CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch_Bijlagen toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 8 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch20.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 0,2 kg/j 0,2 kg/j 0,2 kg/j

6,7 kg/j 3,8 kg/j 3,8 kg/j 3,7 kg/j

3/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

4/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/9

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 1: verkeer sloop n X:166583,53 Y:407049,28 510,29 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

-

Bron 2: verkeer sloop z X:166719,35 Y:406697,61 336,61 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Voertuigbewegingen

Naam

Bron 3: sloopwerkzaamheden X:166658,22 Y:406815,22 0,51 ha

Stageklasse

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Graafmachiine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

1298 l/j

6,7 kg/j 0,3 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

40 u/j

0,5 kg/j 0,1 kg/j 24,7 g/j

In file

5,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

0,7 kg/j 0,2 kg/j 28,9 g/j

In file

3,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

-

Voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

3

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

79 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

6,7 kg/j 0,3 kg/j

6/9

Projectberekening

4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 4 verkeer woning-Noord N X:166589,87 Y:407045,34 Type scherm 546,41 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

Bron 5 verkeer woning-Noord-Z X:166721,65 Y:406688,79 Type scherm 307,61 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

Voertuigbewegingen

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Voertuigbewegingen

Bron 6 bouw woning-Noord X:166677,77 Y:406833,77 0,12 ha

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

Betonpomp Mobiele bouwkraan

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

Brandstof­verbruik

3,8 kg/j 0,2 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

8 u/j

16 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

8 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

8 u/j

0,5 kg/j 0,1 kg/j 22,5 g/j

In file

5,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

0,8 kg/j 0,2 kg/j 30,9 g/j

In file

3,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

6

Max. snelheid

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

16 l/j

NOₓ NH₃

16 l/j

NOₓ NH₃

1,3 kg/j 62,4 g/j 1,3 kg/j 62,4 g/j 1,3 kg/j 62,4 g/j

7/9

Projectberekening

7

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 7 Verkeer woon-Zuid-N X:166594,19 Y:407039,92 556,60 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 8

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

Bron 8 verkeer woning Zuid Z X:166722,07 Y:406678,71 290,34 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Voertuigbewegingen

Bron 9 Bouw woning Zuid X:166682,91 Y:406805,32 0,13 ha

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

betonpomp Mobiele bouwkraan

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

Brandstof­verbruik

3,8 kg/j 0,2 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

8 u/j

16 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

8 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 260 l/j SCR: ja

8 u/j

0,5 kg/j 0,1 kg/j 21,3 g/j

In file

5,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

0,8 kg/j 0,2 kg/j 31,5 g/j

In file

3,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

-

Voertuigbewegingen

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

9

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

16 l/j

NOₓ NH₃

16 l/j

NOₓ NH₃

1,3 kg/j 62,4 g/j 1,3 kg/j 62,4 g/j 1,3 kg/j 62,4 g/j

8/9

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RQrztmQwoW6h (06 april 2023)

9/9

4. Ecologische Quickscan Brabant Eco

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

LOCATIE: OUDE VEGHELSEDIJK 22, VORSTENBOSCH RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0904 In opdracht van: Van Dun Advies BV. Raadhuisstraat 32 5126CJ Gilze

Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Colofon Rapportage Brabant Eco

Rapportnummer 2021-BE-0904

Opdrachtgever Van Dun Advies BV.

Contactpersoon De heer M. Gerards

Locatie Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Auteur Susanne Overdijk

Collegiale controle Frenk van de Wal

Opleverdatum 18 juli 2021

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

Pagina | 1

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en onderzoek ……………………………………………………….... 4

2.

Beleidskader …...……………………………………………………………….. 5 Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming van houtopstanden Zorgplicht

3.

Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..….. 8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.

Praktijk ecologische quickscan ………………………………..…..……….... 10 Bureaustudie Gebiedsbescherming Soortenbescherming Veldonderzoek Beschrijving plangebied

5.

Beschermde natuurwaarden ………………………………………..….….... 17 Gebiedsbescherming Soortenbescherming

6.

Resultaten en advies ………………………………………………………….. 22

7.

Lijst van bronnen …………………………………………………….………... 24

8.

Bijlagen …………………………………………………………………..…….. 25

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 2

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Samenvatting

Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande opstallen aan de Oude Veghelsedijk 22, te Vorstenbosch, te slopen. Door een wijziging in het bestemmingsplan zullen er twee Ruimte voor Ruimte woningen op het perceel gebouwd gaan worden en de agrarische bedrijfsbestemming zal worden omgezet naar een woonbestemming. Na nieuwbouw van de twee woningen zal de bestaande bedrijfswoning worden gesloopt. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden Inhoudsopgave als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied.

Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Susanne Overdijk en Frenk van de Wal Brabant Eco Juni 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 3

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding In opdracht van Van Dun Advies BV. heeft Brabant Eco heeft een ecologische quickscan uitgevoerd bij Oude Veghelsedijk 22, te Vorstenbosch. Volgens opdrachtgever is men voornemens om het intensief agrarische bestemmingsplan te wijzigen in een woonbestemming. Initiatiefnemer is voornemens om de op de planlocatie staande stallen te slopen om daarna twee nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen te bouwen waarna de bestaande bedrijfswoning zal worden gesloopt. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 4

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

2. BELEIDSKADER De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 5

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 6

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekend dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 7

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Oude Veghelsedijk 22, ten zuidoosten van de kern van Vorstenbosch in de gemeente Bernheze. Bernheze is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 90,38 km2. De gemeente telt 31.464 inwoners (1 januari 2021) en bestaat uit de plaatsen, Heesch, Heeswijk-Dinther, Loosbroek, Nistelrode, Vinkel en Vorstenbosch. Vorstenbosch ligt ten oosten van Heeswijk-Dinther en ten noorden van Veghel. Het plangebied ligt in de overgangszone van het dorp naar het buitengebied. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, andere bedrijfsbestemmingen en burgerwoningen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding.

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google maps.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding, paarden- en varkensweides en verdere beplanting in de vorm van bomen en struiken. De bebouwing bestaat uit een woning met een zadeldak, een bijgebouw achter de woning met daaraan gekoppeld een kalverstal aan de noordzijde. Achter op het terrein staat een oude varkensstal en een loods. Tussen de stallen in staat een kleiner gebouw van hout. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven met in detail de te slopen woning en te behouden bebouwing.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 8

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, de te slopen bedrijfsgebouwen in rood en de later te slopen bedrijfswoning in oranje. Bron: google maps.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer heeft het plan om de achter op het terrein gelegen varkensstal en loods volledig te slopen. Zo ook met de achter de woning gelegen kalverstal met aan- en bijbouw en het tussengelegen houten gebouw. Na de sloop wenst initiatiefnemer in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling twee nieuwe woningen met bijgebouwen te bouwen ten noorden en ten zuiden van de huidig aanwezige bedrijfswoning. De bestaande vegetatie wordt waar nodig verwijderd en het geheel zal landschappelijk worden ingepast. De bestemming zal wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming.

Beoogde situatie. Bron: van Dun Advies

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 9

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 10

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

4.2 Gebiedsbescherming 4.2.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 16 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.

Atlasleefomgeving. Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven

4.2.2 NatuurNetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op minimaal 180 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Dit betreft een vochtig bos met productie (beheertype N16.04), gelegen naast de beek de Leigraaf. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen, blauw en bruin.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 11

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Kaartbank Brabant. Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven.

4.3 soortenbescherming 4.3.1 Flora Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Oude Veghelsedijk, Referentie: BE0904, d.d. 26 mei 2021) komen binnen een straal van vijf kilometer van het plangebied geen beschermde soorten flora voor (zie bijlage 1). Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten.

4.3.2 Fauna Vogels Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van vogels met een verblijfplaats in gebouwen, namelijk de Gierzwaluw, Huismus, Kerkuil, Slechtvalk en Steenuil. Vogels met een verblijfplaats in bomen die binnen een straal van één kilometer van het plangebied zijn waargenomen zijn de Boomvalk, Buizerd, Grote gele kwikstaart, Havik, Ooievaar, Ransuil, Roek, Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw. Binnen een straal van vijf kilometer zijn er ook waarnemingen van de Oehoe. Zoogdieren De gegevens van het NDFF geven aan dat er één vleermuissoort is waargenomen in een straal van één kilometer van het plangebied: de gewone dwergvleermuis. Binnen een straal van vijf kilometer zijn ook de Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 12

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch Daarnaast zijn er in een straal van één kilometer om het plangebied vijf andere zoogdiersoorten waargenomen (Das, Eekhoorn, Egel, Konijn en Haas) en binnen een straal van vijf kilometer zijn ook de soorten Bever, Bunzing, Damhert, Rosse woelmuis, Steenmarter en Wezel aanwezig (zie bijlage 1). Amfibieën, Reptielen en Vissen Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen de afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten. Insecten Volgens het NDFF zijn zijn er geen waarnemingen van beschermde insectensoorten binnen een straal van één kilometer rond het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer zijn er waarnemingen van de Bruine eikenpage, Grote vos, Iepenpage, Kleine ijsvogelvlinder en de Teunisbloempijlstaart. Deze insecten leven in specifieke biotopen welke in het plangebied ontbreken. Het is daarom uit te sluiten dat het plangebied deel uitmaakt van de essentiële leefomgeving van deze insectensoorten. Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen

Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee

Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek

4.4 Veldonderzoek Op maandag 7 juni 2021 in de middag heeft ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een noordoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 25 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder lenteachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

4.5 Beschrijving plangebied Het plangebied met een totale oppervlakte van bijna 1 hectare bestaat uit bebouwing en paardenweides. De bebouwing bestaat uit de bedrijfswoning, een oude kalverstal, oude varkensstal, loods en bijgebouwen. Tussen en rond de stallen en naar de woning is een erfverharding met betonklinkers en gruis. De noord- en zuidgrens van het plangebied is aangeplant met een erfbeplanting van bomen en struiken, onder andere berk, wilg, eik en beuk. De oostelijke grens aan de Oude Veghelsedijk is vooral aangeplant met een beukenhaag van ongeveer 2 meter hoog. Over het terrein verspreid staan enkele bomen. De directe omgeving bestaat uit intensief bemest weiland. Ten noorden en oosten bevinden zich burgerbebouwingen. De kern van Vorstenbosch is op 160 meter naar het noorden. Op onderstaande afbeelding zijn de gebouwen genummerd waarna een beschrijving gegeven wordt.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 13

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Aanwezige bebouwing genummerd

Loods De achter op het terrein staande loods (1) bestaat uit een houten geraamte met daarop een dak van golfplaten. De muren zijn van sandwichpanelen. Zowel het dak als ook de muren zijn niet geïsoleerd. De voorzijde van deze loods is grotendeels open met een grote deur van sandwichpanelen. De loods wordt vooral gebruikt als opslag van hooi en stro. In de loods is een paardenstal gebouwd. Varkensstal De varkensstal (2) met een afmeting van ongeveer 14 bij 58 meter bestaat uit muren van gasbetonblokken en een dak van asbesthoudende golfplaten. De muren zijn volledig gesloten, ongeveer 25 centimeter breed en zonder stootvoegen. De ramen zijn dichtgespijkerd. In de stal zitten veel gaten waardoor er veel tocht is in de stal. De golfplaten worden gedragen door houten gordingen. De stal wordt voor een klein gedeelte gebruikt als opslag voor gereedschap en is verder volledig leeg en wordt bezemschoon gehouden.

Bedrijfsinrit met achter loods en links varkensstal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Zijgevel varkensstal

Pagina | 14

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Binnenzijde varkensstal

Varkensstal met op voorgrond varkenskot

Varkensstal Tussen de varkens- en kalverstal bevindt zich een afgerasterde varkensweide. Op het moment van veldinventarisatie was deze weide bezet met drie varkens. De varkens schuilen in een gebouw (3) van ongeveer 3 meter bij 3 meter bestaande uit houten planken wanden en een ondergrond van stoeptegels. Ook het dak is betimmerd. Direct naast dit gebouw staat een notenboom. Het gebouw wordt gebruikt als huisvesting voor de varkens en opslag van voeders. Kalverstal Evenwijdig aan de varkensstal staat een stal (4) welke in het verleden dienst gedaan heeft in het intensief huisvesten van kalveren. Ook deze stal bestaat uit gas betonnen muren met een golfplaten dak van asbest. De stal is volledig leeg ten tijde van het veldbezoek en bezemschoon.

Binnenzijde kalverstal

Binnenzijde kalverstal

Aan- en bijbouw Aan de achterzijde van de kalverstal is een overkapping gebouwd met een dak van golfplaten en open aan twee zijdes. Hieraan vast is een bijgebouwtje van houten planken (5) wat als binnenruimte voor de varkens in gebruik is. Aan de zuidzijde is de kalverstal verlengd met de muren van gasbeton (durox blokken) wat dienst doet als garage en terras.

Aanbouw kalverstal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Achterzijde kalverstal

Pagina | 15

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Aanbouw

Kas

Bedrijfswoning De bedrijfswoning (6) bestaat uit gele bakstenen muren met een spouw. Het zadeldak bestaat uit dakpannen. Aan de achterzijde is een aanbouw aan de woning welke bewoond wordt. De woning wordt omgeven door een tuin met vooral gazon, beukenhagen en diverse planten en struiken.

Voorzijde woning

Achterzijde woning met bijbouw

Omdat een flora- en faunaonderzoek een beperkte geldigheid heeft en volgens planning de woning gesloopt wordt nadat de nieuw te bouwen woningen gerealiseerd zijn is de woning buiten de quickscan gehouden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 16

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de gegevens van de NDFF zijn er geen waarnemingen van beschermde plantensoorten binnen een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek ook geen beschermde plantensoorten waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 17

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. De oppervlakte van de te verwijderen vegetatie is te klein om te vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied de volgende soorten zijn waargenomen: das, eekhoorn, egel, haas en konijn. Op een afstand tot vijf kilometer zijn de bever, bunzing, damhert, rosse woelmuis, steenmarter en wezel waargenomen. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor das, eekhoorn, bever, bunzing, damhert, steenmarter en wezel. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Volgens de gegevens van de NDFF zijn er waarnemingen van de gewone dwergvleermuis binnen één kilometer van het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer kunnen de volgende soorten voorkomen: franjestaart, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2017), kan in dit deel van het land daarnaast ook de grijze grootoorvleermuis voorkomen. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven.

In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing is tijdens het veldbezoek uitvoerig geïnspecteerd op kieren en gaten waar eventueel mogelijkheden zouden zijn voor het voorkomen van vleermuisverblijfplaatsen. Hiervan werden geen waarnemingen gedaan. Aangezien de woning voorlopig niet gesloopt zal worden, is deze buiten beschouwing van de quickscan gelaten. De te slopen bebouwing bestaat uit een dak van golfplaten zonder isolatie waardoor er voor vleermuizen teveel tocht en temperatuurschommelingen zijn. De muren hebben geen spouw en er zijn geen scheuren of kieren in de muren. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 18

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Effectbeoordeling Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied en directe omgeving komen geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing.

Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens waarnemingen van de huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil en slechtvalk. Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft voorlopig zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen en roofvogels Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. Tevens is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Voor de slechtvalk, die bij voorkeur broed in hoge gebouwen is geen geschikte habitat aanwezig. Huismus Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien.

Het pannendak van het woonhuis zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 19

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, wespendief en zwarte wouw voor. Iets verderop is ook de oehoe waargenomen volgens NDFF. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd.

Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lager gelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig.

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied is geen geschikte habitat waargenomen voor deze vogels. De te slopen bebouwing is volledig ongeschikt als verblijfplaats. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, uilen of gierzwaluwen verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 20

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoort worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als vink en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, vissen, reptielen , vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Uit gegevens van RAVON en de NDFF blijkt dat er binnen een straal van één kilometer van het plangebied geen beschermde amfibieën, reptielen en vissen voorkomen. Ondanks dat er volgens het NDFF in een straal van vijf kilometer wel verschillende beschermde soorten voor kunnen komen, is de aanwezigheid van deze beschermde soorten uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie NoordBrabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.

De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens het NDFF komen er in een straal van één kilometer geen beschermde vlinder en libellensoorten voor. In een straal van vijf kilometer rond het plangebied zijn er wel waarnemingen van de bruine eikenpage, grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en de teunisbloempijlstaart. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. Overige soorten Er zijn in een straal van vijf kilometer om het plangebied geen waarnemingen overige beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden.

Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 21

Ecologische quickscan Oude Veghelsedijk 22, Vorstenbosch

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie

6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied kunnen voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen, uilen, huismus en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren.

o

o o

o

o

Wet natuurbescherming De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.

In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e2c785d0-26fc-40dd-829f-bca4181ae9bb