Notitie ter informatie Septembercirculaire 2025 (002)
Tekst van het document
Logo Bernheze 114807
114544/
Registratienummer:
Notitie ter informatie voor commissie / raad Onderwerp: Portefeuillehouder:
Septembercirculaire gemeentefonds 2025 wethouder Rien Wijdeven Openbaar:
Ja
Heesch, 7 oktober 2025 Kennisnemen van: In deze nota informeren wij u over de uitkomsten van de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds. Inleiding De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires (driemaal per jaar) worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. In de Septembercirculaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. De belangrijkste mutaties in deze circulaire zijn: - Een eenmalige compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de Jeugdzorg. - Voorschot ruimte onder plafond BCF 2025. - Een negatieve aanpassing van het accres 2026 (volume en loon- en prijsontwikkeling). - Overheveling van een tweetal specifieke uitkering naar een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. In september is de begroting 2026-2029 uitgereikt aan de gemeenteraad, waarin de uitkomsten van de Meicirculaire 2025 zijn verwerkt. De begroting wordt behandeld in de gemeenteraad van 30 oktober. Met deze notitie ter informatie informeren wij u over de uitkomsten van de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds.
Samenvatting/toelichting Onderstaand hebben we de financiële gevolgen van de Septembercirculaire in beeld gebracht ten opzichte van de Meicirculaire 2025.
Meicirculaire 2025 Septembercirculaire 2025 Brutoresultaat (+ = voordeel / - = nadeel)
2025 61.502.044 63.527.857
2026 62.351.648 63.516.371
2027 64.430.082 64.532.656
2028 64.909.558 64.905.680
2029 67.322.334 67.275.292
2.025.813
1.164.723
102.574
-3.878
-47.042
Het brutoresultaat tussen de Meicirculaire 2025 en de Septembercirculaire 2025 wordt veroorzaakt door:
Beginstand Meicirculaire 2025 Algemene uitkering 1. Volume en LPO accres
2025 61.502.044
2026 62.351.648
2027 64.430.082
2028 64.909.558
2029 67.322.334
-129.926
-174.163
-213.744
-259.570
2025 2. Voorschot ruimte onder plafond BCF 2025 Taakmutaties 3. Wet integrale suïcidepreventie 4. Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 5. Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 6. Implementatie participatiewet in balans 7. Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen 8. Rijksvaccinatieprogramma 9. Toezicht gastouderopvang IU/DU 10. DU Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 11. DU Register Externe Veiligheid 12. DU Spreidingswet 13. DU Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 14. DU overheidsbrede dienstverlening 15. IU Participatie – beschut werk en sociale infrastructuur Overige 16. Hoeveelheidsverschillen en ontwikkeling uitkeringsbasis Stand na Septembercirculaire 2025 Brutoresultaat t.o.v. Meicirculaire (+ = voordeel / - = nadeel)
2026
2027
2028
2029
13.480
13.984
14.488
15.033
32.993
28.205
29.201
29.862
15.542
3.846
1.106
1.149
2.048
3.105
3.215
2.755
8.209
10.146
10.146
8.000
2.485
2.485
28.164
28.164
28.164
28.164
73.261
82.026
87.524
4.073
4.344
144.630
166.494
101.763
121.619
131.221
63.527.856
63.516.371
64.532.656
64.905.680
67.275.292
2.025.812
1.164.723
102.574
-3.878
-47.042
608.402
1.004.439
35.875 107.511 3.287
37.713 941.271
Toelichting 1. Volume accres en accres loon- en prijsontwikkeling De jaarlijkse groei van het gemeentefonds, het zogenaamde accres, is gekoppeld aan de ontwikkeling van de economie (het Bbp of het Bruto Binnenlands Product). Groeit de economie, dan stijgt ook het accres. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd op een 8-jaars historische gemiddelde van het Bbp (t-9 t/m t-2). Het prijsdeel is gebaseerd op de prijsontwikkeling (inflatie) van het Bbp van het lopende jaar. Grofweg kan het volumedeel worden ingezet om de hogere kosten op te vangen die samenhangen met de groei van de bevolking, kwaliteitsverbeteringen en
-2-
beleidsintensiveringen. Het prijsdeel is een compensatie voor het opvangen van de loon- en prijsstijgingen. De meest recente gegevens laten zien dat de verwachte inflatie voor 2026 0,1 procent lager uitvalt dan in het voorjaar (Meicirculaire) werd verwacht. Voor 2027 en verder wordt op dit moment geen aanpassing gedaan. De lagere inflatie voor 2026 werkt structureel door voor 2027 en latere jaren. Nu is er een situatie waarin de prijsontwikkeling van het Bbp achterloopt op de gemiddelde inflatie waarmee gemeenten te maken hebben. Dit betekent dat gemeenten het volumedeel moeten inzetten om de inflatie te bekostigen of aanvullend bezuinigingen. Wat is er aan de hand? Het prijspeil Bbp voor het jaar 2025 wordt in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2026 geraamd op 4,10%. Dat is hoger dan de raming uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 van 3,63% waarop het definitieve Bbp-prijs-accres 2025 is vastgezet. Als de realisatie van het prijspeil Bbp voor het jaar 2025 in het voorjaar 2026 definitief 4,10% blijkt te zijn, dan betekent dat indirect een te laag accres voor 2025 van 0,47%. Dat is een structureel nadeel van € 189 miljoen (Bernheze: ± € 260.000,-). In 2024 was het geraamde prijspeil bbp 1,1% lager dan de realisatie en ging het om een nadeel van structureel € 407 miljoen voor gemeenten (Bernheze: ± € 560.000). De ramingen van het CPB kunnen iets schommelen.
Maar het Centraal Planbureau raamt in de afgelopen acht jaar met het CEP de ontwikkeling van het prijspeil bbp voor het lopende jaar structureel te laag. Het verschil bedraagt gemiddeld 1% per jaar. Relatief gezien krimpt het gemeentefonds daarmee voortdurend ten opzichte van de ontwikkeling van het Bbp en raakt de verhouding tussen de taken en middelen van gemeenten in negatieve zin. Dit kan worden voorkomen door het prijsaccres te bepalen op basis van nacalculatie (vergoeding van het daadwerkelijke prijspeil Bbp in plaats van de ramingen). De VNG heeft er bij het kabinet en het parlement op aangedrongen om het definitieve accres voortaan te bepalen op basis van nacalculatie. Het kabinet heeft echter nog geen stappen in deze richting gezet. 2. Voorschot ruimte onder plafond BCF 2025 Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het zogenoemde BTW-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Als de gezamenlijke declaraties van alle gemeenten onder het plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de Septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de Meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening.
In deze circulaire is het voorschot voor het jaar 2025 opgenomen. Voor Bernheze een bedrag van € 608.402,-. In de begroting 2025 hielden we echter al rekening met een bedrag van € 799.327,-, gebaseerd op de Septembercirculaire 2024. Dit betekent voor het boekjaar 2025 een tegenvaller van € 190.925,3. Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Ter dekking van de structurele kosten ontvangen gemeenten een vergoeding via het gemeentefonds. Deze middelen (Bernheze: 14 à € 15.000) reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 4. Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten over de jaren 2023 en 2024 in de
-3-
jeugdzorg. Gemeenten ontvangen incidenteel macro € 728 miljoen (Bernheze: € 1.004.439,-) van het rijk Gemeenten kunnen deze middelen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en voor een bredere integrale aanpak van het sociaal domein. We voegen deze middelen toe aan de reserve Transities. 5. Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de Meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd. In deze circulaire worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. We voegen deze middelen toe aan de reserve Transities. 6. Implementatie Participatiewet in Balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. Ter compensatie van de implementatiekosten van deze wet ontvangen gemeenten incidentele middelen.
Deze compensatie bevat, vanaf 1-1-2026, ook een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De compensatie voor de regeling Verrekenen is structureel. Daarnaast ontvangen we voor de periode 2025-2027 een compensatie voor het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De ontvangen middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 7. Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Het kabinet stelt eenmalig macro € 60 miljoen (Bernheze: € 107.511.-) beschikbaar in 2025 voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds ontvangen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. We hebben jaarlijks een budget in de begroting opgenomen voor het organiseren van één verkiezing. De middelen opgenomen in deze circulaire kunnen dan ook vrijvallen ten gunste van de exploitatie. 8. Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Per 1-1-2025 worden op er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het RVP. Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn.
Deze veranderingen in het RVP-schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema verschilt in de periode 2025 tot en met 2029 per jaar. In 2025 wordt in één keer voor de hele periode een bedrag aan de algemene uitkering toegevoegd (Bernheze: € 3.287,-). Deze middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 9. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026).
-4-
De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In deze circulaire zijn hiervoor middelen toegevoegd. Deze middelen kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastoudersopvang en bij een gastouderbureau. Deze middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 10. Decentralisatie-uitkering Versterking omgevingsveiligheidsdiensten De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn overeengekomen (in het bestuurlijk omgevingsberaad van 24 oktober 2024) dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid. We ontvangen voor de periode 2025 tot en met 2028 een compensatie. Deze middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 11. Decentralisatie-uitkering Register Externe Veiligheid (REV) Het ministerie van IenW is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het REV.
Gemeenten ontvangen via deze decentralisatie-uitkering een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het inregelen van de beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)-module binnen het REV. De incidentele bijdrage voor twee jaar (2025 en 2026) is bedoeld voor het inregelen en het mee uitwerken van een efficiënte beheeraanpak, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande (basis)registraties. Deze middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 12. Decentralisatie-uitkering Spreidingswet Vanuit de spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Gemeenten ontvangen hiervoor incidentele middelen vanuit het gemeentefonds. Bernheze ontvangt in 2025 een incidenteel bedrag van € 37.713,-. Deze middelen voegen we toe aan de reserve Kosten opvang vluchtelingen. 13. Decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de specifieke uitkering CDOKE. Deze middelen worden aan gemeenten beschikbaar gesteld om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. In deze circulaire zijn uitsluitend de middelen voor 2026 toegevoegd. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald.
Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering ten behoeve van de vergroting van hun capaciteit (bemensing) voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarnaast zijn aanvullende middelen beschikbaar voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen. Deze middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 14. Decentralisatie-uitkering overheidsbrede dienstverlening De specifieke uitkering Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) wordt in deze circulaire vanaf 2026, met een 10% korting, omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid om en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor ontvangen we vanaf
-5-
2026 structurele middelen via het gemeentefonds. Met deze middelen kunnen gemeenten lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. De middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 15. Integratie-uitkering Participatie – beschut werk en sociale infrastructuur In de periode 2025-2027 wordt in totaal macro ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardensystematiek die hier nu voor wordt gebruik, veelal leidt tot een overschatting van de loonwaarde en daarmee tot een te lage vaststelling van de LKS. In de Tweede Kamerbrief ‘Voortgang sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ is aangekondigd dat voor werknemers met een indicatie beschut werk een forfaitaire loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) zal worden ingevoerd. De hoogte van de forfaitaire LKS wordt vastgesteld op 68%. Dit is zo’n 11%-punt hoger dan het huidige gemiddelde LKSpercentage. Het kabinet heeft hiertoe bij de Voorjaarsnota 2025 structurele middelen vrijgemaakt. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de integratie-uitkering Participatie.
Na de inwerkingtreding van de wijziging worden de extra middelen onderdeel van het budget voor de bijstand en loonkostensubsidies. De middelen reserveren we voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 16. Hoeveelheidsverschillen en ontwikkeling uitkeringsbasis De ontwikkeling van de aantallen (q) per maatstaf proberen we in te schatten op basis van de historische ontwikkeling. Met het nieuwe verdeelmodel per 1-1-2023 zijn een aantal nieuwe verdeelmaatstaven geïntroduceerd waarvoor nog geen historie beschikbaar is. Hoe verder in de tijd betekent dus meer onzekerheid rondom de effecten van de aantallen. Wij actualiseren lokaal de specifieke lokale aantallen per maatstaf voortdurend. Een mutatie in aantallen van bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden, inwoners, WOZ-waarden, woonruimten etc. heeft onmiddellijk gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering. Bij het begrip ‘Ontwikkeling van de uitkeringsbasis’ praten we over de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden enzovoort. Het te verdelen bedrag c.q. de omvang van het gemeentefonds neemt niet toe of daalt niet als de hoeveelheid (Q) stijgt of daalt. Om deze mutatie op te vangen zou per maatstaf het maatstafgewicht (P) aangepast moeten worden. Dit is een ingewikkelde methode, Daarom is de keuze gemaakt voor een eenvoudiger oplossing, nl.
de daling of stijging van de uitkeringsfactor. Overige ontwikkelingen Stand van zake onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering Op 7 februari jl. zijn de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over de inmiddels afgeronde onderzoeken met betrekking tot het verdeelmodel en hoe het vervolgtraject verder vorm te geven. Verder is in deze brief ingegaan op het ingroeipad, waarbij expliciet aandacht zal zijn voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en met een relatief hoog aantal inwoners met een lage sociaal economische status. ‘Weeffout’ jeugdzorg Bij de decentralisaties in 2015 is macro € 10 miljoen te veel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Voor 2025 zal dit worden gecorrigeerd in de Decembercirculaire 2025 en voor 2026 en verder in de Meicirculaire 2026.
-6-
Van het brutoresultaat naar het nettoresultaat De uitkomst van de Septembercirculaire geeft een brutoresultaat. Doordat we een aantal mutaties budgettair-neutraal verwerken resulteert dit een nettoresultaat.
Brutoresultaat (+ = voordeel / - = nadeel) Onderstaande mutaties in de Septembercirculaire worden budgettair neutraal verwerkt. M.a.w. deze bijstellingen worden gereserveerd voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. Vervallen stelpost in begroting 2025 ruimte onder plafond BCF Wet integrale suïcidepreventie Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Implementatie participatiewet in balans Rijksvaccinatieprogramma Toezicht gastouderopvang DU Versterking omgevingsveiligheidsdiensten DU Register Externe Veiligheid DU Spreidingswet DU CDOKE DU Overheidsbrede dienstverlening IU participatie Nettoresultaat (+ = voordeel / - = nadeel)
2025
2026
2027
2028
2029
2.025.812
1.164.723
102.574
-3.878
-47.042
-13.480
-13.984
-14.488
-15.033
-32.993
-28.205
-29.201
-29.862
-15.542
-3.846
-1.106
-1.149
-2.048
-3.105
-3.215
-2.755
-8.209
-10.146
-10.146
-8.000
-2.485 -37.713
-2.485
-28.164
-28.164
-28.164
-28.164
-82.026 36.568 voordeel
-87.524 -72.400 nadeel
-4.073 -92.125 nadeel
-4.344 -128.349 nadeel
-799.327
-1.004.439
-35.875 -3.287
-941.271
-73.261 61.216 voordeel
De uitkomsten van de Septembercirculaire 2025 in relatie tot het meerjarenperspectief 2026-2029 De Septembercirculaire is nog niet verwerkt in de begroting 2026 en meerjarenraming 20272029. Na verwerking van de Septembercirculaire geeft het meerjarenperspectief het volgende beeld:
Begrotingsresultaten meerjarenbegroting 2026-2029 exclusief uitkomsten Septembercirculaire 2025
2026
2027
2028
2029
240.561
269.546
250.325
770.543
-7-
2026 Nettoresultaat Septembercirculaire 2025 Prognose meerjarenperspectief na verwerking Septembercirculaire 2025
2027
2028
2029
36.568
-72.400
-92.125
-128.349
277.129
197.146
158.200
642.194
Overschot
Overschot
Overschot
Overschot
Vervolg De uitkomsten van de Septembercirculaire 2025 betrekken we bij de Kadernota 2027-2030. De gevolgen voor de begrotingen 2025 en 2026 verwerken we respectievelijk in de 2de tussentijdse rapportage 2025 en in de 1e tussentijdse rapportage 2026.
-8-