CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Hoogbroeksesteeg ong (achter Donzel 21) Nistelrode - Oplegnotitie diverse onderzoeken

Raadsvergadering 8 april 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogbroeksesteeg ong (achter Donzel 21), Nistelrode' *4.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPLEGNOTITIE DIVERSE ONDERZOEKEN NIEUWBOUW HOOGBROEKSESTEEG TE NISTELRODE

Oplegnotitie diverse onderzoeken Nieuwbouw Hoogbroeksesteeg te Nistelrode Opdrachtgever

RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH

Rapportnummer Versienummer

Datum

8484.007 D2

8 oktober 2019

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

R.M.P. Bouten, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

R.A.F. Smeets, BASc BEd

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 2

2

LUCHTKWALITEIT ..................................................................................................................... 3

3

GELUID ....................................................................................................................................... 4

4

MAGNETISCHE VELDEN .......................................................................................................... 5

5

GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ ........................................................................................... 6

6

VOLKSGEZONDHEID ................................................................................................................ 7 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Endotoxinen ...................................................................................................................... 7 Emissies ........................................................................................................................... 8 Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat ..................................................................... 8 Veehouderij met meerdere diersoorten ............................................................................ 8 Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven ...................................................... 8 Mestbewerking of mestverwerking ................................................................................... 8 Ongerustheid volksgezondheid omwonenden ................................................................. 8

7

DRIFT GEWASBESCHERMING ................................................................................................ 9

8

EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................................................. 9

9

M.E.R.-BEOORDELING ........................................................................................................... 14

8484.007

SAMENVATTING Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van het opstellen van een oplegnotitie diverse onderzoeken ten behoeve van de realisatie van een woning aan de Hoogbroeksesteeg te Nistelrode. Deze oplegnotitie beschouwd omgevingsaspecten die van belang kunnen zijn voor de realisatie van het plan rekening houdend met het woon- en leefklimaat en wetgeving. In elk hoofdstuk worden de volgende milieuaspecten benaderd: luchtkwaliteit, geluid, hoogspanningslijnen, geurhinder en veehouderij, volksgezondheid, spuitzones gewasbescherming, externe veiligheid en een notitie m.e.r. Naar aanleiding van de beoordeling van de omgevingsaspecten zijn er geen beperkingen of belemmeringen geconstateerd.

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 1 van 14

1

INLEIDING

Aan de Hoogbroeksesteeg (achter Donzel 21) te Nistelrode is de initiatiefnemer voornemens om een woning te realiseren. Voor de realisatie van het plan is een bestemmingswijziging noodzakelijk. In figuur 1.1 is de situering van het plangebied in de gemeente Bernheze weergegeven. Het blauwe vlak toont het te realiseren bouwblok.

Figuur 1.1

Situering plangebied

Voor de ruimtelijke onderbouwing heeft Econsultancy in opdracht van RO Connect diverse onderzoeken uitgevoerd. In het kader van de ruimtelijke onderbouwing dient tevens aandacht te worden besteed aan luchtkwaliteit, geluid, magnetische velden (hoogspanningslijnen), geurhinder, volksgezondheid, drift van gewasbeschermingsmiddelen, externe veiligheid en tot slot een m.e.r.(beoordelings)plicht.

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 2 van 14

2

LUCHTKWALITEIT

Besluit- en regeling niet in betekende mate bijdragen Sinds 15 november 2007 zijn bepalingen met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 titel 2 Wm). In titel 5.2 staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen. In het besluit NIBM staat vermeld dat een project NIBM is bij een toename van maximaal 3% van de grenswaarde (zijnde 1,2 µg/m³) voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project. Met de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën aangewezen die in elk geval NIBM bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht. Een plan waarbij nieuwe woningbouwlocaties worden gerealiseerd is in ieder geval NIBM wanneer er minder dan 1500 woningen (netto) gebouwd worden. Goede ruimtelijke ordening Het Besluit gevoelige bestemmingen benadrukt het belang van een ‘goede ruimtelijke ordening', maar is geen volledige invulling daarvan voor het aspect luchtkwaliteit.

Het Besluit dekt niet alle gevoelige situaties. Ook zegt het Besluit niets over gezondheidseffecten beneden de grenswaarden. Daarom is het belangrijk om de blootstelling aan luchtverontreiniging mee te nemen in de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Beoordeling Het plan voorziet in de realisatie van 1 woning. Geconcludeerd kan worden dat het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt. Hiermee wordt voldaan aan artikel 5.16 lid c van de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteitseisen leveren derhalve geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan. Met behulp van de Nsl monitoringsviewer is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. In tabel 2.1 zijn voor de jaren 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de achtergrondconcentraties voor het plan weergegeven. Tabel 2.1 Resultaten jaren 2016, 2020 en 2030 langs ’t Dorp. stoffen 2020 2030 NO2 concentratie 17,1 µg/m3 11,2 µg/m3 3 PM10 concentratie 19,6 µg/m 16,4 µg/m3 PM2,5 concentratie 11,7 µg/m3 9,0 µg/m3

Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Conclusie Onderhavig plan voorziet in een enkele woning. Gezien de beperkte omvang hiervan draagt deze “niet in betekenende mate” bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet van toepassing. Het plan is niet in strijd met de Wet luchtkwaliteitseisen.

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 3 van 14

3

GELUID

In het kader van een goede ruimtelijke ordening heeft Econsultancy reeds een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ten gevolge van de nabijgelegen 30 km/uur wegen Donzel en Hoogbroeksesteeg. Dit onderzoek is op 13 februari 2019 gerapporteerd onder rapportnummer 1 8484.004 versie D1 . Figuur 3.1 toont een overzicht van de projectlocatie met toetspunten op de beoogde bebouwing.

Figuur 3.1

Overzicht akoestisch onderzoek

©Open Streetmap

Conclusie De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woning bedraagt maximaal 42 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen.

1 Rapport akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (8484.004) Hoogbroeksesteeg te Nistelrode, 13-02-2019. Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 4 van 14

4

MAGNETISCHE VELDEN

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom soms noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 μTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens over2 schreden . Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen tot 15 jaar langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 0,4 μTesla. Conclusie De dichtstbijzijnde relevante hoogspanningslijn met een spanning van 150 kV ligt op 1,2 kilometer 3 afstand van het plan. Voor de hoogspanningslijn wordt door het RIVM een indicatieve zone van 2 x 60 meter gehanteerd. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen.

2 bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/functies/bovengrondse/beleid/ 3 http://geodata.rivm.nl/netkaart.html Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 5 van 14

5

GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

Voor het plan moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot geurhinder en veehouderijen. Hiertoe moeten de gevolgen van een project voor zowel het recht van de bestaande veehouderijen als de milieukwaliteit van de toekomstige woning middels een geuronderzoek inzichtelijk worden gemaakt. Econsultancy heeft reeds een onderzoek geurhinder en veehouderijen uitgevoerd. Dit onderzoek is 4 op 4 oktober 2019 gerapporteerd onder rapportnummer 8484.006 versie D2 . In figuur 5.1 zijn alle omliggende veehouderijen weergegeven. Veehouderijen zonder emissies zijn in het zwart weergegeven. De veehouderijen met een geuremissie zijn weergegeven in het paars. Het plangebied is afgebeeld door middel van het oranje vlak.

Figuur 5.1

Situering veehouderijen

©Open Streetmap

Conclusie Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het plan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locatie wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderijen, de gemeentelijke verordening en de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder van Bernheze. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt. Conform de beleidsregel kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan voldoende is.

4 Rapport geuronderzoek (8484.006 D2) Hoogbroeksesteeg (achter Donzel 21) Nistelrode Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 6 van 14

6

VOLKSGEZONDHEID

Algemeen In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. 6.1 Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door 5 middel van het endotoxine-toetsingskader . Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader voor veehouderijen met vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd.

Zoals te zien in figuur 6.1 ligt het plangebied buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. De maximale fijnstofemissie ten gevolge van de dichtstbijzijnde veehouderij ten noorden van het plan bedraagt 169 kg/jaar. Dit betreft een veehouderij waar (vlees)varkens gehouden worden. Uit het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ blijkt 3 dat de afstand waar binnen de 30 EU/m overschreden zal worden 76 meter bedraagt. De afstand tussen de nieuwe woning en het dichtstbijzijnde emissiepunt is 124 meter. Er wordt ruim voldaan aan de te hanteren afstand van 76 meter. Andere veehouderijen met relevante fijnstofemissies zijn gelegen op meer dan 1 km afstand van het plangebied. Cumulatie van de omliggende veehouderijen zal hierdoor niet zorgen voor een verhoogd gezondheidsrisico. De advieswaarde van 30 EU/m³ zal niet worden overschreden, er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van endotoxinen.

Figuur 6.1

Individuele risicocontouren endotoxine veehouderij.

©Open Streetmap

5 Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 1.0 Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 7 van 14

6.2 Emissies De realisatie van een enkele woning zal niet leiden tot relevante emissies van geur, fijnstof of ammoniak. 6.3 Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat Zie hoofdstuk 4. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en er wordt voldaan aan de minimaal te hanteren afstand. Daarnaast levert het plan geen onevenredige belemmeringen op voor de veehouderijen in de omgeving. Aanvullend dient er toetsing plaats te vinden aan de gezondheidskundige advieswaarden die de GGD hanteert in de handreiking. Binnen de bebouwde kom wordt voor de voorgrondbelasting een advies3 3 waarde van 2 ouE/m gehanteerd. Voor de achtergrondbelasting een waarde van 5 ouE/m . Uit het geuronderzoek blijkt dat beide advieswaarden worden overschreden voor de nieuwe woning. Op basis van het onderdeel geur, aanvaardbaarheid woon/leefklimaat moet mogelijk een GGD advies overwogen worden. 6.4 Veehouderij met meerdere diersoorten Binnen 100 meter van het plangebied liggen geen varkensbedrijven of pluimveebedrijven. Tevens zijn er geen bedrijven gelegen welke een combinatie van dieren bevat zoals aangegeven in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0.

6.5 Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven Binnen een straal van 1 kilometer rond het plan liggen geen pluimveebedrijven. Uit het recente on6 derzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-3) , uitgevoerd door het RIVM is tevens gebleken dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigt het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. .Binnen een afstand van 2 kilometer van het plan liggen geen geitenhouderijen en worden geen verhoogde risico’s verwacht met betrekking tot de volksgezondheid. 6.6 Mestbewerking of mestverwerking In de omgeving van het plan zijn geen bedrijven gelegen waar mestbewerking/verwerking voorkomt. 6.7 Ongerustheid volksgezondheid omwonenden Voor zover bij ons bekend is er in de omgeving van het plan geen ongerustheid bij de omwonenden omtrent het aspect volksgezondheid. Conclusie Na het doorlopen van het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er uitsluitend voor het onderdeel 6.3 (Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat) een eventueel advies opgevraagd kan worden bij de GGD. Voor de overige aspecten is dit niet aan de orde..

6 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III. Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014 – 2016. Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 8 van 14

7

DRIFT GEWASBESCHERMING

Drift van gewasbeschermingsmiddelen (het verplaatsen van spuitvloeistof ten gevolge van luchtstromen) vindt plaats bij land- en tuinbouw. Voor de bescherming van gevoelige functies bestaat geen wettelijk kader, maar wordt een zogenaamde spuitzone van 50 meter rondom fruitteelt en akkerbouw 7 gehanteerd. Bij fruitteelt komt er aanzienlijk meer drift vrij dan bij akkerbouw of lage bomenteelt . Dit komt doordat de bomen bij fruitteelt vaak opwaarts en zijwaarts bespoten worden. Bij akkerbouw zijn de spuiten meer oplaag gericht en hebben de beschermingsmiddelen minder kans om zich door de lucht te verspreiden. Hierdoor is het vooral belangrijk om afstand te bewaren tussen gevoelige objecten en boomgaarden. Conclusie In een straal van 50 meter van het plangebied zijn geen fruitboomgaarden, of andere gewassen waar gewasbescherming noodzakelijk is, aanwezig. Met betrekking tot de drift van gewasbeschermingsmiddelen wordt verondersteld dat er geen belemmeringen gelden voor het plan.

8

EXTERNE VEILIGHEID

In figuur 8.1 is de ligging van het plangebied weergegeven met een blauwe ster. In de nabijheid van het plan zijn geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen gelegen.

Figuur 8.1

Uitsnede risicokaart met aanduiding locatie

7 Plant Research International Wageningen UR, J.C. van de Zande & H.J. Holterman, ‘Beperking driftblootstelling bij bespuitingen in de lage boomteelt’, p. 21. Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 9 van 14

8

Volgens het rapport vervoer gevaarlijke stoffen Bernheze worden over de weg Weijen gevaarlijke stoffen uit de categorie GF3 vervoerd. Deze stoffen hebben een invloedsgrens van 355 meter. De planlocatie ligt op circa 280 meter afstand van deze weg en ligt dus binnen het invloedsgebied van deze transportroute. Conform artikel 7 Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) dient het groepsrisico (beperkt) verantwoord te worden. Conform artikel 9 Bevt dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd. 9

Voor het groepsrisico zijn de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (HaRT) toegepast. Vanwege de transportfrequentie van GF3 dat minder is dan 500 is er geen overschrijding van de oriëntatiewaarde voor een tweezijdige bebouwing. Tevens wordt de drempelwaarde van GF3 vervoer voor de overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden. Een kwantitatieve risicoanalyse ten gevolge van de lokale transportroute Weijen is derhalve niet noodzakelijk. Wel dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico te worden gegeven (zie paragraaf 8.2). 8.1

Beleid en regelgeving

8.1.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Het transport door buisleidingen is geregeld in het het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het werken/verhandelen van gevaarlijke stoffen is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. 8.1.2 Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten -6 aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10 /jaar-contour (wettelijk harde norm). Voor be-6 perkt kwetsbare objecten geldt de 10 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Bevb.

8.1.3 Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. 2 -2 Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N < 10 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers.

8 Gemeente Bernheze (2013), Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen gemeente Bernheze. 9 Handleiding Risicoanalyse Transport Bijlagen, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 11 januari 2017 Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 10 van 14

Figuur 8.2 Visualisatie oriëntatiewaarde groepsrisico

8.1.4 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats over het spoor, de weg en het water. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Aan transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes zijn eisen gesteld. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten) en heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoorwegen en de bebouwde omgeving die hier langs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). Het Bevt bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het basisnet.

Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevt sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden gehanteerd. Voor het plaatsgebonden risico (PR) wordt een kans op overlijden van 1 op de 1 miljoen per jaar acceptabel geacht. Concreet betekent dit dat rondom (vaar-)wegen of hoofdspoorwe-6 gen een 10 /jr plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico (GR) dient te worden verantwoord. 8.1.5 Verantwoordingsplicht In het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te verantwoorden en te onderbouwen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht.

De verantwoordingsplicht van het groepsrisico

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 11 van 14

dient rekening te houden met de hoogte van het groepsrisico. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag het plan voor te leggen bij de veiligheidsregio. Volgens het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien - het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde waarde, of - het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b. voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.

Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan tevens ingegaan:  de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn, en  de als gevolg van het bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft;  het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde;  de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en  de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.

8.2 Beperkte verantwoording van het groepsrisico Het plan voorziet in de realisatie van een woning aan de Hoogbroeksesteeg. De verantwoording zal gericht zijn op mogelijkheden ter bestrijding van calamiteiten en zelfredzaamheid . 8.2.1 Mogelijke scenario’s Explosie In geval van een explosie volgens het principe van een warme of koude BLEVE zal de vuurbal en drukgolf ter plaatse van de woning leiden tot afbladdering van verf en ernstige verkleuringen. Door de relatief grote afstand tussen de lokale transportroute ‘Weijen’ en het plangebied en het geringe aantal vervoersbewegingen is de kans op slachtoffers in het plangebied zeer klein. Bij een BLEVE op grotere afstand kan binnen worden geschuild.

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 12 van 14

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid van aanwezigen binnen het plangebied wordt als goed beoordeeld. Omdat het plangebied niet zal worden bestemd voor mensen die niet- of verminderd zelfredzaam zijn mag worden verondersteld dat de zelfredzaamheid van de aanwezige personen goed te noemen is. Bewoners zullen via het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) zoals NL-Alert worden gealarmeerd om conform de instructies te reageren. Bestrijdbaarheid Hulpdiensten kunnen binnen de gewenste aanrijtijd ter plaatse zijn. Het plan is vanaf de brandweerpost aan de Heescheweg binnen 3 minuten bereikbaar. De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zal de eerste aandacht zich richten op het ontruimen van de omgeving. Het plangebied is bereikbaar over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken via de Donzel en de Hoogbroeksesteeg. Advies Op het plan is het advies van de Veiligheidsregio Brabant Noord van toepassing. De ontwikkeling van het plan wordt vanuit oogpunt van externe veiligheid verantwoord geacht en er zijn geen bezwaren tegen de gewenste ontwikkeling.

Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 13 van 14

9

M.E.R.-BEOORDELING

Besluit milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om negatieve milieueffecten van activiteiten bij plannen en besluiten af te wegen. De verplichting voor het opstellen van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Een activiteit kan volgens het Besluit m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn wanneer:  conform onderdeel C en D sprake is van een activiteit groter dan de drempelwaarden en waarbij het plan of besluit is opgenomen in respectievelijk kolom 3 en 4;  een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming van toepassing is;  deze zijn opgenomen in een provinciale verordening; Voor activiteiten waar geen sprake is van een overschrijding van drempelwaarden uit onderdeel D geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden gehanteerd om uit te sluiten dat er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. De eventuele beoordelingsplicht kan getoetst worden aan de hand van de criteria in bijlage III van de richtlijn. Voor activiteiten die niet zijn opgenomen in het besluit geldt geen m.e.r.(beoordelings)plicht. Beoordeling Met het plan wordt één nieuwbouwwoning mogelijk gemaakt. Het realiseren van één woning valt onder onderdeel D (stedelijke ontwikkeling, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Aangezien het gaat om het realiseren van één woning, wordt dit niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een aanmeldnotitie niet noodzakelijk. Op basis van de beperkte uitbreiding worden significante negatieve effecten uitgesloten. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. In de Provinciale mili10 euverordening Noord-Brabant zijn geen aanvullende m.e.r.-plichtige activiteiten opgenomen. Conclusie Zoals beschreven in de voorafgaande alinea’s is een aanmeldnotitie m.e.r. niet noodzakelijk.

10 Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent de bescherming van het milieu (Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010). Rapport 8484.007 versie D2

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=aef3a323-36ae-4581-b476-ab330cc82be9