CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting Landgoed De Berkt_bijlage 15 Nota van zienswijzen

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan landgoed De Berkt23.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

48

Tegelijkertijd worden maatregelen voorgesteld om de gevolgen van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat voor de das te beperken door aangrenzend aan de bouwvlakken vervangende voorzieningen treffen. Dit miskent dat wat eerder in het rapport wel is aangehaald, dat dassen niet in de buurt van woningen foerageren. Compensatie nabij de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat is dan ook niet toereikend. Beantwoording In rapportage van de quickscan flora en fauna staat inderdaad dat de boomgaard aan de Vinkelsestraat geen foerageergebied is van de das. Er kan op basis hiervan niet worden geconcludeerd dat maatregelen voor de das nabij de Vinkelsestraat niet toereikend zijn. Bij de locatie aan de Kasteellaan is sprake van een andere situatie. Naast dat sporen of andere tekenen van aanwezigheid van de das ontbraken, maakt de boomgaard feitelijk onderdeel uit van het erf (met de daarbij behorende betreding) en is er geen afscherming aanwezig. Bij de landgoedwoningen echter, worden afgesloten omkaderde erven gerealiseerd en vindt nadrukkelijk geen betreding plaats van de zone met de wissels ten noorden van de toekomstige woningen en aan de zijde van de Vinkelsestraat.

Net als dat de das via de aanwezige duiker ten noorden van het perceel aan Vinkelsestraat 73 (niet op het erf zelf) foerageert op ongeveer dezelfde afstand* als de nieuwe woningen, is het zonder meer te verwachten dat de das niet wordt verstoord door de aanwezigheid van de toekomstige afgeschermde erven in deze context. *Bovenstaande meetgegevens zijn gebaseerd op basis van het landschapsplan en de in het vast te stellen bestemmingsplan aangepaste bouwvlakken naar aanleiding van reactie 1.b. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

h. Aan artikel 3.8 is niet de wijzigingsvoorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur aan het landgoed moet worden toegevoegd; Zienswijze In artikel 3.8 van het ontwerpbestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die toeziet op de functiewijziging van bestaande gebouwen, die thans geen woongebouw zijn, naar wonen. Hieraan is niet de wijzigingsvoorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur aan het landgoed moet worden toegevoegd. Beantwoording Een van de voorwaarden om een bestaand gebouw te wijzigen voor de functie wonen is dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol pand. Hiervoor is ingevolge artikel 3.79 lid 1 onder e van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gold geen realisatie van nieuwe natuur nodig. Ingevolge artikel 3.68 lid c van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vigeert is dit eveneens het geval. Met die reden is aan deze wijzigingsbevoegdheid niet de voorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur moet worden gerealiseerd. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

i.

Het plan voldoet niet aan de provinciale landgoedregeling;

Zienswijze Het plan voldoet niet aan de provinciale landgoederenregeling, omdat:

49

-

-

er niet 1 woongebouw van 1500 m3 met twee woonfuncties wordt gerealiseerd en bovenop de 1500 m3 woongebouw nog 100 m2 aangebouwde bijgebouwen kunnen worden gerealiseerd; in de toelichting geen uiteenzetting is opgenomen waaruit blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzame verrijking van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken; niet feitelijk en juridisch is verzekerd dat is voorzien in openbaar toegankelijke extensieve recreatieve voorzieningen. De toelichting beschrijft de toegankelijkheid voor voetgangers, maar tegelijkertijd ligt aan de toelichting een rapport ten grondslag dat adviseert om niet alle lanen open te stellen voor publiek; artikel 12 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan het mogelijk maakt om af te wijken van het landschapsplan. Daarbij geldt dat zonder ingebruikname van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ derhalve voor het hele landgoed niks is verzekerd.

Beantwoording De landgoederenregeling die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gold is opgenomen in artikel 3.79 landgoederen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In lid 1 onder c onder 2 en 3 is aangegeven dat “de nieuwvestiging van één of meer woongebouwen is toegestaan als: 2. per 1500 m3 woongebouw ten minste 5 hectare landgoed wordt aangewezen, waarop ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur wordt gerealiseerd; 3. per 750 m3 woongebouw maximaal één woonfunctie wordt toegelaten.” Zowel in deze regels als in de toelichting op deze regels is niet vastgelegd dat slechts sprake kan zijn van één woongebouw van minimaal 1500 m3. Het voorbeeld opgenomen in de toelichting op deze regels laat zien dat ook woongebouwen kleiner dan 1500 m3 zijn toegelaten. Als eis geldt wel dat een woongebouw nooit kleiner dan 750 m3 mag zijn. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen specifieke regels opgenomen over bijbehorende bouwwerken bij landgoedwoningen. De toelichting verwijst voor de motivering dat de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzame verrijking van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken naar paragraaf 2.3 in de toelichting en het landschapsplan in de bijlage bij de regels. Dit klopt niet.

In plaats van naar de bijlage bij de regels te verwijzen, had verwezen moeten worden naar het landschapsplan dat is bijgevoegd als bijlage 11 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Dit wordt in het vast te stellen bestemmingsplan aangepast. Met de provincie is intensief contact geweest alvorens het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De provincie heeft ook via een zienswijze op het bestemmingsplan gereageerd. Op bovenstaande onderdelen voldoet de ontwikkeling aan de provinciale landgoederenregeling die gold op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Op de onderdelen zoals opgenomen in het destijds geldende artikel 3.79 lid 1 onder g en h, heeft de provincie, net als de reclamant gereageerd. Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 6.d en 6.f. Aanvullend op bovenstaande wordt opgemerkt dat de Interim omgevingsverordening NoordBrabant tussen de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling ervan is veranderd. Voor de ontwikkelingen die via het bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ worden mogelijk gemaakt gelden daardoor niet meer dezelfde regels als ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt daarom niet meer ingegaan op de 'oude’ regels, maar op de nieuwe.

50

>> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

j.

Reclamant sluit zich aan bij de aanvullende zienswijze die bij zienswijze 1 is ingediend (1.i t/m 1.t);

Zienswijze Reclamant sluit zich aan bij reactie 1.i t/m 1.t die door een andere reclamant is ingestuurd. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i t/m 1.t. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

k. Reclamant vragen om een andere locatie voor de woningen aan de Vinkelsestraat te zoeken om planschade te voorkomen. Zienswijze Reclamanten geven aan dat een goede ruimtelijke ordening vraagt om het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk te houden. Er wordt verzocht om andere locaties te zoeken om woningen te projecteren, teneinde minder nadeel te realiseren/planschade te voorkomen. Beantwoording Eerder is al verwezen naar reactie 1.b voor een onderbouwing van de locatiekeuze voor de woningen aan de Vinkelsestraat. Hierop kan het volgende worden aangevuld, tussen de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat en de met dit plan te realiseren woningen is een bestaande houtwal gelegen. Deze blijft intact, er is nauwelijks sprake van zicht dat verloren gaat. Verder zijn wij van mening dat de nieuwe woningen, welke zijn gelegen op ruime kavels met daaromheen in de omgeving passende landschapselementen, waaronder een aanvullende verticale bomenlaan tussen de bestaande houtwal en de nieuwe woningen, de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat niet aantast. Bovendien wordt de inrit naar de nieuwe woningen over de diagonale laan niet tegenover de bestaande kavels aan de Vinkelsestraat gerealiseerd. Hiermee is getracht het ervaren nadeel voor de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat zo klein mogelijk te houden.

Indien reclamanten van mening zijn dat zij door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komen te verkeren, dan kunnen zij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens of de reclamanten daar recht op hebben. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

51

8. Zienswijze 8 – pro-forma ontvangen op 31 januari 2022 (1648373) met aanvullende zienswijze op 22 februari 2022 (1654525) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaan. b. De gezamenlijke perceelsgrootte van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat brengen meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee. c. De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee open afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat. d. De quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit, wordt als onbetrouwbaar gezien. e. Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd is ontoereikend. f. De bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat is in strijd is met de interim omgevingsverordening.

a. De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaan. Zienswijze De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaat door de nieuwe woningen die zijn geprojecteerd aan de Vinkelsestraat. Beantwoording Tussen de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat en de nieuw te realiseren woningen is een houtwal gelegen. Deze houtwal blijft intact. Er is nauwelijks sprake van zicht dat verloren gaat. Verder zijn wij van mening dat de nieuwe woningen, welke zijn gelegen op ruime kavels met daaromheen in de omgeving passende landschapselementen, de landschappelijke ligging van de woning van de reclamant niet aantast. De inrit naar de nieuwe woningen wordt bovendien ook niet tegenover de kavel van de reclamant gerealiseerd, de veranderende functie is op die manier ook niet zichtbaar. De locatiekeuze voor de woningen aan de Vinkelsestraat is verder onderbouwd in reactie 1.b. Indien reclamant van mening is dat zij door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komt te verkeren, dan kan zij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens of de reclamant daar recht op heeft. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

b. De gezamenlijke perceelsgrootte van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat brengen meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee; Zienswijze De nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat krijgen een gezamenlijke perceelsgrootte van 4000 m2. Deze grootte brengt meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee wat ten koste gaat

52

van de natuur en de vele diersoorten die er leven. Meer ruimte moet worden gemaakt voor de aanleg van bos en recreatie. Beantwoording Aan de Vinkelsestraat worden twee nieuwe vrijstaande woningen als een cluster gerealiseerd. Wij zijn van mening dat slechts het aantal woningen en het type relevant is voor de hoeveelheid verlichting, verstening en lawaai en niet de perceelsgrootte. Wij vinden dat de verhouding tussen de grootte van de percelen en de hoeveelheid natuur en recreatie die wordt gerealiseerd en al aanwezig is, goed is. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 1.b. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

c. De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee op- en afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat; Zienswijze De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee op- en afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat, waar de verkeerssituatie onoverzichtelijk is. Beantwoording Er komt slechts één nieuwe inrit op de Vinkelsestraat om de twee nieuwe woningen die aan deze zijde van het landgoed worden gerealiseerd te ontsluiten. Het gaat hier om een reguliere in-/uitritsituatie, zoals op veel andere plekken aan de orde is en waarvan slechts door de bewoners/bezoekers van de nieuwe woningen gebruik zal worden gemaakt. Wij zijn van mening dat de in-/uitritsituatie toereikend is voor het ontsluiten van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat en door het reguliere karakter niet tot verkeersonveilige situaties leidt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

d. De quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit, wordt als onbetrouwbaar gezien; Zienswijze De reclamant is van mening dat de quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit onbetrouwbaar is. Het doel van een quickscan is om aan te geven welke beschermde plant- en diersoorten mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Als uit veldonderzoek blijkt dat bepaalde soorten aanwezig zijn of kunnen zijn dient er nader onderzoek plaats te vinden. Het nadere onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

53

e. Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd is ontoereikend; Zienswijze Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd heeft plaatsgevonden in de vroege middag van 20 juli en late ochtend van 21 juli 2020. Deze velddagen zijn niet representatief voor onder andere de das, omdat de das in deze maand minder actief is. Dit wordt ook bevestigd door de aanvullende zienswijze die is ingediend bij zienswijze 1 (1.i t/m 1.t). Voor verdere onvolkomenheden met betrekking tot de quickscan wordt verwezen naar deze zienswijze. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i t/m 1.t. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

f.

De bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat is in strijd is met de interim omgevingsverordening;

Zienswijze De reclamant is van mening dat de bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat in strijd is met de interim omgevingsverordening. Op grond van de verordening moet volgens de reclamant minimaal 5 hectare nieuwe grond worden aangekocht om één woning te kunnen realiseren. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.a >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

54

Wijzigingen tussen ontwerp en vast te stellen plan ‘Landgoed De Berkt, Heesch’, dit naar aanleiding van de ingediende zienswijzen Op basis van de ingediende zienswijzen is een aantal wijzigingen aan het bestemmingsplan doorgevoerd. Deze staan hieronder opgesomd: Aanpassingen toelichting − De toelichting is aangevuld met motivering voor één recreatiewoning (i.p.v. eerdere bed & breakfast). − Een mogelijke toekomstige mantelzorgwoning (via een afwijkingsbevoegdheid) is benoemd als onderdeel van het initiatief. − Er is een duidelijker kaartje opgenomen in de toelichting dat illustreert op welke gronden op basis van welke regeling natuur is of wordt gerealiseerd. − De functies die in de dwarsdeelschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - nevenfuncties landgoed’ worden toegelaten zijn ingeperkt en voor zover nog aan de orde beschreven en gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan. De functies die niet meer worden toegelaten zijn geschrapt. − De paragraaf over verkeer en parkeren is aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de plannen voor de nevenactiviteiten, welke zijn verkleind en ingekaderd. Ook is een afbeelding toegevoegd van de te realiseren parkeerplaatsen op het erf aan de Kasteellaan.

− In de paragraaf waarin het provinciale beleid wordt gemotiveerd is: o een uitsnede van de kaart ‘instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ van de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ ter hoogte van het plangebied toegevoegd en een verantwoording opgenomen van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. o de verwijzing naar het landschapsplan (bijlage 11 bij de toelichting) aangepast. − Bijlage 8: de rapportage van de quickscan flora en fauna is aangevuld met de gegevens aangaande de duiker in/nabij het plangebied en is geactualiseerd op basis van een extra veldbezoek. Deze rapportage vervangt de eerdere versie van de rapportage die bij het ontwerpbestemmingsplan was gevoegd. − Er is een plan van aanpak i.v.m. dassen opgesteld, wat is verwerkt in de toelichting en als bijlage is toegevoegd (bijlage 17). − Er is een nieuw geuronderzoek uitgevoerd, wat is verwerkt in de toelichting en als bijlage is toegevoegd (bijlage 19). Aanpassingen planregels − Artikel 1: De begrippen ‘dagrecreatie’ en ‘extensieve recreatie’ zijn verwijderd.

− Artikel 1.3 ‘aan huis gebonden beroep’ is als volgt aangepast “een dienstverlenend beroep, dat in of bij de woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is” − Artikel 1.5 ‘agrarisch’ is toegevoegd ‘het telen van gewassen en/of het houden van dieren’; − Artikel 1.6 ‘agrarisch grondgebruik’ is gewijzigd in ‘een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch doelmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, waarvan de productie afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond’; − Artikel 1.7 ‘agrarisch hobbymatig gebruik’ is toegevoegd ‘het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren ondergeschikt aan de onderliggende bestemming’

55

−

− − − − − − −

−

− − − − −

56

Artikel 1.25 ‘extensief recreatief medegebruik’ is toegevoegd “een vorm van openluchtrecreatie waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte beperkt is, zoals wandelen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving” Artikel 1.41 ‘nevenfuncties’ is toegevoegd, hierin is gespecificeerd wat een nevenfunctie. Artikel 3.1 onder j is gewijzigd in ‘aan huis gebonden beroep ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ (functietype wonen); Artikel 3.1: binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ is recreatief medegebruik geschrapt. Artikel 3.1 en 4.1: extensieve dagrecreatie is verwijderd in de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’ Artikel 3.1: binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ is extensief recreatief medegebruik toegevoegd.

artikel 3.1 onder h is gewijzigd in ‘een kantoor zonder baliefunctie ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’ Artikel 3.2.2 onder d is voor de kavels voor de landgoedwoningen opgenomen dat de voorgevel van het hoofdgebouw moet zijn gelegen in dan wel raken aan de denkbeeldige zone van 1 meter breed evenwijdig aan de voorste perceelsgrens zoals als ‘gevellijn’ is aangeduid; Artikel 3.2.2 onder e: In de bouwregels is geregeld dat een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen ter plaatse van de kavels voor de nieuwe landgoedwoningen een door een ter zake deskundige opgesteld ecologisch werkplan moet bevatten waarin maatregelen zijn opgenomen om effecten voor de das door bouwwerkzaamheden te voorkomen en die bij de te verrichten bouwwerkzaamheden in acht moeten worden genomen; Artikel 3.3.2 is toegevoegd t.b.v. parkeren. Aan artikel 3.5.1 onder 1 wordt toegevoegd: c. sprake is van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’; In artikel 3.5.1 onder 2 is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ vervangen voor de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatiewoning’ In artikel 3.5.3 onder g.

is ‘zelfstandige’ verwijderd; Artikel 3.6 Afwijken van de gebruiksregels is toegevoegd: 3.6.1 Mantelzorg Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.3 onder e en toestaan dat bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van mantelzorg onder de voorwaarden dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b. de zorgbehoefte is aangetoond door een van gemeenteweg erkende instelling; c. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; d. de vloeroppervlakte die voor bewoning wordt gebruikt maximaal 125 m2 bedraagt binnen de mogelijkheden van de in artikel 3.2 opgenomen bouwregels e. er advies wordt gevraagd bij de monumentencommissie; f. er geen onafhankelijke woonruimte ontstaat; g. er een privaatrechtelijke overeenkomst (met boetebedingen) is afgesloten om controle en beëindiging van het tijdelijke gebruik als woonruimte veilig te stellen; h. De omgevingsvergunning wordt ingetrokken en het tijdelijke gebruik als woonruimte wordt beëindigd als, en zodra de noodzaak inzake mantelzorg komt te vervallen. 3.6.2 Aan huis gebonden beroep

−

−

− − −

−

−

− − − −

Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W ter plaatse van de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – landgoedwoning’ afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.1 lid 1 en een aan huis gebonden beroep toestaan, onder de voorwaarden dat: a. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. omliggende functies niet in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt; c. geen onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid plaatsvindt. Artikel 5.2 – De voorrangsbepaling “De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt” is toegevoegd. Artikel 5.5.1. – strijdig gebruik toegevoegd a. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b,v. van inspectie en onderhoud van de gastransportteiding; b. het wiizigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. Artikel 5.4.2. - het woord 'schriftelijk' is aan het artikel toegevoegd. Artikel 5.6.1. – lid j het aanbrengen en rooien van diep wortelende beplantingen en bomen toegevoegd. Artikel 5.6.2.

– lid c zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken en lid d die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning toegevoegd. Artikel 5.6.3. – lid b Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen toegevoegd. Artikel 11.4: is gewijzigd, zodat alleen nog afwijking van het landschapsplan mogelijk is waarbij de sterrenbosstructuur en de lanen wordt behouden, de wijzigingen niet in strijd zijn met het plan van aanpak dassen, nadat een positief advies is afgegeven door de provincie en de noodzaak van de wijziging is gemotiveerd. Artikel 11.1 en 11.2: een regeling opgenomen waarmee openstelling van het landgoed ingevolge de vereisten van de Natuurschoonwet is verzekerd. Artikel 11.1 en 11.3: in dit artikel is de uitvoering van een inrichting- en beheerplan geborgd, welke als bijlage 4 bij de regels is gevoegd. Artikel 11.2: In dit artikel is een te volgen plan van aanpak dassen geborgd, welke als bijlage 5 bij de regels is gevoegd.

Artikel 14: in dit artikel is een regeling voor parkeren opgenomen.

Aanpassingen verbeelding − de bouwvlakken voor de landgoedwoningen zijn verkleind en voor de landgoedwoningen is een gevellijn opgenomen. − de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ ter hoogte van de (voormalige) ruimte-voor-ruimte kavel aan de Kasteellaan is verwijderd. − de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatiewoning’ is toegevoegd ter hoogte van het gebouw waar dit is beoogd. Ambtshalve wijzigingen tussen ontwerp en vast te stellen plan ‘Landgoed De Berkt, Heesch’ Naast de wijzigingen die volgen uit de zienswijzen, is eveneens een aantal ambtelijke wijziging aan het bestemmingsplan doorgevoerd. Het betreft de volgende wijzigingen:

57

Aanpassingen toelichting - Onderschriften bij de figuren toegevoegd. - Verwijzingen opgenomen naar adviezen monumentenhuis Brabant. - Hoofdstuk 1 en 2 aangepast ter verduidelijking van het initiatief, de leesbaarheid van de toelichting en aansluiting op de gewijzigde provinciale regels. - Paragraaf 2.4 aanpassen motivering ten aanzien van de fysieke maatregelen die bijdragen aan het cultuurhistorisch complex (IOV art. 3.78) en waarvoor in ruil een derde landgoedwoning wordt gerealiseerd (i.p.v. een ruimte-voor-ruimtewoning) - Paragraaf 2.6 is aangepast n.a.v. het vervallen van een ruimte-voor-ruimte woning; - Paragraaf 2.7 Verkeer en parkeren aangepast op aangepaste programma en uitgebreider gemotiveerd. - Paragraaf 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: aangepast aan de gewijzigde Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die per 15 april 2022 geldt. − Paragraaf 3.3.1: toetsing aan de Structuurvisie Bernheze is aangevuld met de beschrijving van ‘ruimte voor water’ uit de structuurvisie, waarbij aan dit beleid ook is getoetst. − Paragraaf 3.3.2: gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze aangepast, omdat geen gebruik meer wordt gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling. − Paragraaf 3.3.3: geactualiseerd. − Paragraaf 3.3.4: het plangebied is gelegen in een gebied dat welstandsvrij is, het tegengestelde was in deze paragraaf opgenomen. Dit is hersteld.

− Paragraaf 3.3.5: geactualiseerd. − Paragraaf 4.2 Akoestiek: aangepast i.v.m. inkadering nevenactiviteiten en aangevuld met motivering i.v.m. wegverkeerslawaai t.h.v. de nieuwe geluidsobjecten aan de Kasteellaan. − Paragraaf 4.3.2 aangevuld ten aanzien van de (nieuwe) adviezen van de monumentencommissie − Paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering: aangepast i.v.m. inkadering nevenactiviteiten en opname aspect ‘geur’ in separate paragraaf − Paragraaf 4.5 Bodem: beoordeling ODBN toegevoegd. − Paragraaf 4.7 Natuur: actualisatie onderdeel gebiedsbescherming (Wsn), actualisatie bijlage 14 (aeriusberekeningen), actualisatie bijlage 8 (quickscan flora en fauna) en toevoeging en verwerking bijlage 17 (plan van aanpak dassen) en toevoeging inleidende tekst onderdeel soortbescherming. − Paragraaf 4.9 Luchtkwaliteit: acutalisatie kaartuitsneden PM2,5, PM10 en NO2. − Paragraaf 4.10 Geurhinder afkomstig van veehouderijen toegevoegd (op basis van een nieuw geuronderzoek in bijlage 19).. − Paragraaf 4.11 Water: toevoeging van beleidskaders: Waterbeheerplan 2022-2027, Keur, Legger en gemeentelijk beleid. − Paragraaf 4.11 Water: concretisering hemelwaterbergingsoplossing plandeel Vinkelsestraat en toevoeging dat voor het aanleggen van een nieuw watersysteem een aanlegvergunningstelsel geldt. − Paragraaf 4.13 Volksgezondheid: aanpassing motivering over pluimvee- en varkenshouderijen.

− Paragraaf 5.2: de toelichting op de regels is gewijzigd n.a.v. de wijzigingen van de regels door de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. − Paragraaf 6.2 : hiernaar is tekst die eerder aan het begin van de toelichting stond verplaatst (proces van principeverzoek naar conceptontwerp) en is een alinea over zienswijzen toegevoegd. − Bijlage 10: aangevuld zodat alle adviezen van monumentenhuis Brabant zijn toegevoegd aan het bestemmingsplan. − Bijlage 11: De centrale middenlaan en de diagonale lanen worden niet met eiken, maar met linden uitgevoerd. Verder is in het landschapsontwerp verwerkt dat ‘ruimte-voorruimte’ geen onderdeel meer uitmaakt van het initiatief en zijn landschapselementen

58

− − − −

toegevoegd ten zuiden van de Berktlaan en rondom het historische erf. Ook het parkeren op het historische erf is anders ingericht. Bijlage 12: Toevoeging genodigden en aanwezigen omgevingsdialoog. Bijlage 13: toegevoegd op verzoek (raads)commissie ruimte Bijlage 16: toegevoegd i.v.m. motivering gewijzigde provinciale regels. Bijlage 18: toegevoegd i.v.m. motivering gewijzigde provinciale regels.

Aanpassingen planregels − Artikel 1.8 ‘berekende kwaliteitsverbetering landschap’ is verwijderd − Artikel 1.22 ‘cultuurhistorische waardenkaart’ is toegevoegd − Artikel 1. 34 ‘landgoederf’ is toegevoegd − Artikel 1.40 ‘nevenfuncties’ is toegevoegd − Artikel 1.47 ‘recreatiewoning’ is toegevoegd − Artikel 1.59 ‘wonen’ is toegevoegd “het bewonen van een woning” − Wijze van meten: definitie ‘Inhoud van een bouwwerk’ verwijderd, omdat dit onderdeel overbodig is. Hierover zijn de planregels geen regels opgenomen. − Artikel 3.1 onder f. ‘specifieke vorm van wonen – ruimte-voor-ruimte’ en ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ vervangen voor ‘specifieke vorm van wonen – landgoedwoning’. − Artikel 3.1 onder h. vervangen voor een kantoor zonder baliefunctie ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’ (functietype ‘wonen’). − Artikel 3.1 onder i. vervangen voor recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – recreatiewoning’ (functietype ‘wonen’). − Artikel 3.1 onder o. parkeervoorzieningen toegevoegd. − Artikel 3.1 onder p. toegevoegd i.p.v. een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten. − Artikel 3.2 onder b: regel versimpeld. − Artikel 3.2.2.

onder a., onder inhoud: “‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ maximaal 750 m3 exclusief aangebouwde bijgebouwen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’” vervangen voor “’specifieke vorm van wonen – landgoedwoning’” − Artikel 3.2.2. onder b. “gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen per woning in geval sprake is van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ of ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’” voor “gezamenlijke oppervlakte bijgeobuwen per woning in geval sprake is van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoedwoning’”. − Artikel 3.4.1 onder e: verwijderd. − Artikel 3.4.2: verwijderd, i.v.m. strijdigheid/ onduidelijkheid i.r.t. de specifieke afwijkingsvoorwaarden zoals geformuleerd in artikel 3.4.1. − Artikel 3.5.1 lid 1 onder c. toegevoegd. − Artikel 3.5.1 lid 2 ‘bed & breakfast’ vervangen voor recreatiewoning en de regels hierop aangepast. − Artikel 3.5.2 ‘uitsluitend’ toegevoegd. − Artikel 3.5.3 h. en i. verwijderd. − Artikel 3.5.3 onder c: verwijzingen kloppend gemaakt. − Artikel 3.5.4: toegevoegd om zeker te stellen dat voor een na vaststelling toelaatbaar gebouw een regenwatervoorziening werkend aanwezig is die minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak regenwater tijdelijk bergt en vertraagt afvoert.

59

−

− − − − −

− −

− − −

−

Artikel 3.6.3: toegevoegd, zodat andere nevenfuncties dan een kantoor zonder baliefunctie na zorgvuldige afweging vergund kunnen worden. De regeling is afkomstig uit het vigerende bestemmingsplan en aangevuld met extra voorwaarden. 3.6.3 Nevenfuncties bij een landgoed Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’ afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder h en dienstverlenende en ambachtelijke functies alsmede recreatieve en educatieve functies toestaan, onder de voorwaarden dat: a. de functie uitsluitend plaatsvindt binnen de bestaande bebouwing; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige cultuurhistorische waarden; c. sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling; d. niet meer dan één functie tegelijkertijd plaatsvindt; e. de functie niet tussen 23:00 en 7:00u worden uitgeoefend; f. geparkeerd wordt op eigen terrein. Artikel 3.7.2 onder c (voorheen 3.6.2 onder c) verwijderd, omdat nog aangetoond moet worden dat voldaan wordt aan de criteria voor het uitvoeren van werken. Artikel 3.9.1 onder a toegevoegd: ‘en de vestiging/toevoeging bijdraagt aan het behoud en herstel van deze bebouwing’ Artikel 4.2 onder c verwijderd, omdat geen sprake is van bestaande bouwwerken binnen de bestemming ‘Natuur’.

Artikel 4.6.2 onder b verwijderd, omdat nog aangetoond moet worden dat voldaan wordt aan de criteria voor het uitvoeren van werken. Verwijderd: Artikel 11 Algemene bouwregels: “De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing voor stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; f. de ruimte tussen bouwwerken.” is verwijderd. In verband met landelijk gewijzigde regelgeving heeft dit artikel geen rechtskracht meer. Artikel 11.1, 11.3 en 11.5: toevoegingen in verband met toevoeging van bijlage 4 Inrichting- en beheerplan. Artikel 11 geherformuleerd t.o.v. het eerdere artikel 13 (in ontwerpbestemmingsplan): verduidelijkt en toevoegingen gedaan. Zo is een voorrangsregeling opgenomen in geval sprake is van strijdigheid tussen de verschillende documenten waaraan voldaan moet worden. Voormalige artikel 12.1 verwijderd. Artikel 12.1 onder b (voorheen 13.1 onder b) : regel ingeperkt i.v.m. rechtszekerheid.

Bijlage 2: De centrale middenlaan en de diagonale lanen worden niet met eiken, maar met linden uitgevoerd. Verder is in het landschapsontwerp verwerkt dat ‘ruimte-voorruimte’ geen onderdeel meer uitmaakt van het initiatief en zijn landschapselementen toegevoegd ten zuiden van de Berktlaan en rondom het historische erf. Ook het parkeren op het historische erf is anders ingericht. Bijlage 6: toegevoegd i.v.m. motivering gewijzigde provinciale regels.

Aanpassingen verbeelding

60

- Aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ en ‘specifieke vorm van -

61

wonen – specifieke inhoudsmaat’ vervangen voor ‘specifieke vorm van wonen – landgoedwoning'. Bestemming ‘Natuur’ ten zuiden van de Berktlaan uitgebreid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e4c6cb3c-adbe-43c1-a317-2098bcd8edad