Nawoord Rkc naar aanleiding van bestuurlijke reactie college
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek inzake het VAB-beleid in de gemeente Bernheze Nawoord rekenkamercommissie naar aanleiding van de bestuurlijke reactie op het concept rapport inzake het VAB-beleid.
Op 13 april 2021 heeft het college van Burgemeester en Wethouders in het kader van het bestuurlijk wederhoor gereageerd op het rekenkamerrapport “Scherp in beeld?”. Dat rapport is de weerslag van het onderzoek naar het VAB-beleid in de gemeente Bernheze dat is uitgevoerd in het najaar van 2020. Naar aanleiding van deze bestuurlijke reactie heeft de rekenkamercommissie (RKC) toch nadrukkelijk de behoefte om een nawoord op te stellen ten behoeve van de behandeling van het rekenkamerrapport in commissie en eventueel gemeenteraad. Om te beginnen wil de RKC aangeven dat de commissie bij volgende onderzoeksrapporten een overleg met het college wil voordat de bestuurlijke reactie op een onderzoeksrapport wordt opgesteld. Volgens de RKC zijn dan eventuele vraagpunten van de kant van het college beter te duiden en kan het college vervolgens gerichter reageren. Vervolgens meer in zijn algemeenheid: De RKC heeft getracht een evenwichtig rapport op te stellen waarin niet alleen mogelijke verbeterpunten naar voren komen maar waar uiteraard ook ruimte is voor het aangeven van zaken die wel goed lopen. Het valt de RKC op dat het college meer aandacht besteed aan de zaken die goed lopen terwijl de verbeterpunten wat onderbelicht worden. Gezien de reactie van het college neemt de RKC aan het college de conclusies volledig onderschrijft.
De hoofdconclusie van het rapport (de gemeente is onvoldoende in control in de periode 2017 – december 2020) is een stevige conclusie. Dan zou de verwachting zijn dat het college veel meer aandacht besteed aan de aanbevelingen maar dat is niet het geval. Afgezien van het feit dat het college de aanbevelingen onderschrijft wordt op geen enkele wijze aandacht besteed aan de concretisering van die aanbevelingen. De RKC had graag gezien hoe er wordt zorggedragen voor voldoende (aanvullende) kwantitatieve gegevens. Teneinde te kunnen monitoren in hoeverre het door de raad vastgestelde beleid daadwerkelijk de beoogde vruchten afwerpt: Welke concrete doelen wil de gemeente bereiken; Welke gegevens heeft het college dan op het oog; op welke wijze kunnen die gemeten worden; en wanneer zijn de doelen gehaald (aangeven periode etc.). Ook de aanbeveling met betrekking tot de inzet van de (ambtelijke) organisatie en een gedachtewisseling met de commissie hierover wordt verder niet aangestipt terwijl in het onderzoeksrapport de RKC juist heeft aangegeven dat het niet te achterhalen is in hoeverre de door de raad ter beschikking gestelde budgetten juist besteed zijn. Zonder het al te zwaar te willen maken: dat raakt zonder meer aan het budgetrecht van de raad. Het college is van mening dat het gevoerde beleid effectief geweest is.
Het college verwijst hiervoor naar: De Nti van februari 2021 waarin een aantal resultaten benoemd is waaronder de sloop van 50.000 m2 stal- en bedrijfsruimte. Dat getal is ongetwijfeld juist maar er is op geen enkele wijze te achterhalen welk deel dit aantal uitmaakt van hetzij de totale oppervlakte stal- en bedrijfsruimte dan wel het deel dat herleid kan worden naar potentiële stoppers en agrariërs die gebruik hebben gemaakt van de stoppersregeling. En omdat er in 2017 (bij het vaststellen van het VAB-beleid) noch in 2018 (bij de vaststelling van het bestemmingsplan) noch in 2020 (bij het vaststellen van het zogeheten herstelbesluit) concreet is gemaakt welk areaal gesloopt zou kunnen/moeten worden is het zoals de RKC al in het rapport heeft aangegeven onmogelijk om de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het beleid vast te stellen.
Het feit dat er 90 ruimte-voor-ruimte-woningen gerealiseerd zijn. Ook dit aantal zal juist zijn maar volgens het raadsbesluit uit 2017 is het hoofduitgangspunt voor dit beleid het tegengaan van
verrommeling door het herbestemmen of slopen van leegstaande stallen, zo nodig na een tijdelijk toegelaten afwijkend gebruik. Middels een gedegen VAB aanpak willen we tevens de "transformatie naar een duurzame en maatschappelijk geaccepteerde veehouderij ondersteunen". Het realiseren van ruimte-voor-ruimte-woningen is onderdeel van het beleid maar is niet gekwantificeerd. Zo is bij de vaststelling van het beleid niet aangeven hoeveel woningen er dan in het kader van deze regeling gerealiseerd kunnen gaan worden.
Reactie op bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek VAB-beleid in Bernheze maart 2021
2