CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Vaststellen Verordening Toeristenbelasting Bernheze 2024

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Belasting- en legesverordening gemeente Bernheze 20241.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer

46239 / 46338

Raadsbesluit Datum vergadering Agendapunt

Onderwerp

14 december 2023 25 Vaststellen Verordening Toeristenbelasting Bernheze 2024

De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023:

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING BERNHEZE 2024

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1.

2

3 4.

5.

6.

’vakantieonderkomens': woningen en andere verblijven, met-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor va­ kantie- en andere recreatieve en/of educatieve doeleinden; ‘mobiele kampeeronderkomens': tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie, andere recreatieve en/of educatieve doelein­ den; 'minicamping': een terrein voor openluchtrecreatie met een capaciteit van maximaal 25 mobiele kampeeronderkomens ‘niet-beroepsmatig verhuurde ruimten’: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke met in hoofd­ zaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie, andere recreatieve en/of educatieve doel­ einden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden ver­ huurd dan wel te huur aangeboden; 'vaste standplaats’: een terrein of terremgedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of staca­ ravan; ‘in georganiseerd verband verblijf houden’; verblijf onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders. Het betreft hier bijvoorbeeld scholen of scouting. Familie- en vriendengroepen vallen hier niet onder.

Artikel 2: Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook of anderszins uit economische- dan wel commerciële overwegingen door personen die met als in­ gezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3: Belastingplicht 1.

2 3.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terrei­ nen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is be­ lastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.

Artikel 4: Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzor­ 1. ging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen ver­ blijft, met zijnde een vakantieonderkomen. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2 2000, die rechtmatig verblijft in Nederland in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Cen­ traal Orgaan opvang Asielzoekers. voor groepen van meer dan 10 personen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar, die in geor­ 3. ganiseerd verband, als bedoeld in artikel 1 lid 6, verblijf houden. De vrijstelling geldt niet voor begeleiders vanaf 18 jaar.

Artikel 5: Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden.

Artikel 6: Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

1.

Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het a. aantal slaapplaatsen; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen b. bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt; mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op de som c. van het aantal mobiele kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maxi­ maal drie personen, vermenigvuldigd met twee en het aantal

-2-

2

3.

kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, ver­ menigvuldigd met drie. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie maanden bepaald op 20; meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 40; meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60, meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 80; b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op 365. Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter c. wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.

Artikel 7: Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing ln afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

Artikel 8: Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,40.

Artikel 9: Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10: Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van voorlopige en definitieve aanslag geheven.

Artikel 11: Termijnen van betaling

1.

2

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invordenngswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is ver­ meld, en de tweede termijn twee maanden later. Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termij­ nen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maan­ den later. Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschul­ digde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waar­ van de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

-3-

4.

5

ln afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00. De Algemene termijnenwet is met van toepassing op de in de voorgaande leden ge­ stelde termijnen.

Artikel 12: Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13: Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewe­ zen ambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet. Artikel 14: Registratieplicht

1.

2.

De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te re­ gisteren in een daarvoor bestemd nachtverblijfregister zoals bedoeld in artikel 438 Wetboek van Strafrecht. De verplichting, genoemd in het eerste lid, vervalt indien de belastingplichtige een soortge­ lijk nachtverblijfregister voert dat is geaccepteerd door een krachtens artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar.

Artikel 15: Aangifteplicht De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij met binnen vier we­ ken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitno­ diging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belas­ tingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen.

Artikel 16: Nadere regels door het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 17: Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening Toeristenbelasting Bernheze 2023' van 15 december 2021, wordt ingetrok­ ken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendma­ king. 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Toeristenbelasting Bernheze 2024’.

-4-

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 14 decemb' 2023.

LearïcTra Kïïïan griffier

Antoine Walraven voorzitter

-5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=540a9687-7fac-4cb0-8b7b-1b0c4ee6d0c0