CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Nawoord rekenkamer bij bestuurlijke reactie onderzoek niet-professionele instellingen

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Rekenkameronderzoek subsidieverstrekking aan niet-professionele instellingen1.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad en het college van B&W Postbus 19 5384 ZG HEESCH

Nico op de Laak Telefoonnummer: 0412-458888 Behandeld door:

Bijlage(n): Onderwerp:

Uw brief van: Uw kenmerk: Registratienummer:

Nawoord rekenkamer bij bestuurlijke reactie onderzoek Kleine subsidies, grote verantwoordelijkheid

Datum:

6 juni 2024

Geachte raadsleden, geacht college, De rekenkamer bedankt het college voor de bestuurlijke reactie van 4 juni 2024 op het rapport Kleine subsidies, grote verantwoordelijkheid. Deze bestuurlijke reactie heeft de rekenkamer ertoe aangezet nog een nawoord richting de gemeenteraad te formuleren. Reactie op hoofdvraag onderzoek Het verheugt de rekenkamer om te lezen dat het college het grote maatschappelijk belang van de subsidiëring van niet-professionele instellingen nadrukkelijk onderschrijft. Het college geeft aan dat vertrouwen in de organisaties boven het controleren van prestaties gaat. De rekenkamer beaamt dat vertrouwen een goede basis is tussen subsidieontvanger en verstrekker, maar in onze optiek ontziet deze basis het college niet van het houden van toezicht. Subsidies aan niet-professionele instellingen leveren volgens het college een belangrijke bijdrage aan de doelen en de gewenste maatschappelijke effecten, zoals geformuleerd in het Breed Maatschappelijk Beleid. Daarom is de rekenkamer van mening dat er frequent een vorm van toetsing plaats dient te vinden om te achterhalen in hoeverre de subsidiëring aan niet-professionele instellingen bijdraagt aan doelen en maatschappelijke opgaven uit het Breed Maatschappelijk Beleid.

Het college veronderstelt dat de clusterindeling tegemoetkomt aan de werkelijke financiële situatie van niet-professionele instellingen en dat zowel binnen als tussen de clusters sprake is van een gelijke wijze van subsidiëren. Echter, in het onderzoek zijn bij de rekenkamer voorbeelden aangedragen waarbij meerdere niet-professionele instellingen binnen hetzelfde cluster uiteenlopende ‘huishoudboekjes’ kunnen hebben. Er zijn ook voorbeelden aangedragen van niet-professionele instellingen uit verschillende clusters, die alle gebruikmaken van dezelfde accommodatie en vergelijkbare ledenaantallen hebben, maar verschillende subsidiebedragen per (jeugd)lid ontvangen. Naar mening van de rekenkamer stroken deze genoemde typeringen moeilijk met de genoemde veronderstellingen van het college ten aanzien van de clustersystematiek.

Voorstel 1: Verminder het aantal clusters Ten aanzien van voorstel 1 wil de rekenkamer op eigen verzoek een nuance plaatsen, ondanks dat dit punt niet wordt aangehaald in de bestuurlijke reactie. In de formulering van het voorstel wordt concreet een mogelijkheid genoemd om het aantal clusters te verminderen. In het overleg op 21 mei 2024 heeft het college aangegeven voorstel 1 te expliciet geformuleerd te vinden. De rekenkamer is het op dit punt eens met het college. De nadruk bij het voorstel ligt primair op het verminderen van het aantal clusters. De aanpassing van de grondslag dient daarbij als suggestie te worden geïnterpreteerd. In de reactie bij de beantwoording van de hoofdvraag geeft het college aan het voorstel niet te willen overnemen, aangezien hier in de teamplannen en kadernota geen rekening mee is gehouden. Vanuit het perspectief van het college is dit een begrijpelijk stellingname, maar de rekenkamer is van mening dat dit een keuze van de raad móét zijn. Daarnaast kan en mag het ons inziens niet waar zijn dat de capaciteit, zowel kwantitatief als wellicht ook kwalitatief, van de organisatie de bepalende factor is of een voorstel wordt overgenomen. Verder heeft de genoemde reden geen relatie tot de voornaamste oorzaak van het voorstel, namelijk het vereenvoudigen, en daardoor trachten het begrijpelijker te maken, van de clustersystematiek.

Een onderbouwing van de aanname dat dit veel (ambtelijke) capaciteit en financiële middelen zou kosten, wordt niet genoemd. De kern is dat de rekenkamer achter een systematiek staat met clusters. Een vermindering van het aantal clusters door een mogelijke aanpassing van de grondslag is naar onze mening géén nieuwe subsidiesystematiek. Een aanpassing ervan kan mogelijk ervoor zorgen dat de systematiek beter inspeelt op de zorgen vanuit de niet-professionele instellingen ten aanzien van de subsidiëring richting de toekomst. Het bevreemd de rekenkamer dat het college redenen aanhaalt waarom de noodzaak ontbreekt, terwijl in de alinea Algemene opmerking het grote belang wordt benoemd van subsidiëring van niet-professionele instellingen. Immers, een vereenvoudiging van de clustersystematiek past ons inziens bij de behoeftes en wensen van de gesproken niet-professionele instellingen én raadsleden. Verder is het in onze ogen een misvatting dat er nadrukkelijk tevredenheid is uitgesproken door de niet-professionele instellingen over de clustersystematiek. De aangehaalde tevredenheid gaat over dienstverlening, handelswijze en contact van en met de ambtelijke organisatie. Voorstel 2: Stel een beknopte paraplunotitie op De rekenkamer juicht het tegenvoorstel van het college volledig toe, maar ziet het wel als een aanvulling op ons voorstel.

Bij het verstrekken van nadere toelichting in de gesprekken is het in de ogen van de rekenkamer aan te raden om een dergelijke paraplunotitie te hebben. Hiermee kan ook de raad in voldoende mate worden voorzien van de noodzakelijke informatie. Verder kan deze informatie in de toekomst verstrekt worden aan eventueel nieuwe raadsleden, zodat de kennis actueel is en blijft. Daarom blijft de rekenkamer het voorstel aanhouden dat een paraplunotitie essentieel is om (een deel van) de onwetendheid aangaande de subsidiesystematiek weg te nemen. Voorstel 3: Ga met de clusters in gesprek Het verheugt de rekenkamer om te lezen dat het voorstel ter harte wordt genomen door het college. De genoemde gespreksonderwerpen zijn absoluut van meerwaarde. De rekenkamer wil hierbij één toevoeging doen: stel de raad tijdig in kennis van de uitkomsten van de gesprekken. Voorstel 4: Visie op subsidiëring op langere termijn De rekenkamer vindt het fijn om te lezen dat het college al het nodige onderneemt op het vlak van subsidiëring richting de toekomst. Wel ontbreekt het in de reactie aan enige concreetheid.

2

Het gesprek hierover voeren, zoals het college aangeeft, is een goede eerste stap. De tweede stap is het aanwijzen van concrete oplossingen en/of mogelijkheden. De rekenkamer heeft alle vertrouwen in het college dat navolgende stappen in de (nabije) toekomst ook genomen zullen worden. Voorstel 5: Informeer de raad over de achterliggende context De rekenkamer vindt het jammer dat er onvoldoende structuur in de systematiek van informatievoorziening aan de raad is, anders dan vertrouwelijke informatie en ad hoc notities naast ‘staat G’. Daarom is de genoemde aanpak naar mening van de rekenkamer onvoldoende. Het voorstel doelt op een meer uitgebreide wijze van informeren van de raad over de achterliggende context en behelst een integrale aanpak: subsidiemethodiek, effecten en opvallende zaken. Daarmee sluit het in onze optiek beter aan op de behoefte uit de raad. Tot slot bedankt de rekenkamer eenieder die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het rekenkamerrapport. De rekenkamer hecht eraan dat op korte termijn de discussie over dit rapport gevoerd wordt tussen de raad en het college. Met vriendelijke groet, namens de rekenkamer Bernheze,

Nico op de Laak, voorzitter

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=49d85ced-df92-463d-b90e-e18bab26e796