Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen
Bestemmingsplan Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk, Heeswijk-Dinther
In verband met de AVG zijn de NAW gegevens van indieners van zienswijzen in deze Nota geanonimiseerd.
1
Nb
2
Nota van zienswijzen Hoofdstuk 1 Algemeen
Procedure Op 20 december 2023 hebben burgemeesters en wethouders van de gemeente Bernheze bekend gemaakt dat het ontwerp bestemmingsplan ‘Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk, Heeswijk-Dinther’ (planidentificatie NL.IMRO.1721.BPHOMDNOBISWHD-ON01) gedurende zes weken ter inzage komt te liggen. Het ontwerp bestemmingsplan heeft vervolgens met ingang van 21 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tevens is het ontwerp bestemmingsplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Alle stukken konden gedurende deze periode op afspraak worden ingezien op het gemeentehuis evenals digitaal op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen genoemde termijn heeft een ieder zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerp bestemmingsplan. Zienswijzen De gemeente heeft gedurende de inzagetermijn 25 zienswijzen ontvangen. Van deze 25 zienswijzen zijn enkele volledig identiek (voor wat betreft indiener en inhoud). De identieke zienswijzen staan wel met nummer en cursief vermeld in onderstaande tabel maar komen als zodanig niet terug bij de beantwoording. Ontvankelijkheid zienswijzen De ontvangen zienswijzen zijn tijdens de inzagetermijn ingediend en voldoen aan de indieningsvereisten. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk en worden in de besluitvorming betrokken. Overzicht ontvangen zienswijzen zienswijzen
datum zienswijze
datum ontvangst bij gemeente
zaaknummer
Zienswijze 1
27 januari 2024
29 januari 2024
57901
31 januari 2024
1 februari 2024
58184
Zienswijze 3
29 januari 2024
30 januari 2024
58063
Zienswijze 4
28 januari 2024
30 januari 2024
58066
Zienswijze 5
28 januari 2024
29 januari 2024
57945
Zienswijze 6
29 januari 2024
29 januari 2024
57942
Identiek aan 21 Zienswijze 2 Identiek aan 7
3
Zienswijze 7
Identiek aan nr. 2
58184
Zienswijze 8
31 januari 2024
31 januari 2024
58310
Zienswijze 9
29 januari 2024
31 januari 2024
58027
Zienswijze 10
9 januari 2024
10 januari 2024
56148
Zienswijze 11
25 januari 2024
26 januari 2024
57757
Zienswijze 12
25 januari 2024
26 januari 2024
57760
Zienswijze 13
30 december 2023
4 januari 2024
55717
Zienswijze 14
30 januari 2024
31 januari 2024
58175
Zienswijze 15
21 januari 2024
23 januari 2024
57258
Zienswijze 16
26 januari 2024
26 januari 2024
57786
Zienswijze 17
25 januari 2024
29 januari 2024
57854
Zienswijze 18a
24 januari 2024
aangetekend
59151
Zienswijze 18b
9 februari 2024
aangetekend
59151
Zienswijze 19
19 januari 2024
26 januari 2024
57783
26 januari 2024
26 januari 2024
57839
Identiek aan 22
Pro-forma
Pro-forma Zienswijze 20 Zienswijze 21
57902
Zienswijze 22
58175
Zienswijze 23
28 januari 2024
30 januari 2024
58059
Zienswijze 24
25 januari 2024
26 januari 2024
57835
Zienswijze 25
25 januari 2024
28 januari 2024
57826
Aanpak De zienswijzen hebben betrekking op het ontwerp-bestemmingsplan ‘Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk, Heeswijk-Dinther’. In deze nota zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. In de beantwoording is aangegeven of er gevolgen voor het vast te stellen bestemmingsplan zijn en tot welke aanpassingen dit heeft geleid.
4
Deze nota bevat hiervoor de volgende hoofdstukken: - Hoofdstuk 2 Algemeen deel Nota van zienswijzen In dit hoofdstuk worden de algemene onderwerpen uit de zienswijzen van een gemeentelijke reactie voorzien. Het betreft hier onderwerpen die in een groot aantal van de zienswijzen naar voren zijn gebracht, waaronder de verkeersaspecten, gevolgen voor de woon- en leefomgeving, situatie Koffiestraat, gevolgde procedure en beleid. - Hoofdstuk 3 Beantwoording individuele zienswijze. In dit hoofdstuk worden de individuele zienswijzen beantwoord. Voor zover het algemene onderwerpen betreft die door meerdere indieners naar voren zijn gebracht, wordt hierbij verwezen naar de gemeentelijke reactie in het algemene deel in hoofdstuk 2. - Hoofdstuk 4 Nota van wijzigingen Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de wijzigingen van het vastgestelde bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan zoals dit ter inzage heeft gelegen.
Hoofdstuk 2 Algemene deel Nota zienswijzen 2.1 Verkeersaspecten Strekking zienswijzen In een aantal zienswijzen over de verkeersproblematiek wordt gesteld dat een integrale verkeersvisie voor het gebied ontbreekt. Reclamanten geven aan dat er in de huidige situatie al sprake is van hoge verkeersintensiteiten en verkeersonveiligheid. Reclamanten vrezen voor toekomstige knelpunten met betrekking tot de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid. Gesteld wordt dat de straten niet zijn ingericht op de toekomstige hoeveelheid personenverkeer en vrachtverkeer (huidige vrachtwagenverboden zouden niet worden gehandhaafd). Daarnaast zouden de plattelandswegen in het gebied sluipwegen vormen voor (vracht)verkeer van/naar de N279 en A50. Ook zouden zich in de huidige situatie verkeersonveilige situaties voordoen op diverse locaties, vooral voor wandelaars en fietsers (waaronder op de hoek Eikenhoek/Dodenhoekseweg, Zandstraat, Nobisweg, Hommelsedijk). In enkele zienswijzen worden enkele concrete voorstellen gedaan voor de herinrichting. Reactie In het verkeersonderzoek dat in het kader van voorliggend plan ‘Woonlocatie Nobisweg/Hommelsedijk’ is opgesteld, wordt ingegaan op het verkeerskundig effect van de beoogde ontwikkeling op het omliggend wegennet.
Het klopt dat er op het gebied van verkeer in de omgeving verschillende zaken spelen, zoals andere mogelijke toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, (onderzoek naar mogelijke) nieuwe verkeersmaatregelen/infrastructuur en nieuw gemeentelijk mobiliteitsbeleid. Aangezien dit zaken zijn die plan-overstijgend zijn, nog in ontwikkeling zijn en formeel nog niet zijn vastgesteld door de gemeenteraad, worden deze nog niet als uitgangspunt meegenomen in het verkeersonderzoek van de planontwikkeling Nobisweg/Hommelsedijk. Bij de plan-overstijgende onderzoeken en maatregelen waar de gemeente aan werkt, wordt wel het effect van de woningbouwontwikkeling aan de Nobisweg/Hommelsedijk betrokken.
5
Onlangs is de studie omtrent de 4e poot Retsel geactualiseerd en in het college vastgesteld met een notitie ter informatie richting de gemeenteraad. Uit deze studie blijkt dat een mogelijke randweg ten oosten van Heeswijk-Dinther potentie heeft als ontsluiting voor de nieuwe woningbouwontwikkelingen en zorgt voor een minder grote toename van verkeer in HeeswijkDinther. De gemeente is bezig met het opstellen van het mobiliteitsplan Bernheze waarin ook specifiek wordt gekeken naar de kern Heeswijk-Dinther. Eind 2024 wordt het mobiliteitsplan ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Uit dit mobiliteitsplan volgt een uitvoeringsprogramma waar concrete projecten/maatregelen per kern zullen worden voorgesteld. In het verkeersonderzoek voor de beoogde ontwikkeling van de woonlocatie aan de Nobisweg/Hommelsedijk wordt beoordeeld welke maatregelen nodig zijn om in de toekomstige situatie (na planontwikkeling) te komen tot een goede en veilige verkeerssituatie voor alle verkeersdeelnemers. De beoordeling is gebaseerd op meetgegevens (intensiteiten en snelheden), prognoses voor de toekomst (verkeersmodel en effect planontwikkeling), feiten over de huidige inrichting van de wegen en landelijke richtlijnen. Bestaande verkeersproblemen inventariseren we als gemeente. Op basis hiervan wordt beoordeeld welke maatregelen mogelijk kunnen leiden tot een verkeersveiligere situatie.
Aangezien binnen de gemeente verschillende locaties in aanmerking komen voor maatregelen is het noodzakelijk om te prioriteren. Strekking zienswijzen In de zienswijzen wordt gesteld dat de verkeerstoets onjuist zou zijn uitgevoerd, er onjuiste aannames zijn gedaan, de verkeerstellingen onjuist zijn uitgevoerd (verkeerde periode en op verkeerde locaties) en er ten onrechte geen kentekenonderzoek zou zijn uitgevoerd en verkeersintensiteiten en snelheden uit verkeersmodellen zijn gebruikt in plaats van de feitelijke situatie. Reactie In de hoofstukken 2 t/m 4 van de verkeerstoets zijn onderbouwde uitgangspunten opgenomen. De verkeersgeneratie van de planontwikkeling (hoofdstuk 2) is berekend aan de hand van landelijke kencijfers van het CROW (Kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid). In hoofdstuk 3 is de verwachte verkeersverdeling bepaald aan de hand van een inschatting van de herkomsten en bestemmingen van toekomstige bewoners en bezoekers van de woningbouwlocaties, huidige verkeersintensiteiten op de verschillende ontsluitingswegen en expert-judgement. In hoofdstuk 4 worden beschikbare verkeersgegevens uit de actuele tellingen en het verkeersmodel nader toegelicht.
Naar aanleiding van enkele zienswijzen over de onjuistheid van de verkeerstellingen zijn in de periode 7 mei t/m 27 mei 2024 aanvullende verkeerstellingen uitgevoerd. De verkeerstoets is hierop aangepast waarbij de resultaten van deze recente verkeerstellingen uit 2024 als uitgangspunt zijn gebruikt. De geactualiseerde verkeerstoets is als bijlage bij de toelichting van het vast te stemmen bestemmingsplan bijgevoegd.
6
7
Strekking zienswijzen In de zienswijzen wordt gesteld dat de aanbevelingen die voortkomen uit de conclusies van de verkeerstoets met dit plan niet worden opgevolgd en dat aanbevelingen ontbreken (zoals de aanbeveling ten aanzien van de Dodenhoeksestraat) of niet gewenst zijn (zoals een aanbeveling ten aanzien van de Zandstraat). Reactie Bij de planoverstijgende verkeersonderzoeken en maatregelen waaraan wij werken en bij toekomstige ontwikkelingen, worden de effecten van de woningbouwontwikkeling aan de Nobisweg/Hommelsedijk meegenomen. Ten behoeve van dit woningbouwplan wordt de komgrens op De Dieppoel en Vorstenbosseweg opgeschoven en wordt de komgrens op de Hommelsedijk verplaatst richting de grens Hommelsedijk/De Dieppoel. Vanaf deze nieuwe komgrens wordt het deel van de Hommelsedijk ter hoogte van de nieuwe woonlocatie heringericht als erftoegangsweg (30 km/uur). Daarnaast worden op dit deel van de Hommelsedijk, ter plaatse van de aansluitingen van de toegangswegen van het plan op de bestaande infrastructuur kruispuntplateaus gerealiseerd. Conclusie In reactie op de zienswijzen hebben in 2024 nieuwe verkeerstellingen plaatsgevonden. De verkeerstoets is hierop geactualiseerd waarbij deze recente verkeerstellingen als uitgangspunt zijn gehanteerd.
De conclusie van de verkeerstoets is dat het bestaande wegennet geschikt is om de verkeerstoename als gevolg van het plan te verwerken. Hierbij worden enkele maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid voorgesteld die in dit plan of bij de nadere uitwerking worden betrokken. Ten behoeve van dit woningbouwplan wordt de komgrens op De Dieppoel en Vorstenbosseweg opgeschoven en wordt de komgrens op de Hommelsedijk verplaatst richting de grens Hommelsedijk/De Dieppoel. Vanaf deze nieuwe komgrens wordt het deel van de Hommelsedijk ter hoogte van de nieuwe woonlocatie heringericht als erftoegangsweg (30 km/uur). Daarnaast worden ter plaatse van de aansluitingen van de toegangswegen van het plan op de bestaande infrastructuur kruispuntplateaus gerealiseerd. Bij de planoverstijgende verkeersonderzoeken en maatregelen waaraan wij werken en bij toekomstige ontwikkelingen, worden de effecten van de woningbouwontwikkeling aan de Nobisweg/Hommelsedijk meegenomen. 2.2 Gevolgen voor het woon- en leefklimaat Strekking zienswijzen Reclamanten voeren aan dat hun woon- en leefklimaat aanzienlijk verslechtert als gevolg van het plan door: -
8
de toename van het verkeer met als gevolg hiervan: o een toename van de verkeersonveiligheid; o een toename van de geluidsoverlast, trillingen en fijnstof.
-
een wijziging van het karakter van de bestaande woonomgeving van een rustig open buitengebied naar een woonwijk met alle gevolgen van dien (waaronder toename verkeersdruk op de straten binnen het plangebied en in de omgeving).
Reactie Toename verkeer en milieugevolgen Voor wat betreft de toename van het verkeer en de verkeersonveiligheid wordt verwezen naar de beantwoording onder paragraaf 2.1 ‘Verkeersaspecten’. In het kader van de planontwikkeling zijn diverse onderzoeken (geluid, luchtkwaliteit, fijnstof) uitgevoerd naar de gevolgen van de ontwikkeling voor de woon- en leefomgeving. Het betreft hier met name de effecten als gevolg van de toename van verkeer. Op basis van de geactualiseerde verkeerstoets is het akoestisch onderzoek eveneens geactualiseerd, zie paragraaf 5.1.5 van het bestemmingsplan. De conclusie is dat voor een woning aan De Dieppoel en voor de oostelijke zijde van het bouwblok op de hoek Vorstenbosseweg-Zandstraat een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde moet worden vastgesteld. Op PM heeft het college hierover besloten. Voor alle andere nieuwe woningen in het plan wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Paragraaf 5.1.6 van het bestemmingsplan bevat de resultaten van het onderzoek naar de luchtkwaliteit (fijn stof). Het plan leidt tot een toename van verkeer binnen het plangebied en omgeving. De omvang van het plan is echter zodanig dat de hiermee gepaard gaande toename van verkeer niet in betekende mate zal bijdragen aan de concentratie van fijnstof.
Met het plan worden de grenswaarden niet overschreden en blijft er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied en de omgeving. Bovendien wordt met de beëindiging van de drie intensieve veehouderijen een positieve bijdrage geleverd aan de luchtkwaliteit in het gebied. Naar het aspect trillingen is geen nader onderzoek verricht. Het plan voorziet enkel in woningbouw. Het plan leidt hiermee in de gebruiksfase niet tot een toename van (zwaar) vrachtverkeer als gevolg waarvan extra trillingen zouden kunnen ontstaan. In de aanlegfase kan mogelijk enige hinder door trillingen worden ervaren. Eventuele gevolgen voor de bestaande woningen als gevolg van mogelijke trillingen tijdens de aanleg en nieuwbouw worden voor aanvang van de werkzaamheden onderzocht en worden tijdens de uitvoering gemonitord. Wijziging karakter woonomgeving De realisatie van het plan zal gevolgen hebben voor de omgeving. Het karakter van het gebied en het uitzicht zullen deels veranderen. Behoud van de bestaande leefomgeving en een blijvend vrij uitzicht kunnen niet worden gegarandeerd. Om in de grote woningbouwbehoefte te kunnen voorzien, moeten er woningbouwlocaties, zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk, worden ontwikkeld. Dit is onontkoombaar.
Voor de onderbouwing van de keuze voor de woningbouwlocatie NobiswegHommelsedijk, het stedenbouwkundig plan en de (landschappelijke) inpassing wordt verwezen naar de toelichting
9
van het plan. Wanneer omwonenden verwachten door deze woningbouwontwikkeling planschade te ondervinden, kunnen zij bij de gemeente een verzoek om planschadevergoeding indienen. Conclusie Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling zal het karakter van de bestaande omgeving en uitzicht inderdaad veranderen. Uit de uitgevoerde milieuonderzoeken volgt dat met het plan en de verkeerstoename sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. Door de sanering van de drie agrarische bedrijven in dit plan vindt op het gebied van luchtkwaliteit en geur een verbetering voor de woonomgeving plaats. 2.3 Koffiestraat Strekking zienswijzen Een aantal zienswijzen heeft betrekking op de ontwikkelingen aan de Koffiestraat. Verzocht wordt om de geplande woningtypes aan de Koffiestraat te vervangen voor vrijstaande woningen ten behoeve van behoud van zichtlijnen naar het buitengebied en aan te sluiten bij het bestaande beeld in de Koffiestraat, het voorziene aantal woningen te verlagen, de aanduiding ‘aaneengebouwd’ te verwijderen en de goot- en nokhoogte te verlagen. Reactie In het ontwerp bestemmingsplan zijn binnen het centrale bouwvak aan de Koffiestraat planologisch maximaal 17 wooneenheden voorzien. In het stedenbouwkundig plan, dat als bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is bijgevoegd, zijn vooralsnog minder dan 17 woningen ingetekend.
Echter blijft het aantal woningen (maximaal 17) gehandhaafd, aangezien wij het nodig achten om enige flexibiliteit in het plan te behouden. Het type woningen aan de zijde van de Koffiestraat is naar aanleiding van de zienswijzen wel aangepast. Zo is in het stedenbouwkundig ontwerp een tweekapper vervangen voor vrijstaande woningen. Tevens is de aanduiding ‘aaneengebouwd’ weggehaald, om planologisch te borgen dat hier slechts vrijstaande woningen en tweekappers gebouwd kunnen worden. In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met zichtlijnen en de inpasbaarheid in de bestaande structuren, waardoor de overige type woningen ongewijzigd blijven. Het aangepaste stedenbouwkundig plan is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. Naar aanleiding van de zienswijzen is daarnaast de goot- en nokhoogte van rijwoningen aan het seniorenhofje verlaagd tot respectievelijk 5 meter en 8 meter (zoals tweekappers en vrijstaande woningen aan de Koffiestraat). Voor de overige woningen aan Koffiestraat en De Dieppoel blijven de aangegeven maximale goot- en bouwhoogtes (respectievelijk 5 meter en 8 meter) gehandhaafd. Wij achten dit stedenbouwkundig inpasbaar, gezien het feit dat de kap van de woning op maximaal 1,5 bouwlaag start. Dit in combinatie met de afstand van de woningen tot aan de bestaande woningen aan de Koffiestraat en het handhaven van bestaande bomen.
Daarnaast wordt naar aanleiding van de zienswijzen de ontsluiting voor langzaam verkeer verplaatst naar de Groote Hove met dien verstande dat in technische uitwerking van het plan moet worden onderzocht of dit ook realiseerbaar is, rekening houdend met de bestaande bomen.
10
Strekking zienswijzen Enkele zienswijzen hebben betrekking op de bescherming van de aanwezige bomenrij aan de Koffiestraat, de kruising Koffiestraat-Hommelsedijk en de kruising Koffiestraat-De Dieppoel. Reactie Binnen deelgebied A staat een boom die op basis van de gemeentelijke bomenkaart als monumentale boom aangewezen. Deze boom is ingepast in het stedenbouwkundig plan en blijft behouden. De bomenrij aan de Koffiestraat en de Hommelsedijk vormen onderdeel van de boomstructuren binnen de gemeente. Het streefbeeld is de bomenstructuur zolang mogelijk in stand te houden als technisch en financieel haalbaar is. In het kader van de planontwikkeling is een boomeffectanalyse uitgevoerd, waarbij de bestaande kwaliteit van de bomen in kaart is gebracht. Het stedenbouwkundig plan houdt hier rekening mee. Zo is de afstand van toekomstige bebouwing afgestemd op de feitelijke maat van de (kroonprojectie) van de bestaande bomen. Ook de positionering van uitritten is hier zorgvuldig op afgestemd. In de nadere uitwerking van het plan wordt de bestaande kwaliteit van deze bomen nader onderzocht (ook ondergronds). Afhankelijk van bevindingen kan het zijn dat een enkele boom gerooid dient te worden. Het eindbeeld van een robuuste bomenrij blijft echter uitgangspunt. Indien nodig wordt hiertoe bijgeplant.
Conclusie De zienswijzen hebben geleid tot zowel een aanpassing van het bouwvlak aan de Koffiestraat als gevolg van verplaatsing van het pad naar de Groote Hove als aanpassingen aan zowel de woningtypologie en bouwhoogten en het verwijderen van de aanduiding ‘aaneengebouwd’ voor het deel van het centrale bouwvlak dat aan de Koffiestraat ligt. Het eindbeeld van een robuuste bomenrij aan de Koffiestraat blijft het uitgangspunt van dit plan. 2.4 Procedure Strekking zienswijzen In meerdere zienswijzen wordt naar voren gebracht dat de omgevingsdialoog niet goed is uitgevoerd en dat reclamanten onvoldoende mogelijkheid tot inspraak hebben gehad. Reactie Het voeren van de Omgevingsdialoog is in eerste instantie een taak van de initiatiefnemer. De initiatiefnemers hebben in het voortraject, vooruitlopend op dit bestemmingsplan, de omgeving en direct omwonenden actief geïnformeerd en betrokken bij de planvorming. Er is een intensieve omgevingsdialoog gevoerd, waarbij de 'Handreiking participatie' van de gemeente Bernheze is gehanteerd. Het verslag van de Omgevingsdialoog is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Gezien de grote omvang van het plangebied is gekozen voor differentiatie in de omgevingsdialoog. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen bewoners in het plangebied, direct aangrenzende omwonenden en overige omwonenden/omgeving.
Per specifieke groep is een geschikte vorm van dialoog gekozen, om op deze manier de verschillende belanghebbenden
11
gericht te woord te staan en/of de mogelijkheid te bieden om in gesprek te gaan over suggesties, aandachtspunten, vragen en/of opmerkingen, zodat ondanks de omvang van het plan niemand ongehoord achterblijft. De volgende omgevingsdialogen hebben plaatsgevonden. De bevindingen van deze dialogen zijn terug te vinden in het verslag van de Omgevingsdialoog (bijlage bij het bestemmingsplan) en zijn hieronder kort samengevat: Keukentafelgesprekken: Met zowel de bewoners in het plangebied en de eigenaren van de drie intensieve veehouderijen, waarvan het bedrijf beëindigd wordt, hebben meermaals keukentafelgesprekken plaatsgevonden. Daarnaast hebben één of meerdere keukentafelgesprekken plaatsgevonden met direct aangrenzende omwonenden die hier naar aan aanleiding van de inloopbijeenkomst op 9 november 2022 specifiek om gevraagd hebben. Van de in totaal 28 gevoerde keukentafelgesprekken, hebben 19 keukentafelgesprekken met direct aangrenzende omwonenden plaatsgevonden. De opmerkingen die tijdens de keukentafelgesprekken zijn opgehaald, zijn waar mogelijk meegenomen in het vervolgproces en verdere ontwikkeling van het plan. In het verslag van de Omgevingsdialoog zijn de belangrijkste planaanpassingen als resultaat van de gevoerde keukentafelgesprekken opgesomd.
Groepsgesprekken met omwonenden: Op verzoek van een groep overige omwonenden uit de omgeving heeft in oktober 2023 een groepsoverleg plaatsgevonden met de initiatiefnemer Ruimte voor Ruimte en BVH Projectontwikkeling en in totaal 30 deelnemers (22 adressen). Daarnaast heeft er nog een gesprek plaatsgevonden tussen een afgevaardigde van de groep omwonenden met de wethouder en projectleider van de gemeente en is er nog telefonisch contact geweest met afgevaardigden van de groep met BVH Projectontwikkeling. De besproken punten zijn in het verslag van de Omgevingsdialoog opgenomen. Verder heeft er nog een groepsoverleg plaatsgevonden met de groep omwonenden en de wethouder en projectleider van de gemeente. Deze overleggen hebben niet geleid tot aanpassingen van het plan. Inloopbijeenkomst 9 november 2022: Tijdens de eerste inloopbijeenkomst in november 2022 hebben circa 200 personen, bestaande uit direct aangrenzende bewoners, bewoners uit de directe omgeving, inwoners van Heeswijk-Dinther en woonachtigen buiten het dorp deelgenomen. De inloopbijeenkomst had als doel om kennis te nemen van het plan, in het gesprek te gaan over suggesties en aandachtspunten rondom het ontwerp, te informeren over het vervolgproces en vragen te beantwoorden.
Hierbij is er gebruik gemaakt van een informele setting met verschillende thematafels en een presentatie die op de achtergrond draaide met onder meer informatie over het plan, het vervolgproces met beoogde planning. Aanwezigen kregen de gelegenheid om op de blanco reactieformulieren hun contactgegevens achter te laten voor het ontvangen van een nieuwsbrief en konden op dit formulier hun inhoudelijke opmerkingen/aandachtpunten of suggesties ten aanzien van het plan achterlaten. Vanwege de grote opkomst en er te weinig reactieformulieren waren, heeft mogelijk
12
niet iedereen een reactieformulier kunnen invullen of tijdens de drukke momenten tijdens die avond de mogelijkheid gevoeld om suggesties/opmerkingen op het plan te geven. Daarom is nadien via media-kanalen de gelegenheid geboden om per e-mail op het plan te reageren. Hier hebben een aantal mensen gebruikt van gemaakt. Een aantal thema’s die veelvuldig benoemd zijn en waarvoor aandacht gevraagd werd, zijn in het verslag van de Omgevingsdialoog benoemd. De opmerkingen opgehaald tijdens en na afloop van de inloopbijeenkomst, zijn waar mogelijk meegenomen in het vervolgproces en verdere ontwikkeling van het plan. Inloopbijeenkomst 28 november 2023: Tijdens de tweede inloopbijeenkomst eind november 2023 is er wederom voor gekozen om de bijeenkomst aan de hand van thematafels in te richten. De thema’s voor de tweede inloopbijeenkomst zijn bepaald op basis van de ontvangen aandachtpunten uit de omgeving op het plan: verkeer, ontwerp en beeldkwaliteit, planologische procedure en vervolgproces en verkoopinformatie. Tijdens de bijeenkomst is het ontwerp dat op basis van wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders, onderzoeksresultaten en opgehaalde input uit de eerdere bijeenkomsten verder is uitgewerkt, gepresenteerd.
Ten opzicht van het gepresenteerde ontwerp tijdens de inloopbijeenkomst in 2022 is het woningbouwprogramma bijgesteld om te voldoen aan de gemeentelijke Woonvisie 2022-2026 met een behoefte naar meer sociale- en betaalbare woningen. Op basis van bovenstaande uitgangspunten, in combinatie met het amoveren van de drie agrarische bedrijven en het verplaatsen van het volkstuinencomplex is het stedenbouwkundig ontwerp aangepast naar 195 woningen, waarbij in het bestemmingsplan planologisch maximaal 208 woningen mogelijk gemaakt zijn. Vertegenwoordigers van gemeente Bernheze, Ruimte voor Ruimte, BVH Projectontwikkeling en adviesbureau Kragten hebben tijdens de inloopbijeenkomst informatie verstrekt over de vier thema’s en alle vragen zo goed mogelijk beantwoord. Op elke thematafel lag een formulier waarop de aanwezigen inhoudelijke opmerkingen/aandachtspunten of vragen ten aanzien van het plan konden noteren. Deze schriftelijke reacties zijn gebundeld. De gemaakte opmerkingen zijn/worden waar mogelijk meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan. Nieuwsbrieven (december 2022, november 2023, april 2024). Er zijn door de initiatiefnemer diverse nieuwsbrieven verstuurd, waarvoor geïnteresseerden zich konden aanmelden.
Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft de gemeente samen met initiatiefnemer in juni en juli 2024 informatieve gesprekken gehouden met enkele reclamanten, waarbij reclamanten geïnformeerd zijn over de wijze waarop met hun zienswijzen in het bestemmingsplan wordt omgegaan. Conclusie Samengevat zijn wij van oordeel dat over deze ontwikkeling een uitgebreide en zorgvuldige omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden, waarbij rekening is gehouden met de belangen van omwonenden.
13
2.5 Beleid en regelgeving Strekking zienswijzen In meerdere zienswijzen wordt naar voren gebracht dat het plan (op onderdelen) niet past binnen het provinciale en het gemeentelijke beleid en regelgeving en dat het plan daardoor strijdig is met de gemeentelijke uitgangspunten voor deze ontwikkeling. Onderstaand wordt achtereenvolgens op de provinciale en gemeentelijke kaders ingegaan. Tevens wordt gesteld dat het plangebied niet correct is weergegeven op enkele kaarten met betrekking tot het provinciale en gemeentelijke beleid. Reactie Provinciaal beleid en regelgeving algemeen Paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan bevat een uitgebreide toetsing aan het provinciale beleid en regelgeving. De conclusie van de toetsing luidt dat het plan in lijn is met het provinciale beleid en regelgeving. Dit blijkt ook uit het feit dat de provincie geen zienswijze tegen dit plan heeft ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld onder de werking van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant (OV) in werking getreden. Het ontwerpbestemmingsplan bevat in paragraaf 4.2.3 van de toelichting al een doorkijk naar de ontwerp-Omgevingsverordening (zie par. 4.2.3) met hierbij de conclusie dat het plan eveneens in lijn is met het provinciale beleid en regelgeving zoals deze geldt na 1 januari 2024.
In het vastgestelde bestemmingsplan is deze paragraaf geactualiseerd omdat de Omgevingsverordening Noord-Brabant inmiddels in werking is getreden. Onderstaand een aanvulling hierop, voor zover relevant met een verwijzing naar de betreffende artikelen in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze aanvulling is ook opgenomen in de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Lagenbenadering (art. 3.7 IOV en artikel 5.9 OV). Strekking zienswijzen In de zienswijzen wordt gesteld dat de lagenbenadering niet of onvoldoende is toegepast. Bijlage 2 (het Beeldkwaliteitsplan waar in de toelichting naar wordt verwezen) betreft volgens indieners niet de lagenbenadering. Reactie Paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan bevat de resultaten van de toepassing van de lagenbenadering. Deze paragraaf bevat een uitgebreide toelichting op de drie lagen, zijnde de ondergrondlaag (bodem- en grondwatersysteem), de netwerklaag (groennetwerk en verkeersnetwerk) en de occupatielaag. Op basis van deze gebiedsanalyse is een uitgangspuntenkaart opgesteld. Deze uitgangspuntenkaart bevat de belangrijkste stedenbouwkundige en landschappelijke waarden, kwaliteiten en kenmerken van het gebied
14
vanuit de lagenbenadering. Deze uitgangspunten zijn vervolgens gebruikt als input voor de planontwikkeling. Overigens is de lagenbenadering eerder ook al toegepast op structuurniveau in de gemeentelijke structuurvisies en in de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties (zie verder op in deze paragraaf), op basis waarvan er destijds uitspraken zijn gedaan over de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Voor wat betreft de opmerking over het beeldkwaliteitsplan: paragraaf 2.2 van de toelichting bevat in aanvulling op de lagenonderbouwing een verwijzing naar het beeldkwaliteitsplan. Met dit beeldkwaliteitsplan (bijlage 2) wordt de beoogde ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldigheid, aandacht voor de waarden en aansluiting bij de karakteristiek van het gebied en omgeving vanuit deze uitgangspuntenkaart, gebaseerd op de uitkomsten van de lagenbenadering, geborgd. Meerwaarderecreatie (art. 3.8 IOV en art. 5.10 OV) Strekking zienswijzen Volgens reclamanten is er geen sprake van een maatschappelijke meerwaarde voor de omgeving. Voor de omgeving leidt het plan juist tot een vermindering van het woongenot. Door reclamanten wordt de vraag gesteld of ten aanzien van de onderbouwing van de meerwaardecreatie de beleidsregel maatwerk voor omgevingskwaliteit/Ruimte-voor-Ruimte van toepassing is.
Reactie Meerwaardecreatie vormt een van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Onder meerwaardecreatie wordt verstaan een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling worden betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling zijn genoemd. In paragraaf 4.2.2.3 wordt toegelicht op welke wijze met het plan een meerwaarde wordt gecreëerd. De meerwaarde wordt onder andere bereikt met de sanering van drie intensieve veehouderijen binnen het plan in het kader van Ruimte voor Ruimte. Deze sanering schept niet enkel ontwikkelingsmogelijkheden maar levert ook een aanzienlijk verbetering op ten aanzien van gezondheid en geur. Deze verbetering voor het bestaande woon- en leefklimaat in het plangebied en omgeving vormt wel degelijk een meerwaarde. De vraag wordt gesteld naar de van toepassing zijnde beleidsregel. Gelet op de omvang van de beoogde ontwikkeling zijn op dit plan niet zozeer de maatwerkbepalingen vanuit de OV van toepassing maar met name de regeling over het toestaan van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor woningen in het Landelijk gebied (artikel 5.56 OV).
In het ontwerpbestemmingsplan is getoetst aan de IOV, in het bijzonder aan de voorwaarden voor herbegrenzing van een wijziging van landelijk gebied in stedelijk gebied. De voorwaarden voor deze herbegrenzing komen op hoofdlijnen overeen met de voorwaarden in artikel 5.56 OV.
15
Een herbegrenzing is formeel met de inwerkingtreding van de OV met bijbehorende nieuwe kaarten niet meer mogelijk. Volledigheidshalve is in paragraaf 4.2.3 een uitgebreide onderbouwing opgenomen waaruit blijkt dat met het plan aan de voorwaarden van artikel 5.56 OV (duurzame stedelijke ontwikkeling in landelijk gebied) wordt voldaan. De provincie past de betreffende kaart van de OV op termijn hierop aan. Kwaliteitsverbetering landschap (art 3.9 IOV en art. 5.11 OV) Strekking zienswijzen In de zienswijzen wordt gesteld dat niet voldaan wordt aan de provinciale regeling voor de kwaliteitsverbetering landschap en dat met het plan geen kwaliteit(sverbetering) wordt geleverd. Reactie In paragraaf 4.2.2.3 wordt toegelicht op welke wijze met het plan een kwaliteitsverbetering plaatsvindt, waaronder: -
een zorgvuldige landschappelijke inpassing, rekening houdend met de ecologische, landschappelijke en milieutechnische waarden; behoud middengebied als waardevolle buffer; een zodanige situering van de woningen dat de zichtlijnen richting het middengebied behouden blijven en het open landschap beleefbaar blijft; sloop van overtollige stallen en schuren en de sanering drie intensieve veehouderijen hetgeen leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het landschap en een verbetering van het woon- en leefklimaat.
Hiermee wordt aan de provinciale regeling voldaan. Herbegrenzing en ontwikkelingsrichting (art. 5.12 IOV) Strekking zienswijzen In de zienswijzen wordt gesteld dat er nog geen herbegrenzing heeft plaatsgevonden waardoor niet aan de provinciale regelgeving wordt voldaan. Ook wordt gesteld dat de provincie het gebied dat oorspronkelijk was aangewezen als ‘stedelijk afweegbaar’ heeft uitgebreid naar het volledige woongebied zonder voorafgaande vermelding in de IOV of de gemeentelijke structuurvisie. Volgens indieners dient eerst een visie op- en vastgesteld te worden waarin de ontwikkelingsrichting wordt verantwoord en gemotiveerd. Reactie Het ontwerpbestemmingsplan is opgesteld onder de werking van de Structuurvisie Bernheze uit 2010 en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De toekomstige ontwikkelingsrichting van de kern Heeswijk-Dinther wordt in een aantal gemeentelijke visies nader onderbouwd. In de Structuurvisie Bernheze 2010 wordt op basis van de toepassing van de lagenbenadering geconcludeerd dat aan de noordzijde van de kern Heeswijk-Dinther mogelijkheden zijn voor
16
(woningbouw)ontwikkelingen. Hiervoor zijn in deze Structuurvisie de aanduidingen ‘Zoekgebied wonen’ en ‘Afronding dorpsrand’ opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding ‘Zoekgebied wonen’ heeft de afronding van de woonwijk Rodenburg plaatsgevonden. De aanduiding ‘Afronding dorpsrand’ is gelegen over plandeel C. In de ‘Gebiedsvisie Bebouwingsconcentratie Bernheze’ uit 2021 wordt een en ander verder uitgewerkt en geactualiseerd. Op grond van deze visie is het gehele plangebied aangeduid als ‘Transformatiegebied’. In de provinciale IOV (geldend tot 1 januari 2024) is het plangebied aangeduid als Landelijk gebied. Plandeel A is hierbinnen aangeduid als ‘verstedelijking afweegbaar’. Onder de IOV kon een bestemmingsplan niet worden vastgesteld vóórdat de kaart van de IOV (op basis van een besluit van GS) aan het plan was aangepast. Deze herbegrenzingsprocedure vormde een onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan met hierbij een voorstel tot herbegrenzing van het plangebied naar stedelijk gebied heeft met ingang van 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Begin januari 2024 heeft de provincie een aanvullende publicatie geplaatst waarin expliciet gewezen wordt op de mogelijkheid om in het kader van deze bestemmingsplanprocedure gelijktijdig te reageren op de voorgenomen herbegrenzing.
Begin 2024 heeft de provincie kenbaar gemaakt dat een herbegrenzing van de kaarten uit de IOV onder de werking van de OV formeel niet meer mogelijk is. De kaarten van de IOV zijn per 1 januari 2024 komen te vervallen en zijn vervangen door de kaarten van de OV. De aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ is hierbij komen te vervallen. De procedure om te komen tot een herziening van de kaarten is in de OV eveneens gewijzigd ten opzichte van de IOV. Onder de OV vindt een herbegrenzing niet meer lopende de bestemmingsplanprocedure plaats, maar vindt de aanpassing van de kaarten achteraf plaats. Zoals hierboven vermeld, is onder de OV is de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ komen te vervallen. Gemeenten krijgen nu meer ruimte om een eigen afweging te maken voor ontwikkelingen buiten de kernen, mits een afweging is gemaakt in een gebiedsvisie en de lagenbenadering is toegepast. Deze afweging en onderbouwing, mede gebaseerd op voorgaande visies, is in het bestemmingsplan Nobisweg/Hommelsedijk opgenomen. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening is paragraaf 4.2.3 (Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant) geactualiseerd. Over het plan heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie. Vanuit de provincie is geen zienswijze over het plan ontvangen.
Op basis hiervan kan ervan uit worden gegaan dat de aanpassing van de aanduiding ‘Landelijk gebied’ naar ‘Stedelijk gebied’ ter plaatse van het plangebied past binnen het provinciale beleid en dat deze aanpassing op termijn door de provincie als zodanig op kaartlaag 9 van de OV wordt verwerkt. Gemeentelijk beleid en regelgeving algemeen Strekking zienswijzen Reclamanten stellen dat de voorgenomen stedenbouwkundige ontwikkeling in deelgebied A niet past in de structuurvisie Bernheze 2010. Het aangegeven ‘Zoekgebied wonen’ volgens het
17
Ruimtelijk Casco van de structuurvisie wordt reeds geheel door het ontwikkelde plan Rodenburg afgedekt en de arcering ‘Afronding dorpsrand’ reikt niet tot deelgebied A, maar stopt voor de Koffiestraat. De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt niet juist. Verder wordt gesteld dat het plangebied ook niet geheel juist op het kaartmateriaal van de Visie bebouwingsconcentraties, het Landschapsontwikkelingsplan etcetera is ingetekend. Door reclamanten wordt naar voren gebracht dat er een structuurvisie en visie bebouwingsconcentratie aan het plan ten grondslag liggen met als basis de afronding van de dorpsrand. Gelet op het verstedelijkte ontwerp met een hoog aantal woningen, met name ter plaatse van plandelen A en B, is volgens reclamanten echter geen sprake van een gevarieerde dorpsrand die verbonden is met het landschap en waarbij een doorkijk naar het buitengebied en openheid behouden blijven. Reclamanten zijn van mening dat er wel aandacht is voor de economische invulling, maar niet voor de daadwerkelijke kwaliteit en afronding van het dorp, waar het hele plan op is gebaseerd. Daarnaast wordt met het plan het stedelijk deel nu wel ingevuld maar niet de daadwerkelijke afronding of overgang. Het plan is daarmee niet in overeenstemming met de gemeentelijke gebiedsvisies en uitgangspunten.
Reactie Paragraaf 4.3.1 van de toelichting bevat een toetsing van het plan aan de gemeentelijke Structuurvisie Bernheze 2010. Hierbij is een kaartbeeld van het Ruimtelijk Casco uit de structuurvisie opgenomen, waarop het plangebied van het plan Nobisweg/Hommelsedijk is ingetekend. We constateren dat de deelgebieden A en B inderdaad per abuis niet geheel juist op dit kaartje zijn weergegeven. Dit is gecorrigeerd. Ook enkele andere kaartjes in de toelichting, waarop het plangebied niet geheel juist was weergegeven, zijn aangepast. De analyse en de conclusie in de betreffende paragrafen zijn eveneens hiermee in overeenstemming gebracht. Het ‘Zoekgebied Wonen’ volgens de Structuurvisie 2010 betreft de inmiddels gerealiseerde afronding van de wijk Rodenburg. Overigens heeft de gemeenteraad op 7 maart 2024 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. Met dit raadsbesluit is de oude structuurvisie formeel ingetrokken. In hoofdstuk 4.3 van het bestemmingsplan is een extra paragraaf opgenomen met een toets aan de nieuwe Omgevingsvisie. De kern van de Omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in de volgende vijf strategische thema’s: -
18
Gezonde leefomgeving Leefbare kernen Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit Vitale en duurzame landbouw en economie Kwaliteit landschap en erfgoed
Aan de hand van deze strategische thema’s is in de toelichting een onderbouwing opgenomen op welke wijze met het plan hierin wordt voorzien. Kort samengevat wordt met dit plan met name ingespeeld op het thema ‘leefbare kernen’. Het plan voorziet kwantitatief en kwalitatief in de grote woningbouwopgave. Tegelijkertijd wordt geanticipeerd op demografische veranderingen. Vanwege het ontbreken van voldoende en beschikbare inbreidingslocaties, is het uitwijken naar de kernranden in lijn met de Omgevingsvisie. De uitgangspunten hierbij zijn innovatief, compact, groen, klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Met dit plan wordt hierin voorzien. Paragraaf 4.3.3. van de toelichting bevat vervolgens een uitgebreide toetsing aan de recentere gemeentelijke gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bernheze uit 2021. Het gehele plangebied is op grond van deze visie gelegen binnen de aanduiding ‘Transformatiegebied’. Het plan is met inachtneming van de uitgangspunten van deze visie ontwikkeld. De planbeschrijving in paragraaf 3.1 bevat de onderbouwing voor de drie deelgebieden. Per deelgebied worden de keuzes voor de stedenbouwkundige invulling, de typologie en situering van de woningen en de landschappelijke inpassing met de doorzichten nader toegelicht.
De in de gebiedsvisie aangegeven kansrijke landschappelijke zone tussen de Hommelsedijk en Nobisweg blijft met dit plan behouden en wordt zoveel als mogelijk gerespecteerd. Deze strook maakt geen onderdeel uit van het plan. Paragraaf 3.1.1 bevat een wensbeeld voor dit middengebied. Alternatieven Strekking zienswijzen Reclamanten zijn van mening dat alternatieve locaties voor een woningbouwontwikkeling onvoldoende zijn afgewogen. Reactie Op structuurniveau zijn potentiële ontwikkelingslocaties binnen de gemeente afgewogen in de gemeentelijke structuurvisies (waaronder de Structuurvisie Bernheze 2010 en de visie Bebouwingsconcentraties Bernheze 2021). Omdat het plangebied Nobisweg/Hommelsedijk gelegen is buiten bestaand stedelijk gebied, is voor deze stedelijke ontwikkeling een ladderonderbouwing opgesteld. Deze ladderonderbouwing (zie paragraaf 4.1.3 en bijlage 6) bevat de motivering waarom binnen het stedelijk gebied niet volledig in de woningbehoefte tot 2030 kan worden voorzien. Vanwege het ontbreken van voldoende en geschikte alternatieve locaties binnen stedelijk gebied, is een locatie buiten bestaand stedelijk gebied nodig om aanvullend op de stedelijke locaties in de woningbouwbehoefte te voorzien. Naast de ruimtelijke beschikbaarheid is bij de keuze van een locatie in het buitengebied het aspect van de maatschappelijke meerwaarde van belang.
Met de woningbouwontwikkeling binnen het plan Nobisweg/Hommelsedijk worden drie intensieve veehouderijen gesaneerd op basis waarvan de woningbouwontwikkeling mogelijk wordt gemaakt en waarmee gelijktijdig ook voor de bestaande omgeving een aanzienlijke kwaliteitsverbetering op het gebied van gezondheid en geur wordt behaald.
19
Woonvisie, Woondeal en Brabantse Agenda Wonen Strekking zienswijzen Reclamanten stellen dat de toename van het aantal woningen (met name de hoge aantallen in de deelgebieden A en B) niet strookt met de woonvisie van de gemeente, waarin staat dat er in de kernrandzone gebouwd kan worden, maar dat de openheid en een doorkijk naar het buitengebied behouden moet blijven. Volgens reclamanten kan ook met een kleiner aantal woningen worden voldaan aan de gedefinieerde percentages van de verschillende woningtypes uit de woonvisie. Verder stellen reclamanten dat volgens de regionale Woondeal sprake moet zijn van het realiseren van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. De beoogde winst voor de projectontwikkelaar kan niet bepalend zijn voor een bestemmingsplan. Reactie De paragrafen 4.1.3 (Ladderonderbouwing), 4.2.4 (Brabantse Agenda Wonen) en 4.3.4 (Woonvisie) bevatten een uitgebreide motivering dat het plan zowel kwantitatief, kwalitatief als ruimtelijk in overeenstemming is met de Brabantse Agenda Wonen en de Woonvisie. Het plan voorziet met de bouw van maximaal 208 woningen in een divers woningbouwprogramma waarvan minimaal 25% van het woningbouwprogramma uit sociale huur bestaat.
Op het moment dat de regionale Woondeal (zie paragraaf 4.3.5) werd ondertekend (in maart 2023) was het integrale stedenbouwkundige plan voor deze locatie gereed en waren over de ontwikkeling al de nodige afspraken gemaakt. Daarmee was het niet mogelijk noch wenselijk (in het kader van de woningbouwversnelling) om het programma volledig in lijn met de afspraken en inspanningsverplichtingen in de Woondeal te brengen. Met een hoog aandeel sociale en levensloopbestendige woningen is het plan wel geheel in de geest van de Woondeal en de regionale afspraken hierover. Met een kleiner aantal woningen in een gevarieerd programma kan in principe ook worden voldaan aan de gedefinieerde percentages van de verschillende woningtypes uit de woonvisie zoals reclamanten stellen. Een kleiner aantal woningen maakt het bijzonder complex om binnen de gemeente in de kwantitatieve woningbouwopgave te voorzien. Wij zijn van mening dat met het stedenbouwkundig plan en het woningbouwprogramma (kwantitatief en kwalitatief) een hoogwaardige afronding van de kern Heeswijk-Dinther met een zorgvuldige inpassing in de bestaande omgeving (zichtlijnen, openheid) en in het landschap wordt gerealiseerd. Een belangrijke meerwaarde met het plan wordt bereikt door de sanering van drie intensieve veehouderijen hetgeen een aanzienlijke verbetering voor het woon- en leefklimaat (gezondheid en geur) oplevert.
Bij onze afwegingen over de financiële haalbaarheid van het plan hebben wij de kosten voor de sanering van de drie intensieve bedrijven betrokken. Daarentegen heeft een mogelijke winst voor de projectontwikkelaar, zoals reclamanten veronderstellen, geen enkele rol gespeeld bij onze afwegingen over het plan. Conclusie
20
Samengevat zijn wij van oordeel dat het plan in overeenstemming is met het provinciale en gemeentelijke beleid en regelgeving. In samenhang met de aanpassing van enkele kaartjes is ook de toelichting op onderdelen aangepast. Verder is de toelichting geactualiseerd, waarbij eveneens is getoetst aan de Omgevingsvisie Bernheze (vastgesteld op 7 maart 2020) en de Omgevingsverordening Noord- Brabant (in werking getreden per 1 januari 2024).
21
Hoofdstuk 3 Beantwoording individuele zienswijze. Zienswijze 1 – d.d. 27 januari 2024, binnengekomen 29 januari 2024, zaaknummer 57901 Samenvatting Reclamant woont sinds 2021 met veel plezier aan de Hommelsedijk. Reclamant is formeel tegen het plan in relatie tot procedures, omgevingsdialoog, leefomgeving, woongenot, verkeersbewegingen en veiligheid. Reclamant verwijst naar de brief die met de buurt is verstuurd en brengt in aanvulling hierop de volgende zienswijze, onderbouwd met kaartmateriaal, naar voren. Verkeersaspecten Reclamant is van mening dat de verkeerstoets opnieuw uitgevoerd dient te worden met meer verkeerstellingen en meer actuele gegevens. Reclamant heeft een constructief voorstel om de verkeersveiligheid op het wegvlak Hommelsedijk tussen de Zandstraat en de Dieppoel te verbeteren. Dit door de komgrens te verplaatsen van de Hommelsedijk / Dieppoel naar Hommelsedijk / Zandstraat, een maximale snelheid van 30 km per uur in te voeren en het wegvlak veiliger te maken voor voetgangers en fietsers door duidelijkere markeringen. De verkeerstellingen dienen opnieuw uitgevoerd te worden.
Tellingen nu uitgevoerd in de rustige wintermaanden, op diverse wegvakken zijn geen metingen gedaan en snelheden gemeten, verkeersintensiteiten en snelheden ten onrechte uit verkeersmodellen gebruikt in plaats van feitelijke situaties (zoals snelheden op gevaarlijke S-bocht), landelijke gedateerde en gemiddelde kencijfers CROW gebruikt in plaats van huidige problematische verkeerssituatie, nieuwbouwontwikkelingen niet meegenomen. Reclamant is van mening dat onderzoek uit 2021 door IV-Infra opnieuw uitgevoerd moet worden. Ook is opheldering gewenst over passage van dit onderzoek in de verkeerstoets (van wie conclusie in verkeerstoets, onderbouwing ontbreekt, vrachtverkeer en landbouwverkeer niet betrokken). Reactie In reactie op de zienswijzen hebben in 2024 nieuwe verkeerstellingen plaatsgevonden. De verkeerstoets is hierop geactualiseerd waarbij deze recente verkeerstellingen als uitgangspunt zijn gehanteerd. De conclusie van de verkeerstoets is dat het bestaande wegennet geschikt is om de verkeerstoename als gevolg van het plan te verwerken. Hierbij worden enkele maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid voorgesteld die in dit plan of bij de nadere uitwerking worden betrokken.
Het betreft hier onder meer de verplaatsing van zowel de bebeouwde komgrens op De Dieppoel en Vorstenbosseweg als het verplaatsen van de bebouwde komgrens op de Hommelsedijk naar de grens Hommelsedijk/De Dieppoel en de aanwijzing van de Hommelsedijk tot aan De Dieppoel als 30-km zone. De Hommelsedijk wordt heringericht als erftoegangsweg (30 km/uur). Verder betreft het de toepassing van kruispuntplateaus ter plaatse van de aansluitingen van de toegangswegen van het plan op de bestaande infrastructuur. Bij de planoverstijgende verkeersonderzoeken en maatregelen waaraan wij werken en bij toekomstige ontwikkelingen, worden de effecten van de woningbouwontwikkeling aan de Nobisweg/Hommelsedijk meegenomen. Beeldkwaliteitsplan
22
In het Beeldkwaliteitsplan van 22 november 2023, wordt bij ‘gebiedskenmerken en beoogde sfeer' (hoofdstuk 30, pagina 10) geschetst hoe het middengebied eruit zou kunnen komen te zien. Op dit wensbeeld ontbreekt echter de wens van de gemeente voor toekomstige woningbouw op de terreinen van RKSV Avesteyn en HDL. Reactie Voor het middengebied blijven de geldende bestemmingen gehandhaafd. In het kader van deze planontwikkeling is wel een eerste wensbeeld voor het middengebied ontwikkeld. Toekomstige (her)ontwikkelingen maken geen onderdeel uit van dit plan en zijn daarom ook niet betrokken. Gevolgen voor het bestemmingsplan -
Actualisatie verkeerstoets op basis van de verkeerstellingen 2024 en op basis daarvan ook een actualisatie van het akoestisch onderzoek.
Zienswijze 2 – d.d. 31 januari 2024, binnengekomen 1 februari 2024, zaaknummer 58184 Samenvatting
Reclamant staat niet afwijzend tegenover de ontwikkeling van woningen, maar heeft wel zorgen over de mogelijke (toekomstige) beperkingen in het kader van de voorgenomen woningontwikkeling aan de Hommelsedijk/Nobisweg. Reclamant wenst met klem de essentie van een herbeoordeling van de geurtoets te onderstrepen, teneinde te waarborgen dat deze ontwikkeling geen belemmeringen vormt voor de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf. -
-
-
Volgens reclamant dient een grondige herbeoordeling plaats te vinden van het geuronderzoek om vast te stellen of de voorgestelde bestemmingswijziging mogelijk inbreuk maakt op de vergunde geurruimte van omliggende veehouderijen, met name die aan de Justitieweg 2. Daarnaast vereist het beoordeling of de nieuwe bestemming inbreuk kan maken op de planologische geurruimte van bestaande veehouderijen. Reclamant geeft aan dat de beoordeling in het huidige plan suggereert dat dit net het geval is. Niettemin, gezien de nabijheid van de nieuwe woningen die aanzienlijk dichterbij de veehouderij worden gesitueerd, kan op basis van een globale berekening worden aangenomen dat de resultaten circa 1,3-1,4 OU zijn. Over het geheel genomen kan geconcludeerd worden dat de toetsing plaatsvond met betrekking tot de bestaande woningen en niet de toekomstige situatie met de nieuwe woningen in overweging is genomen. Reclamant geeft aan dat de nieuwe woningen als bebouwde kom meegenomen kunnen worden. Dit betekent dat door deze ontwikkeling het voor de hand ligt dat de woning aan de Zandstraat 8 ook als binnen de bebouwde kom wordt beoordeeld. De bebouwde kom wordt doorgaans gedefinieerd als een gebied met aaneengesloten bebouwing waar hoofdzakelijk een woon- en verblijffunctie heerst, met een aanzienlijke bevolkingsdichtheid.
Volgens reclamant lijkt het huidige beoordelingskader onvolledig of onjuist in deze context.
Reactie In het kader van de planontwikkeling is een geuronderzoek uitgevoerd naar de woningbouwontwikkeling in relatie tot de agrarische bedrijven in de omgeving.
23
In hoofdstuk 2 van dit geuronderzoek is het toetsingskader opgenomen. Hierbij is aangesloten bij de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL), gemeente Bernheze 2021’. Voor intensieve veehouderijen zijn op kaart A ‘gemeentelijke normstelling’ de deelgebieden binnen de gemeente aangegeven (zie afbeelding 3 in het geuronderzoek). In deze afbeelding is duidelijk te zien dat tussen de plangebieden in oostelijke richting van de veehouderij aan de Justitieweg 2 nog andere bestaande geurgevoelige objecten in hetzelfde deelgebied zijn gelegen, waaronder Kievitsweg 2. Daarnaast is de omschrijving van dit deelgebied ‘bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rond kernen, extensiveringsgebieden natuur en woon-/werk ontwikkelingsgebieden’. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er in het deelgebied conform de VFL al bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen het plangebied en de veehouderij aan de Justitieweg 2. Overigens wordt met Zandstraat nr. 8 in de zienswijze naar verwachting Zandstraat nr. 4 bedoeld. Daarnaast is er bij de normstelling die in de VFL is opgenomen voor dit gebied, zoals de naam van het deelgebied al aan geeft, rekening mee gehouden dat hier mogelijk woningbouw kan worden gerealiseerd.
Ook zijn ten westen van de plangebieden nog percelen met dezelfde gebiedstypering gelegen, waardoor er geen directe aansluiting met het ‘rode deelgebied’ uit de VFL ontstaat. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de gehanteerde normstelling die is aangehouden in de het geuronderzoek correct is. Ook kan worden gesteld dat door de realisatie van woningen binnen de plangebieden geen verschuiving van de grenzen van de deelgebieden uit de VFL zal optreden. Het plangebied en de omgeving maken namelijk onderdeel uit van hetzelfde deelgebied volgens de VFL. Doordat gesteld kan worden dat de gehanteerde normstelling correct is, zijn er tussen de plangebieden en de veehouderij aan de Justitieweg 2 al bestaande geurgevoelige objecten met dezelfde normstelling gelegen. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de veehouderij aan de Justitieweg 2 niet in de bestaande milieu- en planologische rechten voor het aspect geur wordt belemmerd door de voorgenomen planontwikkeling. Gevolgen voor het bestemmingsplan Deze zienswijze heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
Zienswijze 3 – d.d. 29 januari 2024, binnengekomen 30 januari 2024, zaaknummer 58063 Samenvatting
Reclamant geeft aan dat er geen sprake van is dat “het realiseren van het initiatief een aanzienlijke verbetering zal opleveren van het woon- en leefklimaat ter plaatse “, zoals omschreven in paragraaf 4.3.5 van de Woondeal en in meerdere documenten. Deze zienswijze wordt als volgt onderbouwd: Reclamant kijkt nu uit op groene velden en bomen met een landelijke beleving. Een woonblok (senioren woningen) met een nokhoogte van max. 11 meter aan de overkant zal het woon- en leefklimaat voor de huidige bewoners tegenover de voorgenomen uitbreiding niet ten goede komen. Reclamant geeft aan dat zichtlijnen op het middengebied voor afbreuk aan de huidige landelijke beleving van het wonen aan de Koffiestraat zal zorgen.
24
Reclamant refereert aan paragraaf 3.1.3. Stedenbouwkundige hoofdstructuur van de toelichting, waarin wordt aangegeven dat aan de Hommelsedijk de bestaande lintstructuur wordt doorgezet met diverse vrijstaande woningen. Ook aan de Koffiestraat zou een typologie zijn gekozen (tweekappers en woonblok) die aansluit bij de bestaande situatie. Reclamant geeft aan dat dit tegengesteld is aan de redenatie zoals voor de Hommelsedijk is gekozen, aangezien juist tegenover het woonblok en de tweekappers op de Koffiestraat nu alleen vrijstaande woningen staan. Reclamant verzoekt om ter plaatse van de aanwezige karakteristieke bomenrij aan de Koffiestraat de aanduiding: ‘specifieke vorm van groen’ op te nemen. De bomenlaan is bepalend voor de woonbeleving van de koffiestraat in het beeldkwaliteitsplan. Hierin wordt aangegeven dat de bomenlaan behouden blijft. Op geen enkele plek in het bestemmingsplan is dit uitgangspunt nu vastgelegd. Reclamant geeft aan dat de bestaande bomenrij aan de Koffiestraat behouden moet blijven. Verder sluit reclamant zich aan bij zienswijze 4. Reactie Reclamant vreest voor een aantasting van zijn woongenot en gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Voor wat betreft de gevolgen voor het woon- en leefklimaat verwijzen wij naar onze reactie met toelichting onder paragraaf 2.2.
Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling zal het karakter van de bestaande omgeving en uitzicht inderdaad veranderen. Om in de grote woningbouwbehoefte te kunnen voorzien, moeten er woningbouwlocaties, zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk, worden ontwikkeld. Dit is onontkoombaar. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat met de plan en de verkeerstoename sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. Door de sanering van de drie agrarische bedrijven in dit plan vindt op het gebied van luchtkwaliteit en geur een verbetering voor de woonomgeving plaats. Voor wat betreft de ontwikkeling aan de Koffiestraat verwijzen wij naar ons reactie met toelichting onder 2.3 ‘Koffiestraat’. De zienswijzen hebben geleid tot zowel een aanpassing van het bouwvlak aan de koffiestraat als gevolg van verplaatsing van het pad naar de Groote Hove als aanpassingen aan zowel de woningtypologie en bouwhoogten en het verwijderen van de aanduiding ‘aaneengebouwd’ voor het deel van het centrale bouwvlak dat aan de Koffiestraat ligt. Het eindbeeld van een robuuste bomenrij aan de Koffiestraat is overigens wel het uitgangspunt van dit plan. Verder verwijzen wij naar onze reactie onder zienswijze 4. Gevolgen voor het bestemmingsplan -
25
Het bouwvlak aan de Koffiestraat is aangepast, vanwege verplaatsen van pad naar Groote Hove. De goot- en nokhoogte van rijwoningen aan het seniorenhofje is verlaagd tot respectievelijk 5 meter en 8 meter. In het stedenbouwkundig ontwerp is de woningtypologie aangepast: een tweekapper vervangen door een vrijstaande woning.
-
-
Om planologisch te borgen dat ter plaatse van het bouwvlak voor het deel dat aan de Koffiestraat ligt enkel vrijstaande woningen en tweekappers gerealiseerd kunnen worden is de aanduiding ‘aaneengebouwd’ weggehaald. Actualisatie verkeerstoets op basis van de verkeerstellingen 2024 en op basis daarvan ook een actualisatie van het akoestisch onderzoek.
Zienswijze 4 – d.d. 28 januari 2024, binnengekomen 30 januari 2024, zaaknummer 58066 Samenvatting
Reclamant is van mening dat de ontwikkeling van de woonwijk niet zorgt voor een beter woonen leefklimaat en doet enkele voorstellen voor wijzigingen van het plan. Reclamant herkent zich er niet in dat de ontwikkeling van de woonwijk voor een beter woon- en leefklimaat zal zorgen en ziet dit als een doelredenering om het plan geaccordeerd te krijgen. Reclamant refereert hierbij aan: -
-
-
het beeldkwaliteitsplan, waarin wordt gezegd dat een transformatie van agrarisch gebied met intensieve veehouderijen naar een groen woongebied kansen biedt om de leefkwaliteit van zowel het gebied zelf als de kern te verbeteren; de maatschappelijke meerwaarde waar in de toelichting over gesproken wordt en waarbij wordt aangegeven dat de nieuwe woningen het woon- en leefklimaat in de omgeving ten goede zullen komen en het plan een goede basis biedt voor de transformatie van dit gebied; paragraaf 4.3.5 Woondeal waarin wordt omschreven dat binnen het gewijzigde woningbouwprogramma nog steeds sprake moet zijn van het volgende: 'het realiseren een aanzienlijke verbetering zal opleveren van het woon- en leefklimaat ter plaatse’.