Raadsbesluit Vaststellen Treasurystatuut gemeente Bernheze 2022
Tekst van het document
Registratienummer
1656248/ 1656674
Raadsbesluit Datum vergadering
Agendapunt Onderwerp
21 april 2022 7 Vaststellen Treasurystatuut gemeente Bernheze 2022
De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 8 maart 2022:
Het Treasurystatuut gemeente Bernheze 2022 vast te stellen.
INHOUD
2
INLEIDING
1.
2
Algemene toelichting
3
TREASURYSTATUUT
2. I.
II.
Begrippenkader
3
Doelstellingen van de treasuryfunctie
4 4
RISICOBEHEER Uitgangspunten risicobeheer
4
IV.
Uitzetten overtollige middelen
5
V.
Renterisicobeheer
6
VI.
Koersrisicobeheer
6
VII.
Kredietrisicobeheer
6
VIII.
Intern liquiditeitsrisicobeheer
6
IX.
Valutarisicobeheer
________
7
GEMEENTEFINANCIERING
X. XI.
Financiering
Langlopende uitzettingen
7 7
XII.
R E LATIE BE H E E R______________
7
KASBEHEER
8
XIII.
Geldstromenbeheer
8
XIV.
SALDO-EN LIQUIDITEITENBEHEER
8
ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE
3.
7
XV.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
XVI.
VERANTWOORDELIJKHEDEN
8
8 9
XVII. Bevoegdheden
10
XVlll. Informatievoorziening XIX. Inwerkingtreding
11
TOELICHTING OP HET TREASURYSTATUUT GEMEENTE BERNHEZE 2022
11 12
Inleiding
Algemene toelichting
ln dit Treasurystatuut staan onze regels voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover Verder staat hierin hoe de be voegdheden en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en wat de uitgangspunten zijn voor de administratie en interne controle van de financieringsfunctie.
Treasury betekent letterlijk schatkist. Het doel is dat we te allen tijde aan onze verplichtingen voldoen en wanner dat nodig is middelen kunnen aantrekken. We zorgen dat we voldoende liquide middelen/kredietruimte hebben om aan onze korte termijn verplichtingen kunnen vol doen. Met financiering bedoelen we de wijze waarop we geldmiddelen inzetten. Als we een activum aanschaffen met grote uitgaven is daarbij de vraag hoe we dit nu voor kunnen schieten zodat het later terugverdiend kan worden (in geld of maatschappelijke waarde). Daarbij is het belang rijk dat wanneer we geld lenen we dit kunnen doen tegen acceptabele condities en risico's be heersbaar houden.
Ons beleid is om beschikbare middelen risicomijdend en rente- en financieringsrisico's te mij den. We beleggen niet in risicodragende producten. We houden ons regelmatig bezig met onze liquiditeit. De banksaldo's houden we dagelijks in de gaten. Onze langlopende schulden hebben we in beeld, dus de betaling van de rente en aflos sing zijn goed te voorspellen Dit actualiseren we jaarlijks. Daarnaast kijken we bij het bereke nen van de omslagrente onze financieringsbehoefte. De wettelijke kaders die gelden voor treasury hebben we vertaald in dit statuut
-2-
1.
Treasurystatuut
I.
Begrippenkader
Artikel 1
In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een be paalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kun nen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Deri vaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Intern liquiditeitsrisico
Risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvestermgsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een per centage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
Risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitsprognose
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.
Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm
Een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet Fido ge fixeerd percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.
Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waar in op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
-3-
Rentevisie
Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.
Schatkistbankieren
Regeling waarbij de decentrale overheden overtollige middelen verplicht in de schatkist van het Rijk moeten aanhouden.
Solvabiliteitsratio
Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.
Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toe zicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteuren beheer.
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
II.
Doelstellingen van de treasuryfunctie
Artikel 2
De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2 Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico s, koersrisico's, kredietrisico's, interne liquiditeitsrisico's en valutarisico's; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut; 5. Het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; 6. Het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan.
Risicobeheer III. Uitgangspunten risicobeheer
Artikel 3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Voor het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen: a. het verstrekken van leningen en garanties is voorbehouden aan het college; b. leningen en garanties worden uitsluitend verstrekt uit hoofde van de publieke taak; Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van een dergelijke garantie of le ning
-4-
2.
3
c. Leningen en garanties worden uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen, aan natuurlijke personen is niet toegestaan. d. Leningen en garanties kunnen alleen worden verstrekt indien de aanvrager onvoldoen de zekerheden heeft om via een geldverstrekker een geldlening zonder gemeentega rantie aan te trekken. Die dient te worden aangetoond middels tenminste twee offertes of bankverklaringen van commerciële banken. e De aanvrager zal, gelet op haar financiële positie, in staat zijn gedurende de gehele looptijd van de lening en garantie de rente en aflossing te kunnen betalen. f. De aanvrager kan slechts deels een beroep doen op een waarborgfonds of een andere financieringsregeling. De gemeente mag maximaal voor het resterende deel een lening of garantie verstrekken. 9 De aanvrager gaat akkoord met (aanvullende) door de gemeente te stellen voorwaar den (bijvoorbeeld zekerheden). Gemeentelijke subsidies (in gevallen dat de aanvrager van een garantie tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente) gelden in deze niet als zekerheid. h. De leningsvoorwaarden moeten vallen binnen de bepalingen van de wet Fido I. Staatssteun middels het verlenen van een lening en garantie is niet toegestaan.
j- Wanneer de uitoefening van de garantstelling en verstrekking van een lening ingrijpen de gevolgen kan hebben voor de gemeente, moet de raad gelegenheid krijgen om zijn wensen en bedenkingen te uiten alvorens het college een besluit neemt. k. Het verstrekken van leningen en garanties afwijkend van het hierboven vermelde, is voorbehouden aan de gemeenteraad van de gemeente Bernheze. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzet tingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt ge waarborgd met behulp van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; Het gebruik van derivaten is slechts toegestaan voor het verminderen van renterisico’s. Bij voorgenomen derivatentransacties wint de treasurer het advies in van een externe advi seur.
IV. Uitzetten overtollige middelen
Artikel 4 1.
2
3
Overtollige middelen mogen, met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel en artikel 2 derde en vierde lid van de Wet financiering decentrale overheden uitsluitend worden aangehouden in ’s Rijks schatkist. Uitgezonderd van de verplichting om in 's Rijks schatkist te worden aangehouden, zijn: a. middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag met te boven gaan, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; b. middelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsrege ling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004. In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij andere decentrale overheden, met dien verstande dat de gemeente geen leningen mag verstrekken aan de toezichthoudende provincie, in casu de provincie Noord Brabant.
-5-
V.
Renterisicobeheer
Artikel 5 1.
2. 3. 4. 5. 6.
De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend (zie toelichting); De renterisiconorm wordt met overschreden conform de Wet Fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend; Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsprognose; De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; De rentevisie van de gemeente wordt ieder jaar opgesteld op basis van de rentevisies van de huisbankier, enkele handelsbanken, tijdschriften, dagbladen en overige media; Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de ren tetypische looptijden van leningen en uitzettingen.
VI. Koers risicobeheer
Artikel 6 1.
2.
Door de invoering van het verplichte schatkistbankieren is uitzetten van overtollige middelen slechts mogelijk bij het Rijk en wordt geen koersrisico gelopen. Het aan- en verkopen van aandelen vindt uitsluitend plaats in het kader van de uitoefening van de publieke taak.
VII. Kredietrisicobeheer
Artikel 7 1.
2.
Door de invoering van het verplichte schatkistbankieren is uitzetten van overtollige middelen slechts mogelijk bij het Rijk en wordt geen kredietrisico gelopen. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist.
VIII.Intern liquiditeitsrisicobeheer
Artikel 8 De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsprognose voor het lopende jaar en op een meerjarige liquiditeitsprognose voor de volgende drie jaren.
Deze liquiditeitsprognose wordt twee maal per jaar opgesteld en besproken in de Treasurycommissie (portefeuillehouder Financiën, concern-controller, en treasurer). De treasurer is be last met de uitvoering van de genomen besluiten.
-6-
IX. Valutarisicobeheer
Artikel 9
Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s, waarbij de hoofdsom niet onderhevig mag zijn aan indexatie.
Gemeentefinanciering X. Financiering
Artikel 10
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de vol gende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2 Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te mi nimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren. In nader te bepalen gevallen kan project financiering van grondexploitaties de voorkeur hebben; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn (onderhandse) lenin gen; 4. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze (telefonische) offertes worden intern schriftelijk vastgelegd. XI. Langlopende uitzettingen
Artikel 11 Door de invoering van verplicht schatkistbankieren worden overtollige middelen gestort in de schatkist van het Rijk. De wet Fido biedt de mogelijkheid voor gemeenten om onderling gelden uit te lenen. XII. Relatiebeheer
Artikel 12 De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, ver zekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht (Economische Europese Ruimte) te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzeke ringskamer; 2. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
-7-
Kasbeheer XIII.Geldstromenbeheer
Artikel 13
Om van de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garande ren dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij één bank. XIV.
Saldo- en liquiditeitenbeheer
Artikel 14 Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensabel systeem bij de bank met de gunstigste condities; 2 Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrek ken. Hierbij wordt - conform artikel 5 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden (zie toelich ting); 3 Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kas geldleningen en de kredietfaciliteit op rekening courant; 4. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.
Administratieve organisatie en interne controle XV. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 15 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het ge bied van administratieve organisatie en interne controle. 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury-activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2 Bij de uit te voeren treasury-activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijk ste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen-principe); b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen; 3. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financieel medewerker, belast met de Interne Controle zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 4. De transacties worden direct geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft af gesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle.
-8-
XVI.
Verantwoordelijkheden
Artikel 16 De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente zijn in de volgende tabel gedefinieerd: Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globa le richtlijnen en limieten middels het treasurystatuut; Het vaststellen van de treasuryparagraaf in de begroting en de jaar rekening; Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hier van; Het evalueren en als gevolg daarvan het eventueel bijstellen van het treasurybeleid.
College van B&W
Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid); Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
Portefeuillehouder Financi ën
Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).
T reasurycommissie
Twee maal per jaar besluiten over de door de treasurer voorgestelde strategie op basis van de renteontwikkelingen en de liquiditeitsprognoses.
Teamcoach Financiën
Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en treasuryparagraaf; Het autoriseren van de door de treasurer voorgestelde transacties; Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen; Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten; Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer; Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W.
Controller Interne dienst verlening
Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury; Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het bestuur; Zorgdragen vooreen actuele procesbeschrijving treasury.
Teamcoaches
Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun teams aanleveren aan team financiën met betrekking tot toekomsti ge uitgaven en inkomsten; Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operatio nele informatie over toekomstige geldstromen aan team financiën; Het fiatteren van betalingen en ontvangsten ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.
Treasurer
Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefmanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de treasuryparagraaf worden uitge voerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door teamcoach Financiën; Het opstellen van de rentevisie; Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldoen liquiditeitenbeheer; Het beheren van de geldstromen; Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaan de deelfuncties, geautoriseerd door de Teamcoach Financiën;
-9-
Functie
Verantwoordelijkheden
Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorge ven hiervan aan de financiële administratie; Het initiëren van beleidsvoorstellen op treasurygebied; Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; Het afleggen van verantwoording aan de teamcoach Financiën over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. Kassier
Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; Het rapporteren aan de teamcoach Financiën belast met controle over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.
Team financiën
Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële ad ministratie.
Financieel medewerker, belast met de Interne Con trole
Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controle ren van deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals ver strekt door de medewerker belast met treasury; Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytrans acties en hierover rapporteren aan de teamcoach financiën.
Externe accountant
Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en contro leren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
XVII. Bevoegdheden
Artikel 17
In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasury-activiteiten weergege ven alsmede de daarbij benodigde autorisatie. Bevoegde functionaris (eerste handtekening)
Autorisatie door (tweede handtekening)
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer
1.
Het uitzetten van gelden
Treasurer
Teamcoach Financiën
2.
Het aantrekken van gelden
Treasurer
Teamcoach Financiën
3.
Betalingsopdrachten voorbereiden en ver sturen
Kassier
Comptabele
Bankrelatiebeheer 4.
Bankrekeningen openen/wijzigen/opheffen
Teamcoach Financiën
College van B&W
5.
Bankcondities en tariefafspraken
Treasurer
Teamcoach Financiën
Teamcoach Financiën
College
Risicobeheer
6.
Het afsluiten van denvatentransacties
Financiering en uitzetting
7.
Het afsluiten van kredietfaciliteiten
Treasurer
Teamcoach Financiën
8.
Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen,
Treasurer
Teamcoach Financiën
9.
Het uitzetten van gelden
Treasurer
Teamcoach Financiën
Betreffende teams
College van B&W
10. Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak
-10-
11. Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak
Bevoegde functionaris (eerste handtekening)
Autorisatie door (tweede handtekening)
Betreffende teams
College van B&W
XVIII. Informatievoorziening
Artikel 18
Met betrekking tot de treasury-activiteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgeno men informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Frequentie
Informatie verstrekker
Informatie ontvanger
Gegevens met betrekking tot toekomstige uitgaven en inkomsten voor de liquiditeitsprognose
Permanent
Teams
Treasurer
Liquiditeitsprognose
Voor/najaar
Treasurer
Treasurycie.
Jaarlijks
Fin. beleids medewerker team finan ciën
Gemeenteraad
Jaarlijks
Fin. beleids medewerker team finan ciën
Gemeenteraad
CBS/Derden
Provincie
Informatie 1.
2. 3.
4.
Paragraaf D. Financiering in de begroting
Paragraaf D. Financiering in de jaarstukken
5.
IV3, informatie voor derden
kwartaal
Fin. beleids medewerker team finan ciën
6.
Lenings-, uitzettings- en garantiebesluiten
Binnen 14 dagen na besluit
College B&W
XIX.
Inwerkingtreding
Artikel 19 Dit Treasurystatuut gemeente Bernheze 2022 treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1-1-2022.
Het Treasurystatuut van de gemeente Bernheze van 2015 vervalt bij de inwerkingtreding van het Treasurystatuut gemeente Bernheze 2022.
Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 21 april 2(122.
Leancira KI griffier
Marieke Moorman voorzitter I
■ 11 -
Toelichting op het treasurystatuut gemeente Bernheze 2022 In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2).
Vervolgens geeft het bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Door de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De financieringsparagraaf in de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut.
Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse van de financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet Fido en het Treasurystatuut blijven De financieringsparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. Artikel 1
Bij de gehanteerde begrippen is een korte toelichting gegeven. Artikel 2
In dit artikel worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van onze gemeente weergegeven die hieronder verder afzonderlijk worden toegelicht. Artikel 2. lid 1
In de eerste plaats dient de treasurer ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasurer dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trek ken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten.
De condities die daar bij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende mo ment gebruikelijke condities, acceptabel en tenminste marktconform te zijn. Artikel 2, lid 2 Door haar activiteiten loopt de gemeente de volgende financiële risico’s: renterisico's, koersrisico's, kredietrisico’s interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico ‘s. Het is de taak van de treasurer dergelijke risico's zo veel mogelijk te beperken. In de artikelen 5 tot en met 9 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.
-12-
Artikel 2, lid 3 De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provi sies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasurer het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.
Artikel 2, lid 4
De gemeente streeft ernaar haar renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risi co’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling ("profit center").
Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet Fido en dit treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Artikel 2, lid 5
Bij de uitvoering van de treasuryfunctie hebben we te maken met ' gevoelige taken” zoals de fiattering van betalingen. Ter voorkoming van misbruik en voor een goede inrichting van het systeem is een goed en veilig betaalsysteem noodzakelijk De voorwaarden hiervoor worden in dit statuut aangegeven. Artikel 2, lid 6 Op het juiste moment dienen alle betrokken gremia en personen over de benodigde informatie te kunnen beschikken om hun rol op te kunnen pakken.
Artikel 3, lid 1 De Wet Fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de 'publieke taak" waarvoor leningen en garanties dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury". De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de pu blieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet Fido het volgende aangegeven: “Het ge meentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak ”.
In dit artikel is het kader opgenomen waar binnen het college leningen en garanties kan ver strekken.
Het beleid van de gemeente Bernheze is erop gericht dat instellingen hoofdzakelijk gebruik maken van de bestaande waarborgfondsen (Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborg fonds voor de Zorgsector, Stichting Waarborgfonds Sport, Waarborgfonds Kinderopvang enz.).
-13-
Het verstrekken van hypothecaire leningen, dan wel het verlenen van garanties hierop, aan eigen personeel en politieke ambtsdragers is in de Wet Fido nadrukkelijk niet toegestaan.
Artikel 3, lid 2
Conform de Wet Fido dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. In de Wet Fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip "prudent" nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet Fido en de memorie van toelichting op de Wet Fido). Bankachtige activiteiten - het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen - zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet Fido.
De richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de "publieke taak" van de gemeente. Artikel 3, lid 3 Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggen de waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om rentensico s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet Fido stelt dat deriva ten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico's. Als van het instru ment derivaten gebruik gemaakt wordt is een extra waarborg ingebouwd door te bepalen dat een externe deskundige hierover advies uitbrengt. In 2014 vond een aanscherping plaats over het gebruik van derivaten en het prudent gebruik ervan. Het gebruik van derivaten dient via de jaarrekening te worden verantwoord, waarmee het een onderdeel is van de rechtmatigheidstoets van de accountant.
Artikel 4
Artikel 2 van de Wet Fido is ingrijpend gewijzigd door de invoering van het schatkistbankieren. Het verplicht gebruik van het schatkistbankieren is in dit artikel van de wet opgenomen, alsme de de mogelijkheid voor decentrale overheden om onderling leningen aan te gaan. In de Rege ling schatkistbankieren decentrale overheden worden enkele uitzonderingen genoemd voor het schatkistbankieren, waaronder middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal, gemid deld het drempelbedrag niet te boven gaan. Het drempelbedrag wordt jaarlijks bepaald en be draagt 0,75% van het begrotingstotaal. Verder worden in deze regeling alle voorwaarden ge noemd die gelden bij het verplichte schatkistbankieren. Een belangrijke mogelijkheid die is geïntroduceerd met het schatkistbankieren betreft de moge lijkheid voor decentrale overheden om overtollige middelen te gebruiken om onderling leningen aan te kunnen gaan. Deze mogelijkheid is opgenomen om de gevolgen van rentedervmg te beperken. Door onderlinge afspraken kan een hoger rendement worden behaald dan bij het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist. Het is niet toegestaan om bij de toezicht
- 14 -
houdende instantie leningen uit te zetten of aan te gaan. Voor de gemeente Bernheze is dat de provincie Noord Brabant. Hiermee wordt iedere vorm van belangenverstrengeling voorkomen.
Artikel 5, lid 1
Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente.
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rente lasten van openbare lichamen. Om een grens te stellen aan korte financiering (met een rentety pische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte fi nanciering geldt dat het rentensico aanzienlijk kan zijn, omdat fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend naar 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar. Uitgangspunt is dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Bij wijziging van de wet Fido is artikel 4 aangepast, nu luidende: “indien een openbaar lichaam voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de hoogte, en legt het de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kas geldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthouder . Dit betekent dat in enig kwartaal de kasgeldlimiet overschreden kan/mag worden. Uiterlijk bij de derde overschrijding moeten structurele maatregelen aan de toezichthouder worden voorge legd.
Artikel 5, lid 2 Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van sprei ding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage van 20% te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar.
Artikel 5. lid 3
Afstemming op de liquiditeitsprognose heeft als doel om bedragen slechts te lenen dan wel uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn. Artikel 5, lid 4
Bij een zeer lage rente is het voordelig om de lening gedurende de gehele looptijd rentevast te maken. Bij een hoge rente kan een renteconversieclausule worden opgenomen. Artikel 5, lid 5
Een rentevisie is een toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, op basis waarvan financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne of externe) ontwikke lingen wordt de rentevisie geactualiseerd. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier en enkele handelsbanken. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd op het moment dat een rentestijging verwacht wordt.
■ 15-
Artikel 6, lid 1
Overtollige middelen boven de berekende drempel moeten in de schatkist van het rijk worden gestort. Artikel 6, lid 2 Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Voor uitzettingen uit hoofde van de pu blieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzet ting tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen (b.v Bank Nederlandse Gemeenten) tot de publieke taak behoren.
Artikel 7, lid 1
Bij uitzettingen bij het rijk wordt geen kredietrisico gelopen. Artikel 7, lid 2
In voorkomende gevallen kunnen bij het verstrekken van leningen -uit hoofde van de publieke taak- zekerheden of garanties worden geëist. Artikel 8 Interne liquiditeitsrisico's doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet)en waarbij gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bij voorbeeld een deposito bij het schatkistbankieren of een lening aan medeoverheden) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten.
Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een hquiditeitsprognose waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is ge kozen om een liquiditeitsprognose voor een periode van drie jaar op te stellen. Deze wordt twee maal per jaar samengesteld (voorjaar en najaar) en in de treasurycommissie besproken. De treasurycommissie bestaat uit de portefeuillehouder financiën, concern controller en de treasurer.
In de praktijk blijkt dat het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitsprognose niet eenvoudig is. Dit heeft te maken met een aantal onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden financiële gevolgen. (Bijvoorbeeld de voorfinanciering van het regionale bedrijventerrein). Het is daarom van groot belang dat de treasurer juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten.
-16-
Artikel 9 Dit is o.a. opgenomen in het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden Ook al geeft dit besluit ruimere mogelijkheden, als gemeente Bernheze verstrekken we of gaan we geen lenin gen aan in andere valuta dan de euro zonder indexatie
Artikel 10, lid 1 Het aantrekken van gelden met als doel om deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet Fido (zie ook memorie van toelichting op de wet Fido) nadrukkelijk niet toe gestaan.
Artikel 10, lid 2
Om de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk eerst gebruik gemaakt van de eigen interne financiering Indien de omstandigheden zich voordoen kan in bepaalde gevallen projectfinanciering van grondexploitaties de voorkeur hebben Artikel 10. lid 3 Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Langlopende leningen kunnen ook worden aangegaan met partijen waarvoor het schatkistbankieren geldt.
Artikel 10, lid 4
Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv, te beta len rentepercentages, provisies, (boete-)clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Artikel 11, lid 1
Uitzettingen kunnen slechts plaats vinden bij de partijen die genoemd zijn in de regeling schat kistbankieren. Artikel 12, lid 2
Tussenpersonen dienen aan bepaalde kwalificaties te voldoen. Artikel 13, lid 1 Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geld stromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet ont trekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren
-17-
Artikel 13, lid 2 Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat er geen kos ten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillende banken over te boeken.
Artikel 14. lid 1 Het saldo- en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Om de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te be perken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensabel systeem. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet saldi en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover rente wordt berekend.
Artikel 14, lid 2
Zie ook de toelichting bij artikel 5, lid 1: “indien een openbaar lichaam voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de hoogte, en legt het de kwartaalrapporta ge en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthou der". Artikel 14, lid 3
In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal twee jaar) en tegen een vast rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (rood ) te staan op de rekening courant. De kredietlimiet bij de huisbankier is gelijk aan de kasgeldlimiet en wordt jaarlijks zo nodig aangepast, afgerond op een veelvoud van € 500 000,-. Artikel 14, lid 4 Bij aantrekken van gelden worden minimaal twee offertes opgevraagd.
Artikel 15 Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Het statuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en be voegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang van de transacties en de hiermee samenhangende risico's, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opge nomen om een transparante functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties.
Artikel 16 De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasury-activiteiten zijn in artikel 16 respectievelijk artikel 17 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijk heden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten
- 18-
(mandaten, besluiten e.d ). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. Artikel 17 De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur van de gemeen te. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het be stuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uit voering van het beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er slagvaardiger kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, admi nistratie en controle.
Artikel 18
De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en 2), beleidsmatige informatie (punt 3) en verantwoordingsinformatie (punt 4). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnen be heersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente . Artikel 18, punt 1 Teams dienen 'incidenteel' informatie te verschaffen op de momenten waarop zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of omvang van toekomstige betalin gen of ontvangsten (bijv, bij uitstel van een grote investering, vertraging van bestemmingsplan waardoor grote bedragen ruimschoots later worden terugontvangen).
- 19-