OER 12 juli
Tekst van het document
Door deze integrale aanpak wordt rekening gehouden met de complexe relaties in de fysieke leefomgeving. Deze rapportage is gebaseerd op beschikbare informatie, maar is daarmee niet vanzelfsprekend volledig. Voor meerdere onderwerpen zal aanvullend onderzoek gedaan moeten worden.
27
4.1
Thema: Gezonde leefomgeving
4.1.1
Geluidbelasting – wegverkeer (Aantal woningen en mensen binnen geluid belast oppervlak door toedoen van wegverkeer)
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de geluidbelasting vanwege wegverkeer is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status
Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht
Kwantitatief • Geluidbelastingkaart (Atlas van de leefomgeving, 2020) • BrabantScan Belevingsonderzoek GGD Expert judgement op basis van mate van geluidhinder in relatie tot geluidniveaus (Atlas van de leefomgeving, 2020) Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is minder dan 5% Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt ligt tussen de 5% en 25% Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is meer dan 25%
De huidige situatie Inleiding Geluiden in de omgeving kunnen een grote bijdrage leveren aan de beleving van de leefomgeving. Te veel geluid is vaak onwenselijk of zelfs schadelijk. Gezondheidseffecten als slaapverstoring, gehoorschade, risico op hart- en vaatziekten en verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen kunnen het gevolg zijn. Ernstige geluidhinder ervaren door inwoners van 9 jaar en ouder wordt voornamelijk veroorzaakt door brommers of scooters (11%), buren (9%), wegverkeer met snelheden hoger dan 50 km/h (7%), en vliegverkeer (4%) (Bron: GGD, 2020). Beschikbare gegevens Uit onderstaande afbeeldingen blijkt dat 7,7% van de inwoners van Bernheze ernstige geluidhinder ervaart als gevolg van wegverkeer dat minder dan 50 km/h rijdt en 3,6% van de inwoners als gevolg van verkeer dat sneller rijdt.
Afbeelding 5
Geluidbelasting wegverkeer < 50 km/h Bron: Atlas van de leefomgeving 2020
28
Afbeelding 6
Geluidbelasting wegverkeer > 50 km/h Bron: Atlas van de leefomgeving 2020
Uit BrabantScan, zie onderstaande afbeelding, komt naar voren dat op 66 adressen geluidhinder wordt ervaren als gevolg van wegverkeer. In totaal telt Bernheze 13.159 woonadressen. Dit zou betekenen dat 0,5% van de adressen gelegen zijn op plekken waar geluidhinder wordt ervaren. Deze adressen bevinden zich met name in Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Loosbroek en Vorstenbosch. Tabel 7
Afbeelding 7
Verkeershinder per wijk Bron: BrabantScan
Wegverkeerslawaai Bron: Brabantscan
In bovenstaande tabel is het percentage gehinderden per wijk weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen wegen waar niet harder dan 50 km/uur gereden mag worden en wegen waar dat wel mag. De gegevens uit de Atlas voor de leefomgeving zijn bepaald op basis van data en wettelijke regelgeving. De gegevens uit BrabantScan zijn gebaseerd op belevingen en vragenlijsten aan inwoners van Bernheze. Conclusie Beoordeling criterium Goed
Matig
Huidige situatie Uit de beschikbare informatie blijkt dat de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op wegen waar sneller gereden mag worden dan 50 km/uur als ‘goed’ kan worden beoordeeld. Het percentage ernstig gehinderden blijft onder de 5%. In de kernen Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Loosbroek en Vorstenbosch is sprake van een ‘matige’ beoordeling door geluidhinder als gevolg van wegen waar minder dan 50 km/uur gereden mag worden. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt,
ligt tussen 5% en 25%.
Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) vormen het wettelijk kader voor de toegestane geluidsbelasting door wegen, spoorwegen of industrieterreinen, op de gevels van woningen en andere 29
geluidgevoelige objecten (zoals scholen en ziekenhuizen). De Wet geluidhinder gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Hiervan mag worden afgeweken tot de hoogste toelaatbare geluidbelasting. De hoogst toelaatbare geluidbelasting is afhankelijk van de stedelijke of buitenstedelijke ligging en of er sprake is van nieuwe of bestaande situaties. De effecten van een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde zijn zonder meer toelaatbaar. Beleid De Provincie Noord-Brabant heeft een Actieplan Geluid 2018-2023 (3e tranche) op grond van de Wet milieubeheer vastgesteld waarin beleid is omschreven en mogelijke maatregelen zijn onderzocht om de geluidhinder, als gevolg van de provinciale wegen of wegdelen, te reduceren. De N279 langs Heeswijk-Dinther is op de geluidbelastingskaarten provincie Noord-Brabant aangemerkt als een locatie waar veel geluidhinder optreedt als gevolg van het verkeer over deze provinciale weg. Deze weg zal als gevolg hiervan voorzien worden van een stiller wegdek. Gemeente Bernheze heeft geen specifiek beleid voor geluid vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties te worden gerealiseerd.
Geaccordeerde plannen Aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch, Heesch en Oss, wordt regionaal bedrijventerrein Heesch West gerealiseerd, met ruimte voor logistieke bedrijven, innovatieve concepten (bouw en circulaire economie) en regionale verplaatsers. Het bedrijventerrein is gelegen aan de A59. Het bedrijventerrein heeft een verkeersaantrekkende werking. Heesch West wordt primair ontsloten via de A59. Dit verkeer zal het wegennet binnen de gemeente Bernheze niet extra belasten. Niet uit te sluiten is echter dat verkeer dat gebruik maakt van de A50, kiest voor een sluiproute via de afslag Nistelrode Noorderbaan, de Nistelrodeseweg en Het Dorp naar de Boschebaan. Hier kan eventueel extra hinder door ontstaan. Daarnaast zullen inwoners van de omliggende dorpen wellicht gaan werken op het nieuwe bedrijventerrein met extra verkeersbewegingen binnen de kernen tot gevolg.
Afbeelding 8
1.
Locatie bedrijventerrein Heesch West Bron: heeschwest.nl
Afbeelding 9
Provinciale wegen Bron: Google Maps
De uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk Dinther omvat in totaal 2,2 hectare. De bedrijfskavels zijn geschikt voor lokale gemengde bedrijven tot milieucategorie 2. De gemeente verwacht maximaal acht kavels te kunnen uitgeven, die flexibel in te delen zijn.
30
Afbeelding 10
Uitbreiding bedrijventerrein Retsel Bron: Gemeente Bernheze
Afbeelding 11
Provinciale weg Retsel Bron: Google Maps
Bedrijventerrein Retsel bevindt zich in het oosten van Heeswijk-Dinther en is bereikbaar via de N279, afslag Hulsakker en Brouwersstraat.
Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Verschillende ontwikkelingen beïnvloeden de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer in de nabije toekomst. De waar te nemen trend is dat de ‘geluiddeken’ toeneemt, door meer verkeer, woningen en evenementen. Dit geldt ook voor de gemeente Bernheze. Er wordt naar gestreefd in de komende tien jaar nieuwe 1.800 woningen te realiseren. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer kan ook toenemen door de (naar verwachting hoge) groei van het verkeer en aanleg van nieuwe wegen. Als mensen daarnaast meer thuis gaan werken, wordt de kwaliteit van onze leef - en woonomgeving van groter belang en zullen technieken in onze woonomgeving geïntroduceerd worden als warmtepompen en airco’s om in te spelen op de gevolgen van de klimaatverandering en energietransitie. Anderzijds is de verwachting dat het verkeer stiller wordt door een toename van elektrisch rijden, een lagere geluidemissie als gevolg van verminderd bandengeluid en het toepassen van een stiller wegdek.
Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -
-
De huidige situatie waarin de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op wegen waar sneller gereden mag worden dan 50 km/uur is ‘goed’ en op wegen waar minder dan 50 km/uur gereden mag worden (kernen), is de huidige situatie ‘matig’. Het toepassen van een stiller wegdek op de N279 door de provincie Noord-Brabant. Het feit dat de gemeente Bernheze geen specifiek beleid heeft voor geluidhinder ten aanzien van wegverkeerlawaai. De verkeersaantrekkende werking van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.
Beoordeling criterium Goed
Matig
Referentiesituatie Ten aanzien van de geluidbelasting in de referentiesituatie zal er sprake zijn van (geringe) wijzigingen in de verkeersintensiteiten die niet wezenlijk leiden tot een toename van de geluidbelasting. De geluidbelasting is derhalve ook in de referentiesituatie te beoordelen als ‘goed’. Op wegen waar minder dan 50 km/uur gereden mag worden, blijft de situatie matig.
31
Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect geluidhinder als gevolg van wegverkeer. Scenario 1: Innovatief Bernheze
- Doorgaand (vracht)verkeer gaat niet meer door de kernen. - 30 km zones worden uitgebreid.
+
Scenario 2: Coöperatief Bernheze
- Langzaam verkeer wordt gestimuleerd door onder andere snelfietsroutes. - Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit de kernen.
+
Scenario 3: Duurzaam Bernheze
- Langzaam verkeer krijgt voorrang op sneller verkeer. - Maximale snelheid in kernen is 30 km/uur of stapvoets rijden. - Aanleg snelfietsroutes. - Onttrekken van 50% van het smalle wegennet aan gemotoriseerd verkeer.
Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie
- Er wordt voldaan aan de normen voor geluidhinder in 2040. Dit wordt gemeten en gerapporteerd. - Vervoer op basis van elektriciteit of waterstof wordt aantrekkelijk gemaakt door middel van goede voorzieningen. - Actieve mobiliteit krijgt prioriteit. - Er worden extra snelfietsroutes gerealiseerd door het verkeersluw maken van wegen (in het buitengebied). - Stapsgewijze verlaging van de parkeernorm (van 2 naar 1.6). - Doorgaand gemotoriseerd verkeer wordt ontmoedigd. - Vracht- en landbouwverkeer ontmoedigen in de kernen door milieuzones voor vrachtverkeer in kernen en weren zwaar landbouwverkeer. - Het aantal vervoersbewegingen wordt beperkt door voldoende voorzieningen. - Kernen worden autoluw gemaakt. Dit betekent lagere snelheden, het verplaatsen van parkeerruimte, op grotere afstand parkeren en minder verharding. - Stapvoets rijden in bepaalde woon- en winkelerven. - De gemeente voert een actief beleid op bouwen in de bestaande dorpskernen. - Er wordt geen ruimte meer gegeven aan grootschalige bedrijventerreinen. - De huidige (auto) verbindingen naar de regio zijn voldoende.
++
+
Bij alle scenario’s worden keuzes gemaakt die de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer beïnvloeden. Het weren van doorgaand vrachtverkeer in de kernen, het uitbreiden van 30 km zones en het onttrekken van het smalle wegennet aan gemotoriseerd verkeer zijn concrete maatregelen die direct een positieve invloed hebben op de geluidbelasting. Bij het stimuleren van langzaam verkeer door het aanleggen van meer snelfietsroutes en langzaam verkeer voorrang geven op gemotoriseerd verkeer is het effect afhankelijk van de keuzes van de weggebruiker. Geconcludeerd kan worden dat de drie scenario’s allemaal een positief effect hebben op de geluidhinder als gevolg van wegverkeerlawaai. Scenario 3 omvat meer maatregelen waardoor dit het meest effectieve scenario is. Scenario 2 heeft de minste impact en scenario 1 zit er tussenin. Ontwerp-omgevingsvisie Langzaam verkeer en verkeer met een lagere geluidbelasting wordt gestimuleerd en doorgaand verkeer wordt ontmoedigd om gebruik te maken van wegen in de kernen. De impact hiervan op de geluidbelasting is afhankelijk van menselijk gedrag en op voorhand niet in te schatten. Zwaar vracht- en landbouwverkeer wordt uit kernen geweerd. Dit heeft een positieve invloed op de geluidbelasting. Daarnaast worden wegen in kernen en buitengebieden verkeersluw gemaakt en worden snelheden verlaagd.
De ontwerp-omgevingsvisie krijgt een positieve beoordeling ten aanzien van het beoordelingscriterium Geluidhinder als gevolg van wegverkeer.
32
4.1.2
Geluidbelasting – bedrijvigheid (Aantal woningen binnen geluid belast oppervlak door bedrijfsmatige activiteiten)
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de geluidbelasting vanwege bedrijvigheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status
Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht
Kwantitatief • GES Geluidkaart Industrie, Noord-Brabant (Atlas van de leefomgeving, 2020) • BrabantScan Belevingsonderzoek GGD Expert judgement op basis van mate van geluidhinder in relatie tot geluidniveaus (Atlas van de leefomgeving, 2020) Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 2% en 7%. Gebieden met een GES-scores 4 of 5. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt tussen 7% en 18%. Gebieden met een GES-score 6, 7 of 8. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt boven de 18%.
De huidige situatie Inleiding Industrielawaai is, in tegenstelling tot wegverkeerslawaai, gerelateerd aan plaatsgebonden geluidsbronnen. Het kan gaan om industrieterreinen, bedrijventerreinen en solitaire inrichtingen. Solitaire inrichtingen kunnen zowel in het buitengebied aanwezig zijn als in de kernen. Beschikbare gegevens Voor het beoordelen van de huidige situatie is gebruik gemaakt van Industriegeluid Noord-Brabant 2009 uit de Atlas voor de leefomgeving (afbeelding 11) en Hinder industrielawaai per wijk 2020 uit BrabantScan (tabel 5). Uit onderstaande afbeelding blijkt dat zich binnen de gemeentegrenzen van Bernheze een klein gebiedje bevindt met GES-score 4. Hier is de geluidbelasting matig. Dit gebied is gelegen in buurtschap Hazelberg, ten zuiden van Vorstenbosch, en is dun bevolkt. Buiten de gemeentegrenzen, aan de andere kant van de A50, begint op circa 1 kilometer afstand de bebouwde kom van Veghel. Op twee andere plekken binnen Bernheze wordt een hogere geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai veroorzaakt door bedrijventerreinen De Amert in Veghel en Vorstengrafdonk te Oss. Hierdoor wordt in twee kleine gebieden ten oosten van Heesch en Heeswijk-Dinther GES-score 3 behaald. Beide gebieden zijn beperkt bewoond. In totaal bevinden zich er zeven woningen en een vakantiepark. Voor de overige gebieden geldt een GES-score 1 of 2.
Uit BrabantScan blijkt dat het percentage volwassenen in Bernheze dat matige of ernstige geluidhinder ondervindt ten gevolge van industrielawaai gelijk of groter is dan het gemiddelde van de volwassenen in heel Brabant.
33
Tabel 8
Afbeelding 12
Hinder industrielawaai per wijk Bron: BrabantScan
Industriegeluid Noord-Brabant Bron: Atlas voor de leefomgeving
De GES-scores uit de Atlas voor de leefomgeving zijn bepaald op basis van data en wettelijke regelgeving. De gegevens uit BrabantScan zijn gebaseerd op belevingen en vragenlijsten aan inwoners van Bernheze. Conclusie Beoordeling criterium Goed
Huidige situatie
In de schaallat wordt ervan uitgegaan dat het beoordelingscriterium geluidbelasting vanwege industrielawaai als goed wordt beoordeeld bij een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt dan tussen 2% en 7%. Zowel uit afbeelding 11 als uit tabel 5 blijkt dat gesteld kan worden dat de kwaliteit van geluid ten gevolge van industrielawaai binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is.
Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet milieubeheer (Wm) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim) geven een regeling voor de toegestane geluidsbelasting door bedrijven, op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten (zoals scholen en ziekenhuizen) in bestaande situaties. Voor bedrijven op gezoneerde industrieterreinen is daarnaast de Wet geluidhinder van toepassing. Voor nieuwe situaties wordt aangesloten bij de richtwaarden uit de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering”. De normstelling is afhankelijk van de aard van het bedrijf en de omgeving waarin het bedrijf is gevestigd. Beleid Er zijn geen landelijke actieplannen voor bedrijven om geluidemissie te reduceren. Gemeente Bernheze heeft geen specifiek beleid voor geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties te worden gerealiseerd. Geaccordeerde plannen Aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch, Heesch en Oss, komt het regionaal bedrijventerrein Heesch West. Voor de ontwikkeling van dit terrein wordt in het bestemmingsplan een geluidzone vastgelegd zoals bedoeld in hoofdstuk V van de Wet Geluidhinder.
In het besluit ‘Hogere waarde industrielawaai wet Geluidhinder bedrijventerrein Heesch West’, van de gemeente Bernheze is opgenomen dat de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai wordt overschreden voor 19 bestaande woningen, waarvan 7 in de gemeente Bemheze, waarvoor een hogere waarde verleend is.
34
Bedrijventerrein Retsel is geen geluidgezoneerd bedrijventerrein (een ‘industrieterrein’ in de zin van de Wet geluidhinder). Het bedrijventerrein wordt uitgebreid. De vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen (zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ of Wgh-inrichtingen) is daarom uitgesloten.
Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Het is voor de beleving en waardering van het buitengebied van belang om bij nieuwe bedrijvigheid de kwaliteit die het gebied heeft te behouden. Een rustig buitengebied wil je rustig houden. Geluid van nieuwe bedrijvigheid zal daarop moeten worden afgestemd. Eén ontwikkeling is dat steeds meer evenementen en recreatieve activiteiten worden georganiseerd in Bernheze. Dit heeft niet alleen een verkeersaantrekkende werking tot gevolg waardoor meer geluidhinder kan ontstaan, maar ook meer bedrijvigheid en geluid van mensen. Daarnaast komen, door de transitie in de landbouwsector, steeds meer agrarische percelen beschikbaar voor andere vormen van bedrijvigheid. Het geluid dat samenhangt met deze nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied is van invloed op de beleving in dit gebied.
Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -
De huidige situatie waarin de kwaliteit van geluid ten gevolge van industrielawaai binnen de gemeente Bernheze goed te noemen is. Het feit dat er geen actief beleid geformuleerd is om de geluidbelasting als gevolg van industrielawaai te verminderen. De realisatie van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.
De kaart uit de Atlas voor de Leefomgeving laat alleen de gezondheidssituatie zien ter plaatse van de geluidszone rond industrieterreinen die op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd zijn. Woningen die buiten een gekleurd gebied vallen, hebben geen geluidhinder als gevolg van de geluidgezoneerde industrieterreinen. Afgaande op de informatie uit afbeelding 11 en met inachtname van bovenstaande ontwikkelingen kan het beoordelingscriterium geluidbelasting vanwege bedrijvigheid in de referentiesituatie als ‘goed’ beoordeeld worden. Beoordeling criterium Goed
Referentiesituatie Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 2% en 7%.
Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect geluidhinder als gevolg van bedrijvigheid. Scenario 1: Innovatief Bernheze
- Intensieve veehouderijen in een zone van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen worden vrijwillig beëindigd of verplaatst.
+
Scenario 2: Coöperatief Bernheze
- Erfgoed en cultuurparels worden ingezet als trefpunt voor verschillende coöperaties. - Het Geopark Peelhorst en Maasvallei wordt krachtig gestimuleerd en gepromoot.
-
Scenario 3: Duurzaam Bernheze Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie
Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over de geluidbelasting door toedoen van bedrijvigheid. - Er wordt voldaan aan de normen voor geluidbelasting in 2040. - Er wordt een Groene Gezonde Cirkel rondom de kernen gerealiseerd waarin veehouderijen en overlast gevende bedrijven niet meer zijn toegestaan. - Er worden donkere plekken (in combinatie met stilte) behouden in de gemeente.
+
35
- Activiteiten als bouwen, windenergie, zonneparken, intensiveren van de landbouw en andere schadelijke activiteiten voor de biodiversiteit en het landschap zijn niet meer wenselijk in het beekdallandschap en het peelhorstlandschap. Er wordt ruimte gereserveerd voor windturbines op de Bleken. Activiteiten die behoren tot de grootschalige voedselproductie worden alleen maar toegestaan in het middengebied. - Koppelkansen met erfgoed en het historisch landschap worden benut. Er worden cultuurhistorische buitenplaatsen ontwikkeld. - Er wordt voorzien in ruimte voor lokale kleine en middelgrote bedrijven, niet meer in grootschalige bedrijventerreinen.
Uitsluitend scenario 1 en 2 vermelden keuzes die van invloed (kunnen) zijn op geluidhinder door bedrijvigheid. In het eerste scenario wordt concreet vermeld dat er minder bedrijfsactiviteiten in en rondom de dorpskernen mogen plaatsvinden als gevolg van intensieve veehouderijen. Hiermee wordt geluidoverlast teruggebracht. Scenario 2 is onzeker over de geluidbelasting. Door de herontwikkeling van het erfgoed binnen Bernheze ontstaan nieuwe (bedrijfsmatige) activiteiten die kunnen bijdragen aan de productie van geluid(hinder). Onduidelijk is in welke mate nieuwe activiteiten zich zullen ontplooien en of het daadwerkelijk bij zal dragen aan het realiseren van extra geluidhinder. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat scenario 1 een positieve bijdrage levert aan het beoordelingscriterium geluidhinder als gevolg van bedrijvigheid. De gevolgen van scenario 2 en 3 zijn nog onduidelijk. Ontwerp-omgevingsvisie Ook ten aanzien van geluidhinder door bedrijvigheid wordt in de ontwerp-omgevingsvisie ervan uit gegaan dat in 2040 binnen de gehele gemeente aan de geluidnormen wordt voldaan. Minder bedrijfsactiviteiten in en rondom dorpskernen gaan bijdragen aan een positief effect. Onduidelijk is nog welke geluidhinder eventuele windturbines en nieuw te ontplooien activiteiten veroorzaken.
De ontwerp-omgevingsvisie wordt positief beoordeeld door het instellen van de Gezonde Groene Cirkels rondom de kernen.
36
4.1.3
Geurhinder (Mate waarin achtergrondwaarde wordt beïnvloed, passend binnen aanwezige geurverordening en gebiedsvisiekaart, aantal geurgehinderden)
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van geur is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status
Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht
Kwantitatief • GES Geur Veehouderij (Atlas van de leefomgeving, 2019) • BrabantScan Belevingsonderzoek GGD Expert judgement op basis van de GES scores, wetgeving en geurbeleid Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 5% en 20%. Gebieden met een GES-scores 4 of 5. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt tussen 20% en 25%. Gebieden met een GES-score 6, 7 of 8. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is ligt boven de 25%.
De huidige situatie Inleiding Gemeente Bernheze is een plattelandsgemeente. Bij de beschrijving van dit criterium wordt uitgegaan van geurhinder als gevolg van veehouderijen. Mensen die in de buurt van (intensieve) veehouderijbedrijven wonen, kunnen gezondheidsklachten ervaren vanwege geuroverlast, zoals slecht slapen en hoofdpijn. Andere gevolgen zijn dat woningen onvoldoende geventileerd worden of dat mensen niet meer buiten kunnen zitten. Het houden van grote aantallen kippen, varkens of kalveren kan geuroverlast geven voor de omgeving. Het aantal dieren en stallen, het type stal en voer en de opvang van mest telt mee bij het bepalen van de geurconcentratie. Beschikbare gegevens Onderstaande afbeelding is afkomstig uit de Atlas voor de leefomgeving en geeft de hinderpercentages weer van geur die veroorzaakt wordt door veehouderijen. Binnen de gemeentegrenzen zijn relatief veel rood en oranje gekleurde gebieden. In de oranje gebieden is de geursituatie vanwege veehouderijen ‘matig’ te noemen en in de rood gekleurde gebieden ‘slecht’. In deze gebieden bevinden zich echter relatief weinig adressen. Binnen de rode gebieden bevinden zich circa 50 adressen en in de oranje gebieden circa 100. In totaal telt Bernheze 13.159 woonadressen. Dit zou betekenen dat 1 à 2% van de adressen gelegen zijn op plekken waar geurhinder wordt ervaren.
Deze adressen bevinden zich met name in het buitengebied.
Afbeelding 13
Geurconcentraties ten gevolge van veehouderijen, 2019 Bron: Atlas voor de leefomgeving
37
Conform de gegevens van de GGD uit 2020 wordt 11% van de inwoners ernstig gehinderd door geur.
Afbeelding 14
Percentage geurgehinderden Bron: GGD
` Afbeelding 15
Locaties agrarische bedrijven Bron: Provincie Noord Brabant (2022)
Conclusie Beoordeling criterium Goed
Huidige situatie Uit de Atlas voor de leefomgeving is gebleken dat 1 à 2 procent van de adressen binnen de gemeente Bernheze in een gebied liggen waar sprake is van te hoge geurbelasting ten gevolge van veehouderijen. Uit de gegevens van de GGD (afbeelding 15) blijkt dat 11% van de volwassenen binnen de gemeente ernstige geurhinder ervaart. Hieruit volgt dat de geursituatie in Bernheze als ‘goed’ wordt beoordeeld.
Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In de Rgv zijn geuremissiefactoren opgenomen.
38
Beleid Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant zet in op een duurzamere agrarische bedrijfsvoering. De Verordening geeft invulling aan de ingezette koerswijzigingen van de ‘Transitie naar zorgvuldige veehouderij’. Centraal in deze beleidslijn staat het motto ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’. Er wordt alleen nog ontwikkelruimte aan veehouderijen geboden als daarmee een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Hieraan is een aantal voorwaardelijke bepalingen gekoppeld: onder meer voeren van dialoog met de omgeving, landschappelijke kwaliteitsverbetering minimaal 10% van het bouwvlak, voldoen aan eisen ten aanzien van fijn stof, geur. Daarnaast zijn er ook gebieden aangewezen waar voor intensieve veehouderij geen ontwikkelruimte meer is. Rondom dorpen, stad en natuur is enkel nog ruimte voor grondgebonden veehouderij en is het beleid in de gebieden gericht op een afname van effecten op de omgeving (gebieden aangeduid als ‘beperkingen veehouderij’). De provincie Noord-Brabant heeft in 2018 de Beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant vastgesteld. De beleidsregel heeft als uitgangspunt dat geurhinder moet worden voorkomen. Wanneer sprake is van ernstige geurhinder kunnen al verstrekte vergunningen achteraf aangepast worden.
Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze (2013). Dit betreft een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot geurhinder (achtergrondbelasting) van deze projecten. De waardes van dit toetsingskader zijn uitgedrukt in Europese odour units (ouE) en kunnen als resultaat 'voldoende' of 'onvoldoende' geclassificeerd worden. Voor de bebouwde kom geldt de norm 0-13 ouE als voldoende, en 3 ouE of meer als onvoldoende. Voor bedrijventerreinen is 0-20 ouE voldoende en 20 ouE of meer onvoldoende. Bij een onvoldoende ontstaan er belemmeringen voor de ruimtelijke ontwikkeling. Er is dan in beginsel geen sprake van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’. Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze (2013). Hierin wordt een norm gesteld voor geurhinder die op kan treden bij (intensieve) veehouderij. De norm wordt uitgedrukt in ou per kubieke meter 98 percentiel (ou/m³ 98 percentiel). De waarde voor bestaande woongebieden in de bebouwde kom bedraagt 3 ou/m³ 98 percentiel. De waarde voor bestaande bedrijventerreinen, extensiveringsgebieden rond de kernen, extensiveringsgebieden in de natuur en in woon-werk ontwikkelingsgebieden 8 ou/m³ 98 percentiel. Een norm van 10 ou/m³ 98 percentiel wordt gehanteerd voor de overige gebieden. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op geur.
Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Voor veehouderijen geldt dat de wet- en regelgeving hen heeft aangezet vaak grote investeringen te doen om geurhinder te verminderen. Mogelijke oplossingen voor geurhinder lopen op tegen de grenzen van de huidige wet- en regelgeving. De mogelijkheden voor gemeenten om geurhinder aan te pakken zijn daarnaast beperkt, vanwege de bescherming van bestaande rechten van veehouderijen in het huidige recht. De landbouw bevindt zich in een interessante tijd waarin ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Thema’s als duurzaamheid en stikstof zijn veelbesproken. Maar ook wordt de sector uitgedaagd zich opnieuw te definiëren. Vraagstukken als welk product gaan we leveren, welke technologische innovaties gaan daarin een rol spelen en met welke milieudoelen moet rekening gehouden worden, houden menig agrariër bezig. De verwachting is dat in de toekomst minder agrarische bedrijven blijven bestaan die op een andere manier georganiseerd worden. Gedacht wordt aan extensieve veehouderijen, het verbouwen van andere gewassen en het produceren van voedsel met behulp van nieuwe technologische ontwikkelingen. Dit wordt gestimuleerd door provinciaal beleid.
Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -
De huidige situatie waarin de mate van geurhinder binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is.
39
-
Het actieve beleid van de Provincie Noord-Brabant dat gericht is op de afname van de effecten van veehouderijen op de omgeving. De beschreven trends en ontwikkelingen.
Beoordeling criterium Goed
Referentiesituatie Gebieden met een GES-score 1, 2 of 3. Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt, ligt tussen 5% en 20%.
Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect geurhinder. Scenario 1: Innovatief Bernheze
- Intensieve veehouderijen in een zone van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen worden vrijwillig beëindigd of verplaatst. - Overmatige geuroverlast in de kernen stopt voor 2030.
Scenario 2: Coöperatief Bernheze
- Er wordt ingezet op schone lucht (conform het Schone Lucht Akkoord) en dit wordt in 2050 voor 100% gehaald. Geuroverlast verdwijnt in hetzelfde tempo.
Scenario 3: Duurzaam Bernheze Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie
++
=
Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over de geurbelasting.
- Er wordt voldaan aan het Schone Lucht Akkoord in 2040 en dit wordt voor 100% gehaald. Geuroverlast verdwijnt in hetzelfde tempo. - Er worden Groene Gezonde Cirkels rondom de kernen gerealiseerd waar activiteiten zoals veehouderijen verdwijnen. - Uitwerking van visies voor geurcirkels rondom kernen. In het middengebied is ruimte om te innoveren, mits deze bijdragen aan maatschappelijke doelen. In deze gebieden is binnen de wettelijke milieunormen meer mogelijk dan in de andere gebieden.
+
Alleen in scenario 1 en 2 worden keuzes gemaakt die geurbelasting als gevolg van veehouderijen (mogelijk) beïnvloeden. In scenario 1 wordt concreet voorgesteld veehouderijen op afstand van minimaal 1 kilometer vanaf de rand van de kernen te vestigen waardoor geurbelasting vermindert. Scenario 2 zet in op schone lucht, maar formuleert nog geen concrete maatregelen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat scenario 1 een positieve bijdrage levert aan het beoordelingscriterium geurhinder als gevolg van bedrijvigheid. Door verplaatsing van bronnen van geurhinder en het stoppen met overmatige geuroverlast in de kernen zal het aantal geurgehinderden aanzienlijk verminderen. Ten aanzien van scenario 2 is onduidelijk welke maatregelen genomen worden. De beoordeling van dit scenario is afhankelijk van de keuzes die hierbij gemaakt gaan worden. Om die reden wordt dit scenario als ‘neutraal’ beoordeeld. Ontwerp-omgevingsvisie De ontwerp-omgevingsvisie gaat uit van Groene Gezonde Cirkels rondom de kernen. De grotere afstand tussen kernen en veehouderijen heeft een positief effect op de mate van geurhinder.
40
4.1.4
Luchtkwaliteit (Mate waarin aan wettelijke normen PM10, PM2.5 en Nox/ NH3 wordt voldaan en hoeveel mensen bloot worden gesteld aan te hoge concentraties)
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status
Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht
Kwantitatief • Luchtkwaliteit concentratiekaarten (Atlas van de leefomgeving, 2020) • Tromopi-metingen (KNMI kennis- en datacentrum, 2017) Wettelijke grenswaarden (Wet Milieubeheer) en WHO-advieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2) Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHOadvieswaarden worden niet gehaald. Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.
In de wettelijke norm worden ook andere aspecten meegewogen zoals technische haalbaarheid en economische belangen. De gezondheidskundige advieswaarden zijn uitsluitend gebaseerd op gezondheidskundige aspecten.
De huidige situatie Inleiding De afgelopen decennia is de lucht in Nederland een stuk schoner geworden en de luchtkwaliteit voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen. Het huidige beleid is gericht op het halen van wettelijke grenswaarden. Hoewel de luchtkwaliteit grotendeels aan de normen voldoet, veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds aanzienlijke gezondheidsschade. Concentraties fijnstof, stikstofoxiden en ozon in de lucht leiden naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar (Bron: Gezondheidsraad, 2018). Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit vormt met ingang van 15 november 2007 de Wet milieubeheer de basis voor besluitvorming in het kader van onder andere de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op basis van de Wet milieubeheer gelden milieukwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn middels grenswaarden vastgelegd voor de luchtverontreinigende componenten zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, lood, koolmonoxide, benzeen en zwevende deeltjes (PM10, PM2,5). In deze OER zijn alleen de maatgevende stoffen stikstofdioxide en fijn stof beschouwd. De concentraties van de overige stoffen zijn dusdanig laag dat in Nederland geen overschrijding van de luchtkwaliteit aangaande deze stoffen is te verwachten.
Beschikbare gegevens Voor de OER worden de effecten van luchtkwaliteit bekeken aan de hand van concentraties stikstofdioxide (NO2), Ammoniak (NH3) en fijnstof, bestaande uit PM10 (fijnstof kleiner dan 10 micrometer) en PM2,5 (fijnstof kleiner dan 2,5 micrometer). Stikstofoxiden en fijnstof worden uitgestoten als gevolg van landbouw, industrie en wegverkeer. Fijnstof in de lucht kan leiden tot diverse gezondheidsklachten als hoesten, benauwdheid, verminderde longfunctie, hart- en vaataandoeningen en zelfs tot vroegtijdige sterfte. Stikstofoxiden en ammoniak hebben voornamelijk negatieve gevolgen voor de natuur. Deze effecten worden behandeld bij het beoordelingscriterium ‘biodiversiteit’. Onderstaande afbeeldingen, afkomstig uit de Atlas voor de leefomgeving en uit het KNMI kennisen datacentrum, geven de concentraties weer van bovengenoemde stoffen.
41
Afbeelding 16
Concentratie fijnstof PM2,5, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving
Afbeelding 17
Concentratie fijnstof PM10, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving
Afbeelding 18
Jaargemiddelde NH3, 2017 Bron: KNMI
Afbeelding 19
Concentratie stikstof NO2, 2020 Bron: Atlas voor de Leefomgeving
In tabel 6 zijn de wettelijke milieunormen en WHO-advieswaarden met betrekking tot luchtkwaliteit weergegeven. In de laatste kolom zijn de meest voorkomende waarden binnen de gemeente Bernheze opgenomen.
42
Tabel 9
Wettelijke waarden, WHO waarden en waarden Bernheze
Fijnstof PM2,5 Fijnstof PM10 Stikstof NO2 Ammoniak NH3
Wettelijke waarden
WHO waarden
Meest voorkomend in gemeente Bernheze
25 µg/ m3 40 µg/ m3 40 µg/ m3 Niet vastgesteld
Tot 5 µg/ m3 Tot 15 µg/ m3 Tot 10 µg/ m3 Niet vastgesteld
8 – 9 µg/m3 15 – 16 µg/ m3 12 – 14 µg/ m3 5,76 mg n/m2 en meer
Ten aanzien van Ammoniak (NH3) zijn geen wettelijke en WHO waarden vastgesteld. Ammoniak ontstaat vooral wanneer ureum, wat in urine zit, wordt afgebroken door enzymen die voorkomen in mest. Ammoniak speelt bij de huidige concentraties in de lucht geen rol van betekenis voor het optreden van directe gezondheidseffecten. Wel is ammoniak een belangrijke indicator voor de uitstoot van de veehouderij en kan leiden tot verzuring (Bron: Rapport Onderzoekluchtkwaliteit en gezondheid in Brabant 2022, ggdhvb.nl, pagina 41). Voor veehouderijen geldt dat de gezondheidskundige waarde voor langdurige blootstelling eigenlijk niet wordt overschreden. Bewoners in het hele onderzochte gebied hebben een verminderde longfunctie wanneer de ammoniakconcentratie in de lucht hoog is. Waarschijnlijk is het niet de ammoniak zelf die dit effect veroorzaakt, maar fijnstofdeeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de lucht reageert (Bron: Ammoniak - Kenniscentrum InfoMil). Conclusie Beoordeling criterium Matig
Huidige situatie
Voor de concentraties PM2,5, PM10 en NO2 geldt dat ze ruim binnen de wettelijke norm liggen, maar enigszins boven de WHO advieswaarden. Omdat de wettelijke normen ruim gehaald worden, wordt de huidige situatie als ‘matig’ beoordeeld. Om de WHO advieswaarden te behalen, zijn verdergaande maatregelen nodig. Voor de concentraties ammoniak in de buitenlucht zijn geen wettelijke grenswaarden omdat ze geen direct gevaar vormen voor de volksgezondheid. Er zijn wel Europese grenzen voor de jaarlijkse emissie van ammoniak. De grenswaarde voor de emissie van ammoniak bedroeg voor Nederland in 2020 128 kiloton. (Bron: RIVM). Hier wordt binnen Nederland en dus ook in de gemeente Bernheze, aan voldaan.
Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) heeft als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Het doel van het NSL is te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Het Rijk, provincies en gemeenten zetten zich hier gezamenlijk voor in. Het NSL loopt door totdat de Omgevingswet in werking treedt. De provincie Noord-Brabant heeft afspraken gemaakt met gemeenten en regio’s om de luchtkwaliteit in Brabant te verbeteren. Die afspraken zijn opgenomen in het Brabants Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (BSL). In het BSL staan onder andere verkeersmaatregelen en maatregelen voor de problemen met fijnstof in de intensieve veehouderij. Het BSL is een onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Beleid De provincie Noord-Brabant wil drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken. Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Mogelijke acties om gezondheidswinst te behalen zijn onder andere schone lucht (50% gezondheidswinst via het Schone Luchtakkoord).
43
Actueel beleid stelt dat in het bestemmingsplan mestbewerking toegestaan wordt op bedrijfsniveau, maar alleen als de mest afkomstig is van het eigen bedrijf. Momenteel zijn twee locaties positief bestemd voor mestbewerking / vergisting. Daarnaast wordt het wel of niet toestaan van nieuwe mestverwerkingsinitiatieven maatwerk. Vooral locatie en ligging van samenwerkende bedrijven is daarbij belangrijk. Geaccordeerde plannen De realisatie van bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther hebben een verkeersaantrekkende werking waardoor de luchtkwaliteit kan verslechteren.
Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De concentraties fijnstof PM10 én PM2,5 maar ook van stikstofdioxide (NO2) zijn tussen 2013 en 2020 gedaald. De verwachting is dat de concentraties ook in de toekomst licht zullen dalen. Het samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is verlengd tot het ingaan van de Omgevingswet om de resterende knelpunten op te lossen. In het Actieprogramma Luchtkwaliteit staan maatregelen die zich richten op het beperken van de uitstoot van industrie en verkeer. Daarnaast heeft de overheid het Schone Lucht Akkoord (SLA) opgesteld met het doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 te beperken ten opzichte van de huidige situatie (Rijksoverheid, 2020). Het SLA is ook ondertekend door de gemeente Bernheze. De ambitie van het SLA en de gemeente Bernheze is om te voldoen aan de door de WHO gestelde advieswaarden. De kwaliteit van de lucht is grotendeels afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en technologische ontwikkelingen. Ontwikkelingen met betrekking tot het gebruik van duurzame energiebronnen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit, maar het is nog onzeker wat de effecten daar precies van zullen zijn. Tevens kan het gebruik van andere vormen van mobiliteit (bijvoorbeeld elektrisch vervoer) een positief effect hebben.
Door de te verwachte toename van de bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking, groei van het verkeer en extra emissies als gevolg van een circulaire economie zullen echter naar verwachting meer mensen worden blootgesteld aan een relatief hoger niveau concentratie luchtverontreinigende stoffen (RIVM, 2018). Het is daarmee de vraag of in 2030 de concentraties fijnstof voldoen aan de WHO-advieswaarden. Onzekerheden liggen in het al dan niet doorzetten van elektrisch rijden, de mate van verschoning van de (zee)scheepvaart, de gevolgen van de energietransitie en met name internationaal beleid ten aanzien van industrie. Het gebruik van duurzame energiebronnen leidt verder niet automatisch tot een verbetering. Als fossiele brandstoffen voor een groot deel door biomassa vervangen worden, blijft er sprake van uitstoot door verbranding met negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit.
Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -
De huidige situatie waarin de mate van geurhinder binnen de gemeente Bernheze ‘matig te noemen is. De maatregelen die voortvloeien uit het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit en het Brabants Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit. De gevolgen van de luchtkwaliteit door de realisatie van bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.
Het wordt aannemelijk geacht dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot onder andere schone mobiliteit ook na 2030 doorzetten. De verwachting is dat door technologische ontwikkelingen en beleid op verschillende niveaus zal leiden tot verdere verbetering van de luchtkwaliteit tot 2045. Beoordeling criterium Goed
Referentiesituatie Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald.
44
Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect luchtkwaliteit. Scenario 1: Innovatief Bernheze
- Nieuwe initiatieven wordt getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen van de WHO. - Technische innovaties minimaliseren uitstoot schadelijke gassen. - Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit kernen.
++
Scenario 2: Coöperatief Bernheze
- Er wordt ingezet op schone lucht (conform het Schone Lucht Akkoord) en dit wordt in 2050 voor 100% gehaald. - Zwaar vrachtverkeer wordt uit de kernen geweerd, langzaam verkeer gestimuleerd.
+
Scenario 3: Duurzaam Bernheze
- Verdubbelen aantal loofbomen en hagen binnen tien jaar met als gevolg meer CO2 opslag en afvangen van fijnstof. - Ruimtelijke ontwikkelingen dienen een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan ecosystemen.
=
Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie
- Er wordt in 2040 voor 100% voldaan aan het Schone Lucht Akkoord. Dit wordt gemonitord en gerapporteerd. - Er worden Groene Gezonde Cirkels breed rondom de kernen gerealiseerd. - Er worden Gezonde Groene Structuren gerealiseerd waar gezondheid, inclusief de luchtkwaliteit, voorop staat. - Het verminderen van schadelijke uitstoot door het inzetten van technologische innovaties. - Actieve mobiliteit en vermindering van het autogebruik worden gestimuleerd. - Gemotoriseerd verkeer in de kernen wordt ontmoedigd en (zwaar) vracht- en landbouwverkeer geweerd. - Grootschalige voedselproductie (intensieve landbouw) is niet meer toegestaan in het beekdallandschap en het peelhorstlandschap. In het middengebied is meer mogelijk binnen de wettelijke milieunormen. Innoveren mag mits het bijdraagt aan maatschappelijke doeleinden. - Landbouw met meer aandacht voor luchtkwaliteit en gezondheid wordt gestimuleerd.
+
Ondanks dat in alle scenario’s keuzes worden gemaakt die de luchtkwaliteit positief kunnen beïnvloeden, zijn er verschillen in de manier waarop de verbetering gerealiseerd wordt. In scenario 1 en 2 worden initiatieven getoetst aan luchtkwaliteitsdoelstellingen van de WHO en het Schone Lucht Akkoord. Ook wordt geleund op technische innovaties en het stimuleren van langzaam verkeer. In scenario 3 worden loofbomen ingezet voor het afvangen van fijnstof en opslaan van CO2. Ook wordt aan ruimtelijke ontwikkelingen de voorwaarde gesteld dat ze een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan ecosystemen. In alle scenario’s worden keuzes gemaakt die de luchtkwaliteit in potentie verbeteren. Of dit daadwerkelijk gebeurt, is ervan afhankelijk of initiatieven bijdragen aan het behalen van de WHO normen en het Schone Lucht Akkoord. Scenario 1 omvat tegenstrijdige ambities. Enerzijds is nieuwe intensieve landbouw toegestaan met ruimere milieunormen, anderzijds worden de luchtkwaliteitsnormen van de WHO gehanteerd bij de toetsing van nieuwe initiatieven. Indien de WHO norm leidend is in het toekennen van vergunningen dan verbetert de luchtkwaliteit. Een verbetering van de luchtkwaliteit in de kernen door het verplaatsen van luchtvervuilende bronnen wordt overigens wel verwacht.
Bij scenario 2 verbetert de luchtkwaliteit indien maatregelen gericht zijn op het behalen van het Schone Lucht Akkoord. Scenario 3 heeft de potentie om de luchtkwaliteit te verbeteren, maar is te vrijblijvend geformuleerd om met zekerheid te stellen dat het een positief effect heeft op de luchtkwaliteit. Ontwerp-omgevingsvisie De ontwerp-omgevingsvisie wordt positief (+) beoordeeld ten aanzien van het beoordelingscriterium luchtkwaliteit. De maatregelen zullen leiden tot een schonere lucht. Of de WHO normen die in het najaar van 2021 zijn vastgesteld behaald worden, is niet duidelijk. 45
In het Schone Lucht Akkoord dat wordt nagestreefd, is afgesproken dat voor 2030 wordt toegewerkt naar de oude WHO advieswaarden. De nieuwe advieswaarden uit 2021 zijn lager dan de oude advieswaarden. Door bij nieuwe initiatieven niet te toetsen aan de nieuwe WHO waarden is onzeker of deze gehaald worden.
46
4.1.5
Omgevingsveiligheid (Aanwezige risico’s en de impact op aanwezige inwoners binnen de mogelijke risicogebieden)
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de omgevingsveiligheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status
Kwantitatief • Informatie over diverse veiligheidsaspecten, Atlas voor de leefomgeving Kwalitatief • Bezorgdheid over gezondheid door onveiligheid, Atlas voor de leefomgeving en BrabantScan
Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau
Goed Matig Slecht
Het beoordelingscriterium omgevingsveiligheid is opgebouwd uit meerdere aspecten. De wijze waarop de risico’s worden beoordeeld verschilt per aspect. Voor externe veiligheid gelden de definities voor de 10-6 risicocontour en de invloedsgebieden. Voor de overige aspecten is sprake van overige aandachtsgebieden. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten buiten invloedsgebieden en overige aandachtsgebieden. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen invloedsgebieden en overige aandachtsgebieden, maar buiten de 10-6 risicocontour. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour en overige aandachtsgebieden.
De huidige situatie Inleiding Om de aanwezige risico’s en de impact op aanwezige inwoners binnen de mogelijke risicogebieden in kaart te brengen, is gekeken naar diverse risicoaspecten. In tegenstelling tot beoordelingscriteria als geur of geluid bestaat het criterium omgevingsveiligheid dan ook uit meerdere onderdelen, te weten -
Locaties met gevaarlijke stoffen; Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen; Transport gevaarlijke stoffen over de weg; Hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone; Overstromingsrisico’s; Kans op natuurbranden.
Daarnaast zijn gegevens opgenomen over de bezorgdheid van inwoners ten aanzien van hun gezondheid als gevolg van deze risico’s. Beschikbare gegevens Locaties met gevaarlijke stoffen Binnen de gemeente Bernheze is een aantal risicovolle inrichtingen gevestigd die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen (Bevi). Dit besluit legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om zes LPG-tankstations die in of nabij bebouwde kommen gevestigd zijn en zeven overige inrichtingen. Drie veehouderijen in het buitengebied, een aardbeienbedrijf nabij bebouwing in Uden, onderzoekscentrum Agrifirm nabij de N279 in landelijke omgeving en een handelsonderneming in het buitengebied (zie onderstaande afbeelding).
47
In totaal bevinden zich 116 woningen binnen het invloedsgebied, waarvan 47 in Heesch, 30 in Kantje, 1 in de Heische Wal, 30 in Heeswijk-Dinther en 8 in Beugt. De woning in Kantje ligt binnen de 10-6 contour, in Heeswijk-Dinther bevinden zich 5 woningen binnen de 10-6 contour en in Heesch 15 adressen, Dit is een situatie die bij wet verboden is en beoordelen we als ‘slecht’. Voor de overige woningen die zich binnen het invloedsgebied bevinden, is de situatie ‘matig’.
Afbeelding 20
Locaties met gevaarlijke stoffen Bron: Signaleringskaart externe veiligheid
Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding loopt vanuit het zuidwesten een transport buisleiding voor gevaarlijke stoffen naar het noordoosten van de gemeente voor het vervoer van aardgas. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. In het plaatsgebonden risico is enerzijds de kans verwerkt dat daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt en anderzijds de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Dit is de contour waarbij de kans 1 op een miljoen is dat iemand overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval met het transport van de gevaarlijke stoffen. In het buitengebied van Bernheze bevinden zich op vijf plaatsen gebieden binnen de invloedssfeer van een aardgasbuisleiding, zie onderstaande afbeelding. In deze vijf gebieden is één veehouderij gevestigd. Hiervoor is de situatie ‘slecht’.
48
Afbeelding 21
Plaatsgebonden risico (10-6 risicocontour) Bron: Atlas voor de leefomgeving
In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de buisleidingen voor gevaarlijke stoffen en de risicocontour. Voor deze omgevingseffectrapportage hebben we met behulp van de BAG populatieservice een globale inschatting gemaakt van het aantal gebouwen en mensen dat zich bevindt binnen de risicocontouren. Dit betreft circa 1200 gebouwen, 2300 mensen gedurende de dagperiode en 3200 mensen gedurende de nachtperiode. Deze mensen bevinden zich binnen het invloedsgebied. Voor deze mensen is de situatie ‘matig’.
Afbeelding 22
Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen Bron: Atlas voor de leefomgeving
Transport gevaarlijke stoffen over de weg Binnen de gemeentegrenzen worden via de A50 gevaarlijke stoffen vervoerd waarbij sprake is van een overschrijding van de wettelijke norm (plaatsgebonden 10-6 risicocontour). Hierbij is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Zoals af te leiden is uit onderstaande afbeelding loopt deze weg grotendeels door een buitengebied en langs de oostgrens van Nistelrode.
49
Afbeelding 23
Transport gevaarlijke stoffen over de weg Bron: Atlas voor de leefomgeving
Binnen dit gebied bevinden zich circa 154 gebouwen en zijn gedurende de dagperiode 625 mensen aanwezig en in de nachtperiode 460. Deze informatie is afgeleid uit de BAG populatieservice. Voor deze mensen is de situatie ‘matig’. Er zijn geen woningen binnen de 10-6 contour gelegen. Bovengrondse hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone Uit onderstaande afbeelding blijkt dat binnen de gemeente Bernheze zich in het noordoosten een bovengrondse hoogspanningslijn bevindt met een indicatieve magneetveldzone van 2 x 60 meter. Uit internationaal onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat kinderen die bij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen - waar het magnetische veld sterker is dan verder van de lijn - mogelijk meer kans hebben op leukemie. Dit is echter nog niet bewezen. Uit voorzorg adviseert de Rijksoverheid te voorkomen dat kinderen langdurig blootstaan aan een jaargemiddeld magneetveldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. In Bernheze bevinden zich vier woonhuizen binnen een afstand van 60 meter.
Afbeelding 24
Bovengrondse hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone Bron: Atlas voor de leefomgeving
Voor de vier woningen die zich binnen de geadviseerde afstand van 60 meter bevinden, is de situatie matig. Voor alle overige woningen in de gemeente Bernheze, buiten deze afstand, is de situatie goed.
50
Overstromingrisico’s Nederland is een delta. Een groot deel van Nederland kan bij een overstroming onder water komen te staan. Voor de gemeente Bernheze geldt dat met name langs de westelijke gemeentegrens wateroverlast kan worden ervaren. Het betreft buitengebied dat dunbevolkt is. In onderstaande afbeelding is de maximale waterdiepte te zien bij overstroming.
Afbeelding 25
Maximale waterdiepte bij overstroming Bron: Atlas voor de leefomgeving
Op onderstaande afbeelding staan huizen en gebouwen in Bernheze waar je tijdens een overstroming kunt schuilen. Een groen stipje staat voor een huis met minstens één droge verdieping. Een rode stip heeft geen droge verdieping bij een maximale overstroming. Circa 290 huizen hebben geen droge verdieping. Voor deze woningen is de situatie slecht. Voor de woningen die wel een droge verdieping hebben bij overstroming is de situatie matig en woningen buiten de overstromingsgebieden is de situatie goed.
Afbeelding 26
Geen droge verdieping Bron: Atlas voor de leefomgeving
Kans op natuurbranden Droogte en natuurbranden zijn een actueel veiligheidsprobleem in de gemeente Bernheze. Bernheze beschikt over drie gebieden van minimaal 100 hectare aaneengesloten bos, heide of (hoog)veen waar een grote natuurbrand kan ontstaan. Eén gebied bevindt zich in de nabijheid van Nistelrode en Loo op circa 750 meter afstand, een ander ten noordwesten van Heeswijk-Dinther op circa 1 kilometer afstand. Het derde gebied bevindt zich in het buitengebied op 1 kilometer afstand van Nistelrode. Hoewel de taskforce van de provincie Brabant had aanbevolen een ontruimingsplan voor natuurbranden te ontwikkelen, is deze nog niet beschikbaar.
51
Afbeelding 27
Gebied met kans op natuurbrand Bron: Atlas voor de leefomgeving
In de gemeente Bernheze is een reële kans op natuurbranden. Er bestaat geen landelijke definitie van een risico afstand tussen een woning en natuur. Omdat de woningen buiten de natuurgebieden liggen en er voldoende vluchtmogelijkheden zijn, wordt de situatie beoordeeld als ‘goed’. Beleving omgevingsveiligheid Hoewel het lastig is te bepalen wanneer een belevingspercentage acceptabel of te hoog is, is het voor de totale beoordeling van het beoordelingscriterium omgevingsveiligheid goed de beleving inzichtelijk te maken en mee te nemen. In tabel 7 is het gevoel van bezorgdheid per wijk en per oorzaak uitgewerkt. Tabel 10 Bezorgdheid over gezondheid per wijk Bron: Atlas voor de leefomgeving Bezorgdheid over Heesch Vinkel gezondheid door risicobronnen zendmasten, antennes tankstation Bedrijven, industrie Hoogspanningslijnen
7,8% 5,4% 1,7% 0,7% -
Nistelrode
Dinther Heeswijk
Vorstenbosch Loosbroek
8,4% 1% 5,8% 3,7%
3,4 0,7% 1,2% 1,4%
5,5% 3,0% 2,5%
In onderstaande afbeelding is de bezorgdheid per oorzaak voor de gehele gemeente Bernheze inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat 3% van de inwoners bezorgd zijn door de aanwezigheid van bedrijven die in de buurt gevestigd zijn en 2% van de inwoners over zendmasten of antennes. 1% van de inwoners is daarnaast bezorgd over hoogspanningslijnen. In vergelijking met de gemiddelde bezorgdheid in de provincie Brabant liggen de percentages in de gemeente Bernheze gelijk of lager.
Afbeelding 28
Bezorgdheid over gezondheid Bron: Brabant Scan
52
Uit bovenstaande gegevens blijkt dat inwoners van Bernheze zich evenveel zorgen maken over risicobronnen ten aanzien van bedrijven of industrie. Over andere risicobronnen maken de inwoners zich minder of geen zorgen. Conclusie Beoordeling criterium Goed
Huidige situatie
Er is een beperkt aantal woningen waar de situatie slecht is en bij een aantal woningen is de situatie matig. Overwegend is de omgevingsveiligheid binnen de gemeente Bernheze goed te noemen.
Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Om risico’s in beeld te brengen is de risicokaart opgesteld, dit is een wettelijke verplichting op basis van de Wet veiligheidsregio’s en Wet milieubeheer. Diverse overheden dragen verantwoordelijkheid voor de kaart: - Het ministerie Infrastructuur en Waterstaat als eigenaar van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS); - Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Kader - De provincies voor het maken en beschikbaar stellen van de Risicokaart; - De gemeenten (en provincies, waterschappen en Rijk) voor het aanleveren van gegevens. Beleid De Provincie Noord-Brabant heeft een Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024 opgesteld. Het programma biedt ondersteuning aan omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en gemeenten op het gebied van omgevingsveiligheid. Het beleidskader Integrale Veiligheid voor de jaren 2019 tot 2022 is opgesteld door de gemeenten Oss en Bernheze samen. Om een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te kunnen waarborgen zijn twee algemene uitgangspunten opgesteld: een wijkgerichte aanpak en een verbinding tussen de zorg en veiligheidsdomeinen.
Het beleid kent vijf veiligheidsvelden: veilige woon- & leefomgeving, bedrijvigheid & veiligheid, jeugd & veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit & veiligheid. Elk veiligheidsveld kent zijn eigen doelstellingen. Bedrijvigheid & veiligheid gaat over het creëren van veilige bedrijventerreinen en uitgaansgebieden, en het aanpakken van ondermijning in het buitengebied. De fysieke veiligheid betreft de zorg voor verkeersveiligheid, brandveiligheid en externe veiligheid (transport). Geaccordeerde plannen Bedrijventerrein Heesch-West heeft geen negatieve invloed op de omgevingsveiligheid omdat mitigerende maatregelen worden genomen. Hiermee worden de effecten van een eventueel negatieve invloed ingeperkt. De mitigerende maatregelen zijn bij vaststelling van het bestemmingsplan opgenomen in het onderzoek externe veiligheid.