CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen

Commissie Ruimtelijke Zaken 22 juni 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landgoed De Berkt, Heesch21.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zienswijze De reclamant is van mening dat het toevoegen van de extra bebouwing onvoldoende onderbouwd is. Het plan is gepresenteerd als kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Cliënt ziet echter niet in waarom de bebouwing die de gemeente thans wilt toestaan als kwaliteitsimpuls kan worden gezien. Onvoldoende is aangetoond dat deze bebouwing noodzakelijk is. Cliënt kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het om financieel gewin te doen is. Dit zeker ook gezien de leeftijd van initiatiefnemer. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.b, wat wordt aangevuld met het navolgende. De initiatiefnemer wil het landgoed voor de toekomst graag behouden, ook als hij er zelf niet meer is. Dit doet hij via het vastleggen van verplichtingen ten aanzien van de voorgestelde plannen in het bestemmingsplan en op andere bindende wijzen: overeenkomsten en subsidies. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

24

u. Er is in het bestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden met het bedrijf van de reclamant. Zienswijze Er is ten onrechte niet bekeken of het plan gevolgen kan hebben voor de mogelijkheden van cliënt. De cliënt is in 2012 gestopt als melkveehouder. Alle bebouwing behorend bij het melkveebedrijf staat er echter nog en ook de vergunningen zijn nog aanwezig. Het feit dat het melkveebedrijf niet meer actief is betekent naar het oordeel van cliënt niet dat hiermee geen rekening meer dient te hoeven worden. Bovendien is cliënt samen met zijn zoon bezig met het zoeken naar een nieuwe invulling van leegstaande bedrijfsbebouwing. Cliënt wil de zekerheid dat hij daarbij op geen enkele wijze wordt beperkt door dit plan. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.c, wat wordt aangevuld met het navolgende. Alleen met de op dit moment planologisch toegelaten mogelijkheden ter hoogte van Berktstraat 7 kan op dit moment rekening worden gehouden, in deze mogelijkheden wordt de reclamant niet beperkt. Bovendien komen de nieuwe woningen bij het landgoed niet dichterbij Berktstraat 7 te liggen dan al bestaande omliggende woningen. Er is dus geen sprake van nieuwe maatgevende milieugevoelige objecten nabij Berktstraat 7.

Tenslotte willen we nog opmerken dat op basis van het Bestand Veehouderij Bedrijven van de provincie Noord-Brabant kan worden gesteld dat de vergunning voor het gehele veebestand op de locatie Berktstraat 7 in 2015 is ingetrokken. Momenteel is er geen actieve milieuvergunning aanwezig voor het bedrijf. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

v. De Berkstraat is niet ingericht op een hogere verkeersbelasting, het is daarbij onduidelijk waarop de verkeerscijfers zijn gebaseerd. Zienswijze Door de nieuwe inrichting en extra functies zal het aantal verkeersbewegingen toe gaan nemen. De Berktstraat is een smalle eenbaansweg, nog meer verkeer is onverantwoord. In de toelichting worden 80 verkeersbewegingen in de dag en avonduren en 80 verkeersbewegingen in de nacht genoemd. Dit als verwachte toename van de nevenactiviteiten. Het is de reclamant niet duidelijk waarop de verkeerscijfers zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan zijn gebaseerd. Ook is de toename van wandelaars niet meegenomen in het bestemmingsplan. Beantwoording De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen verkeerscijfers zijn gebaseerd op de meest verkeersbelastende toegelaten functie (worst case). Dat is voor de verkeersgeneratie de maatschappelijke voorziening ‘kinderdagverblijf’ of daarmee gelijk te stellen ‘dagopvang’ en voor het parkeren de theaterfunctie. Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van de kengetallen van CROW, voor de parkeerbehoefte is uitgegaan van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid. Er is 200 m2 bvo: - Een kinderdagverblijf (en daarmee gelijk te stellen dagopvang) heeft volgens het CROW een verkeersaantrekkende werking van 34,9-39,9 per 100 m2 bvo. Dit zijn maximaal 80 verkeersbewegingen op 200 m2 bvo.

- Een theaterfunctie heeft een parkeernorm van 0,4 per zitplaats. Uitgegaan is van maximaal 100 bezoekers per voorstelling, wat resulteert in 40 parkeerplaatsen.

25

Voor het wandelen geldt dat het initiatief zich niet richt op wandelaars van elders, maar op wandelaars uit de buurt die een ommetje maken vanaf hun werk of woning. Verder is het initiatief op dit moment al onderdeel van het wandelroutenetwerk, waarlangs pleisterplaatsen zijn gelegen waar men parkeert en een hapje/drankje kan nuttigen. Onderhavig initiatief is geen pleisterplaats, maar onderdeel van een route die mensen vanaf een pleisterplaats ondernemen. Zoals aangegeven onder punt 2.e, is de verkeer- en parkeerparagraaf in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan aangepast. Dit naar aanleiding van wijzigingen in de plannen voor de nevenactiviteiten, welke nader zijn gedefinieerd en verkleind, en als zodanig vastgelegd in de regels van het vast te stellen bestemmingsplan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

w. Het is onvoldoende duidelijk wat de nevenactiviteiten precies gaan inhouden. Zienswijze Het is onvoldoende duidelijk wat de nevenactiviteiten precies gaan inhouden. Duidelijker moet in het plan worden opgenomen wat er nu precies is toegestaan en daaraan moeten maxima worden gekoppeld. Het is nu te ruim en te vrijblijvend. Ook is het niet duidelijk of ter plaatse horeca wordt toegelaten. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.m en 2.n, wat wordt aangevuld met het navolgende. Wij zijn van mening dat de nevenactiviteiten in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad te ruim zijn geformuleerd. Ook zijn de regels te ruim ten opzichte van wat in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is geformuleerd. Dit kaderen wij in, zodat de toelichting en regels meer op elkaar aansluiten en via de regels alleen wordt toegelaten wat ook is gemotiveerd in de toelichting.

In het vast te stellen bestemmingsplan worden de navolgende functies als nevenactiviteiten in de dwarsdeelschuur specifiek nog mogelijk gemaakt: - Ontmoetingsgebouw/-centrum: o Theatervoorstellingen met maximaal 50 zitplaatsen, niet vaker dan 12 x per jaar; o vergaderingen door externe partijen; o verenigingen zoals een toneelvereniging of dansgroep, waarvoor maximaal 100m2 tegelijkertijd gebruikt mag worden o kantoor zonder baliefunctie; - Ambachtelijke werkplaats (maximaal milieucategorie 2) al dan niet in combinatie met maximaal 100 m2 detailhandel. Een en ander met: - een maximale gebruikerseindtijd: 23:00u; - het gebruik door één type nevenfunctie tegelijkertijd. De functies die in de dwarsdeelschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - nevenfuncties landgoed’ worden toegelaten zijn voor zover nog aan de orde beschreven en gemotiveerd in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. De functies die niet meer worden toegelaten zijn hierin geschrapt. In de regels van het vast te stellen bestemmingsplan zijn alleen nog de in de toelichting gemotiveerde nevenfuncties specifiek benoemd en nader geborgd. Daarbij is ook de maximale gebruikerseindtijd toegevoegd en de voorwaarde dat tegelijkertijd maar één type nevenfunctie mag worden uitgeoefend. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.

Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

26

x. De reclamant zet zijn vraagtekens bij het waterplan Zienswijze In het plan wordt watertoevoer vanuit noordelijke richting belemmerd vanwege zeer slecht onderhoud. Reclamant vraagt zich af hoe het plan gezien de slechte staat van onderhoud kan werken. Beantwoording De watertoevoer vanuit het noorden richting het landgoed wordt inderdaad belemmerd door slecht onderhoud van waterlopen. Helaas zijn deze waterlopen niet in eigendom van de initiatiefnemer van voorliggend bestemmingsplan, de gemeente of het waterschap en zijn ze ook niet ‘aangewezen’. Hierdoor is het onderhoud van deze waterlopen niet geborgd. Om de watertoevoer richting het landgoed mogelijk te maken heeft het waterschap een plan ontwikkeld waarmee dit vanaf het zuiden mogelijk wordt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

27

3. Zienswijze 3 – ontvangen op 27 januari 2022 (1647555) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Door de reclamant wordt aangegeven dat in artikel 5 ‘Leiding – Gas’ een voorrangsbepaling ontbreekt. b. Reclamant verzoekt om met betrekking tot artikel 5 ‘Leiding-Gas’ specifieke gebruiksregels toe te voegen. c. Bij artikel 5.3.2 ontbreekt het woord 'schriftelijk' bij het overleg met de leidingbeheerder. d. Bij artikel 5.4.1 mist een bepaling over het rooien van diepwortelende beplanting. e. Artikel 5.4.2 is momenteel onvolledig. f. Reclamant verzoekt om artikel 5.4.3. en toe te voegen dat er pas mag beslist mag worden op een omgevingsvergunning, nadat schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. g. Alle bovengenoemde bezwaren kunnen worden opgelost door het standaard artikel Leiding-Gas integraal over te nemen.

a. Door de reclamant wordt aangegeven dat in artikel 5 ‘Leiding – Gas’ een voorrangsbepaling ontbreekt; Zienswijze In het plangebied liggen twee aardgastransportleidingen die bij de reclamant in beheer zijn. In artikel 5 Leiding-Gas ontbreekt de voorrangsbepaling. Wij verzoeken u daarom de onderstaande tekst toe te voegen: x.x Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. Beantwoording Wij hebben de regels voor de aardgastransportleiding overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, omdat die regels elders in het gemeentelijk grondgebied voor deze leiding als zodanig wel blijven gelden en zo eenduidigheid in de regels aan de orde is. Op verzoek van de indiener van de zienswijze nemen wij het door hun gedane voorstel over. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

b. Reclamant verzoekt om met betrekking tot artikel 5 ‘Leiding-Gas’ specifieke gebruiksregels toe te voegen. Zienswijze In artikel 5 Leiding-Gas ontbreekt de tekst met daarin de Specifieke gebruiksregels. Verzocht wordt om de navolgende regels toe te voegen: a. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b,v. van inspectie en onderhoud van de gastransportteiding; b. het wiizigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een

28

kwetsbaar object wordt toegelaten.

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 3.a. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

c. Bij artikel 5.3.2 ontbreekt het woord 'schriftelijk' bij het overleg met de leidingbeheerder. Zienswijze Bij artikel 5.3.2 ontbreekt het woord 'schriftelijk' bij het overleg met de leidingbeheerder. Er wordt verzocht om dit toe te voegen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 3.a. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

d. Bij artikel 5.4.1 mist een bepaling over het rooien van diepwortelende beplanting. Zienswijze Bij artikel 5.4.1 mist de bepaling over het rooien van diepwortelende beplanting. Wij verzoeken u daarom de volgende tekst toe te voegen: het aanbrengen en rooien van diep wortelende beplantingen en bomen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 3.a. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

e. Artikel 5.4.2 is momenteel onvolledig. Zienswijze Bij artikel 5.4.2 mist de tekst over werkzaamheden die vallen onder Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Daarnaast ontbreekt ook de tekst over uitvoering van werkzaamheden op basis van een reeds verleende vergunning. Wij verzoeken u daarom de onderstaande tekst toe te voegen: a. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; b. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 3.a. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

29

f.

Reclamant verzoekt om artikel 5.4.3. en toe te voegen dat er pas mag beslist mag worden op een omgevingsvergunning, nadat schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Zienswijze In artikel 5.4.3 ontbreekt de tekst dat er pas beslist mag worden op de aanvraag op een omgevingsvergunning nadat er schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Wij verzoeken u daarom het volgende toe te voegen: Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 3.a. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

30

4. Zienswijze 4 – ontvangen op 28 januari 2022 (1648121) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Met de bouw van vier woningen zal er schade en afbreuk worden gedaan aan de cultuur en natuurwaarde op het landgoed. b. Met de ontwikkeling neemt het aantal activiteiten en bewegingen op en rondom het landgoed toe. Reclamant geeft aan dat er eerder sprake is van een recreatiebestemming, dan een natuurbestemming. c. De ontwikkeling is gericht op financieel gewin van de initiatiefnemer. d. De ontwikkeling veroorzaakt overlast voor het naastgelegen monument. e. Het initiatief zorgt voor waardedaling van de omliggende woningen. f. De bij de landgoedwoning beoogde nevenactiviteiten zorgen voor overlast in de omgeving. g. Reclamant geeft aan niet te zijn uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. h. Reclamant geeft aan de ontwikkeling met alle gevolgen van dien niet passend te vinden bij monumentale waarde van het buitengebied. i. Reclamant geeft aan dat de bouw van een bijgebouw bij de Rijksmonumentale landgoedwoning momenteel zonder vergunning plaatsvindt.

a. Met de bouw van vier woningen zal er schade en afbreuk worden gedaan aan de cultuur en natuurwaarde op het landgoed; Zienswijze Reclamant heeft bezwaar tegen de realisatie van vier bouwkavels. Het doet afbreuk aan de cultuur- en natuurwaarde. Het is ook niet toegelaten op basis van het vigerende bestemmingsplan. Beantwoording In het ontwerpbestemmingsplan worden drie bouwkavels mogelijk gemaakt. Geen vier. In het ontwerpbestemmingsplan is gemotiveerd dat de realisatie van drie bouwkavels de cultuur- en natuurwaarden ter plaatse niet onevenredig schaadt. Door de reclamant wordt niet gemotiveerd waarom dit wel zo zou zijn. Het bestemmingsplan is een momentopname, mocht iets op een bepaald moment niet gewenst en niet mogelijk zijn, dan kan daar op een ander moment anders over worden gedacht. Daarom bestaat er ook de mogelijkheid om een nieuw bestemmingsplan op te stellen of van een bestemmingsplan af te wijken. Voorwaarde is wel dat een plan past binnen het beleid en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het voorliggende bestemmingsplan is aangetoond dat plannen voor Landgoed De Berkt passen binnen het beleid en voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

31

b. Met de ontwikkeling neemt het aantal activiteiten en bewegingen op en rondom het landgoed toe. Reclamant geeft aan dat er eerder sprake is van een recreatiebestemming, dan een natuurbestemming. Zienswijze Door de extra woningen en uitbreiding van het Sterrenbos komt er meer beweging en activiteit op het landgoed. De ‘ommetjes’ die kunnen worden gemaakt lijken meer op recreatie dan natuur. De vigerende bestemmingsplannen laten extensieve dagrecreatie toe, dit staat haaks op het maken van ommetjes. Beantwoording Op dit moment is op basis van het vigerende bestemmingsplan in de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – leefgebied stuweelvogels’ extensieve dagrecreatie toegestaan. Dit is overgenomen in het bestemmingsplan dat voor Landgoed De Berkt is opgesteld. Echter is dit niet expliciet nader in het vigerende bestemmingsplan (buitengebied Bernheze) gedefinieerd. Maar op basis van hetgeen wel is omschreven zou hieronder kunnen vallen: het op extensieve wijze bedrijfsmatig uitoefenen van diensten op het gebied van recreatie, sport-, educatie of cultuur welke geheel of in overwegende mate in de open lucht worden aangeboden, met daarbij behorende voorzieningen.

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen hebben we besloten uit de regels van het vast te stellen bestemmingsplan de functie extensieve dagrecreatie in de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’ te verwijderen. Daarnaast is binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ recreatief medegebruik geschrapt. Binnen de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’ maken we in het vast te stellen plan wel extensief recreatief medegebruik mogelijk. Wat hiermee wordt bedoeld is “een vorm van openluchtrecreatie waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte beperkt is, zoals wandelen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving”. Andere vormen van recreatie zijn op het landgoed niet aan de orde en op basis van het vast te stellen bestemmingsplan ook niet expliciet toegestaan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

c. De ontwikkeling is gericht op financieel gewin van de initiatiefnemer; Zienswijze De reclamant vindt dat de motivatie van de initiatiefnemer enkel en alleen financieel is. Het landgoed wordt met deze ontwikkeling vercommercialiseerd. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.b en 2.t. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

32

d. De ontwikkeling veroorzaakt overlast voor het naastgelegen monument; Zienswijze Het naastgelegen gemeentelijk monument, zo bestempeld vanwege locatie natuurgebied en cultuurhistorische waarde, krijgt aanzienlijke overlast van vercommercialisering. Beantwoording Door de reclamant wordt niet nader gemotiveerd wat met de overlast die het initiatief veroorzaakt voor het naastgelegen monument wordt bedoeld. Op de zienswijze kan met die reden niet nader ingegaan worden. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

e. Het initiatief zorgt voor waardedaling van de omliggende woningen. Zienswijze De reclamant constateert dat het initiatief waardedaling van omliggende panden tot gevolg heeft. Beantwoording Indien de reclamant van mening is dat hij door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komt te verkeren, dan kan hij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens of de reclamant daar recht op heeft. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

f.

De bij de landgoedwoning beoogde nevenactiviteiten zorgen voor overlast in de omgeving.

Zienswijze De nevenactiviteiten en bijbehorende verkeersgeneratie en parkeerdruk druist tegen de cultuuren natuurhistorische waarde van het landgoed in. De nevenactiviteiten zorgen voor overlast voor de reclamant. Het gaat dan om overlast van meer verkeer en de parkeerplaats: koplampen, slaande deuren, afscheids- en aankomstgepraat overdag, ’s avonds en ’s nachts. Het is niet in overeenstemming met de vigerende bestemmingsplannen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.d, 2.e en 2.l, wat wordt aangevuld met het navolgende. Het initiatief dat mogelijk wordt gemaakt in het plangebied is deels nog niet toegelaten op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Met die reden is voor Landgoed De Berkt een nieuw bestemmingsplan opgesteld, er is beoordeeld dat het initiatief past binnen provinciale en gemeentelijke beleid en voldoet aan de milieutechnische kaders. Sprake is van een goede ruimtelijke ordening. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

33

g. Reclamant geeft aan niet te zijn uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. Zienswijze Reclamant geeft aan voor beide omgevingsdialogen met betrekking tot Landgoed de Berkt niet te zijn uitgenodigd en dientengevolge niet op de hoogte te zijn gebracht. Beantwoording De gemeente vindt het belangrijk dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen met hun omgeving over hun plannen praten. Een initiatiefnemer van een ruimtelijk plan wordt door het college van B&W dan ook geadviseerd om tijdens het maken van de plannen een omgevingsdialoog te voeren. Voor het voeren van een omgevingsdialoog heeft de gemeente (nog) geen eisen of richtlijnen vastgelegd. Het is dus vormvrij. De initiatiefnemer heeft de omgevingsdialoog in goed vertrouwen uitgevoerd, waarbij hij zijn omgeving heeft bepaald aan de hand van de afstand van de meer intensieve functies op het landgoed ten opzichte van omwonenden. De initiatiefnemer heeft, dit afwegende, de reclamant tot zijn omgeving geschaard en destijds dan ook uitgenodigd voor de omgevingsdialoog. Echter, heeft de reclamant in verband met vakantie afgemeld. De initiatiefnemer heeft als alternatief een persoonlijk gesprek met de reclamant gevoerd om zijn plannen te bespreken. Een nieuwe omgevingsdialoog voeren is op dit moment niet zinvol meer, hiervoor verwijzen we naar de beantwoording van reactie 2.s.

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

h. Reclamant geeft aan de ontwikkeling met alle gevolgen van dien niet passend te vinden bij monumentale waarde van het buitengebied. Zienswijze Reclamant geeft aan te wonen in monument nabij de voorgestelde ontwikkeling. Het is zeer onwenselijk dat in de nabijheid van een gemeentelijk monument en Rijksmonumenten extra woningen en een mantelzorgwoning te bouwen en commerciële activiteiten te laten plaatsvinden. Hierdoor zal de toename van verkeer, mensen, geluid en licht zeer hínderlijk zijn voor de gehele omgeving. Beantwoording Stimulering van herbestemming van monumenten is Rijksbeleid. Ook wij zijn van mening dat in monumenten nieuwe functies moeten kunnen worden uitgeoefend. Hierdoor kan het behoud van dergelijke panden op langere termijn worden zeker gesteld. De monumentencommissie heeft positief geadviseerd over het gehele initiatief, waaronder de bijbehorende bouwplannen. In het bestemmingsplan en de daarbij behorende onderzoeken is aangetoond dat de nieuwe functies niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omliggende woningen zullen leiden. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

34

i.

Reclamant geeft aan dat de bouw van een bijgebouw bij de rijksmonumentale landgoedwoning momenteel zonder vergunning plaats vindt.

Zienswijze Reclamant geeft aan dat er momenteel bij het Rijksmonument een mantelzorgwoning wordt gebouwd zonder vergunning. Beantwoording Dit is geen onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure. Het gaat hier om een kwestie voor handhaving en is vanuit dat perspectief reeds opgepakt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

35

5. Zienswijze 5 – ontvangen op 31 januari 2022 (1648714) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De maximale planologische mogelijkheden van de nevenactiviteiten bij het landgoed zijn onvoldoende toegelicht. b. Het is onvoldoende duidelijk of bij de nieuw te realiseren ruimte-voor-ruimte woning ook een aan huis gebonden beroep is toegestaan. c. Momenteel lijkt het er op dat bij de nieuw te realiseren ruimte-voor-ruimtewoning een bed & breakfast rechtstreeks is toegestaan, dit zal niet de bedoeling zijn. d. Op basis van de planregels lijkt het er op dat het gehele perceel ook ingezet kan worden ten behoeve van recreatie. Hier is in de toelichting van het bestemmingsplan aan voorbij gegaan. e. Reclamant is van mening dat met de planregels een agrarisch bedrijf ter plaatse wordt mogelijk gemaakt. f. De beoogde bed & breakfast bij de bestaande landgoedwoning is niet nader gemotiveerd. g. De nevenactiviteiten in de dwarsschuur zijn ruimer toegelaten dan gemotiveerd in de toelichting. h. In de plantoelichting wordt gesproken over een mogelijke zorgwoning, deze wordt in de planregels niet aangehaald. i. Reclamant geeft aan dat de nevenactiviteiten niet als ondergeschikt kunnen worden gezien. j.

In het akoestisch rapport dat is opgesteld voor de nevenfuncties op het landgoed is geen rekening gehouden met cumulatie. k. Het gestelde aantal verkeersbewegingen dient nader te worden gedefinieerd. l. Reclamant wil graag helderheid over de verkeerssituatie aan de kasteellaan. m. Ten aanzien van het aspect parkeren is geen rekening gehouden met cumulatie van diverse functies. n. In het bestemmingsplan is niet geborgd dat er parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden.

a. De maximale planologische mogelijkheden van de nevenactiviteiten bij het landgoed zijn onvoldoende toegelicht. Zienswijze Het is op dit moment onduidelijk wat voor gebruik naast wonen exact gaat plaats vinden op het landgoed. Om alle mogelijkheden open te houden zijn in het ontwerpbestemmingsplan ruime gebruiksmogelijkheden opgenomen voor het perceel. Hier kunnen reclamanten zich niet mee verenigen, daar voor hen nu onduidelijk is wat de maximale planologische mogelijkheden zijn en welke intensiteit dit met zich meebrengt. Beantwoording De mogelijke nevenactiviteiten zijn inderdaad ruim opgezet binnen het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijzen hebben we de beoogde nevenactiviteiten nader gespecificeerd en strakker ingekaderd binnen de regels van het vast te stellen bestemmingsplan. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de reactie onder 2.w. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

36

b. Het is onvoldoende duidelijk of bij de nieuw te realiseren ruimte-voor-ruimte woning ook een aan huis gebonden beroep is toegestaan. Zienswijze De reclamant verneemt graag hoe artikel 3.5.1 gelezen moet worden in combinatie met artikel 3.1 onder j (aan huis gebonden beroep). Mocht het zo zijn dat bij nieuwe woningen een aan huis gebonden beroep is toegestaan dan is in de toelichting en de daarbij horende onderzoeken met deze omstandigheid geen rekening gehouden. Tevens bevreemdt het de reclamant dat niet is vastgelegd dat het aan huis gebonden beroep door de bewoner moet worden uitgeoefend. Er wordt verzocht dit in de regels te verduidelijken. Beantwoording De aan huis gebonden beroepenregeling in de regels van het ontwerpbestemmingsplan is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Om zoveel mogelijk eenduidige regels te hebben is hier niet aan getornd. Het klopt dat onduidelijk is in hoeverre een aan huis gebonden beroep in een nieuwe situatie is toegestaan. Wij zijn van mening dat dit op basis van de regeling wel het geval is. De reclamant heeft echter gelijk dat dit, indien het nieuw wordt mogelijk gemaakt, moet worden gemotiveerd.

De regels van het vast te stellen bestemmingsplan worden zodanig aangepast dat alleen voor het bestaande landhuis aan de Kasteellaan nog een aan huis gebonden beroep rechtstreeks mogelijk is, zoals is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Voor de nieuwe woningen wordt de regeling veranderd. Daar is een aan huis gebonden beroep, in de omvang zoals eerder geregeld, alleen nog op basis van een binnenplanse afwijking mogelijk. Om gebruik te kunnen maken van de afwijkingsregel moet worden gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omliggende functies niet in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt en geen onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid plaatsvindt. Verder wordt aan het begrip ‘aan huis gebonden beroep’ toegevoegd dat het door de bewoner moet worden uitgeoefend. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

c. Momenteel lijkt het er op dat bij de nieuw te realiseren ruimte-voor-ruimtewoning een bed & breakfast rechtstreeks is toegestaan, dit zal niet de bedoeling zijn. Zienswijze Het lijkt erop dat binnen het bouwvlak waar de ruimte-voor-ruimtewoning gebouwd kan worden tevens een bed & breakfast is toegestaan, omdat hier ook sprake is van de aanuiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’. De reclamant vraagt of dit de bedoeling is. Beantwoording Het is niet de bedoeling geweest om de nieuwe te realiseren ruimte-voor-ruimtewoning binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ te laten vallen. Dit bouwvlak hoort alleen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ te hebben. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed’ wordt ter plaatse van de ruimte-voorruimte-kavel in het vast te stellen bestemmingsplan dan ook verwijderd. Er was in ieder geval geen intentie om bij de ruimte-voor-ruimtewoning een bed & breakfast toe te laten. Dit is nu gecorrigeerd.

37

Aanvullend wordt ter verduidelijking op de verbeelding van het vast te stellen bestemmingsplan een aanduiding opgenomen op de locatie waar de bed & breakfast is bedoeld, als deze wordt gerealiseerd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

d. Op basis van de planregels lijkt het er op dat het gehele perceel ook ingezet kan worden ten behoeve van recreatie. Hier is in de toelichting van het bestemmingsplan aan voorbij gegaan. Zienswijze Gelet op de redactie van artikel 3.1 onder m en n van de regels en de daarbij horende begripsomschrijving vraagt de reclamant zich af of het gehele perceel ook ingezet kan worden ten behoeve van recreatie. Indien dit tot de mogelijkheden behoort, dan wensen de reclamanten op te merken dat ook hier in de toelichting en de daarbij behorende onderzoeken volledig aan voorbij is gegaan. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 4.b. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

e. Reclamant is van mening dat met de planregels een agrarisch bedrijf ter plaatse wordt mogelijk gemaakt; Zienswijze Ingevolge artikel 3.1 onder e van de regels zijn de voor ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ aangewezen gronden bestemd voor agrarisch grondgebruik. Onder agrarisch grondgebruik wordt verstaan (artikel 1.5) de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Met de regels wordt mogelijk gemaakt dat een agrarisch bedrijf ter plaatse gevestigd mag worden. Hierover wordt in de toelichting en de onderzoeken niet gesproken. Beantwoording Artikel 3.1 onder e in het ontwerpbestemmingsplan is overgenomen van het vigerende bestemmingsplan. Dit geldt ook voor artikel 1.5, waarin wordt gesproken over ‘de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf’. Wij willen voorop stellen dat in de vigerende situatie het niet is toegestaan om ter plaatse een agrarisch bedrijf te vestigen, omdat geen sprake is van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ of ‘agrarisch bedrijf’. Om in het vast te stellen bestemmingsplan nader te verduidelijken dat geen agrarisch bedrijf mag worden gevestigd wordt het begrip ‘agrarisch grondgebruik’ aangepast en worden de begrippen ‘agrarisch hobbymatig gebruik’ en ‘agrarisch’ toegevoegd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.

Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

38

f.

De beoogde bed & breakfast bij de bestaande landgoedwoning is niet nader gemotiveerd.

Zienswijze De bed & breakfast die wordt mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – landgoed (functietype wonen)’ is niet gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan of de onderzoeken. Beantwoording Dat klopt. Dit is namelijk later aan het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd. Dit wordt nader gemotiveerd in het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

g. De nevenactiviteiten in de dwarsschuur zijn ruimer toegelaten dan gemotiveerd in de toelichting. Zienswijze De reclamant heeft vragen/opmerkingen over de nevenactiviteiten in de dwarsdeelschuur. De mogelijkheden zijn ruimer toegelaten dan gemotiveerd in de toelichting. Met de toegelaten functies in de dwarsdeelschuur kan de reclamant zich niet verenigen omdat onduidelijk is wat er maximaal kan en welke intensiteit dit met zich meebrengt. De reclamant concludeert dat de staat van bedrijfsactiviteiten ruim is en niet voldoet aan de definitiebepaling van maatschappelijke, commerciële en ambachtelijke functies die zijn toegelaten. Graag verneemt de reclamant waarom er zo’n ruime staat van bedrijfsactiviteiten is opgenomen. Uit het akoestisch onderzoek voor de nevenactiviteiten in de dwarsdeelschuur zijn bedrijven in categorie 3.1 opgenomen, terwijl de regels alleen categorie 2 bedrijven toelaat. Hierover willen de reclamanten duidelijkheid. In de toelichting wordt gesproken over een multifunctionele dwarsdeelschuur. Gelet op de genoemde voorbeelden lijkt het erop dat de schuur ook voor meerdere functies wordt ingezet. Dit is niet te rijmen met hetgeen in 3.5.3 onder g van de regels waarin is opgenomen dat het vestigen van twee of meer zelfstandige bedrijven ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – nevenfuncties landgoed’ niet is toegestaan.

Omdat niet inzichtelijk wordt gemaakt wat de gebruikersintensiteit is van de functies die zich gaan vestigen in de dwarsdeelschuur wordt niet inzichtelijk wat de reële maximale planologische mogelijkheden zijn en kan niet worden beoordeeld of het toestaan van dergelijk gebruik overeenkomstig een goede ruimtelijke ordening is. Gevraagd wordt of het klopt dat kantoren alleen zijn toegestaan als ze niet over een baliefunctie beschikken.

39

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.w en 5.a, wat wordt aangevuld met het navolgende. De staat van bedrijfsactiviteiten is een standaard lijst. Op deze lijst staan alle bedrijven in de verschillende categorieën die ingevolge het vigerende bestemmingsplan – mits op een locatie aan de orde - zijn toegelaten. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen nevenfuncties landgoed’ in het ontwerpbestemmingsplan zijn maatschappelijke, commerciële en ambachtelijke functies + bedrijven in milieucategorie 2 toegelaten. Dit is opgenomen in artikel 3.1 onder f van de regels van het ontwerpbestemmingsplan. De regel houdt in dat de bedrijven in milieucategorie 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van voornoemde aanduiding kunnen worden uitgeoefend. Wij zijn het ermee eens dat de redactie van 3.1 onder f van de regels van het ontwerpbestemmingsplan niet duidelijk is. In het vast te stellen bestemmingsplan is de redactie gewijzigd. Ten aanzien van bedrijven in milieucategorie 2 worden nu alleen nog een ambachtelijke werkplaats van milieucategorie 2 toegelaten. In het akoestisch onderzoek is voor wat betreft de te vestigen bedrijvigheid uitgegaan van een worst-case scenario (categorie 3.1), dit is echter niet toegelaten via de regels van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee niet toegelaten binnen voornoemde aanduiding.

Het akoestisch onderzoek is niet aangepast, omdat de functies die in het vast te stellen bestemmingsplan voor de dwarsdeelschuur behouden blijven in het onderzoek zijn opgenomen. Hetgeen in het onderzoek nog meer is onderzocht is niet relevant meer, omdat die zaken niet via het juridisch bindende gedeelte van het vast te stellen bestemmingsplan zijn bestemd. Op basis van de provinciale regelgeving is het niet toegelaten om in het buitengebied meer dan één zelfstandig bedrijf per bestemmingsvlak te vestigen. Daar komt de specifieke strijdig gebruik regel vandaan. Een en ander houdt in dat ter plaatse van voornoemde aanduiding allerlei verschillende typen functies/bedrijven kunnen worden gevestigd, maar slechts één tegelijkertijd. De gebruikersintensiteit is inderdaad niet inzichtelijk gemaakt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Echter, is hier wel naar gekeken voor wat betreft bijvoorbeeld de totstandkoming van de verkeer- en parkeerparagraaf van de toelichting. Zie hiertoe in ieder geval de beantwoording onder reactie 2.v. Dit zal in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan nader worden gemotiveerd voor de functies die voor de dwarsdeelschuur overeind blijven. Het klopt dat kantoren alleen worden toegelaten als ze niet over een baliefunctie beschikken. Ook deze regel komt voort uit de provinciale regelgeving.

>> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

h. In de plantoelichting wordt gesproken over een mogelijke zorgwoning, deze wordt in de planregels niet aangehaald. Zienswijze In de toelichting staat omschreven dat bij het landgoed ook een zorgwoning wordt gerealiseerd. Dit blijkt echter niet uit de regels van het ontwerpbestemmingsplan.

40

Beantwoording Zie de beantwoording van reactie 2.o en 2.p. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

i.

Reclamant geeft aan dat de nevenactiviteiten niet als ondergeschikt kunnen worden gezien.

Zienswijze Reclamant concludeert dat de nevenactiviteiten bij het landgoed – gelet op de gebruiksmogelijkheden - niet gezien kunnen worden als ondergeschikt aan het wonen en daardoor niet voldaan wordt aan artikel 3.79 Landgoederen onder 4 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Beantwoording Met de provincie is intensief contact geweest alvorens het bestemmingsplan ter inzage is gelegd. De provincie heeft ook via een zienswijze op het bestemmingsplan gereageerd. Op dit onderdeel voldoet de ontwikkeling aan de provinciale landgoederenregeling. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat naar aanleiding van de zienswijze van de reclamant en andere zienswijzen de gebruiksmogelijkheden v.w.b. de nevenfuncties zijn ingeperkt. Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 2.w. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

j.

In het akoestisch rapport dat is opgesteld voor de nevenfuncties op het landgoed is geen rekening gehouden met cumulatie.

Zienswijze In het akoestisch rapport dat is opgesteld voor de nevenfuncties op het landgoed is geen rekening gehouden met cumulatie. Cumulatie van geluidbelasting van verschillende (relevante) geluidsbronnen dient bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat betrokken te worden. Beantwoording Met cumulatie van geluid door de nevenfuncties is inderdaad geen rekening gehouden in het geluidsonderzoek, omdat slechts één functie tegelijkertijd mag worden uitgeoefend. Dit is geregeld in artikel 3.5.3 onder g van de regels van het bestemmingsplan. Cumulatie van geluid is daardoor niet aan de orde. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

k. Het gestelde aantal verkeersbewegingen dient nader te worden gedefinieerd. Zienswijze Er is niet inzichtelijk gemaakt hoe de hoeveelheid verkeersbewegingen ten behoeve van de nevenfuncties tot stand zijn gekomen. Beantwoording

41

Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 2.v. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

l.

Reclamant wil graag helderheid over de verkeerssituatie aan de kasteellaan.

Zienswijze De reclamant wil graag helderheid over de ontsluiting van de functies aan de Kasteellaan. De reclamant vreest ervoor dat de Kasteellaan niet is ingericht voor meer verkeersbewegingen, zeker niet voor 160 per dag. Verder maakt de reclamant zich zorgen over de nodige stof en geluidsoverlast en aantasting van het woon- en leefklimaat. Ook is in het bestemmingsplan de verkeersveiligheid niet betrokken bij de afweging, het gaat dan vooral over de verkeersbewegingen in de nachtperiode. Beantwoording De ontsluiting van de functies aan de Kasteellaan (lees: parkeerplaats) is bedacht via de Kasteellaan naar de Berktlaan om vervolgens via de brug over de sloot de parkeerplaats op het erf te bereiken. Verder wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 2.d >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

m. Ten aanzien van het aspect parkeren is geen rekening gehouden met cumulatie van diverse functies. Zienswijze Ten aanzien van het aspect parkeren is geen rekening gehouden met cumulatie van diverse functies. Ook wordt niet aan de hand van het parkeerbeleid van de gemeente onderbouwd dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen voldoet aan de geprognotiseerde parkeerbehoefte. Beantwoording Bij het aspect parkeren is inderdaad geen rekening gehouden met cumulatie, omdat slechts één functie tegelijkertijd mag worden uitgeoefend. Dit is in het ontwerpbestemmingsplan geregeld in artikel 3.5.3 onder g, hieraan is in het vast te stellen bestemmingsplan een toevoeging gedaan via het nieuwe artikel 3.5.1 lid 3 onder g. Cumulatie van v.w.b. het aspect parkeren is daardoor niet aan de orde. Verder wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 2.v en 5.g, waarbij aanvullend wordt opgemerkt dat in de toelichting van het bestemmingsplan (verkeer- en parkeerparagraaf) een motivatie ten aanzien van het gemeentelijke parkeerbeleid wordt opgenomen. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

n. In het bestemmingsplan is niet geborgd dat er parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden. Zienswijze In het bestemmingsplan is niet geborgd dat er parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden. Sinds 1 juli 2018 moeten parkeernormen worden opgenomen in een bestemmingsplan. De planregels moeten waarborgen dat er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien voor

42

elke binnen het bestemmingsplan te realiseren ontwikkeling. Ten onrechte zijn in de planregels geen parkeernormen voor het benodigde aantal parkeernormen parkeerplaatsen opgenomen en evenmin wordt er ingebruikname van een perceel of bij een omgevingsvergunning voor bouwen niet beoordeeld te worden of voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen. Dit is in strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Dit is inderdaad een omissie in het ontwerpbestemmingsplan. We koppelen de parkeernormennota gemeente Bernheze en de rechtsopvolgers ervan aan de regels van het vast te stellen bestemmingsplan, zodat de realisatie en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid is geborgd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

43

44

6. Zienswijze 6 – ontvangen op 31 januari 2022 (1649002) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. In de planregels dient nader aandacht te worden besteed aan het reserveringsgebied waterberging. b. Bij de regels van het bestemmingsplan ontbreekt een inrichtings- en beheerplan. c. Met een kaartje dient te worden verduidelijkt welke gronden vallen onder het GOB en welke gronden vallen onder de rood-voor-groen invulling. d. Het is onvoldoende duidelijk hoe de openbaarheid van het landgoed feitelijk en juridisch verzekerd is. e. In de toelichting dient nader gemotiveerd te worden waarom er sprake is van nieuwe natuur en hoe deze natuur zich verhoudt tot het geldende bestemmingsplan. f. Op basis van artikel 12.2 is het mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van het landschapsplan. Reclamant ziet graag dat deze niet afgeweken kan worden van de sterrenbosstructuur en de lanen behouden blijven.

a. In de planregels dient nader aandacht te worden besteed aan het reserveringsgebied waterberging. Zienswijze De gronden zijn gelegen binnen een reserveringsgebied waterberging dat niet beschermd wordt in de regels. Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. Om die reden dient aandacht besteed te worden aan artikel 3.36 IOV. Beantwoording In de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan wordt een verantwoording opgenomen van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft. De regels worden op dit onderdeel niet aangepast/ aangevuld, omdat de beoogde functies ter plaatse van ‘Reservering waterberging’ zodanig in het vast te stellen bestemmingsplan zijn vastgelegd dat ze de geschiktheid van het gebied voor waterberging niet belemmeren, maar het er juist voor behouden blijft. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

b. Bij de regels van het bestemmingsplan ontbreekt een inrichtings- en beheerplan. Zienswijze Bij de regels van het bestemmingsplan ontbreekt een inrichtings- en beheerplan. Wel is een landschapsplan opgesteld en opgenomen als bijlage maar dit zegt niets over de daadwerkelijke inrichting (de te realiseren natuurdoeltypen) en het beheer. Ook is de duurzame instandhouding en het beheer niet afdoende verzekerd in de regels.

45

Beantwoording Dit wordt toegevoegd in het vast te stellen bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

c. Met een kaartje dient te worden verduidelijkt welke gronden vallen onder het GOB en welke gronden vallen onder de rood-voor-groen invulling Zienswijze Doordat het bestemmingsplan zowel ziet op de gronden van het GOB als de rood-voor-groen invulling, is een verduidelijkend kaartje gewenst. Er zit nu slechts een globaal getekend kaartje in de toelichting. Beantwoording Het globale kaartje in de toelichting is vervangen voor een duidelijkere kaart. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

d. Het is onvoldoende duidelijk hoe de openbaarheid van het landgoed feitelijk en juridisch verzekerd is. Zienswijze Op dit moment is onvoldoende duidelijk of de openbaarheid van het landgoed feitelijk en juridisch verzekerd zijn. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 1.o. Verder wordt ten behoeve van de openstelling van het landgoed in de regels van het vast te stellen bestemmingsplan een regeling opgenomen, waarmee opstelling van het landgoed ingevolge de vereisten van de Natuurschoonwet is verzekerd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

e. In de toelichting dient nader gemotiveerd te worden waarom er sprake is van nieuwe natuur en hoe deze natuur zich verhoudt tot het geldende bestemmingsplan. Zienswijze In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden, die nu ontwikkeld worden tot nieuwe natuur, reeds bestemd als ‘Natuur’. In de toelichting dient gemotiveerd te worden waarom er sprake is van nieuwe natuur en hoe deze natuur zich verhoudt tot het geldende bestemmingsplan.

46

Beantwoording In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is dit reeds gemotiveerd. Zie de voetnoot op bladzijde 33 van de toelichting: “Dit betreft voor de gronden die feitelijk niet uit natuur bestaan en waarop via dit bestemmingsplan natuurontwikkeling gaat plaatsvinden (delen van de 2,5 ha nieuw aan te leggen natuur) een omissie in het vigerende bestemmingsplan. De gemeente heeft toegezegd dit te herstellen. Gezien de nu voor deze gronden gewenste natuurfunctie is dit niet meer nodig. Dit is echter wel relevant te benoemen. Het betreft hier namelijk alleen planologisch gezien natuur, feitelijk niet waardoor het te ontwikkelen is voor nieuwe natuur in het kader van de provinciale landgoederenregeling.” Hierop kan worden aangevuld dat de gronden met natuurbestemming, welke door de initiatiefnemer agrarisch gebezigd werden (alle gronden behalve hetgeen begroeid met bos en voorzien van landschapselementen), in het kader van subsidieverkenning door een rentmeester namens de provincie als agrarisch zijn getaxeerd. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

f.

Op basis van artikel 12.2 is het mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van het landschapsplan. Reclamant ziet graag dat niet afgeweken kan worden van de sterrenbosstructuur en de lanen behouden blijven.

Zienswijze In de regels staat in artikel 12.2 Afwijken van landschapsplan ‘De Berkt’, dat van het landschapsplan kan worden afgeweken. Gelet op de koppeling met cultuurhistorie bij deze landgoedontwikkeling is het niet wenselijk dat afgeweken kan worden van de te herstellen structuur van het sterrenbos, door bijvoorbeeld het weglaten van een laan. We verzoeken dan ook dat dit artikel wordt aangepast. Beantwoording In de regels van het vast te stellen bestemmingsplan wordt de regeling om af te wijken van het landschapsplan veranderd, zodat afwijken alleen mogelijk is zolang de sterrenbosstructuur behouden blijft. We hebben de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid als volgt aangepast: Met een omgevingsvergunning kan het college van B&W afwijken van het bepaalde in artikel 13.1 onder a en c onder 1 voor het anders uitvoeren van landschapsplan ‘De Berkt’, onder de voorwaarden dat: a. de andere uitvoering vanuit het oogpunt van natuuraanleg en landschapselementen minimaal gelijkwaardig is aan het oorspronkelijke landschapsplan; b. de sterrenbosstructuur en de lanen behouden blijven; c. de wijzigingen niet in strijd zijn met de Notitie kwaliteitsverbetering Das welke als bijlage 5 onderdeel uitmaakt van deze regels; d. er advies wordt ingewonnen bij de provincie Noord-Brabant. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.

Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

47

7. Zienswijze 7 – ontvangen op 1 februari 2022 (1648840) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De nieuwe te realiseren bebouwing aan de Vinkelsestraat is door de reclamanten niet gewenst. b. De nieuwe te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat hebben een grote impact op de aanwezige natuur en worden gerealiseerd op cultuurhistorisch waardevolle grond. c. De nieuwe te realiseren bebouwing is onvoldoende geconcentreerd. d. Er wordt 1 hectare van de 2,5 hectare nieuwe natuur benut voor inpassing van de woningen. e. De nieuw te realiseren natuur wordt belemmerd/niet ten volle benut, door de realisatie van de woningen. f. De woningen dienen binnen de bestemmingsvlakken zover mogelijk van de natuur gerealiseerd te worden. g. De gemaakt aannames over het foerageren van de das bij de woningen zijn niet correct. h. Aan artikel 3.8 is niet de wijzigingsvoorwaarde verbonden dat hiervoor ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur aan het landgoed moet worden toegevoegd. i. Het plan voldoet niet aan de provinciale landgoedregeling. j. Reclamant sluit zich aan bij de aanvullende zienswijze die bij zienswijze 1 is ingediend (1.i t/m 1.t). k. Reclamant vragen om een andere locatie voor de woningen aan de Vinkelsestraat te zoeken om planschade te voorkomen.

a. De nieuwe te realiseren bebouwing aan de Vinkelsestraat is door de reclamanten niet gewenst. Zienswijze Reclamanten hebben bezwaar tegen de geprojecteerde woningen aan de Vinkelsestraat. De woningen liggen op ruime afstand van elkaar en ver van het op het landgoed aanwezige landhuis. Voorgesteld wordt om de nieuwe woningen rond het landhuis te clusteren, woningbouw daar stuit woningbouw niet op bezwaren van de reclamanten. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 1.b. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

b. De nieuwe te realiseren woningen aan de Vinkelsestraat hebben een grote impact op de aanwezige natuur en worden gerealiseerd op cultuurhistorisch waardevolle grond; Zienswijze Het perceel waar gebouwd gaat worden is destijds door de gemeente bestempeld als Cultuurhistorische grond waar niet gebouwd zou mogen worden. Het niet op waarde schatten van de aanwezigheid van uitermate kwetsbare natuur op het landgoed en de mogelijkheden om deze uit te breiden is de reclamanten een doorn in het oog.

48

Beantwoording De gemeente heeft in haar structuurvisie de gronden rondom het jachthuis aangemerkt als ‘Cultuurhistorisch landgoed’, het landgoed vormt een onderdeel van de regionale cultuurhistorie. Deze cultuurhistorische waarden verdienen het om behouden te worden. Deze ontwikkeling richt zich op het behouden, versterken en terugbrengen van de cultuurhistorische waarde en is daarmee passend in de visie die de gemeente voor het gebied heeft. Voor specifiek de geprojecteerde woningen aan de Vinkelsestraat geldt dat deze samen met de terug te brengen lanenstructuur een tweede entree naar het landgoed vormen. De locatie waar de woningen zijn geprojecteerd deed tot twee jaar geleden nog dienst als akker voor wisselteelt, welke momenteel is ingezaaid met gras. Deze gronden zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, er is momenteel geen sprake van natuurgebied. Met voorliggende ontwikkeling worden ter compensatie van de woningen juist meer natuurwaarden toegevoegd aan de gronden. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

c. De nieuwe te realiseren bebouwing is onvoldoende geconcentreerd. Zienswijze Het plan is in strijd met de provinciale landgoederenregeling. Het plan ziet namelijk niet op een concentratie van bebouwing. De woningen aan de Vinkelsestraat kunnen ver uit elkaar worden gerealiseerd en liggen op grote afstand van de bestaande bebouwing op het landgoed. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 1.b. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

d. Er wordt 1 hectare van de 2,5 hectare nieuwe natuur benut voor inpassing van de woningen. Zienswijze Reclamanten geven aan dat 1 hectare van de 2,5 hectare nieuwe natuur wordt benut voor inpassing van de woningen. Beantwoording De percelen voor de nieuwe woningen zijn geen onderdeel van de 2,5 hectare nieuwe natuur. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

e. De nieuw te realiseren natuur wordt belemmerd/niet ten volle benut, door de realisatie van de woningen. Zienswijze De nieuw te realiseren natuur wordt belemmerd/niet ten volle benut door middenin het bestemmingsvlak woningen te realiseren. Ook kan op 0 meter van de bestemming ‘Natuur’ worden gebouwd. Wonen dicht op de natuur heeft een ongunstige invloed op de natuur. Beantwoording

49

Onduidelijk is wat met het bestemmingsvlak wordt bedoeld, daar het plangebied meerdere bestemmingsvlakken kent. Waarschijnlijk wordt in plaats van het bestemmingsvlak, het plangebied bedoeld. Geen sprake is van realisatie van woningen middenin het plangebied. De woningen zijn geprojecteerd aan de rand van het plangebied aan de Vinkelsestraat. Ingevolge het ontwerpbestemmingsplan kan niet op 0 meter van de bestemming ‘Natuur’ worden gebouwd. Voor gebouwen (woningen en bijgebouwen) geldt hierin een minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van 5 meter. De beoogde perceelsgrenzen van de kavels voor de landgoedwoningen zijn gelijk aan de bestemmingsgrenzen behorende bij de bestemming ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’ waar de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – specifieke inhoudsmaat’ geldt. Naar aanleiding van de zienswijze van deze reclamant en andere reclamanten is ervoor gekozen om in verband met de clustering van de beoogde bebouwing aan de Vinkelsestraat voor beide kavels in het vast te stellen bestemmingsplan te regelen dat het hoofdgebouw aan de zijde van de diagonale middenlaan op 0 tot 1 meter van de aangeduide gevellijn (rand bestemmingsvlak/beoogde perceelsgrens) moet worden gebouwd. Het natuurdoeltype dat nabij de woningen is beoogd ondervindt geen belemmering van de functie wonen op korte afstand.

>> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

f.

De woningen dienen binnen de bestemmingsvlakken zover mogelijk van de natuur gerealiseerd te worden.

Zienswijze De functie ‘Natuur’ wordt beter beschermd als binnen het toegevoegde bouwvlak een aanduiding wordt opgenomen waarop het hoofdgebouw mag worden opgericht, zodat de afstand tussen het woongebouw en de bestemming natuur niet 0 meter kan zijn, maar juist zo groot mogelijk. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van reactie 1.b en 8.e. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

g. De gemaakt aannames over het foerageren van de das bij de woningen zijn niet correct. Zienswijze De quickscan flora en fauna suggereert ten aanzien van de te realiseren woning aan de Kasteellaan dat de boomgaard die moet worden gekapt geen foerageergebied kan zijn van de das omdat deze te dicht bij woonbebouwing is gelegen. Tegelijkertijd worden maatregelen voorgesteld om de gevolgen van de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat voor de das te beperken door aangrenzend aan de bouwvlakken vervangende voorzieningen treffen. Dit miskent dat wat eerder in het rapport wel is aangehaald, dat dassen niet in de buurt van woningen foerageren. Compensatie nabij de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat is dan ook niet toereikend.

50

Beantwoording In rapportage van de quickscan flora en fauna staat inderdaad dat de boomgaard aan de Vinkelsestraat geen foerageergebied is van de das. Er kan op basis hiervan niet worden geconcludeerd dat maatregelen voor de das nabij de Vinkelsestraat niet toereikend zijn. Bij de locatie aan de Kasteellaan is sprake van een andere situatie. Naast dat sporen of andere tekenen van aanwezigheid van de das ontbraken, maakt de boomgaard feitelijk onderdeel uit van het erf (met de daarbij behorende betreding) en is er geen afscherming aanwezig. Bij de landgoedwoningen echter, worden afgesloten omkaderde erven gerealiseerd en vindt nadrukkelijk geen betreding plaats van de zone met de wissels ten noorden van de toekomstige woningen en aan de zijde van de Vinkelsestraat. Net als dat de das via de aanwezige duiker ten noorden van het perceel aan Vinkelsestraat 73 (niet op het erf zelf) foerageert op ongeveer dezelfde afstand* als de nieuwe woningen, is het zonder meer te verwachten dat de das niet wordt verstoord door de aanwezigheid van de toekomstige afgeschermde erven in deze context. Enige menselijk activiteit is de das ter plekke gewend temeer ook doordat wordt gefoerageerd in de houtwal pal naast de weg met bijbehorend wegverkeer. De te treffen afschermende voorzieningen zijn in combinatie met de voor mensen ontoegankelijke wissel met grote zekerheid voldoende toereikend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=0b9b2abb-a8d5-4065-b57f-f2fb0bed7937