Landgoed Het Geleer_Toelichting
Tekst van het document
de bebouwing wordt geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; Vanwege de natuurdoelen die voor het NNB gelden, is het niet gewenst dat de bebouwing voor het landgoed binnen het NNB wordt gerealiseerd. Voor de situering van het op te richten landhuis is een bouwvlak op de verbeelding opgenomen, waarbinnen het landhuis opgericht dient te worden. Het bouwvlak is gesitueerd ten zuiden van het bestaande bosgebied, dat is gelegen buiten het NNB en de groenblauwe mantel. De bebouwing bestaat uit één woongebouw van maximaal 1.500 m3 ; 6. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd; Het huidige plangebied is nu ook al grotendeels toegankelijk voor publiek en ontsloten met wandelpaden, die vanaf de Meerstraat en de Koffiestraat langs de Leijgraaf bereikbaar zijn. Het landgoed blijft openbaar toegankelijk voor extensief recreatief medegebruik. Wandelaars kunnen de wegen en paden met uitzondering van het landhuis en prive tuin vrij bewandelen. De openstelling geldt voor het gehele jaar tussen zonsopkomst tot zonsondergang en wordt via borden kenbaar gemaakt. De openbare toegankelijkheid van het landgoed is in de bestemmingsomschrijving nader opgenomen en met een voorwaardelijke verplichting nader in de regels verankerd.
Conclusie relatie met voorliggend plan Het planvoornemen is in lijn met hetgeen gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is zelf niet gelegen in het Natuurnetwerk Brabant of een ander aangeduid waardevol gebied. De locatie is gelegen in het uitloopgebied van de kern Heeswijk waar de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd, mede vanwege de bestaande menging van functies. Het voornemen met betrekking tot realisering van het landgoed voldoet aan de hiertoe gestelde provinciale randvoorwaarden. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats door onder meer toevoeging van bos en bosranden en de natuurlijkere inrichting van het bestaande bosgebied. Er wordt voorzien in natuurontwikkeling tussen de Leijgraaf en de kern van Heeswijk. Naast toevoeging van 2,32 ha nieuwe natuur, wordt tevens het bestaande productiebos (11,4 ha) omgevormd tot een meer natuurlijk bos, waarbij aansluitend aan de EVZ van de Leijgraaf wordt voorzien in een zoomvegetatie ter overgang naar de watergang. Hiermee wordt conform de in de gemeentelijke gebiedsvisie opgenomen ontwikkelingsrichting van het gebied het kleinschalig landschap ter plaatse verder versterkt en ontstaat een ecologische stapsteen in de verbinding tussen de abdij, de Leijgraaf en de noordelijk gelegen Heeswijkse bossen.
Het natuurgebied blijft openbaar toegankelijk voor extensief recreatief medegebruik. Het landgoed kan hierdoor naast een ecologische stapsteen tevens landschappelijk en recreatief een belangrijke schakel vormen tussen de kern Heeswijk Dinther en het buitengebied met de Heeswijkse bossen. De groen-rood verhouding van het voornemen betreft op basis van de kwalitatieve normen uit de IOV een goede verhouding. Dit is door de deskundigen van de provincie bevestigd. De opbrengsten bieden de middelen, die zullen worden ingezet voor de realisering van de natuurontwikkeling ten behoeve van de versterking van de omgevingskwaliteit.
34
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Het provinciaal beleid kent geen belemmeringen voor het planvoornemen.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie Bernheze Op 11 februari 2010 heeft de gemeenteraad van Bernheze de structuurvisie geamendeerd vastgesteld. De Structuurvisie Bernheze geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het grondgebied van de gehele gemeente. De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen en vormt daarmee een belangrijk (toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en projecten. In de structuurvisie staan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen beschreven voor de komende jaren. Het amendement gaat over de maximale omvang van het bedrijventerrein Heesch-West en de maximale milieucategorie van bedrijven die zich daar mogen vestigen. Inhoud structuurvisie: De structuurvisie bestaat uit een globaal en statisch deel (Ruimtelijk Casco), en een flexibel en dynamisch deel (uitvoeringsprogramma). Dit Ruimtelijk Casco geeft op overzichtelijke wijze de koers van Bernheze weer voor de komende 10-20 jaar. Het uitvoeringsprogramma geeft aan hoe we instrumenten die de nieuwe Wro biedt gebruiken. In deze nieuwe structuurvisie is al het (relevante) nieuwe beleid ruimtelijke vertaald en zijn uitgevoerde projecten zijn opgenomen in het kaartmateriaal. De structuurvisie stelt belangen van de gemeente in toekomstige plannen veilig.
Als het gaat om nieuwe plannen is vooral het Ruimtelijk Casco van belang. Het Ruimtelijk Casco bestaat uit een kaartbeeld en toelichting. Hieronder is het kaartbeeld weergegeven.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
35
Uitsnede ruimtelijk casco structuurvisie Bernheze met plangebied rood omcirkeld Het plangebied is gelegen in gebied dat aangeduid is als 'ruimte voor water', 'halfopen landschap' en 'cultuurhistorisch landschap'. De gemeente Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar deze verstedelijking dient groen ingepast te zijn. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Ruimte voor water In dit gebied ligt de nadruk op de belangrijke functie van beken en rivieren. Met de toenemende neerslag is ook een andere benadering noodzakelijk van de beken. Daar waar de meandering is weggenomen bestaat de wens om dit weer terug te brengen. Daarmee wordt het water langer in het gebied gehouden en ontstaan er kansen voor biodiversiteit. Halfopen landschap In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het halfopen landschap wordt voor het grootste deel gebruikt als landbouwgrond. Door de variatie in dit halfopen landschap is er een coulisselandschap gevormd. Het voegt een kwaliteit toe aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden.
Verandering aan dit landschap moet hier ook zoveel mogelijk worden voorkomen. Cultuurhistorisch waardevol landschap In dit landschap, gelegen is het deel van samenhangende dekzanden en beekdalgronden ten zuiden van
36
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Heeswijk-Dinther, komen authentieke (agrarische) elementen (akkers, reliëf, verkavelings-, begroeiings- en wegenpatronen) voor die op zichzelf en in hun onderlinge samenhang een bijzonder betekenis hebben voor de herkenbaarheid van de occupatiegeschiedenis. Tevens hangen zij als ‘systeem’ nauw samen met cultuurhistorische waarden binnen de kernen en met de langs de Aa aanwezige kastelen- en landgoederenstructuur en vormen zij een onderdeel van de regionale cultuurhistorie. De cultuurhistorische waarden verdienen het om behouden te worden en vragen bescherming teneinde hun betekenis voor de toekomst te behouden. Conclusie relatie met voorliggend plan Met het planvoornemen wordt het bestaande bos omgevormd naar een natuurlijker bos, waar natuurlijke processen de boventoon voeren in plaats van houtproductie. Daarnaast wordt er een landgoed realiseert waarbij er een landhuis met twee wooneenheden binnen het plangebied wordt gesitueerd. Het landhuis wordt landschappelijk ingepast waarbij de open structuren van het plangebied worden versterkt en geaccentueerd. Daarnaast wordt het gebied volledig opengesteld waardoor de beleving van het gebied een impuls krijgt. 4.3.2 Gebiedsvisie bebouwingsconcentratiesBernheze Op 19 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties vastgesteld.
Met deze gebiedsvisie wordt beoogd een actueel en toepasbaar ruimtelijk afwegingskader te bieden voor initiatieven in en rond de afzonderlijke bebouwingsconcentraties in de gemeente Bernheze. Bij het opstellen van de gebiedsvisie is de lagenbenadering gebruikt als analyse- en afwegingsinstrument. De planlocatie is gelegen binnen de kernrandzone van Heeswijk Dinther, in het beekdallandschap van de Leijgraaf, met een halfopen en kleinschalig karakter. Heeswijk-Dinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige, rafelige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de Abdij van Berne met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. Dit kleinschalig en besloten coulissenlandschap is recreatief zeer waardevol.
Uitsnede visiekaart Heeswijk - Dinther In de Gebiedsvisie zijn onder meer navolgende algemeen uitgangspunten benoemd voor de toekomstige
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
37
ruimtelijke ontwikkeling van de noordelijke kernrandzone van Heeswijk-Dinther: De structuur van groene lobben die het dorp ingaan is waardevol en dient behouden te blijven. Dit in verband met de sterke verwevenheid dorp en landschap en hoge woonkwaliteit; hiertoe dient de groene parkachtige zone bij de Abdij van Berne te worden versterkt als schakel tussen dorp en landschap. Inzetten op recreatieve functies en landschappelijke versterking i.r.t. de abdij, het beekdal en de Heeswijkse Bossen (via Meerstraat); Het beekdal van de Leijgraaf dient te worden versterkt door passende landschapsinrichting, zoeken naar ruimte voor natuurontwikkeling en waterberging en het inpassen van storende (agrarische) bebouwing. Bovendien is specifiek voor de zone nabij de Abdij van Berne als uitgangspunt opgenomen, dat de recreatieve routing op en rond het abdijterrein dient te worden geoptimaliseerd, waarmee ook de verbinding met het omliggende landschap aantrekkelijker wordt (oa de Leijgraaf en de Heeswijkse Bossen).
Conclusie relatie met voorliggend plan Met het planvoornemen wordt aansluitend op de uitgangspunten uit de gebiedsvisie voorzien in natuurontwikkeling tussen de Leijgraaf en de kern van Heeswijk. Naast toevoeging van 2,32 ha nieuwe natuur, wordt tevens het bestaande productiebos (11,4 ha) omgevormd tot een meer natuurlijk bos, waarbij aan de zijde van de Leijgraaf wordt voorzien in een zoomvegetatie ter overgang naar de watergang. Het natuurgebied is en blijft openbaar toegankelijk middels enkele wandelpaden. Hiermee wordt het kleinschalig landschap ter plaatse verder versterkt en ontstaat een ecologische stapsteen in de verbinding tussen de abdij, de Leijgraaf en de noordelijk gelegen Heeswijkse bossen.
38
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
4.3.3 Visie recreatie en toerisme Bernheze 2018 - 2022 Het belangrijkste doel van het recreatie- en toerismebeleid is om te zorgen voor een kwalitatief sterk en samenhangend toeristisch-recreatief product, waarbij de primaire focus ligt op de dagrecreant en de verblijfsrecreant die in de (ruime) omgeving van Bernheze verblijft, om hen te verleiden Bernheze te bezoeken en daar meer te besteden. Op basis van deze ambitie heeft de gemeente de volgende vier speerpunten van beleid geformuleerd: 1. 2.
3.
4.
Optimalisatie van de route infrastructuur; zorg voor een optimale recreatieve verbinding binnen en tussen de verschillende 'recreatieve zones' in de gemeente én daarbuiten. Marketing, promotie en informatievoorziening; zorg dat de toerist en/of recreant de verschillende parels en gebieden binnen de gemeente weet te vinden en op de juiste wijze geïnformeerd en geïnspireerd wordt over het aanbod. Kwaliteitsimpuls huidige aanbod; zorg dat huidige ondernemers en voorzieningen worden geholpen om zich verder kwalitatief door te ontwikkelen, zodat het aanbod nog beter aansluit op de vraag en de gemeente zich echt kan onderscheiden op het gebied van kleinschalige, authentieke en kwalitatief hoogwaardige producten. Versterking van de samenhang; zorg dat zowel binnen de gemeente als buiten de gemeentegrenzen de optimale samenwerking wordt gestimuleerd, zodat een voor de toerist zo veel mogelijk samenhangend en elkaar versterkend product wordt geboden.
Het plangebied is vanwege de nabijheid van de kern Heeswijk gesitueerd in een van de 2 aangewezen toeristisch recreatieve zones binnen de gemeente, zie onderstaande figuur. De gemeente ziet hier belangrijke kansen voor verdere versterking en doorontwikkeling van de kernwaarden.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
39
Afbeelding toeristisch recreatieve zones (Bron: visie recreatie en toerisme)
De planlocatie is niet gelegen aan een lange afstands wandelroute, maar het vrij toegankelijke 'onderhouds'pad langs de Leijgraaf maakt wel onderdeel uit van de knooppunten route, zie onderstaande afbeelding.
40
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Uitsnede omliggende wandelknooppunten in de omgeving Het landgoed kan recreatief een extra schakel vormen tussen de kern Heeswijk Dinther en het buitengebied met de Heeswijkse bossen en de oostelijk hieraan grenzende recreatieve functies, zie ook afbeelding hieronder.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
41
Conclusie relatie met voorliggend plan Het voornemen voorziet zelf niet in grootschalige recreatieve-ontwikkelingen, maar draagt wel bij aan de instandhouding en uitbreiding van het bestaande wandelroutenetwerk ten behoeve van recreatief medegebruik. Hier kan onder meer ook door de gasten van het aangrenzende kampeerterrein alsmede de bewoners van de kern gebruik van worden gemaakt, waarbij het landgoed een extra schakel kan vormen tussen de kern Heeswijk Dinther en het buitengebied met de Heeswijkse bossen en de oostelijk hieraan grenzende recreatieve functies. 4.3.4 Woonvisie 2022 -2026 Op 16 december 2021 heeft de gemeenteraad deze nieuwe woonvisie 'Perspectief op goed wonen in onze kernen' vastgesteld, inclusief bijbehorend uitvoeringsprogramma. Hierin zijn onder meer navolgende ambities en doelstellingen opgenomen: De kwantitatieve bouwopgave bedraagt (op basis van recent woningmarktonderzoek) 1.160 woningen tot en met 2026, die evenredig verdeeld worden over de kernen. Hierbij wordt ingezet op inbreidings- en uitbreidingslocaties; De kwalitatieve bouwopgave richt zich overwegend op betaalbare woningen: 75% van het te bouwen bouwprogramma bestaat uit sociale huur, middenhuur, goedkope koop (t/m €260.000,-) en betaalbare
42
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
koop (Vm NHG-grens). De nadruk ligt op betaalbare woningen, met name voor jongeren en voor senioren. Daarnaast wil de gemeente een grotere variatie aan woonvormen aanbieden. Nieuwe woningen worden bij voorkeur gevestigd nabij de kernen, maar er is ook ruimte voor maatwerk. Naast het toevoegen van RvR-woningen wordt ook het splitsen van grote woningen in het buitengebied mogelijk gemaakt. De kwalitatieve opgave richt zich ook meer op alternatieve woonvormen, levensloopbestendige woningen en combinaties van wonen en zorg. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2050; voor nieuwbouw gelden hiertoe al wettelijke kaders met betrekking tot bijna energie neutraal en gasloos. In deze woonvisie staat specifiek voor de kern Heeswijk-Dinther het volgende omschreven: Uitgangspunt op basis van notitie 'Bouwen voor de Toekomst': vergroten voorraad woningen met 232 woningen; Circa 70 sociale huurwoningen toevoegen; Er staan voldoende woningen gepland voor de kern; Voorkeur voor bouwen voor jongeren/starters en senioren; Kleinschalige collectieve woonvormen en woongroepen (hofjeswoningen en kleinschalige woonzorgvormen). De verwachting is dat dit voor deze kern populaire woonvormen zijn die de doorstroming op gang zullen brengen); In totaal 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en nieuwe woonzorgconcepten.
Conclusie relatie met voorliggend plan Met het voornemen wordt ten behoeve van de natuurontwikkeling ook een vrije kavel toegevoegd, waarop een landhuis met 2 wooneenheden mogelijk wordt gemaakt. Het betreft een alternatievere woonvorm op korte afstand van de kern Heeswijk, waarmee natuurontwikkeling kan worden gerealiseerd. Bij de realisering van het landhuis zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan het duurzaam en klimaatadaptief bouwen van het pand. 4.3.5 Omgevingsvisie Bernheze 2040 (ontwerp) Dit betreft een integrale richtinggevende visie op de fysieke leefomgeving van de gemeente, waarin de ambities voor de komende 20 jaar worden geschetst en waaraan nieuwe initiatieven getoetst zullen worden. Deze visie zal de huidige 'Structuurvisie Bernheze' uit 2010 vervangen. De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema's, waaronder: gezonde leefomgeving, klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit en kwaliteit landschap en erfgoed. De visie maakt daarnaast onderscheid in 3 deelgebieden. Het plangebied is gelegen binnen deelgebied 3, het beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
43
Uitsnede Integrale kaart Bernheze In het beekdallandschap wordt ingezet op een klimaatbestendig landschap door het ombuigen van het watersysteem van afvoeren naar wa-ter vasthouden in combinatie met natuurontwikkeling (herstel van de biodiversiteit) en extensieve landbouw. Er wordt ruimte geboden aan nieuwe verdienmodellen op het gebied van natuur en landschap. Ver-der wordt gestreefd naar versterking van de biodiversiteit in het beekdalsysteem. In 2027 dient het hele Natuur Netwerk Brabant te zijn ingericht en daarnaast (bovenop de EVZ's) worden gronden van het waterschap ecologisch ingericht. In dat kader wenst de gemeente Groene Gezonde Structuren te realiseren, ondermeer rondom de kernen, om de verbin-ding tussen de kernen en het buitengebied te versterken. Deze groene structuren sluiten zoveel mogelijk aan op bestaande natuurlijke elemen-ten en worden waar mogelijk toegankelijk en aantrekkelijk gemaakt ter bevordering van de gezondheid.
Conclusie relatie met voorliggend plan Het plan draagt bij aan bovenstaande doelen uit de ontwerp Omgevingsvisie , doordat het plan natuur toevoegt aan het Natuur Netwerk Brabant vanuit ecologische doelen. Het gaat bij de ontwikkeling van een nieuw landgoed niet alleen om de kwantiteit van het natuuroppervlak, maar juist ook om de bijdrage die de nieuwe natuur levert aan de kwali-teit en de ruimtelijke samenhang van het NNB. De voorgenomen na-tuurontwikkeling met gebiedspassende natuurdoeltypen (N14.03 Haag-beuken- en essenbos) vindt plaats aansluitend aan een bestaande eco-logische verbindingszone en bestaand bosgebied, dat natuurlijker inge-richt zal worden. Het gebied kan na realisering bijdragen aan de vergro-ting van de variatie en daarmee de biodiversiteit van de ecologische structuur, onderdeel uitmaken van de gemeentelijke Groene Gezonde Structuur en in een later stadium aan het provinciaal Natuurnetwerk Brabant worden toegevoegd.
44
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- & omgevingsaspecten
Milieu
5.1.1 Bodem Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Wanneer een ontwikkeling geen bestemmingswijziging tot gevolg heeft, hoeft er geen bodemonderzoek in het kader van het plan uitgevoerd te worden; de bodem wordt in dat geval geschikt geacht voor de toegestane functie. Het bodemonderzoek wordt in die gevallen uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Voorliggend bestemmingsplan maakt oprichting van een landhuis met maximaal 2 wooneenheden mogelijk op onbebouwde agrarische grond. Voor deze nieuwe ontwikkeling is derhalve sprake van een bestemmingswijziging.. In dit kader is er derhalve een bodemonderzoek noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de bodem ter plaatse geschikt is voor woondoeleinden. Ten behoeve van de planontwikkeling is derhalve een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie door NIPA Milieutechniek bv. Dit onderzoek (rapportnummer N203927, dd. 10 november 2021) is als Bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd.
In het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: zowel de vaste bodem als het grondwater zijn niet (noemenswaardig) verontreinigd met de onderzochte parameters; in de bovengrond zijn de parameters PCB en koper in een zeer licht verhoogd gehalte gemeten. De grond voldoet aan de achtergrondwaarde, en is vanuit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit “Altijd Toepasbaar”. de uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. eventueel vrijkomende grond mag op de locatie worden hergebruikt. Indien grond van de locatie afgevoerd dient te worden, is de Regeling bodemkwaliteit van toepassing Op basis van de ontgravingskaarten van de bodemkwaliteitskaart Noordoost-brabant voldoet de bodemkwaliteit in het plangebied aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur, die volstaat voor de voorgenomen natuurontwikkeling.
Gezien bovenstaande en de resultaten van het bodemonderzoek vormt het aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijzing. 5.1.2 Geluid Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
45
In de Wet geluidhinder (Wgh) is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.
Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft elke weg een geluidszone, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Met realisering van het landhuis wordt een geluidgevoelig object gerealiseerd. De Meerstraat kent een snelheidsregime van 60 km/uur. De situering van de nieuwe woning bevindt zich op ruime afstand van de weg, maar is nog wel gelegen binnen de geluidszones van de Meerstraat en de Pater van de Elsenstraat. Uit een indicatieve berekening die door de ODBN is uitgevoerd blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden als gevolg van het wegverkeerslawaai op de Meerstraat. De Pater van den Elsenstraat is een weg met doorgaans alleen bestemmingsverkeer voor de inrichtingen en woningen aan de Pater van den Elsenstraat. Vanwege het beperkte aantal woningen en inrichtingen aan deze weg, mag worden gesteld dat de verkeersintensiteit op deze weg zeer laag is. Dit valt ook op te maken uit het Regionale verkeersmodel prognosejaar 2030. De Pater van den Elsenstraat is vanwege de lage verkeersintensiteit niet opgenomen in het verkeersmodel. Vanwege de geringe verkeersintensiteit en de afstand tussen het te ontwikkelen landhuis en de weg mag worden gesteld dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ook niet wordt overschreden als gevolg van het wegverkeerslawaai op de Pater van den Elsenstraat.
Daarnaast zal met een standaard geluidwering van 20 dB in het landhuis een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden behaald van 33 dB.
Industrielawaai De planlocatie is niet gelegen in de buurt van een gezoneerd industrieterrein. Er is derhalve geen sprake van een belemmering in het kader van industrielawaai.
Spoorweglawaai Het plangebied ligt niet nabij een spoorlijn. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde op onderhavig plan.
De aspecten wegverkeer-, industrie-, spoorweg- en luchtvaartlawaai vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Gesteld kan worden dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
5.1.3 Lucht Op 15 november 2007 is de wijziging van de 'Wet milieubeheer' in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit.
46
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling; < 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Met het toevoegen van een landhuis (2 wooneenheden) wordt invulling gegeven aan een ontwikkeling die is te kenmerken als NIBM.
Als een bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging, kan toch een luchtkwaliteitsbeoordeling nodig zijn voor een goede ruimtelijke ordening. Daarbij staat dan de vraag centraal, of de nieuwe bestemmingen aanvaardbaar zijn bij de bestaande luchtkwaliteit (het woon- en leefklimaat). Voor wat betreft het woon- en leefklimaat zijn de concentraties PM1 0, PM2,5 en NO2 ter plaatse van het landhuis van belang. Voor de actuele achtergrondconcentraties is de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) geraadpleegd. Binnen het plangebied liggen de concentraties ver onder de wettelijke grenswaarden en benaderen de gezondheidskundige advieswaarden, zie ook Bijlage 6 Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Er is geen dreigende overschrijding van de grenswaarden, aangezien de heersende achtergrondconcentraties ver onder de grenswaarden liggen en bovendien de verwachte toekomstige achtergrondconcentraties lager liggen (dalende trend).Ten aanzien van luchtkwaliteit is in de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat, aangezien de achtergrondconcentraties ver onder de wettelijke toetswaarden liggen en zelfs de gezondheidskundige WHO-advieswaarden benaderen. Ten aanzien van de beoogde planontwikkeling is gezien voorgaande geen sprake van significant nadelige milieueffecten ten aanzien van luchtkwaliteit.
Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
47
5.1.4
Externe veiligheid
5.1.4.1 Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op beperking en beheersing van risico's door opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet bij ruimtelijke ontwikkelingen de kans op grote calamiteiten met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij een toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied of een toetsingszone van een risicobron.
Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Voor het groepsrisico wordt een oriëntatiewaarde gegeven en geldt voor nieuwe situaties een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag.
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsingsen bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht. Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.
Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen respectievelijk het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet alsmede het Besluit
48
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing.
Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Beleidsvisie externe veiligheid, gemeente Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. De centrale ambitie is dat de gemeenten streven naar het optimaliseren van externe veiligheid. Deze ambitie is uitgewerkt in 6 deelambities: 1. 2. 3.
4. 5. 6.
In ruimtelijke plannen de bestaande veiligheidssituatie zoveel mogelijk te optimaliseren en te beheren en het ontstaan van nieuwe externe veiligheidsknelpunten te vermijden. Dit wordt bereikt door allereerst de signalering van EV-relevante situaties te verbeteren door het maken van een signaleringskaart. De externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen te onderzoeken en bij ruimtelijkeof verkeersbesluiten rekening te houden met deze risico’s. Daar waar de provincie of de Rijksoverheid beheerder is van de transportassen, volgen de gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van risico-inventarisatie en wet- en regelgeving actief. Zorg te dragen voor actuele en adequate milieu-, bouw- en gebruiksvergunningen bij risicovolle bedrijven; Zorg te dragen voor adequaat toezicht en handhaving van risicovolle bedrijven; Optimaal voorbereid te zijn op calamiteiten en rampen bij situaties waar de externe (on-) veiligheid aanwezig is.
Om de risico's ter plaatse van het plangebied te achterhalen is er een analyse gemaakt van de externe veiligheidssituatie rondom het plangebied, met behulp van de provinciale risicokaart. Onderstaand is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.
Uitsnede risicokaart, plangebied bij blauwe ster
Risicovolle inrichtingen:
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
49
Er zijn in het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ook buiten het plangebied zijn geen inrichtingen aanwezig waarvan de risicocontouren het plangebied beïnvloeden.
Transport van gevaarlijke stoffen: In of nabij het plangebied zijn geen routes gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water plaatsvindt. De afstand tot de dichtstbijzijnde routes is zodanig groot dat het plangebied hier niet door wordt beïnvloed. Er zijn geen hoogspanningsleidingen en buisleidingen in en in de directe omgeving om het plangebied aanwezig.
Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 5.1.5
Milieuzonering
5.1.5.1 Algemeen In de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn indicatieve richtafstanden voor woningbouw nabij verschillende typen bedrijven opgenomen. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Binnen deze richtafstanden is hinder ten gevolge van het betreffende bedrijf niet uit te sluiten. Woningbouw binnen deze richtafstand is inpasbaar, indien aangetoond wordt dat (eventueel na het treffen van maatregelen) voor het betreffende bedrijf een kleinere richtafstand van toepassing is. Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van maximaal twee woningen. Het voornemen zelf leidt niet tot milieuhinder voor omwonenden. Er dient wel getoetst te worden of bestaande omliggende bedrijven met het voornemen niet extra kunnen worden belemmerd en of de extra woningen niet worden blootgesteld aan onaanvaardbare hinder van omliggende bedrijven.
In de directe nabijheid van de voorgenomen projectlocatie van het landhuis bevinden zich op ca 40 meter een minicamping alsmede op 150 meter een atelier op Meerstraat 22. Op ca 175 meter is een pluimveehouderij gesitueerd alsmede een verhuurbedrijf, op Meerstraat 24. Bedrijf Mini camping Atelier Pluimveehouderij Verhuurbedrijf
Adres Meerstraat 22 Meerstraat 22 Meerstraat 24 Meerstraat 24
Toegestane cat. 3.1 1 4.1 2
Min afstand 50 10 200 30
Feitelijke afstand 40 150 175 190
Het voornemen kan voldoen aan de gestelde richtafstanden met uitzondering van de richtafstand ten behoeve van de pluimveehouderij. In navolgende paragraaf 5.1.6 wordt echter toegelicht dat er ten aanzien van geurhinder geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling. Daarnaast kan ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van het aspect bedrijven en milieuzonering een goed woon- een leefklimaat worden gegarandeerd, mits het op te richten landhuis zelf op minimaal 50 meter van de perceels-/bestemmingsgrens wordt opgericht. Dit wordt middels een specifieke aanduiding op de verbeelding geborgd. Ter plaatse van de hiertoe opgenomen functie-aanduiding 'specifieke vorm van
50
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
wonen uitgesloten - geen geluidgevoelig object 'zijn geen woningen, maar uitsluitend vrijstaande bijgebouwen toegestaan. In de gebruiksregels is bepaald dat er geen sprake mag zijn van bewoning van bijgebouwen, daarmee is geborgd dat er ter plaatse geen geluidgevoelige functie wordt gevestigd. Omgekeerd vormt het plan geen belemmering voor de bedrijfsvoering- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen niet-woonfuncties en bedrijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen beperking voor dit plan.
5.1.6 Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten, maar een gemeente kan afwijkende geurnormen en afstanden vaststellen in een geurverordening. De Wet geurhinder en veehouderij schrijft voor op welke wijze een bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij een milieuvergunning aanvraagt. Indirect heeft de Wet geurhinder en veehouderij ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. De gemeente Bernheze heeft in 2013 een geurverordening vastgesteld en voor het 'extensiveringsgebied rond kernen' (waar het plangebied binnen ligt) een geurnorm van 8 Ou vastgesteld. Ten aanzien van de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting en achtergrondbelasting.
De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting van individuele veehouderij op een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting betreft de gebiedsbelasting: cumulatieve geurbelasting in een gebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen.
Voorgrondbelasting Het plangebied is gelegen buiten de indicatieve geurhindercontouren (ikv voorgrondbelasting) van bestaande agrarische bedrijven met uitzondering van de geurcontour van de pluimveehouderij aan de Meerstraat 24. Deze geurcontour valt wel deels over het plangebied, maar het te realiseren landhuis is buiten de indicatieve geurhindercontouren rondom de bouwvlakken van veehouderijen gesitueerd. Het voornemen voor het realiseren van een landhuis voldoet daarmee aan de gestelde gemeentelijke geurnorm van 8 Ou, zie ook onderstaande afbeelding met de 8 Ou geurcontour van Meerstraat 24. Dit betekent dat het landhuis geen beperkende werking heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
51
Geurhindercontouren omliggende bedrijven en plangebied
Achtergrondbelasting De gemeente Bernheze heeft op 20 december 2013 de 'Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013' vastgesteld. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen worden, als vertaling van het criterium 'een aanvaardbaar woon- en leefklimaat' voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen, een toetswaarde van maximaal 13 Ou achtergrond-belasting gehanteerd voor nieuwe woongebieden en maximaal 20 Ou voor het buitengebied. Het planvoornemen ziet toe op het buitengebied en daarmee is de gemeentelijke toetswaarde van 20 Ou van toepassing. De gezondheidskundige advieswaarde voor de achtergrondbelasting van geur bedraagt 10 OU voor het buitengebied.
Het aantal overige veehouderijbedrijven in de wijde omgeving van het plangebied is dermate laag, dat conform onderstaande afbeelding blijkt dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel achtergrondsniveau voor geur en daarmee ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De indicatieve achtergrondbelasting bedraagt ter plaatse van het beoogde landhuis ongeveer 4 tot 5 OU. Daarmee wordt ruim voldaan aan de gemeentelijke toetswaarde (20 OU) uit de gemeentelijke beleidsregel en ook wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarde voor een goed woon- en leefklimaat.
52
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Achtergrondbelasting geurhinder Het voornemen voldoet aan de generieke richtafstanden en zal niet leiden tot belemmering van bestaande bedrijven in de omgeving, mede vanwege de reeds bestaande functies in de omgeving. Daarnaast is ter plaatse van het voorziene landhuis sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.7 Gezondheid Geitenhouderijen Op basis van verschillende onderzoeken in het kader van Veehouderijen Gezondheid Omwonenden (VGO) is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's zijn wanneer in de nabijheid (binnen een straal van ca. 1,5 tot 2,0 km) van een geitenhouderij gewoond wordt. Mede op basis hiervan geldt in de provincie momenteel een nieuwvestigings- en uitbreidings-verbod voor geitenhouderijen. De rechtstreeks werkende (tijdelijke) verbodsregels op het uitbreiden van een geitenhouderij hebben geen directe invloed op het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven, in de nabijheid van geitenhouderijen. Er kan immers (nog) geen wetenschappelijk verband worden gelegd met een maximale blootstelling vanwege een aanvaardbaar of niet aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is hiervoor dan ook nog geen nader wettelijk toetsingskader en er bestaan geen concrete normen of aan te houden afstanden die in acht genomen moeten worden bij de vergunningverlening en/of bij de ruimtelijke planning.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient wel gemotiveerd te worden, dat er met betrekking tot gezondheidsaspecten geen sprake is van belemmeringen. In de omgeving van het plangebied zijn weliswaar 2 geitenhouderijen gevestigd ((Meerstraat 29 : ca 320 m afstand) en Fokkershoek 1: ca 1,2 km afstand)), maar in de directe nabijheid bevinden zich reeds diverse bestaande burgerwoningen. In de lijn met het VGO onderzoek, het provinciale uitbreidingsverbod voor geitenhouderijen en het feit dat het
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
53
nieuwe landhuis binnen 1,5 – 2 km van een geitenhouderij ligt moet worden afgewogen of sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Het voornemen heeft geen betrekking op realisatie van een school, kinderopvang of zorginstelling (het betreft dus geen kwetsbare groepen). Het gaat om slechts 1 woongebouw met twee wooneenheden op ca. 320 meter afstand van een bestaande geitenhouderij. Tussen de geitenhouderijen en het op te richten woongebouw zijn reeds bestaande woningen gesitueerd. Er wordt aan alle milieu- regelgeving voldaan (met name geur en fijnstof), het landhuis ligt niet binnen een endotoxine- risicocontour en er is ten aanzien van deze aspecten sprake van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van hiervan kan het extra risico op longontstekingen vanwege de zeer beperkte toename van het aantal blootgestelden als aanvaardbaar beschouwd worden. Endotoxinen Blootstelling aan stoffen uit de veehouderij (met name pluimvee- en varkenshouderijen in de omgeving) kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. Volgens de Gezondheidsraad is endotoxine een goede indicator voor blootstelling van omwonenden van veehouderijen aan ontwikkeling van een landelijk toetsingskader is de notitie "Handelsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid Endotoxine toetsingskader 1.0' opgesteld.
In het toetsingskader zijn afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Uitgangspunt van het toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen. Hierdoor kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen. Het bouwvlak van het nieuwe landhuis ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving, zie onderstaand kaartbeeld. Risico's voor de gezondheid ten gevolge van de endotoxinen uitstoot van naastgelegen veehouderij kunnen worden uitgesloten. Het woon-en leefklimaat op de locatie van het voorziene landhuis wordt daarom gedefinieerd als aanvaardbaar Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.
Toetsingskaart endotoxinen
54
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 Om het bevoegd gezag te ondersteunen in de besluitvorming over veehouderijen in relatie tot de gezondheid van omwonenden, is de Handreiking veehouderij en volksgezondheid opgesteld. De handreiking bevat een overzicht van de belangrijkste gevonden verbanden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden laat zien wat decentrale overheden kunnen doen om gezondheidsrisico's van veehouderijen mee te wegen in besluitvorming. De handreiking geeft een stappenplan voor de ontwikkeling van veehouderijen. Na het doorlopen van het stappenplan kan het advies zijn om een GGD-advies op te vragen. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken om voor ruimtelijke plannen na te gaan of er knelpunten zijn. Na het volgen van het stappenplan (zie ook Bijlage 6 Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling) kan worden geconcludeerd, dat vanwege het feit dat er een geitenhouderij aanwezig is op 320 meter afstand van de beoogde woonfunctie en op 500 meter afstand een pluimveehouderij aanwezig is op basis van het stappenplan geadviseerd wordt een GGD-advies op te vragen. Uiteindelijk heeft het bevoegd gezag (de gemeente) de beleidsvrijheid om af te wegen of een specifieke situatie aanvaardbaar wordt geacht en of daarbij het opvragen van een GGD-advies noodzakelijk is.
Zoals ook beschreven hierboven en in Bijlage 6 Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft het voornemen slechts betrekking op de realisering van 1 woongebouw met maximaal twee wooneenheden op ca. 320 meter afstand van een bestaande geitenhouderij. Tussen de geitenhouderijen en het op te richten woongebouw zijn reeds bestaande woningen gesitueerd. Er wordt aan alle milieu- regelgeving voldaan (met name geur en fijnstof), het landhuis ligt niet binnen een endotoxine- risicocontour en er is ten aanzien van deze aspecten sprake van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van hiervan kan het extra risico op longontstekingen vanwege de zeer beperkte toename van het aantal blootgestelden als aanvaardbaar beschouwd worden. Daarnaast ligt het bouwvlak van het nieuwe landhuis buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Risico's voor de gezondheid ten gevolge van de endotoxinen uitstoot van naastgelegen veehouderij kunnen worden uitgesloten. Het woon-en leefklimaat op de locatie van het voorziene landhuis wordt daarom gedefinieerd als aanvaardbaar. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.
Spuitzones gewasbescherming Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt anderzijds, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kortere afstanden zijn mogelijk, indien dat blijkt uit een locatiespecifiek onderzoek. Met de beoogde ontwikkeling worden nieuwe gevoelige objecten in het buitengebied mogelijk gemaakt. Binnen een afstand van 50 meter vanaf de gronden binnen onderhavig plangebied waarop woningen kunnen worden gerealiseerd, zijn landbouwakkers gelegen waar mogelijk open teelt plaatsvindt. Op de akkers is echter geen sprake van bomenteelt of andere bijzondere teelten die vragen om bijzondere besproeiing met gewasbeschermingsmiddelen.
Bovendien liggen er op korte afstand van de akkers al diverse woningen die bepalend zijn voor de door het agrarisch bedrijf op basis van het Activiteitenbesluit te treffen driftreducerende maatregelen. Ook is rondom de beoogde woningen de aanplant van nieuw bos beoogd, wat driftreducerend fungeert. De kans op gezondheidsschade binnen het plangebied, door de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
55
op omliggende landbouwgronden, is nihil. In het voorgenomen plan is sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De landgoedontwikkeling leidt niet tot significant nadelige effecten ten aanzien van spuitzones van gewasbeschermingsmiddelen.
5.2
Waterhuishouding
Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de actuele waterhuishouding in het plangebied. Daarnaast wordt, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, vastgelegd aan welke watereisen de ontwikkeling moet voldoen. Ruimtelijke plannen worden onder meer getoetst aan "hydrologisch neutraal" ontwikkelen conform landelijk en lokaal waterbeleid. 5.2.1 Waterrelevant beleid en regelgeving Waterbeheerplan 2022-2027 Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Het waterschap heeft een waterbeheerplan, waarin de doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot en met 2027 staan beschreven. Het waterschap geeft in het waterbeheerplan aan zich continu te laten leiden door zijn missie: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten”.
Om haar doelen en ambities te realiseren zijn een drietal programma's opgesteld: programma waterveiligheid : beschermen tegen overstromingen; programma klimaatbestendig en gezond watersysteem: een goede waterkwaliteit en - kwantiteit en het realiseren EVZ's met beekbegeleidende beplanting programma schoon water: zuiveren van afvalwater. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap enkele uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. De uitgangspunten zijn: Wateroverlastvrij bestemmen; Scheiding van vuil en schoon (hemel)water; Doorlopen van de afwegingsstappen; Hydrologisch neutraal ontwikkelen; Water als kans; Meervoudig ruimtegebruik Voorkomen van vervuiling; Waterschapsbelangen. Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterkeringengebied, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater. In aansluiting op het landelijke gebied hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen ‘hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer’ doorlopen, waarbij het Waterschap bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst op hydrologische effecten. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren.
Dit betekent dat de ontwikkeling geen verandering mag aanbrengen in de waterhuishoudkundige situatie op de locatie en in de directe omgeving. Verder is het streven om het schone en verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.
56
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Keur Het waterschap heeft algemene regels en beleidsregels wanneer er specifieke werkzaamheden of activiteiten uitgevoerd worden in een attentiegebied volgens de Keur. Vanuit de keur wordt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlakte onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 500 m2 , tussen de 500 en 10.000 m2 en meer dan 10.000 m2 . Met een verhardingstoename tussen de 500 m2 en 10.000 m2 geldt er vanuit de Keur een algemene regel waarbij het een verplichting is tot aanleg van een retentievoorziening voor de toename in verhard oppervlakte. Voor een dergelijke verhardingstoename is de rekenregel uit de Algemene Regel van toepassing. In formulevorm luidt deze regel: benodigde retentiecapaciteit (m3 ) = toename verhard oppervlakte (m2 ) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (m1 ).
5.2.2 Huidige situatie plangebied Inleiding De bestaande situatie van het plangebied betreft onbebouwde agrarische en bosgrond.
Oppervlaktewater Door het plangebied loopt een A-watergang, die vanaf de kern Heeswijk-Dinther uitmondt in de Leijgraaf. Deze watergang wordt met het voornemen niet gewijzigd. Bijbehorende beschermingszones worden in acht genomen en zijn met de geldende dubbelbestemming 'Waterstaat - beschermingszone watergang' ook in dit plan juridisch geborgd. De Leijgraaf is daarnaast in het provinciaal (zie ook paragraaf 4.2.2) en waterschapsbeleid aangewezen als ecologische verbindingszone en zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen. Hiervoor geldt tot 25 meter uit de insteek van de Leijgraaf op basis van de Keur een zogeheten profiel van vrije ruimte. Voor diverse werken en werkzaamheden is hiervoor mogelijk een watervergunning vereist. Ten westen en zuiden van het bestaande bosgebied zijn tevens een tweetal ondergeschikte, lokale watergangen aanwezig. Dze watergangen blijven gehandhaafd, maar worden zo mogelijk wel verondiept.
Bodemgesteldheid, maaiveld en grondwaterstanden Het gebied ligt op 8 meter +NAP en bevat geen reliëf. De bodem bestaat uit een laarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand. De bijbehorende grondwatertrap in het noordelijke deel is Vb; dit betekent een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 25-40 cm beneden het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) dieper dan 120 cm beneden het maaiveld. In het zuidelijke deel van het plangebied komt een grondwatertrap III voor. Dit betekent een GHG ondieper dan 40 cm beneden het maaiveld en een GLG van 80-120 cm beneden het maaiveld. 5.2.3 Toekomstige situatie plangebied Door het planvoornemen zijn er geen veranderingen in de geomorfologische samenstelling van de bodem van het plangebied.
Verhardingstoename - waterbergingscompensatie Omvorming van het bestaande bos alsmede aanplant van nieuw bos zal tot weinig directe effecten op de waterhuishouding leiden. Het voornemen voorziet echter tevens in de realisering van een landhuis met
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
57
eventuele bijgebouwen alsmede aanleg van een (semi)- verhard toegangspad. Hiermee zal het toekomstig bebouwings-/verhardingsoppervlakte toenemen met meer dan 500 m2 . Derhalve is op basis van zowel de gemeentelijke regels (Verordening fysieke leefomgeving) als op basis van de regels van de Keur ('hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoer van hemelwater') een compenserende waterberging noodzakelijk. Ter borging van de vereiste compenserende waterberging is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen Afvoer hemelwater - infiltratie Het schoon hemelwater in het plangebied zal worden afgekoppeld van het riool en zal gedurende het grootste deel van het jaar vertraagd infiltreren in de bodem. Hiertoe zal een waterbergingsvoorziening worden gerealiseerd in de vorm van een helofytenfilter in de tuin van het landhuis, die voldoet aan de waterschapseisen met een bergingscapaciteit van 60 mm/m2 . Het plangebied biedt hiervoor ruimschoots de ruimte en de lokale bodemkundig /hydrologische gesteldheid wordt geschikt genoeg geacht voor de benodigde infiltratie. De dimensionering en nadere detaillering van de waterbergingsvoorziening zullen met het waterschap nog nader worden afgestemd voor de feitelijke realisering bij de omgevingsvergunningsaanvraag, in overeenstemming met de gemeentelijke Verordening fysieke leefomgeving.
Niet aannemelijk is dat er, ook in extreme situaties, overlast ontstaat op eigen terrein of bij derden. Afvoer vuilwater-riolering Het huishoudelijk afvalwater van het nieuwe landhuis zal middels een nog aan te leggen aansluiting op het bestaande riool worden aangekoppeld, waarmee het vuilwater wordt afgevoerd. Oppervlaktewater Het voornemen leidt niet tot ingrepen op de beschermde watergangen of bijbehorende beschermingszones en onderhoudstroken. De beschermingszones worden met de dubbelbestemming 'Waterstaat- Beschermingszone watergang' beschermd. Bij omvorming van de noordelijke bosrand en feitelijke inrichting en aanleg van de zoomvegetatie in de oeverzone zal vooraf contact worden opgenomen met het gebiedsdistrict van het waterschap om de werkzaamheden vooraf nader af te stemmen. Duurzaam waterbeheer Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen) voor in het te infiltreren water. Vooroverleg waterschap Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het regulier vooroverleg aan het waterschap toegezonden.
Het waterschap heeft aangegeven positief tegenover het plan te staan en had aanvullend enkele ondergeschikte opmerkingen, die in dit ontwerp bestemmingsplan zijn verwerkt, zie ook paragraaf 8.2. Conclusie Realisatie van onderhavig plan leidt niet tot negatieve effecten op de aspecten met betrekking tot de waterhuishouding. Het aspect water vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
58
bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
5.3
Flora & fauna
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wnb staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.
Gebiedsbescherming Globaal kan gesteld worden dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebied specifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied (Bosschebroek & Moerputten) ligt op ca 11 km afstand ten noordwesten van het gebied. Doordat de planlocatie buiten een Natura 2000-gebied is gelegen, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van de zogeheten externe werking. Gezien de relatief grote afstand tussen de planlocatie en de Natura 2000-gebieden is uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring met de voorgenomen plannen. Ten aanzien van de overige externe effecten is stikstofdepositie het voornaamste effect waarmee rekening dient te worden gehouden. Voor het voornemen is derhalve een beoordeling van de stikstofeffecten, inclusief aerius berekeningen opgesteld en als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.
Het planvoornemen heeft in de gebruiksfase betrekking op de realisatie van 1 landhuis, met twee wooneenheden. Ten aanzien van dit gebruik ontstaat er een verkeersgeneratie van 17 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Uit de beoordeling is gebleken dat deze maximale verkeersgeneratie in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar.