Landgoed Het Geleer Toelichting
Tekst van het document
Als gevolg van een recente uitspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 dienen bij iedere ontwikkeling eveneens de eventuele effecten van de (tijdelijke) aanlegfase te worden beschouwd. Het is gezien de aard en omvang van het voornemen en de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000 gebieden niet aannemelijk dat de stikstofdepositie veroorzaakt tijdens de aanlegfase van deze ontwikkeling significante gevolgen zal hebben voor een Natura 2000-gebied. Uit de aanvullende berekening is gebleken dat ook de aanlegfase voor zowel aanleg van het landhuis als aanleg van nieuwe natuur daadwerkelijk niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar.
Het plangebied grenst aan De Leijgraaf, een ecologische verbindingszone die tot het NNB hoort. De voorgenomen aanleg van een brede bosrand met mantel- en zoomvegetatie leidt tot meer structuurvariatie en een geleidelijke en natuurlijkere overgang van bos naar oever. Door niet binnen 1-2 meter van de beekoever,
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
59
poel en paaiplaats te werken, blijft de functie van de EVZ behouden en blijft De Leijgraaf geschikt als leefgebied voor soorten. Tevens is het van belang om de (noordelijke) bosrand gefaseerd over ruimte en tijd aan te leggen, zodat een geleidelijke omvorming plaatsvindt. Het dichtstbijzijnde overige NNB gebied ligt op ongeveer 400 meter afstand ten noordwesten van het plangebied. De voorgenomen activiteiten in het plangebied zullen door hun lokale aard geen aantasting tot gevolg hebben van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB in de omgeving en daarmee niet leiden tot negatieve effecten op het NNB, maar juist leiden tot versterking van de aanwezige natuurwaarden.
Soortenbeschrijving De soortbescherming is opgenomen in de Wet Natuurbescherming. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het plangebied. De wet regelt de bescherming van wilde dier- en plantsoorten. Ook omvat de wet de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000 gebieden. Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden wordt een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Staro B.V. Deze rapportage is als Bijlage 2 aan de toelichting toegevoegd.
Uit de resultaten van deze rapportage kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen plannen met betrekking tot de nieuwe natuurontwikkeling en oprichting van het landhuis niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, mits rekening wordt gehouden met navolgende aandachtspunten: 1.
2.
3. 4.
5. 6.
60
werkzaamheden in het begroeide deel van het westelijk perceel dienen te worden uitgevoerd tussen augustus en half maart en wanneer geen broedgeval aanwezig is. Zo wordt rekening gehouden met de broedperiode van vogels; nemen van enkele mitigerende maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten op amfibieën; a. werkzaamheden aan het water en de oevers van de poel worden gefaseerd uitgevoerd en vinden plaats na het voortplantingsseizoen en vóór de overwinteringsperiode van amfibieën, (tussen 1 oktober en 1 november). b. bij werkzaamheden wordt in 1 richting gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten; c. bij het baggeren moet het water terug kunnen lopen in de poel; d. verwijderen van bomen en struiken buiten oevers van de poel dient plaats te vinden tussen 15 april en 1 november; e. van het vrijgekomen snoeihout dienen takkenrillen gemaakt te worden die kunnen dienen als beschutting en overwinteringsplaats voor amfibieën en andere soorten; door (extra) kunstmatige verlichting 's nachts uit te zetten of door de lichtstralen af te schermen, wordt verstoring van foeragerende en langsvliegende vleermuizen voorkomen; bij het kappen van bomen dient er een controle te worden uitgevoerd om de aanwezigheid van eekhoornnesten of voedselbomen voor eekhoorns vast te stellen. Nest- en voedselbomen dienen te worden behouden, inclusief een nader te bepalen beschermingszone.
Indien behoud niet mogelijk is, dient voorafgaand aan de kap een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen. Werkzaamheden in de buurt van eekhoornnesten worden uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode. Deze periode loopt van januari tot en met augustus. Bij het verwijderen van vegetatie wordt in één richting gewerkt zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. In verband met de winterslaap van egel is het aan te bevelen dichte vegetaties en takkenhopen buiten de overwinteringsperiode (november tot en met half mei) te verwijderen.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Bovenstaande aanbevelingen dienen en zullen in acht worden genomen bij uitvoering van de feitelijke werkzaamheden.
De boswerkzaamheden van het bestaande bos vallen onder bestendig bosbeheer, waardoor de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden conform de Gedragscode soortbescherming bosbeheer (VBNE, 2022). Op deze manier blijft de leefomgeving dusdanig constant waardoor voorkomende soorten zich kunnen handhaven. een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan niet nodig. Voorafgaand aan de uitvoering van de boswerkzaamheden dient een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden conform de Gedragscode soortbescherming bosbeheer (VBNE, 2022). Er dient daarbij een inventarisatie door een deskundige plaats te vinden, waarbij aanwezige flora- en fauna elementen worden gemarkeerd die tijdens de boswerkzaamheden ontzien of beschermd dienen te worden. Hiervoor kan de Checklist bosbeheer toegepast worden. Om de impact van de werkzaamheden te minimaliseren, wordt geadviseerd om werkzaamheden gefaseerd over tijd en ruimte uit te voeren. Zo wordt geadviseerd om de bosrand geleidelijk over tijd en ruimte aan te leggen, zodat een deel van de huidige bosrand behouden blijft en geschikt blijft als leefgebied voor verschillende soortgroepen.
Met inachtneming van bovenstaande levert het aspect flora en fauna geen belemmering op voor het planvoornemen.
5.4
Cultureel erfgoed
5.4.1 Cultuurhistorie Per 1 september 2017 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft hiertoe in haar Interimverordening cultuurhistorisch waardevolle gebieden aangeduid. Deze gebieden verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten. De planlocatie is niet gelegen in een door de provincie aangeduid cultuurhistorisch waardevol gebied.
De locatie maakt conform de provinciale cultuurhistorische waardenkaart ook geen onderdeel uit van een overig waardevol historisch geografisch vlak. De Meerstraat is (evenals vele overige wegen in het buitengebied) wel aangeduid als historische weg van redelijk belang. Met de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen vindt er evenwel geen aantasting van de bestaande wegenstructuur plaats. Op de planlocatie bevindt zich geen monumentaal pand. Er bevinden zich ook geen overige (rijks)monumenten of andere cultuurhistorische elementen die mogelijk 'aangetast' zouden kunnen worden met het voorgenomen initiatief. Het aspect cultuurhistorie leidt voor het voornemen niet tot een belemmering.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
61
5.4.2 Archeologie De omgang met het archeologisch erfgoed is geregeld in de Erfgoedwet (2016). Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische resten, indien een bestemmingsplan dat voorschrijft. De gemeente heeft vanuit haar archeologiebeleid voorwaarden opgesteld ten aanzien van de omgang met het archeologisch erfgoed. Deze zijn in het bestemmingsplan weergegeven als een dubbelbestemming Waarde-Archeologie met daaraan gekoppelde ondergrenzen onderzoeksplicht. Voor het westelijk en noordwestelijk deel van het plangebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting, voor het overige bestaande bosgebied geldt geen archeologische verwachting. Voor het westelijk gedeelte geldt een middelhoge archeologische verwachting en voor het zuidelijk gedeelte geldt een hoge archeologische verwachting, zie onderstaande uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart.
Uitsnede archeologische beleidskaart Gelet op de voorziene bodemingrepen ten behoeve van het voornemen, te weten realisering van een landhuis, aanleg van een toegangsweg alsmede bosaanplant is een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Bureau voor Archeologie om de aanwezigheid van eventuele archeologische waarden te kunnen uitsluiten. Dit onderzoek is als Bijlage 4 aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd, dat in het zuidoostelijk gedeelte ter plaatse van de voorgenomen realisering van het landhuis gedeeltelijk nog sprake is van een (deels) intacte podzolbodem, waarin archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Geadviseerd wordt om in deze zone graafwerkzaamheden te vermijden danwel een aanvullend karterend booronderzoek uit te voeren om nader te bepalen wat de verbreiding van het archeologische niveau is en of archeologische resten aanwezig zijn. In het noordwesten van het plangebied, grenzend aan de Leijgraaf bevindt zich een gedempte meander van de Leijgraaf met een historische voorde. In en rondom de oude geul kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Bij eventuele bodemingrepen in een zone van 20 m rondom de oude geul is een nader archeologisch proefsleuven onderzoek met archeologische begeleiding noodzakelijk.
In de overige delen van de om te vormen agrarische percelen is geen intacte podzolbodem aangetroffen. De kans dat hier archeologische resten aanwezig zijn is klein. Geadviseerd wordt dan ook om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit geldt ook voor het gedeelte, grenzend aan de Meerstraat, dat op de archeologische beleidskaart is aangeduid als een gebied van zeer hoge archeologische waarde. Alhoewel dit gedeelte in de bufferzone van een historische bruglocatie ligt, wordt het niet
62
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
aannemelijk geacht dat hier archeologische resten in de context van beekdalen aanwezig zijn. Naar aanleiding van de conclusies uit het uitgevoerde archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek is ter plaatse van de geconstateerde intacte bodemprofielen in het zuidoostelijk deel van het plangebied, waar oprichting van het landhuis en boomaanplant is voorzien, een aanvullend karterend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 5 aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. In het aanvullend onderzoek is geconcludeerd, dat er slechts enkele archeologisch indicatoren zijn aangetroffen, die te verwachten waren in een potstal bemest zandgebied. De indicatoren waren vrij regelmatig verdeeld. Er is geen sprake van een verhoogde concentratie op een specifieke locatie. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig zijn. Geadviseerd wordt ook dit onderzoeksgebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Naar aanleiding van de uitgevoerde archeologische onderzoeken is voor het merendeel van de gronden van het plangebied geen planologische beschermingsregeling nodig voor eventuele archeologische waarden. Planologische bescherming wordt nog wel noodzakelijk geacht voor het plangedeelte ter plaatse van een zone van 20 meter rondom een oude geul van de Leijgraaf in het noordwesten van het plangebied.
Hier zijn met het voornemen geen ingrepen voorzien. Daarnaast dient ook voor een klein gedeelte van het bestaande bosgebied de geldende planologische bescherming te worden gehandhaafd. Het bestaand bosgebied maakt immers geen onderdeel uit van het onderzoeksgebied van het nader archeologisch onderzoek. Aangezien hier met het voornemen geen bodemingrepen diepen dan 40 cm -mv, onder de reeds omgewerkte A-horizont, zijn voorzien. Ten behoeve van de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden bij mogelijk toekomstige diepere bodemingrepen zijn ter plaatse van deze gebieden de geldende archeologische dubbelbestemmingen opgenomen, te weten 'Waarde - Archeologie 1' (grenzend aan de Leijgraaf) respectievelijk 'Waarde Archeologie 3' (ter hoogte van een gedeelte van het bestaand bosgebied). Indien toekomstig ter plaatse diepere bodemingrepen zijn voorzien kan alsnog nader archeologisch onderzoek worden vereist. Met inachtneming van bovenstaande levert het aspect archeologie geen belemmering op voor het planvoornemen.
5.5
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekking in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht bij een bestemmingsplan: a. b. c.
Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; Het bestemmingplan is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; Het bestemmingplan is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.
Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
63
In dit geval is geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Om te bepalen of toch een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. In dit geval dient het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium (voor de start van de procedure van het bestemmingsplan) een beslissing te nemen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld dan wel een verdere m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het kader van onderhavig plan is een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld, die als Bijlage 6 bij de toelichting van het plan is toegevoegd. Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen. Er is geen aanleiding voor het uitvoeren van een milieueffectrapportage. Het bevoegd gezag wordt derhalve verzocht om een besluit te nemen dat een verdere mer-beoordeling niet noodzakelijk is.
5.6
Leidingen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er te worden onderzocht of er leidingen door het plangebied lopen, om te voorkomen dat de leiding bij werkzaamheden wordt beschadigd. Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.
64
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Hoofdstuk 6 6.1
Juridisch plan
Algemeen
Het bestemmingsplan "Landgoed Het Geleer" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012 en de geldende planologische regeling. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
6.2
Systematiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Begripsbepalingen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. Bestemming Agrarisch met waarden - leefgebied dassen Deze bestemming richt zich primair op behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden die relevant zijn voor het leefgebied van de dassen. Binnen de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed' is het gebruik voor burgerbewoning mogelijk.
De bouwregels van deze bestemming maken het oprichten van een woongebouw met een karakteristieke verschijningsvorm binnen het bouwvlak mogelijk met een maximale inhoud van 1.500 m3 . Om inachtneming van de minimale richtafstand van 50 meter tot de nabijgelegen minicamping juridisch te borgen is een nadere aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geluidgevoelige objecten' op de verbeelding opgenomen. Ter plaatse is oprichting van het hoofdgebouw niet toegestaan, maar mogen wel de bijgebouwen worden
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
65
opgericht. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 m en 10 m. Binnen dit woongebouw mogen maximaal 2 wooneenheden worden gerealiseerd. Ten slotte bieden de bouwregels ook nog de mogelijkheid tot het oprichten van aangebouwde dan wel vrijstaande bijgebouwen binnen het bouwvlak en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen en carports. Het oprichten van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van wonen is door middel van een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de vereiste natuurontwikkeling van het landgoed volgens het daarvoor opgesteld inrichtings- en beheerplan. Dit houdt in, dat het gebruik van het te realiseren landhuis ten behoeve van wonen niet is toegestaan indien niet ook (binnen een periode van 1 jaar na onherroepelijk worden van een afgegeven omgevingsvergunning voor de bouw van het landhuis) de natuurontwikkeling wordt gerealiseerd en in stand gehouden volgens de uitgangspunten van het beheerplan. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter borging van de realisering van een waterbergingsvoorziening met voldoende capaciteit en dienen de gemeentelijke parkeernormen in acht te worden genomen. Bovendien is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de vrije toegankelijkheid van het landgoed nader te borgen.
Bestemming Natuur Deze bestemming richt zich op het behoud, bescherming en/of herstel van de gronden als natuurgebied alsmede een openbaar toegankelijk landgoed. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 Deze bestemming geldt voor die delen in het plangebied, waarbij bij bepaalde ingrepen (> 100 m2 EN dieper dan 40 cm - mv) eerst nader archeologisch onderzoek vereist is. Door middel van een dubbelbestemming wordt gezorgd dat de aanwezige waarden optimaal beschermd worden. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 Deze bestemming geldt voor die delen in het plangebied, waarbij bij bepaalde ingrepen (> 2.500 m2 EN dieper dan 40 cm - mv) eerst nader archeologisch onderzoek vereist is. Door middel van een dubbelbestemming wordt gezorgd dat de aanwezige waarden optimaal beschermd worden. Dubbelbestemming Waterstaat - Beschermingszone watergang Deze bestemming geldt voor de delen in het plangebied waar, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (basisbestemming), bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang voorzien is. Ter plaatse is oprichting van nieuwe bebouwing in beginsel niet toegestaan.
Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene aanduidingsregels, de Algemene afwijkingsregels en de Overige regels.
In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.
66
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.6.1, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. De bouw van het nieuwe landhuis vindt plaats onder verantwoording van de particuliere initiatiefnemer(s). Algemene (procedure)kosten die uit het project en de ruimtelijke procedure voorvloeien worden ten laste gebracht van initiatiefnemer. Deze planbegeleidingskosten zullen in een anterieure overeenkomst worden opgenomen. Daarnaast dient voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan de opdrachtgever zich bereid te verklaren om de voor vergoeding in aanmerking komende planschade volledig aan de gemeente te compenseren. Deze planschadeovereenkomst maakt deel uit van de anterieure overeenkomst. Overige kosten, zoals mbt aanleg van riolering en een inrit zullen te zijner tijd via de leges verhaald worden. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen financiële consequenties voor de gemeente.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
67
68
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg & inspraak
Omgevingsdialoog
Voor opstelling van het concept ontwerpbestemmingsplan zijn de naaste buren reeds geïnformeerd over het voornemen. Voor de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn alle omwonenden nader geïnformeerd over de voorgenomen plannen, waarbij de mogelijkheid is gegevens reacties kenbaar te maken. Hierop zijn een achttal reactie formulieren binnengekomen, met een viertal meer inhoudelijke reacties. De reacties hebben niet tot een inhoudelijke wijziging van het voorontwerp bestemmingsplan geleid. Het uitgebreide verslag van de gevoerde omgevingsdialoog is als Bijlage 7 bij de toelichting van dit ontwerp bestemmingsplan opgenomen.
8.2
Vooroverleg
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het plan aan de vooroverlegpartners voorgelegd, waaronder provincie en waterschap. Het waterschap heeft in haar reactie aangegeven, dat ze positief zijn over het voornemen. Het plan sluit aan bij de doelstellingen en opgaven, die het waterschap heeft. Aanvullend hebben ze nog enkele opmerkingen gemaakt. Inmiddels is een nieuw waterbeheersplan in werking getreden. Daarnaast zijn voor de toekomstige toename van het verhard oppervlak naast de gemeenteregels ook de regels van de Keur van toepassing. Verzocht wordt het profiel van vrije ruimte naast de Leijgraaf in de toelichting even te benoemen Het waterschap hoopt dat de voorziene ingang van het landgoed aan de Meerstraat in de toekomst ook voor het waterschap toegankelijk blijft voor het beheer en onderhoud aan de Leijgraaf.
Tenslotte wordt verzocht bij de feitelijke inrichting en aanleg van zoomvegetatie in de oeverzone vooraf contact op te nemen met het waterschap om de werkzaamheden af te stemmen. Het waterschap beoogd de realisatie van een extra geïsoleerd liggende poel als stapsteen voor amfibieën langs de waterloop. De tekstuele opmerkingen van het waterschap zijn in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan opgenomen, zie ook paragraaf 5.2. Het nieuwe waterbeheerplan is opgenomen, er is een expliciete verwijzing naar de regels van de Keur opgenomen ten aanzien van de verhardingstoename, een voorwaardelijke verplichting ten behoeve van de realisering van de waterbergingsvoorziening toegevoegd en tenslotte is een tekstpassage toegevoegd over het profiel van de vrije ruimte naast de Leijgraaf. De Leijgraaf blijft ook na realisatie van het voornemen bereikbaar voor het waterschap voor beheer en onderhoud aan de Leijgraaf. Voor aanvang van de feitelijke werkzaamheden in de oeverzone zal hierover contact worden opgenomen met het gebiedsdistrict van het waterschap.
De provincie geeft in haar vooroverlegreactie aan dat de het voornemen aansluit bij de provinciale bossenstrategie en dat de omschakeling van het productie- naar een natuurlijk bos wordt gewaardeerd. Aanvullend heeft ze enkele ondergeschikte opmerkingen geplaatst. Verzocht wordt in de toetsing aan de bepalingen van het provinciaal beleid duidelijker op te nemen dat met
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
69
de omzetting van het productiebos naar een meer natuurlijk bos ook nieuwe natuur wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt verzocht de vereiste karakteristieke verschijningsvorm van het landhuis in de regeling nader te borgen. Tenslotte vraagt de provincie zich af hoe de openbare toegankelijkheid is verzekerd in het plan. Ten aanzien van de boringsvrije zone wordt verzocht de goede juridische beschermingsregeling op te nemen. Daarnaast dient voor toevoeging van verharding in alle gevallen een omgevingsvergunningsplicht te gelden, zonder de huidige opgenomen ondergrens van 100 respectievelijk 200 m2 . Tenslotte dient de formulering van de voorwaardelijke verplichting te worden aangepast.
De aanvullende opmerkingen van de provincie zijn in dit ontwerp bestemmingsplan verwerkt. Hiertoe is bij de toetsing aan het provinciaal beleid in de toelichting de omvorming van het productiebos nadrukkelijker genoemd. Daarnaast is in de regels conform het provinciaal beleid opgenomen dat voor realisering van het landhuis sprake dient te zijn van een karakteristieke verschijningsvorm. Openbare toegankelijkheid van het landgoed was in de regels in de bestemmingsomschrijving reeds opgenomen, maar is nu met een voorwaardelijke verplichting nader geborgd, en ook in de toelichting explicieter benoemd. Ten aanzien van de boringsvrije zone is een aangepaste juridische beschermingsregeling opgenomen. Bovendien is de ondergrens bij de omgevingsvergunningsplicht voor aanleg van nieuwe verhardingen geschrapt en is de formulering van de eerder opgenomen voorwaardelijke verplichting met betrekking tot realisering van het inrichtings- en beheerplan aangepast.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft op de gebruikelijke wijze op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken ter inzage gelegen, van 9 november 2023 tot en met 20 december 2023. Gedurende deze termijn heeft iedereen een zienswijze kunnen indienen. Tevens is het ontwerpplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant.
De gemeente heeft 1 zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is gebundeld, samengevat en beantwoord in de 'Nota zienswijze en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan "Landgoed Het Geleer" ', die als Bijlage 8 bij de toelichting is toegevoegd. De ingediende zienswijze heeft na beoordeling niet geleid tot aanpassing van de juridische regeling van het plan. Daarnaast zijn in de nota een drietal ambtshalve wijzigingen opgenomen, in verband met het herstel van een abusievelijk verkeerde verwijzing, ter verduidelijking van een reeds opgenomen voorwaardelijke verplichting en toevoeging van een toetsing aan de gemeentelijke ontwerp omgevingsvisie Bernheze 2040 aan de toelichting.
Op 18 april 2024 heeft de gemeenteraad beslist over de zienswijzen en vaststelling van het bestemmingsplan.
70
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer