CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan 'Loosbroekseweg 66 Nistelrode' - bijlage tb 1 haalbaarheidstoets milieu

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Loosbroekseweg 66, Nistelrode8.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl

IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015 datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: i

HAALBAARHEIDSTOETS (Milieu-onderbouwing)

Project: Loosbroekseweg 66, Nistelrode 2023

© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 1

ONDERZOEK voor

Locatie

: :

Loosbroekseweg 66 5388 VP Nistelrode

Auteur

:

ing. J.M.A. Clemens

Versiebeheer: versie datum 1 2

15-12-2023 24-08-2023

omschrijving Verwerken opmerking / verzoek om aanvulling

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3

2

ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 3 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 OMGEVING ............................................................................................................................................... 3

MILIEU-ASPECTEN ......................................................................................................................... 4 2.1 BODEM .................................................................................................................................................... 4 2.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 5 2.3 WET GELUIDHINDER .................................................................................................................................... 6 2.4 WET LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 6 2.5 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................................... 8 2.6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 9 2.6.1 Archeologie ....................................................................................................................................... 9 2.6.2 Cultuurhistorie .................................................................................................................................

10 2.7 WATERTOETS........................................................................................................................................... 11 2.8 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 12 2.9 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN..................................................................................................................... 17 2.10 VOLKSGEZONDHEID................................................................................................................................... 18 2.11 OVERIGE ASPECTEN ................................................................................................................................... 19

3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................. 20 1. 2.

Principebesluit gemeente Stikstofnotitie

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 3

1 INLEIDING 1.1 Algemeen Voorliggend rapport betreft het toetsen van de milieuaspecten voor het wijzigen van de functieaanduiding agrarisch naar wonen op het perceel aan de Loosbroekseweg 66 te Nistelrode. De gemeente Bernheze is in principe bereid aan dit project medewerking te verlenen, mits het niet op milieurelevante bezwaren stuit. De kadastrale situatie en ligging locatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding.

locatie

Afbeelding 1: topografische ligging met kadastrale percelen

(bron: PDOK)

1.2 Aanleiding De ontwikkeling van de locatie bestaat uit het wijzigen van de functieaanduiding agrarisch naar wonen (verder: project), waarvoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. Het gebruik rechtstreeks als ‘wonen’ is in strijd met het vigerend bestemmingsplan, maar de gemeente acht het project op basis van de eerste beoordeling voorstelbaar. De brief met de instemming en voorwaarden van de gemeente is in bijlage 1 opgenomen van deze rapportage.

1.3 Omgeving In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig en richting het noorden zijn intensieve veehouderijen gelegen. De Loosbroekseweg ligt ten oosten van de locatie.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 4

2 MILIEU-ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten beschreven, die als haalbaarheidstoetsing fungeren. In de navolgende paragraven worden de relevante aspecten benoemd en omschreven, waaruit een conclusie zal worden samengesteld.

2.1 Bodem Algemeen Het bestemmingsplan dient een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming(en) / gebruiksfunctie(s) te bevatten. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit in het plangebied moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming(en). Er gelden daarbij andere eisen voor de gevoelige bestemming wonen dan bijvoorbeeld voor de minder gevoelige bestemmingen openbaar groen of infrastructuur zoals wegen. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Is er toch sprake van risico’s als gevolg van bodemverontreiniging, dan zullen er maatregelen nodig zijn om die risico’s weg te nemen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het saneren van de verontreiniging zodat de bodemkwaliteit geschikt gemaakt wordt of door te schuiven met de gebruiksfuncties zodat de verontreiniging geen belemmering meer vormt. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet zoals bij graafwerkzaamheden tijdens de realisatie / de inrichting van het plangebied. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. In geval maatregelen aan de orde zijn, dan speelt het kostenaspect een belangrijke rol. In het kader van het bestemmingsplan moet namelijk ook de economische uitvoerbaarheid aangetoond worden. In sommige gevallen wegen de kosten voor sanering niet op tegen de opbrengsten.

Mede daarom is het belangrijk om vroeg in het planproces eventuele kosten samenhangend met het aspect bodem in beeld te brengen. Bodemtoets Ondanks dat voorgenomen ontwikkeling geen bodemroerende activiteiten omvat, wordt een bodemonderzoek nodig geacht. Voor de locatie is een vooronderzoek cf. de NE5725 1 en verkennend cf. NEN5740/57072 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de locatie verdacht is op basis vanwege de (vroegere) bedrijfsactiviteiten, maar in het uitvoerende onderzoek zijn lichte verontreinigingen aangetroffen. Op basis van de onderzoeken zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt géén belemmeringen voor het huidige gebruik en voor de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie De bodemkundige situatie vormt geen planologische belemmering voor het project.

1 Rapport kenmerk 22.731-NEN.01, d.d. 15-12-2022 2 Rapport kenmerk 23.720-NEN.01, d.d. 24-08-2023

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 5

2.2 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’ / ’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. Een correctie is alleen mogelijk voor de aspecten geluid, geur en stof. Voor het aspect gevaar is verlaging van de indicatieve afstand niet mogelijk. Onderzoek Binnen het Bestemmingsplan Buitengebied Bernheze (08-10-2014) is de omgeving geraadpleegd op relevante bedrijvigheid.

In tabel 1 zijn de richtafstanden opgenomen tot deze bedrijvigheid en is de werkelijke afstand tot aan het bestemmingsvlak van het project weergegeven. 1. Loosbroekseweg 49 (iv, beëindigd 07-10-2020) 2. Loosbroekseweg 62 (iv) 3. Loosbroekseweg 49 (caravanopslag) Tabel 1: richtafstanden bij rustige buitengebied (in m)

nr

bestemming

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

1 2 3

Vleesvarkens, SBI 0146 Melkrundvee, SBI 0145-2 Opslaggebouwen (verhuur), SBI 52109-B

200 100 0

30 30 0

50 30 30

0 0 10

grootste afstand 200 100 30

werkelijke afstand 105* 83* 310

* afstand perceelsgrens project tot bouwvlak van bedrijf.

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat alleen voor het aspect geur, voor twee locaties, niet wordt voldaan aan richtwaarde. De overschrijding van het geuraspect van de Loosbroekseweg 49 is theoretisch, omdat het bedrijf is beëindigd (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding 2: uitdraai veehouderijenbestand

(bron: KRD Noord-Brabant)

De bestemming is echter niet gewijzigd en om te voldoen aan Stap 2 volgens de VNG handreiking, wordt geurhinder in §2.9 (Geurhinder veehouderijen) nader beschouwd. Conclusie Praktisch gezien worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering, op basis van het feit dat het een bestaande woning gaat.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 6

2.3 Wet geluidhinder In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen in de omgeving van wegen een zorgvuldige afweging met betrekking tot geluid plaatsvinden. Wegverkeer De wegen in de directe omgeving van het project betreffen allen wegen met een maximum rijsnelheid van 60 km/u. Het project omvat geen nieuw geluidgevoelige objecten, waardoor aannemelijk is dat de gevelbelasting voldoet aan de normen. Een nadere toetsing aan het aspect wegverkeer is niet aan de orde. Industrielawaai Het project ligt niet binnen de invloedsfeer van een omliggend bedrijf. Vliegverkeer Het project ligt niet binnen de invloedsfeer van vliegbasis Volkel of Eindhoven. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het project.

2.4 Wet Luchtkwaliteit Van toepassing is de Wet luchtkwaliteit. Getoetst is of het project zelf, al niet in betekenende mate, bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals gesteld in het Besluit ‘niet in betekende mate’ (NIBM). Sinds 1 augustus 2009 is de Nationaal Samenwerking Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Hierin is opgenomen dat een project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging als 3% van de jaargemiddeldegrenswaarde niet wordt overschreden. Voor de luchtkwaliteit maatgevende stoffen “fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)”, komt dit overeen met een bijdrage aan de jaargemiddeldeconcentratie van 1,2 ug/m³. Voor ontwikkelingen die een NIBM-bijdrage leveren aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen ” wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwplan op de luchtkwaliteit onder het begrip 'niet in betekenende mate' valt. Het aantal verkeersbewegingen neemt minimaal toe en daarom is ervoor gekozen om (zie onderstaande tabel) middels de NIBM-tool toch de invloed op de luchtkwaliteit te onderzoeken. Verkeersaantrekkende werking Uitgaande van een woning, met een verkeersaantrekkende werking van 6 bewegingen per woning/kavel, resulteert dit in totaal 6 voertuigbewegingen.

Uit de volgende tabel blijkt dat het initiatief een NIBM-bijdrage heeft.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 7 Tabel 2: NIBM berekening

In het kader van het NSL is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool3 ingevoerd. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het nieuwe instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit nu in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en later onder de Omgevingswet (Ow). De volgende afbeeldingen geven de resultaten van de Monitoringstool voor de stoffen PM2.5, PM10 en NO2 voor het jaar 2030 weer.

Afbeelding 3: concentraties NO2, PM10 en PM2.5 voor het jaar 2030

De achtergrondwaarden ter plaatse van het plangebied moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel onderzocht worden. In de navolgende tabel zijn de heersende achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2.5 van de nabijgelegen rekenpunten opgenomen

3https://www.cimlk.nl/kaart

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 8 Tabel 3: Achtergrondwaarden

Meetpunt (ID) 50475266_222807 Norm

NO2 (μg/m³)

PM10 (μg/m³)

9,732

15,007

PM10 overschrijdingsdagen 6

40 µg/m3

40 µg/m3

35

PM2.5 (μg/m³)

25 µg/m3

7,765

Conclusie Ter plaatse van het project is sprake van een goed woon- en leefklimaat en vormt de luchtkwaliteit geen belemmering. Het project zelf valt onder de NIBM definitie.

2.5 Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Voor het project is een notitie (kenm. 22.416-006A) opgesteld voor de aanleg- en gebruiksfase. Deze notitie is in bijlage 2 opgenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten én dat geen vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming nodig is. soortenbescherming Het project omvat een gebruikswijziging, welke niet leidt tot sloop, uitbreiding van bebouwing of andere terreininrichting. Er worden dus geen, zover deze aanwezig kunnen zijn, waarden geschaad. Daarmee is de ruimtelijke functiewijziging aan de Loosbroekseweg 66 Nistelrode uitvoerbaar is, zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming en gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien er kapwerkzaamheden zijn voorzien aan de bomen geldt mogelijk een meldingsplicht.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Conform de Wet natuurbescherming (art. 1.11) is te allen tijde sprake van zorgplicht. Conclusie Het aspect natuur vormt geen planologische belemmering voor het project.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 9

2.6 Archeologie en cultuurhistorie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke waarden van het plangebied.

2.6.1 Archeologie Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen, in het kader van voornoemde wetgeving een eigen archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Volgens de Archeologische Beleidsadvieskaart (zie afbeelding) ligt het plangebied in het buitengebied en is een middelhoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Voor dit gebied geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m².

Afbeelding 4: fragment beleidskaart

(bron: gemeentelijke archeologische beleidskaart)

Het project omvat een gebruikswijziging, welke niet leidt tot sloop, uitbreiding van bebouwing of andere terreininrichting. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ blijft met onderhavig bestemmingsplan behouden, waarmee eventueel aanwezige waarden ook in de toekomst beschermd blijven. Mochten er tijdens de werkzaamheden binnen het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 (gewijzigd in 2007 met de

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 10

Wet op de Archeologische Monumentenzorg) een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Bernheze.

2.6.2 Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistoriekaart van de gemeente Bernheze ligt de locatie niet in een gebied met de cultuurhistorische aanduiding (zie volgende afbeelding). Het plangebied is gelegen aan de Loosbroekseweg, welke -volgens de Cultuurhistoriekaart- een geografische lijn (oud wegtracé) vormt met redelijk hoge waarde. De beoogde herontwikkeling zal geen invloed hebben op deze geografische lijn. In de omgeving van het plangebied (zuidelijke) is een locatie aangeduid als ’overige historische bouwkunst’, waarop de beoogde herontwikkeling geen invloed heeft.

Afbeelding 5: fragment beleidskaart

(bron: Cultuurhistoriekaart 2014, Bernheze)

Uit het provinciaal Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)4 blijkt dat er op, of direct rondom, de projectlocatie geen provinciaal cultuurhistorisch belang aanwezig is. Conclusie: Het project beïnvloedt geen archeologische of cultuurhistorische waarden.

4 CHW 2010, herziening 2016

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 11

2.7 Watertoets Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 12

Gemeente Bernheze Het beleid van de gemeente Bernheze sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. De gemeente zelf heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan en het Gemeentelijk Waterplan opgesteld. In het Gemeentelijk Rioleringsplan zijn doelstellingen en maatregelen in de waterketen opgenomen, waartoe de gemeente wettelijk verplicht is. In het waterplan worden extra, niet wettelijk verplichte maatregelen opgenomen, die nodig zijn om de gewenste inrichting en functioneren van water te kunnen bereiken. De hoofddoelstelling van het waterplan is “Het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord’. Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond- en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan- en afvoer van water. De keten van drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Het project omvat geen verdere verharding van het plangebied, maar betreft een gebruikswijziging. Het hemelwater is reeds afgekoppeld en wordt plaatselijk verwerkt. Afvalwater In de openbare weg ten oosten van het plangebied ligt een (druk)rioolstelsel. Het afvalwater wordt afgevoerd naar het riool van de Loosbroekseweg. De gemeentelijke riolering voert het water af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

Dit betreft een bestaande situatie Hemelwater Hemelwater wordt niet op het riool geloosd, maar naar een bestaande voorziening gebracht. Gezien het een bestaande situatie is, kan gesteld worden dat het terrein voldoende mogelijkheden biedt voor de verwerking van hemelwater op het eigen terrein. Het hemelwater wordt momenteel in putten opgevangen en naar kavelsloten geleidt, waar het kan infiltreren in de bodem. Conclusie De waterhuishouding van het project verandert niet en vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke wijziging.

2.8 Externe veiligheid Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 13

Risiconormering Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= ‘1’). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente).

Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Tabel 4: Wanneer verantwoorden? Bron Wanneer Groepsverantwoording? Inrichtingen (Bevi) Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Buisleidingen (Bevb) Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording dient een toelichting te worden gegeven op artikel 12 lid 1 onder a, b, f en g van het Bevb. Weg, spoorweg of Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt waterwegen (Bevt) genomen.

Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico', dat overblijft nadat de benodigde veiligheid verhogende maatregelen genomen zijn.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 14

Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barro, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Onderhavig initiatief past in de kaders die hierin zijn gesteld. Beschouwing risicobronnen Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de omgeving van het plangebied waarover dergelijke transporten kunnen plaatsvinden zijn de Provinciale weg N279 en de Rijksweg A50. De N279 ligt op circa 6,6 km afstand en valt daarmee buiten de scope voor het project.

Afbeelding 7: uitsnede Signaleringskaart-EV met projectie Loosbroekseweg 66

Inrichting Binnen een straal van 1.000 meter van het plangebied is geen risico-object gelegen. Rijksweg A50 Ten oosten van het plangebied bevindt zich, op een afstand van ca. 3,5 km de rijksweg A50. De Rijksweg A50 maakt onderdeel uit van het landelijke Basisnetweg. In bijlage 1 van de Regeling Basisnet zijn de risicoplafonds weergegeven voor het plaatsgebonden risico (PR max.) en het groepsrisico (GR-plafond PR10-7).

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 15

In de volgende tabel zijn de risicogegevens voor de Rijksweg A50 ter hoogte van het plangebied weergegeven. Tabel 3: Risicogegevens Rijksweg A50 ter hoogte van Uden

Over deze transportweg worden onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie GT4 vervoerd. Het wegvak van de A50 ter hoogte van Nistelrode heeft wel een toxisch invloedsgebied (> 4000 m), die relevant is voor het plan. Gelet op de afstand tussen het plangebied en de rijksweg (ca. 3,5 km) A50 kan worden volstaan met het opstellen van een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform de vereisten in art. 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Vanwege de grote afstand van de bron tot het plangebied (> 200 meter) en het toxische scenario geeft de Veiligheidsregio hiervoor een standaard advies m.b.t. de (beperkte) verantwoording. Buisleidingen Er zijn geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen met een risicocontour aanwezig, die van invloed is op het plangebied. Ten noordwesten, ruim 1,5 km is een gastransportleiding aanwezig. Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk.

Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 16

Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden.

Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid, die betrokken dient te worden bij de beoordeling.

De beleidsvisie stelt op het vlak van de externe veiligheid per gebiedstype voorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘Landelijk gebied’. De voorwaarden voor dit gebiedstype zijn opgenomen in volgende tabel.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 17

Conclusie Met de beschreven maatregelen is de veiligheid ter plaatse van de planlocatie voldoende geborgd en bestaan vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaren tegen de gewenste ontwikkeling. De Veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.

2.9 Geurhinder veehouderijen De gemeenteraad heeft op 1 november 2021 de Verordening Fysieke Leefomgeving (hierna: VFL) vastgesteld. Hierin staan de regels die in Bernheze gelden voor bouwen, wonen, natuur, erfgoed, milieu, wegen en water. De VFL is een samenvoeging van een reeks bestaande verordeningen en een aantal regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Hiermee zijn alle regels voor ruimtelijke ontwikkeling in één verordening terug te vinden. De regels zijn niet gewijzigd, wel beter op elkaar afgestemd en vereenvoudigd. De onderzoekslocatie is gelegen binnen het “Overgangsgebied”, zoals uit de onderstaande afbeelding blijkt. De maximale geurbelasting voor dit gebied bedraagt 10,0 ou E/m3. Volgens de atlas van de ODZOB is de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse van het project ‘redeljik goed’. In de volgende afbeelding is een fragment uit de atlas weergegeven.

Afbeelding 7: fragment Achtergrondbelasting geur

(bron: atlas.odzob.nl)

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 18

Voor het project is een geuronderzoek5 uitgevoerd, waarin het woon-/leefklimaat is onderzocht. Hieruit volgt op het plangebied een voorgrondbelasting van ten hoogste 5,7 OUE/m³ en een achtergrond-belasting van ten hoogste 14,5 OUE/m³, waardoor volgens de beleidsregel van de gemeente Bernheze sprake is van een voldoende geursituatie. Tevens wordt voldaan aan de provinciale regelgeving. Conclusie Het project vormt geen belemmering voor agrarische veehouderijen.

2.10 Volksgezondheid De handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie april 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Stap 1 Endotoxine Uit VGO onderzoek is gebleken dat zich rond veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s voordoen. De Gezondheidsraad adviseert een norm van 30 EU/m 3 voor endotoxine om omwonenden tegen te hoge concentraties te beschermen. Bij pluimveebedrijven en varkenshouderijen kan relevante emissie plaatsvinden. Op basis van de uitstoot van fijn stof kan worden geschat op welke afstand van een bedrijf deze norm wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen veehouderijen die mogelijk zijn en vindt geen overschrijding van de adviesnorm van 30 EU/m³ plaats. Stap 2 Emissies De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur (wettelijk kader) Rondom het plangebied liggen verschillende veehouderijen waarop de ontwikkeling van invloed kan zijn. Uit §2.9 (Geurhinder veehouderijen) volgt een voorgrondbelasting van 5,7 OUE/m³ en een achtergrondbelasting hoger dan 14,5 OUE/m³, waardoor volgens de beleidsregel van de gemeente Bernheze sprake is van een voldoende geursituatie.

Stap 3b Geur (gezondheidskundig) de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015), zoals in de onderstaande tabel is weergegeven.

De ontwikkeling overschrijdt de waarden licht, zoals bedoeld vanuit gezondheidskundig oogpunt. Stap 4 Gecombineerde bedrijven Direct rondom het plangebied is geen gecombineerde bedrijf aanwezig.

5 Rapport kenmerk 22.927-GEUR.02, d.d. 15-08-2023

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 19

Stap 5a Geitenhouderijen Uit het aanvullende VGO rapport blijkt dat gemiddeld over de onderzoeksjaren 2009 - 2013 een 29% verhoogde kans op longontsteking bestaat voor mensen die rondom een geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km. Het provinciaal verbod op het uitbreiden van het bestaand oppervlakte dierenverblijf (staloppervlak) voor geiten dient te voorkomen dat (nieuwe of grotere) knelpunten ontstaan vanwege de volksgezondheid rond geitenhouderijen, die later met veel inspanning en kosten moeten worden weggenomen. Beoordeling geitenhouderijen Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderij gelegen met meer dan 50 dieren. 5b. Pluimveebedrijven Binnen een afstand van 1 kilometer is geen pluimveebedrijf aanwezig en zijn meerdere woon- en verblijfsruimten van derden aanwezig. 5c. Overige veehouderijen: De locatie ligt buiten de bebouwde kom, op een afstand van ruim 1 km van de bebouwde kom (Loosbroek). In de directe omgeving zijn geen andere veehouderijen gevestigd, die relevant zijn. 6. Mestverwerking Er is geen sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit bij de omliggende (agrarische) bedrijven, die van invloed zijn op de ontwikkeling. 7. Lokale beleving Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Conclusie: Uit het stappenplan (stap 3b) volgt dat een advies van de GGD nodig is.

De gemeente moet een zorgvuldige afweging maken of sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Bij deze afweging dient het al dan niet inwinnen van GGD-advies betrokken te worden.

2.11 Overige aspecten Spuitzone Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen. Als richtwaarde wordt 50 meter aangehouden. Binnen 50 m zijn geen gronden aanwezig, waar spuitzones voor gewassen van toepassing zijn. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 3,6 km) heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt niet tot een belemmering. Conclusie: Er is geen sprake van een belemmering voor de ontwikkeling c.q. schade voor de volksgezondheid van de toekomstige gebruikers.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 pagina: 20

3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de toetsing van de verschillende milieuaspecten, met betrekking tot het wijzigen van de functieaanduiding agrarisch naar wonen op het perceel aan de Loosbroekseweg 66 te Nistelrode, blijkt dat uit milieutechnisch oogpunt geen belemmeringen te verwachten zijn.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 Bijlage - 1 -

BIJLAGE 1 Principebesluit met onderbouwing

Familie van den Anker Loosbroekseweg 66 5388 VP Nistelrode Digitaal verzonden aan: lottevdanker@hotmail.com info@amitec.nl

Behandeld door: Telefoonnummer: Bijlage(n): Onderwerp:

Robin Diekhorst (0412) 458888 2 Brief principeverzoek

Uw brief van:

30 augustus 2022

Uw kenmerk: Registratienummer: Digitaal verzonden:

1693133 / 1698924 3 november 2022

Beste mevrouw / meneer van den Anker, Op 30 augustus 2022 heeft u een principeverzoek ingediend voor het wijzigen van de functieaanduiding agrarisch naar wonen op het perceel Loosbroekseweg 66 te Nistelrode. Voordat u een omgevingsvergunning aanvraagt, hebben wij gekeken of uw bouwplan haalbaar is. In deze brief informeer ik u hierover. Conclusie Uw verzoek is in strijd met het vigerend bestemmingsplan maar is op basis van onze eerste beoordeling voorstelbaar. Wel stellen wij een aantal randvoorwaarden voor het omzetten van de Loosbroekseweg 66 van een agrarische naar een woonbestemming. Bestemmingsplan De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze met enkelbestemming ‘agrarisch – landbouwontwikkelingsgebied’, dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’, bouwvlak, functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’, maatvoering: aantal bedrijfswoningen – 1, open landschap, landbouwontwikkelingsgebied en gebiedsaanduiding ‘overige zone – parapluplan teeltondersteunende voorzieningen’. Het plan is in strijd met de regels in het bestemmingsplan onder artikel 4.1d “een burgerwoning is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding wonen of specifieke vorm van wonen.

Gemeentehuis: De Misse 6 Postbus 19, 5384 ZG Heesch Telefoon (0412) 45 88 88 Bij voorkeur digitaal: www.bernheze.org gemeente@bernheze.org

Voorwaarden Milieu Omliggende bedrijven mogen niet geschaad worden in hun belangen. Aangetoond moet worden dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst in de woning.

Groen KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP Deze ontwikkeling betreft een categorie 3 ontwikkeling. Kwaliteitsverbetering van het landschap is nodig. Dit inzichtelijk maken met een berekening (hoeveel € kwaliteitsverbetering is noodzakelijk) en inpassingsplan dat minimaal het volgende bevat: ▪ Is opgesteld door een groen- of landschapsontwerper ▪ Tekening met duidelijke aanduiding bestaand groen / nieuw groen ▪ Tekening met duidelijke aanduiding bestaande en nieuwe watergangen en -partijen, greppels, verlagingen voor waterberging en sloten. ▪ Sortiment van nieuw aan te planten groen. Dit mag op de tekening of in een aparte plantlijst. ▪ Maatvoering van landschapselementen (lengte-breedte) Het plan moet te toetsen zijn op ‘landschapswaarde’. Daarom moet duidelijk worden dat het gaat om landschappelijke elementen, bestaande uit inheemse soorten, die door hun situering en omvang werkelijk zorgen voor inpassing en verzachting van de ontwikkeling. In de toelichting moet worden uitgelegd hoe bepaalde keuzes zijn gemaakt, bijvoorbeeld op basis van de (cultuur)historische context, abiotische omstandigheden of landschappelijke opbouw. Daarnaast moet het plan te toetsen zijn door de controleur buiten. Hij moet kunnen oordelen op concrete zaken zoals sortiment en dergelijke. Wet natuurbescherming Bij o.a.

het verwijderen van houtopstanden, sloopwerkzaamheden en verbouwingen (aanpassingen van gevels en daken) is de Wet Natuurbescherming van toepassing. Ongeacht de locatie van het initiatief. Uitgangspunt: initiatiefnemer moet aannemelijk maken dat zijn plan doorgang kan vinden. Een quickscan is hiervoor niet altijd noodzakelijk. Als de initiatiefnemer aangeeft dat er geen gevolgen zijn, dan is dat in principe zijn verantwoordelijkheid en kunnen wij hierin meegaan. De risico’s zijn ook voor de initiatiefnemer. Echter, als wij aanleiding zien om te twijfelen aan zijn verhaal, dan kunnen we dat natuurlijk delen en een onderbouwing verlangen, al dan niet in de vorm van een quickscan. De term quickscan is feitelijk ook vrij rekbaar, dat hoeft niet altijd een ellenlang rapport te zijn, als maar blijkt dat er geen twijfel meer overblijft. Klimaat / water / riolering Waterhuishouding • Sinds 01-11-2021, is de verordening fysieke leefomgeving vastgesteld, in artikel 3.4 zijn vereisten over waterberging opgenomen. Vanaf heden dient dan ook hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden. Dit betekent dat voor een plan 20 mm berging per m2 verharding gerealiseerd moet worden • Bestaande sloten en watergangen handhaven m.u.v. inritten met duikers. Bestaande sloten mogen niet gebruikt worden voor de benodigde waterberging op eigen terrein.

• Oppervlakkige/bovengrondse waterberging (nieuwe sloten/wadi's) mogen alleen met een noodoverstort boven de GHG aangesloten worden op een bestaand watersysteem/(zak)sloot indien gewenst. Riolering

• Regenwater dakoppervlakken oppervlakkig/bovengronds afvoeren naar bergingsvoorziening. Regenwater mag niet op de riolering aangesloten worden. • Aansluiting huishoudelijk afvalwater op gemeentelijk (druk)rioolstelsel afstemmen met rioolbeheerder. Bij verandering van een agrarisch bedrijf naar een bedrijf waarbij (meer of ander) bedrijfsafvalwater vrijkomt, dient men in overleg te treden met riool (gemeente)- en waterbeheerder (Waterschap Aa en Maas) over (gezuiverd) lozen op oppervlaktewater. Het drukrioolstelsel is hiervoor niet geschikt. • Geen gebruik van uitlogende materialen.

Klimaatadaptatie • Toepassing van groen (bijvoorbeeld sedum) op platte daken of daken met maximale helling 35% onderzoeken. Het groene dakoppervlak wordt niet gerekend als verhard oppervlak. Hierdoor hoeft voor het aantal m2 aan groen dak niet aan de bergingseis van 20/60mm te worden voldaan. Hiervoor is een subsidie beschikbaar via Subsidie klimaatbestendige maatregelen - Gemeente Bernheze • Voor de parkeervakken kan halfverharding gebruikt worden om extra waterberging op het terrein te waarborgen. Dit zorgt ook voor 50% minder bergingsopgave van dit oppervlak. Mocht de potentiële koper plannen hebben met de bestaande bijgebouwen dan adviseren we dat men zich meldt bij de gemeente om mogelijkheden te bespreken. Vergunning aanvragen U kunt nu een omgevingsvergunning aanvragen voor de activiteit bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Het aanvraagformulier voor de omgevingsvergunning kunt u vinden op www.omgevingsloket.nl, waarbij u uw DigiD nodig heeft. De omgevingswet De omgevingswet zal naar verwachting per 1 juli 2023 van toepassing zijn. Dit plan wordt daarom behandeld onder het regime van de omgevingswet. Het omgevingsplan is een nieuw instrument voor de gemeente Bernheze. Het is nog onbekend hoe de juridische regels, het beleid en participatie vorm worden gegeven. Een adviesbureau kan u helpen bij het opstellen van een omgevingsplan.

Momenteel zijn wij ons nog aan het voorbereiden op de omgevingswet. Informatie hierover zullen wij publiceren op de gemeentelijke website. De algemene minimale indieningsvereisten voor een wijziging omgevingsplan kunt u vinden in de bijlage. Kosten We rekenen kosten (leges) voor het in behandeling nemen van een principeverzoek. Het tarief voor het in behandeling nemen van dit principeverzoek met een uitgebreide vervolgprocedure bedraagt €2.394,25,-. Deze leges zijn vastgelegd in artikel 2.2.2 van de Legesverordening 2022. Vragen Heeft u nog vragen? U kunt contact met mij opnemen via telefoonnummer (0412) 458888 of via gemeente@bernheze.org. Met vriendelijke groet, Namens burgemeester en wethouders

Robin Diekhorst Team Ruimtelijke Ordening

Bijlage 1 Positieve reactie op uw principeverzoek Uw principeverzoek In het begeleidend schrijven heeft u een positieve reactie op uw principeverzoek ontvangen. Onderhavige informatiebrief is bedoeld om u te informeren over de voorwaarden welke van toepassing zijn op deze positieve reactie. Graag verzoeken wij u vriendelijk, deze informatiebrief goed door te lezen. Geldigheidsduur reactie op uw principeverzoek Aangezien de positieve schriftelijke reactie op uw principeverzoek wordt gebaseerd op de op dat moment geldende regelgeving en/of op dat moment geldend beleid, kan een reactie op uw principeverzoek na verloop van tijd weer wijzigen. Op grond van het vorenstaande is de geldigheidsduur van een positieve reactie op uw principeverzoek door de gemeente Bernheze vastgesteld op maximaal zes maanden na verzenddatum van de brief. Aanvraag U dient uw aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel uw verzoek tot een omgevingsplan binnen zes maanden na verzending van de schriftelijke reactie op uw principeverzoek in te dienen. Binnen deze termijn is vereist dat u een formele en complete aanvraag (of verzoek) bij ons heeft ingediend. Voor het opstarten van een omgevingsplanprocedure geldt dat er binnen een half jaar een concept van het omgevingsplan bij de gemeente moet zijn ingediend.

datum: 24-08-2023 Kenmerk: 22.416-WRO.02 Bijlage - 2 -

BIJLAGE 2 Stikstofnotitie

NOTITIE

LOOSBROEKSEWEG 66, NISTELRODE datum: project: onderwerp: referentie:

15-08-2023 22.416AERIUS-berekeningen 22.416-006A (Aerius)

De locatie Loosbroekseweg 66 is reeds bebouwd en bestemd als agrarisch bedrijf (veehouderij). De initiatiefnemers hebben thans een bestemmingsplan in voorbereiding, om de locatie te transformeren naar een woonbestemming. De locatie is reeds sinds 2001-2003 in gebruik (en verkocht) als woonlocatie. De kadastrale situatie en ligging locatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding.

locatie

Afbeelding 1: topografische ligging met kadastrale grens

(bron: PDOK)

De ontwikkeling bestaat uit het anders gebruiken van de locatie, zijnde wonen (verder: project), waarvoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Het project ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Onderhavig planvoornemen ligt op circa 15 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek’.

1

Aanlegfase Voor de realisatie van het project vinden geen bouwwerkzaamheden plaats. Reeds in 2001 zijn de stallen gesloopt en sindsdien is de locatie in gebruik als woonlocatie. De ruimtelijke wijziging betreft hier alleen een gebruikswijziging. Een berekening voor de Aanlegfase is niet van toepassing. Gebruiksfase De (bestaande) woning dateert uit 1963 en wordt verwarmd met een CV-ketel1 . Veder heeft de woning een open haard, welke in de winterperiode wordt gebruikt. Uit gegevens van de opdrachtgever volgt een gasverbruik van 1.850 m³ per jaar en een houtverbruik van 1 m³ per jaar. Brandhout wordt verkocht en gemeten in kubieke meter. Een kubieke meter komt overeen met een houtstapel (d.w.z. hout plus lucht) van 1 meter in lengte, breedte en diepte. Een kubieke meter dennenhout weegt circa 350 kg, een kubieke meter beukenhout circa 500 kg en eiken circa 550 kg. Als uitgangspunt voor de berekening wordt 1 kubieke meter beukenhout (500 kg) gehanteerd. 1kg hout levert 16 MJ energie2 (Bron: CE Delft Beoordeling rapport Luchtemissies houtkachels) en de emissiefactor voor houtstook (particulier) bedraagt 129 g/GJ Hout3.

De emissie voor de open haard is als volgt berekend. kg hout x 16 MJ x emissienorm (g/GJ) = NOx emissie (kg/jr) 500 kg x (16 MJ /1000)= 8,8 GJ x 129 = 1135,2 g/jr = 1,1352 kg/jr De emissie voor de verwarmingsinstallaties is als volgt berekend. (gasverbruik (m³) x calorische waarde (GJ/m³) x max. toelaatbare emissie (kg/GJ) = NOx emissie (kg/jr) 1850 m³ x (35,17 MJ/m³/1000) x 0,02 kg/GJ = 1,3 kg/jr Verkeersaantrekkende werking Uitgaande van één woningen, met een verkeersaantrekkende werking van 6 bewegingen per woning/kavel, resulteert dit in totaal 6 voertuigbewegingen per etmaal. Beweiden Voor het beweiden is rekening gehouden met hobbyvee, bestaande uit 1 koe (13 kg NH3/jr), 10 kippen (0,34 kg NH3/jr/kip), 1 varken (23 kg NH3/jr) en 2 schapen (7,8 kg NH3/jr/schaap). Resultaat gebruiksfase Met de bovengenoemde uitgangspunten is een berekening uitgevoerd met de Aerius-calculator. Uit de berekening blijkt dat in de Gebruiksfase geen toename van stikstof op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000-gebieden plaatsvind. De berekening is opgenomen in bijlage 1.

1

Nefit Trendline II HRC 30 (2021) 29,5 kW

2

bron: CE Delft Beoordeling rapport Luchtemissies houtkachels

3

bron: Emissies van houtstook door huishoudens

2

Conclusie Voor het omschakelen naar een woonlocatie zijn berekening uitgevoerd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten én dat geen vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming nodig is.

3

BIJLAGE 1 Aerius-berekening Gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

burgerwoning Loosbroekseweg 66, 5388 VP Nistelrode 22.416- Loosbroekseweg 66, Nistelrode Representatieve situatie: -cv -houtkachel -verkeer - beweiden hobbydieren

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RvainDC254ZG 24 augustus 2023, 15:24 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Beoogde Situatie - Beoogd Beoogde Situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

2023 -

85,6 kg/j

7,7 kg/j

2/7

Projectberekening

Beoogde Situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2 5 

Wonen en Werken | Woningen | Schoorsteen Wonen en Werken | Woningen | CV Landbouw | Landbouwgrond | Weide Verkeersnetwerk

RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

85,6 kg/j 30,2 g/j

1,1 kg/j 1,3 kg/j 5,0 kg/j 0,3 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde Situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Beoogde Situatie, Rekenjaar 2023 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Schoorsteen Uittreedhoogte Locatie X:164647,49 Warmteinhoud Y:411178,19 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wonen en Werken | Woningen

Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:164644,55 Warmteinhoud Y:411194,04 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 3

NOₓ

1,1 kg/j

4,0 m 0,150 MW

NOₓ

1,3 kg/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

verkeer X:164558,14 Y:410971,99 658,16 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

7,0 m 0,300 MW

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer 2 X:164839,67 Y:411489,4 767,84 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

Max. snelheid

-

3,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

Aantal voertuigbewegingen

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

0,1 kg/j 32,6 g/j 17,0 g/j

In file

5,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

0,1 kg/j 25,4 g/j 13,2 g/j

In file

5,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

5

Landbouw | Landbouwgrond

Naam Weide Locatie X:164603,97 Y:411209,08 Oppervlakte 0,18 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen

Type

Beweiding

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

0,5 m 0,000 MW 0m Stof

NOₓ NH₃

NOₓ NH₃

5,0 kg/j 85,6 kg/j

Emissie

5,0 kg/j 85,6 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230808_506285819f Database versie 2022.2_506285819f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvainDC254ZG (24 augustus 2023)

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=a541bd8f-c083-4702-a6f4-41849a6ffcae