Jaarstukken 2025 (definitief)
Tekst van het document
pagina 81
Reserves Overzicht per balansdatum: Reserves
Omvang Stand per 1-1-2025
Weerstandscapaciteit
Algemene reserve (reserve nog nader te bestemmen)
30.568.812
0
Algemene weerstandsreserve
6.466.419
6.466.419
Post onvoorzien (incidenteel)
94.472
0
Stille reserves
0
Incidentele begrotingsruimte
0
0
Totaal
6.466.419
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: a. Onbenutte belastingcapaciteit Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De provincie geeft daarnaast aan dat de onbenutte belastingcapaciteit als volgt bepaald moet worden: “De nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating artikel 12 aanvraag in aanmerking te komen (onder curatelestelling rijk)”. Deze richtlijn volgen we.
2026
Artikel 12 norm
Gewogen gemiddelde OZB tarief Bernheze
Ruimte ten opzichte van artikel 12 norm
0,1595%
0,1176%
3.124.814
b. Post onvoorzien structureel Niet aanwezig. c. Structurele begrotingsruimte De structurele ruimte in de jaarrekening 2025 is € 0,-. Stand per 1-1 (o.b.v. begroting) Onbenutte belastingcapaciteit
3.124.814
Post onvoorzien (structureel)
0
Structurele begrotingsruimte (incl. wijzigingen)
0
Aanwezige structurele weerstandscapaciteit
3.124.814
pagina 82
Risico's Kwantificering risico’s Voor de kwantificering van de afzonderlijke risico’s maken wij gebruik van: - de maximale omvang van het risico; - de kans dat een risico zich voordoet (risicofactor); - de termijn waarbinnen dit risico verwacht kan worden (tijdsfactor). We maken bij de begroting en de jaarrekening een inschatting op basis van risicovolume, frequentie en tijd. Berekeningswijze Omvang risico (gewogen) = maximale omvang (ongewogen) x risicofactor x tijdsfactor Soort
Toelichting
Percentage
Risicofactor 1
Hoog
80%
Risicofactor 2
Gemiddeld
50%
Risicofactor 3
Laag
20%
Tijdfactor 1
Binnen 1 jaar
100%
Tijdfactor 2
Binnen 2 jaar
50%
Tijdfactor 3
Binnen 5 jaar
20%
Tijdfactor 4
Langer dan 5 jaar
10%
Op basis van deze berekeningswijze zijn de risico’s doorgerekend. In de volgende tabellen zijn de risico’s weergegeven, gesplitst in incidentele en structurele risico’s. Overzicht incidentele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume (ongewogen)
Gewogen risico
Renovatie Bruijstenhof
500.000
Startersleningen
100.000
2.000
Herplaatsingsgarantie flexwoningen
949.000
18.980
3.392.480
3.392.480
Vlagheide
500.000
400.000
Terugbrengen uren ODBN “EFTAL”
120.000
30.000
p.m.
p.m.
Bouwgrondexploitatie
Beëindiging ketenovereenkomst Verpact VNG Heesch West
50.000
1.374.690
1.374.690
Wachtgelden wethouders
275.000
220.000
Gevolgen Wet toekomst pensioenen (Wtp)
200.000
80.000
7.411.170
5.568.150
Totaal incidentele risico’s
Overzicht structurele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume (ongewogen)
Gewogen risico
Leerlingenvervoer
47.000
23.500
Participatiebudget – inkomensdeel
304.000
152.000
pagina 83
Risicobeschrijving
Risicovolume (ongewogen)
Gewogen risico
Minimabeleid
100.000
80.000
Participatiewet – Wsw
358.000
35.800
WMO (Huish. hulp / hulpmiddelen / Wmo 2015)
705.000
564.000
Jeugdzorg
727.000
581.600
BTW op pensioenpremie
500.000
20.000
Begeleid werken
90.600
9.060
Algemene uitkering
3.199.000
1.279.600
Grote projecten
6.200.000
496.000
Totaal structurele risico’s
12.230.600
3.241.560
Onder “Geïnventariseerde risico’s” ziet u de verdere onderbouwing van de benoemde risico’s.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mogelijkheden weer van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen. Dit vermogen om risico’s op te vangen wordt weergegeven door een ratio. Deze ratio is een verhoudingsgetal/ ratio tussen de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen) en de geïnventariseerde risico's. (weerstandsvermogen = weerstandscapaciteit / risico’s) Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, gebaseerd op de uitgangspunten van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR): Ratio
Betekenis
>2
Uitstekend
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
1,0 tot 1,4 (100% tot 140%)
Voldoende
0,8 tot 1,0
Matig
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Wij streven naar een Voldoende (ratio minimaal 1,0 (100%); maximaal 1,4 (140%). Risico
Weerstands-capaciteit
Ratio (weerstandsvermogen)
Incidenteel
5.568.150
6.466.419
116%
Structureel
3.241.560
3.124.814
96%
Totaal
8.809.710
9.591.233
109%
Aanpassing capaciteit
Aanpassing Ratio
N.v.t.
N.v.t.
Het weerstandsvermogen moet zich op basis van de gekozen ratio (tussen 1,0 en 1,4) tussen de € 8.809.710,- (1,0 x risico-omvang) en € 12.333.594,- (1,4 x risico-omvang) bevinden. Wij constateren dat, op basis van de inventarisatie risico’s en de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen ‘voldoende’ is met 109% en op dit moment geen verdere acties noodzakelijk zijn.
pagina 84
Geïnventariseerde risico’s Programma 1: Leefbare Kernen Renovatie woonwagencentrum Bruijstenhof (incidenteel € 500.000,-) (risico 2 en tijd 3) De renovatie van woonwagencentrum Bruijstenhof heeft een risico in zich van vervuilde grond. Startersleningen (incidenteel € 100.000,- = 10% van maximale budget) (risico 3 en tijd 4) Vanaf 1 januari 2014 geldt voor geldgevers van startersleningen een eigen risico van 10%. Dit betekent dat als er een verliesdeclaratie van een starter bij NHG wordt ingediend, de gemeente 10% hiervan voor eigen rekening moet nemen. Onze gemeente stopte met ingang van 1 mei 2015 met de startersleningen, maar startte in 2020 hier weer mee. Op 15 april 2025 besloot de gemeenteraad het budget te verhogen met € 1.000.000,-. Herplaatsingsgarantie flexwoningen (incidenteel € 949.000,-) (risico 3 en tijd 4) De gemeente is voornemens 69 flexwoningen te realiseren met een totale restwaarde van € 3,8 miljoen. Medio juli 2024 besloot de gemeenteraad om deel te nemen aan de garantieregeling voor het herplaatsen van flexwoningen. Indien de flexwoning na 15 jaar nergens in Nederland kan worden herplaatst, kan de woningcorporatie gebruik maken van de garantstelling. Middels deze garantieregeling is de gemeente voor 25% verantwoordelijk indien een partij aanspraak maakt op de betreffende regeling.
De kans dat nergens in Nederland de mogelijkheid bestaat om flexwoningen te herplaatsen en daardoor gebruik moet worden gemaakt van de garantstelling door de gemeente is zeer klein. Bouwgrondexploitatie (incidenteel € 3.392.480,- reeds gewogen zie paragraaf G) De hoogte van het risico van de bouwgrondexploitaties bepalen wij aan de hand van een risicoscan. Er is binnen de bouwgrondexploitatie sprake van twee risicoscenario’s. Het eerste risico is de daling van opbrengsten (-25%) en stijging van de kosten (+25%) in combinatie met een vertraging van twee jaar van het project. Het tweede scenario gaat uit van het risico van afwaardering van boekwaarden van het project wegens geen doorgang vinden van het plan. Op basis van beide scenario’s vindt een weging plaats naar kans en tijdsfactor en is per complex het maximale risico meegenomen in de berekening van het bedrag. Programma 2: Gezonde zorgzame gemeente Leerlingenvervoer (structureel € 47.000,- = 10% van de werkelijke kosten 2025) (risico 2 en tijd 1) Het leerlingenvervoer betreft een open-einde-regeling. Dit betekent dat leerlingen die voldoen aan de verordening leerlingenvervoer recht hebben op een vergoeding voor de kosten van hun vervoer van en naar school. Het is vooraf niet te voorspellen hoeveel leerlingen hiervan gebruik zullen maken en in welke mate.
Daarom is het niet mogelijk om van tevoren de totale kosten voor leerlingenvervoer over een bepaalde periode vast te stellen.
pagina 85
Participatiewet - inkomensdeel (structureel € 304.000,- = 5% van het definitief BUIG-budget 2025) (risico 2 en tijd 1) ) Bij de uitvoering van de Participatiewet doen zich twee risico’s voor. Het betreft de ontwikkeling van de cliëntenaantallen en de hoogte van de rijksbijdrage. Allereerst de aantallen cliënten met een bijstandsuitkering: toename of afname in het aantal cliënten werken direct door in de uitgaven. Het aantal cliënten laat zich niet eenvoudig bepalen. Daarmee zijn de bijstandsuitkeringen een open-einde-regeling. Ten tweede is de specifieke uitkering ter (gedeeltelijke) dekking van de bijstandskosten een onzekere factor. Indien gemeenten een tekort hebben op het rijksbudget kan, onder voorwaarden, een beroep gedaan worden op de vangnetregeling. Gemeenten kunnen op dit vangnet een beroep doen als het tekort op de gebundelde uitkering meer bedraagt dan 7,5% van het definitief toegekend rijksbudget. Daarnaast moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort over jaar t-2, t-1 en t van meer dan 7,5% over het rijksbudget. Tekorten worden tot 12,5% voor de helft vergoed en daarboven volledig. Minimabeleid (structureel € 100.000,- = 10% van kosten minimabeleid 2025) (risico 1 en tijd 1) Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling schatten we op basis van het gebruik en ontwikkeling van de kosten van de afgelopen jaren.
Deze prognose is moeilijk op realiteitswaarde in te schatten. Minimaregelingen zijn open einderegelingen. Dit betekent dat wanneer iemand recht heeft op een regeling, er een uitkering uit hoofde van die regeling moet plaatsvinden. Door verkeerde inschattingen van de omvang van de doelgroep en/of intensivering van het gebruik van die regeling door de doelgroep, kan er sprake zijn van over- of onderuitputting van de budgetten. Participatiewet – onderdeel klassieke Wsw (structureel € 358.000,- = 7,5% van rijksbudget 2025) (risico 3 en tijd 2) In 2015 is de Wet op de Sociale Werkvoorziening (WSW) opgegaan in de Participatiewet. Hierdoor komen er geen nieuwe WSW-ers meer bij. Het aantal WSW-ers wordt langzaam minder door overlijden, pensionering en andere redenen. Hierdoor wordt ook de bijdrage van de overheid minder. Het risico bestaat dat de bijdrage van de overheid sneller daalt dan het aantal WSW-ers. Huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen (structureel € 705.000,- = 10% van de werkelijke uitgaven 2025) (risico 1 en tijd 1) De risico's ontstaan omdat huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen open-einde-regelingen zijn. De laatste jaren zien we een groeiende vraag naar de Wmo.
Dit komt door de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdragen, wat een aanzuigende werking heeft op de Wmo. Ook de vergrijzing, aanbestedingen en de toename van ondersteuningsvragen spelen een rol.
pagina 86
Jeugdzorg (structureel € 727.000,- = 7,5% van de werkelijke kosten 2025) (risico 1 en tijd 1) De stijging van de doelgroep, stijging van de tarieven en daarmee de zorgkosten en de toenemende vraag naar complexe zorg zijn belangrijke factoren die de kosten van de jeugdzorg bepalen. Met de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen willen we doorstroming naar de specialistische jeugdzorg verminderen. Verder heeft de toegang sinds 1 januari 2022 een grotere rol in de toewijzing van het volume van de zorg. Daarnaast blijven we investeren in het voorliggend veld door extra jongerenwerk in te kopen. Daarnaast heeft een uitbreiding plaatsgevonden van het Centrum jeugd en gezin (CJG). De CJG’ers zijn nu meer in de wijk, in buurthuizen, scholen (schoolpleinen) aanwezig om ouders laagdrempelig te ondersteunen met vragen over opvoeden. In de Voorjaarsnota is afgesproken dat gemeente extra geld krijgen van het kabinet voor hun jeugdzorgtaken. Dit is verder uitgewerkt in bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de VNG. Met de bestuurlijke afspraken ligt er een basis voor de inhoudelijke intensivering van de Hervormingsagenda en het financieel kader voor 2025-2027. Ook zijn afspraken gemaakt over de deskundigencommissie die begin 2027 haar advies uitbrengt.
Met deze afspraken is een belangrijke stap gezet in de opvolging van het advies van de commissie Van Ark Tot en met 2027 komt er macro circa € 3 miljard extra beschikbaar voor jeugdzorg. De deskundigencommissie brengt in 2027 een zwaarwegend en maatgevend advies uit waarin ze zowel terugkijkt op de periode 2025-2027 en ook vooruitkijkt naar 2028 en verder. Daarnaast zijn er diverse afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheden van het rijk en de gemeenten. Voor de jaren ná 2027 blijven gemeenten aandringen op structureel toereikende financiering. De VNG benadrukt dat gemeenten niet verantwoordelijk zijn voor extra besparingen vanaf 2028. Dit is ook bevestigd met de bijna unaniem aangenomen resolutie op de Algemene ledenvergadering van de VNG van 18 juni. In de septembercirculaire 2025 hebben gemeenten een incidentele compensatie ontvangen voor de tekorten over de jaren 2023 en 2024 (Bernheze: € 1.004.439,-) Programma 3: Klimaatbestendig, biodivers en circulair Vlagheide (incidenteel € 500.000,-) (risico 1 en tijd 1) Het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch bouwt de voormalige vuilstort Vlagheide af en wil deze overdragen aan de provincie. Dit is uitgesteld met een beoogde overdracht voor 1 januari 2025. Dit is echter opnieuw uitgesteld. De gesprekken met de provincie hierover lopen maar er is nog geen zicht op een overdrachtsmoment.
Tot die tijd brengt het Stadsgewest bij de deelnemers jaarlijks een bijdrage in rekening voor exploitatiekosten om het tekort niet verder op te laten lopen. De lage rente van afgelopen periode is aanleiding geweest om een ander moment van overdracht te kiezen. Het Stadsgewest denkt inmiddels dat het gereserveerde doelvermogen dat per genoemde datum gegroeid is tot € 20 miljoen toereikend is voor de afkoop aan de provincie. Het maximale risico is dat de overdrachtssom niet betaald kan worden (aandeel Bernheze 2,6%).
pagina 87
Terugbrengen uren ODBN in verzoektaak “advies EFTAL” (incidenteel € 120.000,-) (risico 2 tijd 2) Wij hebben de ODBN geïnformeerd over het terugbrengen uren verzoektaak “advies ETFAL” (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Hierbij gaan wij, volgens afspraken met de ODBN, een afbouwregeling aan, van 1.935 uur in 2025 naar 300 uur in 2027. Als wij als deelnemer ons aan deze afbouwregeling houden zijn eventuele frictiekosten voor rekening van de omgevingsdienst. In het andere geval zijn frictiekosten voor rekening van de gemeente. Nieuwe regeling Ketenovereenkomst Verpact VNG (p.m.) (risico 3 en tijd 1) In 2025 hebben VNG en NVRD een nieuwe Ketenovereenkomst met Verpact gesloten met Verpact. In 2025 gold de Ketenovereenkomst 2020-2024 die met een jaar was verlengd om tijd te maken voor de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst. Vanaf 2026 wordt vergoeding voor de inzameling van PMD afhankelijk van de kwaliteit/samenstelling van deze afvalstroom. Door deze extra variabele (naast het tonnage) wordt de vergoeding minder voorspelbaar. Als de kwaliteit van de afvalstroom optimaal is (85-100% van het ingezamelde gewicht is verpakkingsmateriaal), wordt de vergoeding hoger dan deze in 2025 was. Is de zuiverheid lager dan 85%, dan daalt de vergoeding ten opzichte van 2025. Huis-aan-huis-inzameling met PMDzakken of minicontainers is de nieuwe standaard.
Niet standaard-inzamelmethoden worden op termijn uitgefaseerd. Doordat Bernheze op deze standaard manier PMD inzamelt, hoeven hiervoor geen extra investeringen gedaan te worden. Programma 4: Duurzame landbouw en economie Exploitatie bedrijventerrein Heesch West (incidenteel € 1.374.690,-; risico reeds gewogen) De gemeenschappelijke regeling beschikt over een toereikende voorziening om de geprognotiseerde verlies op te kunnen vangen. Deze is door de deelnemende gemeente in 2022 ingebracht. Voor de overige ondernemersrisico’s noemt de gemeenschappelijke regeling een aantal gevoeligheden zoals verlaging van prijs, vertraging uitgifte en kostenstijging. Het totale risico is nu berekend op € 11.455.750,-. Het risicoaandeel van onze gemeente is hiervan afgeleid en kan op basis van het deelnemingspercentage van onze gemeente (12%) worden gesteld op € 1.374.690,-. Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Wachtgeld wethouders (incidenteel € 275.000,- (risico 1 en tijd 1) In 2026 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Na beëindiging van het wethouderschap ontvangt een wethouder een wachtgelduitkering, tenzij de wethouder de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dat is geregeld in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). We houden rekening met een maximale wachtgeldverplichting van de huidige wethouders van € 275.000,-.
pagina 88
Gevolgen Wet toekomst pensioenen (Wtp) voor de pensioenen van wethouders (incidenteel € 200.000,- (risico 1 en tijd 2) De Eerste Kamer heeft de regering verzocht bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) om de pensioenen van politieke ambtsdragers (zoals wethouders) op dezelfde manier te regelen als voor de rest van Nederland. De pensioenen voor wethouders zijn nu apart geregeld in de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). De pensioenen worden per 1 januari 2028 overgedragen aan het ABP. De pensioenen van wethouders worden nu uit de gemeentelijke begroting betaald. Om de overstap naar fondsfinanciering voor de Appa-pensioenen mogelijk te maken, is het noodzakelijk eerder opgebouwde pensioenafspraken af te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP. Daarnaast moeten gemeenten vanaf 1 januari 2028 voor actieve wethouders een premie aan het ABP gaan betalen. Het risico bestaat dat we onvoldoende hebben gereserveerd op het moment van overdracht waardoor een eenmalige extra bijdrage door de gemeente moet worden gedaan. Voor de structurele premiebijdrage is het uitgangspunt dat we jaarlijkse beschikbare dotatie in de begroting voldoende is om deze te dekken.
BTW op pensioenpremie (structureel € 500.000 (risico 3 en tijd 3) Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bepaald dat pensioenfondsen bij werkgevers btw moeten gaan heffen over de pensioenpremie. Dat heeft grote gevolgen voor overheidswerkgevers, omdat zij de btw niet kunnen aftrekken. De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat hij de uitspraken van het hof niet als uitgangspunt voor de belastbaarheid van pensioenpremies overneemt, in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad. Dit betekent dat de huidige praktijk van btw-vrijstelling voor pensioenuitvoering voorlopig gehandhaafd blijft, totdat er meer duidelijkheid is. Begeleid werken (structureel € 90.600,- betreft begrote structurele subsidie) (risico 2 en tijd 3) In Bernheze hebben we personeel in dienst op basis van Begeleid Werken vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De medewerkers hebben hierdoor het voordeel dat zij een salaris ontvangen conform de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. Als financiële tegemoetkoming ontvangt de gemeente een loonkostensubsidie (€ 90.600,-) ter gedeeltelijke vergoeding. Vanwege de afbouw van de rijkssubsidie klassieke Wsw staan deze inkomsten onder druk. Programma 7: Financiën Algemene uitkering (5% = structureel € 3.199.000,-) (risico 1 en tijd 2) De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting.
De inkomsten uit het algemene uitkering zijn ruim 50% van de totale begroting. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Per 1 januari 2023 heeft er een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Bernheze behoorde tot de voordeelgemeenten (€ 19,50 per inwoner of terwijl een positieve bijstelling van de inkomsten van € 604.000,-). Of het totaal van het herverdeeleffect overeind blijft is onzeker. Er vindt namelijk nog een evaluatie plaats voor het traject 2026 en verder. pagina 89
Bernheze volgt met de ramingen volledig de circulaires die het Ministerie van Binnenlandse Zaken uitbrengt. Indien de inkomsten uit de algemene uitkering lager uitvallen dan geraamd, kan dit tot (structurele) begrotingstekorten leiden. Wij monitoren de ontwikkeling binnen het Gemeentefonds voortdurend om snel te kunnen bijsturen. Grote projecten (structureel € 6.200.000 ) (risico 1 en tijd 4) Op 3 maart 2026 is de raad via een themabijeenkomst geïnformeerd over de financiële doorkijk over grote projecten. De definitieve go/no-go besluitvorming over deze onderwerpen is er nog niet. Op dit moment zijn er nog keuzes mogelijk qua tempo, prioritering, bijstellen van ambities en/of inzet van reserves. Het is een financieel risico, ook in relatie met de inkomsten van de algemene uitkering.
Risicokaart In totaal zijn 20 risico’s in beeld gebracht. De geïnventariseerde risico’s zijn in klassen ingedeeld en geplaatst in onderstaande risicokaart. Minimaal tweemaal per jaar wordt er op basis van de geïnventariseerde risico’s een risicoprofiel samengesteld. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en financieel gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het betreffende vak van de risicokaart bevinden.
Financiële kengetallen Het besluit Begroting en verantwoording schrijft een verplichte set van zes financiële kengetallen voor. Naast de kengetallen dient een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie te worden opgenomen. Daarnaast dient ook het EMU-saldo in de jaarstukken te worden opgenomen. De gegevens van de jaren 2024 en 2025 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers zoals in de jaarrekeningen zijn opgenomen. De gegevens van 2026 en verder zijn gebaseerd op de gegevens uit de (meerjaren)begroting 2026. Daarbij zijn inschattingen gedaan.
pagina 90
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Netto schuldquote (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vaste schulden
1,4
1,3
1,1
1,0
0,8
0,7
Netto vlottende schuld
4,3
4,0
4,3
4,3
4,3
4,3
Overlopende passiva
12,0
14,6
12,0
12,0
12,0
12,0
Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Uitzettingen < 1 jaar
-28,3
-30,2
10,3
3,0
-1,3
-6,4
Liquide middelen
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Overlopende activa
-6,4
-6,7
-6,4
-6,4
-6,4
-6,4
Saldo
-17,3
-17,4
21,1
13,7
9,2
4,0
Totale baten excl. mutaties reserves
111,4
113,5
105,5
107,4
108,9
112,5
Netto schuldquote
-15,5%
-15,4%
20,0%
12,7%
8,5%
3,5%
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In algemeenheid geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote houdt geen rekening met de door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december) Vaste schulden
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1,4
1,3
1,1
1,0
0,8
0,7
Netto vlottende schuld
4,3
4,0
4,3
4,3
4,3
4,3
Overlopende passiva
12,0
14,6
12,0
12,0
12,0
12,0
Financiële activa incl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking
-3,0
-3,3
-3,8
-3,7
-3,5
-3,4
Uitzettingen < 1 jaar
-28,3
-30,2
10,3
3,0
-1,3
-6,4
Liquide middelen
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Overlopende activa
-6,4
-6,7
-6,4
-6,4
-6,4
-6,4
Saldo
-20,2
-20,8
17,3
10,0
5,7
0,6
Totale baten excl. mutaties reserves
111,4
113,5
105,5
107,4
108,9
112,5
Saldo structurele baten en lasten
-18,2%
-18,3%
16,4%
9,3%
5,2%
0,5%
De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen houdt wel rekening met door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Dit zorgt voor een lager kengetal dan de reguliere netto schuldquote. Gemeente Bernheze heeft namelijk enkele leningen verstrekt aan deelnemingen, verbonden partijen en woningcorporaties. De netto schuldquote van gemeente Bernheze kan als niet-risicovol worden beschouwd en zit onder het gemiddelde van 26,9% van Nederlandse gemeenten (2024) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: waarstaatjegemeente.nl).
pagina 91
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het eigen vermogen wordt hierbij als percentage van het balanstotaal genomen. Onder het eigen vermogen valt bij gemeente Bernheze de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Eigen vermogen
65,7
72,5
64,2
63,9
64,1
65,2
Balanstotaal
97,7
107,6
92,2
90,8
90,0
91,0
67,3%
67,3%
69,7%
70,3%
71,2%
71,7%
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio per ultimo 2025 bedraagt 67,3%. De meerjarige solvabiliteitsratio ligt hoger en loopt zelfs op tot 71,7%. De norm van de VNG is dat deze tenminste 20% moet bedragen. De solvabilteitsratio van Gemeente Bernheze ligt in 2025 ook ruim boven het gemiddelde (40,0%) van Nederlandse gemeenten van (2024) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: waarstaatjegemeente.nl).
Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie (BIE’s) op balansdatum weer ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves. Een hoge waarde van de grondexploitaties ten opzichte van de totale baten zorgt voor een hoog risicoprofiel. De boekwaarde van de grondexploitaties moet namelijk nog worden terugverdiend via grondverkopen. Grondexploitaties (BIE's) (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Bouwgronden in exploitatie (boekwaarden)
3,1
6,1
18,6
18,6
18,6
18,6
Totale baten (exclusief mutaties reserves)
111,4
113,5
105,5
107,4
108,9
112,5
Kengetal grondexploitaties
2,8%
5,4%
17,7%
17,4%
17,1%
16,6%
De VNG beschouwt een grondexploitatie van 10% of meer als kwetsbaar. Zij geven een maximale waarde aan van 35%. Gemeente Bernheze heeft een actieve grondexploitatie. In 2025 zat Gemeente Bernheze ruim onder deze waardes. De toekomstige boekwaarde van de grondexploitaties zijn gebaseerd op de huidig lopende projecten. Wanneer in de loop der jaren nieuwe projecten worden gestart heeft dit uiteraard invloed op de boekwaarde en daarmee het kengetal.
Structurele exploitatieruimte De structurele baten en lasten geven een inzicht in de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale pagina 92
baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Saldo structurele baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Totale structurele lasten excl. mutaties reserves
84,1
86,2
93,0
97,9
99,1
101,8
Totale structurele baten excl. mutaties reserves
89,8
99,1
93,8
98,9
100,7
104,4
Totale structurele stortingen in reserves
0,2
0,5
0,3
0,3
0,3
0,3
Totale structurele onttrekkingen uit reserves
0,4
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Saldo
5,8
12,8
1,0
1,2
1,8
2,8
Totale baten excl. Onttrekkingen reserves
111,4
113,5
105,5
107,4
108,9
112,5
Saldo structurele baten en lasten
5,2%
11,3%
1,0%
1,2%
1,7%
2,5%
In bovenstaande tabel zie dat Gemeente Bernheze in 2025 en ook in de komende jaren een positief percentage laat zien.
Belastingcapaciteit Voor dit kengetal worden de woonlasten van een gemiddeld huishouden binnen gemeente Bernheze vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurd is een beleidskeuze. Een lagere waarde zorgt voor meer wendbaarheid bij de begroting. Belastingcapaciteit meerpersoonshuishouden (bedragen in euro's)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. OZB eigenaar woning
379
400
437
470
482
494
B. Rioolheffing
185
195
216
227
239
251
C. Afvalstoffenheffing
259
258
290
297
305
312
D. Eventuele heffingskorting
12
0
0
0
0
0
E. Totale woonlasten (A+B+C-D)
835
853
943
994
1.026
1.057
F. Landelijk gemiddelde woonlasten
944
1.053
1.053
1.053
1.053
1.053
88,4%
81,0%
89,6%
94,4%
97,4%
100,4%
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde (x 100%)
*) Gemiddelde woonlasten via Coelo (landelijk tarievenoverzicht 2025. Voor alle jaren vanaf 2025 als uitgangspunt genomen) In 2025 liggen de woonlasten voor Bernheze ruim onder het landelijk gemiddelde.
Totaaloverzicht financiële kengetallen Financiële kengetallen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
-15,5%
-15,4%
20,0%
12,7%
8,5%
3,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-18,2%
-18,3%
16,4%
9,3%
5,2%
0,5%
Solvabiliteitsratio
67,3%
67,3%
69,7%
70,3%
71,2%
71,7%
pagina 93
Financiële kengetallen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Grondexploitatie
2,8%
5,4%
17,7%
17,4%
17,1%
16,6%
Structurele exploitatieruimte
5,2%
11,3%
1,0%
1,2%
1,7%
2,5%
Belastingcapaciteit
88,4%
81,0%
89,6%
94,4%
97,4%
100,4%
EMU-saldo Gemeenten zijn verplicht om een overzicht van het EMU-saldo te verstrekken. EMU verwijst naar de Economische en Monetaire Unie. Het EMU-saldo wordt op landelijk niveau bepaald. De begroting van de Bernheze is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Het EMU-saldo geeft in één oogopslag aan of de gemeente via reële transacties geld uitgeeft, of dat er netto geld binnenkomt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente. EMU-saldo (Bedragen x €1.000,-)
2025
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
6.728
-/- Mutatie (im)materiële vaste activa
4.290
+/+ Mutatie voorzieningen
1.087
-/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
3.054
-/- Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
Berekend EMU-saldo
471
In de septembercirculaire 2024 maakte de rijksoverheid de laatst actuele referentiewaarden per gemeente bekend voor 2025. Voor Bernheze is deze waarde € 4.753.000,-. Een individuele EMUreferentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Het positieve EMU-saldo geeft aan dat de gemeente in 2025 via reële transacties meer heeft ontvangen dan dat er wordt uitgegeven.
pagina 94
C. Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen vormen een groot onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen voor onze inwoners. Onder kapitaalgoederen verstaan wij openbare ruimte, riolering en gemeentelijke gebouwen. Het aanschaffen en onderhouden van kapitaalgoederen legt een groot beslag op de gemeentelijke financiën. In de financiële verordening is vastgelegd dat het college de raad tenminste eens in de vijf jaar voor de kapitaalgoederen wegen, bruggen, kunstwerken, openbare verlichting, riolering en gemeentelijk gebouwen een onderhoudsplan aanbiedt. Een onderhoudsplan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het plan vast. Het beleid van de gemeente Bernheze voor het onderhoud van kapitaalgoederen staat in de onderstaande beleidsnota’s. Kapitaalgoed
Beleidsnota
Jaartal van vaststelling
Geplande herziening
Openbare ruimte
Wegbeheer
2018
2023
Bruggen
2022
2026
Groenstructuurplan
2023
2025*
Bomenbeleidsplan
2021
2025*
Openbare verlichting
Beleidsplan openbare verlichting
2021
2025
Riolering
Programma Water en Riolering 2024-2027
2024
2028
Buitensportvelden
Onderhoudsplan buitensportvelden
2024
2029
Technische voorzieningen sportparken
2024
2029
Gemeentelijke gebouwen
Meerjarenonderhoudsprogramma gemeentelijke gebouwen inclusief molens
2023
2028
Kunst
Onderhoudsplan kunstwerken in de openbare ruimte
2025
2030
Groen
* De groene beleidsplannen worden in 2025 geïntegreerd in het Programma Groene Gezonde Structuren.
De onderhoudslasten voortvloeiende uit bovenstaande beleidsnota’s worden in de begroting verwerkt via jaarlijkse dotaties aan de betreffende onderhoudsvoorzieningen. De dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen zijn in overeenstemming met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus.
Kaders en beleid Belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen De gemeente Bernheze heeft in de openbare ruimte op haar grondgebied veel infrastructurele kapitaalgoederen in de vorm van wegen, gebouwen, constructies, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen, riolering, water en groen. Het beheer hiervan is van groot belang voor de publieke functie van de gemeente op gebieden als milieu, onderwijs, verkeer, leefbaarheid, recreatie en vervoer. Deze elementen zijn van directe invloed op de burgertevredenheid vanwege de invloed op het woon-, leef- en werkklimaat van
pagina 95
bewoners en bezoekers. Daarnaast is het belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat dit een aanzienlijk financieel beslag op onze begroting legt.
Strategische onderhoudsvisie De onderhoudsvisie vormt de leidraad van de onderhoudsaanpak voor de lange termijn. De kapitaalgoederen in de gemeente moeten schoon, heel en veilig zijn. Als we achterstallig onderhoud of een terugloop in kwaliteit constateren, dan nemen wij maatregelen om deze achterstand zoveel mogelijk in te halen. Bij het onderhoud staat de beleving van de inwoners en gebruikers van de gemeente centraal. De ontvangen signalen uit de gemeente zijn belangrijk. We streven naar duurzaam onderhoud, waarbij we zoveel mogelijk kiezen voor een integrale aanpak. We maken daarbij wel de afweging tussen enerzijds de wensen en behoeften van inwoners en anderzijds de eisen van doelmatig, bestendig en duurzaam onderhoud. Daar waar mogelijk kiezen we voor het ontlasten van het milieu en streven we naar levensduur verlengend beheer. Het bezit van kapitaalgoederen is geen ambitie op zich, maar staat altijd ten dienst van het doel dat we met het kapitaalgoed willen bereiken.
Toelichting per kapitaalgoed Wegen Bij het opstellen van het beleidsplan wegbeheer gaan wij uit van adaptief beheer waarbij een meer doeltreffende vorm van wegbeheer kan worden uitgevoerd. Het planmatig groot onderhoud voeren wij uit als afgeleide van de weginspectie, gesprekken met gebruikers (in het kader van Adaptief wegbeheer), wegreconstructies, ruimtelijke ontwikkelingen, ons verkeers- en mobiliteitsplan en op basis van constateringen door onze opzichters. Hiermee voorzien we een onderhoudsniveau waarmee de wegen veilig begaanbaar zijn en sluit het aan op ons huidige beheerplan wegen. Als onderdeel van het Programma Mobiliteit heeft dit najaar de evaluatie “Adaptief Wegbeheer” plaatsgevonden. De vertaling van de reconstructie projecten (knelpunten vanuit het beheerplan wegen) vindt plaats via de kadernota. Kerncijfers (in m2)
Voetpaden elementenverhard
Kwaliteit
295.713
Voetpaden half-onverhard
7.255
Voetpaden met asfalt verhard
10.856
Voetpaden beton
12
Fietspaden elementenverhard
29.163
Fietspaden half-onverhard
22.584
Fietspaden met asfalt verhard
132.358
Fietspaden met beton verhard
9.529
Hoofdrijbaan elementen verhard
937.388
Hoofdrijbanen half-onverhard
226.638
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Inspectie: Om het jaar 100% van het totaal van de kernen 100% van het totaal buiten de kommen
0% achterstallig onderhoud
0% achterstallig onderhoud
Doorgaande wegen, loop- en fietsroutes en winkelcentra 3 sterrenniveau
Verkeersveiligheid gegarandeerd
Pleinen 2 sterrenniveau Overige wegen 1 sterniveau
pagina 96
Kerncijfers (in m2)
Kwaliteit
Hoofdrijbanen met asfalt verhard
1.011.505
Hoofdrijbanen met beton verhard
12.277
Totaal
2.695.278
Vervangingswaarde
Beoordeling: Voldoende
€ 21.500.000
Civiele kunstwerken Bernheze heeft verschillende civiele kunstwerken in beheer en onderhoud. Het beleidsplan bruggen geeft voor iedere brug aan welk draagvermogen deze brug moet hebben en welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn. De onderhoudsconditie van de bruggen dient tenminste de kwalificatie “redelijk” (= voldoende) te hebben. Voor de fietstunnel en het geluidsscherm bij BP Zwarte Molen is nog geen expliciete keuze gemaakt voor de beheerkwaliteit. Om voor dit moment een voorlopige kwaliteit te benoemen worden de doelstelling en begroot onderhoud op zelfde niveau geplaatst als de overige civiele kunstwerken. Kerncijfers (in stuks)
Kwaliteit Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Aantal bruggen
42
Inspecties volgens zes puntenschaal (lager is beter)
Voldoende (score 3)
3,00 (sober en doelmatig)
Aantal geluidsschermen
2
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Aantal beschoeiing
1
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Aantal fietstunnels
1
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau) Beoordeling: Voldoende
Groen Beleid op het gebied van groen en bomen is vastgelegd in het Groenstructuurplan (december 2023), Bomenbeleidsplan (gewijzigd vastgesteld december 2021) en het Bosbeheerplan (vastgesteld december 2024). Het beheer en onderhoud van al ons groen is vastgelegd in de volgende beheerplannen (allemaal vastgesteld december 2024): -
Beheerplan stedelijk groen (december 2024) Beheerplan groen en water buiten de kom (december 2024) Bomenbeheerplan (december 2024) pagina 97
-
Bosbeheerplan (december 2024)
Groen en water Eén van de doelstellingen uit het Groenstructuurplan was dat we het areaal natuurlijke groentypen wilden verhogen. De verhouding was: 70% cultuurlijke groentypen versus 30% natuurlijke groentypen. Doelstelling uit het Groenstructuurplan was dat dat minimaal 50:50 moest worden. In 2024 is het maaibeleid aangepast waardoor veel gazon zijn omgevormd naar het natuurlijker type ‘ruw gras’. Daarmee zitten we nu op 51% natuurlijke groentypen. Kerncijfers (in are)
Kwaliteit
(bron: beheerplan stedelijk groen december 2024)
Cultuurlijk/ natuurlijk
Percentage
Begroot onderhoudsniveau
Gazons
3.281
cultuurlijk
16%
Ruw gras
15.710
natuurlijk
75%
Gras met bijenmengsel
392
natuurlijk
2%
Gras met bloembollen
84
cultuurlijk
0%
Hondenuitlaatstroken/velden
338
cultuurlijk
2%
Wadi’s
3
cultuurlijk
0%
Brughoofd
35
natuurlijk
0%
Kruispuntvlak
1.006
cultuurlijk
5%
Laarzenpad
21
cultuurlijk
0%
Gewoon goed' vergelijkbaar met CROW-norm B
Doelstelling is dat we de ecologische potenties van onze bermen, houtwallen en zandwegen benutten binnen de mogelijkheden van de functievervulling. Kerncijfers (in are)
Kwaliteit
(bron: beheerplan groen en water buiten de kom december 2024) A-watergangen
1.268
B-watergangen/schouwsloot
1.243
C-watergangen
4.100
Vijvers
Begroot onderhoudsniveau
Benutting van ecologische potenties binnen de mogelijkheden van functievervulling.
949
In 2017 is het bomenbeleidsplan vastgesteld. In dit plan staat: door middel van planmatig beheer en onderhoud houden wij onze bomen gezond en veilig en zorgen wij dat de kans op overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit gaat over alle bomen, dus zowel in de kernen als in het buitengebied.
pagina 98
Kerncijfers (in stuks)
Kwaliteit
(bron: boombeheerplan december 2024) Aantal Laan- en Parkbomen Knot-en vormbomen
43.161
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
VTA-controle
Boombeeld aanvaard
-
2742 Voldoende
Bossen Ons bosbeheer is uitbesteed aan Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland. Zij hadden altijd de taak om de gemeentelijke bossen in principe kostenneutraal te beheren. Dat betekent dat zij hun kosten dekken met de opbrengsten uit houtverkoop en subsidies. Een uitzondering hierop vormt natuurgebied De Maashorst. Het college heeft ingestemd met het Inrichtings- en beheerplan de Maashorst. Hierin wordt de wens geuit om over te gaan op procesnatuur. Houtoogst heeft hierin vanaf 2024 geen plaats meer. Vanaf dat moment zijn ook minder beheeringrepen nodig. In december 2024 heeft de gemeenteraad het Groenstructuurplan vastgesteld waarin de ambitie is uitgesproken om de bossen natuurlijker te beheren. Dat is in 2024 nog niet doorgevoerd omdat deze ambitie nog niet was uitgewerkt in een beheerplan. Kerncijfers (in are)
Kwaliteit
Bos
2.420
Heesters
1.030
Vaste planten
49
Bosplantsoen
1.242
Struweel / ruigte
1.192
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Schouw en werkplannen door Bosgroep
Kostenneutraal bosbeheer
n.v.t.
n.v.t.
Openbare verlichting Het onderhoud van de openbare verlichting waarborgen wij binnen de reguliere budgetten. In het beleidsplan openbare verlichting wordt vooral grote aandacht besteed aan duurzaamheid en dat wij met onze openbare verlichting willen voldoen aan de NSVV-aanbeveling “voldoende”. Met deze kwalificatie zijn de risico’s op morele en financiële aansprakelijkheidsstelling door openbare verlichting zeer beperkt en wordt er recht gedaan aan de behoefte aan de sociale veiligheid. In 2023 hebben we de laatste lichtmasten van een led armatuur voorzien. Hiermee is het gehele areaal voorzien van een led armatuur. Dat betekent dat een besparing voor het Klimaatakkoord van 49% is gerealiseerd, en inclusief de vervangingen van de overige conventionele verlichting zal een besparing van naar verwachting
pagina 99
ongeveer 51% zijn gerealiseerd. In het beheerplan 2022-2025 werd de maximaal haalbare energiebesparing berekend op 57%. De reden dat dit op basis van het huidige areaal niet meer haalbaar is, is de areaaluitbreiding van bijna 400 lichtmasten, wat overeen komt met een areaaluitbreiding van ongeveer 6%. Kerncijfers
Kwaliteit
Aantal masten
7.586
Aantal armaturen
7.371
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Storingspercentage
< 7%
6,90%
Beoordeling: Voldoende
Riolering De gemeente geeft met Programma Water en Riolering (PWR) invulling aan de zorgplicht voor een doelmatige inzameling, transport en behandeling van afvalwater, en de omgang met hemel- en grondwater. De vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in het kostendekkingsplan van het PWR en de voorziening. Op basis van periodieke inspecties wordt de rioleringsvervanging en de daarmee samenhangende vervangingsinvestering geprogrammeerd. In het PWR zijn risicoriolen en nietrisicoriolen gedefinieerd waarbij het risico op falen voor risicoriolen zoveel mogelijk wordt beperkt. Gemalen en andere installaties worden geïnspecteerd conform de NEN/BRL. Kerncijfers
Kwaliteit Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Risicoriool
47,9 km
Geïnspecteerd in de afgelopen 10 jaar
10% per jaar
99%
Niet-risicoriool
160,3 km
Geïnspecteerd in de afgelopen 20 jaar
5% per jaar
75%
Trottoir- en straatkolken
12.343 st
Reiniging
n.v.t.
2x per jaar
780 st
Individuele keuring
100% gekeurd en correct bevonden
95% gekeurd en 90% correct bevonden
100% gekeurd en correct bevonden
95% gekeurd en correct bevonden
Pompgemalen drukriolering Drukriolering
154,7 km
Randvoorzieningen
7
Gemalen
28
Overstorten
13
Duikers Interne Stuw
11.5 km 1 Beoordeling: Goed
Onderhoudsplan buitensportvelden Het meerjarig onderhoudsplan omvat de natuurgrasvelden in onze gemeente. Naast het reguliere onderhoud (maaien, inzaaien, egaliseren, beluchten, bemesten) is het noodzakelijk dat een natuurgrasveld met enige regelmaat wordt gerenoveerd. Afhankelijk van de situatie ter plekke wordt bekeken welke renovatiewerkzaamheden noodzakelijk zijn.
pagina 100