CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Landgoed Het Geleer Toelichting

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Landgoed Het Geleer*21.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Landgoed Het Geleer Gemeente Bernheze

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Landgoed Het Geleer Gemeente Bernheze

IDN-nummer:

NL.IMRO.1721.BPLGhetgeleer-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

18 april 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 7

Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie

9

2.1 2.2

Ruimtelijke structuur Functionele structuur

9 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

13

3.1 3.2 3.3 3.4

13 14 18 19

Algemeen Natuurontwikkeling Realisering landhuis Verkeer & parkeren

Hoofdstuk 4 Beleid & regelgeving

21

4.1 4.2 4.3

21 23 35

Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- & omgevingsaspecten

45

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

45 56 59 61 63 64

Milieu Waterhuishouding Flora & fauna Cultureel erfgoed Vormvrije m.e.r.-beoordeling Leidingen

Hoofdstuk 6 Juridisch plan

65

6.1 6.2 6.3 6.4

65 65 65 65

Algemeen Systematiek Verbeelding Planregels

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

67

Hoofdstuk 8 Overleg & inspraak

69

8.1 8.2 8.3

69 69 70

Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

3

Toelichting

4

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voornemen heeft betrekking op het realiseren van een nieuw te ontwikkelen landgoed ('het Geleer') van ca 14 ha aan de Meerstraat (achter nr. 22) te Heeswijk-Dinther. De landgoedontwikkeling bestaat uit het toevoegen van 2,32 ha nieuwe natuur in de vorm van bosaanplant op nu nog onbebouwde agrarische grond. Daarnaast wordt het aangrenzende bestaande productiebos van 11,4 ha omgevormd naar een structuurrijker natuurbos. Zo ontstaat een openbaar toegankelijk natuurgebied van 13,7 ha met daarnaast een mogelijkheid voor realisering van een nieuw woongebouw in de vorm van een landhuis met maximaal 2 wooneenheden.

1.2

Ligging plangebied

Het beoogde landgoed ligt ten noorden van het dorp Heeswijk-Dinther, op de overgang van de kern naar het buitengebied en de noordelijk gelegen Heeswijkse Bossen. De voorgestane ontwikkeling heeft betrekking op de kadastrale percelen gemeente Heeswijk-Dinther E683, E686, E688, E1054, E3240 en E3242. De directe omgeving van het beoogde landgoed bestaat uit agrarisch gebied (akkerbouw en weilanden). Langs de Meerstraat (westelijk van het plangebied) en de Pater van den Elsenstraat (zuidelijk van het plangebied) zijn nog enkele agrarische bedrijven alsmede diverse burgerwoningen gelegen. De woonkavels van deze boerderijen zijn veelal door opgaande beplanting afgeschermd van het omringende agrarisch gebied. Ten noorden van het plangebied bevinden zich diverse recreatieve voorzieningen en routes. Her en der verspreid zijn (delen van) perceelgrenzen gemarkeerd door laanbeplanting of houtsingels.

Luchtfoto met ligging plangebied

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

5

De locatie grenst aan de noordzijde aan beek De Leijgraaf, die tevens een functie als Ecologische Verbindingszone (EVZ) vervult. De Leijgraaf vormt langs en nabij het plangebied een tamelijk brede watergang met aan weerszijden een grazige oever (onderhoudsstrook).

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor de gronden van het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' van toepassing, vastgesteld door de gemeente Bernheze d.d. 08-10-2014. Binnen dit bestemmingsplan zijn aan de gronden in het plangebied de bestemmingen 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden - leefgebied dassen' toegekend. Gronden met de bestemming 'Natuur' zijn aangewezen voor behoud, ontwikkeling en herstel van landschappelijke en ecologische waarden en behoud van kleinschalige bosgebieden. De gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden – leefgebied dassen" zijn bestemd voor behoud, ontwikkeling en herstel van landschappelijke en natuurwaarden, die van belang zijn voor dassen en voor behoud van aanwezige landschapselementen. Daarnaast zijn op delen van het plangebied de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' vigerend ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden.

Binnen het plangebied zijn daarnaast ook nog verschillende gebiedsaanduidingen van kracht: milieuzone - boringsvrije zone; ter bescherming van de daarin aanwezige beschermde kleilaag; reconstructiewetzone - extensiveringsgebied; ter regulering van intensieve veehouderij ontwikkelingen; wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied; ten behoeve van de ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en leefklimaat; wro-zone - natuurontwikkelingsgebied; ten behoeve van natuurontwikkeling; behoud herstel watersystemen; ten behoeve van de verwezenlijking, het behoud, beheer en herstel van watersystemen langs de Leijgraaf; wro-zone - ecologische verbindingszone; ten behoeve van de verwezenlijking, behoud en beheer van een ecologische verbindingszone langs de Leijgraaf; groenblauwe mantel; behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied.

6

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Uitsnede bestemmingsplan met plangebied Het realiseren van een landgoed met een landhuis (van maximaal 2 wooneenheden) is momenteel niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Om het planvoornemen planologisch - juridisch mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Op 14 november 2019 is hiertoe bij de gemeente Bernheze een principe verzoek ingediend, waar positief op is gereageerd door de gemeente.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in hoofdstuk 8 tenslotte worden de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

7

8

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke structuur

Historische structuur De omgeving van het plangebied bestond oorspronkelijk uit een zogenaamd kampenlandschap bestaande uit kleinere, strooksgewijze percelen bouw-, en grasland, omgeven door houtwallen, struwelen en sloten. Naar het zuiden toe ging het landschap over naar kleinere akkers in blokverkaveling. De oorspronkelijke verkaveling is nu grotendeels verdwenen. Ook de wegen en paden zijn nu grotendeels verdwenen. Ze zijn nog wel te herleiden aan de hand van de huidige verkaveling en de situering van de noord-zuid georiënteerde eikenlaan.

Uitsnede historische kaart 1910

Bestaande structuur Het plangebied is momenteel onbebouwd en bestaat hoofdzakelijk uit (productie)bos. Dit bosgebied wordt

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

9

door een waterloop doorsneden. Het zuidelijk en westelijk deel van het plangebied is nog in regulier agrarisch gebruik als bouw-/weiland. De gronden van het bosgebied waren tot 2005 ook nog in agrarisch gebruik als akkerland. Bij de toenmalige aanplant van het nieuwe bos zijn soorten aangeplant die horen bij een vochtig berken-zomereikenbos en vochtig wintereiken-beukenbos (waaronder eik, berk en es), aangevuld met niet-inheemse, productieve soorten (waaronder grove den en lariks), zie onderstaande afbeelding. De groei en vitaliteit van het bos is goed, maar de natuurwaarde is nog vrij beperkt. Aan de randen van de bospercelen is een smalle mantel- en zoomvegetatie tot ontwikkeling gebracht.

Afbeelding soortensamenstelling bestaand bos (Bron: Inrichtings- en beheerplan Landgoed het Geleer) In het kader van de realisering van de EVZ zijn in het noordelijk gedeelte van het bosgebied, tegen de Leijgraaf een poel en een paaiplaats voor vissen aangelegd. Deze paaiplaats staat in open verbinding met De Leijgraaf. Tenslotte is een tweetal lanen aangeplant in de bospercelen. Eén laan loopt diagonaal door het middelste bosperceel, de andere laan loopt in noord-zuidrichting aan de westrand van het middelste perceel. Deze laatste laan betrof een bestaande laan, overeenkomstig het historisch wegpatroon van het gebied. De laan bestaande uit inlandse eiken, is verder aangevuld en verlengd. De aangeplante laanbomen zijn echter momenteel vrijwel volledig overgroeid door de aangrenzende bospercelen.

10

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Uitsnede topografische kaart met plangebied oranje gemarkeerd

Het bosgebied is voorzien van enkele onverharde paden voor voetgangers, waarvan de laanstructuren in het bosgebied de prominentste zijn. Dit gebied is via een wandelpad langs de Leijgraaf bereikbaar en openbaar toegankelijk. Binnen het plangebied zijn er verder geen infrastructurele voorzieningen in de vorm van wegen voor gemotoriseerd verkeer.

2.2

Functionele structuur

Het plangebied heeft een groene structuur. De voorkomende functies zijn dan ook natuur en agrarisch. Direct aansluitend aan het plangebied bevindt zich aan de westzijde (aan de Meerstraat) een agrarisch bedrijf (pluimveehouderij) en een mini-camping. Wat verder naar het noorden van het plangebied bevinden zich diverse recreatieve voorzieningen, waaronder een hotel-restaurant, een camping/kampeerboerderij en recreatieoord/bungalowpark. In de wijdere omtrek van het plangebied wordt de functionele structuur gedomineerd door typische functies van het buitengebied zoals agrarisch percelen en bebouwing, vrijstaande woonobjecten, water en natuur. Meer stedelijke functies zijn gelegen in de kern van Heeswijk Dinther ten zuiden van het plangebied.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

11

12

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Algemeen

Het voornemen betreft de aanleg en instandhouding van een nieuw te ontwikkelen landgoed Het Geleer ter grootte van ca. 14 ha, grenzend aan de ecologische verbindingszone de Leijgraaf, waarvoor het landgoed als een 'stepping stone' kan fungeren. Het landgoed kan tevens landschappelijk en recreatief een belangrijke schakel vormen tussen de kern Heeswijk Dinther en het buitengebied met de Heeswijkse bossen, zie ook onderstaande afbeelding.

Het nieuw te realiseren landgoed omvat ca 2,32 ha nieuw te realiseren natuur ter plaatse van de huidige agrarische gronden. Daarnaast zal het aangrenzende bestaande productiebos van ca 11,4 ha worden omgevormd naar een meer gevarieerd natuurbos. Tenslotte zal in het zuidelijk deel van het plangebied een landhuis worden opgericht met maximaal 2 wooneenheden. Het landgoed zal, met uitzondering van het op te richten landhuis en aanliggende tuin, volledig worden opengesteld voor publiek.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

13

3.2

Natuurontwikkeling

Voor de voorgestane bos- en natuurontwikkeling is door de Bosgroep Zuid-Nederland een inrichtings- en beheerplan opgesteld, dat als Bijlage 1 bij de regels is opgenomen. Het planvoornemen grenst aan de noordzijde aan de Leijgraaf, die is aangewezen als ecologische verbindingszone ter verbindingen van diverse solitaire natuur-/bosgebieden in de omgeving, zie onderstaande figuur. Ten noodwesten van de planlocatie bevinden zich de Heeswijkse bossen. De Heeswijkse bossen betreft een heidebeplanting uit eind 19e eeuw, die nu voornamelijk uit naaldhout bestaat, met nog enkele resteren heideveldjes en vennetjes. Ten noordoosten van de planlocatie bevindt zich het ven, de Klotbeek.

Uitsnede Natuurnetwerk Brabant (groen gemarkeerd) met de situering van de planlocatie zwart omcirkeld

14

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

De EVZ De Leijgraaf vormt een verbinding tussen de Aa en de natuurgebieden Lage Goorsen, Kooldert, Bedaf, Heidsche wal en Heeswijksche Bossen (van oost naar west). Doelsoorten zijn: • Das • Struweelvogels • Amfibieën • Kleine modderkruiper • Drijvende waterweegbree • Dagvlinders van droge habitats Bestaande en nieuw aan te leggen landschapselementen rondom de watergang, zoals houtwallen, lanen, struwelen, kruidenrijke graslanden en poelen vormen het fijnmazige raamwerk dat er voor zorgt dat de EVZ Leijgraaf daadwerkelijk functioneert voor de doelsoorten. De Leijgraaf is van oudsher een zwak meanderende moerasbeek. De stroomrichting van de Leijgraaf is noordwestwaarts gericht. De Leijgraaf ontspringt tussen Boekel en Erp uit de Aa en stroomt ongeveer twintig kilometer verderop bij Berlicum weer in de Aa. Het gebied waar de Leijgraaf stroomt was van oudsher een laaggelegen gebied aan de rand van de Peelrandbreuk, een geologische breuk in de aardkorst. Ten noordoosten van deze breuk bevindt zich de hoger gelegen Peelhorst en aan de andere kant vindt je de Centrale slenk. Op de rand van de Peelhorst vindt je wijstgronden, waar kwelwater uit de grond omhoog komt. Dit kwelwater stroomde door geulen naar de lager gelegen Centrale slenk en bleef daar staan. Dit veroorzaakte een nat gebied, dat ‘de meer’ of ‘de jeucke’ werd genoemd.

Om dit water af te voeren werd in de 14e eeuw de Leijgraaf aangelegd. De naam van deze beek betekent dan ook letterlijk ‘geleide gegraven loop’. Het beekdal van de Leijgraaf was nat, periodiek overstroomd, onbewoond, extensief in cultuur gebracht en gekarakteriseerd door soortenrijke graslanden, elzenhagen, moerasbosjes van Zwarte els en wilg en een soortenrijke oever- en watervegetatie. Het gehele beekdal van de Leigraaf was voorheen nog zeer kleinschalig verkaveld. De kavels werden begrensd door singels en houtwallen. Deze zeer smalle kavels, houtwallen en singels die karakteristiek waren voor het Leigraaf-dal, zijn grotendeels verdwenen. Tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw is de Leijgraaf grotendeels rechtgetrokken en zijn er stuwen geplaatst om het waterpeil te kunnen regelen. Hierbij was de perceelsgrootte aanzienlijk toegenomen, maar zijn de houtwallen en singels sterk afgenomen en moerassige laagten verdwenen. De resterende groenrelicten zijn veelal geografisch van elkaar gescheiden. De uitwisseling tussen populaties is daarmee een probleem geworden. De afgelopen jaren is daar verbetering in gekomen, na aanwijzing van de Leijgraaf als ecologische verbindingszone in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur).

De EVZ Leijgraaf bestaat uit een aantal deeltrajecten die van elkaar worden gescheiden door reeds ingerichte delen van de EVZ of door agrarische percelen. De EVZ Leijgraaf is onder meer van belang om populaties dassen en struweelvogels met elkaar te verbinden. Door aanvulling van bestaande landschapselementen als houtwallen, bomenrijen en bosschages met struwelen en bosschages kan de verbinding voor deze doelgroepen worden versterkt. Voor de doelsoort dagvlinders wordt grasland ingericht als kruidenrijk grasland. Voor de watergebonden doelsoorten worden delen van de oever van de Leijgraaf verflauwd aangelegd. Hiermee ontstaat een water- en moeraszone, die geschikt is als paaigebied voor vissen en als leefgebied voor libellen. Verder worden voor de watergebonden doelsoorten poelen aangelegd.

Ter versterking van het huidige bosgebied zal het bestaande bos aan de zuid- en westzijde worden uitgebreid door realisering van ca. 2,32 ha nieuw bos, aangrenzend aan het bestaande bos (kadastrale percelen E3240 en E3242). Daarnaast zal het bestaande productiebos van ca 11,6 ha, waarvan de huidige natuurwaarde nog beperkt is, natuurlijker en structuurrijker ingericht worden. Het bestaande bos zal (geleidelijk) worden omgevormd van een gelijkjarig bos naar een gevarieerd natuurbos met verschillende leeftijdsfasen en gevarieerde structuren, waarbij onder meer inheemse soorten worden ingebracht ten koste van niet-inheemse

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

15

productieve soorten. Bij de soortkeuze voor aanplant van bomen en struiken wordt aangesloten bij de van nature hier te verwachten vegetatie. Dit betreft de associatie van het abelen-iepenbos voor de laaggelegen vochtigere delen en de associatie van het eiken-haagbeukenbos voor de wat hogere delen (natuurbeheertype N14.03 Haagbeuken- essenbos). Er wordt gezorgd voor een robuuste, geleidelijke overgang van bos naar omringend agrarisch gebied. Hiertoe wordt een ruimere zone met mantel- en zoomvegetatie aangebracht. Bloem- en vruchtdragende soorten in deze overgangszone vormen een grote meerwaarde voor onder andere vogels en insecten (denk aan bijen en vlinders).De productiefunctie van het bestaande bos zal komen te vervallen. Daarbij wordt onderstaand streefbeeld op termijn gerealiseerd. De entree van het landgoed (aan de Meerstraat) krijgt een meer parkachtig, open karakter, met een met struiken omzoomde poel, enkele (reeds volwassen) solitair opgegroeide bomen en een onderliggende struiklaag. Bij de entree wordt het bestaande pad aangevuld en versterkt met een bomenrij van bijvoorbeeld haagbeuk en linde tot een oprijlaan ter versterking van het gevoel van een landgoed bij de entree / ontsluiting van het landhuis.

Streefbeeld landgoed (Bron: Inrichtings- en beheerplan landgoed Geleer, Bosgroep) Om tot de realisatie van nieuwe natuur en omvorming van bos te komen zijn een aantal inrichtingsmaatregelen noodzakelijk. Onderstaand zijn deze maatregelen opgesomd, voor een nadere beschrijving en detaillering van deze maatregelen wordt verwezen naar het inrichtings- en beheerplan in Bijlage 1: Aanleg 2,32 ha nieuwe natuur (in de vorm van bosaanplant met bosranden en een aanvullende struiklaag);

16

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Verhogen natuurwaarden huidig bos: 1. Fasegewijze omvorming monoculturen grove den en Japanse lariks (2,1 ha); 2. Versterken natuurwaarden overig bos (6,6 ha), onder andee door vergroting van de variatie en structuur van het bos: 3. Verbreden bosrand tot 10 a 20 meter (2,1 ha), om een geleidelijke overgang naar het omliggende landschap te maken;

Overige maatregelen :

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

17

1. Laanherstel; 2. Poel herstel; 3. Dempen sloten; Daarnaast zijn in het inrichtings- en beheerplan ook diverse beheermaatregelen opgenomen om de vitaliteit en soortenmenging van het bos te stimuleren en in stand te houden. Het gehele bos, met uitzondering van het landhuis en aanliggende tuin, zal via de bestaande wandelpaden en lanen open gesteld blijven voor recreatief medegebruik, zoals momenteel ook al het geval, zie ook paragraaf 3.4.

3.3

Realisering landhuis

Voor de oprichting van het landhuis is nog geen concreet bouwplan voorhanden. Voor de situering van het landhuis zijn wel navolgende uitgangspunten geformuleerd: Het landhuis wordt aangelegd op reguliere landbouwgrond buiten de groenblauwe mantel, zodat er geen kap noodzakelijk is ten behoeve van bebouwing en tuin en zo min mogelijk afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuurwaarden; Het landhuis wordt aan de rand van het bestaande bos gerealiseerd, nabij de 'samenkomst' van de lanen; Het landhuis wordt buiten de geurhindercirkels gepositioneerd van het pluimveebedrijf aan Meerstraat 24; Het landhuis wordt buiten de te hanteren richtafstanden ten opzichte van de bestaande minicamping op Meerstraat 22 gepositioneerd;

Globale positionering landhuis

Voor het landhuis zelf zijn als uitgangspunten geformuleerd:

18

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Het hoofdgebouw heeft een maximale omvang van 1.500 m3 en omvat maximaal twee wooneenheden; De tuin van het landhuis ligt op het zuiden en vormt een geleidelijke, landschappelijke overgang zonder harde erfgrenzen naar de omliggende aan te planten bosranden; Mede ten behoeve van de waterberging zal een helofytenfilter worden aangelegd in de tuin; Het landhuis zal met een karakteristieke verschijningsvorm in landelijke stijl worden ontworpen met duurzame, natuurlijke materialen. Daarbij is er nog geen concreet ontwerpplan opgesteld, maar zal worden aangesloten bij onderstaande impressies.

Impressies landhuis

3.4

Verkeer & parkeren

Het planvoornemen realiseert een landgoed met landhuis met maximaal 2 wooneenheden. Het landhuis met maximaal twee wooneenheden wordt ontsloten op de Meerstraat via de bestaande ontsluiting van de huidige agrarische percelen parallel aan de bestaande aan te vullen bomenlaan langs de minicamping op de Meerstraat 22, zie A in onderstaande afbeelding.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

19

Globale impressie situering ontsluiting van het landhuis (A) en parkeervoorzieningen (blauwe markering) Op basis van de CROW normen geldt voor een twee onder een kap woning in het buitengebied voor een weinig stedelijk gebied een norm van maximaal 17 verkeersbewegingen per etmaal en een parkeernorm van maximaal 6 parkeerplekken (bij realisering van 2 wooneenheden). Er is meer dan voldoende ruimte ten zuiden van het op te richten landhuis om binnen het plangebied te kunnen voorzien in deze parkeerbehoefte. Deze voorzieningen zullen in de directe nabijheid ten noorden en zuiden van de beoogde bijgebouwen worden gerealiseerd. Het landgoed wordt met uitzondering van het landhuis en de aangrenzende tuin opengesteld voor publiek. Het huidige plangebied is nu ook al grotendeels toegankelijk voor publiek en ontsloten met wandelpaden, die vanaf de Meerstraat en de Koffiestraat langs de Leijgraaf bereikbaar zijn. Het bosgebied wordt momenteel extensief gebruikt met name door wandelaars voor een kort ommetje vanuit de kern en bezoekers van de mini camping. Met het planvoornemen verandert deze structuur niet wezenlijk. Het landgoed blijft openbaar toegankelijk voor extensief recreatief medegebruik. Voor de enkele toekomstige bezoekers van het landgoed die eventueel met de auto komen zullen vooraan naast het toegangspad enkele informele parkeerplaatsen worden ingericht.

Wandelaars kunnen de wegen en paden met uitzondering van het landhuis en prive tuin vrij bewandelen. De openstelling geldt voor het gehele jaar tussen zonsopkomst tot zonsondergang en wordt via borden kenbaar gemaakt.

20

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Hoofdstuk 4 4.1

Beleid & regelgeving

Nationaal beleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen een richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Conclusie relatie met voorliggend plan Het planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling. er zijn daarmee niet direct rijksbelangen in het geding. De aard en omvang van het planvoornemen is dusdanig gering, dat de kaders geschetst in het NOVI hiermee niet botsen. Met het realiseren van het planvoornemen is er sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, waarbij invulling wordt gegeven aan de versterking van de identiteit en landschappelijke waarden van het gebied.

Hiermee is het voornemen in lijn met de NOVI. Totdat de NOVI van kracht wordt, is het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). 4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen.

Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

21

Conclusie relatie met voorliggend plan Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar een nationaal belang is aangewezen. Er zijn derhalve ten aanzien van de SVIR geen belemmeringen aan de orde voor het planvoornemen. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de 13 nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming.

Conclusie relatie met voorliggend plan Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft het Barro verder geen consequenties voor voorliggend plan. Zodra de Omgevingswet in 2024 in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro zullen dan worden vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving. 4.1.4

Ladder duurzame verstedelijking

In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Hiervoor moeten dan 3 stappen worden doorlopen: 1. 2. 3.

er wordt beschreven dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte (trede 1); er wordt beschreven in hoeverre de behoefte zoals beschreven in trede 1 binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2); indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen wordt aanvullend beschreven in hoeverre locaties buiten bestaand stedelijk gebied passend ontsloten zijn of zodanig worden ontwikkeld, gebruik makend van verschillende middelen van vervoer.

De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. In de totstandkoming van deze bepaling1 is opgenomen dat de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen, zodat overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen standaard dienen te motiveren. De Ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is dit het geval, dan is een Laddertoets vereist en is daarmee een beschrijving van de behoefte nodig. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Denk hierbij aan specifieke woningtypen, wooncategorieën en woonmilieus.

Conclusie relatie met voorliggend plan

22

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Met onderhavig plan wordt een landgoed mogelijk gemaakt met een landhuis (maximaal twee wooneenheden), daarmee is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve ook niet nodig.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord- Brabant Vooruitlopend op de in werking treding van de Omgevingswet, hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie.

Conclusie relatie met voorliggend plan De Omgevingsvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied. 4.2.2 Interim omgevingsverordening Noord- Brabant Algemeen Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, die vervolgens enkele malen partieel is herzien (geconsolideerde versie 1 augustus 2023). De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt.

Op hoofdlijnen gaat het om: een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet; aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

23

een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde.

Planspecifiek In deze paragraaf wordt ingegaan op de diverse onderdelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die relevant zijn voor het plangebied.

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Op basis van de interim omgevingsverordening dient een aantal basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gehanteerd te worden om invulling te kunnen geven aan een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving. Er dient rekening gehouden te worden met de volgende basisprincipes: 1. 2. 3. 4.

zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie; kwaliteitsverbetering van het landschap.

Ad 1) Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de interim verordening en er feitelijke of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie op grond van de interim verordening is toegestaan. Nieuwvestiging van een landhuis is toegestaan, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden voor ontwikkeling van een landgoed, zoals opgenomen in artikel 3.78 lid 2 onder c van de IOV. Onderstaand wordt nader onderbouwd dat met het voornemen wordt voldaan aan de provinciale voorwaarden met betrekking tot oprichting van een landgoed. De op te richten bebouwing betreft uitsluitend 1 landhuis met eventuele bijgebouwen, die in de nabijheid van het landhuis opgericht dienen te worden, binnen het hiertoe opgenomen bouwvlak. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Ad 2) Toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van personen- en goederenvervoer; de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uiteengezet in Hoofdstuk 5 van deze toelichting. Op basis van deze toetsing kan worden geconcludeerd, dat met het voornemen rekening is gehouden met de verschillende gebiedswaarden en niet leidt tot onevenredige nadelige effecten hierop.

Ad 3) Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten

24

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Met de voorgenomen inrichtingsmaatregelen, zoals beschreven in Hoofdstuk 3, worden zowel de natuur-, landschaps- als recreatieve waarden van het gebied verhoogd. De voorgenomen aanplant van nieuw bos, samen met het omvormen van het bestaande bos, heeft een grote meerwaarde voor de natuur en biodiversiteit. Met de inrichting van het landgoed wordt een sterke kwaliteitsimpuls gegeven aan de bestaande ecologische en landschappelijke kwaliteiten. De aanleg van een brede bosrand met mantel- en zoomvegetatie leidt tot meer structuurvariatie en een geleidelijke, meer natuurlijke overgang van bos naar beekdal kan hierdoor worden versterkt. Hierdoor krijgen de bestaande bospercelen een meer divers karakter en wordt de bosrand aantrekkelijker voor verschillende soorten, zoals vogels, insecten en kleine zoogdieren. Door het verrijken van het bestaande bosgebied met boom- en struiksoorten (o.a. bloeiend en besdragend) en het ontwikkelen van een structuurrijker bosgebied komt voedsel, beschutting en leefgebied beschikbaar voor een grote verscheidenheid aan soorten zoogdieren, vogels en insecten.

Deze meerwaarde wordt vergroot door de ligging tegen de ecologische verbindingszone (EVZ) langs de Leijgraaf, waardoor het gebied ook als een ecologische stapsteen in deze verbinding fungeert voor de 'droge' doelsoorten van de evz (zoals das, struweelvogels en dagvlinders) en het voornemen daardoor een positief effect heeft op het bos en het functionering van de EVZ voor verschillende doelsoorten. Naast ecologische meerwaarde, brengt de inrichting ook klimaatgerichte meerwaarde met zich mee. Door de aanleg van nieuw bos wordt extra CO2 vastgelegd. Het bos zorgt voor een betere bodemontwikkeling waardoor de bodem meer water kan vasthouden in natte tijden. Bovendien heeft de aanleg van een natuurlijk landgoed naast een positieve invloed op natuur en klimaat tevens een meerwaarde voor recreanten (onder meer van de naast gelegen camping) en stimuleert het een eenheid in het landschap door een verbinding te leggen tussen Heeswijk-Dinther en de Heeswijkse bossen.

Ad 4) Kwaliteitsverbetering van het landschap Om een goede omgevingskwaliteit te bereiken dient een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied normaliter te voorzien in een regeling voor Kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is echter niet van toepassing, als de regeling zelf al voorziet in kwaliteitsverbetering, waaronder de ontwikkeling van landgoederen. Als toepassing wordt gegeven aan de bepalingen voor oprichting van een landgoed (artikel 3.78 lid 2 onder c, zie hieronder) wordt daarmee tevens voldaan aan de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap en zijn hiervoor geen aanvullende inrichtingsmaatregelen noodzakelijk.

Groenblauwe mantel Het grootste deel van het plangebied maakt onderdeel uit van de groenblauwe mantel, zie groene markering in onderstaande afbeelding. Naast de agrarische sector vormt hier het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap ook een belangrijke opgave. Nieuwe ontwikkelingen kunnen worden toegestaan als ze een positief effect hebben op de bestaande en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden en/of op het bodem- en watersysteem in het gebied en met de ontwikkelingen de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap toeneemt.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

25

Uitsnede interim omgevingsverordening met plangebied in groenblauwe mantel en landelijk gebied Met het voornemen worden maatregelen getroffen om de bestaande natuurwaarden te vergroten. Daarnaast wordt het gebied openbaar opengesteld, waarmee de belevings- en recreatieve waarde van het gebied daadwerkelijk toeneemt. Dit is in overeenstemming met het voorgestane provinciale beleid binnen de Groenblauwe Mantel.

Gemengd landelijk gebied Het meest zuidelijk gedeelte van de planlocatie (waar de nieuwe bebouwing in de vorm van een landhuis is voorzien) maakt onderdeel uit van het gemengd landelijk gebied, zie geel/bruine markering op bovenstaande afbeelding. Dit betreft een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. In het gebied is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Nieuwe ontwikkelingen dienen wel rekening te houden met hun omgeving en bij te dragen aan een versterking van de gebiedskwaliteiten. De realisering van het landhuis is gesitueerd op een gedeelte zonder specifiek te beschermen waarden. Met de natuurbosaanleg wordt de landschappelijke waarden van het gebied versterkt. Hiermee is het voornemen ook in overeenstemming met het voorgestane provinciale beleid binnen het landelijk gebied.

Natuur

26

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

De planlocatie, dus ook het bestaande (aangelegde) bosgebied, is niet gelegen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), met uitzondering van zuidelijke oever van de Leijgraaf, alwaar reeds een gedeelte van de gewenste ecologische verbindingszone (EVZ) is gerealiseerd, zie ook onderstaande afbeelding.

Plangebied en natuurnetwerk Brabant (groen), ecologische verbindingszone (paars) en zoekgebied voor behoud en herstel van beeksystemen (paars gearceerd) In het kader van de realisering van de EVZ zijn in het bosgebied, tegen de Leijgraaf in een eerder stadium reeds een poel en een paaiplaats voor vissen aangelegd. Deze paaiplaats staat in open verbinding met De Leijgraaf. De poel en paaiplaats blijven met het planvoornemen gehandhaafd. Met het planvoornemen zijn er geen verdere maatregelen, dan wel fysieke ingrepen voorzien in de ecologische verbindingszone. De maatregelen die genomen worden ten aanzien van de natuurwaarden in het bestaande bosgebied komen ten goede aan het gehele gebied en de biodiversiteit. Dat heeft daarmee ook indirect een positief effect op de verbindingszone. De Leijgraaf is daarnaast aangeduid voor behoud en herstel van beeksystemen (paars gearceerd). Hier wordt gestreefd naar behoud, herstel en ontwikkeling van het natuurlijk watersysteem (beken en kreken) en de daaraan gekoppelde natuur- en landschapswaarden. Binnen de gebieden (25 meter rondom een waterloop) zijn of worden maatregelen uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. Daarom is ook ruimte naast de waterloop nodig om de maatregelen goed uit te kunnen voeren.

In deze gebieden gelden ruimtelijke beperkingen aan activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken. De voorgestane landgoedontwikkeling biedt mogelijk in de toekomst extra kansen voor een verdere inrichting en versterking van de EVZ langs de Leijgraaf door het waterschap. De eigenaar staat in beginsel niet onwelwillend tegenover eventuele aanvullende maatregelen op zijn landgoed om dit mogelijk te maken. Dergelijke eventuele aanvullende maatregelen maken echter geen onderdeel uit van onderhavig plan.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

27

Water De planlocatie is niet gelegen in een waterbergingsgebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het gehele plangebied is wel gesitueerd binnen de zogeheten boringsvrije zone rondom de bestaande noordelijk gelegen drinkwaterwinning nabij Loosbroek, zie onderstaande afbeelding.

Boringsvrije zone rondom drinkwaterwinning In de boringsvrije zone geldt een beperkte bescherming. De beschermende kleilaag in de bodem dient behouden te blijven om het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater te voorkomen. Reguliere bodemingrepen kunnen gewoon worden uitgevoerd, uitsluitend voor zeer ingrijpende ingrepen, dieper dan 60 m beneden maaiveld (bijvoorbeeld ten behoeve van de ontwikkeling van bodemenergiesystemen) kunnen mogelijke belemmeringen gelden. Conform provinciaal beleid is hiertoe in het bestemmingsplan een beschermingsregeling opgenomen.

Het noordelijk gedeelte van de planlocatie, voorzover grenzend aan de Leijgraaf (tot ca 150 m) is tevens aangeduid als reserveringsgebied waterberging, zie onderstaande afbeelding. Hier zijn geen onomkeerbare ontwikkelingen toegestaan die een toekomstige inrichting als waterbergingsgebied kunnen belemmeren.

28

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Reserveringsgebied waterberging Bij de omvorming van het bos tot een zoomvegetatie in het noorden van het plangebied zal hier rekening mee worden gehouden. Dit zal voor de voorgestelde inrichting niet tot een belemmering leiden.

Stedelijke ontwikkeling De gronden ten zuiden van plangebied zijn aangewezen als 'verstedelijking afweegbaar', zie gearceerd gebied op navolgende afbeelding.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

29

Plangebied met contour 'verstedelijking afweegbaar' (paarse arcering) Dit betreft gebieden waar in de toekomst mogelijk nieuw ruimtebeslag mag plaatsvinden als inbreiding of herstructurering niet mogelijk is. In geval van dergelijke grootschalige ontwikkelingen zal een bestemmingsplanherziening noodzakelijk zijn. Dit leidt voor het voornemen niet tot belemmeringen. Het ontwikkelen van een publiek toegankelijk landgoed sluit hier juist bij aan.

Landgoederen / maatwerk met als doel omgevingskwalteit Met het voornemen wordt aansluitend aan bestaande natuur-/bosgebieden op basis van een opgesteld beheer- en inrichtingsplan 2,32 nieuwe natuur gerealiseerd op huidige agrarische gronden. Daarnaast wordt 2,1 ha bestaande monocultuur productiebos (grove den en lariks) omgezet naar een natuurlijk ingericht bos. Aanvullend wordt 2,1 ha van het bestaande productiebos omgevormd naar een verbrede bosrand en zoomvegetatie en worden de resterende 6,6 ha van het bestaande bosgebied natuurlijker ingericht. Daarnaast omvat het voornemen de realisatie van een landhuis voor maximaal 2 woningen met een maximale omvang van 1.500 m3 . Met het voornemen werd voldaan aan de gestelde IOV randvoorwaarden, zoals van toepassing waren ten tijden van het ingediende principe verzoek alsmede het opgestelde voorontwerp bestemmingsplan (december 2021). Door de provincie zijn evenwel nieuwe regels van kracht geworden, die ook van toepassing zijn op landgoedinitiatieven. Op basis van een door Brabant Advies opgestelde rapportage zijn in april 2022 via een wijzigingsbesluit met actualisatie/herziening van de Interim Omgevingsverordening de bestaande rood-voor-groen regelingen (waaronder de landgoederen regeling) samengevoegd, tot een regeling 'Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit' (artikel 3.78).

Hierbij zijn de doelen, uitgangspunten en voorwaarden zoveel mogelijk gebaseerd op de eerdere regelingen, maar zijn deze wel algemener geformuleerd. Hierdoor biedt de regeling meer mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen, het combineren van opgaven en het bieden van maatwerk, zolang deze als doel hebben de omgevingskwaliteit te versterken. Belangrijkste voorwaarde is dat een initiatief realisering van de 'groene ontwikkeling' als doel heeft en dat toepassing van de regeling om

30

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

maatwerk vraagt per geval. In het betreffend artikel zijn een aantal algemene voorwaarden benoemd: a.

de ontwikkeling heeft volledig tot doel een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; Om de landgoederenregeling toe te passen moet in beeld worden gebracht dat er balans is tussen de ontwikkeling van omgevingskwaliteit en de rode ontwikkeling. Zoals in onderhavige toelichting van het bestemmingsplan beschreven wordt met het voornemen bijgedragen aan versterking van de omgevingskwaliteit ter plaatse door toevoeging van 2,32 ha kwalitatief hoogwaardige nieuwe natuur ter plaatse van agrarische gronden aansluitend aan een bestaand bosgebied, dat zal worden omgevormd van een bestaand productiebos naar een natuurlijker, structuurrijker bos en aansluiting op een deels gerealiseerde ecologische verbindingszone van de Leijgraaf. Hiermee kan het voornemen dienst doen als stapsteen in deze verbindingszone en tevens een verbindende schakel vormen met de noordwestelijk gelegen Heeswijkse bossen. Met het voornemen worden tevens landschappelijke en recreatieve waarden versterkt, aansluitend op de gestelde uitgangspunten voor de omgeving van de planlocatie zoals opgenomen in de gemeentelijke gebiedsvisie bebouwingsconcentraties. Om de versterking van de omgevingskwaliteit financieel te kunnen faciliteren wordt tevens een landhuis opgericht, waarbij de opbrengsten zullen worden ingezet voor de realisatie van de natuurontwikkeling.

Dit betreft zowel aanplant van nieuwe beplanting als omvorming van het bestaande productiebos. De investeringen ten behoeve van versterking van de omgevingskwaliteit door realisering van 2,32 ha nieuwe natuur en omvorming van het bestaande bosgebied van 11,4 ha ter verhoging van de biodiversiteit en ecologische meerwaarde zullen worden gefinancierd met de opbrengsten voor realisering van het landhuis. Hiermee wordt het geheel als voldoende in balans beschouwd met betrekking tot de rood-groen verhouding van het voornemen. Door de provinciaal deskundige is bevestigd dat met het voornemen sprake is van een goede groen-rood verhouding. b.

de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; Voor realisering van de voorgenomen natuurontwikkeling zijn geen andere middelen beschikbaar. c.

de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; Zoals eerder in deze paragraaf reeds omschreven leidt de voorgenomen aanplant van nieuw bos, samen met het omvormen van het bestaande bos, tot een meerwaarde voor de natuur en biodiversiteit. De aanleg van een brede bosrand met mantel- en zoomvegetatie leidt tot meer structuurvariatie en een geleidelijke, meer natuurlijke overgang van bos naar beekdal kan hierdoor worden versterkt. Door het verrijken van het bestaande bosgebied met boom- en struiksoorten (o.a. bloeiend en besdragend) en het ontwikkelen van een structuurrijker bosgebied komt voedsel, beschutting en leefgebied beschikbaar voor een grote verscheidenheid aan soorten zoogdieren, vogels en insecten. Deze meerwaarde wordt vergroot door de ligging tegen de ecologische verbindingszone (EVZ) langs de Leijgraaf, waardoor het gebied ook als een ecologische stapsteen in deze verbinding fungeert voor de 'droge' doelsoorten van de evz (zoals das, struweelvogels en dagvlinders) en het voornemen daardoor een positief effect heeft op het bos en het functionering van de EVZ voor verschillende doelsoorten.

Naast ecologische meerwaarde, brengt de inrichting ook klimaatgerichte meerwaarde met zich mee. Door de aanleg van nieuw bos wordt extra CO2 vastgelegd. Het bos zorgt voor een betere bodemontwikkeling waardoor de bodem meer water kan vasthouden in natte tijden. Bovendien heeft de aanleg van een natuurlijk landgoed naast een positieve invloed op natuur en klimaat tevens een meerwaarde voor recreanten (onder meer van de naast gelegen camping) en stimuleert het een eenheid in het landschap door een verbinding te leggen tussen Heeswijk-Dinther en de Heeswijkse bossen.

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

31

d.

de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, Voor het gebied is eind 2021 een gemeentelijke Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties opgesteld, waarin op basis van een analyse verschillende ontwikkelingsrichtingen zijn bepaald, waaronder ook voor dit gebied. In de gebiedsvisie zijn voor de directe omgeving van de planlocatie onder meer navolgende uitgangspunten beschreven: de groene parkachtige zone bij de Abdij van Berne dient te worden versterkt als schakel tussen dorp en landschap. Inzetten op recreatieve functies en landschappelijke versterking i.r.t. de abdij, het beekdal en de Heeswijkse Bossen (via Meerstraat); Het beekdal van de Leijgraaf dient te worden versterkt door passende landschapsinrichting, zoeken naar ruimte voor natuurontwikkeling en waterberging en het inpassen van storende (agrarische) bebouwing. Bovendien is als uitgangspunt opgenomen, dat de recreatieve routing op en rond het abdijterrein dient te worden geoptimaliseerd, waarmee ook de verbinding met het omliggende landschap aantrekkelijker wordt (oa de Leijgraaf en de Heeswijkse Bossen). Het voornemen sluit direct aan bij bovenstaande uitgangspunten, zie ook paragraaf 4.3.2. Met het planvoornemen wordt voorzien in natuurontwikkeling tussen de Leijgraaf en de kern van Heeswijk.

Naast toevoeging van 2,32 ha nieuwe natuur, wordt tevens het bestaande productiebos (11,4 ha) omgevormd tot een meer natuurlijk bos, waarbij aan de zijde van de Leijgraaf wordt voorzien in een zoomvegetatie ter overgang naar de watergang. Hiermee wordt het kleinschalig landschap ter plaatse verder versterkt en ontstaat een ecologische stapsteen in de verbinding tussen de abdij, de Leijgraaf en de noordelijk gelegen Heeswijkse bossen. Het natuurgebied blijft openbaar toegankelijk voor extensief recreatief medegebruik, middels enkele wandelpaden. Het landgoed kan hierdoor naast een ecologische stapsteen tevens landschappelijk en recreatief een belangrijke schakel vormen tussen de kern Heeswijk Dinther en het buitengebied met de Heeswijkse bossen. e.

is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; De aanleg en duurzame instandhouding van het landgoed zijn verzekerd; onderhavig bestemmingsplan en een aanvullende anterieure overeenkomst dienen deze duurzame instandhouding te verzekeren. Ten behoeve van de voorgenomen natuurontwikkeling is een inrichtings- en beheerplan opgesteld, waarvan de realisering en instandhouding als voorwaardelijke verplichting in de regels bij het bestemmingsplan is opgenomen; f.

de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; Zoals bovenstaand beschreven wordt met het voornemen bijgedragen aan versterking van de omgevingskwaliteit door toevoeging van nieuwe natuur alsmede omvorming van een bestaand productiebos, waarbij tevens landschappelijke en recreatieve waarden worden versterkt, aansluitend op de gestelde uitgangspunten voor de omgeving van de planlocatie zoals opgenomen in de gemeentelijke gebiedsvisie bebouwingsconcentraties. g.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit , onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Er is ten behoeve van realisering van dit initiatief al veelvuldig overleg gevoerd, waaronder ook met de provincie. Zowel in de voorfase van het verzoek (op basis waarvan de invulling van nieuwe natuur is gewijzigd van bloemrijk grasland naar eiken-haagbeukenbos) als naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan en de vooroverlegreactie van de provincie alsmede over de gevolgen van dit langlopende initiatief op het latere wijzigingsbesluit van de IOV in april 2022. Door de betrokkenen is het voorliggend plan als een goede ontwikkeling benoemd, waarin de groen-rood verhouding voor het landgoed Het Geleer op basis van de kwalitatieve normen uit artikel 3.78 IOV in goede verhouding is.

32

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

Naast bovenstaande algemene randvoorwaarden zijn in het tweede lid van artikel 3.78 een aantal randvoorwaarden uitgewerkt voor specifieke ontwikkelingen, waaronder landgoederen. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de oude regelingen maar meer algemeen geformuleerd. Dit artikel biedt daarbij de grondslag voor initiatieven die leven binnen de gemeente. De regels voor landgoederen zijn hierbij van kwantitatief naar meer kwalitatieve normen omgevormd. De landgoederenregeling is bedoeld om meer natuur in het buitengebied te realiseren en om de omgevingskwaliteit te versterken. De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in geval de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft conform artikel 3.78 lid 2 onder c de volgende aspecten in acht dienen te worden genomen: 1. Het landgoed heeft ten minste een omvang van 10 hectare, zodat sprake is van een robuuste omvang; De totale omvang van het te ontwikkelen landgoed bedraagt ca 14 ha. Hiermee is sprake van een voldoende robuuste omvang. 2. 50% van het landgoed bestaat na realisatie uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; Hierbij is aansluiting gezocht bij de Natuurschoonwet.

De 50% gerealiseerde natuur kan bestaan uit: binnen het NNB gelegen bestaande gerealiseerde natuur, binnen het NNB begrensde natuur die nog niet is gerealiseerd en die vanwege de landgoedontwikkeling wordt gerealiseerd en nieuwe natuur die vanwege de landgoedontwikkeling als NNB begrensd wordt. Voor de invulling van NNB-waardige natuur wordt kwalitatief bezien of de aan te leggen en aan het NNB toe te voegen natuur vanuit ecologische doelen daadwerkelijk NNB-waardig is. Het gaat bij de ontwikkeling van een nieuw landgoed dus niet alleen om de kwantiteit van het natuuroppervlak, maar juist ook om de bijdrage die de nieuwe natuur levert aan de kwaliteit en de ruimtelijke samenhang van het NNB. De voorgenomen natuurontwikkeling met gebiedspassende natuurdoeltypen (N14.03 Haagbeuken- en essenbos) vindt plaats aansluitend aan een bestaande evz en bestaand bosgebied en kan na realisering bijdragen aan de ecologische structuur en functie voor het natuurnetwerk en in een later stadium aan het Natuurnetwerk Brabant worden toegevoegd, zie ook beantwoording onder 3. 3. de fysieke tegenprestatie wordt ingezet voor de ontwikkeling van natuur; De tegenprestatie voor het oprichten van landgoedwoningen dient verplicht te worden ingezet ten behoeve van bij het gebied passende natuurontwikkeling, landschappelijke inpassing en versterking van landschapsstructuren op het landgoed.

Voor het type natuur dat passend is bij gebied kan aansluiting worden gezocht bij het natuurbeheerplan. De natuurtypen moeten passend zijn bij het gebied en NNB-waardig zijn. Het is aan te bevelen hierover tijdig in overleg te treden met de provincie. De tegenprestatie voor het oprichting van het landhuis wordt ingezet ten behoeve van de voorgenomen natuurontwikkeling. De natuurontwikkeling heeft betrekking op realisering van 2,32 nieuwe natuur ter plaatse van nu nog in regulier gebruik zijnde agrarische gronden, waarbij de bestaande agrarische gebiedsbestemming wordt omgezet in een natuurbestemming. Op de gronden wordt aansluitend aan het bestaande bosgebied streekeigen bosbeplanting aangebracht behorend tot het natuurdoeltype eiken-haagbeukenbos. Daarnaast wordt het aangrenzende, bestaande productiebos omgevormd tot een natuurlijker en structuurrijker gevarieerd natuurbos met verschillende leeftijdsfasen en gevarieerde structuren. Hiertoe wordt 2,1 ha monoculture grove den/Japanse lariks gefaseerd omgezet naar eveneens een eiken-haagbeukenbos. Daarnaast wordt 2,1 ha van de randen van het bestaande bos geleidelijk omgevormd tot een ruime zone met mantel- en zoomvegetatie, waarmee een robuuste, geleidelijke overgang van bos naar omringend agrarisch gebied en het aangrenzende beekdal van de EVZ wordt aangebracht.

Bloemen en vruchtdragende soorten in deze overgangszone vormen een grote meerwaarde voor onder andere vogels en insecten (denk aan bijen en vlinders). Tenslotte wordt in overige delen van het bos (6,6 ha) de structuur en variatie van het bos vergroot. De in afstemming met de provincie voorgestelde aanplant van nieuw bos, samen met het omvormen van het bestaande bos conform het natuurbeheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos, heeft een grote meerwaarde voor de natuur en biodiversiteit. Door het verrijken van het bos met boom- en struiksoorten (o.a. bloeiend en

bestemmingsplan Landgoed Het Geleer

33

besdragend) en het vergroten van de structuur komt voedsel, beschutting en leefgebied beschikbaar voor een grote verscheidenheid aan soorten zoogdieren, vogels en insecten zoals de das, wielewaal, ijsvogel, kramsvogel, en op termijn bosanemoon, bosbingelkruid en daslook. De meerwaarde wordt vergroot door de ligging tegen de ecologische verbindingszone (EVZ) langs de Leijgraaf, waardoor het gebied ook als een ecologische stapsteen in deze verbinding kan fungeren voor de diverse doelsoorten (waaronder das, struweelvogels en dagvlinders). 4. de bebouwing is van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed; Het voornemen betreft oprichting van één woongebouw in de vorm van een landhuis met maximaal 2 wooneenheden. Het landhuis zal, zoals in de regels ook geborgd, met een karakteristieke verschijningsvorm in landelijke stijl worden ontworpen, zodanig dat de woonbebouwing een geheel eigen verschijningsvorm heeft, die afwijkt van een reguliere woonbebouwing. Daarbij is er nog geen concreet ontwerpplan opgesteld, maar zal worden aangesloten bij de impressies zoals opgenomen in paragraaf 3.3 Realisering landhuis. Bij de uiteindelijke realisering zal gebruik worden gemaakt van duurzame, natuurlijke materialen. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=d102c62b-9661-4ccf-bd56-31fe3bc0d0fe