Ontwerp bestemmingsplan "Zoggelsestraat 88, Heesch" - Bijlagen bij toelichting - bijlage 6 haalbaarheidsonderzoek
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch
6
gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch
7
3
Werkwijze
3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
De woonboerderij wordt van het woonhuis gescheiden door het perceel te splitsen. Bij het woonhuis wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. De woonboerderij wordt gerenoveerd, herbestemd als woonhuis en gesplitst in twee wooneenheden. De bestaande bijgebouwen worden gesloopt. Daarnaast wordt er aan de achterzijde een nieuw, gezamenlijk (maar gesplitst) bijgebouw gebouwd. Alle drie de wooneenheden krijgen een eigen oprit. Op de perceelgrenzen worden (waarschijnlijk groene) erfafscheidingen geplaatst. De brede beukenhaag rondom de tuin van het woonhuis zal onderbroken worden ter plaatse van de nieuwe oprit. De overige bestaande vegetatie behorende bij het woonhuis blijft gehandhaafd. De vegetatie en beklinkering behorende bij de woonboerderij wordt verwijderd. Zie figuur 3.1.
Figuur 3.1. Tekening van de toekomstige situatie. Bron: Bureau Verkuylen.
3.2
Werkwijze
De quickscan is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een bronnenonderzoek. Op 16 oktober 2018 heeft Faunaconsult het plangebied en de directe omgeving tot 100 meter rond het plangebied bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Synbiosys alterra (www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase). - RAVON (www.ravon.nl). Verspreidingsgegevens van amfibieën, reptielen en vissen. - FLORON (www.floron.nl) - SOVON (www.sovon.nl) - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl) Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch
8
4
Aanwezige beschermde natuurwaarden
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied, ten westen van de bebouwde kom van Heesch (zie figuur 1.1). Ten noorden, zuiden en westen van het plangebied liggen akkers. Direct ten zuiden en westen liggen respectievelijk de Zoggelsestraat en de Achterstraat. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich een woning met achtertuin (zie figuur 4.1).
Figuur 4.1. Het plangebied. Bron: Google Maps.
Het plangebied zelf bestaat uit een woonhuis met tuin. Daarnaast zijn er twee schuren en is er een woonboerderij aanwezig. De ruimte hieromheen (dus oostelijke zijde van het bestaande perceel) is grotendeels beklinkerd. Aan de zuidoostelijke schuur zit een voormalig kippenhok. Het woonhuis wordt niet gewijzigd en valt daarom feitelijk buiten het plangebied. In het plangebied komen soorten voor als paardenbloem, grote brandnetel, koolzaad, Canadese fijnstraal, kaal knopkruid, witte dovenetel, smalle weegbree ridderzuring, braam, liguster, beukenhaag, zwarte els, hazelaar, meidoorn, vlier, klimop, haagwinde, zachte ooievaarsbek, vogelmuur, melkdistel, appelboom en perzikboom.
4.2
Natura 2000-gebieden
Figuur 4.2 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden (zie figuur 4.2). Het plangebied ligt op meer dan 10 kilometer afstand van Natura 2000-gebieden. Natura 2000gebied ‘Rijntakken’ is het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied, op ruim 12 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch
9
Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken,’ ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ (geel weergegeven) ten opzichte van het plangebied (rode stip). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000.
4.3
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt tegen de oostzijde van het plangebied aan. Dit deel van het NNB heeft het beheertype ‘Droog bos met productie’ (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNB. Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 10
4.4
Overige beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van een Nationaal Landschap of overige beschermde gebieden.
4.5
Beschermde planten en dieren
Vogels In het plangebied zijn geen holle bomen aanwezig. Nabij het plangebied werden grote bonte specht, koolmees, roodborst en houtduif waargenomen. De twee schuren en de woonboerderij zijn alle geheel enkelwandig. De twee schuren (zie kleine foto’s voorzijde rapport) zijn beide open en daarmee, tezamen met het omringende landschap, geschikt voor kerkuil. Nesten, roestplaatsen en braakballen van deze soort zijn in de schuren echter afwezig. De oude woonboerderij heeft een golfplaten dak zonder dakgoot. Omdat het dak enkelwandig is, is er geen ruimte voor huismusnesten. Deze zolder van de oude woonboerderij is volledig onderzocht en huismusnesten zijn hier afwezig. Tijdens het veldbezoek werd zowel in het plangebied als in de directe omgeving hiervan, geen enkele huismus waargenomen. Daarnaast zijn er geen holtes aanwezig in het plangebied die geschikt zijn voor gierzwaluwnesten. Jaarrond beschermde vogelnesten zijn in het plangebied afwezig. Wel werd er op de zolder van de woonboerderij een oud merelnest (niet jaarrond beschermd; zie figuur 4.5.1) en diverse wespennesten (niet beschermd) gevonden. Alhoewel merels niet opnieuw op een oud nest gaan broeden, is het wel mogelijk dat deze elders in de bebouwing gaan nestelen. Het is ook te verwachten dat in de opgaande vegetatie in het plangebied algemeen voorkomende vogels als heggenmus (gaan) broeden.
Figuur 4.5.1. Op een van de twee zolders bevindt zich een merelnest.
Zoogdieren De twee schuren (met kippenhok) en de woonboerderij zijn volledig enkelwandig (damwand en/of enkelsteense muur). Het dak van het kippenhok heeft een enkelwandig pannendak (zie figuur 4.5.2) en beide schuren hebben een enkelwandig dak van damwanden. De woonboerderij heeft volledig enkelsteense muren met golfplaten dak en bevat twee zolders. Deze zijn volledig geïnspecteerd en vleermuizen of hun uitwerpselen waren afwezig. Bomen met holtes zijn – zoals in voorgaande alinea vermeld – afwezig. Vleermuisverblijven zijn dus in het plangebied afwezig. Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 11
Figuur 4.5.2. Het voormalige kippenhok met aan de linkerzijde een gedeelte van de zuidoostelijke schuur.
Het is echter mogelijk dat de laanbomen langs de Zoggelsestraat en de Achterstraat een vliegroute of foerageergebied vormt voor vleermuizen. Vaste vliegroutes en belangrijke foerageergebieden van vleermuizen worden onder de Wet natuurbescherming als een voortplantingsplaats en rustplaats gezien (Ministerie van Economische zaken, 2016). Een aantal vleermuissoorten is daarom in tabel 4.5 opgenomen. Vanwege het gebrek aan voldoende dekking is het zo goed als uitgesloten dat er kleine marterachtigen in het plangebied aanwezig zijn. Dassenburchten, dassenlatrines, -wissels en snuitputjes van dassen zijn in en rond het plangebied afwezig. In het plangebied leven mogelijk wel enkele algemene zoogdieren zoals de veldmuis (zie tabel 4.5). Planten In het plangebied zijn alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). Amfibieën en andere soorten In het plangebied zijn geen wateren aanwezig. Voortplantingswateren voor amfibieën zijn dus afwezig. Het is wel mogelijk dat enkele algemene amfibieënsoorten het plangebied als landhabitat zullen gebruiken. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.5 geeft de beschermde soorten weer die mogelijk in of direct naast het plangebied voorkomen. Tabel 4.5. (Potentieel) in het gebied voorkomende beschermde soorten.
Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.
Vogels Internationaal zonder beschermde Nederlandse naam en wetenschappelijke naam jaarrond soorten beschermd nest Grootoorvleermuis (Plecotus auritus) X Laatvlieger (Eptesicus serotinus) X
Overige beschermde soorten
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 12
Vogels Internationaal zonder beschermde Nederlandse naam en wetenschappelijke naam jaarrond soorten beschermd nest Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) X Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) X X Merel (Turdus merula) Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo)
Overige beschermde soorten
X X X X X X
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 13
5
Mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden
5.1
Natura 2000
Het plangebied bevindt zich op meer dan 12 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Overige Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand van het plangebied. Het hiervoor genoemde Natura 2000-gebied is opgenomen in de zogenaamde PAS (Programma Aanpak Stikstof), omdat er meerdere stikstofgevoelige habitattypen voorkomen die te maken hebben met overbelasting door stikstof. De sloop van de huidige bijgebouwen, de bouw en het gebruik van de nieuwe bijgebouwen en de renovatie van de woonboerderij zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Er komt namelijk stikstof vrij bij de verbranding van kachels en verbrandingsmotoren, zoals CV-ketels en verbrandingsmotoren in gemotoriseerd verkeer. Tussen het plangebied en ‘Rijntakken’ ligt de snelweg A59, de provinciale wegen N625 en N322, de Maas en een spoorlijn. Bovendien liggen de dorpen Geffen en Maren-Kessel tussen het plangebied en ‘Rijntakken.’ Vanwege de grote afstand tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied verwachten wij geen effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied.
5.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt tegen het plangebied aan (zie figuur 4.3). Op de beheertypenkaart van de provincie is hier ‘Droog bos met productie’ aangeduid. Omdat het hier een matig voedselrijk vegetatietype betreft, is dit beheertype niet bijzonder gevoelig voor N-depositie te noemen. De voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden en de ingebruikname van de nieuwbouw hebben waarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de natuurwaarden in het NNN.
5.3
Beschermde planten en dieren
- Bij de werkzaamheden kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. - Als de sloop van de schuren of de start van renovatie van de woonboerderij tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen merels of andere in gebouwen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. - Als het verwijderen van opgaande vegetaties tijdens het broedseizoen wordt uitgevoerd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. - De laanbomen aan de Zoggelsestraat en de Achterstraat (net buiten het plangebied) maken mogelijk deel uit van vaste vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen. Doordat de bomen worden behouden, blijven eventueel aanwezige vliegroutes van vleermuizen behouden. Indien er vanaf het plangebied buitenverlichting op de laanbomen wordt gericht, kan dit een verstoring van de vliegroute opleveren. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven.
In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 14
Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.
Soort
Beschermingsregime Wnb
Algemene in het plangebied Vogels broedende vogels (als de merel) Vleermuizen Internationaal beschermde soorten Algemeen voorkomende Overige soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën
Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X X X
X X
Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van soorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van soorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van soorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van soorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 15
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Natura 2000
Vanwege de relatief grote afstand (meer dan 12 kilometer) tussen het plangebied en Natura 2000gebied ‘Rijntakken,’ zijn er geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Hierdoor is er geen vergunning nodig op grond van de Wnb.
6.2
Natuurnetwerk Brabant
De sloop van de huidige bijgebouwen en bouw en ingebruikname van nieuwe bijgebouwen, de renovatie van de woonboerderij en de aanleg van nieuwe opritten hebben waarschijnlijk geen noemenswaardig negatieve effecten op het NNB; er zijn daarom op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
6.3
Beschermde planten en dieren
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen De laanbomen fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Doordat deze blijven gehandhaafd, blijven eventueel aanwezige vliegroutes behouden. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen, alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting (niet wit- of groenkleurig) met een scherpe bundel, zoals ledlampen, of amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011). Vogels In het plangebied broeden tijdens het broedseizoen algemene vogels.
Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van vogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door het verwijderen van de vegetatie en de start van de renovatiewerkzaamheden aan de woonboerderij buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Het slopen van de bijgebouwen dient eveneens buiten deze periode te worden uitgevoerd. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 16
Literatuur • •
•
Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale staten van Noord-Brabant. 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/NoordBrabant/600901/CVDR600901_1.html Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. http://www.zoogdiervereniging.nl/een-vleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 17
Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig
de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.
Dit betekent dat er: • geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 18
Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).
Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich
te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 19
Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.
Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling
vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): - in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 20
-
-
-
ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.
Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)
Quickscan natuurwetgeving Zoggelsestraat 88 in Heesch 21