CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan "Zoggelsestraat 88, Heesch" - Bijlagen bij toelichting - bijlage 6 haalbaarheidsonderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 24 maart 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zoggelsestraat 88, Heesch12.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: i

HAALBAARHEIDSTOETS (Milieu-onderbouwing)

Project: Zoggelsestraat 88, Heesch

© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 1

ONDERZOEK voor

Locatie

: :

Zoggelsestraat 88 5384 VE Heesch

Auteur

:

ing. J.M.A. Clemens

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1 1.2 1.3

2

ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 3 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 OMGEVING ............................................................................................................................................... 4

MILIEU-ASPECTEN .................................................................................................................................... 5 2.1 BODEM .................................................................................................................................................... 5 2.2 WET GELUIDHINDER .................................................................................................................................... 6 2.3 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 6 2.4 WET LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 7 2.5 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................................... 8 2.6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 9 2.6.1 Archeologie ....................................................................................................................................... 9 2.6.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................................................

9 2.7 WATERHUISHOUDING................................................................................................................................ 10 2.8 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 11 2.9 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN..................................................................................................................... 13 2.10 VOLKSGEZONDHEID................................................................................................................................... 13 2.11 MER-BEOORDELING .................................................................................................................................. 15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 16 BIJLAGEN: 1. Informatiebronnen 2. Advies veiligheidsregio 3. Notitie stikstofdepositie 4. QuickScan natuurwetgeving

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 3

1 INLEIDING 1.1 Algemeen Voorliggend rapport betreft het toetsen van de milieuaspecten m.b.t. het ombouwen en splitsen van een oude woonboerderij aan de Zoggelsestraat 88 in Heesch. De gemeente Bernheze acht het plan in principe haalbaar en is bereid om mee te werken aan een wijzigingsplan, mits het niet op milieurelevante bezwaren stuit. De lokale situatie is weergegeven in de onderstaande afbeelding.

(bron: kadaster)

1.2 Aanleiding De ontwikkeling van de locatie bestaat uit het toevoegen van een bouwblok, voor het ombouwen en splitsen van een oude woonboerderij op het perceel aan de Zoggelsestraat 88 in Heesch. In de brief van 4 december 2017 geeft de gemeente Bernheze aan in principe bereid te zijn om de schuur (oude woonboerderij) om te bouwen en te splitsen in 2 woningen, waartoe een aantal haalbaarheidsonderzoeken aan dienen te worden geleverd.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 4

De topografische ligging van de locatie is in de onderstaande afbeelding weergegeven.

locatie

(bron: OpenTopo)

1.3 Omgeving In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen en (agrarische) bedrijven aanwezig.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 5

2 MILIEU-ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten beschreven, die als haalbaarheidstoetsing fungeren. In de navolgende paragraven worden de relevante aspecten benoemd en omschreven, waaruit een conclusie zal worden samengesteld.

2.1 Bodem De voorgenomen ontwikkeling omvat geen bodemroerende activiteit, maar is bodemonderzoek verricht om inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit. In onderstaande afbeelding is het onderzochte gebied en de locatie aangegeven.

locatie

(bron: Bodemloket)

Voor de locatie is een historisch bodemonderzoek 1, een verkennend bodemonderzoek2 en een nader bodemonderzoek uitgevoerd, welke separaat zijn bijgevoegd.. Uit de onderzoeken blijkt dat op twee plekken binnen dit plan verontreinigingen worden aangetroffen, die formeel niet volledig zijn ingekaderd. Gezien de vermoedelijk kleine omvang wegen de kosten van onderzoek niet op tegen de baten hiervan. Het betekent wel dat er sprake is van niet geheel inzichtelijke kostenpost, aangezien er wel een saneringsnoodzaak is om het beoogde gebruik te initiëren. Er is zeer waarschijnlijk sprake van een financieel haalbare sanering. Initiatiefnemer is voornemens deze verontreinigingen te saneren en zal hiervoor een plan van aanpak bij de gemeente indienen. Een omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, kan ter plaatse van deze aangetroffen verontreinigingen pas worden verstrekt, als een plan van aanpak sanering is ingediend bij de gemeente. Een vergunning kan tevens worden verstrekt, onder voorwaarde dat pas na sanering (en goedkeuring hiervan) van de aangetroffen verontreinigingen gebruik kan worden gemaakt. Conclusie De bodemkundige situatie vormt vooralsnog geen planologische belemmering voor de ontwikkeling, dan wel is aannemelijk dat de uitvoering financieel haalbaar is. 1 18.703-NEN.02, d.d. 3-10-2018 2 18.703-NEN.03, d.d. 6-6-2019

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 6

2.2 Wet geluidhinder In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen in de omgeving van drukke doorgaande wegen een zorgvuldige afweging met betrekking tot wegverkeerslawaai en industrielawaai plaatsvinden. Daarnaast dient afweging plaats te vinden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning. Wegverkeer Voor het zuidelijk gelegen Zoggelsestraat en westelijk gelegen Achterstraat zijn beide zogenaamde 60-km zones. De locatie valt binnen deze zone. De verkeersintensiteit3 op de beide wegen is dermate laag (veelal bestemmingsverkeer) dat het aannemelijk is dat de voorkeurgrenswaarde van 48 dB niet zal worden overschreden. Hierdoor is te stellen dat voor wegverkeer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

2.3 Bedrijven en milieuzonering Op basis van het Bestemmingsplan Buitengebied van Bernheze (8-10-2014 is geïnventariseerd wat er in de omgeving aan bedrijvigheid mogelijk is. In de omgeving bevinden zich de volgende bestemmingen: • transportbedrijf, Zoggelsestraat 71 • timmerbedrijf, Zoggelsestraat 69 • installatiebedrijf / caravanstalling, Achterste Groes 11 • agrarisch bedrijf, Achterste Groes 15 In de handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, editie 2009, Sdu Uitgevers BV, Den Haag) zijn richtafstanden opgenomen voor diverse bedrijfstypering. Deze richtafstand hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’, gebaseerd op gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten. Hierbij is de omgeving van de locatie aan te merken als ‘rustig buitengebied’. Tabel 1: richtafstanden bij rustig buitengebied

Nr 1 2 3 4

bestemming transportbedrijf (varkenshandel) timmerbedrijf (machinale houtbewerking) installatiebedrijf / caravanstalling Agrarisch bedrijf (paardenhouderij)

Geur 0 0 0 50

Richtafstand (m) Stof geluid 0 50 30 100 10 30

30 30

werkelijke afstand (m) gevaar 30 0

12 30

10 0

258 350

Toelichting Voor bedrijven genoemd in tabel 1, onder 1 en 2 wordt niet voldaan aan de richtafstand. Op de locatie is een transportbedrijf (1), zijnde een eenmanszaak4 aanwezig. Voor deze locatie is een akoestisch onderzoek (kenm. 18.904-FB.i-1A) opgesteld, waaruit blijkt dat het bedrijf niet wordt belemmerd door het initiatief. In zowel in de ‘huidige bedrijfsvoering”als de maximale planologische variant wordt de normstelling uit artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit niet overschreden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de Zoggelsestraat 88.

3 Verkeersgegevens Regionaal geluidmodel

(ODBN, 13/4/2018, Zoggelsestraat ca. 360 voortuigen per etmaal, Achterstraat onbekend,/geen gegevens) 4 KvK : Varkenshandel en varkenstransport. Eenmanszaak

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 7

Uit informatie van de initiatiefnemer is gebleken dat de eigenaar van het timmerbedrijf (2) gepensioneerd is en de (hout)handel aan het afbouwen is. Het timmerbedrijf wordt reeds beperkt door de woningen (Zoggelsestraat 67 en 86), welke dichterbij zijn gelegen dan onderhavig initiatief. Uit het bovenstaande is aannemelijk dat de omliggende bedrijven niet worden gehinderd door de ontwikkeling, dan wel dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Het initiatief is immers reeds gesitueerd binnen een bouwvlak met de aanduiding ‘wonen’.

2.4 Wet Luchtkwaliteit Van toepassing is de Wet luchtkwaliteit. Getoetst is of het project zelf, al niet in betekenende mate, bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals gesteld in het Besluit ‘niet in betekende mate’ (NIBM). Sinds 1 augustus 2009 is de Nationaal Samenwerking Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Hierin is opgenomen dat een project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging als 3% van de jaargemiddeldegrenswaarde niet wordt overschreden. Voor de luchtkwaliteit maatgevende stoffen “fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)”, komt dit overeen met een bijdrage aan de jaargemiddeldeconcentratie van 1,2 ug/m³. Voor ontwikkelingen die een NIBM-bijdrage leveren aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen ” wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwplan op de luchtkwaliteit, valt onder het begrip 'niet in betekenende mate'. De bijlage geeft een duidelijke grens voor een aantal gevallen. Zo geldt bij één ontsluitingsweg het aantal van 1.500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrageneutraal) of 100.000 m² kantoren. Het plan omvat de ombouw en splitsing van een oude woonboerderij in twee woningen en ligt niet in de nabijheid van autosnelwegen (afstand A59 >750m).

In het kader van het NSL is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool5 ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op meetpunten ten noorden van de locatie tot en met het jaar 2030 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan. De volgende afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen PM10 en NO2 voor het jaar 2030 weer.

locatie

locatie

Afbeelding 1: concentraties NO2 (links)en PM10 (rechts) voor het jaar 2030

5

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 8

Conclusie Ter plaatse van de locatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat en vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het initiatief.

2.5 Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. De Rijksoverheid heeft in januari 2020 de 'Handreiking woningbouw en Aerius' uitgebracht. De algemene conclusie is dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar is. Voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. In de andere gevallen op kortere afstand van een Natura 2000-gebied en/of voor de bouw van meer woningen waarbij de depositie mogelijk hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar is alsnog een AERIUS berekening nodig. Onderhavig planvoornemen ligt op circa 14 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Een AERIUS berekening is derhalve niet noodzakelijk.

Gesteld kan worden dat de stikstofdepositie voor onderhavig project 0,00 mol/ha/jaar is. Dit wordt bevestigd door de uitgevoerder berekening, welke in bijlage 3 zijn opgenomen. soortenbescherming Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen natuurwaarden in het gebied verstoord worden. Het plangebied is reeds bebouwd/verhard en wordt gebruikt als bedrijf. Een geschikte biotoop ontbreekt voor beschermde planten of dieren. Er worden geen nieuwe opstallen of verhardingen binnen het plangebied voorzien, waarbij geen beschermde planten of dieren worden aangetast. Voorliggend plan omvat ombouw en splitsing van een oude woonboerderij, waarbij de het perceel als tuin en erf blijft ingericht. Door Faunaconsult (18 oktober 2018) is een onderzoek ; ‘QuickScan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 te Heesch’ uitgevoerd, welke in bijlage 4. is bijgevoegd. Ten aanzien van bestaande en te handhaven/renoveren houtopstanden dient rekening gehouden te worden met habitat richtlijn. Dit betreft de aanpassing van o.m. de beukenhaag voor de inritten. Conclusie Een uitgebreid onderzoek of ontheffing van de Flora- en faunawet is niet nodig. Verstoring van vogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door het verwijderen van de vegetatie en de start van de renovatiewerkzaamheden aan de woonboerderij buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 9

2.6 Archeologie en cultuurhistorie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke waarden van het plangebied.

2.6.1 Archeologie Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen, in het kader van voornoemde wetgeving een eigen archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart in een zone met een lage archeologische verwachting (zie afbeelding).

locatie

(bron: gemeentelijke archeologische beleidskaart) Het ombouwen en splitsen van een oude woonboerderij omvat geen grootschalige grondroerende activiteiten. Ten alle tijden geldt voor archeologische sporen, die tijdens de uitvoeringsfase van de sloop-, bouw-, sanerings- of graafwerkzaamheden aan het licht komen, een wettelijke meldplicht.

2.6.2 Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Bernheze is op de locatie een object aanwezig, dat is geclassificeerd als; ‘overig historische bouwkunst’.

locatie

(bron: cultuurhistorische waardenkaart Bernheze)

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 10

Naar aanleiding van een advies van de stichting Advisering Monument & Ruimtelijke Kwaliteit Brabant, is een bouwhistorische verkenning6 uitgevoerd, waarin de historische waarden van de oude woonboerderij zijn benoemd. De hoge monumentale waarden dienen bij de realisatie van het initiatief behouden te blijven, dan wel verstrekt te worden. Conclusie: Het initiatief conserveert en zo mogelijk verstrekt de cultuurhistorische waarde van het object.

2.7 Waterhuishouding Hemelwater Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas. Door het waterschap zijn een aantal principes opgesteld waar ruimtelijke ontwikkelingen aan worden getoetst. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015, art. 15 van de Algemene regels resp. art. 13 van de Beleidsregels, voor het afkoppelen van hemelwater. Tot 2.000 m² hoeft op basis van de Keur geen voorziening te worden getroffen. Het initiatief omvat geen toevoeging van een verhard oppervlakte, maar in bouwfase kan worden onderzocht hoe het hemelwater het beste afgekoppeld kan worden. In de onderstaande tabel is vergelijk gemaakt van de huidige en toekomstige situatie. Omschrijving Bebouwing Verharding (globaal) Totaal

Bestaand 645 m² 500 m² 1.145 m²

Toekomstig 505 m² 375 m² 880 m²

Uit het historisch bodemonderzoek (kenm. 18.703-NEN.02, d.d. 3/10/2018) is een bodemopbouw van fijne tot matig grove zanden aangetroffen. Hieruit kan men concluderen dat de k-waarde (fijne tot matig grove zanden) tussen de 5-10 m/dag bedraagt. De k-waarde is ter plaatse niet vastgesteld, zodat veiligheidshalve een k-waarde van 1 m/dag en een grondwaterstand > 0,80 m-maaiveld, voldoende mogelijkheden biedt voor een toekomstige infiltratieberging, in geval van afkoppeling. Kenmerkend in de omgeving zijn de lijnvormige elementen van greppels op de erfgrens. Dit zou bijvoorbeeld toegepast kunnen worden in de voortuin zodat onderscheid blijft tussen het voormalige woonhuis met beukenhaag als ensemble en de nieuwe woonfunctie in voormalige schuur (nieuwe inpassing van een oud ensemble). Geadviseerd wordt om de oude kavelsloot te herstellen en door te trekken voor de boerderij. Onduidelijk is waarom deze in het verleden is gedempt. Bij de omgevingsaanvraag, activiteit bouwen, dient dit aspect nader uitgewerkt te worden en voor iedere woning een aparte huisaansluiting aangevraagd te worden. Afvalwater In de openbare weg ten zuiden van het plangebied ligt een rioolstelsel (drukriool). Het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

6 Bouwhistorische verkenning Zoggelsestraat 88 te Heesch (Monumentenhuis,24/7/2017)

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 11

Conclusie Voor het initiatief biedt infiltratie van hemelwater een meerwaarde. Afkoppelen dient bij de omgevingsaanvraag voor de bouwactiviteit nader uitgewerkt te worden, waarbij wij adviseren om de voormalige kavelsloot te herstellen of anderzijds in de omgeving van de woonboerderij mee te nemen.

2.8 Externe veiligheid Wet- en regelgeving Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voorts dient in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) ook getoetst te worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Onderhavig initiatief past in de kaders die hierin zijn gesteld. Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Uit een inventarisatie van de externe veiligheidsrisico’s voor het plan met behulp van de nationale risicokaart blijkt dat het plangebied niet ligt in de risicocontouren (invloedsgebieden, plasbrandaandachtsgebieden, effectaandachtsgebieden en/of PR 10 -6 contouren) van inrichtingen, transportroutes ( spoor of water) en buisleidingen. Het plangebied bevindt zich wel binnen het invloedsgebied van de A59. Rijksweg A59 Ten noorden van het plangebied bevindt zich de rijksweg A59(transportas). Het wegvak van de A59 ter hoogte van Heesch heeft geen plaatsgebonden risico en/of plasbrandaandachtsgebied, maar wel een toxisch invloedsgebied die relevant is voor het plan. De maatgevende stofcategorie hiervoor is LT2 (toxische vloeistof) met een invloedsgebied van 880 meter. Het plangebied is gelegen op ca. 750 meter. Gelet op de afstand tussen het plangebied en de rijksweg kan worden volstaan met het opstellen van een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform de vereisten in art. 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). De Veiligheidsregio is om advies gevraagd en in bijlage 2 is het advies opgenomen.

Verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de Rijksweg A59 dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij moet worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 12

Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de Rijksweg A59 is het vrijkomen van een toxische wolk het maatgevende scenario. Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Vanuit het oogpunt van de Veiligheidsregio heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten, omdat de twee nieuwe woningen binnen een bestaande woonomgeving vallen. Extra maatregelen zijn daarom niet nodig. 2.

Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Rond het plangebied zijn voldoende aan- en afvoerroutes beschikbaar voor de inzet van hulpdiensten. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. 1. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn goed. Het initiatief voorziet in twee woningen. Er zijn geen aanwijzingen dat hier niet – of verminderd – zelfredzame personen aanwezig zullen zijn. 2. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Alarmering In geval van een calamiteit kan NL-alert worden ingezet. NL-alert is een alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Hiermee kunnen mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht worden geïnformeerd.

In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen (vluchten of schuilen). Schuilen Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Een nieuwbouwwoning is als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit goed geïsoleerd en beschikt doorgaans over uitschakelbare mechanische ventilatie. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 13

Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en aan de kaders die zijn vastgelegd in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Bernheze. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van de A59. Uit het advies van de veiligheidsregio (bijlage 2) volgt dat kopers/huurder geïnformeerd moeten worden. Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: - de rekenkundige hoogte van het groepsrisico neemt niet toe; - er zijn geen negatieve gevolgen voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

2.9 Geurhinder veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij schrijft voor, dat geurgevoelige objecten niet binnen de geurcontouren van bestaande veehouderijen gebouwd mogen worden. In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse veehouderijen gevestigd, welke een planologische belemmering voor de ontwikkeling kunnen vormen. Voor de ontwikkeling is een geuronderzoek (kenm. 18.904-GEUR.01) uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het initiatief geen belemmering vormt voor om liggende veehouderijen. Verder blijkt dat het gemiddelde woon- en verblijfklimaat ter plaatse van het plangebied “Voldoende” is. Conclusie Vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ zijn geen belemmeringen aanwezig voor het initiatief.

2.10 Volksgezondheid Geitenhouderijen Uit het aanvullende VGO rapport blijkt dat gemiddeld over de onderzoeksjaren 2009 - 2013 een 29% verhoogde kans op longontsteking bestaat voor mensen die rondom een geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km. Het provinciaal verbod op het uitbreiden van het bestaand oppervlakte dierenverblijf (staloppervlak) voor geiten dient te voorkomen dat (nieuwe of grotere) knelpunten ontstaan vanwege de volksgezondheid rond geitenhouderijen, die later met veel inspanning en kosten moeten worden weggenomen. Beoordeling geitenhouderijen Het VGO-onderzoek is uitgevoerd voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten op het bedrijf. Aangezien geen geitenhouderijen zijn gelegen binnen 2 kilometer van de, is het VGO-onderzoek niet van toepassing. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. Varkens- en pluimveehouderijen De handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 14

Stap 1 Endotoxine Uit VGO onderzoek is gebleken dat zich rond veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s voordoen. De Gezondheidsraad adviseert een norm van 30 OU/m³ voor endotoxine om omwonenden tegen te hoge concentraties te beschermen. Bij pluimveebedrijven en varkenshouderijen kan relevante emissie plaatsvinden. Op basis van de uitstoot van fijn stof kan worden geschat op welke afstand van een bedrijf deze norm wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich veehouderijen die mogelijk relevant zijn. In onderstaande tabel is een toetsing voor deze bedrijven uitgevoerd. Adres Bosschebaan 27 Holkampstraat 3 Zoggelsestraat 100a

Bedrijfstype

Vergunning

Pluimvee Varkens Varkens

12/7/2018 16/9/2016 20/9/2007

Emissie fijnstof 3028 kg/jr 731 kg/jr 179 kg/jr

Afstand advieswaarde 180 m 160 m 65 m

Feitelijk afstand 490 m 1,56 km 461m

Stap 2 Emissies De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur (wettelijk kader) De ontwikkeling past binnen het wettelijk kader voor een aanvaardbaar woon-/leefklimaat. Uit vergelijking van de werkelijke afstanden met de afstanden advieswaarde volgt dat er geen overschrijding van de adviesnorm van 30 OU/m³ optreedt ter plaatse van het plangebied. Ook cumulatie van endotoxine is niet aan de orde. De concentratie endotoxine vormt geen belemmering voor het plan. De gemeente Bernheze dient een afweging te maken of voor dit plan een advies van de GGD gewenst is. Spuitzone Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen. Als richtwaarde wordt 50 meter aangehouden. De nieuwe woningen liggen op meer als 50 meter van een agrarisch perceel en is afgeschermd door andere bebouwing. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich hoogspanningslijnen. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 4,8 km) heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt niet tot een belemmering. Conclusie: Er is geen sprake van een belemmering voor de ontwikkeling c.q.

schade voor de volksgezondheid van de toekomstige bewoners.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 15

2.11 Mer-beoordeling De ontwikkeling is getoetst aan het Besluit Mer. Er is sprake van een activiteit als genoemd in de bijlage C en D, aangezien de realisatie van twee woningen kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling (activiteit D11.2). De ontwikkeling omvat het realiseren van twee woningen in bestaande bebouwing, welke geen aanzet tot een stedelijk ontwikkeling zijn dan wel ver onder de grenswaarde blijft . Een vormvrije m.e.r.beoordeling hoeft niet plaats te vinden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven waarop een Mer-plicht / -melding van toepassing zijn.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A pagina: 16

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de toetsing van de verschillende milieuaspecten, met betrekking tot ombouwen en splitsen van een oude woonboerderij aan de Zoggelsestraat 88 in Heesch, blijkt dat er vanuit milieutechnisch oogpunt geen onoverkomelijke belemmeringen te verwachten zijn.

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A Bijlage - 1 -

BIJLAGE 1 Informatiebronnen

Informatiebronnen / Literatuurlijst • •

Amitec BV

TNO Bodem en Water Postbus 80015 22508 AT Utrecht Tel. 030-256 42 56 www.dinoloket.nl

Hobostraat 1 5402 CB Uden Tel. 0413-269091 E

•

•

Dhr. A.H.M. van den Akker Zoggelsestraat 88 5384VE Heesch

•

Bodemloket

•

Postbus 93144 2509 AC Den Haag Tel. 070-3735123 www.bodemloket.nl

•

Kadaster Eindhoven Anna van Engelandstraat 8 Postbus 950 5600 AZ Eindhoven Tel. 040-2592333

•

Het Natuurloket Droevendaalseweg 38 Gaia (gebouw 101) 6708 PB Wageningen www.natuurloket.nl

•

Website wat was waar www.watwaswaar.nl

•

Actueel hoogtebestand Nederland www.ahn.nl

•

Provincie Noord-Brabant Cultuurhistorische waardenkaart: http://brabant.esrinl.com/chw/

•

Wateratlas: http://atlas.brabant.nl/wateratlas/

•

Web-BVB: http://bvb.brabant.nl/

DINOloket

Brabants Historisch Informatie Centrum www.bhic.nl

Landelijk Beheer Organisatie Risicokaart Postbus 16107 2500 BC Den Haag www.riscokaart.nl

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A Bijlage - 2 -

BIJLAGE 2 Advies Veiligheidsregio

Bijlage 1 Advies veiligheidsregio

Brabant-Noord

BRANDWEER Cflhensew;g 2tn.

omgellmgsdienst .Brabant-NooJd t.av. Dhr. de Lan!:e

E0212XA ~eroosdl PoQrus.218

Pœtbus SS

5..?(l1AE 's-i-lenJ:genbosdl

5430 AB.Cuiji:

T eI600n œ~ßS2!lS Fax i!fuWlIVb1.n1 _.~.nt!brabant-noon:l

Darum

Beh,am!efd

.23-07-2018

E-mail

Uw referentie Onderwerp

P de Kort

Bijlage

T e!lEl'fuon C11B:1M1208241

Onze

p.dei:01t@Ibn.\·bm..n:I

.AcMesexteme vejligheid zoggelsestraat 88, HeesCh Geadlte menee; de Lange, 0,p17 juli jl. heeft uw' mij ronterm artikel 9 van het IIoe'I/t in de ~Iegenheid ~steld te reageren.op œt on,twerpbestemmîngspJan'Zo~lseSb'aat 88, Heesch'. De olrtWlld;eling.ligt binnen beot inVioeds.gebied...an de rijksweg A59. Voor deze casus 'o'01:staat een be:perkte (Sroepsrisico'fIefiiinl:'l\'oordil1¬ De _ Veil!gbeiœregio adyiseert in dit kader o...er de mogelijkheden m.b.t. zelfredzaamheid e,n de mogeJjfkhedent.a .....de inddeotbestrijding_ Dit advies begint met een korte beschrijving \iA:D moge1iikescenario's, 'o'ePiOlgt met eell beoordel'ing van de miöte van zelfTedzaamheïden bestfijdba\Mheid en sluit af met een advies.

5oLi:na-oo Het maatge...end scenario i.r.t. de A59 iS een toxiscn.ewalt. Door een ORgeval]op de rijiksweg:A59 a.ntstaat er een gat in de tant waardoor in korte tijd een g,oot deel van œ toxis:cile stof vrijkomt Alle vrijgekomen stolten verdampen di:rectelll<er ontstaat een giftige \lml~ die ziehsnel met de wind! mee ver.spreidiL zeffredzaamheid voor bet scenario toxische woll!:is sCRuilenbet beste handelingsperspectief. woningen Lijn als ge\'a4gvan cre energieptrestal:iee:isenin het Bou'Hbesluit .goed'geïsoleerd tegen het binnen dringen van sdtadelijke stoffen. Van bel:angis uat ramen, dellren 12" mechaniscM ventilatie indien aaßlNezig,afgeslotelI leannenworden ..Personell in het plaf1;g,ebied rno;e,rentiijdiggewiiam:o_'d ...... orden. H.¬ ttplang'l!ibiedligt buitell.lret bereik·IJ.allen WAS sirene..A1aTTfl.1!'Iing en instf1l1Cties kuMen oot. via Nl a1erten aneleresoc4a1media gege...en worden. De zelfn!!dlaamheid yan personen in het pla'llgebied is goed. Sestrijdbaarheid De bestrijdbaarbeid is aflilam..eI1jt~'an0.<1. cre 0 pkornsttijd ...am de braOO'...eer, de bereikbaarheid van het object en c!e bllrn'ó'atep;oœzi;eningïnde omg·ell'Ïng,'an bet object. De opkornstt~d tot aan liet ptangebied bedraagt ca_ 9 minuten.

Debrandweer zat proberen de wrisCoe wol'k neer te Sliliill_ Door de sneHeyerspreîcfmg....an de toxiKh!! w().lk<:~Idit ecn.ter beperkt effect he!bbel!l.Oebestrijdbaarheid 'l'l'Drdtom deze reden ills matig beoordeeld.

M... ies v~pliollt de initiatiefl1P_merom potentieie !kopers!buurdlerste infurlRli!!;felioyer het aanwen,gerisico en handelingspelspectie-f-Zij kunnen deze informatie meewegen in het besloi;tom zochhier te v~tigen. H~mee wordt in ,optimale ~'oml imi\lll.ing g~e ...en aan het risi::obewU!5tzijn'fan- en !l'letnemen YiIII een e~EiIl II'eI'iInlt....oordelijleheid door de burger. Voar imOlfmaliielunt

1.1 cont<lctop nemen met oooergetekende,

Namens die. r~iornal

mml'llandant,

de sp«ial'ist Risko"s en veitigheid P de Kort

ODBN, Kenmerk

22 maart 2019 Z/091679-RHO

4

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A Bijlage - 3 -

BIJLAGE 3 Notitie Stikstofdepositie

notitie

STIKSTOFDEPOSITIE-ONDERZOEK ZOGGELSESTRAAT 88, HEESCH datum

13 december 2019

projectnummer

24017047

versie

01

1.

INLEIDING

Aan de Zoggelsestraat op nummer 88 in Heesch worden planologisch twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt, waarbij de bestaande vrijstaande woning behouden blijft en de bestaande woonboerderij wordt gesplitst in twee nieuwe woningen. Daarnaast worden de bestaande bijgebouwen gesloopt en wordt er per woning een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Om het initiatief planologisch-juridisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Middels voorliggend onderzoek wordt beoordeeld of er sprake is van een toename van de stikstofdepositie op natuurgebieden (Natura 2000) als gevolg van dit plan.

2.

WETTELIJK KADE R

Het wettelijk kader inzake natuurgebieden en stikstof wordt gevormd door de Wet natuurbescherming. Voor plannen die leiden tot een overschrijding van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en waarvan niet uitgesloten kan worden dat er sprake is van significante effecten als gevolg van die overschrijding, geldt een vergunningplicht. De grenswaarde voor stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hectare/jaar. Bij het berekenen van de stikstofdepositie moeten zowel de bouwfase als de gebruiksfase worden beoordeeld. Daarbij mag interne saldering plaatsvinden. Dat wil zeggen dat de feitelijke situatie op het moment van aanwijzing van het Natura 2000-gebied als referentie mag worden gehanteerd.

3.

OPZET EN UITG ANGSPUNTEN ONDERZOEK

Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van de Aerius-calculator (versie 11 december 2019). De volgende situaties zijn beoordeeld: 1.

situatie bouwfase

2.

situatie gebruiksfase

3.1

Bouwfase

In de bouwfase wordt de thans aanwezige bebouwing gesloopt, het plangebied bouwrijp gemaakt en worden de nieuwe bijgebouwen gebouwd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de inzet van mobiele werktuigen en vrachtwagens op basis van een schatting. Type activiteit

Gebruikte werktuigen

Bedrijfstijd/aantal vervoersbewegingen

Sloop bestaande bebouwing

Mobiele hijskraan

40 uur 2 vervoersbewegingen

Laadschoppen

24 uur 2 vervoersbewegingen

Bouwrijp maken

Vrachtwagen

10 vervoersbewegingen

Werkpersoneel

16 vervoerbewegingen

Mobiele hijskraan

24 uur

Trilplaat

8 uur 2 vervoersbewegingen

Ruwbouw

Vrachtwagen

10 vervoersbewegingen

Werkpersoneel

6 vervoersbewegingen

Betonstorter

8 uur 2 vervoersbewegingen

Mobiele hijskraan

16 uur 4 vervoersbewegingen

Afbouw

Vrachtwagen

20 vervoersbewegingen

Werkpersoneel

800 vervoersbewegingen

Mobiele hijskraan

16 uur 4 vervoersbewegingen

Stampers

8 uur 2 vervoersbewegingen

Vrachtwagen

2 vervoersbewegingen

Werkpersoneel

10 vervoersbewegingen

Onderstaande tabel geeft de emissiegegevens per machine. Machine

Bedrijfstijd

Vermogen

Deellastfactor

Emissiefactor

Emissie NOx

(uur/jaar)

(kW)

(%)

(g NOx/kWh)

(kg/jaar)

96 uur

100

50

0,4

1,92

Betonstorter

8 uur

200

50

3,6

2,88

Laadschoppen

24 uur

100

60

3,5

5,04

Trilplaat

8 uur

10

40

3,35

0,11

Stamper

8 uur

10

40

3,35

0,11

Mobiele hijskraan

2|3

Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Uit de gegevens blijkt dat er voor de gehele aanlegfase 60 zware vrachtbewegingen en 832 lichte voertuigbewegingen zullen plaatsvinden. Deze vervoersbewegingen zullen de route Zoggelsestraat – Kruishoekstraat volgen (worstcase). Vanaf de Bosschebaan gaan de verkeersbewegingen op in het verkeer. 3.2

Gebruiksfase

Voor de gebruiksfase is uitgegaan van een plan met één vrijstaande woning en twee tweeonder-een-kapwoningen. Dit betreft het gebruik van de woning met bijbehorende voorzieningen en de verkeersbewegingen van en naar de woningen.

4.

RESULTATEN AERIUS -CALCULATOR

4.1 Bouwfase In de Aerius-calculator is de bouwfase berekend. Uit de berekeningen volgt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Zie bijlage 1. 4.2 Gebruiksfase In de Aerius-calculator is het ook de gebruiksfase berekend. Uit de berekeningen volgt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Zie bijlage 2.

5.

CONCLUSIE

Uit de Aerius-calculator volgen geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het plan leidt niet tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een vergunning conform de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

3|3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Bouwfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RsMNDfMUhFHU (11 december 2019) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

De heer Van den Akker

Zoggelsestraat 88, 5384 VE Heesch

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Zoggelsestraat 88, Heesch

RsMNDfMUhFHU

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

11 december 2019, 14:46

2019

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

10,76 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Het planologisch mogelijk maken van drie woningen, waarbij een bestaande woonboerderij wordt gesplitst, de bestaande bijgebouwen worden gesloopt en op dezelfde locatie nieuwe bijgebouwen worden gerealiseerd.

Bouwfase

RsMNDfMUhFHU (11 december 2019) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Bouwfase

Emissie Bouwfase

Bron Sector

Bouwfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Bouwfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

10,05 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RsMNDfMUhFHU (11 december 2019) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Bouwfase

NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Mobiele hijskraan

4,0

4,0

0,0 NOx

1,92 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

2,88 kg/j

AFW

Laadschoppen

4,0

4,0

0,0 NOx

5,04 kg/j

AFW

Trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

Stamper

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwfase 162657, 415431 10,05 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Bouwfase

Verkeersbewegingen 163398, 415427 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

60,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

832,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RsMNDfMUhFHU (11 december 2019) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Resultaten

Bouwfase

RsMNDfMUhFHU (11 december 2019) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RahBYF7skQA8 (11 december 2019) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

De heer Van den Akker

Zoggelsestraat 88, 5384 VE Heesch

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Zoggelsestraat 88, Heesch

RahBYF7skQA8

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

11 december 2019, 14:54

2019

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

7,36 kg/j

NH3

-

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Het planologisch mogelijk maken van drie woningen, waarbij een bestaande woonboerderij wordt gesplitst, de bestaande bijgebouwen worden gesloopt en op dezelfde locatie nieuwe bijgebouwen worden gerealiseerd.

Gebruiksfase

RahBYF7skQA8 (11 december 2019) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase

Emissie Gebruiksfase

Bron Sector

Bouwfase Plan | Plan

Resultaten

Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

7,36 kg/j

RahBYF7skQA8 (11 december 2019) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase

NOx

Sector

Resultaten

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning Woningen (nieuwbouw): Tweeonder-één-kap

Gebruiksfase

Bouwfase 162657, 415431 7,36 kg/j

Eenheden Stof

Emissie

Vrijstaande woning

1,0 NOx

3,03 kg/j

twee-onder-eenkapwoning

2,0 NOx

4,33 kg/j

RahBYF7skQA8 (11 december 2019) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie b429880a81 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Resultaten

Gebruiksfase

RahBYF7skQA8 (11 december 2019) pagina 5/5

datum: 24-4-2020 Kenmerk: 18.904-WRO.04A Bijlage - 4 -

BIJLAGE 4 QuickScan natuurwetgeving

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 te Heesch

In opdracht van: A.H.M. van den Akker Management B.V.

18 oktober 2018 C. de Koning MSc, ir. J.P.M. Hovens en P.J.C.A. op het Veld

Faunaconsult Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 te Heesch Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

A.H.M. van den Akker Management B.V. C. de Koning MSc / ir. J.P.M. Hovens C. de Koning MSc en P.J.C.A. op het Veld

Faunaconsult werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en geven concreet invulling aan de participatiewet.

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch

1

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 4 2 Wet- en regelgeving ........................................................................................................................ 5 2.1 Inleiding................................................................................................................................... 5 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden................................................................................. 5 2.3 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................... 5 2.4 Beschermde planten en dieren .................................................................................................

6 3 Werkwijze ....................................................................................................................................... 8 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 8 3.2 Werkwijze ............................................................................................................................... 8 4 Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 9 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 9 4.2 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................. 9 4.3 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 10 4.4 Overige beschermde gebieden ............................................................................................... 11 4.5 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 11 5 Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden .......................................................................

14 5.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 14 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................... 14 5.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 14 6 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 16 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................... 16 6.2 Natuurnetwerk Brabant ......................................................................................................... 16 6.3 Beschermde planten en dieren ............................................................................................... 16 Literatuur ............................................................................................................................................... 17 Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................... 18

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Amitec begeleidt de ruimtelijke ontwikkelingen aan de Zoggelsestraat 88 te Heesch. Hierbij worden sloop-, bouw- en renovatiewerkzaamheden uitgevoerd. Zie figuur 1.1 voor de ligging van het plangebied. Amitec heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult namens A.H.M. van den Akker Management B.V. opdracht gegeven op deze locatie een quickscan natuurwetgeving uit te voeren.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.

De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

1.2

Doel en status van dit document

Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch

3

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch

4

2

Wet- en regelgeving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000gebieden. Verder verandert er voor Natura-2000 gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch

5

• •

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.

- Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=348b48f8-1152-4b33-963a-420d09972e36