Ontwerpbestemmingsplan 'Graafsebaan 35, Heesch' - Bijlage bij de toelichting 7. memo overige milieuaspecten
Tekst van het document
memo aan:
RO Connect
van:
SAB
kenmerk:
190514
datum:
20 februari 2020
betreft:
Graafsebaan 35 e.o. te Heesch, diverse overige aspecten
In opdracht van RO Connect heeft SAB een memo opgesteld met betrekking tot de ‘minder’ relevante omgevingsaspecten voor de bestemmingsplanwijziging voor het plan aan de plangebied aan de Graafsebaan 35 te Heesch. Het plan voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen. Voor de zuidelijke woning geldt dat dit een verschuiving van het bouwvlak is. De ‘minder’ relevante omgevingsaspecten zijn de omgevingsaspecten die wel in een bestemmingsplanwijziging belicht moeten worden, te weten: - luchtkwaliteit; - hoogspanningslijnen; - geurhinder en veehouderij; - gezondheid; - vormvrije m.e.r.; - archeologie. Luchtkwaliteit Het plan voorziet in de realisatie van 2 woningen. Dit aantal valt ruimschoots binnen het aantal 1.500 woningen volgens de Regeling Niet in betekenende mate, bijlage 3a, voorschrift 3a.2. Een toets in dit kader is niet nodig. Er is geen sprake van de toevoeging een luchtkwaliteitsgevoelig object, zoals een school of een ziekenhuis. Via de NSL-monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan beoordeeld. In tabel 1 is de luchtkwaliteit voor de jaren 2018, 2020 en 2030 weergegeven. stoffen
2018
2020
2030
3
20,8 µg/m
3
18,9 µg/m
NO2 concentratie
23,5 µg/m
PM10 concentratie
20,3 µg/m
3
11,5 µg/m
3
3
15,4 µg/m
3
PM10 overschrijdingsdagen
8,0 dagen
6,8 dagen
6,0 dagen
PM2,5 concentratie
12,5 µg/m
3
11,4 µg/m
3
8,5 µg/m
Tabel 1.
3
Concentraties luchtkwaliteit in 2018, 2020 en 2030
Uit de tabel blijkt dat er geen grenswaarden van luchtkwaliteit worden overschreden. Ook blijkt dat de trend van de luchtkwaliteit verbeterend is. Een nadere toets van de luchtkwaliteit is niet nodig.
pagina 1 van 4
Hoogspanningslijnen Sinds 2005 hanteert de Nederlandse overheid een aanvullend advies voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen. De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben.
Op circa 1.7 kilometer ten oosten van het plangebied loopt een 150 kV-tracé. Er zal geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied. Geurhinder en veehouderij Het plan ligt in de kern van Heesch. Veehouderijen in de omgeving zijn op dermate afstand gelegen dat geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gezondheid In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. Getoetst is aan het stappenplan zoals opgenomen is in de handreiking. Stap 1: endotoxine richtafstand Hieruit blijkt dat het plan niet ligt binnen een afstand van 250 meter van een intensieve veehouderij, of 1000 meter van een pluimveehouderij of 2000 meter van een geitenhouderij. Stap 2: Emissies Geen toename van emissies. Stap 3a: Toetsing aan wettelijk geurkader 3 De voorgrondbelasting is minder dan 5 ouE/m en de achtergrondbelasting is minder dan 3 10 ouE/m . Binnen 100 meter van het plan ligt geen veehouderij zonder vastgestelde geuremissies.
pagina 2 van 4
Stap 3b: Toetsing aan goed woon- en leefklimaat geurkader 3 De voorgrondbelasting is minder dan 2 ouE/m en de achtergrondbelasting is minder dan 3 5 ouE/m . Binnen 100 meter van het plan ligt geen veehouderij zonder vastgestelde geuremissies. Stap 4: meerdere diersoorten binnen veehouderij Binnen één veehouderij zijn geen meerdere diersoorten aanwezig. Stap 5: Afstanden tot veehouderijen Hieruit blijkt dat het plan niet ligt binnen een afstand van 250 meter van een intensieve veehouderij, of 2000 meter van een geitenhouderij.
De noordelijke woning komt op 991 meter vanaf de pluimveehouderij Vorstengraflaan 1b in Oss te liggen. Deze veehouderij ligt ten noordoosten van de woning. Hoewel de woning binnen de cirkel van 1000 rondom de veehouderij ligt, kan het bevoegd gezag dit acceptabel achten, daar de woning ten zuidwesten van de veehouderij ligt (minder voorkomende windrichting) en dat de woning in de bebouwde kom van Heesch komt te liggen. Stap 6: Mestbe- of verwerking Er is geen mestbe- of verwerking in de nabijheid Stap 7 Ongerustheid omwonenden Bij de bewoners en andere omwonenden is er geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Er is dus geen advies van de GGD nodig. Vormvrije m.e.r. Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland) Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.-(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt.
Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een pagina 3 van 4
MER nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Het plan voorziet in de bestemmingswijziging van het bestemmen van twee woningen (waarvan één verschuiving van het bouwvlak). De ontwikkeling hoeft niet getoetst te worden aan activiteit D 11.2 uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Deze activiteit betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Uit het onderhavige hoofdstuk, waaraan de resultaten van de toetsing juncto art. 3.1.6 Bro worden weergegeven, blijkt dat het plangebied niet ligt in of nabij een gebied dat beschermd wordt ten gevolge van de natuurwaarden. Het ontwikkelingsgerichte delen van plan liggen niet in de directe nabijheid van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd natuurgebied (Natura 2000).
Op basis van de in het kader van het onderhavige plan uitgevoerde onderzoeken blijkt dat van externe werking op een Natura 2000 gebied geen sprake kan zijn. Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Bèlvéderegebied. In dit hoofdstuk zijn tevens de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er door de herbestemming inderdaad geen sprake zal zijn van nadelige milieugevolgen. Archeologie De beide woningen komen te liggen binnen de dubbelbestemming Archeologie waarde 3 (bestemmingsplan De kommen van Bernheze, vastgesteld d.d. 1 juni 2011). De voor “Waarde Archeologie 3” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
In de bouwregels voor een omgevingsvergunning voor het bouwen geldt dat, voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een 2 oppervlakte groter dan 2.500 m en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek. 2
De woningen met eventuele bijgebouwen zullen nooit samen meer dan 2.500 m beslaan. Hierdoor is een archeologisch onderzoek niet nodig.
pagina 4 van 4