Jaarstukken 2025 (definitief)
Tekst van het document
Zorg en Veiligheid Sinds 1 januari 2025 werken we met het AVE-model (Aanpak Voorkoming Escalatie). Dit model ondersteunt professionals in de samenwerking in onveilige situaties vanuit het principe: één plan, één gezin, één regie en geeft aan wanneer er opgeschaald moet worden. We werken hierin samen met andere veiligheidspartners als het zorg- en veiligheidshuis. Het koersplan ‘Veilig in Afhankelijkheidsrelaties’ (huiselijk geweld en kindermishandeling) is in 2025 herijkt en zal begin 2026 ter besluitvorming worden aangeboden. Voor de implementatie hiervan wordt aansluiting gezocht bij de ontwikkeling van ‘Sterke Lokale Teams ontwikkelingstraject tot 2028’.
Vermindering / tegengaan van ondermijning In 2025 is op het thema ondermijning, samen met de veiligheidspartners, onder meer Jonge Aanwas aangepakt. Dit gaat over jongeren die in de criminaliteit dreigen te belanden. De Taskforce RIEC heeft hiervoor een fenomeenaanpak ontwikkeld, deze richt zich in dit geval op jongeren die in criminele netwerken terechtkomen. De aanpak, die samen met het sociaal domein, in 2026 wordt voortgezet bestaat uit, Preventie, signaleren en in ingrijpen.
pagina 53
Het Lokaal Signalenoverleg Ondermijning (LSO) verder geprofessionaliseerd om de aanpak van ondermijning te versterken. Het LSO voldoet aan wettelijke eisen voor gegevensbescherming, zodat informatie veilig en zorgvuldig wordt behandeld. Het Maasland Interventie Team (MIT) verschillende gezamenlijke acties uitgevoerd om ondermijning tegen te gaan. Deze acties waren zowel preventief (voorkomen) als repressief (optreden bij overtredingen). De focus bij de controles lag op Kwetsbare branches (transport, logistiek en opslaglocaties, omdat deze gevoelig zijn voor misbruik door criminelen), kwetsbare personen (mensenhandel, prostitutie of uitbuiting van arbeidsmigranten) en specifiek locaties ( opslagboxen en huisvesting van arbeidsmigranten, die soms worden gebruikt voor illegale activiteiten). Naast controles heeft het MIT gewerkt aan: Bewustwording (ondernemers, inwoners en medewerkers leren signalen van ondermijning beter herkennen), Meldingsbereidheid: duidelijk maken waar mensen terecht kunnen en uitleggen waarom er gemeld moet worden. Weerbaarheid (zorgen dat bedrijven en inwoners minder vatbaar zijn voor criminele druk).
Bewustwording over risico en uitingen van ondermijning In 2025 zijn er belangrijke stappen gezet in kader van de Brabantse Norm Weerbaarheid. Er is afgelopen jaar geïnvesteerd in de actualisatie van het protocol Veilige Publieke Dienstverlening, Integriteitsbeleid, screening, protocol Gemeentelijk Signalenoverleg Ondermijning (welke in januari (verder vorm) 2026 wordt vastgesteld) (college vastgesteld MO of college, begin 2026), optimalisatie van het interne interventieteam en bewustwording van inwoners en ondernemers m.b.t. criminaliteit. Met betrekking tot dit laatste hebben we volgende activiteiten hebben we ondernomen: 1. Meldwijzer Buitengebied ontwikkeld en uitgerold via (social) media, buurtapps en tijdens bijeenkomsten/voorlichtingen. 2. Bijeenkomsten georganiseerd, o.a. over digitale veiligheid en wijkveiligheid. 3. Voorlichting gegeven aan collega’s en vrijwilligers die achter de voordeur komen. 4. Veilige Buurt-campagne uitgerold. 5. ‘Vreemd en Verdacht’- ‘Houd misdaad uit je buurt’ campagne gepromoot vanuit de overheid. 6. In alle dorpskeren tijdens de Week van de Veiligheid informatie verstrekt over signalen en de wijze van melden Intern vindt er structureel overleg plaats met medewerkers van de verschillende teams om het delen van signalen te stimuleren. Hierdoor voldoen we nagenoeg aan alle pijlers genoemd in de Brabantse Norm Weerbare Overheid.
Komend jaar wordt geïnvesteerd in het uitdragen en implementeren van de nieuwe
pagina 54
processen ten aanzien van integriteit en veilige publieke dienstverlening. Dit zijn thema’s die door de raadsgriffier actief onder de aandacht worden gebracht bij de partijen en het inwerkprogramma van de ‘nieuwe’ raad. Om zorg te dragen dat binnen de betreffende vak teams (vergunningverlening omgevingswet, omgevingsplan, subsidie, aanbesteding en vastgoed) overeenkomstig het Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Bernheze wordt gewerkt, is een implementatieplan opgesteld, waar uitvoering aan wordt gegeven.
Veiligheidsregio Brabant-Noord Het Meerjarig beleidsplan Weerbaarheid en Veerkrachtige Samenleving is in december 2025 door uw raad vastgesteld. Dit plan geeft richting aan hoe we samen met partners, ondernemers en inwoners werken aan een veilige en veerkrachtige gemeente. Het vormt de basis voor de acties die in 2026 en verder worden uitgevoerd. In 2025 hebben we samen met de Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) al een start gemaakt op dit thema. Belangrijke resultaten: 1. Denk Vooruit-campagne: Deze landelijke campagne is lokaal uitgerold om inwoners bewust te maken van hoe zij zich kunnen voorbereiden op noodsituaties. 2. Raadsinformatieavond: Met deelname van de NCTV en de directeur van de Veiligheidsregio. Dit heeft de bewustwording vergroot dat we samen moeten werken aan weerbaarheid. 3. Noodsteunpunten: Eerste stap gezet door een inventarisatie van gemeentelijke gebouwen. Het NSP is belangrijk voor oa informatievoorziening en hulp bij grote incidenten. 4. Samenwerking met vitale partners: Begin gemaakt om samen op te trekken met organisaties die cruciaal zijn bij crises, zoals energie- en zorgpartijen. Overige ontwikkelingen binnen de Veiligheidsregio. 1. Plan natuurbrandpreventie Maashorst: Eerste stappen gezet om risico’s in natuurgebieden te beperken. 2.
Nieuwe kantoorlocatie VR en brandweer Den Bosch en nieuw operationeel uniform voor de Brandweer: Dit versterkt de samenwerking en slagkracht, hekenbaarheid en veiligheid. 3. Risicogerichte toezichtstrategie brandveiligheid: Vastgesteld om toezicht slimmer en effectiever te maken.
Wet Bibob De Wet Bibob is een belangrijk instrument in de strijd tegen ondermijning. Met deze wet kan de gemeente onderzoeken of vergunningen, subsidies of opdrachten mogelijk worden misbruikt voor criminele activiteiten. Zo voorkomen we dat de overheid onbedoeld criminele structuren faciliteert. In 2025 is gestart met het verder professionaliseren van het proces. Dit betekent dat aanvragen zorgvuldig worden getoetst en dat privacygevoelige gegevens veilig en conform wetgeving worden verwerkt.
pagina 55
Project weerbare kernen De gemeenteraad van Bernheze heeft gevraagd om het thema weerbaarheid actief op te pakken. Dit verzoek sluit aan bij de landelijke oproep om gemeenten, ondernemers en inwoners beter voor te bereiden op uiteenlopende dreigingen en maatschappelijke ontwrichting. Op basis van dit raadsverzoek is een verkenning uitgevoerd, die heeft geleid tot het programmaplan ‘Samen naar een weerbare en veerkrachtige samenleving 2026-2027’. Dit plan is op 18 december 2025 door de raad vastgesteld. Het programmaplan geeft richting aan hoe we samen met partners, ondernemers en inwoners werken aan een veilige en veerkrachtige gemeente. Het bouwt voort op bestaande initiatieven en vormt de basis voor de acties in de komende jaren. De volgende doelen zijn hierbij gesteld binnen de vier samenhangende pijlers:
In 2025 zijn ook specifieke acties in gang gezet. Dat ziet op: •
Bewustwording creëren van integrale aanpak binnen de organisatie, middels werksessies, interviews en bijeenkomst gemeenteraad (10 juni 2025).
•
Inventarisatie bestaand sociaal weefsel.
•
Actieve deelname aan het regionale programma Weerbare Samenleving VRBN.
•
In kaart brengen van vitale bedrijfsprocessen in relatie tot de continuïteit van de samenleving bij een langdurige verstoring.
•
Inventarisatie en formulering uitgangspunten voor lokale noodsteunpunten.
pagina 56
•
Lokaal uitdragen van de Landelijke campagne Denk Vooruit.
Verhoging bijdrage HoKaZo In 2025 is een incidentele bijdrage aan Hokazo betaald van € 8.800,-. Dit was nodig omdat Hokazo niet uitkwam met de vaste bijdrage vanuit de samenwerkende gemeenten. Dit bedrag is betaald uit de in de begroting gereserveerde middelen. Tegelijk zijn gesprekken gestart met Hokazo over het vervolg. Wat verwachten we van Hokazo en op welke manier blijven de kosten beheersbaar voor de toekomst.
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord omvat Brandweer Brabant-Noord, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en Bevolkingszorg. In de veiligheidsregio werken zij met de 11 gemeenten en de GGD samen op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en bevolkingszorg. Ook de Nationale Politie, de Meldkamer Oost-Brabant, het Waterschap Aa en Maas, het Waterschap De Dommel en het Regionaal Militair Commando-Zuid werken samen binnen de veiligheidsregio.
Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost is een netwerksamenwerking waarin veiligheid, zorg en lokaal bestuur samenkomen voor de integrale aanpak van complexe problematiek. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en recidive, waarbij wordt ingezet op gedragsverandering en verbetering van kwaliteit van het leven van de betrokkene(n).
Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator Verwijzingen halt (aantal per 1.000 inwoners, 12 t/m 18 jaar)
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
2020 2021 2022 2023 2024
10 7 8 8 9
4 2 4 6 7
pagina 57
Beleidsindicator
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
Winkeldiefstallen (aantal per 1.000 inwoners)
2020 2021 2022 2023 2024
1,0 1,0 1,2 1,4 1,3
1,6 1,4 1,3 2,3 1,8
Geweldsmisdrijven (aantal per 1.000 inwoners)
2020 2021 2022 2023 2024
3,3 3,1 3,3 3,0 3,1
1,6 2,1 1,9 1,5 1,8
Diefstallen uit woningen (aantal per 1.000 inwoners)
2020 2021 2022 2023 2024
1,4 1,1 1,2 1,1 1,1
1,8 1,3 1,1 0,8 1,4
Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag (aantal per 1.000 inwoners)
2020 2021 2022 2023 2024
4,9 4,8 4,8 4,4 4,1
2,9 2,4 2,8 3,1 3,1
Wat heeft het gekost? Taakveld 1.1 CRISISBEHEERSING EN BRANDWEER 1.2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID 0.10 MUTATIE RESERVES Totaal
Primitieve begroting 2.494.000
Begroot na wijzigingen 2.494.808
Werkelijk Lasten 2.507.301
Primitieve begroting -
Begroot na wijzigingen -17.873
Werkelijk baten -17.873
1.358.822
1.439.523
3.852.822
3.934.331
1.389.785
3.632
43.632
46.108
3.897.086
3.632
25.759
28.235
Financiële toelichting Alle programma’s bestaan uit diverse taakvelden, welke op hun beurt weer bestaan uit verschillende kostenplaatsen. We voorzien de taakvelden van een financiële toelichting als hier een bepaalde mate van afwijking is ontstaan tussen geraamd na wijziging 2025 en werkelijk 2025. Indien het taakveld een afwijking heeft van meer dan € 50.000 geven wij een financiële toelichting, waarbij ook wordt ingezoomd op de kostenplaatsen die deel uit maken van het betreffende taakveld. Taakveld 1.1 CRISISBEHEERSING EN BRANDWEER 1.2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID 0.10 MUTATIE RESERVES 5 WEERBARE EN VEILIGE SAMENLEVING - Totaal
Lasten 12.493 -49.738 0 -37.245
Baten -0 -2.476 0 -2.476
Totaal 12.493 -52.214 0 -39.721
Lasten: Een + saldo betekent dat er meer kosten zijn gemaakt dan geraamd. Een - saldo betekent dat de uitgaven in werkelijkheid lager zijn dan geraamd. Baten: Een + saldo betekent dat er minder inkomsten zijn ontvangen dan geraamd. Een - saldo betekent meer ontvangen inkomsten dan geraamd. Samen zorgt dit voor het saldo per taakveld, waarbij een + bedrag een nadelig saldo is voor het taakveld en een – bedrag een voordelig taakveld saldo
pagina 58
1.2 Openbare orde en veiligheid Deelname veiligheidsmonitor wordt één maal in de 2 jaar gehouden. De planning is in 2026 deel te nemen niet in 2025. Daarnaast wordt deelname informatiecel aanpak ondermijnende criminaliteit met eigen personeel uitgevoerd waardoor er in totaal circa € 50.000 onderschrijding is op Integraal veiligheidsbeleid.
pagina 59
Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Om het goede te kunnen doen voor én met onze samenleving, is een organisatie nodig die krachtig, wendbaar en toekomstgericht is. Een organisatie die stevig verankerd is in haar omgeving, waar dienstverlening niet alleen centraal staat, maar continu wordt verbeterd in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Tegelijkertijd bouwen we samen aan een inspirerende en aantrekkelijke werkplek, waar medewerkers zich gewaardeerd en uitgedaagd voelen om het beste uit zichzelf te halen In 2025 zijn we vanuit het programma Dienstverlening blijven investeren in het continu verbeteren van onze dienstverlening. Waarbij we veel aandacht hebben voor de borging van alle ontwikkelingen en verbeteringen. Want we hebben als organisatie de overtuiging dat gewoon goed geregelde dienstverlening een doorlopende opdracht is, die vraagt om aandacht, vernieuwing en betrokkenheid. In 2026 gaan we niet alleen verder met het verbeteren van onze dienstverlening voor inwoners, maar ook met het versterken van de beleving binnen onze organisatie. We zoeken actief het gesprek met medewerkers tijdens onder andere de vernieuwde gesprekscyclus.
Wat hebben we bereikt? -
-
-
-
Om invulling te kunnen geven aan onze kernbeloften in het kader van goed geregelde dienstverlening is een goed geregelde informatievoorziening essentieel. Goed geregeld in de vorm van dat we deze op een verantwoorde, efficiënte en klantgerichte wijze invullen. In het afgelopen jaar hebben we concrete stappen gezet op het vlak van verdere verbetering van onze interne bedrijfsvoering en onze digitale dienstverlening We hebben onze vernieuwde website gelanceerd. De website voldoet aan de eisen van digitale toegankelijkheid. En is met diverse doelgroepen getest op gebruiksvriendelijkheid. We zijn de ervaring van onze bezoekers van de publiekshal gaan meten door middel van een korte vragenlijst die bezoekers kunnen invullen op de feedbackzuil als ze het gemeentehuis verlaten. We hebben het aanvragen van een subsidie door een vrijwilligersorganisatie gedigitaliseerd. We hebben een routekaart ontwikkeld voor initiatiefnemers die het proces rondom ruimtelijke initiatieven helder en overzichtelijk maakt. We hebben interne inspiratiebijeenkomsten georganiseerd over het schrijven van begrijpelijke brieven, privacy, bellen met inwoners en participatie. We hebben de methodiek vastgesteld om de beleving van onze inwoners met ons als gemeente te meten. En we hebben alle voorbereidingen getroffen om dit begin 2026 uit te gaan voeren. We hebben een vernieuwde folder voor de WMO ontwikkeld.
pagina 60
Wat gaan we daarvoor doen? ICT Om invulling te kunnen geven aan onze kernbeloften in het kader van goed geregelde dienstverlening is een goed geregelde informatievoorziening essentieel. Goed geregeld in de vorm van dat we deze op een verantwoorde, efficiënte en klantgerichte wijze invullen. •
Goed geregelde dienstverlening met als leidraad onze vijf kernbeloften.
•
In dit kader hebben we in 2025
•
Gekeken hoe we onze bereikbaarheid toetsbaar kunnen verbeteren. Hiertoe is o.a. een Communicatie kompas vastgesteld waarin we hebben aangegeven welke kanalen we op welk moment gebruiken en is een organisatie brede campagne bereikbaarheid doorlopen en is gewerkt aan een verbetering van de ondersteuning voor het KCC m.b.t. meldingen en terugbelverzoeken;
•
Onder de noemer Wet modernisering elektronische dienstverlening invulling gegeven aan de introductie van digitale loketten voor onze klanten. Hiertoe is o.a. gestart met een traject professionalisering sociaal domein. Onder deze vlag gaan we zaakgericht werken binnen dit domein gecombineerd met een digitaal burgerloket realiseren. Daarnaast hebben we een zogeheten WOO loket met bijbehorende interne instrumenten geïntroduceerd en is onze website compleet vernieuwd;
•
Het plan van aanpak Kwaliteitsbeheer informatievoorziening vastgesteld waarin we aangeven hoe we uitvoering geven aan een verantwoorde decentrale invulling van onze informatievoorziening;
•
Het generieke pakket van eisen m.b.t. invulling en aanpassing van ons informatiesysteem vastgesteld.. Dit pakket beschrijft de eisen op het vlak van security, privacy, archivering en architectuur die we gebruiken bij het toetsen van wijzigingen in ons informatiesysteem.
•
Een Europese aanbesteding hard en software doorlopen. Deze heeft geresulteerd in een tweetal raamcontracten waarbinnen hard en software wordt afgenomen.
Security gegarandeerd Als gemeente beschikken we over een grote hoeveelheid aan gevoelige informatie die op de juiste manier beveiligd moet worden. Voor de invulling van deze beveiliging conformeren we ons aan de Europese richtlijn NIS2 en de Nederlandse vertaling hiervan in de vorm van de BIO2. In dit kader hebben we in 2025: •
De externe beveiliging van ons informatiesysteem versterkt middels introductie van een SIEM/SOC oplossing. Hiermee wordt het centrale deel van ons informatiesysteem continue gemonitord en worden aanvallen direct gepareerd;
•
Een cyberoefening met management en college gehouden waarbij gekeken is hoe wij moeten handelen in geval van een cyberaanval;
•
Gestart met het in beeld brengen van onze kritische processen. Hierbij is een samenwerking gezocht met het project Brabantse norm weerbare overheid. Doel
pagina 61
hiervan is het komen tot een integraal bedrijfscontinuïteitsplan waarin een juiste balans is gevonden tussen het gemeentelijk- partner- en burger-belang; •
Gestart met de vertaling van de Europese eisen op het vlak van informatiebeveiliging (NIS2) naar onze organisatie;
•
Een bewustwordingstraject doorlopen inzake het gebruik van AI binnen onze organisatie. Hiervoor heeft o.a. iedere medewerker verplicht een opleidingstraject doorlopen.
Privacy gegarandeerd We gaan als gemeente verantwoord om met de aan ons toevertrouwde gegevens. Hierbij conformeren we ons aan de AVG. In het afgelopen jaar hebben we; •
Naar aanleiding van de opmerkingen in het privacy jaarverslag de formatie van onze FG versterkt, ondersteuning voor onze privacy officer geregeld en het verwerkingsregister gecomplementeerd;
•
Op basis van het borgingsproduct AVG een analyse doorgevoerd welke heeft geresulteerd in een concreet vastgesteld verbeterplan om te komen tot een verdere inbedding van privacy in onze organisatie.
Archivering gegarandeerd Als gemeente conformeren we ons aan de archiefwet. Dit houdt in dat de aan ons toevertrouwde en door ons gegenereerde gegevens op de juiste manier bewaard, vernietigd of over gedragen worden. In het afgelopen jaar hebben we in dit kader; •
Het analoge archief gereed gemaakt voor overbrenging naar het BHIC;
•
een onderzoek gestart naar het toekennen van metadata aan documenten t.b.v. beheren en beveiligen van bestanden op documentniveau middels Purview. Hiermee garanderen we dat ook losse documenten conform archiefwet behandeld worden.
Informatie gedreven data gestuurd werken Onze organisatie erkent het belang van data gestuurd werken. Dit is echter alleen mogelijk als we in kunnen staan voor de processen waarmee we deze data genereren. Vanuit deze optiek hebben we in het afgelopen jaar; •
Het plan van aanpak Procesbewust werken vastgesteld. Met dit plan geven we aan hoe we invulling gaan geven aan het onder de noemer Bernheze symfonie partituur beschreven wijze van procesbewust samenwerken;
•
Een visie op het vlak van data gestuurd werken met bijbehorende invoeringsstrategie opgesteld en een aantal concrete dashboards gebouwd.
•
Onderzocht hoe we verder invulling gaan geven aan de Common Ground gedachte. Hiertoe is o.a. gekeken hoe we de interne distributie van gegevens binnen onze organisatie kunnen minimaliseren zonder concessies te doen aan de efficiëntie van onze bedrijfsvoering. pagina 62
Werken aan personeel dat voorbereid is op huidige en toekomstige ontwikkelingen In 2025 hebben we belangrijke stappen gezet om onze organisatie en medewerkers voor te bereiden op huidige én toekomstige ontwikkelingen. Begin dit jaar is het project HR21 afgerond, waardoor de gehele organisatie beschikt over vernieuwde functieprofielen. Daarnaast is de nieuwe gesprekscyclus geïmplementeerd, zodat alle medewerkers in 2026 kunnen starten met deze vernieuwde manier van samenwerken en ontwikkelen. Ook hebben we gewerkt aan een stevig fundament met het actualiseren van ons integriteitsbeleid, het Arbobeleid en een vernieuwde Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RIE). Tot slot hebben medewerkers meegedaan aan een organisatie breed onderzoek, waarvan de uitkomsten in 2026 worden benut om samen met teams gericht aan verbeteringen te werken. Naast deze speerpunten hebben we in 2025 gewerkt aan diverse initiatieven voor medewerkers, die in 2026 verder worden uitgewerkt.
Kwaliteitsverbetering dienstverlening In 2025 zijn we met het Programma Dienstverlening doorgegaan met het werken aan het verbeteren van onze dienstverlening. In de vele projecten die we vanuit het programma samen met onze inhoudelijke collega’s hebben uitgevoerd stond de ervaring van de inwoner centraal. Zo hebben we onze nieuwe website met onze inwoners getest in verschillende bijeenkomsten. En is bij het verbeteren van de processen, zoals de digitalisering van de aanvraag voor een subsidie door een vrijwilligersorganisatie, echt gekeken hoe we het makkelijker kunnen maken voor onze inwoners. Het continu verbeteren van onze dienstverlening vanuit het perspectief van de inwoner heeft een stevige plek gekregen in het proces bewust werken en het werken met de Lean methodiek. Op die manier maken we het stapje voor stapje onderdeel van het dagelijks werk. Om ervoor te zorgen dat we in 2026 deze lijn door kunnen zetten zijn we begonnen met het opstellen van een gemeentebreed meethuis. Begin 2026 gaan we uitvragen aan onze inwoners hoe zij ons als gemeente ervaren. Dan hebben we een beeld van welke aspecten van belang zijn voor inwoners en die we mee kunnen nemen in het continu verbeteren van onze dienstverlening. Daarnaast eindigt het programma begin 2026 en gaat onze beleidsadviseur dienstverlening verder met de benodigde aandacht op dit onderwerp.
Huisvesting de Misse 2, 4 en 6 te Heesch In 2025 is de definitiefase van het project De Misse 2 4 6 afgerond. Opgeleverde resultaten zijn het technisch Programma van Eisen, het Ruimtelijk functioneel Programma van Eisen en een eerste financieel investeringsoverzicht. Op basis van deze documenten is er een vlekkenplan opgesteld en een voorkeursscenario gedefinieerd. In de raadsvergadering van december 2025 is besloten dat het voorkeursscenario mag worden uitgewerkt tot een definitief ontwerp.
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
pagina 63
Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) Het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) voert voor Bernheze en de andere deelnemende gemeenten en waterschappen wettelijk verplichte taken uit op het gebied van archiefbeheer, ordening, controle en –ontsluiting. Binnen de mogelijkheden werkt het BHIC aan het beleidsdoel ‘meer publiek, meer divers publiek’. Dit sluit aan bij onze doelstelling om cultuur, in dit geval het papieren en digitale erfgoed van de gemeente, gemakkelijk toegankelijk te maken voor belangstellenden. Het BHIC gaat actief aan de slag met het e-depot. Het BHIC is landelijk een van de koplopers in de digitaal ontsloten historische naslag.
Wat heeft het gekost? Taakveld 0.1 BESTUUR 0.2 BURGERZAKEN 0.4 OVERHEAD 0.10 MUTATIE RESERVES Totaal
Primitieve begroting 2.272.674 1.188.180 11.739.893 137.802 15.338.549
Begroot na Werkelijk wijzigingen Lasten 2.301.988 3.482.302 1.401.598 1.371.970 11.575.669 11.734.275 193.170 193.170 15.472.425 16.781.717
Primitieve begroting 604.577 79.019 73.897 757.493
Begroot na wijzigingen 746.721 131.917 332.049 1.210.687
Werkelijk baten 721.020 150.607 284.415 1.156.042
Financiële toelichting Alle programma’s bestaan uit diverse taakvelden, welke op hun beurt weer bestaan uit verschillende kostenplaatsen. We voorzien de taakvelden van een financiële toelichting als hier een bepaalde mate van afwijking is ontstaan tussen geraamd na wijziging 2025 en werkelijk 2025. Indien het taakveld een afwijking heeft van meer dan € 50.000 geven wij een financiële toelichting, waarbij ook wordt ingezoomd op de kostenplaatsen die deel uit maken van het betreffende taakveld. Taakveld 0.1 BESTUUR 0.2 BURGERZAKEN 0.4 OVERHEAD 0.10 MUTATIE RESERVES 6 DIENSTVERLENING EN STERKE ORGANISATIE - Totaal
Lasten 1.180.314 -29.628 158.606 -0 1.309.292
Baten 0 25.701 -18.690 47.634 54.645
Totaal 1.180.314 -3.927 139.915 47.634 1.363.936
Lasten: Een + saldo betekent dat er meer kosten zijn gemaakt dan geraamd. Een - saldo betekent dat de uitgaven in werkelijkheid lager zijn dan geraamd. Baten: Een + saldo betekent dat er minder inkomsten zijn ontvangen dan geraamd. Een - saldo betekent meer ontvangen inkomsten dan geraamd. Samen zorgt dit voor het saldo per taakveld, waarbij een + bedrag een nadelig saldo is voor het taakveld en een – bedrag een voordelig taakveld saldo
0.1 Bestuur Het pensioen voor wethouders is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en wordt het overgedragen aan het ABP. Voor een inschatting van de overdrachtswaarde per 1-1-2028 hebben we meegedaan aan een landelijk onderzoek. De commissie BBV heeft de stellige uitspraak gedaan dat gemeenten bij de jaarrekening 2025 de hoogte van de voorziening ultimo 2025 gelijk moeten stellen aan de prognose o.b.v. het uitgevoerde onderzoek en daarnaast rekening moeten houden met de gewijzigde verplichtingen over 2025. Dit betekent voor Bernheze dat een forse bijstorting van 1,3 miljoen in de voorziening heeft moeten plaatsvinden.
pagina 64
De mogelijkheid bestaat dat tussen 1-1-2026 en 1-1-2028 een vrijval plaatsvindt als gevolg van een rentestijging of een bijstorting moet plaatsvinden als gevolg van een renteverlaging.
0.4 Overhead De naheffingsaanslag WKR (Werk Kostenregeling) voor 2025 valt € 80.000,- hoger uit. De WKR is een fiscale regeling waarmee werkgevers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen kunnen geven aan werknemers. Denk aan cadeaubonnen, personeelsfeestjes. Er is wel een vrije ruimte bepaalt (% van de loonsom). Wordt de vrije ruimte overschreden dan moet de gemeente 80% eindheffing betalen. Daarnaast heeft een bijstorting van € 527.000,- moeten plaatsvinden in de voorziening Spaarverlof. Deze voorziening is de gemeente verplicht te treffen omdat er sprake is van aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. De overheadkosten laten een overschrijding zien als gevolg van een lagere toerekening van de overheadkosten aan het grondbedrijf á € 257.000,-. De salariskosten overhead laten daarentegen weer een onderschrijding van € 640.000,- zien als gevolg van vacatures. De huur voor de koelmachine is abusievelijk niet geraamd en resulteert in een overschrijding van € 63.684,-. Daarnaast overschrijdingen voor met name stroomkosten, onderhoudskosten en schoonmaakkosten van in totaal € 50.621,-. Het strategisch opleidingsbudget is door toename van het aantal studies met € 55.000,overschreden. Deze meerkosten worden gedekt uit de egalisatiereserve opleidingskosten. Deze reserve is ingesteld om schommelingen in opleidingskosten te egaliseren.
De geplande uitgaven voor Programma Dienstverlening zijn niet volledig benut. Deze uitgaven worden gedekt door de egalisatiereserve Programma dienstverlening. De niet benutte middelen € 63.089 blijven beschikbaar in de bestemmingsreserve. Van het beschikbare budget voor verbeteren digitalisering is € 19.830,- minder uitgegeven dan verwacht. Diverse onderschrijdingen op budgetten van in totaal € 45.523,-.
0.10 Mutatie reserves De lagere onttrekking uit de diverse reserves is het gevolg van lagere uitgaven op het programma dienstverlening van € 56.000,-, geen uitgaven op het project privacy gegarandeerd (€ 25.000) en een onttrekking uit de egalisatiereserve opleidingen ( € 34.000,-).
pagina 65
Programma 7: Financiën De haalbaarheid van onze beleidsambities in het kader van prettig wonen en leven in Bernheze hangt af van de betaalbaarheid ervan. De financiële vooruitzichten voor de komende jaren zijn onzeker, mede door landelijke en mondiale economische ontwikkelingen zoals de inflatie. We dienen dan ook verantwoord te begroten en tegelijkertijd te kijken hoe we onze middelen zo optimaal mogelijk inzetten voor het realiseren van de gewenste maatschappelijke effecten. Dit vraagt om flexibiliteit en keuzes om te komen tot een evenwicht in ambities en begrotingsruimte. Door meer op hoofdlijnen te budgetteren komt er ruimte en flexibiliteit in onze begroting om snel in te spelen op actualiteiten en daarnaast stimuleert dit het integraal werken.
Wat hebben we bereikt? - De onzekerheid over de betaalbaarheid van onze ambities blijft bestaan. Bij de begroting maakten we keuzes binnen de financiële kaders. Vooruitlopend op het ‘ravijnjaar 2026’ hebben we een deel van het accres van de algemene uitkering niet ingezet. Deze buffer hebben we voor 2025 niet in hoeven te zetten voor incidentele tegenvallers. - De lastendrukverhoging hebben we in 2025 beperkt kunnen houden. Naast een correctie voor de inflatie van 2,3% hebben we een extra aanpassing gedaan van 2,7%. Deze aanpassing vond uw raad acceptabel gezien de uitdaging waarvoor we staan om te komen tot een structureel sluitend meerjarenperspectief. Daarnaast besloot uw raad tot een eenmalige teruggave van € 20 per gezinshuishouden uit de afvalreserve.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Evenwicht en flexibiliteit We hebben bij het opstellen van de begroting 2025 het principe gehanteerd om structurele uitgaven te dekken met structurele middelen. Voor het jaar 2025 gold dan ook het repressief toezicht door de provincie. De planning en control cyclus heeft gedurende het begrotingsjaar gezorgd dat het plannen, monitoren en verantwoorden van voornemens en de verantwoording daarover gestructureerd heeft plaats gevonden. Voor verantwoording en bijstelling van de uitvoering van de begroting 2025 zijn door uw raad een tweetal tussentijdse rapportages vastgesteld. De eerste bestuursrapportage heeft geleid tot een positieve bijstelling voor 2025 van € 467.348,- en een negatieve structurele bijstelling van € 50.091,-. De tweede bestuursrapportage heeft geleid tot een positieve bijstelling van € 1.101.128 voor 2025 en een negatieve structurele bijstelling van € 2.878,-. Bij het opstellen van de begroting 2025 liet het meerjarenperspectief een aanzienlijk tekort zien als gevolg van een forse terugval van de inkomsten uit de algemene uitkering. We hebben onder begeleiding van een extern bureau de mogelijke ombuigingen in beeld gebracht om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting. Het ombuigingsrapport met mogelijke ombuigingen
pagina 66
is opiniërend besproken in de commissievergadering van 4 februari 2025. De uitkomsten van deze opiniërende bespreking hebben we meegenomen in het begrotingsproces 2026-2029.
Betaalbaarheid Voor de aangeboden diensten vragen we een prijs die maximaal de kostprijs is, maar bij de leges passen we dit niet in alle gevallen toe. De reden is dat dit zou leiden tot onaanvaardbare hoge leges. Hierdoor bereiken we voor algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) een dekking van 62,6%. Circa 80% van de leges hoofdstuk 1 worden door het rijk gemaximeerd en beperken de mogelijkheid volledig kostendekkend te zijn. Voor de leges met betrekking tot maatschappelijk belangen zoals evenementen en overige vergunningen in het kader van de APV (hoofdstuk 3) een dekking 8,1%. In beginsel passen we voor vergunningen met betrekking tot de omgevingswet (hoofdstuk 2) een dekking van maximaal 100% toe op begrotingsbasis. Op begrotingsbasis (via belasting en legesverordening) kwamen wij tot een dekkingsgraad van 93,3%. De huidige jaarrekening 2025 laat een dekkingsgraad zien van 141,6%. Dit is het gevolg van een toename van de aantallen afgeven vergunningen van met name grote projecten die wij in die aantallen en omvang op begrotingsbasis niet hadden voorzien. De OZB corrigeren we de in de begroting met de verwachte inflatie van 2,3% plus een extra verhoging van 2,7. Het tarief voor riool en afval leiden we af van de verwachte kosten. Voor afval geldt dat we kunnen beschikken over de afvalreserve. We zetten deze buffer in voor egalisatie van de kosten.
Ook in 2025 hebben wij ervoor gekozen een teruggave van € 20,00 op het vastrecht toe te passen. Ten aanzien van de voorziening riool geldt eveneens de egalisatiefunctie. De paragraaf lokale heffingen geeft meer details over deze heffingen en wat dit betekent voor onze inwoners.
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) De BSOB is een regionaal samenwerkingsverband dat zich richt op het gezamenlijk waarderen, heffen en innen van belastingen. Het doel is de kwaliteit, dienstverlening, efficiency en continuïteit van de waardering, heffing en inning van lokale belastingen te verbeteren.
Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners.
pagina 67
Beleidsindicator
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
Gemiddelde WOZ waarde van woningen (x duizend euro)
2021 2022 2023 2024 2025
285 313 361 376 396
333 374 431 456 479
Nieuw gebouwde woningen (aantal per 1.000 woningen)
2020 2021 2022 2023 2024
8,7 8,1 8,3 8,4 7,3
7,9 12,3 10,9 23,8 18,3
Demografische druk (%)1
2021 2022 2023 2024 2025
78,5 79,0 79,1 79,5 80,1
77,4 76,9 77,0 77,1 77,6
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (in €)
2021 2022 2023 2024 2025
Geen data Geen data 867 Geen data 957
751 825 808 837 894
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (in €)
2021 2022 2023 2024 2025
Geen data Geen data 949 Geen data 1.046
802 878 861 891 951
1)
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 65 jaar
Wat heeft het gekost? Taakveld 0.5 TREASURY 0.61 OZB WONINGEN 0.62 OZB NIET-WONINGEN 0.63 PARKEERBELASTING 0.64 BELASTINGEN OVERIG 0.7 ALGEMENE UITKERING EN OVERIGE UITKERINGEN GEMEENTEFONDS 0.8 OVERIGE BATEN EN LASTEN 0.9 VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) 3.4 ECONOMISCHE PROMOTIE 0.10 MUTATIE RESERVES Totaal
Primitieve begroting 75.704 535.875 -
Begroot na wijzigingen 68.068 543.687 -
Werkelijk Lasten 64.614 519.849 -
Primitieve begroting 90.941 5.417.748 3.493.798 38.300 60.262.973
Begroot na wijzigingen 436.335 5.434.725 3.445.541 40.805 63.393.343
Werkelijk baten 518.114 5.436.382 3.429.444 909 42.991 63.797.410
328.739 2.820.670 3.760.988
18.305 491.270 3.689.273 4.810.603
17.968 559.395 3.367 3.689.273 4.854.466
172.396 1.097.883 70.574.039
342.465 73.093.214
300 421.837 73.647.387
Financiële toelichting Alle programma’s bestaan uit diverse taakvelden, welke op hun beurt weer bestaan uit verschillende kostenplaatsen. We voorzien de taakvelden van een financiële toelichting als hier een bepaalde mate van afwijking is ontstaan tussen geraamd na wijziging 2025 en pagina 68
werkelijk 2025. Indien het taakveld een afwijking heeft van meer dan € 50.000 geven wij een financiële toelichting, waarbij ook wordt ingezoomd op de kostenplaatsen die deel uit maken van het betreffende taakveld. Taakveld 0.5 TREASURY 0.61 OZB WONINGEN 0.62 OZB NIET-WONINGEN 0.5 TREASURY 0.64 BELASTINGEN OVERIG 0.7 ALGEMENE UITKERING EN OVERIGE UITKERINGEN GEMEENTEFONDS 0.8 OVERIGE BATEN EN LASTEN 0.9 VENNOOTSCHAPSBELASTING (VpB) 3.4 ECONOMISCHE PROMOTIE 0.10 MUTATIE RESERVES 7 FINANCIEN - Totaal
Lasten -3.454 -23.838 0 0 0 0 -337 68.125 3.367 0 43.863
Baten -81.779 -1.657 16.097 -909 -2.186 -404.067 -300 0 -79.372 0 -554.173
Totaal -85.233 -25.495 16.097 -909 -2.186 -404.067 -637 68.125 -76.006 0 -510.310
Lasten: Een + saldo betekent dat er meer kosten zijn gemaakt dan geraamd. Een - saldo betekent dat de uitgaven in werkelijkheid lager zijn dan geraamd. Baten: Een + saldo betekent dat er minder inkomsten zijn ontvangen dan geraamd. Een - saldo betekent meer ontvangen inkomsten dan geraamd. Samen zorgt dit voor het saldo per taakveld, waarbij een + bedrag een nadelig saldo is voor het taakveld en een – bedrag een voordelig taakveld saldo
0.5 Treasury In het 4e kwartaal van 2025 is meer rente ontvangen over het saldo bij schatkistbankieren. Dit is het gevolg van het uitblijven van de eerder verwachte renteverlaging door de Europese Centrale Bank in september 2025. Tezamen met een hoger gemiddeld saldo in het vierde kwartaal heeft dit geleid tot € 82.000,- euro meer renteontvangsten.
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Op 16 december 2025 ontvingen we de decembercirculaire. Over de uitkomsten van deze circulaire informeerden wij de gemeenteraad via een notitie ter informatie op 22 januari 2026. Deze circulaire liet een positief saldo zien van € 451.000,-. Door de actualisering van de aantallen van de maatstaven en een ontvangen afrekening over 2023 zijn de inkomsten € 404.000,- hoger dan geraamd.
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) In de tussentijdse rapportage informeerden wij uw raad over de voorlopige aanslag 2025. Inmiddels is het bedrag van de definitieve aanslag 2024 bekend en is een inschatting gemaakt van de winst over 2025 en de te betalen aanvullende vennootschapsbelasting 2025. Deze aanvullende betaling is € 68.000,- hoger dan de inschatting te tijde van de tweede tussentijds rapportage.
3.4 Economische promotie De hogere opbrengsten van € 80.000,- hebben betrekking op inkomsten toeristenbelasting 2024 waarbij de verwachting was € 256.300,- aan inkomsten terwijl wij over 2024 € 335.000,- aan opbrengsten hebben ontvangen.
pagina 69
Deel II Jaarverslag: Paragrafen
pagina 70
A. Lokale heffingen Inleiding In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is bepaald dat de paragraaf betreffende de lokale heffingen ten minste bevat: - de geraamde/ werkelijke inkomsten; - het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; - een aanduiding van de lokale lastendruk; - een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; - een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
Geraamde/werkelijke inkomsten 2025 De opbrengsten van de (belangrijkste) belastingen en heffingen worden in onderstaande tabel weergegeven: Belastingen en heffingen
Geraamde inkomsten
Werkelijke inkomsten
afwijking
Onroerende zaakbelasting (OZB)
8.843.869
8.826.191
-0,20%
Afvalstoffenheffing (restfractie, GFT en milieustraat)
3.295.723
3.348.622
1,61%
Rioolheffing
2.866.687
2.869.423
0,10%
Toeristenbelasting
342.465
421.837
23,18%
Reclamebelasting
40.805
42.991
5,36%
Overzicht en beleidsuitgangspunten ten aanzien van de lokale heffingen Belastingen en heffingen Het algemeen te voeren financieel beleid doen wij op basis van evenwichtige keuzes. Wij letten hierbij op de taken en de daarvoor beschikbare middelen. Uiteraard met het doel om het gemeentelijk huishoudboekje kloppend te houden. Ten gevolge hiervan kijken wij bij het belastingen tarievenbeleid naar de kosten van het in stand houden van de algemene voorzieningen en de OZB-prijs die daar redelijkerwijs voor betaald zou moeten worden. Voor het uitvoeren van taken op het gebied van afval, riool en diverse andere diensten gaan wij uit van het doorberekenen van de kostprijs. Wij doen dit vanuit de gedachte dat deze voldoen aan het profijtbeginsel. De gemeente Bernheze kent een aantal belastingen en heffingen die kunnen worden onderscheiden in algemene dekkingsmiddelen (ozb) en heffingen waarvan de besteding is gebonden (afvalstoffenheffing, rioolheffing).
pagina 71
Belastingvoorstellen 2025 De gemeenteraad stelt de verordeningen vast, waarin de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn opgenomen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste voorstellen. Onroerende zaakbelasting Wij hebben rekening gehouden met een tariefsaanpassing van 5% voor woningen en 6,9% voor niet-woningen. Deze betreffen de trendmatige prijsontwikkeling van 2,3% en een extra aanpassing van 2,7%, en daarnaast een inhaalindex van 1,9% voor niet-woningen. Voor 2025 gelden de WOZ-waarden met waardepeildatum 1 januari 2024. Deze waarden zijn tot stand gekomen op basis van de geactualiseerde taxaties van het geïnventariseerde onroerend goed (door de BSOB) inclusief areaaluitbreiding (nieuwbouw, verbouw en sloop). Afvalstoffenheffing Het vastgestelde afvalbeleid houdt in dat het restafval zoveel mogelijk wordt gescheiden van andere afvalstromen. Door maatregelen die betrekking hebben op de wijze van inzameling van het GFT, PMD, textiel en de effecten van tariefprikkels willen we onze doelstellingen halen. Hierbij is het uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. De tarieven 2025 zijn niet geïndexeerd ten opzichte van 2024 (aanbieden matrassen is kosteloos). Ook is in 2025 een éénmalige teruggave van € 20,00 als korting op het vastrecht toegepast.
Rioolheffing Op basis van het Programma water en riolering 2024-2027 zijn de tarieven met 4,8% gestegen (trendmatige prijsindex van 2,3% en extra aanpassing van 2,5% in verband met toekomstige (vervangings-)investeringen). Hierbij is het uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kwijtscheldingsbeleid Op basis van artikel 26 van de invorderingswet geven wij uitvoering aan de kwijtschelding van belastingen. Op 27 juni 2019 besloot uw raad in het kader van de harmonisatie van het kwijtscheldingsbeleid BSOB, dat: •
voor de kosten van bestaan een percentage van 100% van de bijstandsnorm te hanteren voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd;
•
de norm voor de kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden te baseren op de toepasselijke netto AOW-bedragen in de plaats van op de toepasselijke bijstandsnorm;
•
bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor kwijtschelding rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang;
•
de kwijtschelding voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers) in stand wordt gehouden. Voor kwijtschelding komt de volgende heffing in aanmerking: •
Afvalstoffenheffing tot het vastgesteld maximum van € 152,- o.b.v. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Bernheze 2025 (artikel 10: kwijtschelding).
pagina 72
Ontwikkeling woonlasten en lokale lastendruk Onder woonlasten verstaan wij het totaalbedrag dat onze inwoners moeten betalen voor: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De volgende ontwikkelingen zien wij in waarden van objecten: Ontwikkeling
2024 Jaarrekening
2025
Begroting
2025 Jaarrekening
WOZ-waarde woning
449.701
473.262
475.625
WOZ-waarde niet woning
448.246
464.167
463.356
Op basis van bovenstaande waarden ontwikkelt zich de lokale lastendruk als volgt: Overzicht ontwikkeling gemiddelde lokale lastendruk Woningen
Niet-woningen
2024 Bedrag
2025 Bedrag
Wijziging ten opzichte van 2024 (%)
Eigenaar
563,03
595,48
5,8%
Gebruiker
246,90
257,80
4,4%
Eigenaar en gebruiker
809,93
853,28
5,4%
Eigenaar
1.596,30
1.677,81
5,1%
Gebruiker
1.187,58
1.245,04
4,8%
Eigenaar en gebruiker
2.784,98
2.922,85
5,0%
Overzicht gemiddelde woonlasten 2025 omliggende en vergelijkbare gemeenten (bron: Landelijk overzicht 2025 – COELO) Gemeente
Woonlasten eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden
Woonlasten eigenaar/bewoner rangorde
Woonlasten huurder meerpersoonshuishouden
Woonlasten huurder rangorde
Gem. landelijk
€ 1.052
€ 480
Gem. provincie Noord-Brabant
€ 973
€ 464
Meierijstad
€ 919
55
€ 323
41
Maashorst
€ 901
42
€ 372
71
Oss
€ 972
98
€ 363
66
Bernheze
€ 951
80
€ 252
13
Land van Cuijk
€ 1.018
159
€ 412
105
Best
€ 1.004
139
€ 586
262
Laarbeek
€ 1.022
162
€ 525
212
Gemert-Bakel
€ 1.105
243
€ 498
187
pagina 73
Gemeente
Woonlasten eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden
Woonlasten eigenaar/bewoner rangorde
Woonlasten huurder meerpersoonshuishouden
Woonlasten huurder rangorde
Vught
€ 1.183
283
€ 580
256
Boekel
€ 1.151
270
€ 613
282
1=laagste woonlasten; 346=hoogste woonlasten. Coelo maakt geen gebruik van de gem WOZ-waarde en aantal ledigingen afval van Bernheze.
Kostendekkendheid tarieven In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat alleen kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Dit betekent dat het niet zondermeer mogelijk is om vanuit de taakvelden volledig inzicht te krijgen in alle kosten die maximaal kostendekkend mogen zijn. Kosten van overhead worden centraal geraamd, maar dienen wel in verband gebracht te worden met de integrale kostprijs. Om deze reden is het van belang dat op een andere wijze uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij die berekening zijn gemaakt. Deze paragraaf verschaft deze informatie.
Rioolheffing Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Met het nieuwe, meer adaptieve, GRP willen wij verder gaan door: •
nog nadrukkelijker te kijken naar ontwikkelingen die in de stedelijke omgeving plaatsvinden rond water, grondstoffen, energie en ruimtelijke ontwikkelingen;
•
de zorgplicht nog breder in te bedden in de interne en externe processen, waardoor betere afstemming plaatsvindt op andere processen in de (openbare) ruimte.
•
Het projectmatig klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte.
•
De beleidsambities die hierbij horen zijn:
•
adaptief en risicogestuurd beheer;
•
klimaatadaptatie;
•
samenwerking in As50+-verband;
•
inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
Om alle kosten te kunnen dekken, heffen we rioolheffing. We heffen van eigenaren op basis van de WOZ-waarde Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, en onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Het grootste deel van de lasten is bedoeld voor het opvangen van de vervanging en relining van de riolering. Gezien het feit dat er nogal wat onzekerheden zijn over het exacte tijdstip van de
pagina 74
vervangingspiek (na 2040) en de ontwikkeling van nieuwe (goedkopere) renovatietechnieken is het niet verstandig om per direct een theoretisch op lange termijn kostendekkend tarief te hanteren. De huidige heffing ligt onder het op lange termijn kostendekkende tarief. Er zijn vele scenario’s mogelijk om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Het zwaartepunt van de uitgaven komt na 2040. Daarom passen wij het tarief de komende jaren niet aan (behoudens inflatiecorrectie). Vanaf 2030, rekening houdend met de verwachtte vervangingspiek, gaan we de tarieven verhogen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de noodzaak tot stijging ontbreekt. Een tariefstijging hoeft namelijk pas na drie planperiodes (2030) te worden doorgevoerd om vanaf die periode te gaan sparen voor de (theoretische) vervangingspiek die na 2040 zal gaan optreden. De komende jaren zal duidelijk worden of die piek ook daadwerkelijk gaat optreden. In de tussenliggende periode zal de strategie vervangen versus relinen verder worden geoptimaliseerd. Deze benadering is tevens in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie BBV om ten behoeve van het tarief een horizon van 10 jaar te hanteren.
Dit geheel van de rioolheffing is maximaal 100% kostendekkend op begrotingsbasis. Kosten taakveld Riolering, excl. onderhoud incl. (omslag)rente1 Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Riolering
1.994.797 -51.155 1.943.642
Toe te rekenen kosten: Overhead
225.236
BTW2
264.151
Totale kosten
Overige opbrengsten beschikking reserves
2.433.029
438.651
Opbrengst heffingen
-2.869.423
Totaal opbrengsten
-2.430.772
Dekkingspercentage
99,91%
1) 2)
Geen omslagrente a.g.v. ontbreken van boekwaarde activa. De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.
Afvalstoffenheffing De focus ten aanzien van afval ligt tegenwoordig op het maximaal hergebruiken van producten en grondstoffen: de circulaire economie. Afval zien als grondstof is goedkoper, duurzamer en milieuvriendelijker. De richting die we op moeten is het denken en handelen van inwoners (nog) verder om te schakelen van afval naar grondstof, zodat het hergebruik stijgt en de hoeveelheid restafval daalt.
pagina 75
De volgende ambities zijn in het beleidsplan opgenomen: •
De milieuambitie: Bernheze moet er naar streven om in 2030 afvalloos te zijn (dat wil zeggen dat er geen huishoudelijk afval meer vrijkomt dat als restafval verwerkt moet worden).
•
De kostenambitie kan omschreven worden als “een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs”. Bij voorkeur gaan de kosten voor afvalbeheer niet omhoog, maar een stijging is bespreekbaar als daar wat tegenover staat.
•
De serviceambitie: gemak voor de burger. Inwoners moeten hun afval zo veel mogelijk kwijt kunnen op het moment dat zij dat willen en zij zich dus ook weinig zorgen hoeven te maken over opslagruimte in huis (niet méér opslagmiddelen dan noodzakelijk).
•
Aandacht voor werkgelegenheid (als vierde element aan de afvaldriehoek): preventie, hergebruik en recycling van afval kan lokale (sociale) werkgelegenheid opleveren. Denk hierbij aan nieuwe werkgelegenheid door sortering en vermarkting van afvalstromen, kringloopwinkels en repair-cafés. Dit aandachtspunt hanteren we als secundaire ambitie.
De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit een haalsysteem (huis-aan-huis), een decentraal brengsysteem en een centraal brengsysteem (milieustraat en twee groendepots). De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: •
een belasting per perceel (vastrecht),
•
een belasting voor het ledigen van een kliko fijn huishoudelijk restafval (fHRA),
•
een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief).
Daarnaast zijn kosten verbonden aan het gebruik maken van de haalservice voor grof tuinafval binnen de bebouwde kom. Dit geheel van de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkend op begrotingsbasis. Kosten taakveld Afval, excl. onderhoud incl.(omslag)rente
3.382.407
Inkomsten taakveld (afval), excl. heffingen
-446.432
Netto kosten taakveld afval
2.935.975
Toe te rekenen kosten: Overhead
68.652
BTW1
514.001
Totale kosten
3.518.628
Opbrengst heffingen
3.508.823
Totaal opbrengsten
3.508.823
Dekkingspercentage
99,72%
1)
De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele is een korting toegepast op de algemene uitkering.
pagina 76
Grafrechten Grafrechten zijn retributies die de gemeente kan heffen op grond van artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Zij worden geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het gemeentelijke crematorium en voor het genot van in verband daarmee door de gemeente verleende diensten. De activiteiten binnen het taakveld Begraafplaatsen en crematoria gebaseerd op de Wet op de lijkbezorging hebben vooral een administratief karakter en zijn de volgende: •
toewijzen van nieuwe graven/urnen;
•
begraven en cremeren;
•
reserveren van een bestaand of nieuw graf;
•
verlengen en beëindigen van grafrechten;
•
opgraven en/of herbegraven of cremeren;
•
contacten met rechthebbenden, grafdelvers en uitvaartdiensten.
Daarnaast worden kosten gemaakt voor de instandhouding van onze gemeentelijke begraafplaats. Kosten die wij maken voor de instandhouding particuliere begraafplaats en oorlogsgraven laten wij buiten beschouwing. Bovenstaande activiteiten zijn volledig toe te rekenen aan de kostendekkendheid grafrechten, met als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven op begrotingsbasis. We echter een extreme daling in het aantal begravingen (2020: 16; 2021: 6; 2022: 8). Dit heeft consequenties voor of de tarieven of de uitgangspunten/keuzes tarieven. Voor deze tarieven is de keuze gemaakt de tarieven alleen te indexeren. Daarnaast hebben wij bij de Legesverordening 2025 een verdere differentiatie van de tarieven grafrechten en verlenging van grafrechten toegepast. We zien op dit moment wel een toename in het aantal verlengingen waardoor de opbrengsten uit heffingen stijgen. Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria, incl. (omslag)rente1
77.786
Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria dotatie voorziening
-10.505
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria
67.282
Toe te rekenen kosten: Overhead
17.122
Totale kosten
79.373
Overige opbrengsten Opbrengst heffingen
79.108
Totaal opbrengsten
79.108
pagina 77
Dekkingspercentage 1)
99,21%
Betreffen kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria exclusief de kosten begraafplaats Parkstraat en overige lasten lijkbezorging.
Leges De huidige legesverordening is verdeeld in drie hoofdstukken, namelijk: Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 bevat leges die voornamelijk betrekking hebben op de producten burgerzaken en producten bestuurstaken. Een aantal van deze leges zijn door het Rijk gemaximeerd. Binnen hoofdstuk 1 (algemene dienstverlening) passen we geen kruissubsidiëring toe. Daarmee accepteren wij een niet 100% dekking. Door de paspoortpiek (verwachting van 2024 tot en met 2028) hebben we meer opbrengsten uit leges ontvangen voor paspoorten en rijbewijzen, maar ook hogere kosten om deze piek in capaciteit op te vangen. Dit heeft dat een gunstige invloed op de kostendekkendheid van Hoofdstuk 1. Hierdoor zien we ook een stijging van de dekkingsgraad van 54,8% naar 62,6%. Kosten taakveld Burgerzaken
965.086
Overhead taakveld Burgerzaken
281.850
Kosten taakveld Verkeer en vervoer
87.766
Overhead taakveld Verkeer en vervoer
69.748
Kosten taakveld Ruimte en leefomgeving
6.415
Totale kosten
1.410.865
Opbrengsten taakveld burgerzaken excl. Heffingen
-16.676
Totaal opbrengsten
-16.676
Netto kosten
1.394.189
Opbrengst heffingen Burgerzaken
700.725
Opbrengst heffingen Overhead
5.281
Opbrengst heffingen Verkeer en vervoer
166.467
Totaal opbrengsten uit heffingen
872.473
Dekkingspercentage 1)
62,6%
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
pagina 78
Hoofdstuk 2: Leges Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Een van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de 'fysieke leefomgeving'. Dit begrip bepaalt de werkingssfeer van de Omgevingswet. Het dekkingspercentage komt met 141,6% fors hoger uit dan gepland (93,3% bij de belasting en legesverordening 2025 en 83,5% bij de begroting 2025). Dit is het gevolg van met name een forse toename van de legesopbrengsten van circa € 450.000. Dit betreft een toename in aantal en omvang van een grote en middelgrote projecten die pas laat in beeld kwamen (oktober-november 2025). Deze aantallen hadden we niet voorzien bij de begroting 2025. Kosten taakveld Wonen en bouwen
861.629
Overhead taakveld Wonen en bouwen
357.827
Toe te rekenen kosten: Overhead diverse taakvelden
9.680
Kosten taakveld Burgerzaken
9.046
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
71.635
Kosten taakveld Cultureel erfgoed
1.008
Kosten taakveld Milieubeheer
43.551
Kosten taakveld Ruimtelijke ordening
18.328
Totale kosten
1.372.704
Opbrengst heffingen Wonen en Bouwen
1.936.021
Opbrengst heffingen Milieubeheer
6.984
Opbrengst heffingen Burgerzaken
1.156
Totaal opbrengsten uit heffingen
1.944.161
Dekkingspercentage 1)
141,6%
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Hoofdstuk 3: Leges Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Bevat alle leges die betrekking hebben op producten horeca, evenementen, brandbeveiligingsverordening en overige vergunningen in het kader van de APV (veelal producten met een maatschappelijk karakter). Uw raad heeft zich uitgesproken om diensten in het maatschappelijk belang laag te houden waardoor de bereikbaarheid van burgers in de samenleving gegarandeerd blijft. Kosten taakveld Economische promotie
48.030
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
35.818
Kosten taakveld Openbare orde en veiligheid
28.587
Toe te rekenen kosten:
pagina 79
Overhead taakveld economische promotie en openbare orde en veiligheid
19.131
Overhead taakveld Openbare orde en veiligheid
22.718
Totale kosten
154.283
Opbrengst heffingen taakveld economische promotie
10.105
Opbrengst heffingen taakveld Burgerzaken
2.447
Totaal opbrengsten uit heffingen
12.552
Dekkingspercentage 1)
8,1%
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Leges marktgelden Marktgelden worden geheven voor innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats. Losse standplaatsen en ventvergunningen vallen hier niet onder. Voor marktgelden geldt als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Doordat de bezettingsgraad terug is gelopen is de mogelijkheid om te komen tot kostendekkende tarieven beperkt. We zien wel een stijging ten opzichte van de begroting 2025 van 47,4% naar 65,7%. Dit is het gevolg van een afname van de kosten en toename van de opbrengsten. Kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
33.098
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-7.275
Netto kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
25.822
Toe te rekenen kosten: Overhead taakveld Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen
8.968
Overhead taakveld Economische promotie
5.978
Totale kosten
40.768
Opbrengst uit heffingen
26.798
Totaal opbrengsten uit heffingen
26.798
Dekkingspercentage
65,7%
pagina 80
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voor een gezonde financiële positie moet de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikken. Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om haar taken voort te zetten ondanks financiële tegenvallers. Dit betekent dat de gemeente middelen beschikbaar moet hebben of in de loop der tijd middelen beschikbaar kan maken om eventuele financiële risico’s als die zich voordoen op te vangen. Hiermee voorkomt de gemeente dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen of dat er juist een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden. Voordat dit weerstandsvermogen bepaald kan worden zal zij eerst de weerstandscapaciteit en de risico’s moeten inventariseren. Het weerstandsvermogen wordt weergegeven in een ratio dat weergeeft in hoeverre de gemeente in staat is de risico’s op te vangen.
Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit wordt bepaald door de vrij beschikbare middelen die we in kunnen zetten voor eventuele dekking bij het voordoen van risico’s. Wij maken daarbij onderscheid tussen een incidentele en een structurele component. Bij het beoordelen van de begroting en jaarrekening hanteert de toezichthouder (provincie) voor de algemene reserves het bedrag zoals geraamd per 1 januari van het begrotingsjaar. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: - Algemene reserves Naast de reserve Nog nader te bestemmen hebben wij ook een Algemene weerstandsreserve. Het is de Algemene weerstandsreserve die wij volledig inzetten ten behoeve van de weerstandscapaciteit. De reserve Nog nader te bestemmen zien wij als volledig vrij beschikbaar om in te zetten voor andere doeleinden waar de raad over kan beslissen. - Post onvoorzien (incidenteel) De post onvoorzien kan incidenteel worden ingezet als weerstandscapaciteit. Gedurende het uitvoeringsjaar kan dit budget worden ingezet voor concrete bestedingsvoorstellen. Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat. - Stille reserves Niet aanwezig. - Incidentele begrotingsruimte Bij de jaarrekening maakt deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat.