CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Pilotproject Energie voor Iedereen Bernheze

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Energiebesparende maatregelen bij Energiearmoede *3.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EVI Bernheze: Aan de slag met Energiearmoede

Inleiding De energietransitie in de gebouwde omgeving slaagt alleen als iedereen mee kan doen. Eind 2018 is de gemeente Bernheze gestart met de pilot ‘Energie voor Iedereen’. In deze pilot is onderzocht hoe woningeigenaren met een smalle beurs betrokken kunnen worden bij de energietransitie. Wat beweegt hen? Waar liggen kansen en mogelijkheden om hen te betrekken bij de transitie? Maar ook, welke knelpunten moeten opgelost zijn voordat deze huishoudens mee kunnen doen? De Brabantse provinciale pilot EVI is een samenwerking tussen de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Bernheze, Enpuls B.V. en de provincie NoordBrabant. Dit document beschrijft pilot EVI Bernheze; de stappen die zijn doorlopen en de geleerde lessen die binnen de pilot zijn opgedaan tot en met maart 2021.

In de Brabantse provinciale pilot EVI staat het begrip ‘Energiearmoede’ centraal. Er zijn verschillende manieren om Energiearmoede te definiëren, bijvoorbeeld met een energiequote. We spreken van een hoge energiequote als de energierekening meer dan 10% van het inkomen betreft. Dit is een algemeen geaccepteerde norm.

2

1. Voortraject (tot en met oktober 2020) 1.1 Betrekken van de doelgroep Het pilotproject in Bernheze is gestart door de beleidsmedewerker Duurzaamheid van de gemeente Bernheze, adviseur van Groene Groei en een social designer van adviesbureau ZET. Zij schreven als eerste een Plan van Aanpak, waarbij het Sociale Domein ook betrokken werd. Dit Plan van Aanpak werd gedeeld met de gemeente Meijerijstad, met het voorstel om binnen dit pilotproject samen te werken. Gemeente Meijerijstad zag hiervan af. Vervolgens werd er gesproken met stakeholders in het werkveld: Schuldhulpmaatje, WMOconsulent, mantelzorgmakelaar, armoede ambassadeur, voedselbank, Quiet en een makelaar (zie bijlage I). Na deze gesprekken werd een gerichte brief naar 10 huishoudens uit de doelgroep gestuurd, met de vraag om mee te doen aan de pilot. Deze brieven werden via de gemeente Meijerijstad verzonden. Ook werden er meerdere oproepen in De Mooi Bernhezer Krant geplaatst. Deze acties leverde slechts één huishouden op, welke geïnteresseerd was om in gesprek te gaan. Wat meespeelt: wantrouwen richting de overheid en schaamte over de situatie. Daarnaast hebben deze huishoudens de lastig te begrijpen energietransitie niet hoog op het prioriteitenlijstje staan. Conclusies: - Door de AVG heeft de gemeente de doelgroep onvoldoende in beeld.

- Er moet sprake zijn van urgentie bij of een concreet aanbod voor de doelgroep, om in contact te komen met de doelgroep. Eén huishouden was na het kennismakingsgesprek bereid om mee te doen aan de pilot. Om dit huishouden anoniem te houden, wordt het huishouden ‘casus N=1’ en in de spreektaal ‘Els’ genoemd. Casus N=1 is echter niet volledig representatief aan de doelgroep. De gezinssituatie: - Vader en moeder, beide opgeleid. - Drie kinderen van basisschoolleeftijd. - Eén van de kinderen is chronisch ziek. Dit vraagt om fulltime zorg. Moeder neemt deze zorg op zich waardoor zij niet kan werken. - Vader werkt en verdient een middeninkomen. - Het gezin komt door het middeninkomen niet in aanmerking voor allerlei sociale regelingen, terwijl ze door de hoge en veelal onvoorziene zorgkosten een zeer beperkt budget hebben. Met casus N=1 zijn gesprekken gevoerd over de gezinssamenstelling, persoonlijke situatie, staat van het huis, de financiële situatie in het kader van verduurzamingsmogelijkheden voor de eigen woning, wat de wensen en behoeften zijn en waar de knelpunten liggen.

3

1.2 Wensen en behoeften van de doelgroep Om te kijken of het aanbod van bestaande energieadviezen aansluit op de doelgroep én om de wensen en behoeften van casus N=1 in kaart te brengen, zijn drie energieadviezen uitgevoerd. Deze energieadviezen zijn uitgevoerd door adviesbureaus WOAB, E-Trias en Anne Ubbels. Deze adviesbureaus gaven aan energieadviezen aan deze doelgroep te kunnen geven. De gewenste maatregelen van casus N=1 naar aanleiding van de drie energieadviezen zijn: - Zonnepanelen - Vloerisolatie - Dakisolatie - Rolluiken - Nieuwe droger

Conclusies: - De gewenste maatregelen van casus N=1 zijn maatregelen afkomstig uit alle drie de energieadviezen. Dit laat zien dat geen een energieadvies volledig is afgestemd op de verwachtingen en behoeften van deze doelgroep. - De zogenoemde ‘stappenplanconstructie’ uit het energieadvies van E-trias werd als prettig ervaren. In dit advies werden enkele maatregelen geadviseerd, waarbij werd aangegeven dat met de energiekostenbesparing van de uitgevoerde maatregel(en) gespaard kan worden voor volgende maatregelen. - Grote maatregelen zoals het vervangen van de ramen, is te kostbaar. Hierbij kan beter gekeken worden naar andere oplossingen voor het weren van warmte, bijvoorbeeld rolluiken. - Er kan veel bespaard worden met kleine energiebesparende maatregelen zoals tochtstrippen en radiatorfolie, en met het vervangen van witgoed voor energiezuinigere varianten. Knelpunten: - Het uitvoeren van energieadviezen is kostbaar en niet betaalbaar voor de doelgroep. - Alleen bij het laten uitvoeren van tenminste twee maatregelen door een professionele partij (middels het voorleggen van een factuur) komt men in aanmerking voor subsidie.  Het laten uitvoeren van maatregelen door een professionele partij is duurder dan de uitvoering van doe-het-zelf maatregelen.  Men moeten de uit te voeren maatregelen door een professionele partij zelf voorfinancieren.

Dat is voor deze doelgroep niet mogelijk.

4

-

Bij het uitvoeren van kleine energiebesparende maatregelen of het vervangen van witgoed, komt men niet in aanmerking voor bestaande subsidies of leningen. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van doe-het-zelf energiebesparende maatregelen.

Naast het resultaat zijn het proces en de inhoud van de energieadviezen ook beoordeeld. Dit heeft relevante informatie opgeleverd waaraan een passend energieadvies voor deze doelgroep moet voldoen: - De adviseur moet begrip hebben voor persoonlijke situatie. - Persoonlijk contact bij intake en toelichting. - Het energieadvies moet geschreven zijn in begrijpelijke taal, kort en bonding (B1taalniveau). - Het energieadvies moet gratis beschikbaar zijn of tegen een zeer lage prijs (bijv. gefaciliteerd vanuit de gemeente). - Het energieadvies adviseert in de vorm van de stappenplanconstructie, met realistische stappen. Een te ambitieus en ingrijpend plan is, ook als deze te financieren is, een brug te ver. - Het energieadvies bevat praktische tips en doe-het-zelf maatregelen. - Het energieadvies mag geen verborgen verdienmodellen bevatten. Als dit wel het geval is, dan moet dit expliciet en volledig transparant worden weergegeven. - Het energieadvies speelt in op de aversie tegen lenen, bijvoorbeeld door:  Volledige transparantie over eventuele verdienmodellen.  Duidelijkheid te geven over mogelijke gebeurtenissen zoals verhuizen of het verliezen van een baan.  Energieprestatie Garantie. Het energieadvies van E-trias voldoet het meeste aan bovenstaande criteria en is daarom als beste beoordeeld. Ook casus N=1 sprak de voorkeur uit voor dit energieadvies.

Daarentegen kan het grotere risico op wanbetaling en de garantie voor energiebesparing alleen worden gedragen als het energieadvies, de uitvoering en de financiering onder één partij vallen. Dat biedt adviesbureau WOAB. Het concept van WOAB blijkt niet de oplossing voor deze doelgroep door de - voor deze doelgroep te hoge - rente die WOAB vraagt voor het woningabonnement. 1.3 Samenwerken met stakeholders Na bovenstaand traject, is de wens ontstaan om gezamenlijk met de stakeholders in het werkveld het onderwerp Energiearmoede op metaniveau te bekijken en te onderzoeken hoe gezamenlijk naar een oplossing toegewerkt kan worden. Aan de stakeholders (zie bijlage I) is gevraagd om deel te nemen aan de pilot. Rabobank Oss/Bernheze, Enpuls, BS&F, woningcorporatie Mooiland, Essent, BECO, CZ en VGZ waren hiertoe bereid. Voor deze stakeholders werden twee stakeholdersmeetings georganiseerd. Tijdens de eerste stakeholdersmeeting is er met elkaar kennis gemaakt en zijn de belangen van de verschillende stakeholders besproken. Tijdens de tweede stakeholdersmeeting is casus N=1 besproken en is er gekeken naar de manier waarop binnen deze casus én op de langere termijn samengewerkt kan worden. Naar aanleiding van deze twee stakeholdersmeetings, is een werkgroep met direct betrokken stakeholders samengesteld. Deze stakeholders zijn: Rabobank, Mooiland, Essent en VGZ.

Met deze werkgroep zijn driewekelijkse werksessies georganiseerd om de kansen en mogelijkheden voor een financiële regeling te onderzoeken.

5

Uitgangspunten/knelpunten: - De doelgroep komt, door de inkomenstoets, niet in aanmerking voor leningen zoals de Bernhezer duurzaamheidslening. - De doelgroep heeft geen middelen om te investeren of te voorfinancieren. - Er wordt zoveel als mogelijk gestreefd naar lastenneutraliteit voor de doelgroep. - Er is sprake van een onrendabele top door het relatief hoge risico op wanbetaling en door verhoging van het wooncomfort.

6

2. Werksessie november 2020 In de tweede stakeholdersmeeting gaf CZ aan dat zij met de Doorbraakmethode werken bij klanten die in financiële problemen komen. De doorbraakmethode is een methode om een maatschappelijke kostenbatenanalyse (op basis van wetgeving, producten, diensten, et cetera) te maken voor huishoudens met bijvoorbeeld betaalachterstanden of psychische problemen.

Deze eerste werksessie werd begeleid door Instituut Publieke Waarden (IPW), waarin de Doorbraakmethode werd toegepast op casus N=1. Hiermee hoopten we inzicht te krijgen welke kosten er bespaard zouden worden als we preventief handelen en energiearmoede voorkomen. Het idee was om met deze kostenbesparing een financiële inleg van de betrokken stakeholders te vragen voor het realiseren van een financiële regeling. Door deze gezamenlijke inleg zou de onrendabele top gedragen kunnen worden. Casus N=1 heeft echter nog geen betaalachterstanden en bij Energiearmoede is er sprake van verschillende stakeholders en perspectieven. Hierdoor bleek het moeilijk de Doorbraakmethode toe te passen en kon er geen maatschappelijke kostenbatenanalyse gemaakt worden. IPW gaf het advies om te kijken naar terugkoop van de woning door de woningcorporatie, waarmee het eigenaarschap voor de verduurzaming van de woning wordt verschoven naar de woningcorporatie, en te kijken naar mogelijkheden aan de inkomenskant1. Conclusies: - De doorbraakmethode is niet goed inzetbaar binnen het vraagstuk van energiearmoede. Wel om het gesprek met elkaar aan te gaan.

1 De inkomenskant van casus N=1 is vanuit het Maatschappelijk Ondersteuningsfonds

Bernheze bekeken. Dat heeft geleid tot een eenmalige uitkering ter compensatie van de extra zorgkosten voor het kind. Deze uitkering heeft casus N=1 gebruikt om de zeer energieonzuingie droger te vervangen door een energiezuinige variant. Dat de droger zeer energieonzuinig was, was één van de inzichten uit de energieadviezen. Daarnaast heeft casus N=1 gelijk de wasmachine vervangen. Hiermee bespaart casus N=1 gemiddeld al 40 euro per maand op de energiekosten.

7

-

Terugkoop past niet binnen het beleid van de woningcorporatie. Bovendien is de kans groot dat de huur hoger zou zijn dan de huidige hypotheek, gezien de enorm hoge woningprijzen.

8

3. Werksessie december 2020 In het gesprek met casus N=1 kwam de wens voor een renteloze lening naar voren. De doelgroep heeft interesse in voorfinanciering van de verduurzamingsmaatregelen in of aan de eigen woning, die zij zelf niet kunnen betalen maar waar geen extra kosten aan verbonden zijn zoals rente. In de tweede werksessie bedachten we mogelijke financiële regelingen. Er is een verkenning gedaan naar meerdere regelingen: 1. Stappenplanscenario: starten met één energiebesparende maatregel, bijvoorbeeld zonnepanelen, om met de energiekostenbesparing zelf te sparen voor volgende energiebesparende maatregelen. Dit kan op basis van voorfinanciering of een gift. 2. Leasescenario: starten met één energiebesparende maatregel, bijvoorbeeld zonnepanelen, door middel van lease. Hierbij blijft het product gedurende de looptijd in eigendom van de verstrekker. 3. Fondsenscenario: lening voor de financiering van meerdere energiebesparende maatregelen. Een fonds kan worden opgezet vanuit de betrokken stakeholders. 4. Renteloze lening: lening voor de financiering van meerdere energiebesparende maatregelen waarbij er geen rente over de hoofdsom van de lening betaald hoeft te worden. 5. Kleine maatregelenscenario: experimenteren met kleine energiebesparende maatregelen en op deze manier bewustzijn creëren en het gesprek aangaan, om zo toe te werken naar advies en begeleiding.

9

4. Werksessie januari 2021 In deze werksessie is een SWOT-analyse gemaakt van de vijf mogelijke financiële regelingen. Met een SWOT-analyse is in een oogopslag zichtbaar waar kansen liggen en wat extra aandacht vraagt. 1. Stappenplanscenario met een gift: Kansen - Hoge interesse vanuit de doelgroep. - Maximaal rendement voor de huishoudens. - Geen winstoogmerk, waardoor er meer vertrouwen vanuit de doelgroep is.

Sterktes - Zelf sparen voor volgende maatregelen.

2. Leasescenario: Kansen - Volledige ontzorging.

Sterktes - Blijft gedurende de looptijd in eigendom van de verstrekker. - Te combineren met stappenplanconstructie.

Bedreigingen - Bij een gift te maken met schenkbelasting. Dit zorgt voor kosten voor de huishoudens over het niet belastingvrije bedrag. - Huishoudens kunnen naar verwachting relatief weinig besparen. Het duurt daardoor erg lang voordat gespaard kan worden voor grote maatregelen. - Wat te doen bij verhuizing? Zwaktes - Meerjarig traject met hoge beheersen begeleidingskosten. - Slechts gericht op één maatregel. - Niet opschaalbaar. - Het is niet wenselijk om te eisen dat huishoudens de energiekostenbesparing sparen voor volgende maatregelen. Huishoudens hebben daardoor geen stok achter de deur, wat de kans groot maakt, gezien de financiële en sociale zorgen van de doelgroep, dat er niet tot weinig gespaard wordt.

Bedreigingen - Huishoudens kunnen naar verwachting relatief weinig besparen. Ook moeten nog leasekosten betaald worden. Het duurt daardoor erg lang voordat gespaard kan worden voor grote maatregelen. - Afbouw salderingsregeling. - Wie betaald de kosten voor het vervangen van de omvormer na 15 jaar? Zwaktes - Slechts gericht op één maatregel. - In verband met eigendom alleen mogelijk voor zonnepanelen. - Passieve maatregelen (zoals isolatie, kozijnen en glas) zorgen voor een

10

-

3. Fondsenscenario: Kansen -

Sterktes - Gericht op meerdere maatregelen. - Te combineren met stappenplanconstructie. - Fonds kan opgezet worden als revolving fund waardoor het opschaalbaar is. - Het relatief grote risico op wanbetaling wordt gezamenlijk gedragen. 4. Renteloze lening: Kansen - Interesse vanuit de doelgroep. - Maximaal rendement voor de huishoudens. - Maximale ruimte om te investeren, waardoor huishoudens meerdere maatregelen in één keer kunnen laten uitvoeren. - Geen winstoogmerk, waardoor er meer vertrouwen vanuit de doelgroep is. Sterktes - Gericht op meerdere maatregelen. - Te combineren met stappenplanconstructie. - Eenmaal juridisch goed uitgewerkt, is het een uitvoerbaar product.

hogere woningwaardestijging dan installatietechnische maatregelen (zoals zonnepanelen). Leasekosten zijn vaak hoog door bijkomende kosten zoals onderhoud.

Bedreigingen - Stakeholders hebben aangegeven niet in te willen of kunnen stappen. - Huishoudens in de schuldsanering mogen geen extra leningen aangaan. Voor huishoudens in de bijstand is het niet wenselijk om extra leningen aan te gaan. Zwaktes - Groot startkapitaal nodig door hoge investering per huishouden. - Terugbetaling op basis van draagkracht en/of energiekostenbesparing mogelijk. Heeft wel effect op de opschaalbaarheid. - Geen volledige ontzorging.

Bedreigingen - Huishoudens komen door de inkomenstoets niet in aanmerking voor bestaande leenconstructies. - Huishoudens in de schuldsanering mogen geen extra leningen aangaan. Voor huishoudens in de bijstand is het niet wenselijk om extra leningen aan te gaan.

Zwaktes - Groot startkapitaal nodig door hoge investering per huishouden. - Terugbetaling op basis van draagkracht en/of energiekostenbesparing. Dat heeft effect op de opschaalbaarheid. - Het relatief grote risico op wanbetaling wordt alleen gedragen door de investerende partij. - Geen volledige ontzorging.

11

5. Kleine maatregelenscenario: Kansen - Laagdrempelig. - Vergroot het bewustzijn van de doelgroep en kan leiden tot gedragsverandering. - Kan een eerste stap zijn om zelf overige kleine maatregelen te nemen. Dit is betaalbaar. Sterktes - Kan naar schatting tot € 300 op jaarbasis mee bespaard worden.

Bedreigingen - Huishoudens kunnen (enkele) maatregelen al zelf uitgevoerd hebben. - Maatwerk per huishouden om het meeste voordeel te halen.

Zwaktes - Is geen oplossing voor grote maatregelen in of aan de woning.

Vervolgens is per regeling gekeken naar de geschiktheid, opschaalbaarheid en realiseerbaarheid. Hierbij is ervan uitgegaan dat huishoudens met een laag inkomen relatief vaak te maken hebben met financiële en mogelijk ook andere zorgen. Conclusies: - De renteloze lening is het meest geschikt voor de doelgroep en het best uitvoerbaar. Wel is de renteloze lening een uitdaging op het gebied van opschaalbaarheid.

12

5. Werksessie 1 februari 2021 Voor het realiseren van de renteloze lening, is een Plan van Aanpak geschreven. Hierin werden de belangrijkste vragen en actiepunten geformuleerd. Eén van de acties was het definiëren van de doelgroep. Huishoudens in de schuldsanering mogen geen extra leningen aangaan en voor huishoudens in de bijstand is het niet wenselijk om extra leningen aan te gaan. Hierdoor verschuift de doelgroep (naar schuldpreventie). Ook is er een eerste schatting gemaakt van het aantal huishoudens in Bernheze met energiearmoede. Dit is gedaan aan de hand van de volgende berekening: Aantal woningen Bernheze 12.714 (waarstaatjegemeente, 2020) maal 8 procent van de Nederlandse huishoudens met energiearmoede (TNO, 2020) = 1.017 huishoudens. Van deze 1.017 huishoudens heeft 71,8% een koopwoning in Bernheze (waarstaatjegemeente, 2019) = ongeveer 730 woningeigenaren in Bernheze met energiearmoede. Dit is een grotere doelgroep dan verwacht. Wel is de berekening gebaseerd op een landelijk percentage.

13

6. Werksessie 22 februari 2021 In deze werksessie is de doelgroep voor de renteloze lening gedefinieerd. Een aanvrager moet voldoen aan de volgende kenmerken: - Eigenwoningbezitter in Bernheze, met voldoende woningwaarde. - Geen tot weinig investeringsruimte o Minder dan € 5.000 direct besteedbaar inkomen. - Laag inkomen o Hoger dan 120% van het sociaal minimum. o Niet voldoen aan de inkomenstoets onder de duurzaamheidslening. - Oude, slecht geïsoleerde woningen o Woningen uit bouwjaar 1991 of eerder (niet alle woningen hebben een definitief energielabel). Vervolgstap is het in kaart brengen van de omvang van de doelgroep en erachter komen hoe de doelgroep het beste te bereiken is. Dit wordt gedaan aan de hand van diverse datasporen.

14

Renteloze lening De gemeente verstrekt zelf geen leningen. Daar is een partij als de SVn voor. De gemeente is in gesprek gegaan met de SVn over de leenvormen die de SVn aanbiedt en de mogelijkheden voor een renteloze lening. De SVn biedt drie leenvormen aan: - Stimuleringslening - Verzilverlening - Maatwerklening De stimuleringslening (die kennen we in Bernheze onder de noemer duurzaamheidslening) en de verzilverlening vallen binnen pilotproject EVI af omdat bij de stimuleringslening voldaan moet worden aan de inkomenstoets en de verzilverlening bedient alleen de doelgroep van 58 jaar en ouder. De enige leenvorm die overblijft is de maatwerklening. Maatwerklening = Hypothecaire geldlening voor eigenwoningbezitters met een smalle beurs, waarbij voldoende waarde in de woning zit. Het betreft een annuïteitenlening met een drie jaar uitgestelde betaling van aflossing en rente. Er wordt ervan uitgegaan dat de lening vanaf het vierde jaar volledig annuïtair wordt afgelost, tenzij het huishoudinkomen van dat moment hiertoe ontoereikend is. Of en hoeveel het huishouden gaat betalen voor de lening is afhankelijk van de uitkomst van de hertoetsing. Er kunnen meerdere hertoetsingsmomenten gedurende de looptijd van de geldlening plaatsvinden.

Hoewel de doelgroep wel in aanmerking komt voor de hypothecaire maatwerklening zijn er een aantal grote nadelen: - Het is wettelijk bepaald dat energiekostenbesparing niet wordt gezien als inkomen. Als er na drie jaar geen inkomensverbetering heeft plaatsgevonden, betekent dat dat bepaald wordt dat het huishouden nog steeds onvoldoende inkomen heeft om de aflossing te betalen. Het te betalen maandbedrag zal door de hertoetsing op 0 euro blijven, waardoor de openstaande schuld niet kleiner wordt. Ook als het huishouden door de energiekostenbesparing meer bestedingsruimte heeft.

15

-

Bij een hypothecaire leningsconstructie zijn veel bijkomende kosten gemoeid zoals notariskosten, taxatiekosten, kosten hypotheekadvies en afsluitkosten SVn (totaal gemiddeld € 4.200). Deze kosten zijn niet door de doelgroep te dragen. Doordat het een annuïteitenlening betreft met drie jaar uitgestelde betaling van aflossing (en rente) is het financieringsinstrument moeilijk opschaalbaar omdat het erg lang duurt voordat het ‘potje’ weer toereikend is om nieuwe leningen te vertrekken.

Naar aanleiding van de gesprekken met de SVn heeft de gemeente twee keuzes: 1. De gemeente stelt een renteloze hypothecaire maatwerklening met subsidiefaciliteit voor deze doelgroep beschikbaar. Dat houdt in dat de gemeente (een gedeelte van) de bijkomende kosten van de maatwerklening vergoedt, zodat de hypothecaire maatwerklening voor de doelgroep een gunstige en aantrekkelijke regeling is. Stel de gemeente wil de renteloze lening beschikbaar stellen voor 20 huishoudens met een maximaal leenbedrag van € 15.000, dan bedragen de totale projectkosten voor de gemeente ongeveer € 410.000. 2. De gemeente stelt geen renteloze lening voor deze doelgroep beschikbaar. Dat betekent dat er op dit moment geen oplossing gerealiseerd kan worden voor de doelgroep. In overleg met de wethouder heeft de gemeente besloten om de renteloze lening niet te realiseren. Het zou resulteren in een niet opschaalbaar model waarbij een minimaal aantal huishoudens wordt geholpen aan financiering. Daarvoor is de totale investering te hoog. Conclusies: - We lopen continue aan tegen belemmerende wet- en regelgeving vanuit de AFM waardoor financiële regelingen niet mogelijk of niet opschaalbaar zijn. - Energiearmoede is een landelijk probleem wat vraagt om landelijke/provinciale inzet en bijdrage.

Opschaling moet plaatsvinden naar N=10.000 in plaats van N=10 om het Energiearmoede-vraagstuk daadwerkelijk aan te kunnen pakken. - Financiële bijdrage vanuit het Rijk, de provincie of vanuit subsidies maken het mogelijk voor kleine(re) gemeenten om een financiële regeling op te zetten als overbruggingsperiode. Denk bijvoorbeeld aan de energiebespaarhypotheek welke vanaf april 2021 beschikbaar komt. Van deze regeling kan alleen gebruik gemaakt worden bij wijkaanpakken of gespikkeld bezit. Kleine(re) gemeenten zijn veelal nog niet zover. Dat vraagt voor kleine(re) gemeenten om een overbruggingsperiode.

16

Bijlage I

Actoren rondom iemand in armoede.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=eb9da9cf-56ad-47f0-b7f8-79c33be099f6