Nota van zienswijzen Berg- en Dalseweg 6 H-D
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Omgevingsvergunning voor het wijzigen van de varkenshouderij en het realiseren van een hondenpension aan de Berg- en Dalseweg 6 te Heeswijk-Dinther De ontwerpbeschikking met bijlagen en de afgifte van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen, ten aanzien van het wijzigen van de varkenshouderij en het realiseren van een hondenpension zijn met ingang van 12 juni 2024 ter inzage gelegd tot en met 24 juli 2024. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om daartegen (afzonderlijk) zienswijzen naar voren te brengen. Het ontwerpbesluit is gepubliceerd op 12 juni 2024 in het Gemeenteblad 2024 met nummer 248775. Dit is te raadplegen via de website van Officiële bekendmakingen. Uit de publicatietekst blijkt dat de stukken gedurende zes weken waren in te zien op het gemeentehuis in Heesch. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen tegen de afgifte van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad. Er zijn vijf zienswijzen binnengekomen gericht tegen het ontwerpbesluit. Alle zienswijzen zijn ontvangen binnen de termijn waarbinnen de ontwerpbeschikking ter inzage heeft gelegen. Alle zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk. In deze nota zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. De zienswijze is cursief weergegeven, waarna een reactie van de gemeente is geformuleerd.
Naar aanleiding van de zienswijzen is het akoestisch onderzoek aangepast (16 oktober 2024) waarin het aantal verkeersbewegingen verhoogd is. De zienswijzen zijn gericht op het oorspronkelijke akoestische onderzoek. In het aangepaste akoestische onderzoek, dat is ingediend naar aanleiding van de zienswijzen, zijn er onder andere extra toetspunten op 100 meter in alle windrichtingen toegevoegd. Het akoestische onderzoek behorende bij het ontwerpbesluit komt hiermee te vervallen.
Pagina 1 van 16
Zienswijze 1, d.d. 22 juli 2024 (kenmerk: D2024-00011628) 1. Reclamant geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over de werkelijke activiteiten die worden aangevraagd en toegestaan op de locatie en het maximaal aantal honden dat aanwezig mag zijn. Het gaat om een hondenpension waarbij sprake is van dagopvang, maar ook opvang voor langere perioden. Daarnaast zullen er honden gefokt worden binnen het hondenpension. Uit het ontwerpbesluit en het akoestische onderzoek blijkt dat het gaat om een totaal van maximaal 50 honden. Dit maximum is inclusief gefokte pups. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 2. Reclamant geeft aan dat in de beoordeling van de omgevingsvergunning onterecht geen rekening is gehouden met het geluidsoverlast van de honden. In de zienswijze wordt gesteld dat er geen rekening is gehouden met geluidoverlast van honden. Hierbij verwijst reclamant naar de tekst in de geluidsvoorschriften (hoofdstuk 3 ‘Geluid’). Onder de activiteiten en werkzaamheden wordt ook verstaan de activiteiten met betrekking tot het hondenpension/ het houden van honden. Verder blijkt uit de inhoudelijke beoordeling in bijlage III van het besluit, onder hoofdstuk 9 ‘Geluid en trillingen’ dat bij de beoordeling is uitgegaan van de bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn omschreven in het rapport van het akoestisch onderzoek.
Ook zijn er specifiek voorschriften opgenomen voor de activiteiten met honden. Hieruit blijkt dat bij de beoordeling van mogelijke geluidsoverlast rekening is gehouden met de gevolgen van een hondenpension op de omliggende woningen. In het akoestisch rapport van 16 oktober 2024 (rapport van M&A Omgeving BV, kenmerk 224-HBD6- il-v2) zijn meetpunten opgenomen in diverse richtingen. Voor het hondengeblaf is daarbij een straffactor van 5 dB(A) gehanteerd. In noordwestelijke richting bedraagt de geluidsbelasting op 100 m afstand, 34 dB(A) voor dagperiode, 26 dB(A) voor de avondperiode en 23 dB(A) voor de nachtperiode. De woningen van reclamanten liggen op een afstand van circa 240 m en 345 m in westelijke/noordwestelijke richting van de inrichtingsgrens. Gezien deze afstand kan worden gesteld dat aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 3. Reclamant geeft aan dat onterecht geen rekening is gehouden met woningen in andere windrichtingen die ook last hebben van geluid. Uit het akoestische onderzoek (16 oktober 2024) kan worden geconcludeerd dat ter hoogte van de woning ruimschoots aan de normen zal worden voldaan. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan het omgevingsdialoog.
We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 4. Reclamant geeft aan dat niet is terug te vinden in de stukken gedurende welke tijdstippen er sprake is van de activiteiten van het hondenpension (het halen en brengen van honden en het gebruik van de uitloop).
Pagina 2 van 16
Uit de aanvraag en de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten in het akoestisch rapport (16 oktober 2024) blijkt dat de honden uitsluitend in de dagperiode worden uitgelaten in de hondenuitloop. Ook het halen en brengen van de honden gebeurt op basis van dit rapport binnen de dagperiode. Op basis van de resultaten uit dit rapport blijkt dat met deze activiteiten aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. In de beschikking zijn voorschriften opgenomen die ingaan op de activiteiten van het hondenpension (artikel 3.4). De zinsnede uit de voorschriften uit het ontwerpbesluit ‘’in totaal maximaal 50 uur honden buiten verblijven in de dagperiode” is niet duidelijk. Hier ontbreekt hoe deze 50 uur geïnterpreteerd moeten worden. Ter verduidelijking en bevordering van de handhaafbaarheid is dit voorschrift aangepast in het nieuwe besluit. Er is opgenomen dat voor de bepaling van deze uren geldt dat de tijd per hond per uur geldt. Hierbij geldt dat de definitie van 1 uur is: 1 hond die 1 uur buiten is (voorschrift 3.4.3). De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Het voorschrift wordt aangepast. 5. Reclamant geeft aan dat een toename van het aantal honden zal leiden tot meer verkeersdrukte en verkeersonveiligheid.
In de omgevingsvergunning is met een nieuw akoestisch onderzoek (16 oktober 2024) bepaald dat het aantal verkeersbewegingen van maximaal 160 bewegingen per dag (80 keer een auto heen en terug) niet mag worden overschreden. Hiermee wordt aan de geluidsvoorschriften voldaan. De vergunninghouder dient hiervoor maatregelen te treffen indien nodig. Dit voorkomt onveilige verkeerssituaties. De aanname dat er een toename zal zijn van 200 vervoersbewegingen per dag is onjuist. Het maximum van 50 honden betreft ook de gefokte pups. Die worden niet heen- en teruggebracht. Het parkeren van voertuigen is enkel toegestaan op eigen terrein, zoals neergelegd in bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing (milieutekening) en onderbouwd in paragraaf 4.1.1 van de ruimtelijke onderbouwing. Er mag niet buiten dit terrein en in openbaar gebied geparkeerd worden ten behoeve van de activiteiten ter plaatse. De vergunninghouder draagt zorg voor een goede parkeersituatie en zorgt ervoor dat er geen parkeerproblemen ontstaan. Vergunninghouder dient te voorzien in 18 parkeerplaatsen. Deze dienen in stand te worden gehouden. Een eventueel parkeertekort zal op eigen terrein opgelost mogen worden. Er mag ten behoeve van het hondenpension beslist niet geparkeerd worden in de openbare ruimte. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 6.
Reclamant geeft aan dat zij niet betrokken zijn geweest bij de omgevingsdialoog en dat er geen informatie met hen is gedeeld aangaande de omgevingsvergunning. Uit het akoestische onderzoek is gebleken dat het adres van de reclamant buiten het gebied van directe hinder valt. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan de omgevingsdialoog. We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Het akoestische onderzoek (algemeen)
Pagina 3 van 16
Er is op 16 oktober 2024 een aanvullend akoestisch onderzoek aangeleverd. De gemeente mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat er is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de gemeente niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Reclamant heeft geen aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren gebracht.
Pagina 4 van 16
Zienswijze 2, d.d. 23 juli 2024 (kenmerk: D2024-00011633) 1. Reclamant geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over de werkelijke activiteiten die worden aangevraagd en toegestaan op de locatie en het maximaal aantal honden dat aanwezig mag zijn. Het gaat om een hondenpension waarbij sprake is van dagopvang, maar ook opvang voor langere perioden. Daarnaast zullen er honden gefokt worden binnen het hondenpension. Uit het ontwerpbesluit en het akoestische onderzoek blijkt dat het gaat om een totaal van maximaal 50 honden. Dit maximum is inclusief gefokte pups. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 2. Reclamant geeft aan dat in de beoordeling van de omgevingsvergunning onterecht geen rekening is gehouden met het geluidsoverlast van de honden. In de zienswijze wordt gesteld dat er geen rekening is gehouden met geluidoverlast van honden. Hierbij verwijst reclamant naar de tekst in de geluidsvoorschriften (hoofdstuk 3 ‘Geluid’). Onder de activiteiten en werkzaamheden wordt ook verstaan de activiteiten met betrekking tot het hondenpension/ het houden van honden. Verder blijkt uit de inhoudelijke beoordeling in bijlage III van het besluit, onder hoofdstuk 9 ‘Geluid en trillingen’ dat bij de beoordeling is uitgegaan van de bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn omschreven in het rapport van het akoestisch onderzoek.
Ook zijn er specifiek voorschriften opgenomen voor de activiteiten met honden. Hieruit blijkt dat bij de beoordeling van mogelijke geluidsoverlast rekening is gehouden met de gevolgen van een hondenpension op de omliggende woningen. In het akoestisch rapport van 16 oktober 2024 (rapport van M&A Omgeving BV, kenmerk 224-HBD6- il-v2) zijn meetpunten opgenomen in diverse richtingen. Voor het hondengeblaf is daarbij een straffactor van 5 dB(A) gehanteerd. In noordwestelijke richting bedraagt de geluidsbelasting op 100 m afstand, 34 dB(A) voor dagperiode, 26 dB(A) voor de avondperiode en 23 dB(A) voor de nachtperiode. De woningen van reclamanten liggen op een afstand van circa 240 m en 345 m in westelijke/noordwestelijke richting van de inrichtingsgrens. Gezien deze afstand kan worden gesteld dat aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 3. Reclamant geeft aan dat onterecht geen rekening is gehouden met woningen in andere windrichtingen die ook last hebben van geluid. Uit het akoestische onderzoek (16 oktober 2024) kan worden geconcludeerd dat ter hoogte van de woning ruimschoots aan de normen zal worden voldaan. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan het omgevingsdialoog.
We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 4. Reclamant geeft aan dat niet is terug te vinden in de stukken gedurende welke tijdstippen er sprake is van de activiteiten van het hondenpension (het halen en brengen van honden en het gebruik van de uitloop).
Pagina 5 van 16
Uit de aanvraag en de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten in het akoestisch rapport (16 oktober 2024) blijkt dat de honden uitsluitend in de dagperiode worden uitgelaten in de hondenuitloop. Ook het halen en brengen van de honden gebeurt op basis van dit rapport binnen de dagperiode. Op basis van de resultaten uit dit rapport blijkt dat met deze activiteiten aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. In de beschikking zijn voorschriften opgenomen die ingaan op de activiteiten van het hondenpension (artikel 3.4). De zinsnede uit de voorschriften uit het ontwerpbesluit ‘’in totaal maximaal 50 uur honden buiten verblijven in de dagperiode” is niet duidelijk. Hier ontbreekt hoe deze 50 uur geïnterpreteerd moeten worden. Ter verduidelijking en bevordering van de handhaafbaarheid is dit voorschrift aangepast in het nieuwe besluit. Er is opgenomen dat voor de bepaling van deze uren geldt dat de tijd per hond per uur geldt. Hierbij geldt dat de definitie van 1 uur is: 1 hond die 1 uur buiten is (voorschrift 3.4.3). De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Het voorschrift wordt aangepast. 5. Reclamant geeft aan dat een toename van het aantal honden zal leiden tot meer verkeersdrukte en verkeersonveiligheid.
In de omgevingsvergunning is met een nieuw akoestisch onderzoek (16 oktober 2024) bepaald dat het aantal verkeersbewegingen van maximaal 160 bewegingen per dag (80 keer een auto heen en terug) niet mag worden overschreden. Hiermee wordt aan de geluidsvoorschriften voldaan. De vergunninghouder dient hiervoor maatregelen te treffen indien nodig. Dit voorkomt onveilige verkeerssituaties. De aanname dat er een toename zal zijn van 200 vervoersbewegingen per dag is onjuist. Het maximum van 50 honden betreft ook de gefokte pups. Die worden niet heen- en teruggebracht. Het parkeren van voertuigen is enkel toegestaan op eigen terrein, zoals neergelegd in bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing (milieutekening) en onderbouwd in paragraaf 4.1.1 van de ruimtelijke onderbouwing. Er mag niet buiten dit terrein en in openbaar gebied geparkeerd worden ten behoeve van de activiteiten ter plaatse. De vergunninghouder draagt zorg voor een goede parkeersituatie en zorgt ervoor dat er geen parkeerproblemen ontstaan. Vergunninghouder dient te voorzien in 18 parkeerplaatsen. Deze dienen in stand te worden gehouden. Een eventueel parkeertekort zal op eigen terrein opgelost mogen worden. Er mag ten behoeve van het hondenpension beslist niet geparkeerd worden in de openbare ruimte. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 6.
Reclamant geeft aan dat zij niet betrokken zijn geweest bij de omgevingsdialoog en dat er geen informatie met hen is gedeeld aangaande de omgevingsvergunning. Uit het akoestische onderzoek is gebleken dat het adres van de reclamant buiten het gebied van directe hinder valt. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan de omgevingsdialoog. We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen.
Pagina 6 van 16
Het akoestische onderzoek (algemeen) Er is op 16 oktober 2024 een aanvullend akoestisch onderzoek aangeleverd. De gemeente mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat er is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de gemeente niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Reclamant heeft geen aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren gebracht.
Pagina 7 van 16
Zienswijze 3, d.d. 23 juli 2024 (kenmerk: D2024-00011629) 1. Reclamant geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over de werkelijke activiteiten die worden aangevraagd en toegestaan op de locatie en het maximaal aantal honden dat aanwezig mag zijn. Het gaat om een hondenpension waarbij sprake is van dagopvang, maar ook opvang voor langere perioden. Daarnaast zullen er honden gefokt worden binnen het hondenpension. Uit het ontwerpbesluit en het akoestische onderzoek blijkt dat het gaat om een totaal van maximaal 50 honden. Dit maximum is inclusief gefokte pups. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 2. Reclamant geeft aan dat in de beoordeling van de omgevingsvergunning onterecht geen rekening is gehouden met het geluidsoverlast van de honden. In de zienswijze wordt gesteld dat er geen rekening is gehouden met geluidoverlast van honden. Hierbij verwijst reclamant naar de tekst in de geluidsvoorschriften (hoofdstuk 3 ‘Geluid’). Onder de activiteiten en werkzaamheden wordt ook verstaan de activiteiten met betrekking tot het hondenpension/ het houden van honden. Verder blijkt uit de inhoudelijke beoordeling in bijlage III van het besluit, onder hoofdstuk 9 ‘Geluid en trillingen’ dat bij de beoordeling is uitgegaan van de bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn omschreven in het rapport van het akoestisch onderzoek.
Ook zijn er specifiek voorschriften opgenomen voor de activiteiten met honden. Hieruit blijkt dat bij de beoordeling van mogelijke geluidsoverlast rekening is gehouden met de gevolgen van een hondenpension op de omliggende woningen. In het akoestisch rapport van 16 oktober 2024 (rapport van M&A Omgeving BV, kenmerk 224-HBD6- il-v2) zijn meetpunten opgenomen in diverse richtingen. Voor het hondengeblaf is daarbij een straffactor van 5 dB(A) gehanteerd. In noordwestelijke richting bedraagt de geluidsbelasting op 100 m afstand, 34 dB(A) voor dagperiode, 26 dB(A) voor de avondperiode en 23 dB(A) voor de nachtperiode. De woningen van reclamanten liggen op een afstand van circa 240 m en 345 m in westelijke/noordwestelijke richting van de inrichtingsgrens. Gezien deze afstand kan worden gesteld dat aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 3. Reclamant geeft aan dat onterecht geen rekening is gehouden met woningen in andere windrichtingen die ook last hebben van geluid. Uit het akoestische onderzoek (16 oktober 2024) kan worden geconcludeerd dat ter hoogte van de woning ruimschoots aan de normen zal worden voldaan. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan het omgevingsdialoog.
We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 4. Reclamant geeft aan dat niet is terug te vinden in de stukken gedurende welke tijdstippen er sprake is van de activiteiten van het hondenpension (het halen en brengen van honden en het gebruik van de uitloop).
Pagina 8 van 16
Uit de aanvraag en de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten in het akoestisch rapport (16 oktober 2024) blijkt dat de honden uitsluitend in de dagperiode worden uitgelaten in de hondenuitloop. Ook het halen en brengen van de honden gebeurt op basis van dit rapport binnen de dagperiode. Op basis van de resultaten uit dit rapport blijkt dat met deze activiteiten aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. In de beschikking zijn voorschriften opgenomen die ingaan op de activiteiten van het hondenpension (artikel 3.4). De zinsnede uit de voorschriften uit het ontwerpbesluit ‘’in totaal maximaal 50 uur honden buiten verblijven in de dagperiode” is niet duidelijk. Hier ontbreekt hoe deze 50 uur geïnterpreteerd moeten worden. Ter verduidelijking en bevordering van de handhaafbaarheid is dit voorschrift aangepast in het nieuwe besluit. Er is opgenomen dat voor de bepaling van deze uren geldt dat de tijd per hond per uur geldt. Hierbij geldt dat de definitie van 1 uur is: 1 hond die 1 uur buiten is (voorschrift 3.4.3). De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Het voorschrift wordt aangepast. 5. Reclamant geeft aan dat een toename van het aantal honden zal leiden tot meer verkeersdrukte en verkeersonveiligheid.
In de omgevingsvergunning is met een nieuw akoestisch onderzoek (16 oktober 2024) bepaald dat het aantal verkeersbewegingen van maximaal 160 bewegingen per dag (80 keer een auto heen en terug) niet mag worden overschreden. Hiermee wordt aan de geluidsvoorschriften voldaan. De vergunninghouder dient hiervoor maatregelen te treffen indien nodig. Dit voorkomt onveilige verkeerssituaties. De aanname dat er een toename zal zijn van 200 vervoersbewegingen per dag is onjuist. Het maximum van 50 honden betreft ook de gefokte pups. Die worden niet heen- en teruggebracht. Het parkeren van voertuigen is enkel toegestaan op eigen terrein, zoals neergelegd in bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing (milieutekening) en onderbouwd in paragraaf 4.1.1 van de ruimtelijke onderbouwing. Er mag niet buiten dit terrein en in openbaar gebied geparkeerd worden ten behoeve van de activiteiten ter plaatse. De vergunninghouder draagt zorg voor een goede parkeersituatie en zorgt ervoor dat er geen parkeerproblemen ontstaan. Vergunninghouder dient te voorzien in 18 parkeerplaatsen. Deze dienen in stand te worden gehouden. Een eventueel parkeertekort zal op eigen terrein opgelost mogen worden. Er mag ten behoeve van het hondenpension beslist niet geparkeerd worden in de openbare ruimte. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 6.
Reclamant geeft aan dat zij niet betrokken zijn geweest bij de omgevingsdialoog en dat er geen informatie met hen is gedeeld aangaande de omgevingsvergunning. Uit het akoestische onderzoek is gebleken dat het adres van de reclamant buiten het gebied van directe hinder valt. Daarom is het niet noodzakelijk om de reclamant deel te laten nemen aan de omgevingsdialoog. We begrijpen dat dit teleurstellend kan zijn, maar we willen benadrukken dat we altijd openstaan voor verdere vragen of zorgen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen.
Pagina 9 van 16
Het akoestische onderzoek (algemeen) Er is op 16 oktober 2024 een aanvullend akoestisch onderzoek aangeleverd. De gemeente mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat er is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de gemeente niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Reclamant heeft geen aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren gebracht.
Pagina 10 van 16
Zienswijze 4, d.d. 14 juli 2024 (kenmerk: D2024-00011629) 1. Reclamant geeft aan dat de potentiële geluidsoverlast en de potentiële toename van de verkeersonveiligheid in het raadsvoorstel van 7 maart 2024 worden gebagatelliseerd en dat het daarin genoemde akoestische onderzoek niet is terug te vinden in de toegezonden stukken. In het ontwerpbesluit met bijbehorende onderbouwing wordt ingegaan op de aspecten geluid en verkeer. Er heeft een aanvullend uitgebreid akoestisch onderzoek plaatsgevonden (16 oktober 2024) waaruit blijkt dat er geen nadelige gevolgen zijn voor milieu, mens en leefomgeving. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 2. Reclamant geeft aan dat zij geen deel hebben genomen aan het omgevingsdialoog. Uit pagina 15 en bijlage 3a en 3c van het akoestische onderzoek van 16 oktober 2024 blijkt dat het adres van reclamant buiten het gebied valt van directe hinder. Het is dan ook niet noodzakelijk om reclamant deel te laten nemen aan het omgevingsdialoog. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 3. Reclamant geeft aan dat omwonenden bij realisatie van het hondenpension meer geluidsoverlast zullen gaan ervaren van het blaffen van honden. In het akoestisch rapport van 16 oktober 2024 (rapport van M&A Omgeving BV, kenmerk 224HBD6- il-v2) zijn meetpunten opgenomen in diverse richtingen.
Voor het hondengeblaf is daarbij een straffactor van 5 dB(A) gehanteerd. In noordwestelijke richting bedraagt de geluidsbelasting op 100 m afstand, 34 dB(A) voor dagperiode, 26 dB(A) voor de avondperiode en 23 dB(A) voor de nachtperiode. De woning van reclamant ligt op circa 230 m in noordwestelijke richting. Gezien deze afstand kan worden gesteld dat aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 4. Reclamant geeft aan dat het geluidsoverlast vanaf de beoogde speelweide en buitenloop niet opgelost kan worden met bouwkundige maatregelen. In de omgevingsvergunning is bepaald dat de honden uitsluitend in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) worden uitgelaten in de hondenuitloop. De honden komen verder niet buiten. In totaal mogen de honden maximaal 50 uur buiten verblijven in de dagperiode. Daarnaast is als voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden dat er een afgesloten schutting aan de buitenzijde van de hondenuitloop met geluidsabsorberend materiaal dient te worden geplaatst. Hoewel niet alle geluidsoverlast volledig kan worden voorkomen, zijn er maatregelen getroffen waarmee deze tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. Zo wordt in de dagperiode een maximaal buitenschema gehanteerd, en wordt geluid door een schutting met absorberend materiaal zo veel mogelijk gedempt.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 5. Reclamant geeft aan dat er door het halen en brengen van honden een onveilige verkeerssituatie ontstaat.
Pagina 11 van 16
In de omgevingsvergunning is bepaald dat het aantal verkeersbewegingen van maximaal 80 bewegingen per dag (40 keer een auto heen en terug) niet mag worden overschreden. De vergunninghouder dient hiervoor maatregelen te treffen indien nodig. Dit voorkomt onveilige verkeerssituaties. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 6. Reclamant geeft aan dat de locatie enigszins geschikt kan worden gemaakt voor het realiseren van het hondenpension met een aantal beperkende voorschriften over bijvoorbeeld blaftijd en nog te nemen beperkende verkeersmaatregelen. Het aantal verkeersbewegingen is beperkt, in de vergunning zijn zowel voor geluid als ook voor verkeer voorschriften opgenomen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen.
Pagina 12 van 16
Zienswijze 5, d.d. 24 juli 2024 (kenmerk: D2024-00011960) 1. Reclamant geeft aan dat de verkeersimpact verkeerd is beoordeeld door de gemeente. De 80 verkeersbewegingen per dag zouden niet als de drukste periode gezien moeten worden, maar als dagelijkse drukte en daarmee de standaard. Er zou dus een verkeerde maatstaf gehanteerd zijn in het akoestische onderzoek. De stijging in het aantal verkeersbewegingen heeft een significante impact op reclamant. Het veiligheidsaspect ten aanzien van fietsende scholieren is niet meegenomen in het afwegingskader. Daarnaast wordt er ter plekke hard gereden wat zorgt voor extra overlast en onveiligheid. De gemeente zou hier maatregelen voor moeten treffen. Ook kan niet worden uitgesloten dat honden eerder dan 07.00 uur worden gebracht en later dan 19.00 uur worden gehaald. Dit kan de nachtrust verstoren. Hiervoor dienen tijdssloten te worden toegevoegd waarbinnen mag worden gebracht en gehaald. Verder is er voor de toekomst ook een risico dat er nog meer verkeersbewegingen zullen komen dan 80 per dag, gezien de plannen voor nevenactiviteiten bij het hondenpension. De wegen waar het om gaat, zijn erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 60 km/u. Deze wegen hebben een capaciteit van 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per dag. In het worstcasescenario gaat het om 4.000 motorvoertuigen per etmaal.
Hoewel we geen exacte cijfers hebben voor de Berg- en Dalseweg, kan op basis van omliggende wegen en maximale verkeersintensiteiten worden aangenomen dat er tussen de 1.500 en 2.000 motorvoertuigen per dag passeren. Deze hoge aantallen lijken echter onwaarschijnlijk. Zelfs met een toename van 80 motorvoertuigen per dag, blijft de verkeersdrukte ruim onder de maximale capaciteit. Ook voor de Hogeweg, waar maximaal 1.000 MPE (Motorvoertuigen Per Etmaal) rijden, is een toename van 80 motorvoertuigen per dag geen enkel probleem. Het is waar dat er fietsers op deze wegen zullen zijn. Uit de mobiliteitsenquête blijkt echter dat scholieren voornamelijk gebruik maken van Laag-Beugt, waar een vrijliggend fietspad aanwezig is. Bovendien is een toename van 80 verkeersbewegingen per dag zo gering dat dit geen reële bedreiging vormt. De maximumsnelheid blijft 60 km/u, en in de praktijk blijkt dat de meeste automobilisten zich aan deze snelheid houden. Hoewel er altijd 'huftergedrag' zal zijn van bestuurders die de snelheid overschrijden, kan de gemeente de wegen niet volledig 'hufterproof' maken. De honden zullen niet eerder worden gebracht dan 07.00 uur en niet later worden gehaald dan 19.00 uur. Dit is met een voorschrift vastgelegd in de omgevingsvergunning.
Er moet rekening gehouden worden met een worstcasescenario, waarbij ook de periode buiten de vakanties in overweging genomen dient te worden. Uit het akoestisch onderzoek (16 oktober 2024) blijkt dat er op een reguliere werkdag geen problemen ontstaan. Het is aannemelijk dat deze zich ook op andere momenten niet zullen voordoen. Hoewel de verwachting is dat de opvang voor 50 honden niet dagelijks volledig bezet zal zijn, is het van belang de situatie zorgvuldig te benaderen en uit te gaan van het meest ongunstige scenario. De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Er is een voorschrift toegevoegd (artikel 3.4.4) over het ophalen en brengen van de honden. 2. Reclamant is van mening dat het hondenpension enerzijds (te) veel ruimte krijgt, wat misbruik of onvolledige bedrijfsvoering in de hand werkt, en anderzijds een groot risico legt op toekomstige wijzigingen. Het hondenpension voldoet aan alle wettelijke eisen en voorwaarden. Er is geen reden om aan te nemen dat er sprake zal zijn van misbruik of onvolledige bedrijfsvoering. Wat betreft de Pagina 13 van 16
zorg over toekomstige wijzigingen: eventuele toekomstige aanpassingen in de bedrijfsvoering – zoals uitbreiding of functiewijziging – vallen buiten de reikwijdte van deze vergunning en vereisen een aparte aanvraag. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 3. Reclamant geeft aan dat zij grote geluidsoverlast voorzien als gevolg van het hondenpension. In het akoestisch rapport zijn aannames gedaan die niet zouden kloppen. Ook worden er vraagtekens gezet bij de volledigheid van het akoestische onderzoek. Daarnaast zijn er onvoldoende maatregelen geformuleerd in het ontwerpbesluit die bescherming bieden tegen geluidsoverlast. Reclamant stelt daarom voor het aantal te vergunnen honden te verminderen ofwel een permanente geluidsmonitor te installeren. Het akoestisch onderzoek van 16 oktober 2024 is bij de aanvraag van de omgevingsvergunning akkoord bevonden. Uit het rapport volgt het volgende: -
In de representatieve bedrijfssituatie wordt er ter plaatse van de woningen voldaan aan de norm voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) (dagperiode 40 dB(A), avondperiode 35 dB(A) en nachtperiode 30 dB(A)).
-
In de representatieve bedrijfssituatie wordt er ter plaatse van de woningen voldaan aan de norm voor het maximale geluidniveau uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) (dagperiode 70 dB(A), avondperiode 65 dB(A) en nachtperiode 60 dB(A)). De maximale geluidniveaus bedragen maximaal 65 dB(A) in de dagperiode en 52 dB(A) in de avond- en nachtperiode.
-
In de incidentele bedrijfssituatie (maximaal 10 maal per jaar) wordt de norm voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) in de dagperiode met 2 dB(A) overschreden als gevolg van de intensieve afvoer van mest. De overschrijding vindt plaats bij de woning aan de Hogeweg 3.
De gehanteerde norm voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is voor dit gebied in de handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) lager dan die gesteld worden in de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009) voor een “rustige woonwijk”. De gehanteerde norm voor het maximale geluidniveau is 5 dB ruimer dan in de VNG-publicatie voor een rustige woonwijk wordt aanbevolen. Uit het geluidonderzoek blijkt dat ook aan de norm van 65 dB(A) wordt voldaan. In de representatieve bedrijfssituatie kan dan ook geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat in de omliggende woningen niet nadelig wordt beïnvloed. In de incidentele bedrijfssituatie (intensieve afvoer van mest) wordt ook de normstelling uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en behorende bij de kwalificatie “rustige woonwijk” niet overschreden. Dus ook in de incidentele bedrijfssituatie wordt het woon- en leefklimaat in de omliggende woningen niet nadelig beïnvloed. Dit betreft geluidsoverlast door honden. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt van de beoordeling in het milieuspoor en in het ruimtelijk spoor. Voor de beoordeling van de activiteit milieu is getoetst aan de geluidsgrenswaarden voor ‘stille landelijke gebieden’ zoals bedoeld in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.
Uit de akoestische rapportage (rapport M&A Omgeving BV, rapportnr. 224-HBD6-il-v2, d.d. 16 oktober 2024) blijkt dat in de Pagina 14 van 16
reguliere bedrijfssituatie’ aan deze normering wordt voldaan. De honden worden daarbij alleen in de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur) in de hondenuitloop gelaten. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat, vanwege het karakter van blafgeluid, een straffactor van 5 dB(A) is toegepast voor de deze geluidsbron. De begrenzing van de tijd dat de honden in de buitenuitloop aanwezig zijn, en het maximaal aantal ‘hondenuren’ kan als extra voorwaarde aan de vergunning worden verbonden. Reclamant stelt verder dat de ventilatoren meer geluid maken dan uit het akoestisch rapport kan worden afgeleid. In de ontwerpvergunning is een controlevoorschrift opgenomen in voorschrift 3.1.2. Dit voorschrift is aangepast zodat de bronniveaus van de nieuwe luchtwassers moeten worden gemeten en bij afwijking een nieuw akoestisch onderzoek uit moet worden gevoerd. De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. Artikelen 3.1.1 t/m 3.1.4 van de geluidvoorschriften zijn aangepast. 4. Reclamant voert aan dat niet evident is dat de geur- en stankoverlast binnen de normen zal blijven. Voor het aspect geur moet in een ruimtelijke procedure worden onderbouwd dat er geen sprake is van belemmering van omliggende veehouderijen en dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten. Beide aspecten zijn beoordeeld in de ruimtelijke onderbouwing.
Er is onderbouwd dat er enerzijds niets verandert aan de bestaande veehouderijactiviteiten, anderzijds dat er voldaan wordt aan de VNG-richtafstand voor hondenfokkerijen. De aangevraagde activiteit, betreft een hondenfokkerij/pension. In paragraaf 4.8. Geur wordt verwezen naar tabel 1 met richtafstanden opgesteld door de VNG. Voor geur bedraagt deze VNG-richtafstand 30 meter. De richtafstanden worden in de paragraaf gehanteerd alsof het wettelijk normatieve waarden zijn. Dat is onjuist. Echter, de Wet geurhinder en veehouderij is niet van toepassing, omdat honden geen landbouwhuisdieren zijn. Hierdoor zijn er geen wettelijke criteria om op te beoordelen. Bij diercategorieën waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld in de geurregeling, moet met behulp van het verspreidingsmodel 'V-Stacks vergunning' de geurbelasting op het geurgevoelige object worden bepaald. In afwijking hiervan moet tot geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een andere veehouderij en objecten die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij een vaste afstand worden aangehouden (artikel 3, tweede lid, van de Wet geurhinder en veehouderij). Ook moet op grond van artikel 5 van de Wgv een afstand tussen het geurgevoelige object en de gevel van het dierenverblijf worden aangehouden.
Deze afstand bedraagt tenminste 50 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom en tenminste 25 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten buiten een bebouwde kom. De maximale geurbelasting (norm) op een geurgevoelig object is vastgelegd in de geurverordening. Een berekening van de geurbelasting met het verspreidingsmodel 'V-Stacks vergunning' is bij de aanvraag gevoegd. In tabel 7 is een overzicht gegeven van de geurgevoelige objecten in de directe omgeving van het bedrijf. Per object is daarbij zowel de werkelijke afstand als de minimaal vereiste afstand aangegeven en waar nodig is ingegaan op de werkelijke geurbelasting en de van toepassing zijnde norm voor de geurbelasting. Hogeweg 3 is voor geur getoetst. Er wordt voldaan aan de norm. Reclamant geeft aan dat niet zeker is dan aan de geurnorm wordt voldaan, nu de berekende geurbelasting net voldoet aan de geldende geurnorm van maximaal 10 OUE/m3 . In de Wet geurhinder en veehouderij is voorgeschreven hoe de geurbelasting moet worden bepaald. Hierbij merken wij op dat het rekenpunt een geurgevoelig object moet betreffen. Een Pagina 15 van 16
geurgevoelig object is gedefinieerd als een ‘gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt’. Het rekenpunt is op grond van deze definitie op de achtergevel van de woning geplaatst. Nu gerekend is met de wettelijk vastgestelde emissiefactoren en met het wettelijk vastgestelde rekenprogramma is voldoende aangetoond dat in de aangevraagde situatie wordt voldaan aan de geurnorm die op de betreffende woning van toepassing is. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen. 5. Reclamant geeft aan dat er zorgen zijn over de gezondheidsaspecten. Reclamant verzoekt de gemeente om een eis aan de omgevingsvergunning toe te voegen ten aanzien van een gecertificeerd managementsysteem. In de omgevingsvergunning zijn gezondheidsvoorschriften opgenomen onder 2.3. Er wordt ingegaan op onder andere het treffen van maatregelen voor strikte hygiëne binnen de inrichting, grondige reiniging en ontsmetting, goede klimatologische omstandigheden, inentingen, het jaarlijks uitvoeren van een integrale ketenbewaking door een gecertificeerde instantie en jaarlijks onderzoek naar de waterkwaliteit.
Deze maatregelen zijn ter preventie en vermindering van de risico’s voor de volksgezondheid en moeten blijvend en doelmatig binnen de inrichting zijn toegepast. Van daarvoor vereiste inspecties, registraties en deskundigheid, moeten bewijsstukken binnen de inrichting aan de Berg- en Dalseweg 6 aanwezig zijn. Het aspect gezondheid wordt primair geregeld in andere regelgeving. Er is geen wettelijke norm of landelijk toetsingskader voor endotoxinen in de omgeving van veehouderijen. Bij vergunningverlening voor intensieve veehouderijen wordt het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ zoals opgenomen in de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid’ toegepast. Deze toetsing beperkt zich tot individuele bedrijven. Vanwege het ontbreken van een wettelijke norm voor de concentratie aan endotoxinen wordt het toetsingskader toegepast om verslechtering van de situatie te voorkomen. De aanvraag voor de inrichting aan Berg- en Dalseweg 6 ziet op het realiseren van emissiearme stalsystemen op bestaande stallen. Hierbij vindt alleen in stal 5 een beperkte uitbreiding van het aantal zeugen plaats. Daar staat tegenover dat de vergunning voor 50 stuks overig rundvee komt te vervallen. Met de aangevraagde wijzigingen is sprake van een afname van de fijnstofuitstoot met 37 % ten opzichte van de geldende vergunning. Op grond van deze afname ontstaat er geen groter of nieuw knelpunt.
Daarmee vormt de mogelijke blootstelling aan endotoxinen geen weigeringsgrond voor de vergunning. Verder wordt opgemerkt dat een ieder verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dit is geregeld in de zorgplicht van de Omgevingswet. Deze regels hebben rechtstreekse werking. Hieronder wordt ook verstaan de zorg voor het schoon houden van het terrein van de inrichting en ongediertebestrijding. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning aan te passen.
Pagina 16 van 16