Nawoord rekenkameronderzoek DNI
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek DNI Nawoord van de rekenkamercommissie bij de bestuurlijke reactie van het college. De rekenkamercommissie heeft het op prijs gesteld om in een collegevergadering het rapport toe te kunnen lichten en de vragen die er waren te beantwoorden. Wij hebben ervaren dat een dergelijk gesprek mogelijke onduidelijkheden weg kan nemen en dit komt de kwaliteit van de bestuurlijke reactie ten goede. Wij vinden het plezierig dat het college ons rapport een waardevolle rol toedicht bij de reflectie op het eigen handelen in dit dossier. Naar aanleiding van de opmerkingen onder het kopje ‘regievoering en kaderstelling’ merken wij op dat er in onze manier van denken geen tegenstelling is tussen co-creatie en regievoering. Sterker nog, co-creatie vraagt naar onze mening een sterke(re) regie op het proces om te zorgen dat ieders rol helder is en dat er voorwaarden gecreëerd worden om de samenwerking optimaal te laten verlopen. Daar zou ook een zekere mate van kaderstelling aan bij kunnen dragen die overigens niet alleen financieel hoeft te zijn. Daarbij zien wij regie ook niet als uiting van een veronderstelde dominante positie van de gemeente maar zien wij de gemeente eerder als een participant die er voor zorgt dat de deelnemers (inclusief de gemeente) tot overeenstemming komen over zeg maar ‘de regels van het spel’.
Louter een faciliterende rol vinden wij dan een te ‘minimale’ benadering. En dat al zeker als je ook weet dat er hoe dan ook een financieel beroep op de gemeente zal worden gedaan. Met betrekking tot de opmerkingen van het college over het impliciet en expliciet bekend zijn van de Notitie beleidsuitgangspunten Gemeenschapshuizen in Bernheze uit 2000 merken wij op dat veel onduidelijkheid weggenomen had kunnen worden als deze nota expliciet onderdeel had uitgemaakt van de geformuleerde randvoorwaarden, zeker waar wij ook vastgesteld hebben dat veel van de wel genoemde randvoorwaarden eigenlijk geen randvoorwaarden maar uitgangspunten waren. Dit neemt niet weg dat wij ons ook wel herkennen in de opmerking dat er ook sprake was van een wezenlijk andere opvatting over de toekomst van De Nieuwe Instelling bij het nieuwe bestuur van de DNI in oprichting. Daarmee komen we ook bij de passage waarin het college aangeeft ‘een wat verdiepende kritische noot richting deze partijen te missen’. Wij hebben op een drietal plaatsen (pagina 13 bovenaan, pagina 4 onderaan en pagina 5 bovenaan) ons kritisch uitgelaten over met name het bestuur DNI, maar ons onderzoek richt zich gelet op onze taakstelling in principe op het gemeentelijk handelen. Naar aanleiding van de reactie op onze aanbevelingen merken wij nog het volgende op.
Over de eerste aanbeveling (herzien nota gemeenschapshuizen) Wij vinden de reactie van het college op dit onderdeel wel erg beknopt en zien die dan ook als een afwijzing van onze aanbeveling om hier indringender naar te kijken. Bij ons is
gedurende het onderzoek het beeld ontstaan dat de positie van de kern Heesch ‘meer’ anders is dan ‘iets’ anders zoals het college aangeeft. Wij handhaven derhalve deze aanbeveling en nemen in het ontwerpbesluit op dat de raad het college verzoekt om binnen 3 maanden een notitie aan de commissie Bestuur en Strategie voor te leggen over de al dan niet gewenste aanpassing van de Notitie beleidsuitgangspunten Gemeenschapshuizen in Bernheze uit 2000.
De overige drie aanbevelingen. Het college geeft in verschillende bewoordingen aan de door ons aanbevolen verbeteringen op te willen pakken. Deze aanbevelingen horen in zekere mate bij elkaar. Het gaat zeg maar over systeemverbetering: hoe pakken we complexe projecten beter aan en hoe optimaliseren we de rolverdeling college-raad bij dit soort projecten. Wij adviseren de raad om het college te vragen duidelijk aan te geven hoe en wanneer dit te gebeuren staat en hoe de raad daarbij betrokken wordt.
De rekenkamercommissie van de gemeente Bernheze, Nico op de Laak Kees Langerwerf 30 september 2021