CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan "Zandstraat ong (naast 7) Heeswijk-Dinther" - Bijlage 5 bij toelichting Watertoets

Commissie Ruimtelijke Zaken 24 maart 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Zandstraat ong (nabij 7a), Heeswijk-Dinther"5.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoets ter plaatse van de Zandstraat (ong) Te Heeswijk-Dinther

Pagina 3 van 23

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Watertoets ter plaatse van de Zandstraat (ong) te Heeswijk-Dinther

S. van Eerd De Streepen 34 5473 PE Heeswijk-Dinther

MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel

Pagina 4 van 23

Titel:

Watertoets ter plaatse van de Zandstraat (ong) te Heeswijk-Dinther

Status:

Concept

Datum:

11 september 2019

Opdrachtgever:

S. van Eerd De Streepen 34 5473 PE Heeswijk-Dinther

Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail:

David Wintraecken (06) 146 488 29 info@wintraeckenadvies.nl

Projectnummer:

20191795

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

Job Tijssen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/ job@milon.nl www.milon.nl

Handtekening Projectleider:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemenevoorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Pagina 5 van 23

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................... 7 1.1. Opdrachtverlening .............................................................. 7 1.2. Aanleiding ......................................................................... 7 1.3. Doel .................................................................................. 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................ 7 2.1. Locatiegegevens ................................................................. 8 3.1. Rijksoverheid ................................................................... 11 3.2. Provinciaal beleid .............................................................. 12 3.3. Waterschapsbeleid ............................................................ 13 3.4. Gemeentelijk beleid .......................................................... 15 4. Waterhuishouding ..................................................................... 17 4.1. Geohydrologie .................................................................. 17 4.2 Overige aspecten .............................................................. 19 5. Wateradvies ............................................................................. 21 5.1 Bevoegd gezag .................................................................

21 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening .................. 21 7. Samenvatting en conclusies ....................................................... 23

Bijlage 1. Topografische overzichtskaart 2. Ontwerpplan woonhuis 3. Boorprofielen bodemonderzoek

Pagina 6 van 23

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 20 augustus 2019 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van David Wintraecken om namens S. van Eerd te Heeswijk-Dinther een watertoets uit te voeren. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Zandstraat (ong) te Heeswijk-Dinther. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen van de initiatiefnemer om een nieuwe woning te realiseren op de locatie en de aanwezige schuren te slopen.

1.3.

Doel

De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 7 van 23

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich ten noordoosten van Heeswijk-Dinther. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Heeswijk-Dinther sectie F met nummer(s) 983. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 4.000 m2. Op de locatie zijn 2 oude schuren aanwezig. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuren 1 en 2. Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie (Bron: MILON).

In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.

Figuur 3. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)

Pagina 8 van 23

Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zandstraat ten zuiden van huisnummer 7. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name graslanden, woningen met siertuinen en agrarische bedrijvigheid. Voormalig gebruik De aanwezige schuren op de onderzoekslocatie zijn gebouwd omstreeks het jaar 1979. De omgeving van de onderzoekslocatie heeft altijd zijn landschappelijke karakter behouden. Op het perceel hebben voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. De locatie heeft geen hoge archeologische verwachting.

2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De initiatiefnemer is voornemens om op de onderzoekslocatie een woonhuis te realiseren. De aanwezige schuren worden t.b.v. deze plannen gesloopt.

Figuur 4. Onderzoekslocatie met schets bouwplan (bron: Interfame architecs)

Het ontwerpplan is eveneens opgenomen als bijlage 2 van dit rapport. Pagina 9 van 23

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Bebouwing

586

263

Verhard (klinkers/tegels)

0

119

Totaal verhard perceel

586

382

De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met 204 m2.

Pagina 10 van 23

3.

Beleid watertoets

De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.

3.1.

Rijksoverheid

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.

In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.

In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies.

Pagina 11 van 23

Nationaal Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's.

Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.

3.2.

Provinciaal beleid

Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2020 (PMWP) is de strategische basis voor het Brabantse milieu- en waterbeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 integreert de milieuen de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Het is een breed gedragen, integraal beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met talloze belanghebbende (water)partijen in Brabant. Het PMWP staat voor: − voldoende water voor mens, plant en dier; − schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); − bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; − verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Verordening ruimte Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 10 juli 2015 de Verordening ruimte 2014 vastgesteld (per 15-7-2015) en deze in juli 2017 geactualiseerd. In de Verordening Ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen.

Pagina 12 van 23

Op de kaart ‘Water’ uit de Verordening Ruimte zijn de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden opgenomen. Daarnaast zijn de gebieden aangegeven welke zijn aangewezen als waterbergingsgebied of reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Het plangebied binnen het waterwingebied van Veghel valt, in de boringsvrije zone. Voor de ontwikkeling is van belang dat er beperkingen zijn voor het uitvoeren van grond- en funderingswerken op een diepte van meer dan 3 meter onder maaiveld.

3.3.

Waterschapsbeleid

Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan beschrijft de doelen van de Waterschappen voor de periode 20162021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap Aa en Maas inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: − droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); − voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; − natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; − mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen.

Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode?

Pagina 13 van 23

− voldoende water voor landbouw en natuur; − wateroverlast en hittestress; − kringloop denken; − steeds meer ongewenste stoffen in het water, zoals medicijnen; − vergroten waterbewustzijn. Het waterbeheerplan is te vinden op de website van het waterschap. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat.

Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater.

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 Maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. Pagina 14 van 23

De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², 2.000 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m².

3.4.

Gemeentelijk beleid

Voor het water heeft de gemeente binnen de bebouwde omgeving de zorgplicht voor overtollig hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor het beheer van de overige, niet-primaire watergangen welke tot haar eigendom behoren. De gemeente Bernheze heeft zijn speerpunten en doelen m.b.t. de waterhuishouding beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan Bernheze (2016 t/m 2020). Deze worden in het gemeentelijk rioleringsplan aangehaald als de 4 beleidsambities van de gemeente Bernheze welke in de volgende alinea kort worden samengevat. 1. Adaptief en risicogestuurd beheer De gemeente heeft als doel gesteld met minder kosten dezelfde doelen te behalen in het onderhouden van de gemeentelijke riolen. Dit wil het doen door een adaptief rioleringsbeheer toe te passen waarbij rekening wordt gehouden met snelle en gemakkelijk te implementeren innovaties. De directe omgeving wordt integraal onderdeel bij de oplossingsafwegingen en initiatieven van burgers en bedrijven voor het omgaan met hemelwater, energie- en grondstoffenterugwinning kunnen worden omarmd en indien mogelijk geïmplementeerd. Risicogestuurd beheer wordt geïntroduceerd door zogenaamde risicoriolen en – gebieden te definiëren en daar de focus op plaatsen. Dit zijn die riolen en gebieden waar disfunctioneren van de riolering grote schade/gevolgen kan veroorzaken voor mens en omgeving.

Verder wil de gemeente goedkopere innovatieve renovatietechnieken structureel meenemen in de vervangingsplanningen en het kostendekkingsplan. 2. Klimaatadaptatie Door het veranderende klimaat voelt de gemeente Bernheze zich genoodzaakt om het stedelijk gebied zodanig in te richten dat riolering én bovengrondse infrastructuur in staat zijn de hoeveelheid hemelwater die in korte tijd valt, in te zamelen en af te voeren. De bovengrondse infrastructuur zal in toenemende mate een afvoerfunctie krijgen. Afvoer zal veelal via eenvoudige toepassingen zoals bijvoorbeeld gootjes en verlaagde stoepranden plaatsvinden naar het oppervlaktewater of een geschikte locatie om het water te laten infiltreren.

Pagina 15 van 23

3. Samenwerking in AS-50+-verband Huishoudende taken wil de gemeente zoveel mogelijk via de watersamenwerking ‘’AS-50+’-verband’’ oppakken. Dit verband is een samenwerking tussen de gemeente Bernheze, Uden en Oss. Het gaat specifiek om: 1. kennisuitwisseling, 2. voorbereiding en directievoering voor renovatiewerken, 3. reiniging en inspectie, 4. klein onderhoud (o.m. onderhoud kolken). 4. Maatschappelijke ontwikkelingen Het GRP is erop gericht scherp te stellen welke maatschappelijke doelen het belangrijkst zijn, waarom en wat eraan gedaan moet worden. Een doel van de gemeente is het creëren van een gezonde leef- en werkomgeving (volksgezondheid) zonder wateroverlast (droge voeten) door middel van een efficiënte en effectieve werkwijze (goed rentmeesterschap) voor burgers en bedrijven. Belangrijke aandachtpunten die worden genoemd zijn: 1. Demografische ontwikkelingen en de betaalbaarheid van de rioleringen. 2. Toenemende aandacht voor duurzaamheid, zowel technisch, als ook economisch en sociaal. Voorkomen van energieverspilling, circulaire economie en aandacht voor arbeidsomstandigheden. 3. Actief burgerschap en samenhangend optreden overheid. Een overheid die handelt vanuit breed maatschappelijk belang. Burgers die hun eigen verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld voor het omgaan met hemelwater.

Pagina 16 van 23

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.

4.1.

Geohydrologie

Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 8,8 m+ NAP. Op figuur 5 is te zien dat er wel degelijk een hoogteverschil aanwezig is op de onderzoekslocatie. Het westelijke deel is zichtbaar hoger gelegen dan het terrein ten oosten van de onderzoekslocatie. Het verschil in hoogte is circa 1 meter.

8,0 + nap

8,9 + nap

Figuur 5. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)

De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket.

Pagina 17 van 23

Vanaf maaiveld tot circa 24 m-mv is een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). In de deklaag zit een kleiige eenheid (van circa 3.0 tot 8,0 m-mv), hoofdzakelijk bestaande uit leem (formatie van Boxtel met Laagpakket van Liempde). Onder de deklaag tot circa 80 m-mv bevindt zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden fijn zand, met weinig zandige kleien grind. (formatie van Sterksel) Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de digitale Wateratlas is te herleiden dat de locatie zich in een infiltratiegebied bevindt. Oppervlakte water in de omgeving In de digitale Wateratlas van provincie Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie niet is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderstaande figuur is te zien dat er onder de onderzoekslocatie een A watergang is gelegen.

Figuur 6: A- en B watergangen

Pagina 18 van 23

Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Heeswijk Dinther. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt infiltreert in de bodem. Zover bekend is er momenteel geen wateroverlast op en nabij de onderzoekslocatie aanwezig. Gemiddelde grondwaterstand In de digitale Wateratlas van provincie Noord-Brabant is de gemiddelde grondwaterstand aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen. De planlocatie bevindt zich grotendeels in grondwatertrap VII. Dat wil zeggen dat het grondwater gemiddeld dieper zit dan 1,4 m-mv (conform indeling provincie Noord-Brabant). De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het toekomstig bebouwde terrein geeft een GHG aan van 0,6 tot 1 m-mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van 1,4 tot 1,8 m-mv.

Figuur 7. Grondwatertrappenkaart (bron: kaarten.brabant.nl)

4.2

Overige aspecten

Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij.

Pagina 19 van 23

Bodem Tijdens het schrijven van de watertoets wordt eveneens een bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse te onderzoeken. Dit bodemonderzoek wordt uitgevoerd door MILON bv. De onderzoeksresultaten van het bodemonderzoek zijn bij het schrijven van de watertoets nog niet bekend. Wel zijn de boorprofielen van het onderzoek opgenomen in bijlage 3 om een indruk te krijgen van de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoeksloctie.

Pagina 20 van 23

5. Wateradvies 5.1

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.

5.2

Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening

De initiatiefnemer is voornemens om op de onderzoekslocatie een woonhuis te realiseren. De aanwezige schuren worden t.b.v. deze plannen gesloopt. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Bebouwing

586

263

Verhard (klinkers/tegels)

0

119

Totaal verhard perceel

586

382

De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verharde oppervlakte afneemt met 204 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Zoals in de vorige alinea wordt gesteld neemt het verhard oppervlak op de onderzoekslocatie af wanneer het woonhuis is gerealiseerd en schuren zijn gesloopt. Wijzigingen in de voorgenomen plannen ten behoeven van waterberging worden dan ook niet nodig geacht. Rondom het woonhuis en het verhard oppervlak is genoeg onverhard terrein voor het hemelwater om te kunnen infiltreren.

Pagina 21 van 23

6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval het pand instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen.

Pagina 22 van 23

7.

Samenvatting en conclusies

Op 20 augustus 2019 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van David Wintraecken om namens S. van Eerd te Heeswijk-Dinther een watertoets uit te voeren. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Zandstraat (ong) te Heeswijk-Dinther. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bevindt zich ten noordoosten van Heeswijk-Dinther. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Heeswijk-Dinther sectie F met nummer(s) 983. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 4.000 m2. Op de locatie zijn 2 oude schuren aanwezig. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven. Watertoets De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft tot gevolg dat het verharde oppervlakte afneemt met 204 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Zoals in de vorige alinea wordt gesteld neemt het verhard oppervlak op de onderzoekslocatie af wanneer het woonhuis is gerealiseerd en schuren zijn gesloopt. Wijzigingen in de voorgenomen plannen ten behoeven van waterberging worden dan ook niet nodig geacht.

Rondom het woonhuis en het verhard oppervlak is genoeg onverhard terrein voor het hemelwater om te kunnen infiltreren.

Pagina 23 van 23

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

INTERFAME ARCHITECTS ENERGIENEUTRALE WONING HEESWIJK DINTHER INTERFAME ARCHITECTS PATRICK VAN GRINSVEN Architect/Architect

erfgrens

erfgrens

LARIESTRAAT 37 5293 AD GEMONDE T. +31 73 5518766 Adres/Adress

fruitbomen

ARCHITECTENREGISTER 1.011115.001 KVK 16083304 Overige INSTAGRAM: INTERFAMEARCHITECTS CONTACT@INTERFAME.NL WWW.INTERFAME.NL

VOORLOPIGONTWERP Fase ENERGIENEUTRALE WONING HEESWIJK DINTHER ZANDSTRAAT 7A 5473 RJ HEESWIJK DINTHER Project

Groen

MEVR. VAN EERD KERKSTRAAT 38 5225 GA HEESWIJK DINTHER --Opdrachtgever

verharding 265m2 (grind)

Onderdeel --Bouwdeel 1:300 Schaal A3 Formaat

bestaande boom diam. 300mm

4000

erfgrens

15000

PG Getekend

bestaande boom diam. 500mm

erfgrens

inrit hard weg

12-12-2019 Datum --Laatste revisie

7000

15000

--Projectleider

zandstraat

SITUATIE

--Status

1 : 300

Alle gegevens op deze tekening zijn eigendom van interfame architects en mogen zonder toestemming niet worden gedupliceerd en/of toegepast.

--Goedgekeurd

INTERFAME ARCHITECTS ENERGIENEUTRALE WONING HEESWIJK DINTHER INTERFAME ARCHITECTS PATRICK VAN GRINSVEN Architect/Architect

erfgrens

erfgrens

LARIESTRAAT 37 5293 AD GEMONDE T. +31 73 5518766 Adres/Adress

fruitbomen

ARCHITECTENREGISTER 1.011115.001 KVK 16083304 Overige INSTAGRAM: INTERFAMEARCHITECTS CONTACT@INTERFAME.NL WWW.INTERFAME.NL

VOORLOPIGONTWERP Fase ENERGIENEUTRALE WONING HEESWIJK DINTHER ZANDSTRAAT 7A 5473 RJ HEESWIJK DINTHER Project

Groen

MEVR. VAN EERD KERKSTRAAT 38 5225 GA HEESWIJK DINTHER --Opdrachtgever

verharding 265m2 (grind)

Onderdeel --Bouwdeel 1:300 Schaal A3 Formaat

erfgrens

15000

PG Getekend

bestaande boom diam. 500mm

inrit

erfgrens

bestaande boom diam. 300mm

10-03-2020 Datum --Laatste revisie

hard weg

6200

--Projectleider

6600

zandstraat

SITUATIE

--Status

1 : 300

Alle gegevens op deze tekening zijn eigendom van interfame architects en mogen zonder toestemming niet worden gedupliceerd en/of toegepast.

--Goedgekeurd

Bijlage 3

Projectnaam:

Zandstraat 41

Projectcode:

20191795-1

Pagina:

1 van 4

Boring

01

Boring

02

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

braak

A.J.M. Heddes 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

braak

50

50

2

100

3 130

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

4

5 200 220

250

250

Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel, Zuigerboor Leem, sterk zandig, beigegrijs, Zuigerboor

300 310

Zand, zeer fijn, matig siltig, beigegrijs, Zuigerboor 350 370

Boring

03

Boring

04

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

braak

50

100

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor

3

150

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

4

200

200

braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

2

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

A.J.M. Heddes

50

Projectnaam:

Zandstraat 41

Projectcode:

20191795-1

Pagina:

2 van 4

Boring

05

Boring

06

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

braak

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

50

Boring

07

Boring

08

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

braak

0

0

puin Zwak asbesthoudend, Schep

2 35

50

50

A.J.M. Heddes

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

50

A.J.M. Heddes

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

50

1

85

Boring

09

Boring

10

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

puin

A.J.M. Heddes 0

0

Volledig puin, Schep

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1 40

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

50

1

100

2 110

Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

3 150

4 200

200

50

braak

50

Projectnaam:

Zandstraat 41

Projectcode:

20191795-1

Pagina:

3 van 4

Boring

11

Boring

12

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

1 20

braak

A.J.M. Heddes 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op beton

50

50

13

Boring

14

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

braak

0

0

braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

50

A.J.M. Heddes

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

Boring

Veldwerker:

braak

50

2

100

3 120

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht witbeige, Edelmanboor

4 150 160

Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel, Edelmanboor

5 200

200

Boring

15

Boring

MM1

Datum:

21-8-2019

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes

Veldwerker: 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor

1

50

groenstrook

50

A.J.M. Heddes 0

0

1

groenstrook

Projectnaam:

Zandstraat 41

Projectcode:

20191795-1

Pagina:

4 van 4

Boring

MM2

Datum:

21-8-2019

Veldwerker:

A.J.M. Heddes 0

0

1

groenstrook

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3de5e8a4-dee9-4ba7-aca3-85424ddd896b