CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Vaststelling Financiële verordening gemeente Bernheze 2023

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Actualisatie financiële en controleverordening, controleprotocol en normenkader*3.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer

47118/47525

Raadsbesluit Datum vergadering Agendapunt

Onderwerp

14 december 2023 24 Vaststelling Financiële verordening gemeente Bernheze 2023

De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 24 oktober 2023: gelet op artikel 212, eerste lid, van de gemeentewet

De Financiële verordening gemeente Bernheze 2023 vast te stellen.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Administratie het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de ge­ meente Bernheze en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - Teams iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen recht­ streekse verantwoordelijkheid aan het college. - Grondexploitatiecomplex een ruimtelijke plan voorzien van een grondexploitatiebegroting - Grondexploitatiebegroting (GREX) de financiële vertaling van een grondexploitatiecomplex, waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in de tijd. - Facilitair grondbeleid de bouwkavel is in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt door deze partij ontwikkeld De gemeente treedt alleen op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. - Doelmatigheid het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen dan wel het met een bepaalde hoeveelheid inzet van middelen, realiseren van zoveel mogelijk prestaties. - Doeltreffendheid de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden bereikt.

- Overheidsbedrijf onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, met zijnde een personenvennoot­ schap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan met tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een

onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. Programma een samenhangend geheel van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 8 van het Besluit begro­ ting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Taakvelden voorgeschreven indeling van de begroting en jaarrekening, bedoeld voor uniforme informa­ tieverstrekking van decentrale overheden aan derden. Rechtmatigheid het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten. Rechtmatigheidsverantwoordmg de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling De raad kan bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode de programma-indeling wijzi­ gen en opnieuw vaststellen. 2 De raad stelt op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3 De programma-indeling en de taakvelden per programma staan voor de duur van een raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijziging. Bij vaststelling van de begroting worden wijzigingen expliciet vermeld. 4. Op voorstel van het college stelt de raad, naast de verplichte beleidsindicatoren bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a van het Besluit Begroting en Verantwoording, aanvul­ lende indicatoren per programma vast indien dit noodzakelijk is om het beleid te monito­ ren.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden onder elk van de programma's de lasten en baten per taakveld opgenomen en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gereali­ seerde lasten en baten per taakveld opgenomen. De mutaties reserves worden per pro­ gramma weergegeven, niet per taakveld. 2 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe inves­ teringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. In de meerja­ renbegroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investe­ ringskrediet voor de drie daarop volgende jaren weergegeven 3. In de jaarrekening bij de toelichting op de balans wordt van de investeringen met een in­ vesteringsvolume > € 50.000,- het geautoriseerde investeringskrediet, de gerealiseerde uitgaven van het geautoriseerde investeringskrediet voor dat jaar en de totale gereali­ seerde uitgaven weergegeven 4. In de jaarstukken worden verschillen in realisatie groter dan > € 50 000,- per taakveld ten opzichte van de gewijzigde begroting toegelicht.

Artikel 4. Kadernota (kaders begroting) 1. Het college biedt de raad jaarlijks een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvol­ gende jaren. De raad stelt deze nota uiterlijk voor het zomerreces vast.

-2-

2 De kadernota kan, in overleg met de gemeenteraad, achterwege blijven in de jaren waarin er gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.In de jaren waarin de nota achter­ wege blijft, presenteert het college een informatienota aan de raad waarin de actuele fi­ nanciële stand van zaken is opgenomen.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale ba­ ten alsook de stortingen en onttrekkingen aan reserves per programma, zoals weergege­ ven in het overzicht van baten en lasten. Daarnaast autoriseert hij het overzicht alge­ mene dekkingsmiddelen. 2. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de investeringskre­ dieten en geeft daarbij aan van welke investeringskredieten de raad op een later tijdstip een apart voorstel wil ontvangen alvorens het krediet definitief wordt geautoriseerd. 3. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten van een programma dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven het geautoriseerde investeringskrediet dreigt te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de ge­ autoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde inves­ teringskrediet of voor het bijstellen van het beleid. 4. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college voorstel­ len voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het wijzigen van geautori­ seerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

5 Voor investeringen waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de be­ groting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een afzonderlijk investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. In het investeringsvoorstel wordt tevens de voorgestelde dekking opgenomen. 6 Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet als bedoeld onder lid 5 kan ach­ teraf plaatsvinden als het investeringsbedrag £ € 50 000,- en voldoet aan lid 7 sub a. De structurele consequenties worden in de eerstvolgende kadernota en/of begroting meege­ nomen als een onomkeerbaar besluit. 7. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar on­ der de volgende voorwaarden: a. de beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitga­ ven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde 3 O's) zijn; b. mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloei­ ende uit investeringskredieten, tot en met € 25 000,-; c. mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbe­ drag met een maximum tot € 100 000,-; d.

voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien; e het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. f. indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende kadernota en/of be­ groting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. 8 Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad tot en met een bedrag van € 50 000,- te beschikken over een bestemmingsreserve binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve 9 Via de tussentijdse rapportages en de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over de mutaties zoals opgenomen in lid 6, lid 7 en lid 8.

-3-

10. a b.

c.

De raad stelt een grondexploitatiecomplex en grondexploitatiebegroting (grex) vast. De raad verleent het college mandaat tot het vaststellen van een grondexploitatiecomplex en grondexploitatiebegroting indien de grondexploitatie over de gehele looptijd minimaal budgettair neutraal is (met een 0-resultaat, dan wel positief), en past binnen het bestaande beleid. De raad draagt de bevoegdheid voor het besluit tot het maken van voorbereidingskosten voor (facilitair) grondbeleid over aan het college.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Het college informeert de raad door middel van minimaal twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting van de afwijkingen in de uitvoe­ ring en de benodigde bijsturing en bijstelling van het beleid 2 In de tussentijdse rapportages worden substantiële afwijkingen op het beleid, voortgang en financiën (ramingen van baten en lasten en investeringskredieten) toegelicht. 3 In de tussentijdse rapportages worden geconstateerde en verwachte afwijkingen op de vastgestelde ramingen na wijziging van het saldo van de baten en de lasten van taakvel­ den en investeringskredieten groter dan € 25.000,- toegelicht.

Artikel 7. Overheveling van exploitatiebudgetten van een begrotingsjaar naar een an­ der begrotingsjaar en votering en afsluiting van investeringskredieten 1. Indien de activiteiten, waarvoor de raad een incidenteel exploitatiebudget beschikbaar heeft gesteld, niet of niet geheel in het boekjaar kunnen worden uitgevoerd, dan is onder de volgende voorwaarden, de mogelijkheid van overheveling aanwezig. Een voorstel hiervoor zal door het college aan de raad worden voorgelegd als is voldaan aan de vol­ gende voorwaarden: a er moet sprake zijn van een (beleidsinhoudelijke) noodzaak om de middelen te be­ houden voor de uitvoering van de werkzaamheden/activiteiten in het volgende be­ grotingsjaar of er is sprake dat bij achterwege blijven van budgetoverheveling er een significante achterstandsituatie in de oorspronkelijke voorgenomen uitvoering ont­ staat; b. het over te hevelen budget bedraagt minimaal € 5.000,-; c. het bedrag dat kan worden overgeheveld is maximaal het verschil tussen het voor die activiteit begrote bedrag en de werkelijke uitgaven in het betreffende jaar; d de uitvoering van de activiteiten moeten in het volgende dienstjaar worden verricht; e budgetten kunnen slechts één keer worden overgeheveld. 2 De raad beslist op het voorstel tot overheveling in de raadsvergadering waarin de jaar­ stukken tot vaststelling worden aangeboden 3.

Indien een door de gemeenteraad geautoriseerde Investeringskrediet met binnen twee jaar gevoteerd is door het college dan komt het investeringsbudget te vervallen, behou­ dens een afzonderlijk besluit door de gemeenteraad. Dit geldt voor kredieten geautoriseerd door de gemeenteraad vanaf de begroting 2020. 4. Investeringskredieten worden uiterlijk het tweede jaar na het jaar van votering afgeslo­ ten, behoudens een afzonderlijk besluit door de gemeenteraad. 5 Het overhevelen van met bestede operationele (structurele) budgetten is ongewenst, ten­ zij er in het jaar van budgettering reeds een financiële verplichting is aangegaan.

-4-

Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 8. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording i. Het college biedt de raad eens in de vier jaar na aanvang van de nieuwe bestuursperi­ ode het Controleprotocol jaarrekening aan. Dit protocol wordt door de raad vastgesteld en bevat tenminste: a. een overzicht van de interne en externe wet- en regelgeving (normenkader); b. de verantwoordmgsgrens; c. de rapportagegrens ten behoeve van de rechtmatigheidsfouten in de paragraaf Be­ drijfsvoering 2 Het college neemt bij de jaarstukken een rechtmatigheidsverantwoording op waarin rechtmatigheidsfouten boven de verantwoordingsgrens zijn opgenomen. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering licht het college de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) die zijn opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording nader toe voor zover deze de rapportagegrens overschrijden.

Artikel 9. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving hebben betrekking als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdhe­ den, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college stelt jaarlijks uiterlijk in december van het jaar waarover wordt verantwoord, een normenkader rechtmatigheid vast en informeert de raad hierover. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingska­ der ten behoeve van de interne beheersing.

Artikel 10. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploi­ tatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma's, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals opgenomen in artikel 5. Dit is op programmaniveau. 3. Bij (meerjarige) investeringskredieten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbud­ get, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig be­ schouwd. 4. In het Controleprotocol jaarrekening (zie artikel 8, lid 1) zijn de spelregels uitgewerkt die van belang zijn bij de beoordeling van de begrotingsrechtsmatigheid.

Artikel 11. Misbruik en oneigenlijk gebruik 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat be­ trekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershan­ delingen. 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

-5-

Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 12. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Materiele vaste activa zijn te onderscheiden in: investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut. 2 Investeringen in vaste activa worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. 3 Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 ‘Overzicht afschrijvingstermijnen’ bij deze verorde­ ning. In principe wordt lineair afgeschreven op basis van economische levensduur tenzij middels gemotiveerd collegebesluit hiervan wordt afgeweken. 4. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie ge­ bracht. 5. Een saldo voor agio of disagio wordt direct ten laste van de exploitatie gebracht. 6. Immateriële en materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan of gelijk aan € 25.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. 7. De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief in ge­ bruik genomen wordt dan wel verworven wordt.

Artikel 13. Reserves en voorzieningen 1. In de begroting en de jaarstukken vindt géén toerekening van rente over reserves en voor­ zieningen aan de taakvelden plaats. 2. Het college biedt tenminste aan het begin van elke nieuwe raadsperiode de raad een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld Met deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen.

Artikel 14. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening ge­ hanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldmgsbeleid betrokken. 3.

Voor de toerekening van overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waar­ mee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een opslagpercentage op de directe loon­ kosten gehanteerd Het opslagpercentage wordt berekend door het totaal van de geraamde overhead (taakveld 0 4) gecorrigeerd met onttrekkingen uit reserves ter dekking van kosten opgenomen op taakveld 0 4 te delen door de som van de totale directe kosten van de eco­ nomische categorieën 4 110 xxx (salarissen en sociale lasten) en 4 351 xxx (ingeleend per­ soneel) gecorrigeerd met onttrekkingen uit reserves, welke zijn verantwoord op de taakvel­ den, niet zijnde het taakveld overhead 4. Voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt de renteomslag gehanteerd De renteomslag wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld Bij het bepalen van het rentepercentage voor de omslagrente wordt geen rekening gehouden met een rentevergoeding over de reserves en voorzieningen.

-6-

5. Het percentage van de omslagrente, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald door de totale rentekosten van langlopende en kortlopende leningen te delen door de boekwaarde van de totale activa per 1 januari van het boekjaar. Voor bepaling van de totale rentekosten worden de rentekosten voor projectfinancieringen en rentekosten bouwgrondexploitatie uitgesloten en voor bepaling van de boekwaarde van de totale activa worden activa gefinancierd met projectleningen en activa bouwgrondexploitatie uitgesloten.

Artikel 15. Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke belastin­ gen, heffingen en leges. De raad stelt de tarieven vast voor 1 januari van het desbetreffende jaar.

Artikel 16. Financieringsfunctie 1. Voor de invulling van de financieringsfunctie stelt de raad het Treasurystatuut vast. 2 In het Treasurystatuut worden regels opgenomen inzake algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening Artikel 17. Incidentele baten en lasten 1. In het overzicht incidentele baten en lasten dat in de begroting en jaarrekening op grond van het Besluit begroting en verantwoording dient te worden opgenomen worden inci­ dentele baten en lasten gespecificeerd vanaf € 50 000,-. Incidentele baten en lasten klei­ ner dan € 50 000,- worden als ‘overige’ per programma opgenomen. Dit grensbedrag geldt met voor incidentele baten en lasten als gevolg van dotaties en onttrekkingen aan reserves, deze worden altijd apart opgenomen.

Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college biedt ten minste eens in de vijf jaar onderhoudsplannen aan voor wegen, bruggen, kunstwerken en openbare verlichting. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het on­ derhoud. De raad stelt het plan vast. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijfjaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onder­ houd, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de vijfjaar een onderhoudsplan gemeente­ lijke gebouwen aan Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bij­ behorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen De raad stelt het plan vast. Artikel 19. Grondbeleid 1. Het college biedt ten minste aan het begin van elke nieuwe raadsperiode de raad een nota grondbeleid aan Deze nota wordt door de raad vastgesteld

-7-

Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 20. Administratie 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatig­ heid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en e de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ont­ leende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoe­ len, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 21. Financiële organisatie 1. Het college draagt zorgt voor: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewij­ a zing van de gemeentelijke taken aan de teams; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkhe­ b. den; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten c. laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de d. bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie (vastgesteld in het treasurustatuut); de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor be­ e. schikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan f. de taakvelden; het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen; g het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsi­ h. dies aan instellingen, en het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 22. Interne controle 1 Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informa­ tieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rappor­ teert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoordmg. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

-8-

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 23. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Financiële verordening gemeente Bernheze 2020, vastgesteld op 10 december 2020 wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 ingetrokken. 2. De Financiële verordening gemeente Bernheze 2020 blijft van toepassing op de jaarre­ kening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2022. Dit geldt ook voor bijlage 1 ‘Afschrijvingstermijnen' die op 10 december 2020 is vastgesteld door de raad.

1

Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze verordening treedt met terugwerkende kracht op 1 januari 2023 in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: “Financiële verordening gemeente Bernheze 2023”.

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in z^n openbare vergadering van 14 december 2023. /

i

/

itome Walraven voorzitter

- 9-

/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=157b5513-f0b2-47b5-b3f2-3b8741ee083a