CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Dintherseweg ongenummerd naast 2 in Nistelrode *12.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora en fauna Herontwikkeling Dintherseweg ongenummerd naast 2 te Nistelrode

1

Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ongenummerd naast 2 te Nistelrode

Status: Concept In opdracht van: De heer Niek Verbossen Dintherseweg 2 5388 VG Nistelrode Contactpersoon: Bianca Göertz Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Veldwerk en rapportage: M. Lomans Projectnr: 2137 Datum: 17-11-2021

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

2

Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ...............................................................................4 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................5 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................6 4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................7 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................7 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 10 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 11 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 12 5.1 Flora .................................................................................................................................... 12 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 12 5.3 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 14 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 15 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................

17 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 17 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 19 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 19 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 20 6.3 Overige provinciale beschermingszones .............................................................................. 20 6.4 Houtopstanden ................................................................................................................... 20 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 21 8. VOORZORGSMAATREGELEN ................................................................................................. 23 9. AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 23 10. GERAADPLEEGDE BRONNEN ............................................................................................... 24 Bijlage 1. Wet natuurbescherming, kapmelding of verzoek ontheffing houtopstanden Bijlage 2.

Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 4. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 5. Vrijgestelde soorten

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

3

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om de locatie Dintherseweg ongenummerd naast 2 te herontwikkelen. Hiervoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Crijns rentmeesters te Someren begeleidt de initiatiefnemer tijdens de te doorlopen planologische procedure. Ter onderbouwing van het nieuwe bestemmingsplan dient in het kader van de Wet natuurbescherming een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemer opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.

1.2

Kader van het onderzoek

Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap

1.3

Doelstelling van het onderzoek

Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

4

2.

BESCHRIJVING PLANGEBIED

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied Dintherseweg ongenummerd naast 2 ligt ten zuidwesten van de kern Nistelrode in buitengebied van de gemeente Bernheze. De omgeving kenmerkt zich door landelijke bebouwing in een half open agrarisch landschap met boomsingels, robuuste bomenlanen en houtwallen. Aan de noordwestzijde grenst het plangebied middels een haag/boomsingel met soorten als sleedoorn, Amerikaanse vogelkers en wilg aan akkerland in gebruik voor de gladiolenteelt, ten oosten bevindt zich een dierenweide en de bebouwing aan de Dinterseweg nr. 2. Aan de zuidoostzijde ligt aangrenzend de Dintherseweg met onderbroken laanbomenstructuur van volwassen platanen en singelbeplanting met zomereik en berk, gewone vlier en hazelaar, ten westen ligt een dierenweide en een boomsingel met gemengd loofhout als zomereik, linde en berk.

Figuur 1. Globale begrenzing plangebied (oranje) Dintherseweg ongenummerd naast 2 te Nistelrode. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit een weideperceel met een oppervlakte van ca. 2100 m² met daarin een open stalletje/dierenverblijf.

2.2

Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling

Momenteel is het plangebied in gebruik als dierenweide welke door enkele alpaca’s en paarden wordt begraasd. Het stalletje vorm de schuilgelegenheid voor de dieren. De beoogde ontwikkeling betreft de oprichting van één Ruimte voor Ruimte woning binnen het plangebied. Om het perceel te bereiken zullen enkele bomen in de bomensingel aan de Dintherseweg worden gerooid. Het gaat dan om een breedte van circa 4 meter.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

5 2.3

Foto- impressie plangebied

Indruk van de directe omgeving, de Dintherseweg ter hoogte van het plangebied. Op de rechterfoto zicht op het plangebied vanuit west met op de achtergrond de bebouwing van Dintherseweg 2.

Zicht op het plangebied vanuit noordoost en een indruk van het stalletje.

Zicht vanuit het plangebied op de bomensingel ten zuidwesten en zicht vanuit het plangebied op de aangrenzende laanbomen met platanen en gemengde bomensingel aan de Dintherseweg.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

6

3.

WERKWIJZE

De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling. Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, soortspecifieke literatuur en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: ‘NDFF - quickscanhulp.nl 07 november 2021’. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant. Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 10 november 2021 in de namiddag. Het weer was zonnig met een zwakke zuidenwind bij een temperatuur van 11°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen.

Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

7

4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.

4.1

SOORTENBESCHERMING

Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarste beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en welke hier als strikt beschermd worden aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).

Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

8 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

9 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.

Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die de soort heeft voor mensen.

Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

10 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

4.2

GEBIEDSBESCHERMING

De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •

Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.

De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Omgevingsvisie febr. 2020 vooruitlopend op de Omgevingswet). In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

11

4.3

BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN

Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als houtopstand buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.

De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slechts af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

12

5.

RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING

De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving op basis van de NDFF, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1

FLORA

Het plangebied is gelegen binnen een agrarische omgeving. Het betreft een kort begraasde dierenweide. Tijdens het veldbezoek zijn in het weiland algemene graslandkruiden en algemene soorten van verstoorde bodem aangetroffen als duizendblad, paardenbloem, grote weegbree, ridderzuring en grote brandnetel. Volgens gegevens uit het Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn binnen een afstand van 0-1 kilometer van het plangebied geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Op een afstand van 1-5 kilometer komen dennenorchis en de wilde ridderspoor (§ 3.3 Wnb) voor. De dennenorchis is en wilde orchidee die voorkomt in vochtige, structuurarme dennenbossen op zure en voedselarme grond en de wilde ridderspoor is te vinden op kalkrijke en voedselrijke bodems, wintergraanakkers en ruderale terreinen op kalkgrond vooral langs de Maas en de IJssel. Binnen het plangebied op het grasland ontbreken biotopen voor dennenorchis en wilde ridderspoor. In het plangebied en directe omgeving worden ook geen soorten verwacht die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen.

Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.

5.2

VOGELS

In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw, huismus en steenuil. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van o.a. kerkuil, slechtvalk en grote gele kwikstaart. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels uit deze categorie gespot. Gierzwaluw en huismus De gierzwaluw bouwt nesten onder dakpannen, achter dakgootbetimmering en in spleten en nissen aan gebouwen in dorpen en steden. In Nederland nestelt de gierzwaluw vrijwel nooit in het buitengebied. Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in allerlei bebouwing onder

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

13 dakpannen, achter regenpijpen, in kieren en spleten in muren, in nestkasten en een enkele keer in dichte struiken. Op het te herontwikkelen weiland is bebouwing aanwezig in de vorm van een klein open stalletje met golfplaten dak. Het stalletje is ongeschikt als nestplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten als gierzwaluw en huismus Steenuil De steenuil is een honkvaste vogel die vaak aan randen van dorpen leeft. Het territorium is vrij klein, en het jachtgebied varieert in grootte afhankelijk van het voedselaanbod. Van de steenuil is niet alleen de vaste verblijfplaats (nest) beschermd maar ook de directe functionele omgeving waar op prooien gejaagd en gerust wordt. Het open stalletje is ongeschikt als nestgelegenheid voor de steenuil. Het plangebied met kortbegraasd dierenweiland vormt wel geschikt foerageergebied voor de in de omgeving verblijvende steenuil. Het weiland behoort tot een deel van het functionele leefgebied voor de steenuil. Met de beoogde ontwikkeling naar woningbouw verdwijnt een klein deel foerageergebied voor de steenuil. Tijdens de quickscan is een omgevingscheck uitgevoerd waarbij is beoordeeld of er voldoende functioneel leefgebied (foerageergebied) voor steenuilen ter beschikking blijft in de directe omgeving.

In de directe omgeving aangrenzend ten westen en nabij de paardenhouderij ten zuidoosten aan de Dintherseweg bevinden zich grote percelen met kortbegraasde paardenweilanden. Hierdoor blijft voldoende functioneel leefgebied van goede kwaliteit en omvang voor de steenuil behouden. Kerkuil, slechtvalk en grote gele kwikstaart Voor de kerkuil ontbreekt geschikt broedbiotoop, het plangebied is wel geschikt als jachtgebied voor de kerkuil. Gelet op de grote omvang van het jachtgebied van de kerkuil blijft voldoende areaal ter beschikking in de ruime omgeving. Voor de slechtvalk die nestelt in hoge gebouwen als kerktorens en fabrieksgebouwen en de grote gele kwik die broedt onder bruggen of gebouwen nabij stromend water, ontbreekt broedbiotoop binnen het plangebied. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 in gebouwen aanwezig door het ontbreken van geschikte bebouwing. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komt op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd, havik, sperwer en roek voor. Op een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van ransuil, wespendief, boomvalk en zwarte wouw. Tijdens het veldbezoek zijn alle boomsingels rondom het plangebied gecontroleerd op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en mogelijke roestplaatsen van ransuil.

Er zijn geen jaarrond beschermde nesten of roestplaatsen van ransuil aangetroffen. Het merendeel van bovengenoemde vogels met jaarrond beschermde nesten vinden broed- en foerageerbiotoop o.a. in bos- en heidegebieden, moerasbossen en hoge boomgroepjes met omliggende vochtige akkers. Binnen het plangebied en directe omgeving ontbreken dit soort biotopen. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 in bomen aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft hier voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai of makers van kleinesten aan bebouwing als boerenzwaluw en huiszwaluw. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten die meestal ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid ter beschikking hebben. Tijdens het veldbezoek is uit deze categorie de grote bonte specht overvliegend gespot. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten cat. 5 in bomen of geschikte holtes voor cat. 5 holenbroeders als specht of boomklever aanwezig.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

14 Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn, zoals houtduif, merel en vink. Tijdens het veldbezoek zijn houtduif, gaai en merel gespot. In de bomensingel ten westen van het plangebied werd een oud nest van houtduif aangetroffen. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Door het ontbreken van geschikte bebouwing kan het voorkomen van jaarrond beschermde nesten in gebouwen worden uitgesloten. Het plangebied vormt functioneel leefgebied voor de steenuil die voorkomt in de omgeving. Met de beoogde ontwikkeling gaat een klein deel foerageerbiotoop voor de steenuil verloren. De te herontwikkelen dierenweide vormt geen essentieel foerageerbiotoop. In de omgeving zijn voldoende alternatieven van gelijkwaardige kwaliteit. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen waargenomen. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen ontbreekt geschikt broedhabitat en omliggend foerageergebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten Ten behoeve van de inrit tot de nieuwe woning zullen enkele bomen worden gerooid uit de bomensingel aan de Dintherseweg.

Dit betekent een geringe afname van nest- en foerageermogelijkheden voor een aantal algemene struweel- en tuinvogels. In de directe groene omgeving blijven voldoende alternatieven beschikbaar. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan zullen nest- en foerageermogelijkheden voor algemene vogelsoorten met een éénmalig nest toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Bij de planning van de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot eind juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen.

5.3

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komen geen grondgebonden zoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Het NDFF vermeldt eekhoorn, steenmarter bunzing, wezel en das (§ 3.3 Wnb), op 1-5 kilometer afstand. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Aan de randen van het plangebied zijn voedselbomen voor de eekhoorn aanwezig. Mogelijk bezoekt de eekhoorn de bomensingels om te foerageren. Beschermde nesten van eekhoorn zijn niet aangetroffen. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt tegenwoordig behalve in kleinschalige cultuurlandschappen nabij boerderijen, ook binnen dorpen en steden voor. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

15 Op het te herontwikkelen weideperceel met het open stalletje ontbreekt geschikte bebouwing en daarmee ook verblijfsmogelijkheden voor de steenmarter. Bunzing en wezel Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen (bunzing en wezel) zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetaties, stapel stenen of takkenrillen. Voor de bunzing is ook water in de omgeving van belang. Mogelijk benutten kleine marterachtigen als bunzing en wezel de houtsingels rondom het plangebied om te foerageren en zich te verplaatsen in het landschap. Binnen het plangebied ontbreken geschikte landschapselementen en mogelijke verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven. Binnen het plangebied ontbreken dergelijke biotopen. Vrijgestelde soorten Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Daarbij dient wel de zorgplicht te worden nageleefd. Tijdens het veldbezoek zijn graafsporen van mol en konijn.

Er worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ zoals egel, haas en enkele algemene spits- en woelmuizen. Conclusie Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen worden uitgesloten. Binnen het plangebied worden geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied en verblijfsmogelijkheden. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.

5.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen In dit deel van het land kunnen o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, bosvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone, - en grijze grootoorvleermuis, baard/Brandtsvleermuis en watervleermuis. Essentiële vliegroutes Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen, rietkragen of houtwallen om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden, de ‘vliegroutes’. Als een dergelijke route verdwijnt of onderbroken wordt, vervalt deze mogelijkheid en moeten vleermuizen een alternatieve route zoeken. Als dat niet mogelijk is en de vliegroute wordt door veel vleermuizen gebruikt, kan dit een groot negatief effect hebben op de vleermuizen populatie in het gebied. Daarom zijn dergelijke vliegroutes beschermd.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

16 Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen) structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vaste vlieg- en foerageerroute. Het is wel aannemelijk dat de lijnvormige groenstructuren in de directe omgeving van het plangebied, met name de laanbomenstructuur/bomensingel aan de Dintherseweg door vleermuizen wordt benut als essentiële vliegroute. Met de beoogde ontwikkeling zullen enkele bomen tot een breedte van ca. 4 meter uit de bomensingel worden gekapt. Naar verwachting zal dit geen significant negatief effect opleveren op een mogelijke vliegroute voor vleermuizen. Met de bouw van de woning zal de lichtbelasting toenemen. Een toename van licht kan leiden tot verstoring van vleermuizen. Aanbevolen wordt om in het nieuwe plan de lichttoename te beperken. Essentieel foerageergebied Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn insecteneters en jagen daarom op plaatsen waar veel insecten aanwezig zijn zoals nabij bomen, boven water en in de luwte van dijken. Als een dergelijk foerageergebied van zeer groot belang is voor vleermuizen van een bepaalde verblijfplaats, is sprake van een essentieel foerageergebied. Als een dergelijk foerageergebied verloren zou gaan verdwijnt de voedselvoorziening waardoor ze de verblijfplaats moeten verlaten. Het verdwijnen van het foerageergebied leidt dan tot het niet meer functioneren van de verblijfplaats.

Dergelijk essentieel foerageergebied is beschermd. Het plangebied en directe omgeving vormt in de huidige situatie foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen. Met de bouwplannen op het weideperceel en de landschappelijke inpassing met inheems groen zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen zeker niet afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden, soorten die in gebouwen verblijven en enkele soorten die zowel in bebouwing als in bomen verblijfplaatsen hebben. Het plangebied bestaat uit een weiland met een klein open schuurtje met golfplaten dak. Het schuurtje is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats door het ontbreken van gebufferde plekjes met een stabiel microklimaat. Ook in de bomensingels rondom het plangebied zijn geen exemplaren met holtes, rottingsgaten, loshangende schors en (stam)spleten aangetroffen waarin vleermuizen mogelijk kunnen verblijven. Conclusie Essentiële vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen) structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vast vlieg- en foerageerroute. Vleermuizen zullen de singelbeplanting /laanbomenstructuur aan de Dinterseweg benutten als vlieg- en foerageerroute. De kap van ca.

4 meter bomen uit de singel ten behoeve van een inrit zal naar verwachting niet leiden tot een significant negatief effect op de mogelijke vlieg- en foerageerroute. Aanbevolen wordt om in het nieuwe plan de verlichting te beperken om verstoring van vleermuizen zoveel mogelijk te voorkomen. Het plangebied vormt in de huidige situatie geschikt foerageergebied. Met de beoogde oprichting van de Ruimte voor Ruimte woning en de landschappelijke inpassing met inheems groen zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen worden versterkt ten opzichte van de huidige situatie. Verblijfplaatsen Door de ongeschiktheid van het open stalletje kunnen vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing worden uitgesloten. Ook in de bomensingels rondom het plangebied zijn geen bomen met geschikte holtes, gaten en stamspleten aangetroffen waarin zich vleermuizen kunnen verblijven.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

17 5.5

ONGEWERVELDEN

Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen gespot. In deze periode van het jaar vliegen er vrijwel geen vlinders en libellen meer. De NDFF vermeldt binnen een afstand van 1 kilometer de teunisbloempijlstaart (§ 3.2 Wnb). Op enige afstand van 1-5 km komen soorten voor als bruine eikenpage, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, veldparelmoervlinder, grote weerschijnvlinder (§ 3.3 Wnb) en gevlekte witsnuitlibel (§ 3.2 Wnb), beekrombout en gaffellibel (§ 3.3 Wnb). De teunisbloempijlstaart is een nachtvlinder die behalve langs bosranden op warme plekken ook voorkomt in tuinen als waardplanten zoals teunisbloem en wilgenroosje aanwezig zijn. Binnen het plangebied ontbreken geschikt habitat en waardplanten voor de teunisbloempijlstaart. Beschermde (dag)vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten als de kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie) of iepenpage (diverse iepensoorten) ontbreken binnen het plangebied.

Het is uitgesloten dat er binnen het plangebied geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Voor libellen geldt dat water nodig is ter voortplanting. Gezien het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan de aanwezigheid van beschermde libellen eveneens worden uitgesloten. Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vermiljoenkever, vliegend hert of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. Binnen het plangebied en directe agrarische omgeving ontbreken specifieke biotopen en specifieke voortplantingswateren voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan worden uitgesloten. Gelet op de aanwezige biotopen bieden het plangebied en directe omgeving uitsluitend leefgebied voor algemene vlindersoorten, enkele (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken is geen geschikt habitat aanwezig.

5.6

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Voorkomen Vissen Het NDFF vermeldt het voorkomen van de grote modderkruiper (§ 3.3) op een afstand van 1-5 kilometer van het plangebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het voorkomen van (beschermde) vissen kan uitgesloten worden. Reptielen en amfibieën Op basis van de NDFF gegevens komen geen beschermde soorten reptielen en amfibieën voor binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

18 waarnemingen bekend van kamsalamander, rugstreeppad, heikikker, poelkikker, muurhagedis, (§ 3.2) alpenwatersalamander en levendbarende hagedis (§ 3.3). Voor bovengenoemde beschermde amfibieën en reptielen op een afstand van 1-5 kilometer ontbreken geschikte biotopen zoals specifiek voortplantingswater, stenige plekken, ruige extensieve graslandjes met holletjes en struwelen en vochtige en droge heideterreinen. Conclusie Het voorkomen van beschermde vissen, reptielen en amfibieën kan worden uitgesloten door het ontbreken van oppervlaktewater en specifiek landhabitat. Het is aannemelijk dat algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad overwinteren in het plangebied. Bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

19

6.

RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING

6.1

Natura 2000

Uit gegevens van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op een ruime afstand van ca. 17 kilometer ten westen van het plangebied. Het betreft Natura 2000- gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche broek.

Figuur 2. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd).

Bron: https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/ In de Wet natuurbescherming is het uitgangspunt dat activiteiten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van habitats kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Stikstofdepositie en overige negatieve effecten (licht, geluid, trillingen) De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van één Ruimte voor Ruimte woning. Voor wat betreft de uitstoot van stikstof hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze op 17 maart 2020 een werkwijze vastgesteld waarin onderbouwd wordt dat de woningbouwprojecten voor minder dan 50 woningen niet zullen leiden tot een toename op daarvoor gevoelige natuurgebieden. Overige negatieve effecten door licht, geluid en trillingen zijn gelet op de aard, de omvang en de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

20 6.2

Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op een afstand van ca. 600 meter ten westen van het plangebied. Het betreft een bosgebied met natuurbeheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’ en een aangrenzend heidegebiedje met natuurbeheertype N07.01 ‘Droge heide’.

Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant. Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/

In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De Interim omgevingsverordening NB stelt in § 3.23 art. 3.16 lid 1 en 3, dat een ontwikkeling buiten het Natuurnetwerk Brabant leidt tot een aantasting van de wezenlijke ecologische waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Brabant, negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Door de ligging van het plangebied op ruime afstand tot het dichtstbijzijnde NNBgebied zal geen sprake zijn van aantasting van wezenlijke waarden of kenmerken het NNB-gebied. 6.3 Overige provinciale beschermingszones Het plangebied is niet gelegen in een overige provinciale beschermingszone.

6.4

Houtopstanden

Ten behoeve van de inrit tot de nieuwe woning wordt ter hoogte van het plangebied een breedte van circa 4 meter uit de boomsingel/ laanbomenstructuur aan de Dintherseweg gekapt. Het betreft bomen uit de gemengde (halfvolwassen) loofhoutsingel als berk, zomereik, hazelaar en gewone vlier. De 3 volwassen plantanen ter hoogte van het plangebied blijven gehandhaafd. De te kappen bomen staan niet vermeld op de ‘Lijst van beschermwaardige bomen’ van de gemeente Bernheze. De bomensingel ligt in het buitengebied en is beschermd op basis van art. 4.2 Wet natuurbescherming. Voor de kap van de bomen geldt een meldingsplicht en een herplantplicht.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

21

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)

BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-4 jaarrond beschermde nesten in bomen en bebouwing aanwezig. Het plangebied ligt binnen het functionele leefgebied van de steenuil. Het plangebied vormt geschikt foerageergebied voor de steenuil. Met de beoogde ontwikkeling verdwijnt een klein oppervlakte foerageerbiotoop. In de directe omgeving rondom het plangebied met begraasde paardenweilanden is voldoende hoogwaardig foerageerbiotoop aanwezig. Uit de cat. 5 beschermde verblijfplaatsen zijn geen nesten in bomen aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met de beoogde ontwikkeling worden enkele meters uit de gemengde bomensingel aan de Dintherseweg gekapt. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan met inheems groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor algemene vogelrichtlijnsoorten met éénmalig nest worden versterkt.

Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Essentiële vliegroutes voor vleermuizen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Vleermuizen zullen de laanbomenstructuur/ bomensingel aan de aangrenzende Dintherseweg benutten als vliegroute. Met de beoogde ontwikkeling wordt ca. 4 meter uit de bomensingel gekapt. Naar verwachting zal dit geen significant negatieve effecten op een mogelijke vliegroute voor vleermuizen opleveren. Wel wordt geadviseerd om in het nieuwe plan de hoeveelheid licht te beperken om verstoring van vleermuizen zoveel mogelijk te voorkomen. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit. De landschappelijke inpassing in de nieuwe situatie zal leiden tot versterking van de jachtgelegenheid voor vleermuizen. Vleermuizen: verblijfplaatsen In de bomen aan de randen van het plangebied zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Ook het open schuurtje met golfplaten dak is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. Als de verlichting in de nieuwe situatie wordt beperkt, worden geen negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht. Nationaal beschermde / Andere soorten art. 3.3 Wnb Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen worden uitgesloten.

Binnen het plangebied en directe omgeving worden geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Negatieve effecten zijn niet aan de orde. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals egel, konijn, haas, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene spits- en woelmuizen. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht (zie blz. 11) is altijd van kracht.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

22

BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied Stikstofdepositie Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt op ruime afstand van ca. 17 kilometer van het plangebied. In de nieuwe situatie zal geen sprake zijn van emissies boven de gestelde grenswaarden van de nieuwe woning in de gebruiksfase. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gezien de ligging van het plangebied, de omvang, het effectbereik en de ruime afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied zijn negatieve overige effecten uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of in de directe omgeving van een NNB- gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van NNBgebieden. Houtopstanden Met de beoogde ontwikkeling wordt circa 4 meter uit de bomensingel aan de Dintherseweg gekapt ten behoeve van de inrit tot de nieuwe woning. De bomensingel staat niet vermeld op de ‘lijst van beschermwaardige bomen van de gemeente Bernheze’. De bomen vallen onder art. 4.2 van de Wet natuurbescherming en voor de kap van 4 meter uit de singel geldt een meldingsplicht en een herplantplicht. (Zie Bijlage 1).

Eindconclusie: • • •

De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de oprichting van één Ruimte voor Ruimte woning aan de Dintherseweg ongenummerd in Nistelrode. De voorzorgsmaatregelen voor ‘Vogels algemeen’ dienen te worden opgevolgd. Voor de kap van enkele meters uit de bomensingel aan de Dintherseweg geldt een meldingsplicht en een herplantplicht.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

23

8.

VOORZORGSMAATREGELEN

Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen. Als werkzaamheden niet buiten het broedseizoen gepland kunnen worden, dan geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt te maken. Ook bestaat de mogelijkheid om voorafgaande aan de werkzaamheden door een ter zake deskundige te laten controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Als aanbeveling geldt om met zekerheid schade aan broedgevallen uit te sluiten, de werkzaamheden geheel buiten de broedtijd van vogels uit te voeren.

9.

AANBEVELINGEN

Beperken van verlichting Om verstoring van vleermuizen te voorkomen wordt aanbevolen wordt om de verlichting binnen het plangebied in de nieuwe situatie tot een minimum te beperken. De volgende maatregelen kunnen van toepassing zijn: • niet uitstralende armaturen. •

lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig).

•

verlichting met een lagere lichtintensiteit.

•

plaatsen van afschermende beplanting.

• •

voorkom verlichting van boomkronen. tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan) en alleen op plekken waar het echt nodig is.

Natuurinclusief bouwen, het nieuwe normaal Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Waarom Natuurinclusief bouwen? Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert immers veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-dorps en stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Hieronder de link naar de nieuwste ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’, een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. https://www.bouwnatuurinclusief.nl/ http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw Doe de checklist en ontvang ideeën en concrete adviezen voor uw bouwproject. Bouwen met aandacht voor vogels en vleermuizen.

Lomans Ecoworks Quickscan Flora en fauna herontwikkeling Dintherseweg ong. naast 2 te Nistelrode

24

10.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Kennisdocument Steenuil, Athene Noctua, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=ccc0fc7e-2c99-4152-a1f6-a106fd7851ef