Kadernota 2023 Gemeenschappelijke Regeling Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant Noordoost
Tekst van het document
Rêsistratienummer: 1642170
\ í
orstel 24 februari 2022 11
OndeMerp
Kadernota 2023 Gemeenschappelijke Regeling Kleinschalig Collectief Vervoer
Portefêu illehouder:
Heesch, 1 februari2022
lnleidíng De Gemeenschappelijke Regeling Kleinschalig Collectief Vervoer (GR-KCV) Brabant Noordoost voert namens de 6 deelnemende gemeenten het deur-tot-deur vervoer uit. Dit deur{ot-deur vervoer is vooral voor mensen met een Wmo-indicatie, maar geldt ook als aanvulling en vangnet voor het reguliere openbaar vervoer. Alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan de GR-KCV kunnen hun zienswijze geven over de Kadernota 2023. Met deze kadernota worden de gemeenten en de provincie in een vroeg stadium betrokken bij ontwikkelingen en financiële consequenties op de korte en middellange termijn. Het afgelopen jaar heeft de gemeenteraad van Bernheze een positieve zienswijze gegeven over de Kadernota 2022, met daarbij de aantekening rekening te houden met de financieelzware tijden die onze gemeente tegemoet gaat en daarom terughoudend financieel beleid te voeren.
De gemeente Oss heeft een adoptieadvies geschreven met betrekking tot de Kadernota GRKCV. ln dit raadsvoorstel is het adoptieadvies overgenomen.
Voorstel
1. Een positieve zienswijze te geven over de Kadernota 2023 Gemeenschappelijke Regeling Kleinschalig Collectief Vervoer (GR-KCV) Brabant Noordoost.
Argumenten 1.1 Past binnen ons beleid om zo goed mogelijk vervoer te bieden voor verschillende doelgroepen. Met deelname aan de GR-KCV zorgen we voor goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer. lnwoners die niet in staat zi)n zelf in hun vervoer te voorzien, kunnen gebruik maken van het collectief vraagafhankelijk vervoer en zo (blijven) deelnemen aan het maatschappelijk leven. Zo houden we onze gemeente bereikbaar en dragen we bij aan het behoud van sociale en vitale kernen.
1.2 Past binnen het meerjarenbeleidskader van de GR-KCV ln de kadernota worden door de betrokken gemeenten uitgangspunten vastgelegd en verder uitgewerkt voor de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026. De uitgangspunten vloeien deels voort uit eerdere besluiten die het bestuur heeft genomen, deels uit gemaakte contractuele afspraken en worden deels bepaald op basis van het financieel economisch beleid van de GR-KCV. Belangrijkste doel voor de komende jaren is het creëren van een optimaal, duurzaam en toekomstbestendig vervoerssysteem, waarin vervoer op langere termijn goed en betaalbaar aangeboden kan blijven aan mensen met een mobiliteitsbeperking in de regio Noordoost-Brabant.
1.3 De Kadernota is gebaseerd op reële uitgangspunten, rekening houdend met de effecten van Covid-19 Als gevolg van Covid-19 en de daarmee gepaard gaande R|VM-maatregelen was het doelgroepenvervoer in 2021 gemiddeld nog maar 66% ten opzichte van 2019. Normaal gesproken zou het jaar 2021 de basis vormen voor de uitgangspunten voor de begroting van 2023. De jaren 2021 en 2O2O ziln echter niet representatief. De verwachting is dat het lang zal duren voordat het vervoer aantrekt. Daarom wordt voor 2023 voor het Wmo-vervoer een percentage van g5% ten opzichte van het normale vervoersvolume gehanteerd, waarbij het vervoersvolume van 2019 als uitgangspunt geldt voor bepaling van het normale volume. De verwachting is nu dat het vervoer pas weer in 2025 op het normale niveau is. 1.4 De uitgangspunten in de kadernota spelen in op ontwikkelingen die van invloed zijn op het vervoer van de GR-KCV Brabant Noordoost. Afgezien van Covid-í9 doen zich ontwikkelingen voor die van invloed zijn op de exploitatie en bedrijfsvoering van de GR-KCV Brabant Noordoost. Vóór Covid-19 was de belangrijkste ontwikkeling de aanzienlijke stijging in de vervoerskosten door onder andere de sterke toename van het vervoersvolume in de laatste maanden van 2019 en de eerste twee maanden van 2020 Daarnaast speelt de NEA-index ook een belangrijke rol in de prijsontwikkeling van het vervoer.
De NEA-index is een index die veel gebruikt wordt voor de indexering van het zorg- en taxivervoer. Voor 2022 is de NEA-index berekend op 3,5%. Voor de jaren erna wordt gerekend met een gemiddelde stijging van 3,35o/o per jaar. Daarnaast liep de Samenwerkingsovereenkomst met de Provincie tot 1-1-2021. Vanaf deze datum draagt de Provincie per rato van het OVvervoersvolume bij in de beheerkosten. ln 2021 en 2022 heeft de GR-KCV gebruik gemaakt van de overgangsregeling en een deel van de projectsubsidie aangewend voor organisatiekosten. Deze overgangsregeling is vanaf 2023 niet meer mogelijk. Bovengenoemde ontwikkelingen betekenen voor de bijdragen van gemeenten een lichte daling van de exploitatiekosten en een stijging van de beheerkosten. Tot slot speelt de nota in op de ontwikkelingen rondom de Voor Elkaar Pas (VEP), het stimuleren van kleinschalige mobiliteitsoplossingen, Gedeelde Mobiliteit en de Code WR. Dit heeft mogelijk een drukkende werking op de Regiotaxi op langere termijn.
Risico's 1.1 Een verdere st'tjging van het vervoersvolume leidt tot hogere kosten
Voor de coronamaatregelen werd er een toenemend beroep gedaan op het Wmo-vervoer, de vervoerskosten laten in 2019 en begin 2020 een aanzienlijke stijging zien. Naar aanleiding van deze stijging, zou in 2020 en 2021 gezocht worden naar beheersmaatregelen om het gebruik van met Wmo-vervoer en de daarmee gepaard gaande vervoerskosten terug te dringen. Wel laten de vervoerskosten zich moeilijk voorspellen gezien de laatste jaren niet representatief zijn geweest (vanwege de impact van de corona-pandemie op de samenleving). Een van de mogelijkheden was het stimuleren van het OV-gebruik door middelvan de 'Voor Elkaar Pas' (VEP) en de ontwikkeling en stimulering van kleinschalige mobiliteitsoplossingen. De VEP is inmiddels ingevoerd. Door de huidige corona-maatregelen zien we dat de VEP nog niet goed tot zijn recht is gekomen. Wanneer de situatie het toelaat vragen we hier weer meer aandacht voor. 1.2 Provinciale bijdrage in beheerkosten gewijzigd Zoals eerder genoemd is de Samenwerkingsovereenkomst met de provincie op 1-'1 -2021 geeindigd. Tot die tijd verstrekte de provincie een bijdrage voor de gereden OV-ritten (mensen die gebruik maken van de regiotaxi, zonder datzij een Wmo-indicatie hebben). De provincie heeft
2
besloten vanaf 2021 haar bijdrage in de beheerkosten naar rato van het aandeel in het vervoersvolume (aantal OV-ritten ten opzichte van totaal) te verstrekken. Op basis van de afgelopen jaren zal deze bijdrage circa '10% van de beheerkosten zijn. Om de bijdrage in de beheerkosten geleidelijk af te bouwen heeft de GR-KCV voor 2021 en 2022 gebruik gemaakt van de aangeboden overgangsregeling. Een deel van de projectsubsidie mocht in die jaren aangewend worden voor de organisatiekosten. Hierdoor kon in deze jaren minder in projecten worden ge'investeerd. Deze overgangsregeling is vanaf 2023 niet meer mogelijk. De verandering in de bijdrage van de provincie heeft tot gevolg dat de financiële bijdrage vanaf 2023 voor de 6 gemeenten hoger wordt.
Kosten en dekking Organisatiekosten - De 6 gemeenten dragen zorg voor de kosten van het operationeel beheer van de Regiotaxi. - De organisatiekosten bedragen in 2023€ 461.699, een geringe verhoging ten opzichte van € 448.524 in 2022. Als index is 3% gehanteerd. - Vanaf 2023 is het aandeel van de provincie in de organisatiekosten naar rato aandeel OV-ritten. Naar verwachting zal deze bijdrage 10o/o zijn. Dat is in 2023 €.46.170. Als gevolg hiervan is de totaalbijdrage voor de gemeenten in de beheerkosten € 4'15.529 in 2023 (een stijging van € 54.357,- ten opzichte van 2022). - De afrekensystematiek voor de beheerkosten - na aftrek van de provinciale bijdrage vindt plaats op basis van het inwoneraantal per gemeente (peildalum 1-1-2021). - Vanaf 2023 stijgen de bijdragen van de gemeenten in de beheerkosten sneller als gevolg van de daling van de bijdrage van de provincie in deze kosten. Exploitatiekosten vervoer - De exploitatiekosten van het vervoer worden op basis van het daadwerkelijk gebruik verrekend met de gemeenten en provincie. - Voor de jaren 2024-2026 wordt gewerkt met een geschatte NEA-index van 3,35%. Deze is gebaseerd op het gemiddelde van NEA-index 2019,2020,2021 en 2022, respectievelijk 2,2,6,7,'1,0 en 3,5%. - Vanaf 2023 stijgen de exploitatiekosten mee met de geschatte NEA-index.
Kosten
Bernheze Peildatum
1-1-2021 2022 Aantal inwoners Aantal klanten Bruto exploitatiekosten vervoer Eioen biidraoe klant Netto exploitatiekosten
2423 2024 2925 2026
3'1.455
702
351.129 343.422 364.062 385.677 397.953
49.381 48.554 51.501 54.591 56.420
301.748 294.868 312.561 33í.086 341.533
Aandeel beheerkosten
31.135 3s.820 36.872 37.955 39.070
Totale kosten Stijging/daling t.o.v. gemeentelijke roting 2022 en jaar t-1
332.883 330.688 349.433 369.041 380.603
-1.856 +18.745 +19.608 +11.562
ln de gemeentelijke begroting 2022 hebben we de netto-exploitatiekosten geraamd op € 301 .420,- en het aandeel in de beheerkosten op € 31 .124,-. Totaal op € 332.544,-. De financiële consequenties over de periode 2023 tlm 2026 verwerken we in de gemeentelijke kadernota/begroti n g 2023-2026.
3
Vervolg We informeren het Servicepunt Regiotaxiover het door uw raad genomen besluit. Gemeenteraden kunnen tot uiterlijk 7 maart2O22hun zienswijze op de stukken indienen bijde GR-KCV, waarna deze zullen worden meegenomen in de voorbereiding van de besluitvorming van het Algemeen Bestuur op 4 april2022.
Bijlage(n): De bijlage(n) zijn digitaal beschikbaar.
. Aanbiedingsbrief kadernota 2023 GR-KCV o Kadernota2O23 GR-KCV . Adoptieadvies Oss Kadernola2O2S GR-KCV
meester en wethouders,
Hurkmans secretaris
Marieke burge
4