CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Planregels Landgoed de berkt_bijlage 5

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan landgoed De Berkt7.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PLAN VAN AANPAK DASSEN

Locatie: Kasteellaan 1 Heesch Rapportnummer: 2023-BE-0539 In opdracht van: Pittiger in planologie Verwestraat 32 5491 BZ Sint Oedenrode

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0539 Opdrachtgever Pittiger in planologie Contactpersoon Mevrouw N. van de Goor Locatie Kasteellaan 1 Heesch Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal

Opleverdatum 5 mei 2023 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

SAMENVATTING

De eigenaar van Landgoed de Berkt aan Kasteellaan 1 in Heesch is voornemens het landgoed te herstellen en toekomstbestendig te maken. Hiervoor vormt het voormalig op het landgoed aanwezige sterrenbos de basis. De financiële drager voor dit alles bestaat uit subsidie van het Groen Ontwikkelfonds Brabant, de ontwikkeling van rode functies en de toevoeging van nieuwe functies aan bestaande bebouwing. Het gaat dan om de ontwikkeling van twee woningen aan de Vinkelsestraat, welke daar een nieuwe poort vormen tot het landgoed. Ook wordt één woning aan de Kasteellaan toegevoegd, deze refereert aan de algemene agrarische ontwikkeling die door de jaren heen ook op Landgoed de Berkt van toepassing was. Verder wordt er in één van de bijgebouwen bij de hoofdwoning (Rijks monumentale dwarsdeelschuur) een lichte nevenfunctie mogelijk gemaakt: een kantoor zonder baliefunctie. In een ander bijgebouw bij de hoofdwoning (ruïne van een voormalige kippenschuur) wordt een recreatiewoning mogelijk gemaakt. Op het landgoed zijn al jaren een bewoonde dassenburcht en bijburcht aanwezig. De das is een beschermde diersoort. In verband met de voor het herstel benodigde werkzaamhedenwerkzaamheden mag geen sprake zijn van overtreding van de Wet natuurbescherming. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek naar het leefgebied van dassen.

Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Dit rapport toont aan dat door het treffen van de juiste maatregelen geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Met het realiseren van de twee woningen zal ongeveer 4.000 m2 van het secundair leefgebied van dassen verloren gaan. Secundair leefgebied in de huidige context betreft is foerageergebied van secundair belang waar dassen met name voedsel zoeken als er -permanent of tijdelijk- geen of weinig regenwormen beschikbaar zijn. Het leefgebied van dassen varieert tot aan 300 hectare rondom een burcht. Het landgoed zelf beslaat 15 hectare. Door aanpassingen in de directe omgeving van de burcht wordt het primaire leefgebied van dassen dusdanig verbeterd dat het leefgebied van de das in kwaliteit en foerageermogelijkheden minimaal vergelijkbaar blijft met de huidige situatie. Met primair leefgebied wordt een foerageergebied bedoeld waarin dassen hun belangrijkste voedsel, regenwormen, in voldoende mate kunnen vinden, dus van primair belang. Zo zal de bestaande wissel beplant worden met noot- en besdragende struiken, zodat er meer foerageermogelijkheden ontstaan en de das beschermd wordt tegen verstoring.

Ook zal de voormalige maisakker ingezaaid worden als grasland en zal dit grasland worden bemest en begraasd door runderen. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige dassen en hun functioneel leefgebied omdat dit leefgebied in de directe nabijheid van de aanwezige burcht verbeterd wordt. Met deze voorwaarden wordt de ecologische functionaliteit van het gehele bestaande leefgebied met bijbehorende functies geborgd en is overtreding van het verbod niet aan de orde. Een ontheffingsaanvraag bij het bevoegd gezag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Freek Rovers Frenk van de Wal Brabant Eco Mei 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 2 1.

INLEIDING ..................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ....................................................................................................................... 4

1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4

2.

De das Meles meles ...................................................................................................... 6 2.1 Uiterlijk.................................................................................................................................. 6 2.2 Verspreiding .......................................................................................................................... 6 2.3 Verblijfplaatsen .................................................................................................................... 7 2.4 Territorium............................................................................................................................ 8 2.5 Voedselkeuze ........................................................................................................................ 8 2.6 Voortplanting ........................................................................................................................ 8 2.7 Waarneming .......................................................................................................................... 8

3.

PLANGEBIED ............................................................................................................... 10 3.1 Ligging plangebied ............................................................................................................. 10 3.2 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 12

4.

SOORTENONDERZOEK ................................................................................................ 14 4.1 Veldonderzoeken ................................................................................................................ 14 4.2 Resultaten onderzoek ........................................................................................................ 14

5. EFFECTENBEOORDELING ................................................................................................. 19 5.1 Dassen ................................................................................................................................. 19

6.

AANBEVELINGEN ........................................................................................................ 20

7.

WETTELIJK KADER ....................................................................................................... 23 7.1 Beschermde planten en dieren .......................................................................................... 23 7.2 Habitatrichtlijn ................................................................................................................... 23 7.3 Overige beschermde soorten ............................................................................................. 24 7.4 Zorgplicht ............................................................................................................................ 24 7.5 Dassen op landgoed de Berkt ............................................................................................. 25 7.6 Gunstige staat van instandhouding................................................................................... 25

8.

BRONNEN ................................................................................................................... 26

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding De eigenaar van Landgoed de Berkt wil het landgoed op hedendaagse wijze herstellen en toekomstbestendig maken. De lanen van het sterrenbos worden – voor zover mogelijk – hersteld. In de ruimten tussen de lanen wordt natuur aangelegd die aansluiting vindt bij de kenmerken van het gebied, de aanwezige fauna en de potenties die het gebied daarvoor biedt en het voor dit gebied geformuleerde natuurbeheertype. Verder wordt een duurzaam watersysteem ontwikkeld. De toegankelijkheid van het landgoed wordt verbeterd (routes) en er wordt een samenhangende beeldtaal toegepast die tot uiting komt in de poorten, toegangen en het meubilair. Dit verhoogt de recreatieve aantrekkelijkheid van het landgoed. Dit houdt in het herstellen van de allure van het landgoed als cultuurhistorisch monument, een duurzaam watersysteem ontwerpen en de biodiversiteit verhogen, maar ook het beheer en onderhoud op lange termijn veiligstellen. Zo wordt onder andere een voormalig sterrenbos dat deels op het eigendom van de eigenaar van Landgoed de Berkt was gelegen nieuw leven in geblazen. De financiële drager van dit alles bestaat uit subsidie van het Groen Ontwikkelfonds Brabant, de ontwikkeling van rode functies en de toevoeging van nieuwe functies aan bestaande bebouwing.

Op het bestaande erf aan Kasteellaan 1 is men voornemens een Rijks monumentale dwarsdeelschuur te renoveren en in te richten als kantoorruimte. Een Cultuurhistorische stenen kippenschuur, die thans bestaat uit opnieuw gefundeerde en gestutte muurresten, wordt omgebouwd tot een recreatiewoning/mantelzorgwoning. Ten noorden van het hoofdgebouw is men voornemens in een voormalige boomgaard een nieuwe woning te realiseren. De benodigde parkeerplaatsen, 12 plaatsen, worden verspreid over het erf gerealiseerd. Op een voormalige maisakker van 2,5 hectare, grenzend aan de Vinkelsestraat, tegenover nr. 73 en 75, zijn aan de Vinkelsestraat twee nieuwe woningen voorzien. De woningen krijgen een eigen kadastraal perceel, van ieder ca. 2000 m2 groot. Tussen de beide percelen door ligt een laan. Het gaat hier om een herstelde diagonaal van het voormalige sterrenbos. Rondom de nieuwe woningen is op de bijbehorende kavels een tuin/ erf voorzien. Het plan voorziet in een nieuw te vormen ensemble van de 2 woningen welke worden gekoppeld via een toegangspoort ter hoogte van de diagonale tussen de kavels gelegen laan. Het overige deel van de maisakker (circa 10.000 m2) is al voorzien van landschapselementen, onder meer door de aanleg van een poel en kruidenrijk grasland.

Aan de oostzijde van de bouwkavels wordt een gedeelte van een Cultuurhistorische Noord-zuid laan opnieuw aangelegd, die tevens als semi verhard toegang geeft vanuit de Vinkelsestraat aan de nieuwe bouwkavels. Tussen deze nieuwe NZ-laan en de bestaande houtwal langs de Vinkelsestraat voorziet het plan in een verlaagde strook vochtig natuurterrein. Bij deze werkzaamheden is de initiatiefnemer gebonden aan de Wet natuurbescherming. In juli 2020 is door Buro Maerlant een quickscan flora en fauna uitgevoerd naar beschermde natuurwaarden binnen de werkgrenzen van de ontwikkeling, in 2022 en 2023 hebben om verschillende redenen herhaalbezoeken plaatsgehad, waarop de rapportage van de quickscan is aangevuld. (zie bijlage 1).

1.2 Doelstelling De aanwezigheid van de das binnen het landgoed was reeds bekend voorafgaand aan de uitvoer van het veldbezoek behorende bij de quickscan. Uit de quickscan blijkt dat de twee beoogde woningen aan de Vinkelsestraat zijn gelegen in het foerageergebied van de Das. Door de realisatie van de bouwkavels neemt het foerageergebied in grootte af. In de quickscan zijn nader uit te werken maatregelen gepresenteerd om achteruitgang van het foerageergebied te voorkomen. Aan Brabant Eco is de opdracht gegeven om een plan van aanpak voor de das op te zetten met een later op te stellen werkprotocol. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Voordat met de bouw van de woningen gestart kan worden moet er aan verschillende wetgevingen worden voldaan, waaronder de Wet natuurbescherming. Om de nadelige effecten van de werkzaamheden te voorkomen is dit plan van aanpak geschreven en op basis hiervan volgt later een ecologisch werkprotocol.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

2 3 4 5

2. De das Meles meles

2.1 Uiterlijk De das (Meles meles) behoort tot de familie van de marterachtigen (Mustelidae) en is met een kop-romp lengte van 65 centimeter een van de grootste voorkomende landroofdieren in Nederland. Het dier heeft een karakteristieke zwart/wit tekening op zijn kop. Het is een sterk, gedrongen gebouwd dier, met korte sterke poten. Het is een zogenaamde zoolganger met een karakteristiek hobbelgangetje. De das heeft aan de voorpoten vijf lange nagels, aan de achterpoten vijf korte. De poten, borst en onderbuik hebben kortere zwart/bruine haren, op de rug groeien stugge dekharen met daaronder een donzen ondervacht. In het veld is een mannetjesdas moeilijk te onderscheiden van een vrouwtje. Zijn kop is iets breder en zijn staart wat dunner. Het vrouwtje heeft een fraaie pluimstaart, waarmee ze haar jongen achter zich aanloodst. Een jonge das is te herkennen aan het formaat en het vaak speelse gedrag. Een jaarling is te herkennen aan de gave vacht en smetteloze witte banen bij de kop. In Nederland voorkomende dassen worden gemiddeld 5 jaar oud met een maximale leeftijd van 15 jaar. Jaarlijks sneuvelt ¼ tot 1/3 van de dassenpopulatie in het verkeer.

2.2 Verspreiding Dassen geven de voorkeur aan hoog en droog gelegen woonplaatsen voor het graven van hun burcht en van lager gelegen grazige terreinen (zoals weiland) voor het verzamelen van hun stapelvoedsel: regenwormen.. Ze houden van een kleinschalig weide- of akkerlandschap bij bosranden of houtwallen, maar ook meer open terreinen, zoals heidevelden komen dassen voor. Het leefgebied moet voldoende dekking en voldoende voedselaanbod bieden met zo weinig mogelijk verstoring. Als gevolg van het op grote schaal jagen op dassen in de eerste helft van de vorige eeuw bestond de populatie dassen in 1960 slechts uit 1200 dieren. Langzaam is deze populatie zich aan het herstellen en wordt momenteel op 6.000 geschat.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Voorkomen van dassen in Nederland; 1900, 1980 en 2010.

De verspreiding van de das is altijd beperkt gebleven tot bepaalde gebieden. In onder zeeniveau gelegen gebieden komt de das niet voor. De meeste dassen komen voor in het zuiden en midden van het land, maar de dieren keren langzamerhand terug naar het oude habitat in het noorden en oosten. De drie grootste populaties bevinden zich op de Veluwe, Zuid-Limburg en de Maasvallei. Deze populaties bevatten gezamenlijk zo’n 84% van alle dassen in Nederland. In onderstaande twee afbeeldingen wordt de verspreiding van de das op dit moment weergegeven. De eerste afbeelding geeft de verspreiding in Nederland weer terwijl de tweede afbeelding de verspreiding in de omgeving van het plangebied weergeeft volgens waarneming.nl. De ligging van het plangebied is met een rode cirkel aangegeven. In de directe omgeving van het plangebied zijn het laatste jaar geen waarnemingen doorgegeven.

Verspreidingsgegevnes van Meles meles

2.3 Verblijfplaatsen Normaal verblijven dassen gedurende de dag in een burcht.: een complex ondergronds holenstelsel. Voor het graven van een burcht wordt een hellend, met bomen begroeid terrein gekozen. Deze burchten worden vaak generaties na elkaar gebruikt en worden daardoor ook steeds complexer van structuur. Bij het graven wordt de aarde achterwaarts naar buiten en naar boven gebracht, waarbij een typische gekromde sleuf wordt gevormd. Vanaf een burchtsite vertrekken meerdere duidelijke wissels, die dan stilaan met de toenemende afstand vervagen. Een woongedeelte is bekleed met droog gras, mos, bladeren, dennennaalden en varenloof. In droge nachten wordt dit in de omgeving verzameld en achterwaarts de burcht ingetrokken. Dit wordt vaak vernieuwd. In de winter worden de pijpen soms van binnenuit gedicht met nestmateriaal. Ook de kraamkamer van de jongen is bekleed met plantenmateriaal. Er worden een viertal burchten onderscheiden naar gelang de structuur, het gebruik en de ligging: o De hoofdburcht, waar ook de jongen worden geboren, is het epicentrum van de lokale dassengroep. o Bijburchten bevinden zich op vrij korte afstand (100 meter) in de omgeving. Deze zijn niet permanent bezet en fungeren als reserve. o Een subsidairy bevind zich verderaf en wordt seizoenaal in gebruik genomen. (bv nabij een tijdelijke voedselbron).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Vluchtpijpen of “outliers”, die doorgaans enkel in geval van verstoring tijdens foerageren worden benut. Burchten kunnen, met een doorsnede tot meer dan 100 meter, opvallens groot worden en weerspiegelen een investering van jaren en generaties. In sommige gebieden is het voorhanden zijn van goede burchtsites een beperkende factor in de populatiedynamiek, met name door de uitbreidende urbanisering van gebieden, wegenaanleg en intensivering van de landbouw. Een gevarieerd landschap, waarin kleinere en grotere bossen, weiden en akkers met bijhorende lineaire elementen elkaar afwisselen, vormt in principe een ideaal dassenbiotoop. o

2.4 Territorium Het territorium van de das omvat enkele honderden hectare, afhankelijk van het aanbod aan voedsel. In een rijk agrarisch cultuurlandschap kunnen er wel 30 dassen leven op driehonderd hectare terwijl in andere gebieden slechts tien dieren op vijfduizend hectare leven. In Nederland is het territorium doorgaans tussen 30 en 50 ha groot. Een territorium bevat de burcht en voedselgronden van een familiegroep. Vaak overlappen de voedselgronden met die van nabijgelegen groepen

2.5 Voedselkeuze Dassen zijn alleseters. Ze eten voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en hommel- en wespenbroed. In bermen, akkerranden en slootkanten wroet de das vaak naar kevers en insectenlarven. Een das eet 400-600 gram per dag en het duurt vaak uren voordat hij genoeg voedsel heeft gevonden.

2.6 Voortplanting Dassen zijn niet monogaam, maar vaak blijft een paar de rest van hun leven bij elkaar. De paartijd van de das valt in de vroege lente, maar soms wordt er ook in andere maanden, met name in de zomer, gepaard. In februari-maart worden de jongen geboren. De werkelijke draagtijd bedraagt echter maar 7 weken, aangezien de implantatie van de bevruchte eicel niet meteen plaatsvindt. Een worp bestaat uit twee tot vier, maar meestal uit twee of drie jongen. De ogen openen zich na ongeveer vijf weken en na twaalf weken worden de jongen gespeend. In de eerste 6 tot 8 weken van hun leven blijven de jongen ondergronds, daarna gaan ze voorzichtig de wereld boven verkennen. Als ze de burcht uitgaan komt de moeder eerst de omgeving met gesnuffel inspecteren. Dan gaat ze terug om haar jongen op te halen. In het begin blijven ze maar kort buiten en schieten ze bij het minste teken van onraad terug in de veilige burcht. Na een week worden ze wat moediger en beginnen hun omgeving te onderzoeken en met dartele spelletjes met elkaar te spelen. Later worden ze door de moeder meegenomen en leren zelf hun eten te zoeken. Sommige jonge dieren blijven in de familiegroep, maar andere maken vaak lange trektochten op zoek naar een nieuw territorium.

2.7 Waarneming De das is goed waarneembaar door de vele sporen die hij achterlaat. Zowel zijn loopsporen, eetsporen, uitwerpselen en bewoningssporen, zijn vrij goed herkenbaar. Dassenburchten zijn te herkennen aan de grote hoeveelheden zand en ‘gemorst’ nestmateriaal, waardoor ze te onderscheiden zijn van vossenholen. Op deze stortbergen loopt vaak een geul en er zijn dassenharen en loopsporen op te vinden. Bij oudere burchten zijn vaak 20 tot 30 cm brede wissels tussen de holingangen en foerageergebieden of plekken met nestmateriaal te vinden. Ook zijn er vaak mestputjes in de buurt van de burcht. De vorm van een niet al te oud en uitgesleten dassenhol is iets breder dan hoog met een diameter van 25 tot 30 cm. Andere dieren zoals muizen, kleine marters en vossen, leven vaak bij de dassen in hun burcht. Loopsporen van de das zijn goed herkenbaar. Ze hebben de vorm van een halvemaan met 5 ovale tenen met zware nagelafdrukken van lange nagels aan de voorpoten tot wel 3 cm. Ze zijn 5 tot 6 cm breed met een niervormig midden voetkussen. Dassen lopen, in tegenstelling tot alle andere marterachtigen, niet in de typische martersprong, maar met een schommelende stap of draf.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Uitwerpselen van de das zijn zwart, donkergroen, vast en worstvormig tot bruin, geel en dikvloeibaar en vormloos. Dit is afhankelijk van het gegeten voedsel. De das graaft kleine, 10 tot 15 cm diepe, putjes om zijn uitwerpselen in te deponeren. Deze mestputjes maakt de das in de omgeving van de burcht, aan de bosrand, in het foerageergebied en langs territoriumgrenzen. Vraatsporen van de das kun je aantreffen op maïskolven. Ze knakken de stengels, waardoor ze bij de maïskolven kunnen en trekken de schutbladen er in smalle rafels vanaf. De das laat ook graafsporen achter, wanneer hij op zoek is naar voedsel. Dit is echter van kleinere omvang dan bij everzwijnen. Dassen krabben ook wel eens de bodem aan de voet van dode bomen uit wanneer ze op zoek zijn naar insecten. De das is een stil dier, toch kan hij veel verschillende geluiden maken. In opwinding maakt de das mekkerende, tokkende, snuivende en grommende geluiden. Bij de jongen maakt de das piepende en kirrende geluiden. Bij bedreiging is een diep, zwaar gebrom te horen en bij angst, gevechten en hevige pijn schreeuwt hij hard.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

3. PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in Heesch tussen de Kasteellaan ter hoogte van nummer 1 en de Vinkelsestraat tegenover nummer 73 en 75. Het plangebied bestaat uit een landgoed bestaande uit een hoofdgebouw met bijgebouwen omgeven door een gracht en een tuin. Het overige deel van het landgoed bestaat uit lanen, bos en relatief grote percelen grasland. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern van Heesch aan de splitsing Berktstraat, Kasteellaan en Jonkersstraat en loopt tot aan de Vinkelstraat. De directe omgeving bestaat uit bedrijfsbestemmingen en burgerwoningen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding.

Heesch

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie in oranje omcirkeld Bron: Google maps.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Planlocatie blauw omlijnd, in rood globaal de locaties van ingrepen. Bron: Bureau Maerlant

Beschikbare kaart van BRAGIS bijgevoegd bij het bestemmingsplan eind 2022

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

3.2 Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een vlakke westelijke uitloper van het hogere dekzand ten oosten van de Vinkelsestraat, te midden van kleinschalig cultuurlandschap op Berkt. Het omliggende landschap bestaat uit woonerven, bospercelen, veeweiden, akkerlanden, landwegen en houtwallen. In de bospercelen middenin het projectgebied staan verschillende soorten loofbomen, waaronder eiken, esdoorns, berken, lijsterbessen, hulst, vuilboom en dennen. De dennen zijn restanten uit het als productiebos voor mijnhout uit de tijd en aanleg door Kasteel Heeswijk, periode 1849 tot 1967, toenmalig eigenaar van het voormalige landgoed. Het plangebied en de omgeving is pas relatief recent, sinds 2003, leefgebied voor de das geworden, nadat dassen van elders zich aanvankelijk in het de oude bospercelen zijn neergestreken, maar noodgedwongen door de hoge grondwaterstand in de winter verhuisd zijn naar de opslag langs de bosrand van vrijgekomen grond bij de aanleg van 2 kikkerpoelen in het eerste plan van de initiatiefnemer voor de verfraaiing van het landgoed uit 1998. De initiatiefnemer is toen overgestapt van maisteelt op de landbouwgrond en is ca 6 hectare vanaf 2003 tot 2016 in agrarisch natuurbeheer geweest, ontwikkeling van Kruiden- en faunarijk grasland. Daarna zijn de percelen weer enkele jaren in regulier agrarisch gebruik geweest tot oktober 2019.

Samen met de nieuw aangekochte percelen F297 en F813 en een gedeelte van F814 zijn in 2019 ca 6,4 hectare landbouwgrond via het GOB definitief omgevormd tot nieuwe natuur bestaande uit, 3,6 ha vochtig hooiland met wijst herstel, en 2,8 ha Kruiden- en faunarijk grasland. Voor het herstel van het landgoed en het toekomst bestendig maken ervan is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Hiervoor is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, dat vanaf eind december 2021 voor 6 weken ter inzage heeft gelegen. Het bestemmingsplan moet nog door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet onder andere in de omvorming van landbouwgrond naar natuur (lichtblauwe gedeelte op onderstaande afbeelding) en de realisatie van woningen (lichtgele gedeelten op onderstaande afbeelding).

Deze recente luchtfoto geeft details weer van de structuren in het naar natuur omgevormde gebied; die van belang voor foerageermogelijkheden voor de dassen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Detail kavels aan de Vinkelsestraat, rechts en Kasteellaan 1 links: Bron Landschapsplan Kruit-Kok 2022

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

4. SOORTENONDERZOEK 4.1 Veldonderzoeken Op donderdag 16 maart in de middag is de planlocatie bezocht door ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers, vergezeld door de initiatiefnemer, Frans de Laat. De temperatuur lag rond de 11 graden Celsius en het was zonnig en droog. Tijdens dit veldonderzoek is gezocht naar sporen van dassen met als doel om te bepalen welke delen van de planlocatie dienen als belangrijk leefgebied voor de dassen. Op woensdag 5 april in de middag is de planlocatie nogmaals bezocht door ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers. Ditmaal vergezeld door Annemarie van Diepenbeek en Willy Thijssen van de Stichting Dassenwerkgroep Brabant. De temperatuur lag rond de 12 graden Celsius en het was bewolkt, doch droog. Met behulp van de experts van de Dassenwerkgroep kon een onderscheid worden gemaakt tussen het primaire foerageergebied binnen het plangebied en het secundaire foerageergebied binnen het plangebied. In de huidige context slaan de woorden primair en secundair op het belang dat de das heeft bij het behouden van het foerageergebied. Een primair foerageergebied is een gebied waarin dassen hun belangrijkste voedsel, namelijk regenwormen, in voldoende mate kunnen vinden. Een dergelijk gebied is van primair belang om te behouden.

Een secundair foerageergebied is een gebied waar de das met name naar voedsel zal zoeken zodra het primaire foerageergebied niet toereikend is en is dus van secundair belang. Het plangebied is onderzocht door het plangebied rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aan of afwezigheid van sporen van de dassen. De dieren zelf zijn midden op de dag niet actief. De focus bij de onderzoeken lag vooral op het vinden van de paden waar de dassen gebruik van maken en het vinden van sporen van het foerageren. Ook de hoofd- en bijburcht zijn, op afstand, onderzocht op verse graafsporen die indicatief zijn voor de aanwezigheid van dassen. Vanwege de gevonden sporen tijdens het tweede onderzoek was redelijkerwijs te verwachten dat er jongen in de hoofdburcht aanwezig zouden zijn. Deze is geen tweede keer bezocht om de das niet te verstoren tijdens de kraamperiode.

4.2 Resultaten onderzoek Wissels Er is een duidelijke wissel gevonden in het oosten van het plangebied. Deze wissel liep aan het noorden van het voormalige maisveld en was te volgen tot de Vinkelsestraat. Onder de Vinkelsestraat loopt een betonnen duiker. De betonnen duiker zelf zat redelijk vol met voornamelijk bladafval. Vermoedelijk zijn de dassen hier al enige tijd niet geweest vanwege het regenachtige weer in de weken voorafgaand aan het veldonderzoek. De bodem van de duiker stond bij beide bezoeken onder water en gezien het feit dat dassen water mijden wanneer mogelijk, zouden de dassen dit pad niet zullen gebruiken zo lang als er water in de duiker staat. Daarnaast is zijn er in de weide grenzend aan de burcht wissels gevonden. Deze wissels liepen onder andere onder het draden hek door waarmee de schapen op de weide gehouden worden. Er is geen wissel gevonden die leidde naar de boomgaard op het erf aan Kasteellaan 1, waar beoogd wordt een woning te bouwen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Wissel noordzijde voormalig maisveld

Betonnen duiker onder de Vinkelsestraat met wissel.

Wissel weide grenzend aan de hoofdburcht.

Wissel onder draden hek tussen de hoofd- en bijburcht.

Foerageersporen De direct aan de hoofdburcht grenzende weide wordt regelmatig begraasd door schapen. Hierdoor blijft het gras korter dan 5 centimeter en daarmee zou het dan ook uitstekend foerageergebied kunnen zijn voor dassen. Tijdens het veldbezoek zijn snuitsporen van foeragerende dassen gevonden in deze aan de hoofdburcht grenzende weide. Vermoedelijk waren deze sporen niet ouder dan een paar dagen. Dit wijst erop dat de begraasde weide inderdaad een belangrijk foerageergebied is voor de dassen en dat de dassen nog in het plangebied aanwezig zijn. Tijdens het tweede bezoek werden dagverse snuitsporen gevonden in beide weides. Daarnaast werden er ook uitgegraven muizennesten gevonden op het oostelijke grasland. Dit werd door de experts van de Dassenwerkgroep geïnterpreteerd dat de dassen zeer actief zijn, en dat een uitgegraven muizennest een welkome, eiwitrijke voedselbron vormt, zeker in de zoogperiode waarin zogende vrouwtjes wel extra voedsel kunnen gebruiken. Dit is ook, samen met de aanwezigheid van grote hoeveelheden pitrus, de voornaamste reden dat dit oostelijke grasland wordt gezien als secundair foerageergebied voor de das. Er zijn geen foerageersporen gevonden in de boomgaard op het erf aan Kasteellaan 1, waar beoogd wordt een woning te bouwen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Graafsporen passend bij foeragerende dassen 16/3

Meer graafsporen passend bij foeragerende dassen 16/3

Snuitputje westelijke weide 5/4

Snuitputje centrale weide 5/4

Graafsporen passend bij foeragerende dassen 5/4

Uitgegraven muizennest 5/4

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Globaal overzicht van de bepaalde foerageergebieden. Geel omlijnd gebied is primair foerageergebied, blauw omlijnd is secunda ir foerageergebied. De rode cirkel is de locatie van de hoofdburcht. De blauwe cirkel is de locatie van de nu bewoonde bijburcht en de rode lijn is de te beschermen wissel die wordt gebruikt om naar de duiker onder de weg te gaan.

Graafsporen bij de burchten Op het landgoed zijn twee burchten aanwezig. Een hoofdburcht, die centraal op het landgoed ligt, en een bijburcht, die in het noordwesten van het landgoed ligt. Volgens de initiatiefnemer was de bijburcht in het verleden de hoofdburcht, maar zijn de dassen verplaatst, waarschijnlijk vanwege het hoge grondwater bij deze burcht. Hierdoor kon de bijburcht in natter weer waarschijnlijk gedeeltelijk onder water komen te staan. De nieuwe hoofdburcht ligt hoger en daardoor droger. Daarnaast bevindt de nieuwe hoofdburcht zich vlak bij de schapenweide, wat een belangrijk foerageergebied is gebleken. Aan de hand van de graafsporen was te bepalen dat de dassen de hoofdburcht nog actief onderhouden. Diezelfde sporen ontbraken op 16 maart bij de bijburcht, wat er op kan wijzen dat deze bijburcht niet in actief gebruik was op dat moment. Tijdens het tweede bezoek was de bijburcht duidelijk wel in gebruik. Zo was er een nieuwe latrine gegraven en waren er graafsporen te zien bij een van de ingangen. Het is zeer waarschijnlijk dat dit de sporen zijn het mannetje die tijdens de kraamperiode door het vrouwtje is verjaagd.

Graafsporen bij de hoofdburcht 16/3

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Gebrek aan graafsporen bij de bijburcht 16/3

17

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

Graafsporen bij de bijburcht 5/4

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Latrine met verse uitwerpselen 5/4

18

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

5. EFFECTENBEOORDELING

5.1 Dassen De grootte van een dassenterritorium is afhankelijk van het voedselaanbod en dus van de kwaliteit van het leefgebied. De grootte varieert van 30 tot 150 hectare in optimaal gebied, en van 150 tot 600 hectare in marginaal gebied. Het plangebied beschikt over zowel secundair als primair foerageergebied. Zowel de westelijke weide als de centrale weide zijn beoordeeld als primair foerageergebied door de experts van de Dassenwerkgroep. Zij beoordeelde het oostelijke grasland als secundair foerageergebied. Echter is het plangebied is een landgoed van 15 hectare, waardoor het onmogelijk is dat de familie dassen geheel afhankelijk van het landgoed. Met de bouw van twee wooneenheden gaat 4000 m 2 foerageergebied van dassen verloren. Er is gedetermineerd, door middel van het sporenonderzoek met behulp van de experts van de Dassenwerkgroep, dat het hier gaat om secundair foerageergebied. Er komt veel Pitrus voor. Pitrus is een indicatorsoort voor vochtige gronden. In vochtige gronden komen de grotere soorten regenworm, de voornaamste voedselbron van de das, niet voor. Deze grotere soorten moeten tot een meter diep kunnen graven zonder het grondwater te raken. Normaliter is een met pitrus begroeid landschap dan ook niet interessant voor de das.

Echter bleken er op dit terrein veel muizennesten in de grond te zitten, door de dassen opgegraven en zodoende vormden deze een aanvulling op het stapelvoedsel. De 4000 m2 secundair foerageergebied dat verloren gaat, kan gecompenseerd worden door het primaire foerageergebied en het overgebleven secundaire foerageergebied op het landgoed in kwaliteit te verbeteren. Ter compensatie is de initatiefnemer al voornemens om de wissel richting de duiker te beplanten met noot- en besdragende struiken, zodat de das beschut blijft en kan foerageren bij deze wissel.

Verbeelding dassen passage

Het plangebied kan door de wijze van beheer (meer) geschikt gemaakt worden voor de das. Onder andere door het verbeteren en blijven verbeteren van de habitat waarin de das zich veilig voelt en voldoende voedsel kan vinden. Het realiseren van een woning op het erf aan de kasteellaan zal geen invloed hebben op de gunstige instandhouding van dassen. Er zijn geen sporen van dassen gevonden in de boomgaard.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

6. AANBEVELINGEN

De initiatiefnemer wil de dassen met verblijfplaatsen op zijn perceel behouden. Indien de kwaliteit van het bestaande foerageergebied verbeterd wordt, gaan er geen foerageermogelijkheden verloren met het verdwijnen van de 4000 m 2 ten gevolge van de bouw van de twee wooneenheden met tuin. Er worden derhalve geen ontwikkelingen uitgevoerd op de planlocatie waardoor er een overtreding van de Wet natuurbescherming optreedt. Er is daarom geen ontheffing van het bevoegd gezag noodzakelijk. Ontwikkeling foerageergebied op het landgoed door de jaren heen Voor 1980 was het plangebied een boerderij met landhuis op perceel F814 groot 11,2 ha, waarvan 7,9 ha landbouw voor akkerbouw, voornamelijk aardappelen, suikerbieten, en later vooral de maisteelt. Naast de landbouw was er 3,3 ha aan erven, boomgaarden en een omgracht kasteelterrein en restanten van een oud sterrenbos. Er waren er geen dassen aanwezig in het laag gelegen en slecht ontwaterde gebied. Bij de ontwikkeling van het nieuwe landgoed (omvorming naar meer natuur) vanaf 1999 tot aan 2016, is de intensieve reguliere landbouw (waar de Das slechts matig voedsel vindt) voor het grootste gedeelte afgebouwd voor de ontwikkeling van kruiden- en faunarijk grasland in het kader van agrarisch natuurbeheer, onder het beheer van laat maaien om de uitgebloeide grassen en kruiden te oogsten als hooigras.

Een akker aan de Vinkelsestraat is steeds in regulier landbouwgebruik, de maisteelt, gebleven (blauw omlijnd gebied op de afbeelding op blz. 17). In die periode heeft omstreeks 2003 een dassenpaar zich op het landgoed gevestigd. In 2016 eindigde het agrarisch natuurbeheer. De voormalige landbouwgrond is toen weer in intensief agrarisch gebruik genomen. Tegelijkertijd is gestart met het maken van plannen om het agrarische gebruik van de gronden op permanente wijze om te schakelen naar natuur. Het landgoed is daarbij in 2019 uitgebreid met 3,6 hectare aangrenzende landbouwgrond. Al jaren lang in gebruik voor de maisteelt. Het areaal landbouwgrond is daarmee uitgebreid tot 11,5 hectare. Via het GOB zijn de aangekochte percelen in oktober 2019 deels afgegraven voor de ontwikkeling van vochtig hooiland, en de realisatie van wijstherstel. Aansluitend is 2,83 hectare van perceel F814 omgevormd tot kruiden- en faunarijk grasland. Voor de dassen zijn dit wezenlijke verbeteringen voor hun foerageergebied t.o.v. het intensievere agrarische gebruik. In 2019 is in totaal 6,43 hectare (permanent, want juridisch vastgelegd) verbeterd foerageergebied ontstaan voor de Das.

Foerageergebied in de directe omgeving. De Dassenwerkgroep Brabant heeft het foerageergebied op het landgoed beoordeeld. Zij heeft 3,4 hectare als primair foerageergebied aangeduid (geel omlijnd gebied op blz. 17) en 2,5 als secundair foerageergebied (blauw omlijnd gebied op blz. 17). Het beoordeelde secundaire foerageergebied neemt met 0,4 hectare (bouwkavels aan Vinkelsestraat) af. Het overige deel van secundaire foerageergebied, rondom de kavels tussen het bos en de Vinkelstraat, kan ingezaaid worden als grasland. Hiervoor kan een deel ingezaaid worden met een meerjarig grasmengsel met algemene overblijvende soorten, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. Door dit grasland op een bij het natuurdoel type passende wijze te bemesten zullen er veel regenwormen voorkomen wat als voornaam voedsel voor dassen aangemerkt wordt. Het bemesten kan door begrazing maar ook door effectieve bemesting. Ook is het van belang om het grasland regelmatig te beregenen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Indien wordt gekozen voor bemesting door middel van begrazing, dan zijn runderen meer geschikt ten opzichte van schapen, geiten of paarden. Omdat runderen het gras niet tot aan de wortel afbijten, blijft het gras gezonder, waardoor er meer wortelgroei plaats vindt. Hierdoor zal er meer voedsel aanwezig zijn voor de regenwormen waar de das van afhankelijk is. Hierdoor verbetert het secundaire foerageergebied, dat zich daardoor kan ontwikkelen tot primair foerageergebied. Van het primaire foerageergebied kan rustgebied gemaakt worden. In het rustgebied in het primaire foerageergebied zouden enkele fruitbomen kunnen worden aangeplant met daarnaast bes- en vruchtdragende struiken. In deze fruit- bes- en vruchtdragende bomen en struiken dient voldoende variatie te zitten om zodoende het hele jaar rond voedselvoorziening te hebben. Dit levert een verbetering op van het primaire foerageergebied. Aanvullend is het mogelijk om de gronden ten zuiden van de Berktlaan-eveneens in het bezit van de initiatiefnemer en in agrarisch gebruik- te ontwikkelen tot secundair foerageergebied. Gedacht kan worden aan vergelijkbare inrichting en beheer als voor het resterende gedeelte van het door de Dassenwerkgroep Brabant aangeduide secundaire foerageergebied van de Das. Ook het aanleggen van schuilgelegenheden en fruitbomen is voorstelbaar.

Als deze gronden als zodanig worden ingericht neemt het secundaire foerageergebied met 1,7 hectare toe. Per saldo zorgt de ontwikkeling voor het opwaarderen van 2,1 hectare secundair foerageergebied naar primair foerageergebied en het realiseren van 1,7 hectare aanvullend secundair foerageergebied. Verder zijn de lindebomen in de lanen op het landgoed een goede keuze. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.

Geel omlijnd gebied Primair foerageergebied F814 a F813+gedeeltelijk F297 totaal 1,7 ha Geel omlijnd gebied Primair foerageergebied F814 b 1,7 ha Blauw omlijnd Secundair foerageergebied 2.5 ha Totaal 4,9 ha Rode lijn is de wissel van het bosperceel naar de houtwal en duiker aan de Vinkelse straat. Oranje lijnen zijn de ‘nieuwe’ wandelpaden: lees de paden die nog geschikt zijn i.r.t. de maatregelen voor de Das

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539 Bescherming van de burchten Het is voor dassen erg belangrijk dat deze zich beschermd voelen in hun rustplaatsen. Daarom is het aan te bevelen om delen van het plangebied tot rustgebied te maken. Dat wil zeggen dat dit deel van het gebied zo weinig mogelijk betreden dient te worden. Te denken valt aan een afgezet deel van het landgoed waar zich een rust- en stiltegebied voor de das bevindt. Ook dient er een verbodsbepaling te komen voor het betreden van het landgoed tussen zonsondergang en zonsopgang. Deze twee maatregelen zullen voorkomen dat de das verstoord wordt door het recreatieve gebruik van het landgoed, zoals wandelen (met of zonder hond). Aan te bevelen is om bij het Brabants landschap hier formeel gestalte aan te laten geven. Bescherming van de wissels. Dit zal door het juist aanleggen van een variatie in beplanting ontstaan. Bij het afschermen van de wissel met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien.

De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn en hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor dassen, maar ook kleine knaagdieren, vogels, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Bescherming buiten het plangebied Er bevindt zich een duurzaam levensvatbare populatie dassen op het plangebied die zich op langere termijn zal kunnen handhaven mits deze zich veilig blijft voelen en voldoende voedsel kan vinden. De dassenpopulatie mag zeker niet afgeschermd worden van andere populaties in de omgeving. De weg ten oosten van het plangebied is een dodelijk obstakel voor de das. Aanrijding is de grootste doodsoorzaak voor volwassen dassen in Nederland. De wissel in het oosten van het plangebied leidt naar een duiker Waarbij aan weerzijden van de Vinkelsestraat een geleiding aangelegd zou moeten worden, zodat de duiker een veilige tunnel wordt om aan de andere kant te komen. Zoals beschreven is deze vanwege hoog water in de sloot aan de overzijde, niet het hele jaar toegankelijk. Gezien de plannen van het waterschap moet rekening worden gehouden met meer en hogere waterstanden in de sloot.

Mogelijk dat hier heel lokaal enige aanpassingen aangebracht kunnen worden, om te voorkomen dat er te vaak water in de duiker komt te staan. Op deze manier wordt een ondergrondse passage gerealiseerd, zonder dat er onder de openbare weg een nieuwe passage zou moeten worden gerealiseerd. Aangezien dit deel van de wissel zich niet binnen het plangebied bevindt, is aan te bevelen om deze verbetering van de duiker als dassenpassage voor te leggen bij de gemeente Bernheze.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

7. WETTELIJK KADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

7.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

7.2 Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EU-Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

7.3 Overige beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

7.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

7.5 Dassen op landgoed de Berkt De dassen op landgoed de Berkt zijn daar al 20 jaar aanwezig. Hierdoor was al veel bekend over de dieren, met name waar de wissels liepen en het primaire foerageergebied op het landgoed waren bekend. Tijdens beide veldbezoeken is bevestigd dat de das inderdaad gebruik gemaakt van het landgoed. Echter is tijdens het veldbezoek een onderscheid gemaakt in de kwaliteit van het foerageergebied op de westelijke en centrale weide, en het oostelijke grasland waar gebouwd zal worden. De 4000 m2 secundair foerageergebied die verloren zal gaan met de bouw van de twee wooneenheden is te compenseren door het toepassen van de bovenstaande aanbevelingen. Uit het veldbezoek is gebleken dat het te bebouwen grasland minder van de prooidieren bevat waar de das de voorkeur aan geeft. Er waren brede graafsporen over een groter deel van het plangebied, in plaats van de duidelijke, enkele snuitsporen zoals deze te zien waren op het grasland bij de hoofd- en bijburcht. Wel loopt er een veel gebruikte wissel aan de noordzijde van het te bebouwen grasland. De belangrijkste aanbeveling is dan ook het beschermen van deze wissel ten noorden van de toekomstige wooneenheden richting de duiker naar het oosten. Deze wissel kan beschermd worden door middel van het planten van een variatie aan noot- en bes-dragende struiken.

Indien het verloren gebied gecompenseerd wordt, is er geen ontheffingsaanvraag nodig omdat het leefgebied van de das in kwaliteit en foerageermogelijkheden vergelijkbaar blijft met de huidige situatie.

7.6 Gunstige staat van instandhouding Rond 1900 leefden er circa 12.000 dassen in Nederland. In 1960 was dit aantal geslonken tot circa 1.200 exemplaren, met een veel beperktere verspreiding in het land. De aanleg van wegen, verstedelijking en schaalvergroting in de landbouw hebben geleid tot vernietiging en versnippering van de leefgebieden van de das. In 1980 waren er nog steeds maar 1.200 exemplaren. Door gerichte maatregelen en een effectieve actieve bescherming is het aantal dassen daarna weer toegenomen. In 2006 leefden er ongeveer weer 4.500 exemplaren, en in 2011 ongeveer 5.000 (BIJ12, 2017). Gezien het bovenstaande kan gesteld worden dat de regionale staat van instandhouding van de das gunstig is en dat de das uit het projectgebied onderdeel uitmaken van deze metapopulatie Op lokaal niveau is in en direct rond het plangebied in het actieve wisselende mate van activiteit van dassen waargenomen, zo blijkt tijdens het uitgevoerde ecologisch onderzoek. De bijburcht wordt in delen van het jaar door één of meerdere dassen gebruikt. Enkel met dit onderzoek is echter niet te bepalen of de das de afgelopen jaren in aantal achteruit is gegaan in de omgeving van het plangebied.

Wel kan met de geplande ruimtelijke ontwikkeling, inclusief de geplande mitigerende maatregelen gesteld worden dat het natuurlijke verspreidingsgebied gelijk blijft en de natuurlijke habitat versterkt wordt. Met de bouwwerkzaamheden gaan geen verblijfplaatsen verloren en zal de hoeveelheid foerageermogelijkheden in stand blijven. Er worden verschillende maatregelen genomen om te zorgen dat er zo min mogelijk verstoring van de dassen zelf plaatsvindt tijdens en na de werkzaamheden. Daarnaast wordt het plangebied zodanig ingericht dat er zo min mogelijk van de huidige functionaliteit voor de das verloren gaat. Met de mitigerende maatregelen wordt ervoor gezorgd dat de das niet verjaagd wordt uit de burcht en dat er ruim voldoende leefgebied in de omgeving van de burcht aanwezig blijft. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de plaatselijke staat van instandhouding gunstig blijft.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Plan van aanpak Landgoed de Berkt Kasteellaan 1 B-0539

8. BRONNEN

Websites www.natuurmonumenten.nl www.rijksoverheid.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.zoogdiervereniging.nl www.wetnatuurbescherming.nl

Andere bronnen Netwerk groene bureaus Kennisdocument Das (Meles Meles) De Stichting Dassenwerkgroep Brabant Bijlage Bijlage 1: Quickscan 9 maart 2022 Bijlage 2: Verspreidingsgegevens NDFF afgelopen jaar Bijlage 3: Verspreidingsgegevens NDFF afgelopen vijf jaar

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4de6ffab-1ccf-4ccf-97ff-1007b2135be3