CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Hoogbroeksesteeg ong (achter Donzel 21) Nistelrode - Ecologisch werkprotocol

Raadsvergadering 8 april 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogbroeksesteeg ong (achter Donzel 21), Nistelrode' *1.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo aan:

dhr. W. Raaijmakers

van:

SAB

ons kenmerk:

RODO/VERK/190205

datum:

8 mei 2019

betreft:

Ecologisch werkprotocol, Hoogbroeksesteeg, Nistelrode

AANLEIDING Aan de Hoogbroeksesteeg (achter Donzel 21) te Nistelrode ligt een weiland zonder verharding of bebouwing. Het voornemen bestaat deze locatie te bebouwen. Voor dit plan zal het bestemmingsplan worden gewijzigd. Ten behoeve van deze ontwikkeling werd eerder een quick scan flora en fauna opgesteld (Econsultancy 2019). Uit de quick scan bleek dat er net ten oosten van de ontwikkelingslocatie verblijfplaatsen van zowel kleine marterachtigen als steenmarter aanwezig zou kunnen zijn. Geadviseerd werd een ecologisch werkprotocol op te stellen. In een ecologisch werkprotocol worden mitigerende maatregelen uitgewerkt, waarmee verstoringen van de mogelijk aanwezige marters voorkomen kan worden. Voorliggend document vormt dit ecologisch werkprotocol.

PLANGEBIED EN ONTWIKKELING 2

Het plangebied is circa 600m groot en ligt aan de Hoogbroekesteeg, circa 500 meter ten noordwesten van de kern van Nistelrode (provincie Noord-Brabant). Zie onderstaande afbeelding voor de locatie van het plangebied. In de toekomstige situatie zal nieuwbouw in het plangebied zijn gerealiseerd. Voor de realisatie van de nieuwbouw zal het nodig zijn de locatie bouwrijp te maken, waarbij de aanwezige grasmat wordt verwijderd. De aanwezige bebouwing aan de oostzijde direct naast het plangebied blijft hierbij gehandhaafd.

pagina 1 van 9

Globale ligging plangebied (rood kader). Bron: PDOK. Bewerking: SAB.

AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN Uit de eerder opgestelde quick scan flora en fauna bleek dat de aanwezigheid van enkele beschermde soorten niet op voorhand uitgesloten kon worden nabij het plangebied. Dit betrof (Econsultancy 2019): 

Broedvogels Broedplaatsen van soorten waarvan het nest jaarrond is beschermd worden niet verwacht in en nabij het plangebied. Op en direct rondom de locatie kunnen wel algemeen voorkomende soorten broeden waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Verstoring van broedende vogels dient voorkomen te worden.

Vleermuizen Het is niet op voorhand uitgesloten dat de vervallen schuur direct ten oosten van het plangebied een verblijfplaats vormt voor gebouwbewonende vleermuizen. Deze schuur zal behouden blijven. Wel dient verstoring door kunstmatig licht van mogelijke verblijfplaatsen voorkomen te worden.

pagina 2 van 9

Steenmarter Binnen het plangebied zijn geen plekken aanwezig die als verblijfplaats kunnen dienen voor deze soort. Maar in of bij de houtopslag, het schuurtje en de composthopen direct ten oosten van de locatie zijn wel plekken aanwezig die mogelijk als verblijfplaats worden gebruikt. Verstoring van deze mogelijke verblijfplaatsen dient voorkomen te worden.

Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) De houtstapel, het vervallen schuurtje en de composthopen ten oosten van het plangebied kunnen ook als verblijfplaats voor kleine marterachtigen dienst doen. Ook kunnen muizenholletjes ten oosten van de locatie mogelijk gebruikt worden als verblijfplaats door de wezel. Verstoring van mogelijke verblijfplaatsen dient voorkomen te worden.

VOORSCHRIFTEN De werkzaamheden in het gebied moeten volgens onderstaande voorschriften worden uitgevoerd. Hier moet ook bewijs van zijn, door het bijhouden van een logboek en het maken van foto’s. Op deze manier wordt voldoende bewijslast verzameld voor het geval een Brabantse omgevingsdienst een controle uitvoert. Als de werkzaamheden niet volgens het protocol worden uitgevoerd, wordt mogelijk de Wet natuurbescherming overtreden.

Houd op de toekomstige werklocatie de aanwezige vegetatie zo kort mogelijk en houd het terrein zo vlak mogelijk. Door de vegetatie zo kort mogelijk te houden ontstaan geen plekken waar dieren een verblijf- of nestplaats gaan maken. Zo worden dieren zo min mogelijk verstoord bij de werkzaamheden. Door het terrein zo vlak mogelijk te houden, ontstaan bij nat weer geen poelen waarin dieren (voornamelijk amfibieën) zich kunnen vestigen. Indien gaten gegraven moeten worden (voor bijvoorbeeld de fundering) zorg dan dat hier geen water in blijft staan, door het water bijvoorbeeld steeds weg te pompen.

Voer de werkzaamheden niet uit in de periode maart tot 1 september Voor marterachtigen vormt de voortplantingstijd de kwetsbare periode. Deze periode loopt globaal van maart tot en met 1 september (Bouwens 2017, zoogdiervereniging.n). Voor de broedperiode van vogels wordt globaal de periode half maart tot half augustus aangehouden. Toch is het wel mogelijk dat vogels ook buiten deze periode broeden. Mocht tijdens de werkzaamheden een broedende vogel aangetroffen worden, dan moeten de werkzaamheden in de buurt van de broedende vogel meteen gestopt worden. In overleg met de deskundige moet een tijdelijke beschermingszone rondom de nestplaats aangebracht worden (zie bijlage 1 voor de omschrijving van het begrip deskundige). Binnen deze beschermingszone kan pas weer gewerkt worden als de vogel is uitgebroed. pagina 3 van 9

Start bouwrijp maken aan zuid- of westkant van het plangebied Wanneer de grond- en graafwerkzaamheden gestart worden op de locatie, dient gestart te worden aan de zuid- of westkant van het plangebied. Op deze wijze hebben dieren tijd om eventuele schuilplaatsen aan de oost- of noordzijde te verlaten.

Als je tijdens het werk in het werkgebied toch een dier ziet dat niet lijkt te vluchten, pak het dier dan voorzichtig op en leg het onder een struik buiten het plangebied. Doordat het werkgebied uit korte vegetatie bestaat zijn geen dieren in het werkgebied te verwachten. Als toch een dier aanwezig is, kan het verwond of gedood worden door de werkzaamheden. Dit moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Om dit te voorkomen moet het dier in veiligheid gebracht worden. Onder een struik buiten het plangebied kan het dier beschutting vinden en weer tot rust komen.

Houdt de schuur ten oosten van het plangebied donker De schuur ten oosten van het plangebied vormt mogelijk een verblijfplaats voor vleermuizen. Vleermuizen kunnen verstoord worden door verlichting. Vooral verlichting bij verblijfplaatsen kan sterk verstorend werken. Voorkomen dient te worden dat deze schuur door bijvoorbeeld bouwlampen verlicht wordt.

Spaar houtstapels, composthopen, struiken en schuurtje aan oostzijde en noordzijde van het plangebied Zie onderstaande afbeelding voor de zone die gespaard dient te worden. Het betreffende deel dient duidelijk gemarkeerd en afgezet te worden, het liefst met een stevig hekwerk. Deze zone biedt dekking en biedt mogelijk verblijfplaats aan vogels, marters of vleermuizen. Indien het toch noodzakelijk is hier werkzaamheden uit te voeren of deze objecten te verwijderen, dient eerst door een deskundige vastgesteld te worden wat de functie van deze objecten is voor beschermde soorten.

pagina 4 van 9

Te sparen zone (met gele arcering) bij het plangebied (rood kader).

COMMUNICATIE Dit werkprotocol dient op de uitvoeringslocatie aanwezig te zijn. De inhoud moet besproken worden met alle betrokken werknemers. Indien arbeiders op de locatie vragen hebben over het protocol of over een situatie die zich voordoet (er wordt bijvoorbeeld een broedende vogel of marter aangetroffen), moeten ze die vraag stellen aan hun leidinggevende. Indien de leidinggevende de situatie niet zelf op de juiste manier kan oplossen, dient de leidinggevende contact op te nemen met een deskundige.

pagina 5 van 9

GERAADPLEEGDE BRONNEN Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie NoordBrabant. Econsultancy. 2019. Quick scan Flora en Fauna. Hoogbroeksesteeg (Achter Donzel 21) te Nistelrode. Rapportnummer 8484.002 www.zoogdiervereniging.nl www.sovon.nl

pagina 6 van 9

BIJLAGE 1. DESKUNDIGE Een deskundige is in dit geval iemand met aantoonbare kennis van en ervaring met Nederlandse flora en fauna. Deze kennis en ervaring is opgedaan omdat de deskundige:  een HBO of universitaire opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Nederlandse ecologie;  of een MBO opleiding met als zwaartepunt natuurwetgeving, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van soorten;  of als ecoloog werkzaam is bij een ecologisch adviesbureau;  of zich aantoonbaar inzet op het gebied van de soortenbescherming of soortenmonitoring en is aangesloten bij bijvoorbeeld de Vogelbescherming of KNNV.  Deskundige van SAB: Eric Verkaik Eric.verkaik@sab.nl 026-3576911

pagina 7 van 9

BIJLAGE 2. ACHTERGRONDINFORMATIE WET NATUURBESCHERMING zorgplicht Op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt voor al de in het wild levende soorten altijd de zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Naast de zorgplicht is voor een aantal soorten door middel van verboden een aanvullend beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1-3.4), voor habitatrichtlijnsoorten (artikelen 3.5-3.9) en voor andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11). bescherming vogels Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant: het is verboden om van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen, het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze soorten te beschadigen of te vernielen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden deze soorten opzettelijk te storen wanneer dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. De verboden in de wet zorgen voor een goede bescherming van nesten van alle in het wild levende vogelsoorten tijdens het broedseizoen.

Globaal loopt het broedseizoen van half maart tot half augustus, maar ook de nesten van broedende vogels buiten deze periode zijn beschermd. Daarnaast zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd dus ook als ze niet als broedlocatie worden gebruikt. Het betreft dan over het algemeen soorten die hun nest het gehele jaar als verblijfplaats gebruiken of soorten die niet in staat zijn om een eigen nest te bouwen. opzetvereiste Bij veel van de hierboven genoemde verboden is er sprake van een opzetvereiste. Zo is het verboden om vogelnesten opzettelijk te beschadigen. In de wet wordt bij deze opzet uitgegaan van ‘voorwaardelijke opzet’. Bij voorwaardelijke opzet is men zich bij het handelen bewust van de mogelijke negatieve consequenties, terwijl men de handeling toch uitvoert. Een voorbeeld van voorwaardelijke opzet is iemand die in het voorjaar een boom omzaagt en daarbij ‘per ongeluk’ een vogelnest beschadigt. De persoon had niet de opzet dit nest te beschadigen. Maar in de broedtijd van vogels is er wel een aanzienlijke kans dat er in een boom een vogel nestelt. Er kan daarom toch sprake zijn van opzettelijke beschadiging van het nest; voorwaardelijke opzet. ontheffing Gedeputeerde Staten kunnen, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden.

Wel geldt voor de vogelrichtlijnsoorten en de habitatrichtlijnsoorten de eis dat de handelingen die men uitvoert een wettelijk belang dienen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het gaat dan onder meer om pagina 8 van 9

handelingen in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of ter bescherming van flora en fauna. In dit geval stelt de provincie Noord-Brabant dat een ontheffing niet nodig is, zolang voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om overtreding te voorkomen. Het volgen van de voorschriften is noodzakelijk om een overtreding te voorkomen. handhaving De omgevingsdiensten in Noord-Brabant zien erop toe dat bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Mogelijk zal bij de geplande ruimtelijke ontwikkeling van dit plan ook een controle plaatsvinden. Het volgen van de voorschriften van dit protocol zorgt ervoor dat van overtreding van de Wet natuurbescherming geen sprake is. Mogelijk vraagt de omgevingsdienst naar bewijsmateriaal. Het bijhouden van een logboek en het maken van foto’s van werkzaamheden is hiervoor een goede manier.

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=329ab58c-4c70-4ffa-b401-89d6f87a6e02