.
4.
5.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 6, eerste lid, verschuldigde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.. In afwijking van het eerste lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termij nen telkens een maand later. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00. De op grond van artikel 6, tweede lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald: a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving op het tijdstip van uitreiking, b. ingeval van toezending van de kennisgeving binnen 30 dagen na dagtekening.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden ge stelde termijnen.
Artikel 9: Nadere regels door het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.
Artikel 10: Kwijtschelding Geen kwijtschelding wordt verleend voor dat deel van de belasting dat bij wege van definitieve aanslag Diftar een bedrag van € 152,00 overschrijdt. Artikel 11: Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
1.
2 3 4.
De ‘Verordening afvalstoffenheffing Bernheze 2022’ van 16 december 2021 wordt inge trokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de be kendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing Bernhe ze 2023'.
Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 15 december 2022.
-3-
Leandi griffier
jlian
Marieke Moorfnan voorzitter b
- 4-