CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Commissie Maatschappij en Bestuur 8 oktober 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Programmabegroting 2025 - 202830.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Kwijtscheldingsbeleid Op basis van artikel 26 van de invorderingswet geven wij uitvoering aan de kwijtschelding van belastingen. Op 27 juni 2019 besloot uw raad in het kader van de harmonisatie van het kwijtscheldingsbeleid BSOB, dat: - voor de kosten van bestaan een percentage van 100% van de bijstandsnorm te hanteren voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; - de norm voor de kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden te baseren op de toepasselijke netto AOW-bedragen in de plaats van op de toepasselijke bijstandsnorm; - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor kwijtschelding rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang; - de kwijtschelding voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers) in stand wordt gehouden. Voor kwijtschelding komen de volgende heffingen in aanmerking: - Onroerende zaakbelasting eigenaar woning en niet-woning en gebruik niet-woning. - Afvalstoffenheffing tot het vastgesteld maximum van € 152,- o.b.v. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Bernheze 2024. - Rioolheffing.

Kostendekkendheid tarieven In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat alleen kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Dit betekent dat het niet zondermeer mogelijk om vanuit de taakvelden volledig inzicht te krijgen in alle kosten die maximaal kostendekkend mogen zijn. Kosten van overhead worden centraal geraamd, maar dienen wel in verband gebracht te worden met de integrale kostprijs. Om deze reden is het van belang dat op een andere wijze uit de pagina 91

begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij die berekening zijn gemaakt. Deze paragraaf verschaft deze informatie.

Rioolheffing Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Met het nieuwe, meer adaptieve, GRP willen wij verder gaan door: - nog nadrukkelijker te kijken naar ontwikkelingen die in de stedelijke omgeving plaatsvinden rond water, grondstoffen, energie en ruimtelijke ontwikkelingen; - de zorgplicht nog breder in te bedden in de interne en externe processen, waardoor betere afstemming plaatsvindt op andere processen in de (openbare) ruimte. - Het projectmatig klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. De beleidsambities die hierbij horen zijn: - adaptief en risicogestuurd beheer; - klimaatadaptatie; - samenwerking in As50+-verband; - inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Om alle kosten te kunnen dekken, heffen we rioolheffing. We heffen van eigenaren op basis van de WOZ-waarde Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: - onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, en - onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Het grootste deel van de lasten is bedoeld voor het opvangen van de vervanging en relining van de riolering.

Gezien het feit dat er nogal wat onzekerheden zijn over het exacte tijdstip van de vervangingspiek (na 2040) en de ontwikkeling van nieuwe (goedkopere) renovatietechnieken is het niet verstandig om per direct een theoretisch op lange termijn kostendekkend tarief te hanteren. De huidige heffing ligt onder het op lange termijn kostendekkende tarief. Er zijn vele scenario’s mogelijk om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Het zwaartepunt van de uitgaven komt na 2040. Daarom passen wij het tarief de komende jaren niet aan (behoudens inflatiecorrectie). Vanaf 2030, rekening houdend met de verwachtte vervangingspiek, gaan we de tarieven verhogen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de noodzaak tot stijging ontbreekt. Een tariefstijging hoeft namelijk pas na drie planperiodes (2030) te worden doorgevoerd om vanaf die periode te gaan sparen voor de (theoretische) vervangingspiek

pagina 92

die na 2040 zal gaan optreden. De komende jaren zal duidelijk worden of die piek ook daadwerkelijk gaat optreden. In de tussenliggende periode zal de strategie vervangen versus relinen verder worden geoptimaliseerd. Deze benadering is tevens in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie BBV om ten behoeve van het tarief een horizon van 10 jaar te hanteren. Kosten taakveld Riolering, excl. onderhoud incl. (omslag)rente 1

2.194.961

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

- /- 21.088

Netto kosten taakveld Riolering

2.173.873

Toe te rekenen kosten: Overhead

477.102

BTW2

234.069

Totale kosten

2.885.044

Overige opbrengsten beschikking reserves Opbrengst heffingen

2.885.044

Totaal opbrengsten

2.885.044

Dekkingspercentage

100%

1) 2)

Geen omslagrente a.g.v. ontbreken van boekwaarde activa. De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.

Afvalstoffenheffing De focus ten aanzien van afval ligt tegenwoordig op het maximaal hergebruiken van producten en grondstoffen: de circulaire economie. Afval zien als grondstof is goedkoper, duurzamer en milieuvriendelijker. De richting die we op moeten is het denken en handelen van inwoners (nog) verder om te schakelen van afval naar grondstof, zodat het hergebruik stijgt en de hoeveelheid restafval daalt. De volgende ambities zijn in het beleidsplan opgenomen: - De milieuambitie: Bernheze moet er naar streven om in 2030 afvalloos te zijn (dat wil zeggen dat er geen huishoudelijk afval meer vrijkomt dat als restafval verwerkt moet worden). - De kostenambitie kan omschreven worden als “een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs”. Bij voorkeur gaan de kosten voor afvalbeheer niet omhoog, maar een stijging is bespreekbaar als daar wat tegenover staat. - De serviceambitie: gemak voor de burger. Inwoners moeten hun afval zo veel mogelijk kwijt kunnen op het moment dat zij dat willen en zij zich dus ook weinig zorgen hoeven te maken over opslagruimte in huis (niet méér opslagmiddelen dan noodzakelijk). - Aandacht voor werkgelegenheid (als vierde element aan de afvaldriehoek): preventie, hergebruik en recycling van afval kan lokale (sociale) werkgelegenheid opleveren. Denk hierbij

pagina 93

aan nieuwe werkgelegenheid door sortering en vermarkting van afvalstromen, kringloopwinkels en repair-cafés. Dit aandachtspunt hanteren we als secundaire ambitie. De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit een haalsysteem (huis-aan-huis), een decentraal brengsysteem en een centraal brengsysteem (milieustraat en twee groendepots). De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: - een belasting per perceel (vastrecht), - een belasting voor het ledigen van een kliko fijn huishoudelijk restafval (fHRA), - een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief). Daarnaast zijn kosten verbonden aan het gebruik maken van de haalservice voor grof tuinafval binnen de bebouwde kom. Dit geheel van de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkend. Kosten taakveld Afval, excl. onderhoud incl.(omslag)rente

3.510.096

Inkomsten taakveld (afval), excl. heffingen

-/- 369.815

Netto kosten taakveld afval

3.140.281

Toe te rekenen kosten: Overhead

70.907

BTW1

539.851

Totale kosten

3.751.039

Opbrengst heffingen

3.741.233

Totaal opbrengsten

3.741.233

Dekkingspercentage

99,74%

1)

De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele is een korting toegepast op de algemene uitkering.

Grafrechten Grafrechten zijn retributies die de gemeente kan heffen op grond van artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Zij worden geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het gemeentelijke crematorium en voor het genot van in verband daarmee door de gemeente verleende diensten. De activiteiten binnen het taakveld Begraafplaatsen en crematoria gebaseerd op de Wet op de lijkbezorging hebben vooral een administratief karakter en zijn de volgende: - toewijzen van nieuwe graven/urnen; - begraven en cremeren; - reserveren van een bestaand of nieuw graf; - verlengen en beëindigen van grafrechten;

pagina 94

-

opgraven en/of herbegraven of cremeren; contacten met rechthebbenden, grafdelvers en uitvaartdiensten.

Daarnaast worden kosten gemaakt voor de instandhouding van onze gemeentelijke begraafplaats. Kosten die wij maken voor de instandhouding particuliere begraafplaats en oorlogsgraven laten wij buiten beschouwing. Bovenstaande activiteiten zijn volledig toe te rekenen aan de kostendekkendheid grafrechten, met als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Op dit moment zien we echter een extreme daling in het aantal begravingen (2020: 16; 2021: 6; 2022: 8). Dit heeft consequenties voor of de tarieven of de uitgangspunten/keuzes tarieven. Voor de tarieven 2023 is de keuze gemaakt de tarieven alleen te indexeren. Op dit moment moeten er nog conclusies uit het onderzoek naar kostendekkendheid begraafplaats ’t Loo geformuleerd worden. Deze conclusies verwachten we echter pas eind 2024 te kunnen trekken. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een indexering van de tarieven 2024. Een (negatieve) dotatie aan de voorziening begraafplaats ’t Loo zorgt op dit moment voor evenwicht in kosten en opbrengsten. Exclusief de (negatieve) dotatie zou de kostendekkendheid gemeentelijke begraafplaats uitkomen op 45,48%. Daarnaast willen wij bij de Legesverordening 2025 bezien of wij een verdere differentiering van de tarieven kunnen toepassen (grafrechten en verlenging van grafrechten). Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria, incl. (omslag)rente 1

76.046

Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria dotatie voorziening

-/- 50.798

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria

25.248

Toe te rekenen kosten: Overhead

17.122

Totale kosten

42.370

Overige opbrengsten Opbrengst heffingen

42.370

Totaal opbrengsten

42.370

Dekkingspercentage

100,00%

1)

Betreffen kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria exclusief de kosten begraafplaats Parkstraat en overige lasten lijkbezorging.

pagina 95

Leges De huidige legesverordening is verdeeld in drie hoofdstukken, namelijk: -

Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 bevat leges die voornamelijk betrekking hebben op de producten burgerzaken en producten bestuursstukken. Een aantal van deze leges zijn door het Rijk gemaximeerd met als gevolg dat het kostendekkend maken van hoofdstuk 1 effecten kan hebben op de andere producten binnen hoofdstuk 1. Vooralsnog maken we de keuze om binnen hoofdstuk 1 (algemene dienstverlening) geen kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee accepteren wij een niet 100% dekking. Door de paspoortpiek (verwachting van 2024 tot en met 2028) worden meer opbrengsten uit leges verwacht voor paspoorten en rijbewijzen. Dit heeft een gunstige invloed op de kostendekkendheid van Hoofdstuk 1 (39,9% in 2024 naar 54,8% in 2025). Kosten taakveld (Burgerzaken)1

711.433

Overhead taakveld (Burgerzaken)

366.373

Totale kosten

1.077.806

Overige opbrengsten: Inkomsten taakveld (burgerzaken en ruimte en leefomgeving) excl. Heffingen

33.656

Totaal opbrengsten

33.656

Netto kosten

1.044.150

Opbrengst heffingen

572.205

Totaal opbrengsten uit heffingen

572.205

Dekkingspercentage 1)

54,8%

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

Hoofdstuk 2: Leges Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Per 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Een van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de 'fysieke leefomgeving'. Dit begrip bepaalt de werkingssfeer van de Omgevingswet.

pagina 96

We zijn per 1 januari 2024 gestart met de nieuwe Omgevingswet/omgevingsvisie. Hierdoor krijgen we steeds meer zicht op de processen, tijdsbesteding en aantallen van de afzonderlijke leges binnen de omgevingswet. Bij de opmaak van deze begroting geven de cijfers over het 1ste halfjaar 2024 nog onvoldoende informatie om hier de begroting op aan te passen (formatie en tarieven). Voor de legesverordening 2025 verwachten we voldoende inzicht te hebben in de processen en aantallen waarmee we in de verordening gaan toewerken naar een 100% kostendekkendheid. Wij zullen voor de behandeling van de Legesverordening 2025 uw raad nog informeren hoe de kostendekkendheid van hoofdstuk 2 zich gaat ontwikkelen. Voor Hoofdstuk 2 geldt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Wonen en bouwen1

794.348

Netto kosten taakveld Wonen en bouwen

794.348

Toe te rekenen kosten: Overhead diverse taakvelden

452.989

Kosten taakveld Burgerzaken

13.048

Kosten taakveld Overhead

1.970

Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer

71.693

Kosten taakveld Cultureel erfgoed

7.659

Kosten taakveld Milieubeheer

82.566

Kosten taakveld Ruimtelijke ordening

12.109

Totale kosten

1.436.382

Overige opbrengsten

36

Netto kosten

1.436.346

Opbrengst heffingen Wonen en Bouwen

1.135.000

Opbrengst heffingen Milieubeheer

65.000

Totaal opbrengsten uit heffingen

1.200.000

Dekkingspercentage 1)

83,5%

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

Hoofdstuk 3: Leges Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Bevat alle leges die betrekking hebben op producten horeca, evenementen, brandbeveiligingsverordening en overige vergunningen in het kader van de APV (veelal producten met een maatschappelijk karakter). Uw raad heeft zich uitgesproken om diensten in het maatschappelijk belang laag te houden waardoor de bereikbaarheid van burgers in de samenleving gegarandeerd blijft. Kosten taakveld Economische promotie1

64.706

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Economische promotie

64.706

pagina 97

Toe te rekenen kosten: Overhead taakveld economische promotie en openbare orde en veiligheid

66.124

Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer

35.847

Kosten taakveld openbare orde en veiligheid

39.848

Kosten taakveld ruimte en leefomgeving Totale kosten Overige opbrengsten

605 207.130 -/-2

Netto Kosten

207.128

Opbrengst heffingen taakveld economische promotie en burgerzaken

15.734

Totaal opbrengsten uit heffingen

15.734

Dekkingspercentage 1)

7,6%

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

Leges marktgelden Marktgelden worden geheven voor innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats. Losse standplaatsen en ventvergunningen vallen hier niet onder. Voor marktgelden geldt als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 1

25.936

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen

-/- 3.643

Netto kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

22.293

Toe te rekenen kosten: Overhead taakveld Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen en economische promotie

18.531

Kosten taakveld economische promotie

7.224

Totale kosten

48.048

Opbrengst heffingen

22.784

Totaal opbrengsten uit heffingen

22.784

Dekkingspercentage

47,4%

1)

Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.

pagina 98

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voor een gezonde financiële positie moet de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikken. Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om haar taken voort te zetten ondanks financiële tegenvallers. Dit betekent dat de gemeente middelen beschikbaar moet hebben of in de loop der tijd middelen beschikbaar kan maken om eventuele financiële risico’s als die zich voordoen op te vangen. Hiermee voorkomt de gemeente dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen of dat er juist een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden. Voordat dit weerstandsvermogen bepaald kan worden zal zij eerst de weerstandscapaciteit en de risico’s moeten inventariseren. Het weerstandsvermogen wordt weergegeven in een ratio dat weergeeft in hoeverre de gemeente in staat is de risico’s op te vangen.

Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit wordt bepaald door de vrij beschikbare middelen die we in kunnen zetten voor eventuele dekking bij het voordoen van risico’s. Wij maken daarbij onderscheid tussen een incidentele en een structurele component. Bij het beoordelen van de begroting hanteert de toezichthouder (provincie) voor de algemene reserves het bedrag zoals geraamd per 1 januari van het begrotingsjaar. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: - Algemene reserves Naast de reserve nog nader te bestemmen hebben wij ook een algemene weerstandsreserve. Het is de algemene weerstandsreserve die wij volledig inzetten ten behoeve van de weerstandscapaciteit. De reserve nog nader te bestemmen zien wij als volledig vrij beschikbaar om in te zetten voor andere doeleinden waar de raad over kan beslissen. - Post onvoorzien (incidenteel) De post onvoorzien kan incidenteel worden ingezet als weerstandscapaciteit. Gedurende het uitvoeringsjaar kan dit budget worden ingezet voor concrete bestedingsvoorstellen. Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat. - Stille reserves Niet aanwezig. - Incidentele begrotingsruimte Geen incidentele begrotingsruimte 2025 aanwezig.

pagina 99

Reserves Overzicht per balansdatum: Reserves

Omvang Stand per 1-1-2025

Weerstandscapaciteit

Algemene reserve (reserve nog nader te bestemmen)

23.033.715

0

Algemene weerstandsreserve

5.238.667

5.238.667

Post onvoorzien (incidenteel)

94.472

94.472

Stille reserves

0

0

Incidentele begrotingsruimte

0

0

Totaal

5.333.139

*Maakt geen onderdeel uit van de incidentele weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Onbenutte belastingcapaciteit Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De provincie geeft daarnaast aan dat de onbenutte belastingcapaciteit als volgt bepaald moet worden: “De nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating artikel 12 aanvraag in aanmerking te komen (onder curatelestelling rijk)”. Deze richtlijn volgen we.

2025

Artikel 12 norm

Gewogen gemiddelde OZB tarief Bernheze

Ruimte ten opzichte van artikel 12

0,1595 %

0,1191%

3.012.694

Post onvoorzien structureel Niet aanwezig.

Structurele begrotingsruimte Geen structurele begrotingsruimte 2025 aanwezig.

pagina 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=36aa064b-b666-4e28-a297-1d1b34fc6f03