Programmabegroting 2025-2028__24-9-2025
Tekst van het document
Wat gaan we daarvoor doen? Een veilige woonomgeving is (ook) een belangrijke voorwaarde om prettig te kunnen wonen en leven in Bernheze. Waar criminaliteit zich vroeger voornamelijk concentreerde in de grote steden, zien we tegenwoordig ook juist in landelijk gebied een toename van ondermijnende activiteiten. Het is belangrijk om als overheid alert te zijn op signalen en in de strijd tegen ondermijning samen op te trekken vanuit diverse disciplines binnen de gemeente, met externe partners én inwoners. In Bernheze hebben we niet alleen te maken met de gevolgen de herstructurering van het platteland (bijv. leegkomende agrarische bedrijven) maar ook de problematieken buiten de gemeentelijke grenzen hebben een weerslag op de lokale aanpak (bijv. criminele jeugdgroepen). De link tussen ondermijning, veiligheid en andere beleidsonderwerpen kan nog meer inhoud en vorm krijgen. Vertrouwen van inwoners en ondernemers in gemeente, politie en andere instanties is hierbij het sleutelwoord. Vertrouwen in de gemeente is mede afhankelijk van ervaringen die inwoners en ondernemers hebben met de overheid in brede zin op andere beleidsvelden, zoals het
pagina 60
aanvragen van vergunningen, een bezoek aan de gemeentebalie, deelname aan een participatietraject of het bijwonen van een gemeenteraadsvergadering. Naast ondermijnende criminaliteit zien we dat ook op andere terreinen bedreiging en intimidatie toeneemt. Een deel van de inwoners voelt zich niet meer betrokken. Tegelijkertijd verwachten inwoners dat een krachtig bestuur de goede keuzes maakt. Om weerbaar te zijn, is een integer en transparant besluitvormingsproces en een goede dialoog met de samenleving noodzakelijk. Hier blijven we op inzetten. De vier gemeentelijke boa’s werken wijkgericht en zijn gekoppeld aan dorpskernen/wijkagenten van onze gemeente. Hierdoor zetten we de boa's centraal en zijn het onze ogen en oren. Door te blijven investeren in dit netwerk en de professionalisering blijven we in goed contact met onze inwoners en wordt de gemeente daarmee zichtbaarder voor de inwoner. De meldingsbereidheid zal hiermee, naar verwachting, stijgen. We houden zicht op het aantal meldingen en de opvolging ervan om eventuele trends snel te herkennen en op in te spelen.
Veilige leefomgeving Uit de peiling veiligheid en leefbaarheid blijkt dat onze inwoners zich over het algemeen veilig voelen in Bernheze. Dit willen we graag zo houden en dat vraagt inspanning van alle veiligheidspartners en van onze inwoners. De komende jaren gaan we verder met de uitvoering van het de geprioriteerde thema’s in het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026. Bij de aanpak van al deze thema’s speelt de geprofessionaliseerde handhaving- en toezicht uiteraard een rol.
Digitale Veiligheid De verplaatsing van de traditionele diefstallen neemt al jaren af en heeft zich verplaatst naar de digitale wereld. De gevolgen voor slachtoffers van deze vorm van criminaliteit is groot. Daarom is digitale veiligheid ook geprioriteerd in het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026. Naast aandacht vragen voor het weerbaar maken van onze inwoners is onze interne organisatie ook blijvend bezig om die weerbaarheid op dit thema te vergroten. Voor het weerbaar maken van inwoners en organisatie zijn door gemeente en andere veiligheidspartners bijeenkomsten en projecten ontwikkeld om het thema uit te rollen. Om deel te nemen aan deze projecten en/of voor het organiseren van bijeenkomsten vragen wij voor de periode 2025-2027 jaarlijks € 7.500,- aan financieel budget. We willen de doelgroepen met een verhoogd risico (jongeren, ouderen en MKB) voorlichten en bewust maken op het gebied van digitale veiligheid. Tevens willen we hiermee de meldingsbereidheid van deze vorm van criminaliteit vergroten om een juist beeld te vormen.
pagina 61
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron:
Jaar
MJB of Nieuw Budget om een prioriteit uit het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026 (Digitale Veiligheid) te kunnen implementeren
Nieuw Nieuw Nieuw
2025 2026 2027
Bedrag
Incidenteel/
(in €)
Structureel/ Investering
7.500 7.500 7.500
Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Vermindering / tegengaan van ondermijning In de strijd tegen ondermijning is het belangrijk samen op te trekken vanuit diverse disciplines binnen de gemeente, met externe veiligheidspartners (TF-RIEC, politie, OM, Belastingdienst) én onze inwoners. We pakken waar mogelijk casuïstiek en fenomenen integraal op. Ook blijven we het integraal Maasland Interventieteam (MIT) inzetten bij complexe handhavings- en ondermijningszaken. De functie van basisteam programmaleider Ondermijning is een belangrijke sleutelrol in de lokale integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit zowel op operationeel als strategisch niveau. Deze functie is ondergebracht bij de gemeente Oss en wij maken gebruik van deze dienst tegen een jaarlijkse financiële vergoeding. De afgelopen periode zijn de kosten gestegen omdat deze functie verder is geprofessionaliseerd en er een aanpassing van de verdeelsleutel van de kosten heeft plaats gevonden. Dit leidt ertoe dat de kosten gefaseerd structureel stijgen naar uiteindelijk € 45.000,- (2025: € 15.000,- en 2026 € 15.000,-). In de aanpak van ondermijnende criminaliteit is het van belang dat de informatiepositie van de gemeente en onze veiligheidspartners op orde is en dat we elkaar versterken waar mogelijk. Dit doen we door een professionaliseringsslag te gaan maken.
Het is van belang om intern de basis op orde te hebben en dat de juiste mensen met goede analysekwaliteiten vanuit verschillende organisaties aan schuiven.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Verhoging kosten inzet Basisteam programmaleider Ondermijning
Nieuw Nieuw
2025 2026
15.000 15.000
Structureel Structureel
Bewustwording over risico en uitingen van ondermijning Een weerbare overheid is essentieel om structureel tegendruk te bieden aan ondermijning. Daarmee voorkomen we dat overtreders van wet- en regelgeving de grondbeginselen van onze democratische rechtsstaat ondergraven.
pagina 62
In de strijd tegen ondermijning is het belangrijk samen op te trekken vanuit diverse disciplines binnen de gemeente, met externe partners én onze inwoners Het is belangrijk dat inwoners weten wat de mogelijke risico’s zijn, waar ze op kunnen letten en ‘niet-pluis-gevoelens’ melden bij de autoriteiten. Gemeentebreed gaan we aan de slag met de implementatie van de handreiking Brabantse norm weerbare overheid. Deze handreiking heeft tot doel om in gezamenlijkheid de weerbaarheid van de Brabantse overheden te versterken. Dit gezamenlijke basisniveau heeft als doel dat criminelen in Brabant overal dezelfde behandeling krijgen, oftewel dat de dijken even hoog zijn en waterbedeffecten worden voorkomen. Daarvoor is het nodig om organisatiebreed aan de slag te gaan met de invoering van de norm om op deze manier het basisniveau in te bedden. Het streven was om in 2024 volledig uitvoering te geven aan de Brabantse norm. Inmiddels is duidelijk geworden dat de volledige implementatie van de norm meer tijd vraagt en ook nog in 2025 plaats zal vinden.
Zorg- en Veiligheid Complexe zorgcasuïstiek leidt in sommige gevallen tot gevoel van onveiligheid of overlast in de directe woonomgeving. De wijze waarop de overheid intervenieert is passend bij de mate van complexiteit van de problematiek. Het beoogde resultaat is om onze inwoners zorg op maat en toekomstperspectief te bieden en tegelijkertijd de overlast voor de omgeving zo veel mogelijk in te perken. Leven in goede veiligheid en gezondheid vraagt soms ook om extra inzet vanuit de overheid. Het zij als het gaat om invulling van de zorgbehoefte hetzij als het gaat om overlast voor de omgeving die uit zorgproblematiek voort kan vloeien. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen de overgang tussen overlast en daadwerkelijke onveiligheid (persoon en omgeving) en zullen telkens de risicofactoren nauwkeurig worden afgewogen. Problematiek kan enkelvoudig of zeer complex zijn en daarmee is de mate van interventie van de overheid daarbij ook steeds wisselend. Om deze doelen te bereiken is samenwerken en het inzetten van de juiste hulpmiddelen essentieel. We zetten de komende jaren in op een verbetering van de samenwerking binnen de gemeente en met externe partners. Denk hierbij aan wegwijzer, de gemeentelijke teams, zorg- en veiligheidshuis, politie, ons welzijn en andere zorgprofessionals.
Middel om de aanpak en samenwerkingen te professionaliseren is toepassen van de Aanpak Voorkomen Escalatie, inzetten gemeentelijke proces- en casusregisseur, inzetten expertise en procesregie van het zorg- en Veiligheidshuis. Een aantal specifieke onderwerpen waarop de komende jaren meer wordt samengewerkt zijn: huiselijk geweld en kindermishandeling, langer veilig en verantwoord thuis wonen en aanpak complexe casuïstiek.
pagina 63
Veiligheidsregio Brabant-Noord De uitdagingen zoals de COVID-crisis, de opvang van vluchtelingen, boerenprotesten en cyberaanvallen versterken dat crisisbeheersing de komende jaren de commitment heeft van de organisatie. Het commitment dat wij samen van crisisbeheersing zijn en het ook samen doen: de veiligheidsregio, de brandweer, de politie, de GHOR en de gemeenten maar ook in gezamenlijkheid met onze netwerkpartners als defensie en de waterschappen. Wij hebben met z’n allen capaciteit, tijd en middelen vrij om dreigingen en crises (zowel flits- als langdurig) aan te zien komen, te beheersen en terug te brengen naar een geaccepteerde situatie. Het beleidsplan Samenwerken aan veerkracht en veiligheid en het Regionaal Crisisplan geven hiervoor de kaders.
Wet Bibob In regionaal verband, is nieuw Bibob beleid opgesteld, om de vanuit de weerbaarheidsnorm de dijken overal even hoog te leggen. Het toepassingsbereik is uitgebreid met beschikkingen op grond van de Omgevingswet, overheidsopdrachten (aanbestedingen) en vastgoedtransacties. Dit beleid is in het voorjaar van 2024 vastgesteld en vraagt extra personele inzet.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Uitbreiding uitvoering Bibob beleid (0,5 fte)
Nieuw
2025
Bedrag (in €) 45.500
Incidenteel/ Structureel/ Investering Structureel
Project weerbare kernen In de periode 2021-2023 hebben we projectmatig extra aandacht besteed aan een weerbaar buitengebied. Het project weerbaar buitengebied heeft diverse inzichten opgeleverd zowel over de aanpak als het buitengebied zelf. Dit project is eind 2023 afgerond en het vergroten van de weerbaarheid en de aanpak van ondermijning in het buitengebied wordt voortgezet binnen de bestaande organisatie met reguliere middelen. Ook zijn er verschillende actiepunten vanuit het project die in 2024 nog opgepakt worden binnen de implementatie Brabantse norm weerbare overheid. In 2025 willen we aan de slag met de verbreding van het project Weerbaar Buitengebied. De wens is om de investeringen die we in het buitengebied hebben gedaan en blijven doen, door te vertalen naar de andere kernen in Bernheze met als doel deze vitaal en zo veilig mogelijk maken/houden. Een gemeente waar het veilig wonen, werken en recreëren is en waar inwoners en ondernemers zich bewust zijn van de risico’s en kwetsbaarheden en in staat zijn om weerstand te bieden tegen de invloed van criminelen en ondermijnende activiteiten. Het structureel vergroten van het vertrouwen in de overheid is van belang. Dit hangt onder andere samen hoe wij als overheid samen met onze inwoners omgaan met toekomstige transities als
pagina 64
wonen, energie en migratie. Om dit breder te kunnen realiseren stellen we een projectmatige aanpak voor de periode van drie jaar voor waarin verschillende thema’s aandacht krijgen. Het is wenselijk om hier een projectleider voor aan te stellen die een impuls kan geven aan dit project. Naast de projectleider is er ook inzet van de ambtelijke organisatie nodig om het project uit te kunnen voeren. We onderzoeken nog de mogelijkheden of voor de kosten die we maken eventueel subsidies beschikbaar zijn.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Projectleider project weerbare kernen
Nieuw Nieuw Nieuw
2025 2026 2027
Incidenteel/ Structureel/ Investering
75.000 75.000 75.000
Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Verhoging bijdrage HoKaZo HoKaZo verzorgt de opvang voor honden en katten. De opvang stijgt fors. Voor 2023 en 2024 zijn incidentele middelen vrijgemaakt. Gezien het structurele karakter moeten we de opvang ook structureel gaan borgen.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Verhoging bijdrage HoKaZo
Nieuw
2025
25.000
Structureel
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord omvat Brandweer Brabant-Noord, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en Bevolkingszorg. In de veiligheidsregio werken zij met de 11 gemeenten en de GGD samen op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en bevolkingszorg. Ook de Nationale Politie, de Meldkamer Oost-Brabant, het Waterschap Aa en Maas, het Waterschap De Dommel en het Regionaal Militair Commando-Zuid werken samen binnen de veiligheidsregio.
pagina 65
Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is een netwerksamenwerking waarin veiligheid, zorg en lokaal bestuur samenkomen voor de integrale aanpak van complexe problematiek. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en recidive, waarbij wordt ingezet op gedragsverandering en verbetering van kwaliteit van het leven van de betrokkene(n).
Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
2019
12
15
2020 2021 2022 2023
10 7 8 8
4 2 4 6
Winkeldiefstallen (aantal per 1.000 inwoners)
2019 2020 2021 2022 2023
1,1 1,0 1,0 1,2 1,4
1,1 1,6 1,4 1,3 2,3
Geweldsmisdrijven (aantal per 1.000 inwoners)
2019 2020 2021 2022 2023
3,5 3,3 3,1 3,3 3,0
3,1 1,6 2,1 1,9 1,5
Diefstallen uit woningen (aantal per 1.000 inwoners)
2019 2020 2021 2022 2023
1,9 1,4 1,1 1,2 1,1
2,8 1,8 1,3 1,1 0,8
Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag (aantal per 1.000 inwoners)
2019 2020 2021 2022 2023
4,6 4,9 4,8 4,8 4,4
3,1 2,9 2,4 2,8 3,1
Verwijzingen halt (aantal per 1.000 inwoners, 12 t/m 18 jaar)
pagina 66
Lasten en baten 2023-2025 Lasten Nr.
Omschrijving taakveld
1.1
Baten
2023
2024
2025
Crisisbeheersing en brandweer
2.079.444
2.350.703
2.494.000
1.2
Openbare orde en veiligheid
1.021.369
1.241.946
1.358.822
0.10
Mutatie reserves programma 5
2023
2024
79.842
108.550
34.945
Totaal
3.100.813
3.627.594
2025
3.632
7.062 3.852.822
79.842
115.612
3.632
Lasten en baten 2025-2028 Lasten
Baten
Nr.
2025
2026
2027
2028
2025
2026
2027
2028
1.1
2.494.000
2.559.434
2.627.103
2.693.581
1.2
1.358.822
1.420.284
1.471.208
1.440.544
3.632
3.726
3.823
3.919
3.852.822
3.979.718
4.098.311
4.134.125
3.632
3.726
3.823
3.919
0.10 Totaal
Brondocumenten -
Beleidskader Integrale Veiligheid 2023-2026 Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Brabant Noord 2024-2027 Beleidsplan Omgevingsrecht 2024-2027 (2023) Beleid inzake bestuurlijk handhaving van art. 13B Opiumwet (april 2023) Algemene Plaatselijke Verordening Bernheze 2021 (oktober 2021) Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Bernheze (april 2024) Verordening wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen 2011 (september 2011) Beleid Mensenhandel gemeente Bernheze ‘Signaleren en aanpak’ 2023-2026 (14 december 2023)
pagina 67
Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Om het goede te kunnen doen voor én met de samenleving is een sterke organisatie onmisbaar: Een organisatie die in verbinding staat met haar omgeving, waarbij dienstverlening centraal staat en we tegelijkertijd samen een aantrekkelijke werkplek creëren. We blijven ook in 2024 werken aan de kwaliteit van onze dienstverlening. Technologie is daarbij ondersteunend, maar we bekijken ook hoe onze huisvesting ons daarbij kan helpen. In een context van een voortdurend veranderende samenleving, is de verandering van de overheid een absolute voorwaarde om de aansluiting te garanderen. Het is belangrijk daarbij in breed perspectief naar de hele keten te kijken. Om alle ambities te verwezenlijken is de gemeente Bernheze altijd op zoek naar gedreven en ambitieuze medewerkers. Dit maakt dat we als organisatie moeten werken aan het zijn én blijven van een aantrekkelijke werkgever. We richten ons daarbij - zowel in het aannamebeleid als in de ontwikkeling van onze medewerkers - met name op houding, gedrag, competenties en vaardigheden.
Wat willen we bereiken? -
-
We leveren een gewoon goed geregelde dienstverlening met als leidraad onze vijf kernbeloften; o We zijn er voor iedereen; o We zijn helder en duidelijk; o We zijn betrouwbaar; o We zijn transparant; o We maken onze dienstverlening zo makkelijk mogelijk. Fijne werkplek, waar onze medewerkers graag willen werken. Een informatievoorziening die ondersteunend is aan, en past bij ons ambitieniveau op het vlak van dienstverlening
Wat gaan we daarvoor doen? ICT Security gegarandeerd Als gemeente beschikken we over gevoelige informatie die op de juiste manier beveiligd moet worden. Bij de invulling van de hiertoe benodigde maatregelen conformeren we ons aan de zogeheten Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In 2024 wordt de Network and
pagina 68
Information Security directive (NIS2) van kracht. Dit is een Europese richtlijn waar wij als overheid aan moeten voldoen met bijbehorende boetes in geval van afwijkingen. De NIS2 is qua regelgeving vergelijkbaar met de BIO met die restrictie dat de auditlast voor de BIO via ENSIA beperkt is tot omgevingen die DigiD gebruiken, waarbij NIS2 de gehele organisatie omvat. Daarnaast worden strengere eisen gesteld aan het melden van incidenten.
Privacy gegarandeerd Conform AVG geven we invulling aan het op een verantwoorde manier verwerken van persoonsgegevens. In de afgelopen periode is de basis een heel eind op orde gebracht. In 2024 willen we dit consolideren. Voor een verantwoorde invulling is echter een aanvullende kwaliteit slag nodig gericht op het zogeheten verwerkingsregister. Hiervoor willen we externe capaciteit in huren.
Archivering gegarandeerd Als gemeente zijn we verplicht om onze gegevens op de juiste manier, conform archiefwet, te bewaren en op termijn te vernietigen of over te dragen. Deze vernietiging en of overdracht betreft zowel digitale als analoge gegevens. Door de toegenomen digitalisering zien we een verschuiving van analoog naar digitaal. Daarnaast zien we een uitbreiding van de onder de archiefwet vallende gegevens waarbij, naast de in de reguliere zaak/dms-systemen opgeslagen, ook gegevens uit websites, mail, chatkanalen etc. mee genomen moeten worden. Om te kunnen voldoen aan onze verplichtingen op archiveringsvlak zijn aanvullende voorzieningen nodig om ook deze kanalen goed te kunnen archiveren. Door de digitalisering zal analoge archivering een aflopende zaak zijn en gaan we ons primair richten op de digitale invulling. Aangezien de huidig medewerker dit jaar met pensioen gaat nemen we de specifiek hiervoor benodigde competenties nemen we mee bij de nieuwe invulling van deze functie. De afwikkeling van de analoge archieven willen we, op basis van een strippenkaart, invullen middels externe inhuur.
Informatie gedreven data gestuurd werken Onze organisatie erkent het belang van data gestuurd werken, oftewel het nemen van besluiten op basis van feiten, en ziet hiervoor concrete mogelijkheden. Bij de behandeling van de kadernota 2024-2025 is besloten om het initieel begrote budget gefaseerd beschikbaar te stellen. In 2023 is een eerste pilot voor het sociaal domein gestart welke we in 2024 uit gaan rollen. De hiermee opgedane ervaringen gebruiken we bij de organisatie-brede uitrol. Om dit mogelijk te maken is wel uitbreiding van licenties en techniek noodzakelijk.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Security gegarandeerd
Nieuw
2025
25.000
Structureel
Privacy gegarandeerd Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw Nieuw
2025 2025
25.000 -25.000
Incidenteel Incidenteel
pagina 69
Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Archivering gegarandeerd
Nieuw
2025
25.000
Structureel
Afwikkeling analoge archief Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw Nieuw
2025 2025
25.000 -25.000
Incidenteel Incidenteel
Invulling data gestuurd werken
MJB
2025
25.000
Structureel
Werken aan personeel dat voorbereid is op huidige en toekomstige ontwikkelingen De huidige arbeidsmarktkrapte zal in de komende jaren aanhouden. Dat maakt dat we ook in 2025 aandacht moeten hebben voor het vinden, binden en boeien van de juiste medewerkers. Daarbij hebben persoonlijke en professionele ontwikkeling van onze collega’s onze aandacht. Samen met teamcoaches en medewerkers ontwikkelen en implementeren we een nieuwe gesprekscyclus die past bij de ontwikkeling van medewerkers en de vraagstukken waar de organisatie tegenaan loopt. De aandacht die besteed wordt aan de medewerkers zorgt ook voor zicht op en verlichting van verzuim en werkdruk. De geplande uitbreiding van de flexibele schil (van 7 naar 10 fte) stellen we uit naar 2026. Een significant deel van ons medewerkersbestand zal de komende jaren met pensioen gaan en het is nodig tijdig de kennis, kunde en ervaring van deze collega’s over te dragen aan nieuwe collega’s. Om dit te waarborgen is er in de begroting 2024 al structureel 7 fte aan flexibele schil beschikbaar.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Flexibiliteit / inventiviteit in stand houden / opbouwen goed personeelsbestand (3 fte)
Nieuw
2026
273.000
Structureel
Nieuw
2026
9.000
Structureel
(was in de kadernota volledig opgenomen in 2025) I.v.m. fte-uitbreiding aanschaf laptop, telefoon, etc. (was in de kadernota volledig opgenomen in 2025)
Kwaliteitsverbetering dienstverlening Het programma dienstverlening is de basis van waaruit wij werken aan de kwaliteitsverbetering van de dienstverlening van onze organisatie. Op 16 maart 2023 is door de raad het programmaplan dienstverlening vastgesteld. Hiermee is de financiering voor de komende drie jaar toegekend. We zijn begonnen met het bouwen van de brug terwijl we erop lopen. Zowel op programmaniveau als binnen de drie programmalijnen, Beleving, Digitalisering en Procesoptimalisatie zetten we stappen. In 2024 hebben we gewerkt aan een aantal interne processen. We gaan de uitkomsten van de lopende projecten rondom bereikbaarheid borgen in ons dagelijks werk. Daarnaast geven we ‘continu verbeteren’ een plek geven in onze (nieuw in te pagina 70
richten) processen. De projecten die we in 2025 opstarten zijn meer van buiten naar binnen gericht, de ervaring van inwoners staat daarbij centraal. We gaan werken aan betrokkenheid, hoe kunnen we vanuit betrokkenheid het gesprek aan gaan met onze inwoners, maatschappelijke partners en collega’s. Om echt de verbinding van buiten naar binnen te leggen en dat in ons werk mee te nemen. Dit doen we door zowel te kijken naar houding en gedrag maar zeker ook naar onze processen en de manier waarop die ervaren worden door inwoners. In de uitwerking hiervan komen de drie programmalijnen wederom onlosmakelijk samen. Daarnaast willen we gaan werken aan een structurele manier om de ontwikkelingen van onze dienstverlening te volgen. Richting de afronding van het programma na 2025 willen we een dienstverleningsmonitor gaan vormgeven vanuit het project Meten = Weten om ervoor te zorgen dat dienstverlening ook na afronding van het programma goed gemonitord blijft. En ook dit jaar sluiten we weer aan bij de ontwikkelingen die in de organisatie naar voren komen om op die manier gezamenlijk aan de verbetering van onze dienstverlening te werken. De structurele investering in 2025 van € 50.000,- op het gebied van de beheerkosten voor digitalisering schuiven wij een jaar door. Gezien de huidige ontwikkelingen gaan wij er vanuit pas in 2026 aanspraak te hoeven maken op dit budget.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Beheerkosten digitalisering t.b.v. het verbeteren van onze dienstverlening. O.a. applicaties, software, website, ter ondersteuning van dienstverlening (was in de kadernota volledig opgenomen in 2025)
MJB
2026
Bedrag (in €) 50.000
Incidenteel/ Structureel/ Investering Structureel
Huisvesting de Misse 2, 4 en 6 te Heesch Bij de start van het project De Misse 2-4-6 in 2022 is er in samenwerking met het bestuur van SCC De Pas en de bibliotheek begonnen met het onderzoeken van de mogelijkheden om de huisvesting te optimaliseren. In 2023 is ook De Eijnderic bij dit project aangesloten. In de periode 2023-2024 zijn er verschillende mogelijke scenario’s opgesteld. Uitwerken van het ontwerp is mogelijk nadat er een keuze is gemaakt in het te volgen scenario. Het door de raad vast te stellen kader (inhoudelijk en financieel) volgt uit de uitwerking van het ontwerp. De raad heeft eerder een budget van 2,5 mln euro gereserveerd voor dit project. Het is op voorhand duidelijk dat daarmee niet alle gewenste aanpassingen kunnen worden gerealiseerd. Hierin zullen keuzes moeten worden gemaakt. In de eerder opgestelde planning, waarbij er in 2025 wordt gestart met de verbouwing, blijkt niet haalbaar gezien de huidige ontwikkelingen. Daarom zijn de geraamde bedragen doorgeschoven naar 2026.
pagina 71
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron:
Jaar
MJB of Nieuw Optimaliseren huisvesting de Misse 2, 4 en 6: - bouwen en projectbegeleiding (was in de kadernota gedeeltelijk opgenomen in 2025)
MJB
2026
Bedrag
Incidenteel/
(in €)
Structureel/ Investering
1.600.000
Investering
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) Het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) voert voor Bernheze en de andere deelnemende gemeenten en waterschappen wettelijk verplichte taken uit op het gebied van archiefbeheer, ordening, controle en –ontsluiting. Binnen de mogelijkheden werkt het BHIC aan het beleidsdoel ‘meer publiek, meer divers publiek’. Dit sluit aan bij onze doelstelling om cultuur, in dit geval het papieren en digitale erfgoed van de gemeente, gemakkelijk toegankelijk te maken voor belangstellenden. Het BHIC gaat actief aan de slag met het e-depot. Het BHIC is landelijk een van de koplopers in de digitaal ontsloten historische naslag.
Lasten en baten 2023-2025 Lasten Nr.
Omschrijving taakveld
0.1
Baten
2023
2024
2025
2023
2024
2025
Bestuur
2.140.286
2.375.650
2.272.674
0.2
Burgerzaken
1.033.008
1.256.235
1.188.180
382.964
675.106
604.577
0.4
Overhead
11.177.136 11.977.080 11.739.893
321.721
143.828
79.019
0.10
Mutatie reserves programma 6
137.802
946.055
419.809
73.897
15.127.324 15.825.958 15.338.549
1.650.740
1.238.743
757.493
776.894
Totaal
216.993
Lasten en baten 2025-2028 Lasten
Baten
Nr.
2025
2026
2027
2028
2025
2026
2027
2028
0.1
2.272.674
2.348.425
2.442.176
2.526.320
0.2
1.188.180
1.228.226
1.278.313
1.323.145
604.577
620.296
636.424
652.336
0.4
11.739.893
12.435.345
12.879.448
13.295.385
79.019
24.032
25.401
26.752
0.10
137.802
141.385
145.061
148.688
73.897
16.269
15.815
15.815
Totaal
15.338.549
16.153.381
16.744.998
17.293.538
757.493
660.597
677.640
694.903
pagina 72
Brondocumenten -
Uitwerking positionering & visie dienstverlening Bernheze (april 2021)
pagina 73
Programma 7: Financiën De haalbaarheid van onze beleidsambities in het kader van prettig wonen en leven in Bernheze hangt af van de betaalbaarheid ervan. De financiële vooruitzichten voor de komende jaren zijn onzeker, mede door landelijke en mondiale economische ontwikkelingen zoals de inflatie. We dienen dan ook verantwoord te begroten en tegelijkertijd te kijken hoe we onze middelen zo optimaal mogelijk inzetten voor het realiseren van de gewenste maatschappelijke effecten. Dit vraagt om flexibiliteit en keuzes om te komen tot een evenwicht in ambities en begrotingsruimte. Door meer op hoofdlijnen te budgetteren komt er ruimte en flexibiliteit in onze begroting om snel in te spelen op actualiteiten en daarnaast stimuleert dit het integraal werken.
Wat willen we bereiken? -
Verantwoord begroten, financieel gezond en stabiel; Ambities en financiële middelen in balans; Lastendruk voor inwoners en ondernemers die past bij voorzieningenniveau van onze gemeente (niet onnodig verhogen).
Wat gaan we daarvoor doen? Evenwicht en flexibiliteit We hanteren het principe dat de structurele uitgaven gedekt worden door structurele middelen. Op basis hiervan beoordeelt onze toezichthouder of de begroting positief is en krijgen we repressief toezicht. Dit gegeven is uitgangspunt voor het in standhouden van onze voorzieningen en de mate van het realiseren van onze ambities. Ook de omvangrijke opgaves met financiële consequenties zoals woningbouw, omgevingswet, sociaal domein, infrastructuur en organisatieontwikkeling vragen ruimte in de begroting. De belangrijkste structurele middelen verkrijgen we uit het gemeentefonds en de lokale heffingen (± 69%). Voor wat betreft de inkomsten van de centrale overheid worden we voortdurend geconfronteerd met de onzekerheden over de financiering nu en in de toekomst. Ook bij deze begroting bieden we geen uitzicht op een meerjarige sluitende exploitatie. We hebben gekeken naar lastenverzwaring, bezuinigingen en efficiënte bedrijfsvoering. Voor 2025 hebben we kritisch gekeken welke investeringen geen uitstel dulden en welke investeringen konden worden doorgeschoven naar 2026. Het jaar 2025 dient immers in evenwicht te zijn. Voor de jaren na 2025 ligt nog een opgave om te komen tot een structureel en reëel evenwicht. Uw raad zal hierbij nadrukkelijk worden betrokken.
We zijn ons bewust van het feit dat we gaan voor een verantwoorde financiering en de wens voor stabiliteit. We realiseren dat we daarvoor dienen te manoeuvreren tussen wat we willen en wat we
pagina 74
daarvoor willen en kunnen betalen. We kijken daarvoor steeds terug wat bijgesteld kan worden en focussen op de uitvoering die komen gaat. Keuzes maken op basis van effectieve beginselen helpen ons daarbij. Wat is nodig, wat kan getemporiseerd worden en hoe komen we tot een doelmatige uitvoering? We streven naar meer flexibiliteit in toepassing van de beschikbare middelen. We proberen daarin een goede balans te vinden tussen het budgetrecht van de raad, verantwoordelijkheden van het college en de voorschriften. Onze acties zijn erop gericht om voor de volgende begroting eveneens tot een heroverweging te komen. De gemeenteraad kan voor haar kaderstellende en controlerende taken steunen op de planningen controlcyclus. Deze helpt met het plannen, monitoren en verantwoorden hiervan. We zorgen in dat kader voor de kadernota, begroting, jaarrekening en tussentijdse rapportages.
Betaalbaarheid Voor de aangeboden diensten vragen we een prijs die maximaal de kostprijs is, maar bij de leges passen we dit niet in alle gevallen toe. De reden is dat dit zou leiden tot onaanvaardbare hoge leges. Hierdoor bereiken we voor algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) een dekking van 54,8% en voor de leges met betrekking tot maatschappelijk belangen zoals evenementen en overige vergunningen in het kader van de APV (hoofdstuk 3) een dekking 7,6%. In beginsel passen we voor vergunningen met betrekking tot de omgevingswet (hoofdstuk 2) een dekking van maximaal 100% toe. Voor 2025 is op basis van de uitgangspunten 2024 een dekkingspercentage van 83,5% van toepassing. De OZB corrigeren we de in de begroting met de verwachte inflatie van 2,3% plus een extra verhoging van 2,7%. De voorgestelde aanpassing vinden we acceptabel gezien de uitdaging waarvoor we staan om te komen tot een structurele sluitende begroting vanaf 2026 als gevolg van de verlaging van de inkomsten uit het gemeentefonds en om onze ambities te kunnen blijven uitvoeren. Het tarief voor riool en afval leiden we af van de verwachte kosten. Voor afval geldt dat we kunnen beschikken over de afvalreserve. We zetten deze buffer in voor egalisatie van de kosten en indien mogelijk restitueren we aan onze inwoners. Ten aanzien van de voorziening riool geldt eveneens de egalisatiefunctie.
De paragraaf lokale heffingen geeft meer details over deze heffingen en wat dit betekent voor onze inwoners.
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
pagina 75
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) De BSOB is een regionaal samenwerkingsverband dat zich richt op het gezamenlijk waarderen, heffen en innen van belastingen. Het doel is de kwaliteit, dienstverlening, efficiency en continuïteit van de waardering, heffing en inning van lokale belastingen te verbeteren.
Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
Gemiddelde WOZ waarde van woningen
2019
250
306
(x duizend euro)
2020 2021 2022 2023
267 285 313 362
326 333 374 428
Nieuw gebouwde woningen (aantal per 1.000 woningen)
2019 2020 2021 2022 2023
8,7 8,7 8,1 8,3 Geen data
24,0 7,9 12,3 10,9 Geen data
Demografische druk (%)1
2019 2020 2021 2022 2023 2024
78,1 78,4 78,5 79,0 79,1 79,5
76,9 77,0 77,4 76,9 77,0 77,1
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (in €)
2019 2020 2021 2022 2023 2024
683 720 Geen data Geen data 867 Geen data
677 720 751 825 808 837
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (in €)
2019 2020 2021 2022 2023
756 797 Geen data Geen data 949
724 772 802 878 861
2024
Geen data
891
1) De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 65 jaar
pagina 76
Lasten en baten 2023-2025 Lasten Nr.
Omschrijving taakveld
2023
2024
0.5
Treasury
1.961.431
662.693
0.61
OZB woningen
592.354
556.408
0.62
OZB niet-woningen
0.63
Parkeerbelasting
0.64
Belastingen overig
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0.8
Overige baten en lasten
9.404
787.803
0.9
Vennootschapsbelasting (Vpb)
340.218
401.240
3.4
Economische promotie toeristenbelasting
13.175
6.500
6.3
Inkomensregelingen –
Baten 2025
2023
2024
75.704
926.862
682.094
90.941
535.875
4.739.327
5.082.821
5.417.748
3.148.739
3.256.996
3.493.798
38.296
38.300
38.300
55.104.571
58.213.238
60.262.973
405.200
224.396
172.396
2.820.670
400.000
12.119
1.097.883
3.760.988
64.762.995
67.509.964
70.574.039
406.434
2025
328.739
153.406
generieke teruggave 0.10
Mutatie reserves programma 7
121.844
Totaal
3.038.426
2.974.484
Lasten en baten 2025-2028 Lasten
Baten
Nr.
2025
2026
2027
2028
0.5
75.704
68.840
61.990
55.131
90.941
83.549
76.157
68.764
0.61
535.875
549.808
564.103
578.205
5.417.748
5.683.144
6.100.027
6.416.677
3.493.798
3.584.637
3.677.837
3.771.714
0.64
38.300
38.300
38.300
38.300
0.7
60.262.973
56.932.219
58.690.467
60.553.518
172.396
172.396
172.396
172.396
66.494.245
68.755.184
71.021.369
0.62
2025
2026
2027
2028
0.63
0.8
328.739
299.804
595.694
684.622
0.9 3.4 6.3 0.10
2.820.670
Totaal
3.760.988
1.097.883 918.452
1.221.787
1.317.958
70.574.039
pagina 77
Brondocumenten -
Financiële verordening gemeente Bernheze 2023 (art. 212 gemeentewet) (14 december 2023)
-
Controleverordening (art. 213 gemeentewet) gemeente Bernheze 2023 (14 december 2013) Nota reserves en voorzieningen (24 september 2020)
pagina 78
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Binnen de begroting bestaat er onderscheid tussen specifieke dekkingsmiddelen en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen (bijvoorbeeld opbrengsten voor het ophalen van afval, het verstrekken van vergunningen, het onderhouden van het riool en het verstrekken van reisdocumenten), hangen samen met een concreet beleidsveld en staan opgenomen in de desbetreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting. Specifieke dekkingsmiddelen zijn niet vrij besteedbaar. Anders dan de specifieke dekkingsmiddelen, zijn de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen, die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Deze middelen zijn daarmee vrij besteedbaar. De algemene dekkingsmiddelen leveren de financiële dekking van de bestedingen van de programma’s 1 tot en met 7 en zijn ingedeeld naar de voorgeschreven categorieën en onvoorzien.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen In de tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen kort toegelicht.
1.
Algemene uitkering uit het gemeentefonds
3.
2024
2025
2026
2027
2028
7.865.023
8.303.420
8.875.149
9.231.384
9.741.467
10.151.994
55.104.571
57.806.804
60.262.973
56.932.219
58.690.467
60.553.518
52.650
45.490
34.538
34.538
34.538
34.538
63.022.244
66.155.714
69.172.660
66.198.141
68.466.472
70.740.050
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is: Onroerende zaakbelasting
2.
2023
Dividend Totaal
Lokale heffingen 1. Onroerende zaakbelasting (OZB) Bij lokale heffingen treffen we de heffingen aan, waarvan de besteding niet is gebonden. Dit betreft de onroerende zaak belasting. In totaliteit gaat het voor 2025 om een geraamd bedrag van circa € 8,9 miljoen aan opbrengsten uit “algemene dekkingsmiddelen. Lokale heffingen, waarvan de besteding wel gebonden is, bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing, rioolrechten en diverse leges, worden op de desbetreffende taakvelden verantwoord. Voor een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste heffingen en in welke beleidsvelden deze zijn opgenomen verwijzen wij u naar de paragraaf ‘Lokale heffingen’ in deze begroting. pagina 79
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De belastingcapaciteit is een van de verdeelmaatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen. Zo wordt rekening gehouden met de mogelijkheid die een gemeente heeft om belastinginkomsten te verkrijgen. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Voor bepaling van de hoogte van de algemene uitkering wordt de waarde van woningen voor 80% meegerekend, van de waarde van niet-woningen (bedrijven) 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is het gemiddelde tarief van alle gemeenten. Het rekentarief wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Het resulterende bedrag wordt gekort op de algemene uitkering. Het feitelijk OZB-tarief dat de gemeente heft, heeft geen effect op deze korting op de algemene uitkering. De geraamde opbrengsten OZB laten jaarlijkse een stijging zien als gevolg van de areaalontwikkeling en de voorgestelde OZB-aanpassingen.
2. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaald verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. De uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente, taken die veelal dicht bij de burger liggen. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële verhoudingswet. In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in de kosten waar de gemeenten voor staan en met de draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit). Karakteristiek voor de algemene uitkering is dat elke gemeente vrij is in de besteding. De omvang van de algemene uitkering is voor de gemeenten een gegeven, maar de gemeente kan zelf bepalen aan welke voorzieningen zij haar geld besteedt. De groei of afname van het gemeentefonds (accres) is vanaf 2024 gekoppeld aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. De effecten hiervan zijn verwerkt in deze begroting. Deze nieuwe financieringssystematiek moet gaan leiden tot meer stabiliteit. Deze vorm van indexatie levert namelijk op twee componenten de gewenste stabiliteit. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel.
De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaar gemiddelde (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel ‘op niveau’ blijft (prijsdeel). Belangrijk is dat het accres een generieke indexatie betreft. Het prijsdeel van de bbp-systematiek is dus niet een-op-een vergelijkbaar met de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO). De jaarlijkse ontwikkeling van de algemene uitkering staat verder toegelicht in deel III: Financiële begroting. Voor deze meerjarenbegroting mogen we op basis van de afrekening 2023 rekening houden met een bedrag van jaarlijks € 779.000,- als gevolg van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds. Deze ruimte schommelt echter jaarlijks, afhankelijk van het beroep wat gemeenten doen op het btw-compensatiefonds. Dit betekent dat de definitieve afrekening 2024 al pagina 80
weer tot een aanpassing kan leiden voor de periode 2026 - 2029. We hebben in het meerjarenperspectief 2025-2028 dan ook uit voorzichtigheidsprincipe uitsluitend voor 2025 rekening gehouden met de ruimte onder het BTW-compensatieplafond. De positieve ontwikkeling van de inkomsten uit algemene uitkering uit het gemeentefonds voor 2025 ten opzichte van 2024 is voornamelijk het gevolg van een positieve ontwikkeling van het accres (vnl. compensatie loon- en prijsontwikkelingen. De mutaties uit de Meicirculaire 2024 zijn in de begroting 2025 en het meerjarenraming 2026-2028 verwerkt. In de meicirculaire zijn de extra middelen jeugdzorg in het kader van de hervormingsagenda jeugd voor 2024 en 2025 inmiddels verwerkt. Voor de periode 2026-2027 zijn deze extra middelen nog niet opgenomen in het gemeentefonds. We hebben dan ook geen rekening gehouden met deze extra middelen jeugdzorg De septembercirculaire 2024 komt op een laat moment in het traject van de voorbereiding van de begroting beschikbaar. Wij informeren uw raad tijdig voor de begrotingsbehandeling separaat over de gevolgen van deze circulaire.
3. Dividend Wij ontvangen jaarlijks een dividenduitkering uit ons aandelenbezit in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In de begroting houden wij rekening met een structurele dividendopbrengst van € 34.538,-. In 2023 en 2024 laat de uitkering dividend een beperkte hogere uitkering zien.
Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in artikel 8 lid 1c voor om een apart overzicht op te nemen van de overhead. In de programma’s zijn alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. Te denken valt aan kosten met betrekking tot personeel & Organisatie (P&O), financiën, huisvesting en bestuursondersteuning. Deze kosten mogen niet worden toegerekend aan de directe taakvelden/programma’s. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord op het overzicht overhead via taakveld 0.4 Overhead in het programma Dienstverlening en sterke organisatie. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het totaal van de overhead alsmede de verrekening binnen de begroting.
pagina 81
De kosten van de overhead kunnen als volgt worden gespecificeerd: Lasten 1. Personele overheadkosten 2. Algemene administratiekosten 3. Informatievoorziening en automatisering
7.492.214 317.954 2.405.857
4. Huisvesting
811.538
5. Overige
696.250
Subtotaal
11.723.813
6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Totale kosten overhead
878.338 12.602.151
1. Personele kosten Dit betreft de loonkosten van personeel voor zover deze niet actief zijn in het primaire proces en daarmee kunnen worden gedefinieerd als overhead. Onder overhead wordt de formatie verantwoord die wordt ingezet voor onder andere financiën, communicatie, juridische zaken, P&O, ICT en bestuursondersteuning. Overeenkomstig de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording zijn hierbij ook de volledige loonkosten van directie en teamcoaches opgenomen. Daarnaast worden onder de personele overheadkosten de kosten verantwoord voor het personeelsbeheer gekoppeld. Hierbij valt te denken aan opleidingskosten, reis- en verblijfskosten, werving en selectie, loopbaan- en mobiliteitsadviezen, arbobeleid en het voeren van de salarisadministratie.
2. Algemene administratiekosten Onder Algemene administratiekosten zijn de kosten opgenomen voor kantoormaterialen, telefoonkosten, portokosten en abonnementen.
3. Informatievoorziening en automatisering (I&A) Onder I&A zijn de kosten opgenomen voor onder andere aanschaf, onderhoud en licenties van hard- en software en systeem- en netwerkbeheer.
4. Huisvesting Onder huisvesting zijn de kosten opgenomen voor ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen organisatie. De kosten bevatten onder andere energiekosten, (groot) onderhoud, technische installaties, kantoormeubilair, verzekering, schoonmaak en kapitaallasten (rente en afschrijving) van het gemeentekantoor.
5. Overige Onder overige zijn onder andere de externe kosten opgenomen gerelateerd aan juridische zaken waaronder juridische advieskosten, bezwarencommissie, de kosten voor communicatie en representatie, kwaliteitszorg en klachtenregeling en archief. Daarnaast hebben we hier de kosten voor de invoering Wet Open Overheid verantwoord, die niet zijn toe te rekenen aan een taakveld.
pagina 82
6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Volgens het Besluit begroting en verantwoording mag uitsluitend een doorberekening van de overheadkosten plaatsvinden aan de grondexploitaties door dit als negatieve last in de overhead mee te nemen. Het saldo dat gepresenteerd wordt onder de overhead is daarom een netto bedrag. De toerekening heeft plaatsgevonden op basis van het aantal uren dat geraamd is ten laste van de grondexploitaties.
Dekking van de overhead In de begroting is alleen overhead toegerekend aan de grondexploitaties. De overhead zal verder vanuit de algemene dekkingsmiddelen bekostigd moeten worden. Uitzondering hierop zijn de activiteiten waarvoor kostendekkende tarieven doorberekend mogen worden zoals afval, riolering en begraafplaatsen. De overhead wordt aan deze activiteiten extracomptabel toegerekend (zie paragraaf lokale heffingen).
Vennootschapsbelasting (Vpb) De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) betekent dat overheden belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Het doel is om een gelijk speelveld te creëren tussen partijen (overheden en private ondernemingen). Hierdoor vallen activiteiten waarvoor gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De belaste activiteiten voor onze gemeente betreffen de bouwgrondexploitaties, opbrengst zonnepanelen, opbrengsten lichtmastreclame en gedeeltelijk de verkoopopbrengsten van het afval. Deze belasting wordt na afloop van het kalenderjaar bepaald aan de hand van de gerealiseerde fiscale winst en dan geheel verantwoord binnen de algemene dienst. Het Besluit begroting en verantwoording geeft hiervoor aanwijzingen.
Onvoorzien In de begroting is in de exploitatie een jaarlijkse post Onvoorzien opgenomen. Dit betreft een structurele post van € 94.472,-. Dit is een wettelijk verplichte uitgavenpost op basis van artikel 8, lid 6 van het Besluit begroting en verantwoording. De post onvoorzien kan ingezet worden voor alle programma’s. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden: 1. De beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde drie O’s) zijn. 2. Mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloeiende uit investeringskredieten, tot en met € 25.000,-. 3. Mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbedrag of tot een bedrag van € 100.000,-. 4. Voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien.
pagina 83
5. Het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. 6. Indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende kadernota en/of begroting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college informeert achteraf de raad over de beschikking van de post onvoorzien door middel van de tussentijdse rapportages.
pagina 84
Deel 2: Paragrafen
pagina 85
A. Lokale heffingen Inleiding In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is bepaald dat de paragraaf betreffende de lokale heffingen ten minste bevat: - de geraamde inkomsten; - het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; - een aanduiding van de lokale lastendruk; - een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; - een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
Overzicht en beleidsuitgangspunten ten aanzien van de lokale heffingen Belastingen en heffingen Het algemeen te voeren financieel beleid doen wij op basis van evenwichtige keuzes. Wij letten hierbij op de taken en de daarvoor beschikbare middelen. Uiteraard met het doel om het gemeentelijk huishoudboekje kloppend te houden. Ten gevolge hiervan kijken wij bij het belastingen tarievenbeleid naar de kosten van het in stand houden van de algemene voorzieningen en de OZB-prijs die daar redelijkerwijs voor betaald zou moeten worden. Voor het uitvoeren van taken op het gebied van afval, riool en diverse andere diensten gaan wij uit van het doorberekenen van de kostprijs. Wij doen dit vanuit de gedachte dat deze voldoen aan het profijtbeginsel. De gemeente Bernheze kent een aantal belastingen en heffingen die kunnen worden onderscheiden in algemene dekkingsmiddelen (ozb) en heffingen waarvan de besteding is gebonden (afvalstoffenheffing, rioolheffing).
Leges De huidige verordening is verdeeld in drie Hoofdstukken, namelijk: 1. Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; 2. Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
pagina 86
3. Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. Op basis van onderzoek hebben wij geconstateerd dat dat een 100% kostendekkend niveau voor Hoofdstuk 1 en 3 niet haalbaar is. Voor Hoofdstuk 1 worden wij geconfronteerd met de door het Rijk gemaximeerde tarieven, terwijl bij Hoofdstuk 3 het kostendekkend maken zou leiden tot onacceptabele tariefstijgingen. Daar waar mogelijk streven wij om de tarieven naar een kostendekkend niveau te brengen. Voor Hoofdstuk 2 geldt maximaal 100% kostendekkendheid als uitgangspunt. Dit geldt ook voor de Omgevingswet/Omgevingsvisie die per 1-1-2024 in werking is getreden. Omdat de nieuwe Omgevingswet ook zorgt voor nieuwe processen, zijn we nog niet in staat Hoofdstuk 2 volledig kostendekkend te laten zijn. Voor begroting 2025 gaan we nog uit van een dekkingspercentage van 83,5%. De verwachting is, bij steeds groter wordende kennis van de nieuwe Omgevingswet, dat dit vanaf 2025 wel het geval zal zijn.
Belastingvoorstellen 2025 De gemeenteraad stelt de verordeningen vast, waarin de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn opgenomen. In de raadsvergadering van 12 december 2024 leggen wij uw raad een afzonderlijk raadsvoorstel met belastingvoorstellen ter besluitvorming voor. In dat voorstel wordt uitgebreid ingegaan op de diverse belastingen en heffingen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste voorstellen.
Onroerende zaakbelasting Wij houden rekening met een tariefsaanpassing van 5% voor woningen. Deze stijging van 5% betreft de trendmatige prijsontwikkeling van 2,3% en een extra aanpassing van 2,7%. De bijgestelde prijsindex is gelijk aan de recente meicirculaire 2024 (pBBP 2,3%). De voorgestelde extra aanpassing vinden we acceptabel gezien de uitdaging waarvoor we staan om te komen tot een structurele sluitende begroting vanaf 2026 als gevolg van verlaging van de inkomsten uit het gemeentefonds en onze ambities te kunnen blijven uitvoeren. In de informatienota 2025-2028 gingen we uit van 4,1% ter compensatie van de inflatie inclusief een nacalculatie over 2024. Voor 2024 gelden de WOZ-waarden met waardepeildatum 1 januari 2024. Deze waarden zijn tot stand gekomen op basis van de geactualiseerde taxaties van het geïnventariseerde onroerend goed (door de BSOB) inclusief areaaluitbreiding (nieuwbouw, verbouw en sloop). Wij verwachten op basis van de landelijke marktontwikkeling over de periode van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 een waardestijging voor woningen van 3,5% en voor niet-woningen van 1,25%. Om een gelijkblijvende opbrengst te kunnen blijven genereren worden de tarieven gecorrigeerd met deze waardenaanpassingen. Bij de behandeling van de belastingvoorstellen zullen de dan beschikbare lokale cijfers aan u worden voorgelegd voor de vast te stellen OZB-tarieven 2025.
pagina 87
Afvalstoffenheffing Het vastgestelde afvalbeleid houdt in dat het restafval zoveel mogelijk wordt gescheiden van andere afvalstromen. Door maatregelen die betrekking hebben op de wijze van inzameling van het GFT, PMD, textiel en de effecten van tariefprikkels willen we onze doelstellingen halen. De begrote kosten voor afval in 2025 zijn gestegen met het standaard indexatiepercentage. Als gevolg van deze minimale stijging kunnen de tarieven voor vastrecht per jaar en de kosten per lediging (van rest en gft) gelijk blijven aan de standaardkosten van 2024. Op basis van de begrote kosten en opbrengsten in 2025 is er nog ruimte binnen de totale dekking van afvalstoffenheffing. Voor 2024 is besloten eenmalig € 20,- per aansluiting terug te geven. In de belastingvoorstellen voor 2025 (in december 2024) zal opnieuw beoordeeld worden of een teruggaaf mogelijk is.
Rioolheffing Op basis van het Programma water en riolering 2024-2027 passen wij de tarieven aan met de trendmatige prijsindex van 2,3%. Daarnaast houden we rekening met een extra aanpassing van 2,5% in verband met toekomstige (vervangings-)investeringen. Op 4 juli 2024 is uw raad hierover geïnformeerd via een notitie ter informatie.
Ontwikkeling woonlasten en lokale lastendruk Onder woonlasten verstaan wij het totaalbedrag dat onze inwoners moeten betalen voor: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij vergelijking van de woonlasten over 2024 en 2025 moet er rekening mee worden gehouden dat er voorlopige inschattingen voor de nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2024 zijn gebruikt en daarvan afgeleid de OZB-tarieven. De berekening voor 2025 is gebaseerd op een gemiddelde waarde van een woning van € 466.370,- en een gemiddelde waarde van een niet-woning van € 456.547,-. Overzicht lastendruk
OZB Tarief 0,0842%
Afvalstof- Generieke fenheffing teruggave Bedrag
2024
Woningen Eigenaar
2021
Woningen Gebruiker
2021
Woningen Eigenaargebruiker
0,0842%
379,40
2021
Nietwoningen
Eigenaar
0,3092%
1.394,22
2021
Nietwoningen
Gebruiker
0,2600%
1.172,37
2021
Nietwoningen
Eigenaargebruiker
0,5692%
2.566,59
Bedrag
379,40 256,90
-12,00
256,90
-12,00
Rioolheffing Tarief
Bedrag
0,0410%
184,75
Totaal
564,15 246,90
0,0410%
184,75
811,05
0,0410%
185,09
1.579,30 1.172,37
0,0410%
185,09
2.751,67
pagina 88
Overzicht lastendruk
OZB 0,0854%
Afvalstof- Generieke fenheffing teruggave
2025
Woningen Eigenaar
398,37
2022
Woningen Gebruiker
2022
Woningen Eigenaargebruiker
0,0854%
398,37
2022
Nietwoningen
Eigenaar
0,3265%
1.490,42
2022
Nietwoningen
Gebruiker
0,2745%
1.253,26
2022
Nietwoningen
Eigenaargebruiker
0,6010%
2.743,68
Rioolheffing 0,0416%
Totaal
194,04
592,41
278,90
278,90
278,90
0,0416%
194,04
871,31
0,0416%
189,95
1.680,37 1.253,26
0,0416%
189,95
2.933,63
In onderstaande tabel hebben we de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht. In 2024 is door de gemeenteraad besloten tot een aantal incidentele teruggaven, namelijk een korting van € 20,- op het vastrecht afval, een generieke teruggave aan alle huishoudens van € 12,-, en voor bedrijven de inhaalindex 2023 van 1,9% niet door te berekenen. Daarnaast is in de raadsvergadering op 25 januari 2024 een motie aangenomen om de ondergrondse inzamelpunten voor incontinentiemateriaal en wegwerpluiers in alle kernen van Bernheze open te houden tot er een werkbaar alternatief beschikbaar is. In 2024 hebben we deze kosten niet opgenomen in het tarief. De kosten van de luierinzameling zijn gelijk aan gemiddeld € 7,- per huishouden. Dit leidt vanaf 2025 echter niet tot een tariefsaanpassing omdat er nog voldoende ruimte is binnen de totale afvalstoffenheffing. In kolom (4) is de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht rekening houdende met deze incidentele teruggaven in 2024 en de motie betreffende de luierinzameling. We hebben voor de beeldvorming een extra kolom toegevoegd. In kolom 5 houden we geen rekening met de incidente teruggaven in 2024.
Woningen
2024
2024
met incidentele kortingen in 2024
excl. incidentele kortingen in 2024
2025
Wijziging t.o.v. Wijziging t.o.v. 2024 2024
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
Bedrag
Bedrag
Bedrag
%
%
(incl. incidentele (excl. incidentele kortingen 2024) kortingen 2024) (kolom 3 t.o.v. 1) (kolom 4 t.o.v. 2)
Eigenaar
564,15
564,15
592,41
5,01%
5,01%
Gebruiker
246,90
278,90
278,90
12,96%
0%
Eigenaar en gebruiker
811,05
843,05
871,31
7,43%
3,35%
pagina 89
Niet-woningen
2024
2024
met incidentele kortingen in 2024
excl. incidentele kortingen in 2024
2025
Wijziging t.o.v. Wijziging t.o.v. 2024 2024
Eigenaar
1.579,30
1.605,79
1.680,37
6,40%
4,64%
Gebruiker
1.172,37
1.194,64
1.253,26
6,90%
4,91%
Eigenaar en gebruiker
2.751,67
2.800,44
2.933,63
6,61%
4,76%
(incl. incidentele (excl. incidentele kortingen 2024) kortingen 2024) (kolom 3 t.o.v. 1) (kolom 4 t.o.v. 2)
Overzicht gemiddelde woonlasten 2024 omliggende en vergelijkbare gemeenten (bron: Coelo) Gemeente
Aantal inwoners
Gemiddelde
Woonlasten
Woonlasten
Per 1-1-2024
WOZ-waarde 2024
eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden
huurder meerpersoonshuishouden
Meierijstad
84.293
€ 420.000
€ 847
€ 305
Oss
94.643
€ 365.000
€ 851
€ 299
Bernheze
32.521
€ 457.000
€ 891
€ 235
Land van Cuijk
91.725
€ 374.000
€ 953
€ 370
Best
31.220
€ 428.000
€ 969
€ 559
Laarbeek
23.233
€ 412.000
€ 970
€ 495
Gemert-Bakel
31.428
€ 407.000
€ 1.062
€ 479
Vught
32.348
€ 523.000
€ 1.135
€ 549
Boekel
11.302
€ 417.000
€ 1.140
€ 604
De geraamde inkomsten De opbrengsten van de (belangrijkste) belastingen en heffingen worden in onderstaande tabel weergegeven: Belastingen en heffingen
Geraamde inkomsten 2024
Onroerende zaakbelasting (OZB)
8.875.149
Afvalstoffenheffing (restfractie, GFT en milieustraat)
3.744.231
Rioolheffing
2.885.044
Toeristenbelasting
172.396
Reclamebelasting
38.300
pagina 90
Toeristenbelasting Het afgelopen jaar hebben we een onderzoek uit laten voeren naar de forfaitaire heffing van de toeristenbelasting. Die forfaitaire heffing ligt onder een vergrootglas sinds een uitspraak van de belastingrechter (uitspraak Aalsmeer). Dit omdat de onderbouwing van een forfaitaire heffing bijna niet meer juridisch sluitend te onderbouwen is. Daarom is het verstandig de forfaitaire heffing te vervangen door een vast bedrag per arrangement of standplaats. Het heffen van een vast bedrag per arrangement op standplaats is wel juridisch sluitend te onderbouwen. Die onderbouwing ligt vast in het externe onderzoek dat we hebben laten uitvoeren. Het onderzoek is tot stand gekomen in overleg met een belangrijk deel van de relevante recreatieondernemers in Bernheze. We passen onze verordening toeristenbelasting hierop aan voor het komende jaar.