Kadernota 2024
Tekst van het document
Betreft
Kadernota 2024
Van
Rita Hanegraaf
Datum
28 november 2022
1.1
Kadernota 2024
In 2021 is het beleidskader van het Regionaal Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Brabant Noordoost (RBL BNO) vastgesteld voor de periode van 2021 tot en met 2024. De voorliggende kaderstellende notitie is in lijn met het beleidsplan en geeft de kaders voor de begroting van het RBL BNO in 2024. 1.2
Beslispunten 1. Het RBL BNO gaat in 2024 verder op de ingeslagen weg zoals geformuleerd in het beleidsplan 2021-2024. Het RBL BNO wil thuiszitten voorkomen, alle jongeren in een kwetsbare positie in beeld hebben en alle voortijdig schoolverlaters bereiken. 2. Het RBL BNO stelt de begroting van 2024 op waarbij de gemeentelijke bijdrage wordt geïndexeerd met het percentage dat de centrumgemeente hanteert. 3. In 2022 zijn extra middelen ontvangen die bedoeld zijn om in te zetten tot en met 2024. Dit bedrag wordt geoormerkt als een bestemmingsreserve binnen de reserve tot en met 2024. De reserve zonder deze bestemmingsreserve mag 10% van de begroting bedragen. De begroting 2024 bevat een voorstel over de inzet van deze middelen binnen de kaders van het beleidsplan. 1.2.1
Beslispunt 1
In 2021 is het beleidskader tot en met 2024 vastgesteld. Daarin is aangegeven dat het RBL BNO zich in 2024 richt op het voorkomen van thuiszitten, het monitoren van jongeren in een kwetsbare positie en het benaderen en begeleiden van voortijdig schoolverlaters. 1.2.2
Beslispunt 2
Het RBL BNO begroot zo scherp mogelijk en indexeert alleen als dat nodig is. De begroting van het RBL BNO bestaat voor het merendeel uit salariskosten. Daarom wordt voorgesteld om de gemeentelijke bijdrage te indexeren. De indexering wordt bij de begroting definitief
1
bepaald op basis van de maart 2023 publicatie van het Centraal Plan Bureau. In deze kadernota is een indicatief % voor indexatie 2024 opgenomen op basis van de maart 2022 publicatie van het Centraal Plan Bureau namelijk 4%. 1.2.3
Beslispunt 3
Het RBL BNO hanteert normaal een reserve van 10% op de begroting en keert het meerdere na vaststelling van de jaarrealisatie uit aan de deelnemende gemeenten. Het RBL BNO heeft in 2019 en 2022 extra rijksmiddelen ontvangen namelijk:
€ 91.676 voor extra inzet RMC t.b.v. aanpak jeugdwerkloosheid (toekenning 2019).
€ 267.739 voor extra inzet RMC te besteden voor 1.1.2025 (toekenning 2022);
De extra middelen zijn nog niet benut. De subsidie (totaal € 359.415) kan ingezet worden tot en met 2024. Het Rijk heeft op meerdere plekken in de keten rondom jeugd extra middelen toegekend om de negatieve effecten van de coronamaatregelen zoveel als mogelijk te dempen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de middelen uit het nationaal programma onderwijs (NPO) of middelen ter voorkoming van jeugdwerkloosheid. Door een historische krapte op de arbeidsmarkt vinden gelukkig de meeste jongeren nu een baan, ook wanneer ze de school zonder startkwalificatie verlaten. Deze jongeren blijven meer kwetsbaar op de arbeidsmarkt maar hulpaanbod van een RMC-trajectbegeleider wordt door een aantal van hen nu niet direct gezien als toegevoegde waarde. De verwachting is echter alom dat zwaardere tijden aanbreken en dat jongeren het moeilijker zullen krijgen. We zien bij de start van dit schooljaar (2022-2023) hier al de eerste tekenen van. Leerplichtambtenaren geven aan dat ze merken dat problematiek in verzuimzaken zwaarder is en diverse economen waarschuwen voor een recessie, De eerste klap daarvan kan het RBL BNO opvangen omdat er een goede basis is wat betreft structuur, bezetting en aanbod om verzuim op te pakken, VSV’ers te begeleiden en jongeren in een kwetsbare positie te monitoren.
De basis is goed omdat de gemeenten in de regio van het RBL BNO het al jaren van groot belang vinden dat de taken op het gebied van leerplicht en RMC kwalitatief goed uitgevoerd worden. De gemeentelijke bijdrage sámen met de rijksbijdrage zorgt dat dit ambitieniveau ook gehaald wordt.
2
Gelet op het bovenstaande verwacht het RBL BNO dat in de jaren 2023-2025 wel behoefte is aan extra inzet/formatie RMC. Dan zijn deze extra middelen (€ 359.415) daarvoor nodig. Het is dan ook verstandig om dit bedrag te oormerken als een bestemmingsreserve tot en met 2024. Binnen deze periode kunnen de middelen ingezet worden binnen de kaders van het beleidsplan. Daarom stellen wij voor dat de reserve exclusief de bestemmingsreserve 10% van de begroting mag bedragen. In de periode tot en met 2024 kunnen de extra middelen ingezet worden op diverse projecten zoals extra inzetten op preventie verzuim, toestroom Oekraïne, in beeld brengen doelgroep 23-27 jaar en uitvoeren schoolcontroles in opdracht van de Onderwijsinspectie. Mochten de extra middelen na afloop van de beleidsperiode die tot en met 2024 loopt nog niet ingezet zijn, dan wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de reserves. Na vaststelling van de jaarrekening kan het bedrag in de reserves dat meer is dan 10% van de begroting, alsnog worden uitgekeerd aan de gemeenten.
1.3
Planning begrotingscyclus RBL BNO
Deze kadernota wordt na vaststelling vertaald in een begroting en is hiermee onderdeel van de begrotingscyclus van het RBL BNO. In de planning die elke gemeenschappelijke regeling ieder jaar ontvangt wordt gesproken over een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). Het RBL BNO is een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente constructie en werkt met een bestuurlijk overleg. Wanneer we dit aanpassen komen we tot de volgende planning: -
op 23 november 2022 bespreekt het voorbereidend bestuurlijk overleg de concept kadernota;
-
uiterlijk 30 november 2022 ontvangt de adoptieambtenaar de concept kadernota;
-
uiterlijk 16 december 2022 stuurt het RBL BNO de concept kadernota naar de colleges van B&W en de gemeenteraden;
-
uiterlijk 11 januari 2023 verstuurt de adoptieambtenaar het ambtelijk advies bij de concept kadernota naar collega ambtenaren die op hun beurt het advies voorleggen aan hun college;
-
uiterlijk 2 maart 2023 geven de gemeenten hun reacties op de concept kadernota aan het RBL BNO;
-
uiterlijk 31 maart 2023 wordt de kadernota vastgesteld in het bestuurlijk overleg;
-
uiterlijk 31 maart 2023 ontvangt de adoptieambtenaar de concept begroting en concept jaarstukken;
-
uiterlijk 5 april 2023 stuurt het RBL BNO de stukken naar colleges en gemeenteraden;
-
voor 26 april 2023 zorgt de adoptieambtenaar voor het ambtelijk advies;
3
-
uiterlijk 30 juni 2023 ontvangt het RBL BNO de zienswijzen op de concept begroting;
-
voor 15 juli 2023 stelt het bestuurlijk overleg de begroting vast en wordt deze naar Gedeputeerde Staten gezonden (de begroting uiterlijk 1 augustus en de jaarstukken 15 juli).
2.
Ambitie in 2024 2.1
Aanpak in lijn met het beleidskader 2020-2024
Alle kinderen en jongeren van 5 tot 16 jaar hebben het recht om zich optimaal te ontwikkelen en ontplooien door onderwijs. Elke jongere (16-23 jaar) haalt een startkwalificatie voor zover dat binnen de cognitieve mogelijkheden ligt. Om dat te kunnen bereiken werkt het RBL BNO preventief en treedt vroegtijdig op tegen verzuim. In de beleidsperiode en dus ook in 2024 richt het RBL BNO zich op de volgende beleidslijnen: 1. Geen enkel leerplichtig kind zit langer dan 3 maanden thuis zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. De leerplichtambtenaar stopt schoolverzuim zo snel mogelijk en werkt hiervoor nauw samen met de scholen, de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, de toegang Jeugd en de GGD Hart voor Brabant. 2. Geen enkele jongere in een kwetsbare positie tussen 16 en 23 jaar valt tussen de wal en het schip. Deze jongeren zijn allemaal in beeld en hebben een duurzame werkplek, passende dagbesteding of volgen een traject naar werk of zorg. 3. Het RBL BNO bereikt alle voortijdig schoolverlaters en verleidt ze om onderwijs te volgen. Ook als er sprake is van een krappe arbeidsmarkt waarin werkgevers arbeidskrachten zoeken.
2.2 Wat gaan we daarvoor doen Aanhoudend schoolverzuim vormt een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. Kinderen die vaak verzuimen van school hebben een grotere kans om uit te vallen. Dat willen we voorkomen door vroegtijdig op te treden tegen verzuim. Het RBL BNO spant zich dus in om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Jongeren die toch het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie, heeft het RBL BNO in beeld, benadert hen en probeert ze via een passend traject (onderwijs, werk of een combinatie van beiden) alsnog te begeleiden naar een startkwalificatie. Om dat te bereiken ligt de focus op de volgende actiepunten:
4
Alle kinderen die ongeoorloofd verzuimen zijn in beeld maar het RBL BNO wil ook meer zicht op geoorloofd schoolverzuim zoals bij ziekte of onderwijstijdverkorting. Wettelijk is het mogelijk dat Leerplicht in opdracht van de Onderwijsinspectie toeziet op de registratie door scholen van ongeoorloofd én geoorloofd verzuim. Het RBL BNO neemt deze taak op zich zodra dat mogelijk is naar verwachting bij start van schooljaar 2023-2024. De Onderwijsinspectie bereidt dit nu voor. Het RBL BNO denkt hierin mee samen met de gemeenten Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Apeldoorn. Scholen hebben de afgelopen jaren werk gemaakt van hun verzuimbeleid bij ongeoorloofd verzuim. Misschien kunnen er nog slagen gemaakt worden bij de registratie van geoorloofd verzuim. Daarbij biedt de positie van het RBL BNO in de keten kansen om bij te dragen aan de samenwerking tussen de toegang tot jeugdhulp, onderwijs en de GGD Hart voor Brabant. Elk kind dat onderwijs kan volgen benut de mogelijkheden die het onderwijs biedt.
Vroegtijdig optreden tegen verzuim volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Ketenpartners hebben samen deze methode ontwikkeld waarin primair wordt ingezet op preventie en vrijwillige (jeugd)hulp.
Behouden van de sterke positie van het RBL BNO in de (lokale) keten en daar waar nodig uitbreiden. Het RBL BNO werkt samen met lokale en regionale partners zoals de scholen (primair, speciaal en voortgezet onderwijs, het MBO), de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, de Basisteams Jeugd en Gezin, de sociale teams, de Toegang, de afdelingen Werk en Inkomen van de gemeenten, de GGD Hart voor Brabant, Raad voor Kinderbescherming, Halt, hulpverlening, het Openbaar Ministerie.
VSV’ers verleiden tot onderwijs eventueel in combinatie met werk. Nu de laatste jaren het aantal vroegtijdig schoolverlaters toeneemt onderzoekt RBL BNO of andere instrumenten ingezet kunnen worden. Hiervoor draaien momenteel 2 pilots: o
De RMC-trajectbegeleider probeert de jongere eerder in het proces te zien en gaat na een 1e aanschrijving op huisbezoek om contact te krijgen met de jongere. De pilot startte in januari 2020 maar is stopgezet vanwege de maatregelen met betrekking tot corona. In november 2021 is de pilot opnieuw gestart met deurbezoeken in plaats van de huisbezoeken.
o
De voortijdig schoolverlaters worden allemaal individueel benaderd en contact mee onderhouden. Daarnaast draait het RBL BNO een pilot waarin jongeren een
5
meerdaagse groepstraining wordt aangeboden. In 2022/2023 wordt de pilot één jaar verlengd. In het jaarverslag over het schooljaar 2021-2022 worden beide pilots geëvalueerd. Daarnaast wil het RBL BNO in overleg met werkgevers hun VSV-werknemers benaderen met een aanbod voor leren in combinatie met werk. Uiteraard dient een en ander vooraf afgestemd te worden met onder andere het Werkgeverservicepunt Noordoost-Brabant.
Het RBL BNO neemt deel aan de werk- en stuurgroep brede Jongerenaanpak 16-27 en werkt mee aan de Jongerenaanpak Onderwijs-Arbeidsmarkt 2021-2024. Het RBL BNO kijkt ook hier welke maatregelen er samen met het onderwijs genomen moeten worden die inspelen op de krapte op de arbeidsmarkt in relatie met schooluitval. De werkwijze van het RBL BNO sluit aan op de brede jongerenaanpak waarin naast aandacht voor het voorkomen van schooluitval aandacht is voor de jeugdwerkloosheid.
3. Financiële gevolgen Het uitvoeren van de leerplicht- en RMC-functie in de regio Brabant Noordoost vergt financiële middelen. Het RBL BNO stelt daarvoor een begroting op die in lijn is met het beleidsplan 2021-2024. 3.1
Gemeentelijke bijdrage 2024
In 2022 is de gemeentelijke bijdrage niet geïndexeerd. Op het moment van schrijven van deze kadernota schatten we in dat in 2024 indexatie wel nodig is vanwege de stijgende salariskosten (zie 1.2.2). In tabel 1 staat een overzicht van de structurele financiële bijdragen van het Rijk en van de deelnemende gemeenten aan het RBL BNO tot en met de begroting voor 2024. De begroting van het RBL BNO wordt zonder BTW opgesteld. De BTW is namelijk per saldo niet kostprijs verhogend. De gemeentelijke bijdrage wordt gefactureerd met BTW. Iedere gemeente compenseert de BTW bij haar eigen BCF (Btw Compensatie Fonds)
6
Tabel 1: Overzicht Middelen 2024 Indexering (indicatie obv CPB) Begroting
4,0% Kadernota
2023
2024
Inwonersaantal 1/1/2020 Structurele middelen Rijksbijdrage RMC Bijdrage gemeenten Bernheze Boekel Land van Cuijk Maashorst Meierijstad Oss Totaal aantal inwoners
31.240 10.785 89.534 57.849 81.194 91.915 362.517
Incidentele middelen Regionaal programma Jongerenaanpak onderwijsarbeidsmarkt 2021-2024 Inkoop 1 fte gemeente Oss Totaal
€
812.251
€
853.789
€
875.647
€
910.673
€ € € € € €
75.459 26.051 216.266 139.732 196.121 222.017
€ € € € € €
78.477 27.093 224.917 145.322 203.966 230.898
€ 272.766 € 73.000 € 2.033.664
€ 272.766 € 76.820 € 2.114.048
Het RBL BNO ontvangt de volgende structurele middelen: 1. De Rijksbijdrage RMC inclusief het kwalificatiebudget voor toezicht op de kwalificatieplicht. 2. Gemeentelijke bijdragen. Daarnaast ontvangt het RBL BNO de regionale VSV-programmagelden. Deze worden op basis van het regionale convenant Jongerenaanpak onderwijs-arbeidsmarkt 2021-2024 verdeeld. Deze incidentele middelen worden ingezet om te reageren op verzuim 18+. Ook alle jongeren van 16 tot 23 jaar zonder startkwalificatie en zonder schoolinschrijving heeft het RMC in beeld en biedt hen passende ondersteuning.
7