NTO 80%-versie beleidsnotitie buitenkansen; mogelijkheden voor ondernemen in het buitengebied
Tekst van het document
\r
Ree'sr.ari€numm61 53059/90192
@:::r::é
Notitie ter opiniërende bespreking commissie Ruimte en Leefbaarheid oarum ve.sad€rine
18 maad2025
Agendapunt:
'l.1
onde*erp
8o%-versie beleidsnotitie buitenkansen; mogelijkheden voor ondernemers in het buitengebied
portersu,rohoudèr: welhouderEdwinDaandels Heesch, 7 januari 2025
lnleiding De transformatie van het landelijk gebied is een groeiende uitdaging. Oe verwachting is dat er de komende jaÍen meer agrarische bedrijven hun bedrijísvoering veranderen of staken. Dat leidt in hun zoektocht naar een nieuw veÍdienmodel tot de vraag wat de ruimtelijke mogelijkheden zi.in. De gemeenteraad heeft in 2021 uitgesproken om te willen komen tot een integraal kansenbeleid voor het buitengebied, dat bijdraagt aan een toekomstbestendig ondernemers- en woonklimaat. ln een aanlal bijeenkomsten van de werkgroep omgevingswet is dit onderwerp besproken en daarnaast vond op 8 oktobeÍ 2024 een themabijeenkomst plaats. Oit proces heefl geleid tot nieuw beleid in voorliggende concept beleidsnotitie. Deze notitie is
bedoeld om kansen te creëren voor nieuwe initiatieven op veranderende agrarische bedrijfslocaties en tegeliikertijd de kwaliteit van ons buitengebied te versterken. Het is een 'kansenbeleid' dat verruimde mogelijkheden biedt voor nieuwe activiteiten. Het gaat nadrukkelijk niet om het reguleren van bestaande activiteiten op bestaande locaties. Dit beleid heeft daarop geen invloed. Er wordt geen aÍbreuk gedaan aan bestaande rechten.
Uitgangspunten Uitgangspunt í: Werken vanuit eèn'ja mits' houding De omgevingswet vraagt ons om te werken vanuit een 'ja, mits' benadeÍing. Oat vraagt om een andere manier van beoordelen, niet 'toetsen' maar het maken van een 'afweging'. Hierin worden niet alleen de belangen van de individuele locatie meegewogen, maar ook andere maatschappelijke opgaven in de omgeving. De gemeente heeft als taak om te zorgen voor een evenredige toedeling van functies aan locaties, dat betekent dat niet alles overal kan. Deze beleidsnotitie stelt ons in staat om zulke afwegingen te maken. Uitgangspunt 2: Beschrijven van de ontwikkolrichting Een belangÍijke provinciale voorwaarde voor het mogelijk maken van niet-agrarische functies in landelijk gebied is dat de ontwikkelingsrichting van het gebied beschreven moet zijn. Als dat niet gebeurt, kan door de provincie geen goede afrrreging gemaakt worden over de wenselijkheid van initiatieven. Dat leidt tot vastlopende procedures. Juist doordat we de ontwikkelingsrichting van de deelgebieden in ons buitengebied beschrijven ontstaat dus (beleids)ruimte. Dit sluit ook aan op het advies over de omgevingsvisie van de commissie voor de milieueffect rapportage. Die adviseerde dat onvoldoende duidelilk is of de ambities in de omgevingsvisie met elkaar te verenigen zijn of kunnen botsen.
Wi, hebben toegezegd deze botsingen verder in beeld te brengen in thematische- of gebiedsprogramma's. Hiertoe is een ruimtelijke verkenning van het buitengebied uitgevoerd. De verkenning heefl erin geresulteerd dat we het buitengebied verdelen in drie zones met elke een eigen ontwikkelrichting: . het agÍarisch hart; ruimte voor innovatie duurzame landbouwproductie
. .
de groene zone; natuurnetwerk Nederland, bos- en natuurontwikkeling de mixgebieden; extensieve vormen van landbouw in een kleinschalig landschap
Deze drie ontwikkelrichtingen zijn in feite een nadere uitwerking van de omgevingsvisie, specifiek gericht op transformaties in het buitengebied. Het stelt ons in staat om de wenselijkheid van initiatieven te bepalen maar ook om te bepalen wat de bijdrage aan de omgevingskwaliteit kan zijn, doordat de gebiedsopgaven beter in beeld zijn gebracht.
Uitgangspunt 3: Het biaden van verruimde mogelijkheden De beleidsnotitie bevat ook een beleidsverruiming. Tot nu toe konden nietagrarische bedrijven zich zeer beperkt vestigen in het buitengebied. Met dit beleid gaan we mogelijkheden bieden voor vestiging op een voormalige agrarische locatie, mits er geen concurrentie plaatsvindt met functies op het bedrijventerrein of in de kernen. Gedacht kan worden aan dienstverlening en ambachteli.,ke werkplaatsen zoals als timmerbedrijven en metaalbewerking. Onder voorwaarden woÍdt het ook mogelijk om meerdere (kleinschalige) bedrijven toe te staan op één locatie. Bedrijvigheid die een belangri.jke bijdrage levert aan het voorzieningenniveau in de kernen, zoals winkels en dienstverlenende kantoren zijn bij voorkeur in het stedelijk gebied gevestigd en zijn minder passend in het buitengebied. Bovendien gaan we met het bieden van verruimde mogelijkheden ook leegstand tegen. Leegstand zien we namelijk als ongewenst. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld verloedering van het landschap en risico's voor de volksgezondheid, ondermijning en criminalisering. Bij een financieel heikele situatie kan het voor de boer steeds moeilijker worden om weerstand te bieden tegen ondermijnende activiteiten, daaro is het belangrijk een duurzaam verdienmodel mogelijk te maken.
Uitgangspunt 4; Hot bieden van duidelijkheid aan initiatieÍnomers en de omgeving ln de beleidsnotie stellen wij voor om te werken met een verkeerslichtenmodel. Hierin wordt aangegeven welke initiatieven zeker wel en zeker niet wenselijk zrjn, en welke onder aanvullende voorwaarden. Uiteraard zal een initiatieÍ, ongeacht de aangegeven kleur, altijd aan voorwaarden moeten voldoen (bijvoorbeeld een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, geen toename van verkeersbewegingen). Deze werkwijze voorkomt gelegenheidsplanologie en biedt duidelijkheid aan zowel initiatiefnemers als omwonenden. De opgenomen mogelijke activiteiten zijn zeker geen limitatieve lijst, maar dienen ter inspiratie. Door deze te categoriseren wordt een beeld geschetst van de mogelijkheden in een gebied. Kunt u zich vinden in deze uitgangspunten oí heeft u toevoegingen? Wat vindt u hierbij belangrijk?
Vervolg De opbrengst van de opiniërende bespreking wordt verwerkt in de definitieve versie van de beleidsnotitie en deze wordt voorgelegd aan de commissie en ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.
Bijlage(n):
.
80% versie beleidsnotitie
-2-
,1
BuÍgemeester en wethouders,
Peggy Hurkmans secretaris
Mark burg e
ter