Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone - deel 2.pdf
Tekst van het document
Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. 2. Het landschapspark moet als hoofddoel hebben het afschermen van het bedrijventerrein van de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn, waarbij een aanzuigende werking moet worden voorkomen. Een waterplas met zwemstrandje beschouwt reclamant dan ook als zeer onwenselijk. 3. Creëer slechts een gering aantal parkeerplaatsen binnen de landschapszone. Parkeerplaatsen op afgelegen locaties zorgen vaak voor ongewenste activiteiten, terwijl handhaving ontbreekt. Creëer deze parkeerplaatsen niet aan de buitenzijde, maar juist aan de zijde van het bedrijventerrein, waar eventueel verlichting en cameratoezicht eenvoudig te realiseren is. 4. Belangrijk is dat het landschapspark van toegevoegde waarde is, met nadruk op groen en natuur. Volgens reclamant is bij de huidige zonneparken in het landschapspark sprake van een verkeerde Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Woon -en leefklimaat, Proces en participatie, Mobiliteit, Geluid en Duurzaamheid. toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit gaat ten koste van
469
natuur en groene landschappelijke inpassing. Daarbij maakt reclamant zich extra zorgen dat negatieve effecten alleen maar versterkt worden, zoals het verder dragen van geluid. Aangezien er voldoende vierkante meters op de daken van de bedrijfsgebouwen binnen dit plan beschikbaar zijn, zijn extra zonneparken binnen dit plan, en net buiten het plangebied, niet noodzakelijk en dienen deze uit de plannen te worden geschrapt. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een afschermingsfunctie heef t, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve ef f ecten binnen deze zone. 5. Reclamant stelt dat de waarde van de historische Napoleonsweg Ruitersdam onder meer zit in de rust op en rondom dit onverharde zandpad. Het pad en aanliggende groenstrook, in de ogen van reclamant de buitenrand van het bedrijventerrein, moet daarom niet doorkruist worden door infrastructuur of andere negatieve maatregelen. Reclamant stelt voor om de verbindingsweg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, direct op de overgang van park en bedrijven.
470
102
-
1089
Reclamant is het niet eens met de bestemming 'Gemengd', die voor een kavel aan de Koksteeg nr. 18 is voorgesteld. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting via het bedrijventerrein). Nu betreft dit een ontsluiting vanaf de Koksteeg buiten het bedrijventerrein, waarbij de gemeente nu aangeeft dat deze Gemengde bestemming, met mogelijkheid tot een horecagelegenheid, meer bedoeld is voor het landschapspark en omgeving, dan voor het bedrijventerrein zelf. Daar komt bij dat het een horecabestemming betreft die zowel overdag als 's avonds geopend mag zijn, wat nog meer overlast betekent. Reclamant is van mening dat: 1. Als er een locatie met de functie ‘Gemengd’ wordt bestemd, deze uitsluitend op én via het bedrijventerrein dient te worden ontsloten. 2. Locatie met functie ‘Gemengd’ dient zich allereerst te richten op klandizie vanuit het bedrijventerrein. Het ‘landschapspark’ vormt hooguit een secundaire groep. 3. Reclamant verzoekt de functie ‘Gemengd’, in verband met verwachte overlast, enkel toe te staan voor daghoreca. 4. Het landschapspark heeft als hoofddoel het afschermen van bedrijventerrein met de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn.
Het situeren van horecamogelijkheden nabij het landschapspark geeft de indruk dat dit park een aantrekkende functie voor recreatie mag krijgen, wat voor de omgeving naast de impact van het bedrijventerrein, nog meer impact oplevert. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Mobiliteit.
471
102
-
1090
Reclamant merkt op dat kennelijk ongewenste verkeerseffecten niet helemaal weg worden genomen, waar dit wel mogelijk is. Met afschuw en onbegrip leest reclamant in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een gigantische aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden. Dit is ronduit een schoffering van de omwonenden, omdat: 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 3. Daarbovenop nog een bestemming ‘Gemengd’ met mogelijkheid voor Horeca wordt voorgesteld voor een kavel aan de Koksteeg. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting).
Nu gaat het om een ontsluiting daarbuiten, en geeft de gemeente aan dat deze ‘Gemengde’ bestemming meer ten behoeve van het landschapspark en omgeving is, dan voor het bedrijventerrein zelf. 4. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Mobiliteit en Woon -en leefklimaat. Bosschebaan en dan naar de A59.
472
102
-
1091
Reclamant vindt het bijzonder dat in het plan een zoekgebied is opgenomen waarin twee varianten zijn opgenomen voor een nieuwe verbindingsweg tussen Weerscheut en Koksteeg. Reclamant geeft aan dat dit een voor de omgeving belangrijk onderdeel van het plan is. Reclamant betreurt het dat niet gereageerd kan worden op een uitgewerkt plan voor de verbindingsweg. De te verwachten hoeveelheid verkeer en daarmee geluid, licht en verstoring van het nu rustige buitengebied gaat de waardevolle Ruitersdam volgens reclamant onherstelbaar aantasten. De noordelijk gelegen variant vermindert de verstorende effecten. In dat kader geeft reclamant de volgende verwachtingen mee ten aanzien van deze ontsluitingsweg: 1. Een doorkruising van de afschermende werking van het landschapspark is ongewenst. Reclamant stelt voor de weg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, op de overgang van park en bedrijven. 2. De huidige geschetste noordelijke route ligt nog te ver zuidelijk en kan dichter langs bedrijfsbebouwing komen te liggen. Het is voor reclamant onbegrijpelijk waarom er niet op voorhand is gekozen voor een variant die recht doet aan de zorgen, belangen en gezondheid van bewoners. 3. Reclamant wenst geen onnodige aantrekkingskracht en verzoekt de beschikbare parkeerplaatsen t.b.v.
‘recreatie’ te minimaliseren, en te situeren aan de nieuwe ontsluitingsweg, om zodoende extra Zie thema's Mobiliteit, Geluid, Licht, Natuur, Ruimtelijke kwaliteit en verkeersoverlast te voorkomen. Woon -en leef klimaat.
473
Reclamant stelt dat zware bedrijven (categorie 4.1 en in de plannen van Den Bosch zelfs categorie 5.1) tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat leiden en niet zouden moeten worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant geeft aan dat er een grotere af stand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen. Reclamant geeft aan dat geurbelasting zich niet laat belemmeren door inwaartse zonering. Onder verwijzing naar concrete voorbeelden uit de omgeving, stelt reclamant dat, afhankelijk van het soort bedrijvigheid, geur zich vele honderden meters tot wel kilometers kan verplaatsen. De af stand van plan Heesch-West tot omwonenden is dusdanig klein dat geurhinder onmogelijk voorkomen kan worden. 'Geborgd middels het toepassen van inwaartse zonering' is niet realistisch aangezien het type bedrijvigheid op het moment van opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet bekend is. Concluderend stelt reclamant dat mede om deze redenen milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden. 102
-
1092
Overlast laat zich niet begrenzen door inwaartse zonering. In de optelsom van overlastveroorzakende bedrijven (geluid, grote toename verkeer, geur, licht etc.) is het onbestaanbaar dat, door er lokaal wat minder hinderlijke gebouwen omheen te zetten, de effecten minderen. Vanuit Vinkels perspectief grenst categorie 4.2 en 5.1 tot aan de stedenbouwkundige contour. Aansluitend is wateropvang gepland, wat de ef f ecten niet zal verminderen, in tegendeel. Overlast veroorzaakt door hoge milieuklasse bedrijven reikt daardoor veel verder richting kom Vinkel dan louter op basis van de inwaartse zonering verwacht mag worden. Inpassing door middel van robuuste groenstroken is, gezien de tijd die nodig is voor aanplant om volwassen te worden en dus voor camouflage en af name van effecten te zorgen, pas na minimaal 30(!) jaar effectief. Reclamant merkt ook op dat het plan (volgens de GR) volledig gevuld kan worden met categorie 3 bedrijven; zelfs gezien de vraag het aanbod dubbelt, kan het plan best zonder logistieke bedrijvigheid. De daaraan gekoppelde overmatige groei van verkeer en 24-uurs economie wordt dan tegengegaan.
Concluderend stelt reclamant dat, gezien de gigantische optelsom van effecten, en de gestelde bovenmatige interesse vanuit lagere categorieën bedrijven, milieuklassen hoger dan 3 nooit en te Zie thema's Milieucategorie, Geur, Ruimtelijke kwaliteit en nimmer aanvaard mogen worden. Duurzaamheid.
474
Tot slot stelt reclamant dat, aangezien de gemeente zich presenteert als 'groene en duurzame gemeente' en dit een 'duurzaam bedrijventerrein' zou moeten worden, een milieucategorie van 4.1 of zelfs 5.1, volstrekt onbegrijpelijk is. Reclamant verzoekt dan ook om de milieucategorie te verlagen en de verhogingsmogelijkheid te schrappen in algemene zin.
475