Nota van Zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
*Bovenstaande meetgegevens zijn gebaseerd op basis van het landschapsplan en de in het vast te stellen bestemmingsplan aangepaste bouwvlakken naar aanleiding van reactie 1.b. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
h. Aan artikel 3.8 is niet de wijzigingsvoorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur aan het landgoed moet worden toegevoegd; Zienswijze In artikel 3.8 van het ontwerpbestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die toeziet op de functiewijziging van bestaande gebouwen, die thans geen woongebouw zijn, naar wonen. Hieraan is niet de wijzigingsvoorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur aan het landgoed moet worden toegevoegd. Beantwoording Een van de voorwaarden om een bestaand gebouw te wijzigen voor de functie wonen is dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol pand. Hiervoor is ingevolge artikel 3.79 lid 1 onder e van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant geen realisatie van nieuwe natuur nodig. Met die reden is aan deze wijzigingsbevoegdheid niet de voorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur moet worden gerealiseerd. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
i.
Het plan voldoet niet aan de provinciale landgoedregeling;
Zienswijze Het plan voldoet niet aan de provinciale landgoederenregeling, omdat:
51
-
-
er niet 1 woongebouw van 1500 m3 met twee woonfuncties wordt gerealiseerd en bovenop de 1500 m3 woongebouw nog 100 m2 aangebouwde bijgebouwen kunnen worden gerealiseerd; in de toelichting geen uiteenzetting is opgenomen waaruit blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzame verrijking van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken; niet feitelijk en juridisch is verzekerd dat is voorzien in openbaar toegankelijke extensieve recreatieve voorzieningen. De toelichting beschrijft de toegankelijkheid voor voetgangers, maar tegelijkertijd ligt aan de toelichting een rapport ten grondslag dat adviseert om niet alle lanen open te stellen voor publiek; artikel 12 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan het mogelijk maakt om af te wijken van het landschapsplan. Daarbij geldt dat zonder ingebruikname van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ derhalve voor het hele landgoed niks is verzekerd.
Beantwoording De landgoederenregeling is opgenomen in artikel 3.79 landgoederen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In lid 1 onder c onder 2 en 3 is aangegeven dat “de nieuwvestiging van één of meer woongebouwen is toegestaan als: 2. per 1500 m3 woongebouw ten minste 5 hectare landgoed wordt aangewezen, waarop ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur wordt gerealiseerd; 3. per 750 m3 woongebouw maximaal één woonfunctie wordt toegelaten.” Zowel in deze regels als in de toelichting op deze regels is niet vastgelegd dat slechts sprake kan zijn van één woongebouw van minimaal 1500 m3. Het voorbeeld opgenomen in de toelichting op deze regels laat zien dat ook woongebouwen kleiner dan 1500 m3 zijn toegelaten. Als eis geldt wel dat een woongebouw nooit kleiner dan 750 m3 mag zijn. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen specifieke regels opgenomen over bijbehorende bouwwerken bij landgoedwoningen. De toelichting verwijst voor de motivering dat de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzame verrijking van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken naar paragraaf 2.3 in de toelichting en het landschapsplan in de bijlage bij de regels. Dit klopt niet.
In plaats van naar de bijlage bij de regels te verwijzen, had verwezen moeten worden naar het landschapsplan dat is bijgevoegd als bijlage 11 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Dit wordt in het vast te stellen bestemmingsplan aangepast. Met de provincie is intensief contact geweest alvorens het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De provincie heeft ook via een zienswijze op het bestemmingsplan gereageerd. Op bovenstaande onderdelen voldoet de ontwikkeling aan de provinciale landgoederenregeling. Op de onderdelen zoals opgenomen in artikel 3.79 lid 1 onder g en h heeft de provincie, net als de reclamant gereageerd. Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 6.d en 6.f. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.
j.
Reclamant sluit zich aan bij de aanvullende zienswijze die bij zienswijze 1 is ingediend (1.i t/m 1.t);
Zienswijze Reclamant sluit zich aan bij reactie 1.i t/m 1.t die door een andere reclamant is ingestuurd.
52
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i t/m 1.t. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
k. Reclamant vragen om een andere locatie voor de woningen aan de Vinkelsestraat te zoeken om planschade te voorkomen. Zienswijze Reclamanten geven aan dat een goede ruimtelijke ordening vraagt om het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk te houden. Er wordt verzocht om andere locaties te zoeken om woningen te projecteren, teneinde minder nadeel te realiseren/planschade te voorkomen. Beantwoording Eerder is al verwezen naar reactie 1.b voor een onderbouwing van de locatiekeuze voor de woningen aan de Vinkelsestraat. Hierop kan het volgende worden aangevuld, tussen de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat en de met dit plan te realiseren woningen is een bestaande houtwal gelegen. Deze blijft intact, er is nauwelijks sprake van zicht dat verloren gaat. Verder zijn wij van mening dat de nieuwe woningen, welke zijn gelegen op ruime kavels met daaromheen in de omgeving passende landschapselementen, waaronder een aanvullende verticale bomenlaan tussen de bestaande houtwal en de nieuwe woningen, de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat niet aantast. Bovendien wordt de inrit naar de nieuwe woningen over de diagonale laan niet tegenover de bestaande kavels aan de Vinkelsestraat gerealiseerd. Hiermee is getracht het ervaren nadeel voor de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat zo klein mogelijk te houden.
Indien reclamanten van mening zijn dat zij door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komen te verkeren, dan kunnen zij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens of de reclamanten daar recht op hebben. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
53
8. Zienswijze 8 – pro-forma ontvangen op 31 januari 2022 (1648373) met aanvullende zienswijze op 22 februari 2022 (1654525) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaan. b. De gezamenlijke perceelsgrootte van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat brengen meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee. c. De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee open afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat. d. De quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit, wordt als onbetrouwbaar gezien. e. Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd is ontoereikend. f. De bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat is in strijd is met de interim omgevingsverordening.
a. De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaan. Zienswijze De reclamant vreest voor planschade, omdat het uitzicht en de landschappelijke ligging van de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat verloren gaat door de nieuwe woningen die zijn geprojecteerd aan de Vinkelsestraat. Beantwoording Tussen de bestaande woningen aan de Vinkelsestraat en de nieuw te realiseren woningen is een houtwal gelegen. Deze houtwal blijft intact. Er is nauwelijks sprake van zicht dat verloren gaat. Verder zijn wij van mening dat de nieuwe woningen, welke zijn gelegen op ruime kavels met daaromheen in de omgeving passende landschapselementen, de landschappelijke ligging van de woning van de reclamant niet aantast. De inrit naar de nieuwe woningen wordt bovendien ook niet tegenover de kavel van de reclamant gerealiseerd, de veranderende functie is op die manier ook niet zichtbaar. De locatiekeuze voor de woningen aan de Vinkelsestraat is verder onderbouwd in reactie 1.b. Indien reclamant van mening is dat zij door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komt te verkeren, dan kan zij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens of de reclamant daar recht op heeft. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
b. De gezamenlijke perceelsgrootte van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat brengen meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee;
54
Zienswijze De nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat krijgen een gezamenlijke perceelsgrootte van 4000 m2. Deze grootte brengt meer verlichting, verstening en lawaai met zich mee wat ten koste gaat van de natuur en de vele diersoorten die er leven. Meer ruimte moet worden gemaakt voor de aanleg van bos en recreatie. Beantwoording Aan de Vinkelsestraat worden twee nieuwe vrijstaande woningen als een cluster gerealiseerd. Wij zijn van mening dat slechts het aantal woningen en het type relevant is voor de hoeveelheid verlichting, verstening en lawaai en niet de perceelsgrootte. Wij vinden dat de verhouding tussen de grootte van de percelen en de hoeveelheid natuur en recreatie die wordt gerealiseerd en al aanwezig is, goed is. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 1.b. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee op- en afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat; Zienswijze De reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in verband met de twee op- en afritten achter de houtwal aan de Vinkelsestraat, waar de verkeerssituatie onoverzichtelijk is. Beantwoording Er komt slechts één nieuwe inrit op de Vinkelsestraat om de twee nieuwe woningen die aan deze zijde van het landgoed worden gerealiseerd te ontsluiten. Het gaat hier om een reguliere in-/uitritsituatie, zoals op veel andere plekken aan de orde is en waarvan slechts door de bewoners/bezoekers van de nieuwe woningen gebruik zal worden gemaakt. Wij zijn van mening dat de in-/uitritsituatie toereikend is voor het ontsluiten van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat en door het reguliere karakter niet tot verkeersonveilige situaties leidt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
d. De quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit, wordt als onbetrouwbaar gezien; Zienswijze De reclamant is van mening dat de quickscan flora en fauna die bij het ontwerpbestemmingsplan zit onbetrouwbaar is. Het doel van een quickscan is om aan te geven welke beschermde plant- en diersoorten mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Als uit veldonderzoek blijkt dat bepaalde soorten aanwezig zijn of kunnen zijn dient er nader onderzoek plaats te vinden. Het nadere onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
55
e. Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd is ontoereikend; Zienswijze Het veldonderzoek dat in het kader van de quickscan flora en fauna is uitgevoerd heeft plaatsgevonden in de vroege middag van 20 juli en late ochtend van 21 juli 2020. Deze velddagen zijn niet representatief voor onder andere de das, omdat de das in deze maand minder actief is. Dit wordt ook bevestigd door de aanvullende zienswijze die is ingediend bij zienswijze 1 (1.i t/m 1.t). Voor verdere onvolkomenheden met betrekking tot de quickscan wordt verwezen naar deze zienswijze. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.i t/m 1.t. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
f.
De bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat is in strijd is met de interim omgevingsverordening;
Zienswijze De reclamant is van mening dat de bouw van twee woningen aan de Vinkelsestraat in strijd is met de interim omgevingsverordening. Op grond van de verordening moet volgens de reclamant minimaal 5 hectare nieuwe grond worden aangekocht om één woning te kunnen realiseren. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de reactie onder 1.a >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
56
57
Wijzigingen tussen ontwerp en vast te stellen plan ‘Landgoed De Berkt, Heesch’, dit naar aanleiding van de ingediende zienswijze Op basis van de ingediende zienswijzen is een aantal wijzigingen aan het bestemmingsplan doorgevoerd. Deze staan hieronder opgesomd: Aanpassingen toelichting Paragraaf 2.3.2. en 2.5.1: De toelichting is aangevuld met motivering voor de bed & breakfast. Paragraaf 2.3.2.: Een mogelijke toekomstige mantelzorgwoning is benoemd als onderdeel van het initiatief. Paragraaf 3.2.3.: Er is een duidelijker kaartje opgenomen in de toelichting dat illustreert op welke gronden op basis van welke regeling natuur is of wordt gerealiseerd. Paragraaf 2.4: In de toelichting is toegevoegd dat de nevenactiviteiten tot maximaal 23:00u ’s avonds kunnen worden uitgeoefend; Paragraaf 2.4 en 2.5: de functies die in de dwarsdeelschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - nevenfuncties landgoed’ worden toegelaten zijn ingeperkt en voor zover nog aan de orde beschreven en gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan. De functies die niet meer worden toegelaten zijn geschrapt.
Paragraaf 2.5 verkeer en parkeren is aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de plannen voor de nevenactiviteiten, welke zijn verkleind en ingekaderd Paragraaf 3.2.3: uitsnede van de kaart ‘instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ van de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ ter hoogte van het plangebied toegevoegd en een verantwoording opgenomen van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. Paragraaf 3.2.3.: bij de motivering van het provinciale beleid (artikel 3.79 lid 2) wordt verwijzen naar het landschapsplan in bijlage 11 van te toelichting dat integraal onderdeel uitmaakt van de toelichting van het bestemmingsplan. Bijlage 8: de rapportage van de quickscan flora en fauna is aangevuld met de gegevens aangaande de duiker in/nabij het plangebied, deze rapportage vervangt de eerdere versie van de rapportage die bij het ontwerpbestemmingsplan was gevoegd. Aanpassingen planregels Artikel 1: De begrippen ‘dagrecreatie’ en ‘extensieve recreatie’ zijn verwijderd.
Artikel 1.3 ‘aan huis gebonden beroep’ is als volgt aangepast “een dienstverlenend beroep, dat in of bij de woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is” Artikel 1.5 ‘agrarisch’ is toegevoegd ‘het telen van gewassen en/of het houden van dieren’; Artikel 1.6 ‘agrarisch grondgebruik’ is gewijzigd in ‘een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch doelmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, waarvan de productie afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond’; Artikel 1.7 ‘agrarisch hobbymatig gebruik’ is toegevoegd ‘het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren ondergeschikt aan de onderliggende bestemming’ Artikel 1.25 ‘extensief recreatief medegebruik’ is toegevoegd “een vorm van openluchtrecreatie waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in
58
59
het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte beperkt is, zoals wandelen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving” Artikel 1.40 ‘nevenfuncties landgoed de Berkt’ is toegevoegd, hierin zijn de toegelaten nevenfuncties specifiek benoemd. Artikel 3.1 onder j is gewijzigd in ‘aan huis gebonden beroep ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ (functietype wonen); Artikel 3.1: binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ is recreatief medegebruik geschrapt. Artikel 3.1 en 4.1: extensieve dagrecreatie is verwijderd in de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’ Artikel 3.1: binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ is extensief recreatief medegebruik toegevoegd.
artikel 3.1 onder h is gewijzigd in ‘nevenfuncties Landgoed De Berkt ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’’ Artikel 3.2.2 onder e: In de bouwregels is geregeld dat een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen ter plaatse van de kavels voor de nieuwe landgoedwoningen een door een ter zake deskundige opgesteld ecologisch werkplan moet bevatten waarin maatregelen zijn opgenomen om effecten voor de das door bouwwerkzaamheden te voorkomen en die bij de te verrichten bouwwerkzaamheden in acht moeten worden genomen; Artikel 3.2.2 onder d is voor de kavels voor de landgoedwoningen opgenomen dat de voorgevel van het hoofdgebouw moet zijn gelegen in dan wel raken aan de denkbeeldige zone van 1 meter breed evenwijdig aan de voorste perceelsgrens zoals als ‘gevellijn’ is aangeduid; Aan artikel 3.5.1 onder 1 wordt toegevoegd: c. sprake is van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’; In artikel 3.5.1 onder 2 is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ vervangen voor de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bed en breakfast’ Artikel 3.5.1 onder 3 wordt toegevoegd: Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’ is het gebruik van nevenfuncties landgoed de berkt toegestaan, mits: a.
niet meer dan 200 m2 bvo met maximaal 50 zitplaatsen gebruikt wordt voor theatervoorstellingen; b. niet meer dan 12 theatervoorstellingen per jaar plaatsvinden; c. niet meer dan 200 m2 bvo als vergaderlocatie wordt gebruikt; d. niet meer dan 100 m2 bvo door verenigingen zoals toneel- en dansgroepen wordt gebruikt; e. niet meer dan 200 m2 voor een kantoor zonder baliefunctie in gebruik wordt genomen; f. niet meer dan 200 m2 bvo als ambachtelijke werkplaats tot en met milieucategorie 2 al dan niet met detailhandel van ter plaatse vervaardigde-/ streek- of bedrijfseigen producten tot maximaal 100 m2 bvo in gebruik wordt genomen; g. bovengenoemde activiteiten niet gelijktijdig plaatsvinden; h. bovengenoemde activiteiten niet tussen 23:00 en 7:00u worden uitgeoefend. Artikel 3.6 Afwijken van de gebruiksregels is toegevoegd: 3.6.1 Mantelzorg Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.3 onder e en toestaan dat bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van mantelzorg onder de voorwaarden dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b. de zorgbehoefte is aangetoond door een van gemeenteweg erkende instelling;
60
c. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; d. de vloeroppervlakte die voor bewoning wordt gebruikt maximaal 110 m2 bedraagt binnen de mogelijkheden van de in artikel 3.2 opgenomen bouwregels e. er advies wordt gevraagd bij de monumentencommissie; f. er geen onafhankelijke woonruimte ontstaat; g. er een privaatrechtelijke overeenkomst (met boetebedingen) is afgesloten om controle en beëindiging van het tijdelijke gebruik als woonruimte veilig te stellen; h. De omgevingsvergunning wordt ingetrokken en het tijdelijke gebruik als woonruimte wordt beëindigd als, en zodra de noodzaak inzake mantelzorg komt te vervallen. 3.6.2 Aan huis gebonden beroep Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W ter plaatse van de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ en specifieke vorm van wonen ‘ruimte voor ruimte’ afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.1 lid 1 en een aan huis gebonden beroep toestaan, onder de voorwaarden dat: a. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. omliggende functies niet in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt; c. geen onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid plaatsvindt. Artikel 5.2 – De voorrangsbepaling “De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt” is toegevoegd Artikel 5.5.1.
– strijdig gebruik toegevoegd a. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b,v. van inspectie en onderhoud van de gastransportteiding; b. het wiizigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. Artikel 5.4.2. - het woord 'schriftelijk' is aan het artikel toegevoegd Artikel 5.6.1. – lid j het aanbrengen en rooien van diep wortelende beplantingen en bomen toege-voegd Artikel 5.6.2. – lid c zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken en lid d die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning toegevoegd Artikel 5.6.3. – lid b Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen toegevoegd.
Artikel 11: in dit artikel is een regeling voor parkeren opgenomen Artikel 12.2: is gewijzigd, zodat alleen nog afwijking van het landschapsplan mogelijk is waarbij de sterrenbosstructuur en de lanen wordt behouden, de wijzigingen niet in strijd zijn met de Notitie kwaliteitsverbetering Das en nadat advies is ingewonnen bij de provincie Artikel 13.1: een regeling opgenomen waarmee openstelling van het landgoed ingevolge de vereisten van de Natuurschoonwet is verzekerd Artikel 13.1: In dit artikel is de uitvoering van een inrichting- en beheerplan geborgd, welke als bijlage 4 bij de regels is gevoegd Artikel 13.1: In dit artikel is een te volgen Notitie kwaliteitsverbetering Das geborgd, welke als bijlage 5 bij de regels is gevoegd Bijlage 11 – De centrale middenlaan en de diagonalen lanen worden niet met eiken, maar met linden uitgevoerd.
Aanpassingen verbeelding de bouwvlakken voor de landgoedwoningen zijn verkleind en voor de landgoedwoningen is een gevellijn opgenomen de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ ter hoogte van de ruimte-voorruimte kavel aan de Kasteellaan is verwijderd de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bed en breakfast’ is toegevoegd ter hoogte van het gebouw waar dit is beoogd Ambtshalve wijzigingen tussen ontwerp en vast te stellen plan ‘Landgoed De Berkt, Heesch’ Naast de wijzigingen die volgen uit de zienswijzen, is eveneens een aantal ambtelijke wijziging aan het bestemmingsplan doorgevoerd. Het betreft de volgende wijzigingen: Aanpassingen toelichting Paragraaf 3.3.1: toetsing aan de Structuurvisie Bernheze is aangevuld met de beschrijving van ‘ruimte voor water’ uit de structuurvisie, waarbij aan dit beleid ook is getoetst. Paragraaf 3.3.4: het plangebied is gelegen in een gebied dat welstandsvrij is, het tegengestelde was in deze paragraaf opgenomen. Dit is hersteld. Paragraaf 5.2: de toelichting op de regels is gewijzigd n.a.v. de wijzigingen van de regels door de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Aanpassingen planregels Artikel 1.58 ‘wonen’ is toegevoegd “het bewonen van een woning” Wijze van meten: definitie ‘Inhoud van een bouwwerk’ verwijderd, omdat dit onderdeel overbodig is. Hierover zijn de planregels geen regels opgenomen.
Artikel 3.2 onder b: regel versimpeld. Artikel 3.4.1 onder e: regel verduidelijkt. Artikel 3.4.2: verwijderd, i.v.m. strijdigheid/ onduidelijkheid i.r.t. de specifieke afwijkingsvoorwaarden zoals geformuleerd in artikel 3.4.1. Artikel 3.5.3 onder c: verwijzingen kloppend gemaakt. Artikel 3.5.4: toegevoegd om zeker te stellen dat een regenwatervoorziening werkend aanwezig is die minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak regenwater tijdelijk bergt en vertraagt afvoert. Artikel 11 Algemene bouwregels: “De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing voor stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen; e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; f. de ruimte tussen bouwwerken.” is verwijderd. In verband met landelijk gewijzigde regelgeving heeft dit artikel geen rechtskracht meer. Artikel 12.3: toegevoegd in verband met toevoeging van bijlage 4 Inrichting- en beheerplan.
Artikel 13.1 onder d: toegevoegd om de voorrangsvolgorde te regelen indien sprake is van strijdigheid tussen de Notitie kwaliteitsverbetering Das, de vereisten voor openstelling van landgoederen die ingevolge de Natuurschoonwet gelden, het inrichting- en beheerplan ‘De Berkt’ en landschapsplan ‘De Berkt’.
61
Artikel 14.1 onder b: regel ingeperkt i.v.m. rechtszekerheid.
Aanpassingen verbeelding n.v.t.
62