CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

OER 12 juli

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen Ontwerp-omgevingsvisie Bernheze 2040 en bijbehorende omgevingseffectrapportage31.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Als gevolg van de klimaat- en energiecrisis zullen nieuwe technologieën ontwikkeld worden. Door de energietransitie komen er nieuwe vormen van energie bij waar veiligheidsrisico’s aan zijn verbonden, denk bijvoorbeeld aan een waterstof tankstation en windturbines. Door klimaatverandering worden risico’s op natuurbranden en overstromingen van tunnels groter. Door de groei van de bevolking ontstaat een woningbouwopgave. De schaarste aan ruimte kan leiden tot meer hoogbouw, met de problematiek van vluchtwegen en - capaciteit. Daarnaast ontstaan nieuwe aandachtspunten met betrekking tot de bereikbaarheid (opkomsttijden politie, brandweer, ambulance) en de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid door de ontwikkelingen in het buitengebied. 53

De bevolkingssamenstelling verandert en het buitengebied krijgt andere functies door bijvoorbeeld de stijgende behoefte aan nieuwe outdooractiviteiten. Ook de vergrijzing waarbij het aantal ouderen toeneemt dat langer thuis woont, de zorg complexer wordt en de druk op de zorg toeneemt, leidt tot nieuwe opgaven om in een crisis te kunnen handelen. Risico’s ten aanzien van veiligheid kunnen opgevangen worden door vlucht- en ontruimingsplannen, vluchtwegen, een plan voor het opvangen van de uitval van de infrastructuur voor energie en communicatiemogelijkheden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de omgevingsveiligheid binnen de gemeente Bernheze ‘goed’ te noemen is. De aandacht van de provincie Noord-Brabant en gemeente Bernheze voor de omgevingsveiligheid en de daarbij behorende plannen en maatregelen. De wetgeving die ervoor zorgt dat de omgevingsveiligheid niet verslechtert. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie De huidige situatie is goed te noemen. Wet en regelgeving zorgt ervoor dat deze niet verslechtert.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect omgevingsveiligheid. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraak over onderwerpen die van invloed zijn op de omgevingsveiligheid.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Door middel van het realiseren van nieuwe woon- en zorgconcepten, ontstaat een nieuwe groep woningen bovenop het bestaande woningaanbod voor risicovolle doelgroepen (waaronder ouderen). Deze ontwikkeling in de kernrandzones en/of het buitengebied kan de omgevingsveiligheid verlagen doordat deze woningen dichter liggen bij risicobronnen en de bewoners minder zelfredzaam zijn.

=

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Er worden overstromingsgebieden aangewezen, waarmee de kans op lokale overstromingen in (stedelijke)gebieden wordt verkleind. Hierdoor wordt de omgevingsveiligheid gewaarborgd en eventueel zelfs verbeterd.

+

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Nieuwe woonconcepten, zoals woon-zorg concepten, in en nabij de kernen toestaan. Ook met risicogroepen (o.a. ouderen). - Bouwen met voldoende afstand tot (omgevings-)risico’s. - Hulpdiensten snel kunnen laten optreden door de omgeving daarop af te stemmen. - Veiligheidsvoorzieningen in de zorg realiseren die voor iedereen toegankelijk zijn. - Het vermijden van activiteiten die (brand)schade kunnen veroorzaken aan de elektriciteitsvoorziening nabij de A50 (elektriciteitsmasten). - Het aanwijzen van waterbergingsgebieden en het behouden van de mogelijkheid om water af te voeren ten tijden van hevige neerslag. - Een nieuw verdienmodel voor agrariërs bieden waarbij water wordt opgevangen in tijden van grote regenpieken.

+

De gemeente Bernheze is een plattelandsgemeente waardoor de drie toekomstvarianten weinig tot geen invloed hebben op locaties met transport van gevaarlijke stoffen. Door ook bij toekomstige ontwikkelingen rekening te houden met locaties en gepaste afstanden is het mogelijk risico’s te beperken. Deze maatregelen gelden ook voor hoogspanningslijnen met indicatieve magneetveldzone. Anders ligt het voor de aspecten overstromingsrisico’s en natuurbranden. De kansen op overstromingsrisico’s en natuurbranden nemen door de klimaatverandering toe.

54

Zoals beschreven, kunnen inwoners hier directe gevolgen van ondervinden ten aanzien van materiële schade en veiligheid. Scenario 2 beschrijft dat verminderd zelfredzame mensen zich mogelijk gaan vestigen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Dit wordt bij de planvorming meegenomen en hier worden maatregelen voor getroffen zodat dit nooit zal leiden tot meer inwoners waarvoor de situatie als ‘slecht’ beoordeeld wordt. Scenario 3 gaat uit van een verminderde kans op wateroverlast. Dit heeft een positief effect op de omgevingsveiligheid. Ontwerp-omgevingsvisie Zoals uit bovenstaande blijkt, dienen voor de gemeente Bernheze met name de aspecten overstromingsrisico’s en natuurbranden beschouwd te worden. De ontwerp-omgevingsvisie beschrijft dat verminderd zelfredzame mensen zich mogelijk gaan vestigen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Dit wordt bij de planvorming meegenomen en hier worden maatregelen voor getroffen zodat dit nooit zal leiden tot meer inwoners waarvoor de situatie als ‘slecht’ beoordeeld wordt. Door het vergroten van het aantal waterbergingsgebieden wordt de kans op lokale overstromingen in (stedelijke) gebieden verkleind. Daarmee wordt het beoordelingscriterium omgevingsveiligheid positief beoordeeld.

55

4.1.6

Bodemkwaliteit (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de bodemkwaliteit d.m.v. vergroten kansen bodemleven en minder gebruik van pesticiden, verbetert.)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de bodemkwaliteit is gezocht naar informatie ten aanzien van bodemleven en de aanwezigheid van pesticiden in de bodem. Deze informatie is echter niet beschikbaar omdat daar geen onderzoeken naar gedaan zijn. Dat maakt het niet mogelijk de huidige situatie te beoordelen. Onderstaand wordt het aspect bodemkwaliteit tekstueel beschouwd. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwalitatief • Bodemfunctieklassen, Noord-Brabant omgevingsrapportage

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

De huidige situatie Inleiding Zuurstof en water zijn nodig om leven mogelijk te maken. De bodem is de belangrijkste voorwaarde om leven in stand te houden. Bodemkwaliteit, voedselvoorziening en biodiversiteit verdienen daarom alle aandacht. In Nederland worden bodemvervuilingen en -saneringen geregistreerd in een (gemeentelijk) bodeminformatiesysteem waardoor een overzicht ontstaat van de bodemkwaliteit in de verschillende gebieden. Registratie van biodiversiteit, gebruik van chemicaliën en bodemleven is niet geregistreerd. Beschikbare gegevens Onderstaande informatie is de enige informatie die beschikbaar is, maar gaat niet in op bodemleven en chemicaliën in de bodem. Onderstaande afbeelding geeft de bodemkwaliteit weer in de gemeente Bernheze. In het gebied met een groene kleur heeft de bodem de kwaliteit Landbouw/natuur. De gehalten aan zware metalen, PAK’s PCB’s en minerale olie zullen hier lager zijn dan de achtergrondwaarden van deze stoffen. De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de klasse landbouw/natuur (voorheen klasse Achtergrondwaarde) is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.

In de kernen is de bodemkwaliteit veelal aangeduid met een oranje kleur wat betekent dat de bodem kwaliteitsklasse Wonen heeft. Deze bodem is licht verontreinigd. Er komen stoffen in voor die zich niet bevinden in de bodem van natuur- en landbouwgronden, maar de maximale waarde voor wonen wordt niet overschreden.

56

Afbeelding 29

Bodemfunctieklassen Bron: Noord-Brabant omgevingsrapportage

Om de problematiek rondom de aanwezigheid van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in de bodem op te lossen hebben de Omgevingsdiensten in Noord-Brabant namens de colleges van burgemeester en wethouders van de 57 deelnemende gemeenten een “Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in NoordBrabant” en bijbehorende “Nota bodembeheer PFAS” opgesteld. Uit de resultaten van bodemonderzoeken is gebleken dat de gemiddelde waarden in de boven- en ondergrond voldoen aan de landelijke geactualiseerde tijdelijke achtergrondwaarden. Conclusie Op basis van de beschikbare gegevens zijn in de gemeente geen significantie verontreinigingen in de bodem te verwachten.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Ten aanzien van verontreinigingen is uitgebreide wet en regelgeving aanwezig. Ten aanzien van het bodemleven en gebruik van pesticiden is dit niet het geval. De gemeente heeft een pesticidevrij beheer van de openbare ruimten. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Aanvullingswet bodem Met het voorstel voor de Aanvullingswet bodem 2 wordt de aanpak van bodemverontreinigingen gekoppeld aan een gebiedsaanpak en het reguleren van activiteiten. De kern van het huidige bodembeleid is het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen. Dit blijft bij de overgang naar de Omgevingswet overeind. Beleid De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) heeft een Nota bodembeheer opgesteld voor het lokale bodembeleid van gemeenten. Samen met de aanvulling voor PFAS dient deze nota als basis voor maatregelen die gemeenten nemen om de bodem te beschermen tegen vervuiling.

Doel van de Nota is het duurzaam en efficiënt hergebruik van grond binnen de regio. Daarnaast willen gemeenten met de nota het beleid ten aanzien van bodemverontreiniging combineren met ruimtelijke ontwikkeling. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de bodemkwaliteit.

57

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De huidige bodemkwaliteit ten aanzien van bodemleven binnen de gemeente Bernheze is niet te beoordelen. Uit de regelgeving volgt wel dat door nieuwe ontwikkelingen geen verslechtering van bodemkwaliteit mag optreden. Hoe dit in de toekomst specifiek voor bodemleven en pesticidengebruik ingevuld zal worden, is niet duidelijk. De huidige bodemkwaliteit is ten aanzien van de milieuverontreinigingen vastgelegd. Echter ten aanzien van bodemleven, biodiversiteit en gebruik van pesticiden is dat niet (goed) vastgelegd. Te weinig onderzoek is uitgevoerd naar deze aspecten terwijl eveneens een toetsingsgrondslag ontbreekt. Voortvloeiend uit de regelgeving in Nederland kan men ervan uitgaan dat de autonome ontwikkeling van de bodemkwaliteit niet zal verslechteren en eerder zal verbeteren. Dit is ingegeven door momenteel het zorgplichtbeginsel in de Wet Bodembescherming en wordt bij de invoering van de Omgevingswet algemener van toepassing. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Daarnaast is de verwachting dat er regelgeving met betrekking tot bodemgezondheid in 2023 zal worden doorgevoerd. Ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen worden steeds strengere eisen gesteld, evenals voor de opslag van chemicaliën en de uitstoot van overige stoffen.

Deze maatregelen zullen er in de toekomst voor zorgen dat de bodemkwaliteit gelijk blijft en wellicht verbetert.

Beoordeling referentiesituatie Door het ontbreken van de juiste informatie kan ook de referentiesituatie niet worden beoordeeld. Er wordt echter geen verslechtering van de bodemkwaliteit verwacht omdat steeds strengere eisen worden gesteld aan bestrijdingsmiddelen, opslag van chemicaliën en de uitstoot van overige stoffen.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect bodemkwaliteit. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Extra vergroenen in de kernen. - Verbeteren van onder andere de bodemkwaliteit door samenwerken met kennis- en opleidingsinstituten, ruimte bieden aan experimenten en aan ondernemers om te innoveren. - Gezond voedsel, circulaire ketens en productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. - Bemesting en gewasbescherming op maat met moderne (drone) technieken. - Verminderen van fijnstof, stikstof, en ziektekiemen met nieuwe technieken. - Milieuvriendelijke verwerking van mest.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraken die van invloed zijn op de bodemkwaliteit.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Het (extra) vasthouden van water met retentiegebieden langs de beken. - Opheffen parkeerplekken in de kernen en deze als groengebieden inrichten - Toepassen open/doorlaatbare bestrating. - Vergroenen van tuinen en ‘tegelwippen’ stimuleren met beloningen. - Inzetten van de Peelrandbreuk als hydrologische buffer tussen de Peelhorst en de dekzandgronden. - Meer variatie in landschap aanbrengen. In dekzandgebieden komen kommen en hagen. - Organische stoffen gebruiken in plaats van gier. - Stimuleren nieuwe vormen van extensieve landbouw o.b.v. ecologische principes. - Randen van sloten en waterlopen worden extensief beheerd, zonder bemesting en gif. - De grondwaterstand wordt verhoogd met minimaal tien centimeter in het beekdallandschap, twintig centimeter in het dekzandgebied en vijfendertig centimeter op de Peelhorst. - Meer en meer divers groen in de kernen.

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

+

++

- Er wordt voldaan aan de normen voor de bodemkwaliteit in 2040 en ingezet op verbetering van de bodemkwaliteit.

58

- De kernen worden vergroend. - In de Peelhorst en het beekdallandschap worden alleen activiteiten toegestaan die passen bij de bodem(kwaliteit) van deze gebieden. - De criteria water en bodem zijn sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. - Het bodemtype is bepalend voor de gewas- en beplantingskeuze. - Organische stof om de sponswerking van de bodem te vergroten en het bodemleven te verbeteren, wordt toegevoegd. - Waterinfiltratie in de bodem wordt gestimuleerd. - Kansen om de variatie in het landschap aan te brengen met behulp van de bodem worden benut. - Communiceren over positieve bijdragen aan bodemvruchtbaarheid en het reinigend vermogen van de bodem. - ‘Best practices’ mogelijk maken mits dit passend is bij de bodem en het waterpeil. - Kleinschalige vormen van landbouw in de Peelhorst en het beekdallandschap wordt gestimuleerd. - Landbouw die aandacht heeft voor gezondheid en de bodemkwaliteit wordt gestimuleerd.

+

Scenario 2 doet geen uitspraken die van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Alleen met inachtneming van strengere milieunormen kan de bodemkwaliteit gelijk blijven of verbeteren. De scenario's beschrijven voornamelijk zaken die van invloed zijn op andere bodemeigenschappen zoals vasthouden van water, voedingsstoffen en biodiversiteit. Ten aanzien van verontreinigingen is verslechtering van de kwaliteit bij wet verboden en is de zorgplicht van toepassing bij nieuwe verontreinigingen. Ontwerp-omgevingsvisie In de ontwerp-omgevingsvisie krijgt de verbetering van de bodemkwaliteit een prominentere plaats doordat de criteria water en bodem sturend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen en het bodemtype bepalend is voor de gewas- en beplantingskeuze. Daarnaast wordt het bodemleven verbeterd doordat minder pesticiden worden gebruikt en meer organische stoffen en waterinfiltratie worden toegepast. Het beoordelingscriterium bodemkwaliteit wordt als positief beoordeeld.

59

4.1.7

Waterkwaliteit – oppervlaktewater (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de waterkwaliteit bijvoorbeeld d.m.v. aanwezigheid waterplanten en minder pesticiden, verbetert)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de waterkwaliteit - oppervlaktewater is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • KRW lichamen, Rijkswaterstaat • Chemische en ecologische kwaliteit KRW lichamen, Waterschap AA en Maas

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

De chemische en ecologische kwaliteit is goed of zeer goed. De chemische en ecologische kwaliteit is matig. De chemische en ecologische kwaliteit is ontoereikend of slecht.

De huidige situatie Inleiding Voor de beschouwing van dit beoordelingscriterium gaan we uit van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In deze richtlijn zijn waterlichamen vastgesteld met een minimale omvang. Het doel van de KRW is dat uiterlijk in 2027 al het water in Europa schoon en gezond is. Dat is niet vrijblijvend. De KRW is Europese regelgeving die door alle lidstaten wettelijk is verankerd. Binnen de gemeente Bernheze liggen de volgende KRW-lichamen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Aa van Gemert tot Den Bosch aan de zuidwest grens van de gemeente (oranje) Biezenloop aan de zuidwestgrens van de gemeente (paars) Kleine Wetering aan de noordgrens van de gemeente (paars) Leijgraaf loopt aan de zuidkant door het midden van de gemeente (paars) Groote Wetering loopt onder Nistelrode door het midden van de gemeente (paars) Beekgraaf loopt aan de zuidgrens van de gemeente (paars)

3

5

1

4 2

Afbeelding 30

6 KRW lichamen Bron: Rijkswaterstaat

60

Beschikbare gegevens Onderstaande tabellen tonen de toestand van de chemische en ecologische kwaliteit. Hierbij is rood slecht en voldoet niet, oranje is ontoereikend, geel is matig, groen is goed, en blouw is zeer goed. Specifiek verontreinigende stoffen die de norm overschrijden zijn ammonium, benzo(a)antraceen, kobalt, en zink. Tabel 11 Aa van Gemert tot Den Bosch Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 12 Biezenloop Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 13 Kleine Wetering Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 14 Leijgraaf Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 15 Groote Wetering Bron: Waterschap AA en Maas

Tabel 16 Beekgraaf Bron: Waterschap AA en Maas

Conclusie Als we per waterlichaam kijken naar de score voor Chemie totaal en Ecologie totaal dan zien we de volgende scores, waarbij rood slecht, oranje ontoereikend, geel matig, groen goed en blouw zeer goed is.

Aa van Gemert tot Den Bosch Biezenloop Kleine Wetering Leijgraaf Groote Wetering Beekgraaf Beoordeling criterium Slecht

Chemie totaal Rood Rood Rood Rood Rood Rood

Ecologie totaal Oranje Geel Geel Geel Geel Oranje

Eindscore Slecht tot ontoereikend Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot matig Slecht tot ontoereikend

Huidige situatie

De chemische kwaliteit van de waterlichamen is gekwalificeerd als ‘slecht’ en de ecologische kwaliteit ‘ontoereikend tot matig’. De totale waardering voor de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater is ‘slecht’. 61

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Europese Kaderrichtlijn Water gaat in op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) 11 in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Beleid In het Regionaal Water en bodem Programma 2022 - 2027 staat omschreven hoe de provincie, samen met haar strategische partners zoals waterschappen, waterbedrijf, natuurorganisaties, industriële verbruikers en land- en tuinbouworganisaties, werken aan veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de waterkwaliteit.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De kwaliteit van de Aa, de Kleine Wetering, de Leijgraaf, de Groote Wetering en de Beekgraaf wordt beïnvloedt door natuurlijke / beïnvloedbare achtergrondbelasting (metalen, nutriënten), diffuse bronnen zoals uiten afspoeling van landbouwgronden, bovenstroomse doorvoer, waterinlaat en puntbronnen als rwzi’s en pieklozingen door riool overstorten. De kwaliteit van de Biezenloop wordt beïnvloed door natuurlijke / onbeïnvloedbare achtergrondbelasting (nutriënten), diffuse bronnen zoals uit- en afspoeling van landbouwgronden en waterinlaat. Een algemene ontwikkeling is dat de kwaliteit van het oppervlaktewater onder druk staat door het gebruik van medicijnen en microplastics. Het toenemende gebruik van medicijnen als gevolg van onder andere de vergrijzing heeft invloed op de hoeveelheid resten die in het oppervlaktewater terechtkomen. Ook de toename van zomerse en tropische dagen heeft gevolgen voor het oppervlaktewater. Tijdens langdurig warme periodes kan met name stilstaand oppervlaktewater sterk opwarmen. Veel water verdampt waardoor het volume afneemt en het overige water sneller opwarmt. Dit kan nadelige effecten hebben op de waterkwaliteit. Verder is, door toename van extreme neerslag, de verwachting dat overstorten vaker, en met grotere volumes, in werking zullen treden.

Hierdoor zal de vuillast op oppervlaktewater toenemen en daarmee ook de kans op problemen met de waterkwaliteit. Dit vormt een risico voor de gezondheid van onder andere vissen en (water)vogels. Met name als deze overstortlocaties op (stilstaande) waterpartijen in de kernen liggen kan dit ook tot stankoverlast leiden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de kwaliteit van het oppervlaktewater binnen de gemeente Bernheze ‘slecht’ te noemen is. De maatregelen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water die voorschrijft dat uiterlijk in 2027 al het water in Europa schoon en gezond is. De beschreven trends en ontwikkelingen.

62

Beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie Enerzijds zijn er ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Anderzijds worden maatregelen verwacht ten aanzien van bijvoorbeeld microplastics en zullen maatregelen opgelegd worden om te voldoen aan de KRW richtlijnen. Ook zal ingespeeld moeten worden op de klimaatverandering met veranderende neerslag tot gevolg. Er vanuit gaande dat deze maatregelen daadwerkelijk genomen gaan worden, verwachten we dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in de toekomst verbetert. In hoeverre het verbetert, is op dit moment nog onduidelijk.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit oppervlaktewater. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Focus op transitie van de landbouw en grootschalige voedselproductie kan leiden tot meer diffuse afspoeling. - Het toestaan van ruimere milieunormen.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Intensieve landbouw is niet noodzakelijk als er enkel voor de lokale markt geproduceerd wordt. - Focus in beekdal op kleinschalige agrarische concepten en het herstel van biodiversiteit.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Inspelend op het radicale klimaat vindt een radicale omslag in de waterhuishouding plaats. - Inzetten op decentrale waterzuivering. - Meanderende beeksystemen met natuurvriendelijke oevers in het middengebied.

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Er wordt voldaan aan de waterkwaliteitsnormen van de KRW in 2030. - Minder overstorten uit het riool op de waterlopen. - Mogelijkheden realiseren voor zwemmen in water met goede waterkwaliteit. - Het aanbrengen van meer groengebieden (in de kernen). - Het terugbrengen van het pesticidegebruik in de openbare ruimte naar nul. - Het realiseren van natuurvriendelijke oevers, bloemrijke akkerranden, moerassen, moerasbossen en meanders om extra beplanting rondom water te creëren. - Meer ruimte bieden binnen de wettelijke milieunormen in het middengebied. - Het stimuleren van landbouw met aandacht voor de waterkwaliteit en het benadrukken dat de waterkwaliteit moet verbeteren om de KRW doelen te behalen in 2030. - Het stimuleren van nieuwe verdienmodellen voor agrariërs omtrent het vergroten van de biodiversiteit en het verbeteren van het landschap, met onder andere natuurvriendelijke oevers en het aanbrengen van meer beplanting ten behoeve van de biodiversiteit (langs waterlopen).

-

+

++

++

Scenario 1 is, door diffuse afspoeling van landbouwgronden, voor alle KRW-lichamen in de gemeente Bernheze een grote bron van verslechtering van de waterkwaliteit. Bovengenoemde punten hebben de potentie om de waterkwaliteit van de KRW-lichamen te verslechteren. Scenario 2 heeft de potentie om de waterkwaliteit van de KRW lichamen te verbeteren. De afschaling van landbouw heeft verminderende afwatering van ammoniak tot gevolg. Verder zijn bij kleinschaligere landbouw waarin ook een focus ligt op herstel van biodiversiteit meer koppelkansen voor water. Scenario 3 heeft de grootste potentie om de waterkwaliteit te verbeteren. Ontwerp-omgevingsvisie Hoewel het niet waarschijnlijk is dat de waterkwaliteitsnormen in Bernheze in 2030 kunnen voldoen aan de KRW normen, maakt het duidelijk dat de kwaliteit van oppervlaktewater een hoge prioriteit heeft in de ontwerpomgevingsvisie. Er is aandacht voor het verminderen van vervuiling en het vermeerderen van groen. Het beoordelingscriterium kwaliteit oppervlaktewater wordt als zeer positief beoordeeld.

63

4.1.8

Waterkwaliteit – grondwater (Mate waarin bestaande knelpunten worden opgelost en de waterkwaliteit d.m.v.. aanwezigheid waterplanten en minder pesticiden, verbetert)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de grondwaterkwaliteit is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Grondwaterkwaliteitskaarten, KWR

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

Antropogene stoffen liggen onder de rapportagegrens Antropogene stoffen liggen onder de signaleringswaarde (0,1 microgram/Liter) Antropogene stoffen zijn gelijk aan of liggen boven de signaleringswaarde (0,1 microgram/Liter)

De huidige situatie Inleiding Grondwater is water dat in de bodem zit. Het is daar vooral via neerslag in terechtgekomen. Grondwater is een belangrijke bron voor drinkwater en van grote betekenis voor natuurgebieden en een gezond ecosysteem. Er zijn verschillende manieren waarop het grondwater vervuild kan raken. Bijvoorbeeld door lekkage uit ondergrondse leidingen, door gebruik van bestrijdingsmiddelen in de woonomgeving of door mest in de landbouw. Beschikbare gegevens De beschikbare gegevens zijn afkomstig van KWR Water Research Institute dat in Nederland de kwaliteit van het grondwater in onderzoekt en in kaart brengt. Onderstaande afbeeldingen geven de classificaties van de meetwaarden weer binnen de gemeente Bernheze.

Afbeelding 31

Grondwaterkwaliteitskaart met alle antropogene stoffen Bron: KWR

Op de locatie Rukven 5 zijn 5 stoffen boven de rapportagegrens en 3 stoffen boven de norm. Op de locatie Vorstenbosseweg / Heisewal liggen alle stoffen onder de rapportagegrens. Onderstaande meer informatie per type stof.

64

Rukven 5

hoek Vorstenbosseweg / Heisewal

Alle antropogene stoffen

Onder rapportagegrens ≥ 0,1 µg/l (signaleringswaarde)

Onder rapportagegrens Onder rapportagegrens

Bestrijdingsmiddelen 7 anorganische stoffen 32 meest voorkomende stoffen Totaal

Onder rapportagegrens Onder detectiewaarde Aluminium klasse 2, 200 µg/l ≥ 0,1 µg/l (signaleringswaarde)

Onder rapportagegrens Onder detectiewaarde Geen meetgegevens Onder rapportagegrens

10 meest voorkomende stoffen

Conclusie Beoordeling criterium Matig

Huidige situatie

In gemeente Bernheze liggen slechts 2 meetpunten die informatie geven over de huidige grondwaterkwaliteit. Hiervan is de kwaliteit in het zuiden goed. De kwaliteit in het westen is voor 5 antropogene stoffen matig en voor 3 antropogene stoffen (zoals bijvoorbeeld aluminium) slecht. Veel meetpunten rondom gemeente Bernheze zijn ook matig tot slecht. Hoewel veel stoffen voldoen aan de kwaliteitseisen, is er steeds een aantal dat slecht tot matig is. Hierdoor nemen we aan dat de kwaliteit van het grondwater in gemeente Bernheze over het algemeen ‘matig’ is.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Europese Kaderrichtlijn Water gaat in op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) 11 in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Beleid In het Regionaal Water en bodem Programma 2022 - 2027 staat omschreven hoe de provincie, samen met haar strategische partners zoals waterschappen, waterbedrijf, natuurorganisaties, industriële verbruikers en land- en tuinbouworganisaties, werken aan veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Actueel beleid stelt vast in het bestemmingsplan dat mestbewerking toegestaan wordt op bedrijfsniveau, maar alleen als de mest afkomstig is van het eigen bedrijf. Momenteel zijn twee locaties positief bestemd voor mestbewerking/vergisting. Kortom, alleen kleinschalig voor en op het eigen bedrijf. Daarnaast wordt het wel of niet toestaan van nieuwe mestverwerkingsinitiatieven maatwerk. Vooral locatie en ligging van samenwerkende bedrijven is daarbij belangrijk. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de kwaliteit van het grondwater.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Door langere droge zomers en hoge temperaturen verslechtert de kwaliteit van grondwater naar een wisselend niveau in de autonome ontwikkeling. Middels vergunningverlening voor grondwateronttrekking dient voorkomen te worden dat intrusie van zout water plaatsvindt, waardoor uitputting en verzilting van het grondwater door overmatige onttrekking vermeden wordt. Er komt steeds meer aandacht voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen en mest. De verwachting is dat er strengere normen komen voor het gebruik ervan. Anderzijds groeit de bevolking waardoor meer voedselproductie nodig is. Een andere ontwikkeling die van invloed is op de grondwaterkwaliteit is het gebruik van bodemenergie (gebruik van grondwater voor het koelen van gebouwen in de zomer, en het verwarmen in de winter). Verder zijn ook internationale maatregelen van invloed op een gezonde waterkwaliteit.

65

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de kwaliteit van het grondwater in Bernheze als ‘matig’ beoordeeld wordt. Europees-, Nederlands- en provinciaal beleid. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie Enerzijds zijn er ontwikkelingen die de grondwaterkwaliteit zullen verslechteren; droge zomers, meer verdamping, meer vraag naar drinkwater, minder debiet in oppervlaktewater waardoor in het westen van Nederland het zout steeds verder het land intrekt, kortere meer intense neerslag waardoor het water slechter de grond intrekt, etc. Anderzijds gaan we ervanuit dat normen strenger worden en dat hier meer op ingespeeld wordt; dat er meer gedacht wordt vanuit water en dat bijvoorbeeld de drinkwatervraag hierop aangepast wordt, dat de mindset van mensen met het klimaat mee verandert en dat we meer ons best doen om water de grond in te krijgen zodat het water dat valt de bodem intrekt.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit grondwater. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Transitie van de landbouw en grootschalige voedselproductie kan leiden tot meer diffuse afspoeling, waarbij vervuild water de bodem in kan zakken. - Ruimere milieunormen worden toegestaan. - Toepassen bemesting en gewasbescherming op maat met moderne (drone) technieken, zodat de milieubelasting voor de bodem, grond- en oppervlaktewater binnen ecologische grenzen past, zoals de KRW en mestwetgeving.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Dit toekomstscenario doet geen uitspraken die van invloed zijn op de kwaliteit van het grondwater.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Water wordt (extra) vastgehouden door middel van retentiegebieden langs de beken, het ‘parkeren’ van water in het middengebied, het extra vernatten door herstel van de wijstgronden en het bergen van water op daken en (onder) (snel)wegen. Drinkwateren andere grondwaterwinning worden in overleg met provincie en waterschap heroverwogen. - In 2030 zakt 90% van het water in tuinen en kernen in de grond of wordt bewaard als grijswater. In de kernen worden parkeerplekken opgeheven en ingericht als groengebieden. Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor open/doorlaatbare bestrating. Water wordt decentraal gezuiverd en geïnfiltreerd in de bodem. Vergroenen van tuinen wordt plantjes of lagere OZB beloond. Afkoppelen van regenwater van de riolering wordt versneld. Uiteindelijk wordt overal een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd. In 2050 wordt enkel grijswater voor het doorspoelen van het toilet gebruikt. Groene daken (zo mogelijk in combinatie met zonnedaken) worden verplicht bij nieuwbouw. - Water wordt (extra) vastgehouden door middel van retentiegebieden langs de beken, het ‘parkeren’ van water in het middengebied, het extra vernatten door herstel van de wijstgronden en het bergen van water op daken en (onder) (snel)wegen. - Drinkwater- en andere grondwaterwinning worden in overleg met provincie en waterschap heroverwogen.

- In 2030 zakt 90% van het water in tuinen en kernen in de grond of wordt bewaard als grijswater. In de kernen worden parkeerplekken opgeheven en ingericht als groengebieden. Er wordt zoveel mogelijk gekozen voor open/doorlaatbare bestrating. Water wordt decentraal gezuiverd en geïnfiltreerd in de bodem. Vergroenen van tuinen wordt plantjes of lagere OZB beloond. Afkoppelen van regenwater van de riolering wordt versneld. Uiteindelijk wordt overal een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd.

-

++

66

In 2050 wordt enkel grijswater voor het doorspoelen van het toilet gebruikt. Groene daken (zo mogelijk in combinatie met zonnedaken) worden verplicht bij nieuwbouw. - Water wordt vertraagd afgevoerd door beken te laten meanderen, te verondiepen en met natuurvriendelijke oevers in te richten. Minder water wordt afgevoerd door meer vast te houden en te infiltreren. - Onder wegen en parkeerplaatsen van de gemeente en bedrijven wordt waterberging aangebracht die het water langzaam aan de ondergrond afgeeft, tenzij regenwater gebruikt kan worden voor plantsoenen, tuinen of productieprocessen van bedrijven en boeren. - Plekken worden aangewezen waar lozing op het riool niet meer wenselijk is. Decentrale zuivering zorgt op deze plekken voor zuivering van afvalwater dat vervolgens in de omgeving kan infiltreren. - Overgaan op landbouw met het principe ‘teelt volgt peil’. Niet uitgaan van landbouw die afhankelijk is van beregenen en grondwaterpompen. Eventueel overgaan van producten voor de landbouw naar producten voor ‘biobased’ bouwen. - Nieuwe vormen van extensieve landbouw op basis van ecologische principes, en zonder gifgebruik. - De sponswerking van de landbouwgronden vergroten met organische stof en niet meer met gier dat het grondwater vervuilt. Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Extra aandacht vragen voor de (schone) kwaliteit van het drinkwater door het aangeven van het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied. - Extra vergroenen in de kernen, door middel van allerlei methoden, om infiltratie van het regenwater te vergroten. - Bodem en water sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. - Koesteren van kwelwatergebieden. - Het verhogen van het grondwaterpeil in de drie deelgebieden. - Teelt volgt het grondwaterpeil om grondwateronttrekking te verminderen. - Geen activiteiten in het grondwaterbeschermingsgebied die de kwaliteit van het drinkwater in gevaar kan brengen. - Water de mogelijkheid geven om weer in de bodem te infiltreren om het grondwater aan te vullen, zowel binnen en buiten de kernen. - Het tijdelijk opslaan van water op graslanden mogelijk maken om naderhand het grondwater aan te vullen. - Mogelijkheden onderzoeken voor lokale biobased grondstoffenproductie, mits dit past bij het lokale grondwaterpeil. - Ruimere milieunormen binnen de wettelijke kaders in het middengebied.

+

In scenario 1 worden geen maatregelen genomen om het grondwater te beschermen. Wel vormt de diffuse afspoeling van landbouwgronden voor alle KRW-lichamen in de gemeente Bernheze een bron van verslechtering van de waterkwaliteit. Wanneer dit vervuilde water de bodem in zakt, ontstaan grote risico’s voor het grondwater, ondanks de vermelding dat nieuwe technieken binnen de KRW en mestwetgeving moeten passen. In Scenario 3 worden heel veel maatregelen genomen die het grondwater beschermen. Ontwerp-omgevingsvisie De keuzes die gemaakt wordt in de ontwerp-omgevingsvisie hebben een positief effect op de kwaliteit van het grondwater door het nastreven van een hoger grondwaterpeil en de aspecten bodem en water sturend te laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

67

4.1.9

Beweegvriendelijkheid (Aantal (openbare) beweegvoorzieningen & aandeel van sport- en beweegactiviteiten; eventueel aangevuld met wat niet openbaar/semiopenbaar toegankelijk is. Kilometers wandel- en fietspaden)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de beweegvriendelijkheid is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Sport en beweging in cijfers, RIVM • Nabijheid voorzieningen, Atlasvoordeleefomgeving.nl

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau

Goed Matig Slecht

Beweegvriendelijkheid kan beoordeeld worden aan de hand van de hardware (voorzieningen, fysieke ruimte) en de software (gedrag, sociaal). In het kader van deze OER behandelen we uitsluitend de fysieke aspecten. De totaalscore is 60 of hoger De totaalscore ligt tussen 40 en 60 De totaalscore is lager dan 40

Het RIVM maakt gebruik van de kernindicator beweegvriendelijke omgeving, welke ontwikkeld is door het Mulier Instituut (2019). De kernindicator bestaat uit vier deelindicatoren, te weten 1. Sportaccommodaties (diversiteit en nabijheid) 2. Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte) 3. Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik) 4. Nabijheid van voorzieningen (onder andere gemiddelde afstand tot supermarkt en school)

De huidige situatie Inleiding De omgeving kan een positief effect uitoefenen op de gezondheid van mensen, onder andere door het aantrekkelijk maken van de openbare ruimte voor fietsen of andere vormen van lichaamsbeweging. Een beweegvriendelijke omgeving is een leefomgeving die faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te sporten, spelen en bewegen. Hoe beweegvriendelijk een omgeving is, is niet eenduidig weer te geven. Dit wordt onder andere bevorderd door recreatief groen en blauw (watersport), fiets- en wandelmogelijkheden, speelmogelijkheden voor kinderen en de bereikbaarheid en diversiteit van sportvoorzieningen. Beschikbare gegevens Voordat ingegaan wordt op gegevens die informatie geven over de deelindicatoren, wordt aandacht besteed aan de beleving en het gedrag van inwoners ten aanzien van bewegen en de beweegvriendelijkheid van de omgeving. Afbeelding 33 laat zien dat 84 à 85% van de volwassenen de buurt aantrekkelijk vindt om in te bewegen. 16% van de ouders van kinderen tot 11 jaar mist een speeltuintje of sportgelegenheid in de nabije omgeving (onderstaande afbeelding). Dit percentage is vergelijkbaar met het percentage ouders dat in heel Brabant een speel- of sportgelegenheid in de buurt mist voor het jonge kind. Afbeelding 35 toont dat 52% van de volwassen inwoners tot 65 jaar voldoet aan de beweegrichtlijnen.

Dit is gelijk aan het percentage volwassenen dat in heel Brabant en in heel Nederland voldoet aan de richtlijnen. 49% van de volwassenen tot 65 jaar is lid van een sportvereniging of sportclub (onderstaande afbeelding).

68

Afbeelding 32

Beleving aantrekkelijkheid omgeving Bron: Brabant Scan

Afbeelding 34

Voldoet aan beweegrichtlijnen Bron: Brabant Scan

Afbeelding 33

Afbeelding 35

Gemis sport/speelmogelijkheden Bron: Brabant Scan

Lid van een sportvereniging Bron: Brabant Scan

Uit gegevens van het RIVM uit 2020 blijkt dat Nederland als volgt scoort op beweegvriendelijke omgeving. De scores liggen tussen 0 en 100. Score tussen 0 en 100 Totaalscore beweegvriendelijke omgeving

60

Deelindicatoren: Recreatief groen en blauw Sportaccommodaties Sport- en speelplekken Nabijheid van voorzieningen

63 62 72 41

Ten aanzien van de gemeente Bernheze zijn de volgende gegevens beschikbaar met betrekking tot de deelindicatoren. Recreatief groen en blauw Er zijn geen gegevens bekend over de gemiddelde afstand van woningen tot openbaar groen. Wel zijn de wandel- en fietsroutes in de Atlas voor de Leefomgeving inzichtelijk gemaakt. Deze zijn opgenomen in onderstaande afbeeldingen.

69

Afbeelding 36

Wandelroutes (bruin) en fietsroutes (groen) Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Omdat geen gegevens bekend zijn over de gemiddelde afstand van woningen tot openbaar groen en de oppervlakten van parken en water voor recreatief gebruik, kan voor deze deelfactor geen beoordeling gegeven worden. Sportaccommodaties Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding, afkomstig uit Sport en beweging in cijfers van het RIVM, heeft de gemeente Bernheze 25,1 tot 32,5 sportaccommodaties per 10.000 inwoners.

Afbeelding 37

Sportaccommodaties per gemeente Bron: RIVM

Volgens sportenbewegenincijfers.nl bedraagt de dichtheid van sportaccommodaties in Nederland in 2022 21,5 per 10.000 inwoners. De gemeente Bernheze scoort op deze deelindicator bovengemiddeld. Sport- en speelplekken Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent openbare sport- en speelplekken in Bernheze, waardoor deze deelindicator niet beoordeeld kan worden.

70

Nabijheid van voorzieningen Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschikt over onderstaande gegevens ten aanzien van de afstand van woningen tot aan voorzieningen.

Tabel 17 Nabijheid voorzieningen Bron: CBS

Tabel 18 Nabijheid zwembad Bron: CBS In Nederland gelden volgens het CBS gemiddeld de volgende afstanden van woningen tot voorzieningen

Huisarts Supermarkt Zwembad Kinderdagverblijf Basisschool Voortgezet onderwijs

Gemiddeld

Bernheze

900 meter 900 meter 2,3 kilometer 1,1 kilometer 700 meter 2,4 kilometer

1,4 kilometer 1 kilometer 5,4 kilometer 0,8 kilometer 800 meter 3,7 kilometer

Hieruit is af te leiden dat de te overbruggen afstanden binnen de gemeente Bernheze groter zijn dan gemiddeld. Een uitzondering hierop vormt de gemiddelde afstand tot een kinderdagverblijf. Deze deelindicator scoort daarmee beneden gemiddeld. De totale beweegvriendelijkheid van de gemeente Bernheze is beoordeeld en in kaart gebracht door het RIVM in 2020 (afbeelding 37) en de Atlas voor de Leefomgeving in 2021 (onderstaande afbeelding). Hoewel de deelindicatoren in beide afbeeldingen zijn meegenomen, worden de afzonderlijke beoordelingen niet benoemd. Uit beide afbeeldingen blijkt dat de beweegvriendelijkheid als ‘slecht’ wordt beoordeeld. Onduidelijk blijft op welke deelindicatoren Bernheze onvoldoende presteert.

71

Afbeelding 38

Beweegvriendelijke omgeving per gemeente Bron: RIVM

Afbeelding 39 Beweegvriendelijke omgeving Bron: Atlas voor de Leefomgeving

Conclusie Uit de beoordeling van het RIVM blijkt dat de huidige beweegvriendelijkheid van Bernheze laag scoort (33-40) ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de centrale positie die bereikbaarheid heeft in de berekening van de kernindicator, scoren stedelijke gebieden hoger op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving. Ook in de Atlas voor de Leefomgeving is de beweegvriendelijkheid beoordeeld als laag. Van twee deelindicatoren zijn geen gegevens bekend. - Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte) - Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik) Hierdoor blijft onduidelijk op welke deelindicatoren Bernheze onvoldoende presteert. Van de andere twee deelindicatoren is bekend dat - Bernheze beschikt over voldoende sportaccommodaties per 10.000 inwoners - De gemiddelde afstanden tot voorzieningen over het algemeen hoger is dan gemiddeld. Beoordeling criterium Slecht

Huidige situatie

De huidige beweegvriendelijkheid binnen de gemeente Bernheze classificeren we als ‘slecht’, omdat deze beduidend lager is dan 40.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Het ontbreekt aan nationaal beleid gericht op gezondheidsbevordering. Er zijn wel verschillende campagnes zoals De gezonde wijk- en regio aanpak en het Nationaal sportakkoord. Beleid De provincie Noord-Brabant wil 3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken.

72

Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Ze gaan uit van positieve gezondheid dat inmiddels gemeengoed is onder experts en ook centraal staat in de provinciale Omgevingsvisie. Mogelijke acties om gezondheidswinst te behalen zijn:

    

Schone lucht (50% gezondheidswinst via het Schone Luchtakkoord) Goede fiets- en wandelinfrastructuur t.b.v. een actieve leefstijl Gezond aanbod van voedsel t.b.v. een gezond voedingspatroon Verbeteraanpak m.b.t. hitte- en wateroverlast Nabijheid van natuur en groen om te kunnen bewegen

In de Beleidsnota recreatie en toerisme geeft Bernheze aan zich verder te willen ontwikkelen als bestemming voor recreatie en toerisme. Hiervoor dient een recreatief routenetwerk geïntroduceerd te worden, zowel fiets- als wandelknooppuntennetwerk. De beleidsnota dateert uit de periode 2008 – 2012. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op het beoordelingscriterium beweegvriendelijke omgeving.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De sportdeelname onder de Nederlandse bevolking stijgt, waarbij men graag alleen beweegt in plaats van gezamenlijk. Volgens het trendscenario 2030 van RIVM lijkt er een einde te komen aan de toename van overgewicht. Wel blijft het percentage mensen dat te zwaar is onverminderd hoog (48%). Een belangrijke oorzaak is dat een op de drie Nederlanders te weinig beweegt en dit percentage zal in 2030 niet veel lager zijn. Steeds meer mensen sporten individueel. Waar jongeren kiezen voor hardlopen, doen 50-plussers aan wandelen, fietsen en zwemmen. Nog maar één op de drie sporters heeft een lidmaatschap bij een sportvereniging. Kijk je naar de soorten sport die worden beoefend, dan blijkt fitness veruit de meest beoefende sport bij volwassenen te zijn (22%). Runner-up is hardlopen (12%). Tennis (5%) en zwemmen (5%) delen de derde plaats. De ongebonden sporters nemen in aantal toe. De openbare buitenruimte zal intensiever gebruikt worden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin het aspect beweegvriendelijke omgeving is beoordeeld als ‘slecht’. Het ontbreken van actuele plannen of voornemens van de gemeente Bernheze die van invloed zijn op een beweegvriendelijke omgeving. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Slecht

De totaalscore is lager dan 40. Aangezien er geen concrete plannen of voornemens zijn om de beweegvriendelijkheid van de omgeving te verbeteren, is de verwachting dat de beweegvriendelijkheid van de omgeving binnen de gemeente Bernheze in de referentiesituatie niet wezenlijk anders zal zijn dan in de huidige situatie. Aangezien over twee deelindicatoren geen informatie bekend is, is het niet mogelijk te bepalen op welk vlak de score te laag is. Dat zou nader onderzocht moeten worden.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect beweegvriendelijke omgeving. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Ondanks de verdichting wordt ruimte behouden voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij de woningen. Bij voorkeur wordt dit zo groen mogelijk ingericht om te sporten, spelen en ontmoeten.

=

73

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Er worden rechtstreekse fiets- en wandelverbindingen vanuit wijken naar voorzieningen (zeker bij nieuwbouw) aangelegd. - Er worden 60 kilometer snelfietsroutes tussen de kernen aangelegd. Voor een deel via bestaande infrastructuur die we verkeersluw maken (fietsstraten) en eenrichtingsverkeer. - In de kernen worden actieve vormen van verkeer (lopen, fietsen) meer ruimte gegeven dan gemotoriseerd verkeer. Zwaar vrachtverkeer wordt geweerd uit de kernen. - Er komt een natuurlijke biodiversiteitsrijke verbinding van dorpskern met het buitengebied, bos en natuurgebieden. Dit is uitnodigend voor mensen uit de kernen om in de groene buitenruimte te bewegen en te sporten (wandelen, fietsen, vissen, kanoën en het faciliteren van aanleidingen om te bewegen zoals calisthenics). - Groen-ecologische wandelpaden realiseren van de kern Dinther naar Kasteel Heeswijk. - In de kernen en op bedrijventerreinen krijgen routes voor ommetjes de aandacht om werknemers te verleiden tijdens hun lunchpauze te wandelen. - Voor 2030 zijn in en om alle kernen gezonde groene structuren aangelegd en juridisch vastgelegd in het omgevingsplan, waar sport en bewegen centraal staan. - Elke kern krijgt voor 2030 tenminste één community waarbij ze voedsel (laten) verbouwen en cultuur, beweging en gezelligheid organiseren voor elke leeftijd. - Er wordt ruimte geboden aan waterrecreatie.

Rondom de kernen worden minstens zes zwemvijvers aangelegd. - Voor recreatief langzaam verkeer en (snel)fietsverkeer worden zestig kilometer aparte routes aangelegd, worden wegen verkeersluw gemaakt of ingericht als eenrichtingsverkeer. - Realisatie van Groene Gezonde Structuren waar actieve vormen van mobiliteit de basis zijn. Ze worden zo ingericht dat deze uitnodigen om meer te bewegen en te sporten. Werknemers worden gestimuleerd ze te gebruiken om ommetjes te maken. - Onderzoeken of zwemwater realiseerbaar is in en rondom de Groene Gezonde Structuren. - Realiseren van groen-blauwe schoolpleinen. - Het faciliteren van sportvoorzieningen in het groen. - Inzetten op natuureducatie. - Het faciliteren van snelfietsroutes. - Het realiseren van extra fietsstraten en verkeersluwe gebieden. - Het openstellen van gebieden in het buitengebied om hier wandelen te promoten. - Het benutten van de openbare ruimte voor activiteiten, zoals bijvoorbeeld groepswandelingen. - Speelvoorzieningen realiseren in het groen. - Het aanbieden van een aantal plekken in de openbare ruimte waar het goed vertoeven is. Dit zijn, zeker voor mensen met een smalle beurs, plekken die als ‘uitje’ kunnen fungeren. Denk aan een bijzondere speelplek of een recreatieplas (bijvoorbeeld in het beekdal). - Actieve mobiliteit bevorderen door middel van inbreiding in de kernen.

- Actief verkeer krijgt prioriteit boven gemotoriseerd verkeer. - De veiligheid van de kwetsbare weggebruiker krijgt prioriteit. - Beschermen en herstellen van (historische) wandelroutes, zoals de zandwegen. - Nieuwe groengebieden bieden ook ruimte voor recreatie. - Het benutten van erfgoed en cultuurhistorie met bestaande wandel- en fietsnetwerken. - Het vergroten van het wandel- en fietsnetwerk. - De mogelijkheid realiseren om te wandelen langs de Aa. - Sportvelden en andere sportlocaties worden onderdeel van de GGS. De sportlocaties worden natuurinclusief en klimaatadaptief ingericht.

+

=

++

De ambitie in scenario 1 om ondanks de verdichting in de kernen ruimte te behouden voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij woningen is heel belangrijk en positief. De toegankelijkheid van deze plekken wordt 74

echter niet besproken en onduidelijk is of er naast het behouden van de huidige mogelijkheden een verbetering wordt gerealiseerd. In combinatie met het ontbreken van uitspraken omtrent het buitengebied en kernrandzones wordt het scenario neutraal beoordeeld. Scenario 2 gaat in op concrete maatregelen die de beweegvriendelijkheid van de omgeving vergroten. Het is zeer positief dat wandelen, het maken van ommetjes en fietsen wordt besproken. Het inzetten van de kernrandzones als ruimte om te bewegen en te sporten, biedt goede perspectieven. De ambitie voor gezonde groene structuren is hoog ingezet, maar uiterst positief. Aandacht voor spelende kinderen ontbreekt echter, terwijl dit cruciaal is. Daarnaast wordt niet gesproken over ruimte waarin mensen elkaar ontmoeten, wat een belangrijke randvoorwaarde is voor bewegen. Bij elkaar leidt dit tot een positieve beoordeling. Het derde scenario wordt neutraal beoordeeld. Waterrecreatie zegt per definitie niet veel over bewegen. Hoewel de mogelijkheden om te bewegen er zijn, kan er niet vanuit worden gegaan dat dit ook daadwerkelijk leidt tot meer bewegen. Daarnaast is het een zeer specifieke manier van bewegen die alleen in de zomer van toepassing is.

Het benoemen van langzaam en actieve mobiliteit is positief, echter de omschrijving is nog te beperkt waardoor niet ingeschat kan worden wat dit gaat betekenen voor de beweegvriendelijkheid. Ontwerp-omgevingsvisie

De voorgestelde maatregelen uit de ontwerp-omgevingsvisie bieden een meerwaarde ten opzichte van de andere scenario’s op het gebied van het faciliteren en het stimuleren van het dagelijks bewegen en sportieve activiteiten. Om die reden wordt het beoordelingscriterium beweegvriendelijkheid als zeer positief beoordeeld.

75

4.1.10

Groenvoorzieningen (openbaar en particulier) (Omvang, toegankelijkheid en inrichting (kwaliteit) van het areaal)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de groenvoorzieningen is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Ten aanzien van groen in de openbare ruimte zijn er geen vastgestelde normen en wetten binnen Nederland. In 2004 is in de Nota Ruimte opgenomen dat de minimale oppervlakte per woning 75m2 zou moeten zijn, om verstening van woonwijken tegen te gaan. Verstening vermindert de leefbaarheid in de stedelijke omgeving, doordat stenen sneller opwarmen, geen goede afvoer van hemelwater hebben en de leefomgeving van flora en fauna beperken. Voor deze effectenrapportage is gebruik gemaakt van deze eerste bepaalde groennorm van 75 m2 per woning. Uit meerdere onderzoeken in Nederland blijkt dat deze norm, voornamelijk op centrum locaties, niet altijd te realiseren is. Het behalen van meer dan 75 m2 per woning wordt daarom als goed beoordeeld, 60 tot 75 m2 per woning als matig en bij minder dan 60 m2 per woning als slecht. Voor de toetsing van de huidige situatie is de groeninformatie, aangeleverd door de gemeente Bernheze, gehanteerd. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status Beschikbare referentiewaarden

Nota Ruimte (2004), inmiddels vervangen door Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Gemeentebreed opp. Groen/woningen: norm is minimaal 75 m2 per woning.

Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

>75 m2 per woning 60 m2 tot 75 m2 per woning < 60 m2 per woning

De huidige situatie Inleiding De aanwezigheid van voldoende groenvoorzieningen zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving en draagt bij aan klimaatadaptatie omdat groen helpt bij de infiltratie van hemelwater in de bodem waarmee wateroverlast voorkomen kan worden. Daarnaast draagt voldoende groen bij aan het behoud en versterken van de biodiversiteit. Dit resulteert in een positief tot zeer positieve beoordeling op het domein omgevingskwaliteit Groen heeft een verkoelend effect waardoor de gezondheidsrisico’s als gevolg van hittestress worden beperkt. Voldoende groen in woonomgevingen leidt daarom tot een positief tot zeer positief effect op het domein gezondheid en veiligheid. Beschikbare gegevens Voor de beoordeling van de huidige situatie is de oppervlakte groen per woning berekend. Hiervoor is de analyse van de groennorm bomen groen Bernheze door Idverde gebruikt. Te zien aan de oppervlakten groen binnen de gemeente Bernheze, bevindt zich het meeste groen in het buitengebied. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijke omgeving (de kernen Heesch, Heeswijk-Dinther, Loosbroek, Nistelrode en Vorstenbosch) en het buitengebied. Buitengebied In het buitengebied binnen de gemeente Bernheze is veel groen aanwezig, ongeveer 2.667,4 hectare. Het aantal woningen is 1514, waardoor er een totaal van 1762 m2 per woning aanwezig is.

Dit is ver boven de groennorm van 75 m2 per woning en licht in lijn der verwachting voor het buitengebied.

76

Afbeelding 40

m2 groen per woning in buitengebied

Heesch In Heesch is redelijk wat groen aanwezig, namelijk 462,77 hectare. Er zijn 4873 woningen gelegen, waarmee er 95 m2 groen per woning aanwezig is. Dit gemiddelde is boven de norm van 75 m2. Echter verschilt het oppervlakte groen per woning sterk tussen de verschillende buurten. Zo komen de buurten: Bekerbuurt, Componistenbuurt, der Velft, de Zeis, Heelwijk, het Ruk, Kennedystraat, Oranjebuurt, Schoonstraat, ’ t Dorp, ’t Vijfeiken niet aan de norm. In andere buurten is daarentegen weer veel groen beschikbaar per woning.

Afbeelding 41

m2 groen per woning in Heesch

Heeswijk-Dinther In Heeswijk-Dinther is sprake van een gemiddeld groenoppervlak van 92 m2 per woning. Dit is boven de groen norm, maar dat is met name te danken aan het groen in de buurt de Heilige Stok-Kerkstraat. Vijf van de tien buurten komen boven de norm van 75 m2 per woning uit. De Graaf Wernerstraat heeft het laagste m2 groen per woning beschikbaar: 24 m2 per woning.

77

Afbeelding 42

m2 groen per woning in Heeswijk-Dinther

Loosbroek De kern en meteen buurt Loosbroek heeft 5960 m2 groen en 358 woningen. Hierdoor is Loosbroek een groene kern met wel 167 m2 groen per woning. Nistelrode De kern Nistelrode heeft circa 329 hectare aan groen oppervlakte met 2165 woningen. Hiermee heeft de kern een gemiddelde groen oppervlakte van 152 m2 per woning. Dit is boven de groennorm van 75 m2. Drie buurten zitten onder de groennorm, het merendeel zit hier beduidend boven.

Afbeelding 43

m2 groen per woning in Nistelrode

Vorstenbosch De kern Vorstenbosch bestaat uit 1 buurt, met zo’n 526 woningen en circa 296 hectare groenoppervlakte. Hiermee is er 56 m2 groen per woning beschikbaar, onder de groennorm van 75 m2.

78

Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie Op basis van de gegevens van het groenoppervlakte in het buitengebied en de kernen, scoort de gemeente Bernheze voor het eindtotaal ruim boven de groennorm van 75m 2 per woning. In de gehele gemeente is er gemiddeld 314 m2 per woning beschikbaar en in de dorpskernen gemiddeld 107 m2 per woning. Echter is te zien binnen de kernen op buurtniveau, dat niet in alle buurten evenveel groen per woning ter beschikking is. Met name in Heesch bevinden negen van de twintig buurten zich onder de groennorm, met de buurt de Velft als slechts scorende met 12 m2 groen per woning. Het groen is wel beschikbaar maar op een grotere afstand van de woning. De huidige situatie ten aanzien van de groenvoorziening in Bernheze wordt beoordeeld als ‘goed’.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet zorgt er voor dat planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Deze wet is van toepassing op de gehele openbare ruimte. Bij ontwikkelingen in het openbaar groen geldt deze wet en bijbehorende zorgplicht. Beleid De provincie Noord-Brabant wil 3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030. Alle provinciale programma’s zetten zich maximaal in om dat doel te bereiken. Dit staat beschreven in het beleidskader Gezondheid 2021-2030. Mogelijke actie om gezondheidswinst te behalen is onder andere meer natuur en groen om te kunnen bewegen. De gemeente Bernheze heeft in vooruitzicht op de omgevingswet een Verordening Fysieke Leefomgeving opgesteld en laten vaststellen op 7 oktober 2021. Hierin zijn de regels ten aanzien van Openbare ruimte en groen vanuit de beheerverordening Begraafplaatsen gemeente Bernheze 2011 en Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2021 opgenomen. In de Verordening zijn regels opgenomen t.a.v. de bescherming van bomen, verboden voor het kappen, vergunningsvoorwaarden en bestrijding van boomziekten. De gemeente Bernheze heeft een groenbeleid voor haar kernen vastgesteld in 2018.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=d4518e14-cc0e-420b-a9de-33c81faba4b8