CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting Landgoed De Berkt_bijlage 15 Nota van zienswijzen

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan landgoed De Berkt23.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan “Landgoed De Berkt, Heesch”

In verband met de AVG zijn de NAW gegevens van de reclamanten in deze Nota geanonimiseerd.

1

Nota van zienswijzen Zienswijzefase Op 22 december 2021 hebben burgemeesters en wethouders van de gemeente Bernheze bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan “Landgoed De Berkt Heesch” (planidentificatie NL.IMRO.1721.BPLGdeberkt-ow01) gedurende zes weken ter inzage komt te liggen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 23 december 2021 tot en met 3 februari 2022 ter inzage gelegen. Alle stukken konden gedurende deze periode op afspraak worden ingezien op het gemeentehuis, evenals digitaal op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de genoemde termijn heeft eenieder zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Tevens is het ontwerpplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Zienswijze De gemeente heeft gedurende de inzagetermijn acht zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn ingediend door omwonenden, de provincie en de Gasunie. Ontvankelijkheid zienswijze De ontvangen zienswijzen zijn tijdens de inzagetermijn ingediend en voldoen aan de indieningsvereisten. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk en worden in de besluitvorming betrokken. Overzicht ontvangen zienswijzen Zienswijzen Zienswijze 1 - Aanvulling zienswijze Zienswijze 2 - Aanvulling zienswijze Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8 (pro-forma) - Aanvulling zienswijze

d.d. 12 januari 2022 31 januari 2022 18 januari 2022 27 januari 2022 26 januari 2022 26 januari 2022 31 januari 2022 31 januari 2022 31 januari 2022 28 januari 2022 18 februari 2022

ingekomen 17 januari 2022 31 januari 2022 21 januari 2022 28 januari 2022 27 januari 2022 28 januari 2022 31 januari 2022 31 januari 2022 1 februari 2022 31 januari 2022 22 februari 2022

Kenmerk 1643630 1648601 1646391 1647811 1647555 1648121 1648714 1649002 1648840 1648373 1654525

Conclusie De zienswijzen hebben betrekking op het ontwerpbestemmingsplan “Landgoed De Berkt, Heesch”. In de zienswijzen worden door de reclamanten onder meer zorgen geuit over de nevenactiviteiten bij het landgoed, de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat en het leefgebied van de Das. In deze nota zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. In de beantwoording is aangegeven of er gevolgen voor het vast te stellen bestemmingsplan zijn. Op het einde staan de feitelijke aanpassingen aan het bestemmingsplan opgesomd.

2

1. Zienswijze 1 – ontvangen op 17 januari 2022 (1643630) met aanvullende zienswijze op 31 januari 2022 (1648601) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Er is slechts 4 hectare aangekocht voor landgoedrealisering in plaats van de in de provinciale interim omgevingsverordening genoemde 5 hectare. b. Er is sprake van een forse afstand tussen de bestaande landgoedwoning en de nieuw te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat. c. Het nieuwe landgoed moet ook binnen een bebouwingsconcentratie worden gerealiseerd. d. De realisatie van drie woningen is strijdig met het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente. e. Een van de nieuwe landgoedwoningen ondervindt geuroverlast van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. f. Met uitvoering van het plan wordt het foerageergebied van de dassen verstoord. g. Volgens de quickscan zou er geen duiker aanwezig zijn aan de Vinkelsestraat, terwijl deze er wel degelijk is. h. De quickscan flora en fauna heeft plaatsgevonden in een periode dat er volop werkzaamheden in het plangebied plaatsvonden, waardoor er geen sprake is van een representatief beeld. i. De quickscan is te oppervlakkig om te bepalen of een ontheffing van de wet natuurbescherming wel of niet noodzakelijk is. j. De velddagen van de quickscan zijn met betrekking tot de das uitermate slecht gekozen k.

Over andere diersoorten worden te kort door de bocht conclusies getrokken in de quickscan. l. Het merendeel van de maatregelen om een natuurfunctie terug te brengen op het landgoed zijn niet bevorderend voor de das. m. Hoe verhoudt de aanleg van de middenlaan zich tot de daarbij aanwezige burcht? n. Hoe wordt geborgd dat de betreffende laan niet wordt opengesteld voor het grote publiek? o. Past het niet openstellen van een deel van het landgoed wel binnen het idee van een landgoed? p. Het veldonderzoek voor de quickscan is inadequaat uitgevoerd, ondermeer omdat de aanwezige duiker daar niet in is meegenomen. q. De conclusie dat er een overmaat aan geschikt foerageergebied aanwezig is, is onwaar. r. De conclusie dat de twee nieuwe woningen aan de vinkelsestraat geen negatieve gevolgen hebben voor de das is nergens op gebaseerd. s. De conclusie over de boomgaard in de quickscan is niet juist. t. De conclusie van het adviesbureau omtrent de ontheffing wet natuurbescherming houdt geen stand. u. Met de deels al verrichte werkzaamheden en de voorgenomen maatregelen komt de ecologische functionaliteit van de dassenburchten in het geding.

3

a. Er is slechts 4 hectare aangekocht voor landgoedrealisering in plaats van de in de interim omgevingsverordening genoemde 5 hectare. Zienswijze Om 1500m3 nieuwe woonbebouwing te kunnen realiseren moet in ieder geval 5 hectare landgoed worden aangewezen. Er is door de initiatiefnemer van het bestemmingsplan slechts een perceel van 4 hectare aangekocht in plaats van 5 hectare, waardoor geen sprake is van een nieuw landgoed zoals bedoeld in de provinciale landgoederenregeling zoals geformuleerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Beantwoording De provinciale regeling die tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voor nieuwe landgoederen gold ging uit van de aanwijzing van 5 hectare landgoed in ruil voor 1500 m3 woongebouw. In dit kader is het niet relevant of grond is/wordt aangekocht, maar dat in ruil voor 1500 m3 woongebouw 5 hectare als landgoed wordt aangewezen. De voorwaarde hierbij is dat van deze 5 hectare er op 2,5 hectare nieuwe natuur of bos moet worden ontwikkeld, het overige mag bestaande natuur bevatten. Het plan voldoet hieraan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

b. Er is sprake van een forse afstand tussen de bestaande landgoedwoning en de nieuw te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat. Zienswijze Reclamanten geven aan dat niet wordt voldaan de voorwaarde “de bebouwing op het landgoed wordt zoveel als mogelijk geconcentreerd” van de provinciale landgoederenregeling: de bouwvlakken liggen op sterk van elkaar gelegen perceelgedeelten en de afstand tot het bestaande landhuis is fors. Beantwoording De toevoeging van de bebouwing op het landgoed is in overleg met de provincie en het monumentenhuis Brabant zorgvuldig afgewogen. Gekozen is voor twee clusters van bebouwing. Het bestaande cluster aan de Kasteellaan waar het huidige woonperceel is gelegen en waaraan een woning wordt toegevoegd als referentie naar de oude schuur die hier in 1992 afbrandde. En een nieuw cluster van twee woningen aan de Vinkelsestraat, dat aan deze zijde van het landgoed een nieuwe tweede entree is. Deze woningen zijn gesitueerd rondom het beginpunt van de te herstellen diagonale laan waar ze als ensemble een poort tot het landgoed vormen. Sprake is van concentratie van bebouwing.

Doordat in het juridisch bindende gedeelte van het ontwerpbestemmingsplan (in lijn met de vigerende bestemmingsplansystematiek) voor de woningen aan de Vinkelsestraat grote bouwvlakken zijn opgenomen is het mogelijk om de bebouwing verder uit elkaar te plaatsen dan is bedoeld op basis van de visie voor het landgoed, zoals beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan en het landschapsplan. Om tegemoet te komen aan de zienswijze en de visie van het landgoed beter in het bestemmingsplan te verankeren hebben wij de bouwvlakken in het vast te stellen bestemmingsplan verkleind. Aanvullend is in het vast te stellen bestemmingsplan geregeld dat het hoofdgebouw op de kavels van de landgoedwoningen op 0 tot 1 meter van de aangeduide gevellijn (rand bestemmingsvlak/beoogde perceelsgrens) aan de zijde van de diagonale middenlaan moet worden gebouwd. Hierdoor is clustering van de bebouwing aan de Vinkelsestraat beter verzekerd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

4

c. Het nieuwe landgoed moet ook binnen een bebouwingsconcentratie worden gerealiseerd. Zienswijze Reclamanten geven aan dat het nieuwe landgoed op zichzelf ook binnen een bebouwingsconcentratie moet worden gerealiseerd, zulks ter voorkoming van de versnippering van het buitengebied. Beantwoording Voor het realiseren van een nieuw landgoed is de ligging ervan in een bebouwingsconcentratie geen voorwaarde. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat Landgoed De Berkt is gelegen binnen bebouwingsconcentratie Munnekes-Vinkel. In paragraaf 3.3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is hierop ingegaan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

d. De realisatie van drie woningen is strijdig met het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente. Zienswijze Het bestemmingsplan voldoet niet aan het gemeentelijke beleid, zoals het Huisvestingsbeleid. Slechts in uitzonderingssituaties mag – in verband met de terugval van de bevolking in sommige delen van het land - nieuwbouw worden gerealiseerd. Als er sprake is van een bijzondere situatie mag niet meer dan één woning worden gerealiseerd. Beantwoording Onduidelijk is wat precies wordt bedoeld in de zienswijze. Waarschijnlijk wordt gedoeld op het woonbeleid van de gemeente. De gemeente heeft dit beleid geformuleerd in de Woonvisie. Tot voor kort gold de Woonvisie 2016-2021. Op 16 december 2021 is de ‘Woonvisie 2022-2026’ vastgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan was voor die tijd al afgerond waardoor dit nieuwe beleid er niet in is verwerkt. In de Woonvisie 2016-2021 is opgenomen dat 5% van de nieuwbouwplannen voor CPO en vrije kavels is gereserveerd. Verder staat in de Woonvisie 2016-2021 het volgende opgenomen: “De verwachting is dat het aantal huishoudens de komende jaren toeneemt. Dat betekent dat er ruimte is om woningen aan onze voorraad toe te voegen.

De woningbehoefteprognose van de Provincie Noord-Brabant laat voor de periode 2016-2026 een behoefte aan 1.635 extra woningen zien, waarvan 900 in de eerste vijf jaar.” Deze behoefte aan nieuwe woningen wordt eveneens bevestigd in de woonvisie 2022 – 2026. De gevolgen van de economische crisis waarin niet kon worden gebouwd hebben inmiddels al een geruime tijd plaatsgemaakt voor krapte op de woningmarkt, voor wonen in het buitengebied is daarbij ruimte voor maatwerk. Evenals met de woonvisie 2016-2021, is deze ontwikkeling niet strijdig met de woonvisie 2022 – 2026. Wij herkennen ons niet in de verwijzing naar het huisvestingsbeleid van de gemeente. In 2021 heeft de gemeenteraad de beleidsregel “Ruimte voor Ruimte gemeente Bernheze 2021” vastgesteld, waarin onder meer geregeld is dat nog maar aan één ruimte-voor-ruimte woning per initiatief is toegestaan. Het ontwerpbestemmingsplan bevatte één ruimte-voor-ruimtewoning, waarmee aan deze regel werd voldaan. De andere in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen woningen zijn geen ruimte-voor-ruimte woningen, waardoor de beleidsregel daarvoor niet van toepassing is.

5

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

e. Een van de nieuwe landgoedwoningen ondervindt geuroverlast van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Zienswijze Er wordt lichtvaardig voorbijgegaan aan het woon- en leefklimaat ten gevolge van geurhinder bij één van de te realiseren landgoedwoningen. Beantwoording Voor het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen is een nieuw onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is verwerkt in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan en als bijlage eraan toegevoegd. Hieruit blijkt dat het woon- en leefklimaat voor alle nieuwe geurgevoelige objecten in het plangebied aanvaardbaar is. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

f.

Met uitvoering van het plan wordt het foerageergebied van de dassen verstoord.

Zienswijze Tenslotte moet worden gewezen op de aanwezigheid van dassen ter plaatse, welke een beschermde diersoort vormen en waarvan door de planologische wijziging mede hun fourageergebied zal worden verstoord, hetgeen niet voldoet aan de Natuurbeschermingswetgeving. Ook moet worden opgemerkt dat het onderzoek van de quickscan heeft plaatsgevonden in een periode dat er volop werkzaamheden in het desbetreffende gebied plaatsvonden, zoals verplaatsing van grond/zand over het gehele terrein, evenals snoei- en zaagwerkzaamheden. Er kan dan ook geen representatief beeld van de situatie zijn verkregen. Beantwoording De quickscan flora en fauna is geactualiseerd en er is een plan van aanpak i.v.m. dassen opgesteld. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat geen verbodsbepalingen worden overtreden. Beide rapportages maken onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

g. Volgens de quickscan zou er geen duiker aanwezig zijn aan de Vinkelsestraat, terwijl deze er wel degelijk is. Zienswijze De quickscan is niet volledig en incorrect. Er zou bijvoorbeeld geen duiker aanwezig zijn onder de Vinkelstraat, terwijl er wel degelijk een duiker aanwezig is. Beantwoording Dit was inderdaad in de rapportage van de quickscan flora en fauna opgenomen. Er is contact gezocht met de ecoloog die de quickscan heeft uitgevoerd en de rapportage heeft opgesteld.

6

Hij heeft aangegeven in het zomerseizoen de locatie te hebben bezocht. Hij heeft destijds inderdaad geen duiker waargenomen. Op 12 januari 2022 heeft de ecoloog (n.a.v. raadsvragen over dit onderwerp) een aanvullend veldbezoek uitgevoerd om nogmaals de aanwezigheid van de duiker te bekijken. Bij dit veldbezoek heeft de ecoloog de duiker wel geconstateerd. Het betreft een kleine vrij onopvallende duiker, die tijdens het veldbezoek in juli (groeiseizoen) door de aanwezige vegetatie niet werd gezien. De duiker bleek iets verder in het noorden te liggen, dan destijds gedacht. In het gemaaide talud was de duiker goed zichtbaar. De rapportage van de quickscan flora en fauna is op basis van dit veldbezoek aangevuld met de gegevens aangaande de duiker in/nabij het plangebied. Verder is het onderzoek geactualiseerd op basis van een aanvullend veldbezoek. De geactualiseerde rapportage vervangt de eerdere versie van de rapportage die als bijlage 8 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan was gevoegd. De conclusie van de rapportage is hierdoor niet veranderd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

h. De quickscan flora en fauna heeft plaatsgevonden in een periode dat er volop werkzaamheden in het plangebied plaatsvonden, waardoor er geen sprake is van een representatief beeld. Zienswijze De quickscan flora en fauna heeft plaatsgevonden in een periode dat er volop werkzaamheden in het plangebied plaatsvonden, zoals verplaatsing van grond/zand over het gehele terrein evenals snoei- en zaagwerkzaamheden. Hierdoor kan geen representatief beeld van de situatie verkregen zijn. Beantwoording Er is navraag gedaan bij de eigenaar van het plangebied en de ecoloog die de quickscan flora en fauna heeft uitgevoerd. In de periode dat de quickscan is uitgevoerd vonden dergelijke werkzaamheden op het landgoed niet plaats. De werkzaamheden waarop door de reclamant waarschijnlijk gedoeld wordt zijn de werkzaamheden die plaats hebben gevonden in verband met de aanleg van natuur op het landgoed. Alleen daarvoor heeft de laatste jaren nl. grondverzet plaatsgehad. Die werkzaamheden hebben in de daarvoor aangewezen periode plaatsvonden: op 17 oktober 2020 zijn ze gestart en ze waren eind oktober 2020 klaar. De quickscan is eerder uitgevoerd namelijk in juli 2020. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

i.

De quickscan is te oppervlakkig om te bepalen of een ontheffing van de wet natuurbescherming wel of niet noodzakelijk is.

Zienswijze Indien na veldonderzoek geconstateerd wordt dat bepaalde soorten aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn (geschikt biotoop) dient nader onderzoek plaats te vinden. Op basis van alleen een quickscan kan door het oppervlakkige karakter van het onderzoek nooit geconcludeerd worden dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is. Beantwoording

7

Een quickscan is bedoeld om aan te tonen of er beschermde flora en fauna aanwezig is/er potenties liggen, is dit niet het geval kan worden geconcludeerd dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet nodig is. Is beschermde flora en fauna wel een aandachtspunt dan moet er nader gemotiveerd worden. In dit geval is dat gedaan via de rapportage waarin ook in de quickscan is gerapporteerd. In de quickscan is op basis van de veldbezoeken en de aangetroffen actuele natuurwaarden en potenties een onderbouwde inschatting gemaakt of sprake is van een mogelijk effect en eventuele overtreding van de Wet natuurbescherming. Binnen de werkgrenzen (lees: de woningbouwlocaties) in het plangebied zijn geen voortplantings- of rustplaatsen of potenties daarvan voor beschermde soorten aangetroffen. Het is aannemelijk dat er geen voortplantings- of rustplaatsen in de omgeving van het plangebied worden aangetast. De quickscan flora en fauna is geactualiseerd en er is een plan van aanpak i.v.m. dassen opgesteld. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat geen verbodsbepalingen worden overtreden. Beide rapportages maken onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

j.

De velddagen van de quickscan zijn met betrekking tot de das uitermate slecht gekozen.

Zienswijze De velddagen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna (in juli 2020) zijn slecht gekozen, omdat dit één van de maanden van het jaar is waarbinnen de minste activiteiten van dassen plaatsvinden. Bovendien was het in juli 2020 ook erg droog wat extra nadelig is voor het vinden van sporen van dassen. Beantwoording In het Kennisdocument DAS van BIJ12 (versie 2017) is aangegeven dat sporenonderzoek het gehele seizoen mogelijk is. De droogte maakte de sporen inderdaad minder uitgesproken zichtbaar, doordat prenten zich minder goed aftekenden, echter was de zichtbaarheid voldoende voor de onderbouwing en het advies. Bovendien was de ecoloog voordat het sporenonderzoek plaatsvond al op de hoogte van de aanwezigheid van de das. De quickscan flora en fauna is geactualiseerd en er is een aanvullend onderzoek naar dassen uitgevoerd. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat geen verbodsbepalingen worden overtreden. Beide rapportages maken onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

k. Over andere diersoorten worden te kort door de bocht conclusies getrokken in de quickscan. Zienswijze

8

Het is opmerkelijk dat op basis van 2 velddagen door een ecoloog kan worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van eekhoorns en kleine marterachtigen binnen de werkgrenzen van het plangebied is uitgesloten. Omdat opstallen worden afgebroken is naar vleermuizen en vogels nader onderzoek noodzakelijk. Ook is het vreemd dat de werkzaamheden (o.a. het aanleggen van lanen waarvoor bos moet worden gekapt) geen nadelige invloed hebben op vleermuizen en vogels. Beantwoording De quickscan flora en fauna heeft plaatsgevonden in verband met de geplande nieuwbouw en renovatie in het plangebied. Aangezien hiervoor op basis van het vigerende bestemmingsplan nog geen planologische grondslag bestaat moet gemotiveerd worden dat er geen strijdigheden zijn met de Wet natuurbescherming. Voor de overig in het plangebied beoogde werkzaamheden geldt dat deze op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds planologisch zijn toegestaan. Zodra de werkzaamheden worden uitgevoerd moet worden beoordeeld of sprake is van een ontheffingsplicht en/of een eventuele ontheffing verleend kan worden. Met de werkgrenzen wordt in de rapportage bedoeld: de locaties waar de nieuwbouw (kavels voor ruimte voor ruimte woning en landgoedwoningen) en de renovatie plaats gaat vinden. In geval van de kavels aan de Vinkelsestraat is geen sprake van bebouwing of beplanting.

Het betreft hier slechts een voormalige akker voor wisselteelt die nu is ingezaaid met gras. Ter hoogte van de kavel aan de Kasteellaan is sprake van een ‘losse muur met fundamenten van een schuur’ en fruitbomen welke deels zullen worden gekapt. Ter hoogte van de locatie waar renovatie plaats gaat vinden, nabij het landhuis, is sprake van oude te renoveren bebouwing en beplanting die behouden blijft. Geen sprake is van het afbreken van bebouwing. Door de ecoloog is tijdens het veldbezoek bekeken in hoeverre potenties voor beschermde soorten binnen de werkgrenzen aanwezig zijn en in hoeverre de ingrepen binnen de werkgrenzen die kunnen aantasten. Daarbij is aanvullend bezien in hoeverre de ingrepen binnen de werkgrenzen flora en fauna rondom de werkgrenzen aantast. Specifiek gaat het dan om het foerageergebied van de das (die buiten de werkgrenzen zijn verblijf heeft) dat door de ontwikkeling van kavels aan de Vinkelsestraat afneemt. Hierbij zijn de geplande werkzaamheden in het overige foerageergebied van de das in het plangebied betrokken. In de rapportage is vervolgens geconcludeerd dat door de ingrepen binnen de werkgrenzen geen soorten worden aangetast, maar dat wel maatregelen moeten worden getroffen om soorten buiten de werkgrenzen niet aan te tasten (dassen). De quickscan flora en fauna is geactualiseerd en er is een plan van aanpak i.v.m. dassen opgesteld.

Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat geen verbodsbepalingen worden overtreden. Beide rapportages maken onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

l.

Het merendeel van de maatregelen om een natuurfunctie terug te brengen op het landgoed zijn niet bevorderend voor de das.

Zienswijze Het verschralen van het gebied, o.a. het verwijderen van de vruchtbare toplaag, met als doel het realiseren van een kruidenrijk grasland is desastreus voor de das. Dassen zijn gebaat bij kort gehouden graslanden waar voldoende regenwormen aanwezig zijn (bemesting) en waar de

9

das die regenwormen ook kan bemachtigen (kort gras). Het doel van de nieuw aan te leggen natuur is het verkrijgen van een kruidenrijk grasland. De voorgestelde beheersmaatregelen, extensieve bemesting en/of beweiding, staan daar haaks op. Beantwoording Het verwijderen van de vruchtbare toplaag heeft plaatsgevonden ter hoogte van de al aangelegde natte hooilanden in het plangebied (voorheen akkers met wisselteelt). Voor het fauna- en kruidenrijk grasland is dit niet aan de orde, de vruchtbare toplaag blijft hier intact. De dassen vinden hier nu al hun voedsel en dit blijft zo. Verder laat dit natuurdoeltype ook beweiding toe. Door dit toe te passen wordt het grasland kort gehouden en bemest. In verband met het leefgebied van de das is hier specifiek naar gekeken bij het opstellen van het inrichting- en beheerplan, dat ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd aan de stukken. Verder is een plan van aanpak i.v.m. dassen opgesteld, waarin ook het effect van de natuuraanleg op de Dassen is betrokken. Aanvullend wordt opgemerkt dat bij de totstandkoming van de plannen voor Landgoed de Berkt – in verband met de aanwezigheid van de das - de Dassenwerkgroep is betrokken. De adviezen van de Dassenwerkgroep zijn in acht genomen en negatieve effecten voor de das worden dan ook niet verwacht.

Dit blijkt ook uit het aanvullend uitgevoerde onderzoek naar dassen, waarbij de Dassenwerkgroep eveneens is betrokken. Het onderzoek is via een voorwaardelijke verplichting onderdeel gemaakt van de regels van het vast te stellen bestemmingsplan, zodat de hierin opgenomen maatregelen zijn geborgd en negatieve effecten voor de das niet aan de orde zijn. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

m. Hoe verhoudt de aanleg van de middenlaan zich tot de daarbij aanwezige burcht? Zienswijze Door de aanleg van de laan is de functionaliteit van de burcht al aangetast. Die maatregel was op zich al ontheffingsplichtig (Wnb). Hoe wordt vervolgens gewaarborgd dat de laan langs de burcht inderdaad niet wordt opengesteld voor het grote publiek? Het idee van een landgoed is juist dat een bepaald deel daarvan open wordt gesteld voor het grote publiek. Beantwoording Voor het aanleggen van de laan is door de initiatiefnemer een aanlegvergunning verkregen. Men was ten tijde van verlening op de hoogte van de aanwezigheid van de dassenburcht er nabij. Een en ander is beoordeeld, een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming was niet aan de orde. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

n. Hoe wordt geborgd dat de betreffende laan niet wordt opengesteld voor het grote publiek? Zienswijze

10

Hoe wordt gewaarborgd dat de laan langs de burcht inderdaad niet wordt opengesteld voor het grote publiek? Het idee van een landgoed is juist dat een bepaald deel daarvan open wordt gesteld voor het grote publiek. Beantwoording De laan wordt uitgerasterd. Dit is opgenomen in het inmiddels opgestelde inrichting- en beheerplan dat is toegevoegd aan de regels van het vast te stellen bestemmingsplan en dat via een voorwaardelijke verplichting in deze regels juridisch is geborgd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

o. Past het niet openstellen van een deel van het landgoed wel binnen het idee van een landgoed? Zienswijze Hoe staat het niet openstellen van een deel van het landgoed ten opzichte van het idee van een landgoed? Beantwoording Volgens de tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan vigerende provinciale landgoederenregeling bestaat verzekering van openstelling voor extensieve recreatie uit de aanleg van voorzieningen zoals wandelpaden. Deze zijn/worden op het landgoed aangelegd op plekken waar dit voor de das niet storend is. Door het centrale middengedeelte af te sluiten voor het grote publiek blijft nog steeds het grootste gedeelte van het landgoed openbaar toegankelijk. Bovendien is via de opengestelde delen van het landgoed nog steeds zicht op het centrale middengedeelte. De provinciale landgoederenregeling die ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vigeert sluit voor de openstelling aan bij de Natuurschoonwet. De beoogde openstelling van het landgoed voldoet aan vereisten die de Natuurschoonwet hiervoor stelt. De Natuurschoonwet vereist dat een opengesteld gedeelte van een landgoed een aaneengesloten gebied moet vormen van ten minste 5 hectare. Hieraan wordt, ook bij ‘afsluiting’ van het centrale middengedeelte voldaan. Verder geldt de aanwezigheid van een bepaalde hoeveelheid toegankelijke wandelpaden.

Deze zijn in de nieuwe situatie samen meer dan 1850 meter lang. Dit is 4,6 keer de vereiste lengte die de Natuurschoonwet v.w.b. het plangebied stelt. Uitgangspunt v.w.b. de openstelling is dat voldaan wordt aan de regels die de provincie hiervoor heeft gesteld. Hieraan wordt voldaan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

p. Het veldonderzoek voor de quickscan is inadequaat uitgevoerd, onder meer de aanwezige duiker is daar niet in meegenomen. Zienswijze In de rapportage van de quickscan flora en fauna is aangegeven dat de door Stichting Das & Boom aangegeven duiker onder de Vinkelsestraat, die in gebruik zou zijn door de das, niet aanwezig zou zijn. De duiker is wel aanwezig en wordt ook gebruikt door de dassen.

11

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze onder 1.g. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

q. De conclusie dat er een overmaat aan geschikt foerageergebied aanwezig is, is onwaar. Zienswijze Het adviesbureau stelt in de rapportage van de quickscan flora en fauna dat er in de omgeving van het plangebied een overmaat aan geschikt foerageergebied aanwezig is. Dit is niet juist. Het primaire foerageergebied (in een straal van 500 meter rondom de burchten) bevat nu: − het grasland tussen de burchten; − 0,4 hectare grasland ten zuiden van het landhuis; − 1,4 hectare grasland (paardenwei) ten oosten van de Vinkelsestraat in het verlengde van de duiker onder die weg. Het overgrote deel van het dassenterritorium is secundair foerageergebied. Het zijn akkers met wisselteelt van voornamelijk mais, aardappelen, bieten en grasland. Daar vindt de das maar mondjesmaat zijn eten. Het omvormen van het grasland tussen de burchten naar kruidenrijk grasland en het daarbij horende beheer is de doodsteek voor de das. Beantwoording Met ‘het plangebied’ worden in de quickscan en de onderbouwing de bouwkavels bedoeld. In verhouding tot deze relatief kleine kavels blijft er ruimschoots alternatief aanwezig ín en buiten het landgoed. Er wordt in de rapportage van de quickscan flora en fauna geen onderscheid gemaakt tussen primair en secundair foerageergebied. In verband met de dassen is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hierin is ingegaan op het foerageergebied van de dassen.

Het onderzoek is verwerkt in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan en is eraan toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt ten aanzien van het foerageergebied het volgende: “Foerageergebied in de directe omgeving. De Dassenwerkgroep Brabant heeft het foerageergebied op het landgoed beoordeeld. Zij heeft 3,4 hectare als primair foerageergebied aangeduid (geel omlijnd gebied op de afbeelding hieronder) en 2,5 hectare als secundair foerageergebied (blauw omlijnd gebied op de afbeelding hieronder).

12

Het beoordeelde secundaire foerageergebied neemt met 0,4 hectare (bouwkavels aan Vinkelsestraat) af. Het overige deel van secundaire foerageergebied, rondom de kavels tussen het bos en de Vinkelstraat, kan ingezaaid worden als grasland. Hiervoor kan een deel ingezaaid worden met een meerjarig grasmengsel met algemene overblijvende soorten, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. Door dit grasland op een bij het natuurdoel type passende wijze te bemesten zullen er veel regenwormen voorkomen wat als voornaam voedsel voor dassen aangemerkt wordt. Het bemesten kan door begrazing maar ook door effectieve bemesting. Ook is het van belang om het grasland regelmatig te beregenen. Indien wordt gekozen voor bemesting door middel van begrazing, dan zijn runderen meer geschikt ten opzichte van schapen, geiten of paarden. Omdat runderen het gras niet tot aan de wortel afbijten, blijft het gras gezonder, waardoor er meer wortelgroei plaats vindt. Hierdoor zal er meer voedsel aanwezig zijn voor de regenwormen waar de das van afhankelijk is. Hierdoor verbetert het secundaire foerageergebied, dat zich daardoor kan ontwikkelen tot primair foerageergebied. Van het primaire foerageergebied kan rustgebied gemaakt worden.

In het rustgebied in het primaire foerageergebied zouden enkele fruitbomen kunnen worden aangeplant met daarnaast bes- en vruchtdragende struiken. In deze fruit- bes- en vruchtdragende bomen en struiken dient voldoende variatie te zitten om zodoende het hele jaar rond voedselvoorziening te hebben. Dit levert een verbetering op van het primaire foerageergebied. Aanvullend is het mogelijk om de gronden ten zuiden van de Berktlaan-eveneens in het bezit van de initiatiefnemer en in agrarisch gebruik- te ontwikkelen tot secundair foerageergebied. Gedacht kan worden aan vergelijkbare inrichting en beheer als voor het resterende gedeelte van het door de Dassenwerkgroep Brabant aangeduide secundaire foerageergebied van de Das. Ook het aanleggen van schuilgelegenheden en fruitbomen is voorstelbaar. Als deze gronden als zodanig worden ingericht neemt het secundaire foerageergebied met 1,7 hectare toe. Per saldo zorgt de ontwikkeling voor het opwaarderen van 2,1 hectare secundair foerageergebied naar primair foerageergebied en het realiseren van 1,7 hectare aanvullend secundair foerageergebied. Verder zijn de lindebomen in de lanen op het landgoed een goede keuze.

Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.” De hierboven genoemde aanbevelingen zijn toegepast in het inrichting- en beheerplan en het landschapsontwerp voor het landgoed welke beide onderdeel uitmaken van het juridisch bindende gedeelte van het vast te stellen bestemmingsplan. Aanvullend wordt verwezen naar de tweede alinea van de beantwoording van de zienswijze onder 1.l. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

r.

De conclusie dat de twee nieuwe woningen aan de vinkelsestraat geen negatieve gevolgen hebben voor de das is nergens op gebaseerd.

Zienswijze De aanlegfase (verstoring door werkzaamheden) en de gebruiksfase (licht, geur, geluid) van de landgoedwoningen aan de Vinkelsestraat verstoren de door de das gebruikte wissels ernstig. Beantwoording

13

Er is aanvullend op de quickscan flora en fauna een onderzoek naar dassen uitgevoerd. Om verstoring van de door de das gebruikte wissels te voorkomen zijn in dit onderzoek maatregelen geadviseerd. Bij toepassing van deze maatregelen is geen sprake van verstoring. Dat gevolg wordt gegeven aan de maatregelen is geborgd via de hiervoor opgenomen voorwaardelijke verplichting in het juridisch bindende gedeelte van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

s. De conclusie over de boomgaard in de quickscan is niet juist. Zienswijze In de rapportage van de quickscan flora en fauna is opgenomen dat de boomgaard op de deellocatie Kasteellaan zich niet in het foerageergebied van de das bevindt. Dit klopt niet. Boomgaarden behoren tot het primaire foerageergebied van de das door de aanwezigheid van wormen aangevuld met valfruit. Beantwoording In de rapportage van de quickscan wordt enkel aangegeven dat in de boomgaard nabij de Kasteellaan door de dassen niet wordt gefoerageerd. Niet dat boomgaarden niet geschikt zijn om te foerageren. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

t.

De conclusie van het adviesbureau omtrent de ontheffing wet natuurbescherming houdt geen stand.

Zienswijze Volgens de reclamanten houdt de conclusie van het adviesbureau dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor de te verrichten werkzaamheden geen stand. Bovendien biedt een ontheffing Wnb ook meteen de mogelijkheden om alle te nemen maatregelen inclusief beheersmaatregelen vast te leggen. In het bestemmingsplan wordt alleen maar gesproken van een advies. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijzen 1.i, 1.l en 1.r >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

14

2. Zienswijze 2 – ontvangen op 21 januari 2022 (1646391) met aanvullende zienswijze op 28 januari 2022 (1647811) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De reclamant is niet uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. b. Wat betekent toekomstbestendig maken, zoals in het ontwerpbestemmingsplan genoemd? c. De reclamant vraagt zich af waarom het agrarisch bedrijf aan Berktstraat 7 niet is meegenomen in het milieutechnisch onderzoek. d. De in het bestemmingsplan gestelde toename van de verkeersbewegingen gaat zorgen voor onveilige situaties. e. De reclamant heeft twijfels over de toekomstige en huidige parkeersituatie, hij ziet daarbij graag dat de bestaande slagboom wordt verwijderd. f. In de toelichting van het bestemmingsplan is met betrekking tot de parkeerplaatsen geen rekening gehouden met groepsvervoer en daarbij horende grotere voertuigen. g. Reclamant stelt dat straatverlichting bij een parkeerplaats van een dergelijke afmeting noodzakelijk is. h. Reclamant stelt dat straatverlichting negatieve gevolgen heeft voor de aanwezige vleermuizen in het gebied. i. Worden diersoorten niet verstoord door het aanleggen en het gebruiken van de parkeerplaats? j. Het renoveren en aanpassen van de dwarsdeelschuur aan de buitenkant is niet goed voor de monumentale waarde hiervan. k.

Reclamant stelt dat op basis van de uitgevoerde quickscan er niet kan worden gesteld dat er geen vleermuizen in de aanwezige gebouwen zitten. l. Reclamant vraagt zich af of de beoogde nevenactiviteiten wel binnen de omgeving passen? m. Reclamant uit zijn zorgen over mogelijke horeca-activiteiten als onderdeel van de nevenactiviteiten. n. Reclamant vraagt zich af wat de openingstijden van de nevenactiviteiten zijn. o. Het bijgebouw kan niet voor zowel mantelzorg als bed & breakfast gebruikt worden. p. Voor de bouw van het bijgebouw dient een vergunning te worden aangevraagd. q. De nieuw te realiseren woningen liggen nabij de Peelrandbreuk. r. De reclamant heeft de indruk dat er met twee maten wordt gemeten. s. De omgevingsdialoog moet opnieuw worden uitgevoerd. t. Er is onvoldoende onderbouwd waarom er sprake is van een kwaliteitsimpuls met het toevoegen nieuwe bebouwing. u. Er is in het bestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden met het bedrijf van de reclamant. v. De Berkstraat is niet ingericht op een hogere verkeersbelasting, het is daarbij onduidelijk waarop de verkeerscijfers zijn gebaseerd. w. Het is onvoldoende duidelijk wat de nevenactiviteiten precies gaan inhouden. x. De reclamant heeft vraagtekens bij het waterplan.

a. De reclamant is niet uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. Zienswijze De reclamant is niet uitgenodigd voor de omgevingsdialoog en verbaast zich hierover. Beantwoording De gemeente vindt het belangrijk dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen met hun omgeving over hun plannen praten. Een initiatiefnemer van een ruimtelijk plan wordt door het college van

15

B&W dan ook geadviseerd om tijdens het maken van de plannen een omgevingsdialoog te voeren. Voor het voeren van een omgevingsdialoog heeft de gemeente (nog) geen eisen of richtlijnen vastgelegd. Het is dus vormvrij. De initiatiefnemer heeft de omgevingsdialoog in goed vertrouwen uitgevoerd, waarbij hij zijn omgeving heeft bepaald aan de hand van de afstand van de meer intensieve functies op het landgoed ten opzichte van omwonenden. De initiatiefnemer heeft, dit afwegende, de reclamant niet tot zijn omgeving gerekend. Met die reden is de reclamant niet uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

b. Wat betekent toekomstbestendig maken, zoals in het ontwerpbestemmingsplan genoemd? Zienswijze In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de initiatiefnemer Landgoed de Berkt toekomstbestendig wil maken. Wat betekent toekomstbestendig maken? Het lijkt erop dat het herstellen en verder ontwikkelen van het landgoed een verhulling is voor het creëren van zoveel mogelijk woningen en nevenactiviteiten voor eigen financieel gewin. Beantwoording De initiatiefnemer is al jaren bezig Landgoed De Berkt (op nieuwe wijze) te herstellen en om te vormen naar een natuurlandgoed. Dit past ook in de visie die de gemeente voor dit stuk van de gemeente heeft. Herstel en ontwikkeling van Landgoed De Berkt als natuurlandgoed gebeurt echter niet vanzelf en het kost veel geld. Het gaat dan niet alleen om derving van inkomsten (agrarische grond die wordt omgezet naar natuur), maar ook om de aanleg en het beheer op lange termijn. Hiervoor zijn inkomsten nodig. De initiatiefnemer wil die inkomsten genereren via subsidie van het Groen Ontwikkelfonds Brabant, de ontwikkeling van enkele kavels en nevenactiviteiten in bestaande bebouwing. In de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd dat de realisatie van de nieuwe woningen in verhouding staat tot de fysieke tegenprestatie die ervoor geleverd wordt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

c. De reclamant vraagt zich af waarom het agrarisch bedrijf aan Berktstraat 7 niet is meegenomen in het milieutechnisch onderzoek. Zienswijze In het bestemmingsplan wordt gerefereerd naar een uitgevoerd onderzoek. Bij dit onderzoek zijn een tweetal agrarische bedrijven onderzocht die binnen de hindercirkel van de nieuwe te realiseren woning aan de kasteellaan 1 vallen. Het bevreemd de reclamant dat het agrarisch bedrijf aan de Berktstraat 7 niet is meegenomen in dit onderzoek. Beantwoording Dat klopt. Het bestemmingsvlak van het bedrijf (grondgebonden agrarisch bedrijf) is gelegen op 175 meter van het nieuwe milieugevoelige object aan de Kasteellaan (bestemmingsvlak nieuwe schuurwoning) en op 320 meter van het meest nabij gesitueerde nieuwe milieugevoelige object aan de Vinkelsestraat (bestemmingsvlak zuidelijke woning).

Gezien voor het bedrijf (akkerbouw) ingevolge de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering een richtafstand (bestemmingsvlak bedrijf tot milieugevoelig object) van minimaal 30 meter geldt voor geluid, stof en gevaar, voor het fokken en houden van rundvee een richtafstand van minimaal 100 meter geldt en ingevolge de Verordening Fysieke Leefomgeving in onderhavig gebied (buitengebied) voor geur een vaste afstand geldt van 50 meter (er is voor Berktstraat 7 geen vergunning aanwezig voor dieren met geuremissiefactor) is beoordeeld dat het bedrijf op zodanig verre afstand is gelegen dat meenemen van het bedrijf in het ontwerpbestemmingsplan qua motivering niet nodig is.

16

Omdat er geen nieuwe milieugevoelige objecten nabij het bedrijf aan Berktstraat 7 komen te liggen, wordt het bedrijf namelijk niet in haar bedrijfsvoering gehinderd. Ook worden de nieuwe milieugevoelige objecten door het bedrijf niet in het woon- en leefklimaat beperkt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

d. De in het bestemmingsplan gestelde toename van de verkeersbewegingen gaat zorgen voor onveilige situaties. Zienswijze De Berkstraat is een eenbaansweg (zonder straatverlichting) welke de Kasteellaan met de Vinkelsestraat verbindt. De toename van 80 verkeersbewegingen in de dag- en nachtperiode zorgt voor onveilige verkeerssituaties. Er zal een aanpassing moeten worden gedaan in het huidige verkeersnetwerk, meer ontsluitingswegen en extra straatverlichting om de spelende kinderen en vele wandelaars een veilig gevoel te geven. Beantwoording De plannen voor de beoogde nevenactiviteiten zijn aangepast en nader gedefinieerd, hierdoor zijn ze verkleind en ingekaderd, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Dit is geborgd in de regels van het vast te stellen bestemmingsplan. Naar aanleiding van wijzigingen in de plannen voor de nevenactiviteiten is de verkeer- en parkeerparagraaf van de toelichting ook aangepast. Aanvullend wordt verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.f. Het aantal te verwachten verkeersbewegingen in de dag-/avondperiode is sterk verminderd. In de nachtperiode is geen sprake van meer verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen dat overdag- en in de avondperiode nog door het plan wordt gegenereerd vinden wij passend en acceptabel gezien de huidige verkeersstructuur. Het verkeersnetwerk en de ontsluitingswegen worden niet aangepast.

Er wordt geen extra straatverlichting toegevoegd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

e. De reclamant heeft twijfels over de toekomstige en huidige parkeersituatie, hij ziet daarbij graag dat de bestaande slagboom wordt verwijderd. Zienswijze Er is sprake van een toename van wandelaars en natuurliefhebbers die Landgoed de Berkt bezoeken. Dit zorgt voor een extra toename van parkerende auto's. Nu al, wordt er diverse malen in de berm aan de Berktstraat geparkeerd. Waar gaan deze voertuigen parkeren als de slagboom nabij de Kasteellaan, die toegang moet verschaffen tot de het bosperceel en de nieuwe parkeerplaatsen, dicht blijft? In de huidige situatie is deze slagboom nagenoeg altijd dicht. Reclamant ziet graag dat de slagboom wordt verwijderd en men permanent toegang heeft tot het bosperceel en de nieuwe parkeerplaatsen, om de huidige en toekomstige parkeeroverlast in de Berktstraat te verminderen. Beantwoording De slagboom wordt niet verwijderd, maar wordt tijdens de openstelling van het landgoed geopend om het parkeerterrein te kunnen bereiken. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 2.g. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

17

f.

In de toelichting van het bestemmingsplan is met betrekking tot de parkeerplaatsen geen rekening gehouden met groepsvervoer en daarbij horende grotere voertuigen.

Zienswijze Het op het landgoed te realiseren parkeerterrein en de toegang er naartoe houdt geen rekening met voertuigen die groepsvervoer mogelijk maken. Dit moet worden aangepast. Beantwoording Er wordt inderdaad geen rekening gehouden met voertuigen die groepsvervoer mogelijk maken. Het betreft hier een natuurlandgoed. Het natuurlandgoed is bedoeld voor extensief recreatief medegebruik. Denk aan een ommetje vanuit werk of woning of als onderdeel van het routenetwerk waarbij mensen elders hun wandeling starten. Het landgoed wordt niet ‘geopend’ voor intensieve dagrecreatie. De nevenactiviteiten waarbij groepsvervoer mogelijk aan de orde zou kunnen zijn, zijn geschrapt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan en daardoor niet meer opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het is niet aannemelijk dat het landgoed via groepsvervoer bezocht gaat worden, hiermee wordt dan ook geen rekening gehouden in de inrichting. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

g. Reclamant stelt dat straatverlichting bij een parkeerplaats van een dergelijke afmeting noodzakelijk is. Zienswijze Reclamant geeft aan dat straatverlichting bij een parkeerplaats met een dergelijke afmeting (500 m2) in een afgelegen bosperceel noodzakelijk is. Het dient minder aantrekkelijk gemaakt te worden voor auto inbraken of andere onveilige situaties. Beantwoording De door de reclamant hier aangevoerde argumenten zijn ook aan te voeren voor het behoud van de slagboom. Het landgoed is openbaar toegankelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang. Verder geldt voor de nevenactiviteiten dat deze zodanig zijn ingeperkt, dat alleen overdag nog activiteiten verwacht worden en geen sprake meer is van een groot parkeerterrein. Het gaat daardoor niet meer om structureel gebruik van een dergelijke parkeerplaats in de avondperiode en in de nachtperiode zijn er nagenoeg geen activiteiten. Hiervoor wordt geen straatverlichting aangelegd. Hooguit zal verlichting worden toegepast die ervoor zorgt dat men ziet waar men loopt (laag bij de grond/naar beneden schijnend). Bovendien betreft het hier een natuurlandgoed, waar spaarzaam met verlichting omgegaan zal worden. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

h. Reclamant stelt dat straatverlichting negatieve gevolgen heeft voor de aanwezige vleermuizen in het gebied. Zienswijze

18

De te realiseren parkeerplaats ligt op hetzelfde terrein als waar vleermuizen zijn gehuisvest. In het bestemmingsplan wordt geschreven dat met toekomstige buitenverlichting rekening gehouden dient te worden met deze vleermuizen. Reclamant vraagt zich af of het leefklimaat van de vleermuis niet sterk wordt beïnvloed door de aanwezige straatverlichting. Beantwoording Zoals aangegeven onder 2.g is geen sprake meer van een dergelijke parkeerplaats en wordt geen straatverlichting toegepast. Hooguit zal verlichting worden gebruikt die ervoor zorgt dat men ziet waar men loopt (laag bij de grond/naar beneden schijnend). >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

i.

Worden diersoorten niet verstoord door het aanleggen en het gebruiken van de parkeerplaats?

Zienswijze Worden diersoorten die een rustige leefomgeving wensen niet verstoord door het aanleggen en gebruiken van de parkeerplaats? Beantwoording Het potentiële effect van de parkeerplaats, zoals die in het ontwerpbestemmingsplan was beschreven, op beschermde soorten is beoordeeld door een ecoloog via een quickscan flora en fauna. De quickscan is onderdeel van het bestemmingsplan. Hieruit blijken geen belemmeringen voor beschermde soorten ten gevolge van de parkeerplaats. In het vast te stellen bestemmingsplan is geen sprake meer van een dergelijke parkeerplaats. Doordat het parkeren verkleind is zal dit eveneens geen belemmering vormen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

j.

Het renoveren en aanpassen van de dwarsdeelschuur aan de buitenkant is niet goed voor de monumentale waarde hiervan.

Zienswijze De initiatiefnemer moet de Rijksmonumentale dwarsdeelschuur op het landgoed slechts renoveren om de duurzaamheid van het Rijksmonument te vergroten. Dit trekt wandelaars aan. Door de door de initiatiefnemer voorgestelde aanpassingen van het Rijksmonument wordt de authentieke uitstraling teniet gedaan. Beantwoording De renovatie en wijzigingen van de Rijksmonumentale dwarsdeelschuur zijn beoordeeld door de monumentencommissie en akkoord bevonden. Het slechts renoveren van de Rijksmonumentale dwarsdeelschuur kost geld en levert geen inkomsten op voor het landgoed. Door enkele acceptabel bevonden wijzigingen aan de dwarsdeelschuur te laten plaatsvinden is het mogelijk deze een nieuwe functie te geven, waardoor deze weer gebruikt kan worden. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

19

k. Reclamant stelt dat op basis van de uitgevoerde quickscan er niet kan worden gesteld dat er geen vleermuizen in de aanwezige gebouwen zitten.

Zienswijze Zowel in de dwarsdeelschuur als andere panden op het perceel is onderzoek gedaan naar vleermuizen. In dit onderzoek wordt vastgesteld dat de aanwezige panden niet geschikt zouden zijn voor vleermuizen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ze er niet daadwerkelijk zijn. In de avond worden er regelmatig vleermuizen gesignaleerd in de nabije omgeving van Kasteellaan 1. Reclamant betwijfeld of de uitkomsten van het ecologische quickscan betrouwbaar kunnen worden geacht. De reclamant ziet daarom graag dat een nieuw onderzoek wordt uitgevoerd. Beantwoording De uitgevoerde quickscan flora en fauna is geactualiseerd. Er heeft een extra veldbezoek plaatsgehad en de rapportage is aangepast. De conclusies zijn onveranderd: er is geen aanleiding voor een nader onderzoek naar vleermuizen. De reclamant motiveert inhoudelijk niet waarom wel aanleiding zou zijn voor de aanwezigheid van vleermuizen in de te renoveren bebouwing. Het staat de reclamant vrij om zelf een onderzoeksbureau in te schakelen voor een nader onderzoek. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

l.

Reclamant vraagt zich af of de beoogde nevenactiviteiten wel binnen de omgeving passen?

Zienswijze De reclamant vraagt zich af of de nevenactiviteiten op het landgoed niet zullen zorgen voor geluidsoverlast voor omwonenden en dieren door het wegrijden van auto’s of personen die buiten napraten. Beantwoording Door Geurts Technisch Adviseurs is onderzoek gedaan naar de geluidseffecten van de nevenactiviteiten op de omgeving. Door Buro Maerlant is een quickscan flora en fauna uitgevoerd waarin de potentiële effecten van het planvoornemen op beschermde soorten is beoordeeld. Beide onderzoeken maken onderdeel uit van het bestemmingsplan. De onderzoeken geven geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van hinder voor de omgeving. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

m. Reclamant uit zijn zorgen over mogelijke horeca-activiteiten als onderdeel van de nevenactiviteiten. Zienswijze Reclamant vraagt zich af of de initiatiefnemer, gelet op de nevenactiviteiten, voornemens is om een horecavergunning aan te vragen. Als er mogelijk ook alcoholische dranken mogen worden geschonken vreest de reclamant voor veel overlast in de avond/nachtelijke uren. Beantwoording Horeca is geen onderdeel van het initiatief. Het is daarom ook niet opgenomen/mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

20

n. Reclamant vraagt zich af wat de openingstijden van de nevenactiviteiten zijn Zienswijze Gevraagd wordt wat de openingstijden van de nevenactiviteiten zijn. Beantwoording De openingstijden zijn in het ontwerpbestemmingsplan niet begrensd. De nevenactiviteiten zijn in het vast te stellen bestemmingsplan echter zodanig beperkt, dat alleen overdag activiteiten verwacht worden. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

o. Het bijgebouw kan niet voor zowel mantelzorg als bed & breakfast gebruikt worden. Zienswijze De realisatie van een mantelzorgwoning welke, zoals wordt omschreven, ook kan worden gebruikt als een Bed & Breakfast wordt enkel kort benoemd en verder niet toegelicht. De mantelzorgwoning is bedoeld voor zorgbehoevende en kan derhalve niet voor een andere functie worden gebruikt. Mijn inziens is een Bed & Breakfast dan ook niet mogelijk. Beantwoording Het is de bedoeling een ruïne van een oude kippenschuur als bijgebouw bij de landgoedwoning te herstellen. Deze zal in de toekomst als recreatiewoning of mantelzorgwoning gebruikt kunnen worden. Het gebouw tegelijkertijd feitelijk voor beide functies gebruiken zal niet gaan. Het zal dus of voor mantelzorg of als recreatiewoning in gebruik worden genomen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

p. Voor de bouw van het bijgebouw dient een vergunning te worden aangevraagd. Zienswijze Voor de mantelzorgwoning is een omgevingsvergunning nodig, omdat deze gelegen is nabij een Rijksmonument. Deze kan niet vergunningsvrij worden gerealiseerd, zoals beschreven in het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording Bij het opstellen van het bestemmingsplan is ervan uitgegaan dat de beoogde mantelzorgwoning vergunningsvrij kon worden gerealiseerd. Naar aanleiding van de zienswijze is dit nader uitgezocht en blijken de vergunningsvrije mogelijkheden niet toereikend te zijn. In de regels van het bestemmingsplan is daarom nu een regeling opgenomen, zodat de mantelzorgwoning via een omgevingsvergunning gerealiseerd kan worden. In de toelichting is dit beschreven. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

q. De nieuw te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat liggen nabij de Peelrandbreuk.

21

Zienswijze De Peelrandbreuk ligt mogelijk in de buurt van de te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat. Deze afschuivingsbreuk reikt tot aan het aardoppervlak en scheidt de relatief omhoog bewegende Peelhorst van de relatief omlaag bewegende Roerdalslenk. Dit zogeheten ‘wijstverschijnsel’ is aardkundig uniek in Europa en derhalve wordt er door de Provincie geïnvesteerd op het wijstherstel. Het zou zonde zijn als dit unieke verschijnsel wordt verstoord door nieuwe woningen. Beantwoording Op onderstaande afbeelding is met een groene lijn de Peelrandbreuk weergegeven. Zichtbaar is dat deze niet over Landgoed De Berkt loopt.

Los van het gegeven dat deze breuk niet overal een nationaal parkwaardige uitstraling heeft, wordt dit unieke verschijnsel door de nieuwe woningen op het landgoed niet verstoord. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

r.

De reclamant heeft de indruk dat er met twee maten wordt gemeten.

Zienswijze Reclamant begrijpt niet waarom de gemeente medewerking verleent aan nevenactiviteiten bij het landgoed, maar in het verleden geen medewerking heeft verleend aan nevenactiviteiten bij zijn agrarisch bedrijf. Beantwoording Voor ieder initiatief wordt beoordeeld of het aansluiting vindt bij het gemeentelijke beleid en passend is op de plek waarvoor het initiatief is beoogd. Het initiatief dat mogelijk wordt gemaakt via dit bestemmingsplan past in het gemeentelijke beleid en op de voorgestane locatie. Met die reden wordt medewerking verleend aan dit initiatief. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de vigerende situatie reeds mogelijkheden bestaan om via een afwijking van het bestemmingsplan (binnenplanse afwijkingsmogelijkheid) nevenactiviteiten bij het landgoed te vergunnen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

s. De reclamant is van mening dat de omgevingsdialoog opnieuw moet worden uitgevoerd.

22

Zienswijze Uit de stukken blijkt dat er een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Bij de omgevingsdialoog van 2019 zijn echter niet alle omwonenden uitgenodigd. Cliënt zit met het bouwblok nagenoeg tegen het landgoed aan, maar is niet uitgenodigd. Daarnaast zijn er nog vier gezinnen die niet benaderd zijn, maar wel in de nabijheid wonen. Ook is van belang dat de buurt inmiddels alweer drie jonge gezinnen zijn komen wonen en daar komen er binnenkort nog drie bij. Ook deze zijn allemaal niet betrokken. Cliënt is derhalve van mening dat de omgevingsdialoog over zou moeten worden gedaan. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.a., wat wordt aangevuld met het navolgende. Wij zijn van mening dat opnieuw/aanvullend een omgevingsdialoog voeren niet zinvol is, omdat: De reclamant in de gelegenheid is gesteld om tijdens het planproces voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan mee te denken over de plannen. Via een publicatie in de lokale weekbladen is er tijdens een open monumentendag namelijk een informatiemiddag georganiseerd waar de plannen voor het landgoed zijn toegelicht en erover in gesprek kon worden gegaan. De informatiemiddag was voor iedereen openbaar toegankelijk en ook goed bezocht. De reclamant heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Het ontwerpbestemmingsplan al ter inzage heeft gelegen voor zienswijzen, waarvan door de reclamant alsook andere omwonenden gebruik is gemaakt. Alle zienswijzen zijn zorgvuldig afgewogen en diverse ervan hebben geleid tot aanpassing van de plannen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

t.

Er is onvoldoende onderbouwd waarom er sprake is van een kwaliteitsimpuls met het toevoegen nieuwe bebouwing.

Zienswijze De reclamant is van mening dat het toevoegen van de extra bebouwing onvoldoende onderbouwd is. Het plan is gepresenteerd als kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Cliënt ziet echter niet in waarom de bebouwing die de gemeente thans wilt toestaan als kwaliteitsimpuls kan worden gezien. Onvoldoende is aangetoond dat deze bebouwing noodzakelijk is. Cliënt kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het om financieel gewin te doen is. Dit zeker ook gezien de leeftijd van initiatiefnemer. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.b, wat wordt aangevuld met het navolgende. De initiatiefnemer wil het landgoed voor de toekomst graag behouden, ook als hij er zelf niet meer is. Dit doet hij via het vastleggen van verplichtingen ten aanzien van de voorgestelde plannen in het bestemmingsplan en op andere bindende wijzen: overeenkomsten en subsidies. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e4c6cb3c-adbe-43c1-a317-2098bcd8edad