Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Jaarstukken 2023 Veiligheidsregio BrabantNoord
COLOFON Uitgave en redactie Veiligheidsregio Brabant-Noord, datum 4 april 2024 Meer informatie www.vrbn.nl
In Veiligheidsregio Brabant-Noord wonen, werken en recreëren ruim 650.000 inwoners in 11 gemeenten. Binnen deze veiligheidsregio werken brandweer, GHOR, politie, meldkamer en gemeenten samen op het gebied van brandweerzorg, risicobeheersing, crisis- en rampenbeheersing en geneeskundige hulpverlening.
2 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Inhoudsopgave 1.
2.
Samenvatting ................................................................................................................................. 6 1.1
Hoofdpunten 2023 ................................................................................................................. 6
1.2
Resultaat................................................................................................................................ 7
Jaarverslag: Verantwoording Programma Veiligheid ................................................................ 8 2.1
Crisisbeheersing .................................................................................................................... 9
2.1.1 Uitvoering Beleidsplan 2020-2023 ........................................................................................ 9 2.1.2 Prestaties Crisisbeheersing ................................................................................................. 11 2.1.3 Majeure ontwikkelingen en projecten .................................................................................. 12 2.1.4 Wat heeft het gekost? .......................................................................................................... 14 2.2
Brandweer ........................................................................................................................... 16
2.2.1 Voortgang uitvoering Beleidsplan 2020-2023 ..................................................................... 16 2.2.2 Prestaties Brandweer .......................................................................................................... 17 2.2.3 Majeure ontwikkelingen en projecten .................................................................................. 21 2.2.4 Wat heeft het gekost? .......................................................................................................... 23 2.3
Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 24
2.3.1 Voortgang uitvoering Beleidsplan 2020-2023 ..................................................................... 24 2.3.2 Prestaties Bedrijfsvoering .................................................................................................... 26 2.3.3 Majeure ontwikkelingen en projecten .................................................................................. 26 2.3.4 Wat heeft het gekost? .......................................................................................................... 27 2.4 3.
Totale verantwoorde realisatie en algemene middelen ....................................................... 27
Jaarverslag: Paragrafen .............................................................................................................. 29 3.1
Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 29
3.1.1 Algemeen............................................................................................................................. 29 3.1.2 Nadere toelichting financiële rechtmatigheid ....................................................................... 31 3.2
Financiering ......................................................................................................................... 35
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................. 38
3.4
Weerstandsvermogen ......................................................................................................... 38
3.4.1 Weerstandscapaciteit .......................................................................................................... 38 3.4.2 Financiële kengetallen VRBN .............................................................................................. 39 3.4.3 Risico’s ................................................................................................................................ 41 3.4.4 Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's ........................................................ 43 3.5
Verbonden partijen .............................................................................................................. 43
3.6
Declarabele meerkosten Opvang Oekraïners ..................................................................... 45
3.7
Declarabele meerkosten Crisisnoodopvang COA ............................................................... 46
3.8
Openbaarheid – Wet open overheid ................................................................................... 46
3 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
4.
Jaarrekening ................................................................................................................................. 47 4.1
Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ........................................... 47
4.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening ......................................... 47
4.3
Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording ....................................... 48
4.4
Technische uitgangspunten van de jaarrekening ................................................................ 48
4.5
Overzicht van baten en lasten ............................................................................................. 53
4.5.1 Overzicht van baten en lasten ............................................................................................. 53 4.5.2 Toelichting op de baten en lasten........................................................................................ 53 4.5.3 Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................. 56 4.6
Balans .................................................................................................................................. 58
4.6.1 Balans .................................................................................................................................. 58 4.6.2 Toelichting op de balans ...................................................................................................... 59 4.7
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ............... 66
4.8
Gemeentelijke bijdrage en Rijksbijdrage ............................................................................. 69
4.9
Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SISA) .................................................. 70
4.10 Financieel overzicht op taakvelden ..................................................................................... 70 4.11 Gebeurtenissen na balansdatum......................................................................................... 71 4.12 Rechtmatigheidsverantwoording ......................................................................................... 71 4.13 Controleverklaring ............................................................................................................... 74 5.
Bijlagen ......................................................................................................................................... 79 5.1
Gedetailleerd overzicht van baten en lasten van de programma’s ..................................... 79
5.2
Leningen .............................................................................................................................. 83
5.3
Voortgang en afwikkeling investeringskredieten 2023 ........................................................ 84
5.4
Kengetallen Inkoop .............................................................................................................. 89
5.5
Lijst van veelgebruikte afkortingen ...................................................................................... 91
4 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Leeswijzer De jaarstukken 2023 bestaan uit het jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. Het jaarverslag is opgenomen in hoofdstuk 2 en 3 en de jaarrekening in hoofdstuk 4. De jaarstukken hebben de volgende indeling: Hoofdstuk 1 Samenvatting Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van het jaar 2023, de voortgang (op hoofdlijnen) van het beleidsplan 2020-2023, een analyse van het behaalde resultaat 2023 en een overzicht van de reservepositie. Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording Hoofdstuk 2 beschrijft de realisatie van de doelstellingen en de inzet van de financiële middelen per programma. Hoofdstuk 3 Paragrafen In hoofdstuk 3 zijn de paragrafen opgenomen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit betreft een verantwoording over de beheersmatige aspecten. Hoofdstuk 4 Jaarrekening De jaarrekening bestaat uit de balans, de toelichting hierop, een overzicht van baten en lasten en de rechtmatigheidsverantwoording. Hoofdstuk 5 Bijlagen In de bijlagen is de lijst met gebruikte afkortingen, een overzicht van inkoopgegevens en een overzicht betreffende de voortgang en afwikkeling van investeringen opgenomen.
5 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
1. Samenvatting 1.1
Hoofdpunten 2023
De maatschappij verandert, net als de wereld om ons heen. De ontwikkelingen op technologische, sociaal-maatschappelijke, demografische en (geo)politieke gebieden leiden ook tot nieuwe en andersoortige risico's, incidenten en crises. Deze veranderingen vragen ook van onze organisatie een extra inspanning, wendbaarheid en flexibiliteit. In de beleidsperiode 2020 – 2023 zijn hier de eerste stappen in gezet door het verkennen van ‘nieuwe’ risico’s, het versterken van Crisisbeheersing en het door ontwikkelen van een toekomstbestendige brandweer. 2023 was het laatste jaar van de beleidsperiode 2020 – 2023. Diverse projecten zoals opening van onze nieuwe locatie in Zeeland, de oprichting van de Handcrew Zuid-Nederland en de implementatie van de omgevingswet zijn in deze periode afgerond. In 2023 hebben wij onder andere stappen gezet op de thema’s duurzaamheid, informatiegestuurd werken, vakmanschap, duurzame inzetbaarheid en digitaal werken. Om mee te gaan met de tijd en ontwikkelingen, vond migratie van onze digitale werkomgeving plaats. Zo kunnen we beter, efficiënter en veiliger digitaal samenwerken. Duurzame inzetbaarheid van personeel is een thema dat centraal staat bij de doorontwikkeling van de organisatie. Hierbij hebben we oog voor het welzijn en gezondheid van onze vrijwilligers en de overige beroepsgroepen. Deze thema’s vragen ook in 2024 onze continue aandacht.
Ook hebben wij in 2023 richting gegeven aan de toekomst door samen met onze partners een nieuw beleidsplan op te stellen: Samenwerken aan veerkracht en veiligheid. Wij zijn trots dat het gelukt is om samen onze ambities, focus en prioriteiten voor de komende drie jaar vorm te geven. Het beleidsplan vormde het uitgangspunt voor het nieuwe regionale crisisplan Oost-Brabant. Het uitgangspunt bij deze ‘nieuwe’ aanpak van crises is een meer flexibele werkwijze waarbij adaptief de structuur en de te betrekken partijen worden afgestemd op de crisis, de bijbehorende opgaven en de effecten die dan spelen. Om ervoor te zorgen dat de regionale crisisorganisatie vakbekwaam blijft, is er een multidisciplinair oefenbeleidsplan opgesteld. Dit plan biedt voldoende ruimte om in de jaarplannen aan te sluiten bij actuele ontwikkelingen. Het nieuwe brandweerdekkingsplan heeft de bevestiging gegeven dat wij met de huidige kazernespreiding, aantal eenheden en organisatievorm passende brandweerzorg leveren. Naast de activiteiten om de toekomstbestendigheid van de organisatie te borgen, zijn ook de reguliere taken uitgevoerd. Als veiligheidsregio hadden we een coördinerende rol in de opvang van vluchtelingen. Per 1 januari 2024 treedt de gemeente Meierijstad op als centrumgemeente Regio Brabant-Noord voor het thema Migratie en heeft daarmee onze rol overgenomen.
Daarnaast heeft er in 2023 zes keer een GRIP 1-incident plaatsgevonden in regio Brabant-Noord en één keer een GRIP 2-incident. Ook zijn de geplande controles uitgevoerd op gebied van brandveiligheidstoezicht, evenementen en Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO). Daarnaast zijn er meer dan 200 voorlichtingen en activiteiten georganiseerd bij scholen, zorgorganisaties en vereniging van eigenaren om bewustzijn te creëren omtrent de risico’s van brandgevaar. We zijn ons ervan bewust dat er naar de toekomst toe nieuwe risico’s zullen openbaren waar wij op dienen te anticiperen. De uitdagingen voor de komende periode spelen zich met name af op het gebied van kostenstijgingen op gebied van de inkoop van materialen en huisvesting. Ook vraagt de krapte op de arbeidsmarkt om een andere benadering van potentiële medewerkers en een investering in de ontwikkeling, veerkracht en duurzame inzetbaarheid van personeel.
6 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
1.2
Resultaat
Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) heeft over het boekjaar 2023 een voordelig resultaat behaald van € 1,53 miljoen, hetgeen € 0,52 miljoen meer is dan begroot. Dit verschil wordt grotendeels verklaard door het vertraagd tot stand komen van het nieuwe structurele kostenniveau van de digitale werkplekken na de migratie in 2023 en diverse voordelen die bij de GHOR tot een positief saldo hebben geleid. Daarnaast zijn significante voordelen ontstaan op opleiden en oefenen en was de ontvangen rente hoger dan de bewust voorzichtige prognose. Daartegenover staat als belangrijkste nadeel een deels structureel tekort op huisvesting wegens sterke kostenstijgingen. Effect op resultaat
Verschillenverklaring (x € 1.000)
Verschil
1 Informatisering en automatisering
409
Voordeel
I
2 GHOR-bijdrage VR
413
Voordeel
I
3 Opleiden en oefenen
201
Voordeel
I
4 Financieringsfunctie
174
Voordeel
I
5 Materieel
96
Voordeel
I
6 Overige verschillen
25
Voordeel
I
7 Huisvesting
-350
Nadeel
S/I
8 Personeel en vrijwilligers
-321
Nadeel
I
9 Mutaties reserves 9 Overige verschillen
-126
Nadeel Nadeel
I
521
Voordeel
Totaal
S/I
Een gedetailleerd overzicht van de verklaringen van de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 4 onder De financiële verantwoording van de programma’s (4.2.2. Toelichting op de baten en lasten). Hoewel inhoudelijk de meeste doelstellingen zijn behaald, is er om verschillende redenen toch een behoorlijk overschot ontstaan. Uit de balans blijkt dat de stevige reservepositie verder is toegenomen. Het is echter van belang te beseffen dat resultaat en reserves slechts incidentele en daarmee eindige middelen zijn. Tegelijkertijd blijkt uit de inventarisatie in de risico-paragraaf dat er nieuwe en toegenomen risico’s zijn door veelal externe ontwikkelingen, zoals pfas-vervuiling en prijsstijgingen. Het totale bedrag aan gewogen risico’s overstijgt het weerstandsvermogen in de algemene reserve, waardoor de weerstandsratio lager is geworden dan het bestuurlijk vastgestelde minimum. De potentiële impact van deze risico’s is vaak structureel en daarom niet met incidentele middelen op te lossen.
7 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2. Jaarverslag: Verantwoording Programma Veiligheid
Het programma Veiligheid bestaat uit de pijlers Crisisbeheersing, Brandweer (inclusief Risicobeheersing) en Bedrijfsvoering. Hierna volgt per pijler een verantwoording over de doelen en de gepaard gaande kosten en resultaten.
8 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2.1
Crisisbeheersing
Crisisbeheersing bestaat uit de onderdelen Crisisbeheersing, GHOR en Bevolkingszorg, en is de regisseur van complexe veiligheidsvraagstukken en de voorbereiding op de beheersing van incidenten en crises. 2.1.1
Uitvoering Beleidsplan 2020-2023
Samen in regie De veiligheidsregio heeft samen met haar partners langdurige veiligheidsvraagstukken geregisseerd. Dit proces werd versneld door intensieve samenwerking in de coronacrisis en de daarop aansluitende opvang van Oekraïners en de opvangcrisis voor asielzoekers. Dit was zichtbaar in de aansturing van de crisis, door de facilitering van het Regionaal Beleidsteam, de burgemeesters overleggen en door de interregionale afstemming in landelijke crisis- of scenarioteams. De ervaringen in deze beleidsperiode hebben geleid tot een goede aansluiting met het landelijke Knooppunt Coördinatiepunt Rijk-Regio's (KCR2). Flexibiliseren crisisorganisatie Delen van onze crisisorganisatie zijn in de beleidsperiode 2020-2023 flexibel ingezet bij diverse crises en deze zijn waardevol gebleken. Samen met gemeenten en partners hebben we de taken opgepakt en uitgevoerd in een scenarioteam, (Brabant-brede) impactanalyseteam en bij het (interregionale) RBT. Alle ervaringen hebben geleid tot een nieuw Regionaal Crisisplan in 2023 waarin ook de processen risicomonitoring en dreigingsfase een plek hebben gekregen. Veiligheidsregio als platform De veiligheidsregio heeft verder gebouwd aan een stevig netwerk (met de crisis-, keten- en vitale partners).
Dit netwerk heeft de veiligheidsregio nodig om als platform voor elk risico, dreiging of crisis de juiste partners en expertise in de juiste samenstelling aan tafel te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn het samenwerken bij waterveiligheidsvraagstukken als er zich risico's met de stuw in Grave voordoen en het programma Weerbare samenleving. Informatiegestuurde veiligheid Informatiegestuurd werken aan veiligheid wordt op consistente wijze toegepast en beschikbaar gesteld. We ontwikkelen en verbeteren continu en dat heeft geleid tot concrete producten en resultaten. We werken hierin intensief samen met de zes zuidelijke veiligheidsregio's (Midden- en West-Brabant, Brabant-Zuidoost, Limburg-Noord, Zuid-Limburg en Zeeland) en participeren in en dragen bij aan de landelijke samenwerking binnen KCR2 (landelijk coördinatiepunt Rijk-Regio's). Een voorbeeld van een opgeleverd en functionerend product is het 24/7 beschikbaar Veiligheidsbeeld voor alle crisisfunctionarissen. Sterke kolom: Bevolkingszorg Het geheel van de gemeentelijke rampenbestrijdings- en crisisbeheersingstaken noemen we Bevolkingszorg. Het doel van Bevolkingszorg is om zo snel mogelijk, zo adequaat mogelijke zorg te verlenen aan burgers die het nodig hebben bij een ramp of crisis.
Om continuïteit van Bevolkingszorg te kunnen realiseren op het gebied van kwaliteit en effectiviteit, wordt er zo veel mogelijk door de gemeenten in Brabant-Noord samengewerkt. In 2023 is het fundament voor Bevolkingszorg verder verstevigd zodat we ook in de toekomst aan de gestelde verwachtingen kunnen blijven voldoen, blijven ontwikkelen en professionaliseren. We zijn een robuuste crisispartner en hebben een stevig netwerk. We blijven aandacht houden voor het onderhouden en borgen van dit netwerk met de daarbij horende samenwerkingsafspraken en professionele en vakbekwame functionarissen. Het verloop onder onze crisisfunctionarissen is groter vanwege de huidige arbeidsmarkt. Mensen stromen sneller door of uit en dat betekent dat we steeds 9 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
opnieuw een impuls moeten geven aan het werven en vakbekwaam maken van nieuwe functionarissen. Mooie ontwikkelingen binnen Bevolkingszorg: We hebben een nieuw monodisciplinair beleidsplan OTO Bevolkingszorg geschreven dat aansluit bij het gezamenlijke MOTO beleidsplan 2024-2027. In het meerjarenbeleidsplan OTO Bevolkingszorg staat beschreven wat we in 2024 – 2027 willen ondernemen om de vakbekwaamheid van bevolkingszorgfunctionarissen op peil te krijgen, te behouden én te verbeteren. Er is gewerkt aan een nieuwe visie op crisiscommunicatie met bijhorend uitvoeringsprogramma. Met de inzet van de verschillende crises hebben we veel ervaring opgedaan met verschillende onderdelen van de bevolkingszorgorganisatie en andere partners. Deze ervaringen zetten we in bij de doorontwikkeling van de flexibele crisisorganisatie. De overgang van Smart Respond naar iTel Alert (nieuw alarmeringssysteem vanuit de Landelijke Meldkamer Organisatie) heeft in 2023 onverwachts veel capaciteit gekost, maar geleid tot betere uniformering en een professionaliseringsslag in de alarmeringswijze. We hebben 100 activiteiten georganiseerd, daarvan zijn er 94 (94%) doorgegaan. We hebben 1127 aanmeldingen gehad van 310 individuele personen die gemiddeld 3,6 activiteiten hebben gevolgd.
We investeren in veel basisopleidingen crisisbeheersing voor lokale gemeenten om te helpen bij de werving van nieuwe crisisfunctionarissen. We hebben 29 nieuwe bevolkingszorgfunctionarissen opgeleid (teamleiders, hoofden van de sectie, piketfunctionarissen en crisiscommunicatie functionarissen).
GHOR Deze beleidsperiode werd voor de GHOR en de hele zorgsector gekenmerkt door COVID-19. In deze langdurige crisis is de samenwerking met de zorgpartners en het ROAZ Brabant veranderd en versterkt. Mede op basis van evaluaties over COVID is er de afgelopen periode ingezet op het versterken van de crisisbeheersing met en door de zorgpartners. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het opstellen van een regionaal zorgrisicoprofiel. In 2023 heeft de GHOR hier samen met de verschillende sectoren in de acute en langdurige zorg aan gewerkt. Dit zorgrisicoprofiel geldt de komende jaren als kapstok om de voorbereiding op crisis en crisisbeheersing in de zorgketen te versterken. Voor het behoud van de toegankelijkheid van de zorg is landelijk het Zorgakkoord (IZA) vastgesteld. In de uitwerking heeft het ROAZ Brabant in 2023 een regionaal ROAZ-beeld en ROAZplan opgeleverd, met ontwikkelingen om de zorg in Brabant ook in de toekomst te kunnen blijven leveren. Deze ontwikkeling raakt het publieke belang en de continuïteit van zorg in opgeschaalde situaties, waarvoor de DPG en GHOR nauw aangesloten waren. In aansluiting met de ontwikkelingen over informatiegestuurde veiligheid, werkte de GHOR aan het inrichten van een Wit InformatieKnooppunt (WIK) om meer inzicht en duiding te geven aan de risico’s voor de zorgsector.
Dit betreft zowel de beeldvorming over de situatie in de zorg als het in kaart brengen van (potentiële) bedreigingen voor de continuïteit van de zorg. De GHOR heeft hierbij een verbindende rol tussen de zorgketen en de veiligheidsregio. Er werd in deze beleidsperiode ook geïnvesteerd in de versterking van de eigen crisisorganisatie. Het proces leren en evalueren is het afgelopen jaar geïmplementeerd bij de GHOR. Ook zijn de samenwerkingsafspraken met de langdurige zorg vernieuwd.
10 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2.1.2
Prestaties Crisisbeheersing
Crisisbeheersing Indicator
2023
GRIP-opschalingen
21 x GRIP 0: lokale incidentafstemming zonder coördinatie 6 6 x GRIP 1 1 x GRIP 2 1 x structurele Coördinatie op vluchtelingencrisis (Oekraïne en COA: RCVS operationeel)
Multidisciplinaire opleidingen, trainingen en oefeningen.
15 opleidingen (7 operationeel en 8 bestuurlijk) 23 x trainingen (13 operationeel en 10 bestuurlijk gericht)
Evaluaties van multidisciplinaire inzetten
23 x dagdeel oefenen 9 waarvan 5x Grip 1, 1x grip 2 en 3x op verzoek van diensten samenwerking geëvalueerd.
Bevolkingszorg Indicator
2023
Toelichting/ maatregelen
Aantoonbare vakbekwame functionarissen Bevolkingszorg
We hebben 100 activiteiten georganiseerd, daarvan zijn er 94 (94%) doorgegaan. We hebben 1127 aanmeldingen gehad daarvan hebben 128 mensen (11,4%) zich afgemeld. Van de 1127 aanmeldingen zijn dit 310 individuele personen die gemiddeld 3,6 activiteiten hebben gevolgd.
Peildatum was 31-12-2023.
We investeren in veel basisopleidingen crisisbeheersing voor lokale gemeenten om te helpen bij de werving van nieuwe crisisfunctionarissen. We hebben 29 nieuwe bevolkingszorgfunctionarissen opgeleid (teamleiders, hoofden van de sectie, piketfunctionarissen en crisiscommunicatie functionarissen). Vulling piketten (‘hard’ en ‘zacht’) van Bevolkingszorg
Door het grote verloop van functionarissen is hiervoor blijvend aandacht en werving nodig maar zijn er geen functiegroepen die nu onvoldoende bemand zijn.
In de bovenlokale regeling Bevolkingszorg is afgesproken dat de piketten binnen Bevolkingszorg en functies op vrije instroom gevuld zijn met 6 8 personen.
Solidariteit en evenredige levering door de gemeenten aan Bevolkingszorg.
De capaciteit die nodig is voor expertteams en functiegroepen is evenredig verdeeld onder alle gemeenten. De gemeenten die achterlopen in de personele levering aan Bevolkingszorg worden als eerste bevraagd bij nieuwe uitstaande functies.
We richten Bevolkingszorg Brabant-Noord in op basis van onderlinge solidariteit en verdelen de inzet van de capaciteit die nodig is voor expertteams én alle
11 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Indicator
2023
Toelichting/ maatregelen functiegroepen (hard piket en vrije instroom) zo evenredig mogelijk over de verschillende gemeenten (bepaald a.d.h.v. inwoneraantal).
Evaluaties van monodisciplinaire inzetten
Er zijn 29 First Impression Reports (FIR) ingevuld na inzetten van regionale OvD-en BZ. Deze zijn ook gedeeld en besproken (waar relevant ook lokaal gedeeld). Er zijn 37 First Impression Reports (FIR) ingevuld na inzetten van OvD-en BZ uit ‘sHertogenbosch.
Afhankelijk van het aantal inzetten en incidenten.
Er vonden vier monodisciplinaire evaluaties plaats (Stuw Grave, brand Treurenburg, stankoverlast Vlijmen en brand stal Meierijstad) die ook resulteerden in een mono infographic die breed gedeeld is.
2.1.3
Majeure ontwikkelingen en projecten
• Versterking crisisbeheersing In 2023 heeft de veiligheidsregio de extra structurele versterkingsgelden voor het professionaliseren van crisisbeheersing en het realiseren van een veiligheidsinformatieknooppunt gekregen vanuit het Rijk. De versterking heeft een geleid tot een brede versterking in de veiligheidsregio en een andere structuur (domeinindeling) bij de sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding. De personele invulling heeft in de tweede helft van 2023 plaatsgevonden. Ondanks de krappe arbeidsmarkt is dit succesvol verlopen. •
Planvorming: o Regionaal Crisisplan Oost-Brabant: Het Regionaal Crisisplan in gezamenlijkheid met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost opgesteld, is in juni 2023 in het algemeen bestuur vastgesteld. Het vernieuwde RCP gaat in op 1 januari 2024. o Regionaal Risicoprofiel: Het regionaal risicoprofiel voor de komende vier jaar is opgesteld en vastgesteld in algemeen bestuur (juni 2023). o Rampenbestrijdingsplan Eurosupport: Opgesteld en vastgesteld in algemeen bestuur (juni 2023).
• Informatiegestuurde veiligheid Het programma Informatiegestuurde veiligheid is een succes en daarom als één van de nieuwe domeinen binnen de sector aanwezig. Dit domein noemen wij IGV en hierbij wordt er op de gebieden risicomonitoring, GEO en AI actief geïnnoveerd in het Fieldlab Zuid6 (zes Zuidelijke Veiligheidsregio's) en KCR2 Leerarena's. Dat heeft dit jaar geleid tot diverse informatieproducten en werkwijzen. Informatiegestuurd werken aan veiligheid wordt op consistente wijze toegepast en beschikbaar gesteld. We ontwikkelen en verbeteren continu in samenwerking met de zes zuidelijke veiligheidsregio’s en het landelijke Knooppunt Coördinatie Rijk en Regio. Dat heeft geleid tot concrete producten en werkwijzen. Een voorbeeld hiervan is een 24/7 beschikbaar Veiligheidsbeeld voor alle crisisfunctionarissen in Oost-Brabant, inclusief een volledige werkwijze samen met de calamiteiten coördinatoren. Deze vernieuwde werkwijze is opgenomen in het regionaal crisisplan. Daarnaast
12 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
hebben wij een eerste versie van een dreigingskalender opgesteld en we hebben een start gemaakt met de vorming van een bestuurlijk risicobeeld, waarmee de trends rondom risico’s in beeld worden gebracht. • Evenementenveiligheid Als netwerk proberen we in samenwerking met de twee andere Brabantse veiligheidsregio’s te groeien in kennis en kunde. Het afgelopen jaar hebben we vijf webinars georganiseerd over evenementenveiligheid met iedere keer een ander thema. Eerder hebben we de leergang Evenementenveiligheid voortgezet en hiervoor 20 cursusdagen georganiseerd. In 2023 vonden er in totaal 15 risicovolle evenementen plaats in onze veiligheidsregio. Onze adviseurs hebben de betreffende gemeenten ondersteund en geadviseerd in de (vergunnings)procedures zodat deze evenementen veilig konden plaatsvinden. • Nieuw alarmeringssysteem Per september 2023 zijn we succesvol overgegaan naar een nieuw alarmeringssysteem. • Continuïteit op de vluchtelingencrisis Het afgelopen jaar hebben we ons gefocust op het monitoren, coördineren, de informatievoorziening en het plaatsen van zowel Oekraïners als vluchtelingen binnen onze regio. We hebben een regionaal spreidingsbureau ingericht dat nauw samenwerkt met het landelijke spreidingsbureau. Onze 11 gemeenten zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke opvang.
Als veiligheidsregio hadden we een adviserende rol en we ondersteunden bij de kortdurende opvang – ook wel crisisnoodopvang genoemd – van vluchtelingen. Per 1 januari 2024 is deze rol overgedragen aan de gemeente Meierijstad, die als centrumgemeente in onze regio dit thema en de regionale ontwikkelingen monitort en coördineert. De veiligheidsregio blijft ondersteunen bij een crisisnoodopvang in de regio. • Aansluiting KCR2 en LOCC Aansluiting bij de landelijke versterking KCR2 en LOCC is gevonden, waarbij wij ook helpen met een gezamenlijke koers en samenwerkingsvormen die gekozen worden. • Continuïteit Bevolkingszorg De kolom Bevolkingszorg heeft een nieuw monodisciplinair beleidsplan OTO Bevolkingszorg geschreven dat aansluit bij het gezamenlijke MOTO beleidsplan 2024-2027. Tevens is een nieuwe visie gerealiseerd op crisiscommunicatie met bijhorend uitvoeringsprogramma. In 2023 heeft de overgang van Smart Respond naar iTel Alert (nieuw alarmeringssysteem vanuit de Landelijke Meldkamer Organisatie) geleid tot betere uniformering en een professionaliseringsslag in de alarmeringswijze voor de gemeenten. •
Bouwen aan sterke kolommen - GHOR o De GHOR werkt daarbinnen toe naar het ‘zijn’ van een crisisorganisatie en heeft in de eigen organisatie een proces Leren en Evalueren geïmplementeerd. o Gezamenlijk met de zorgpartners werkt de GHOR aan een regionaal zorgrisicoprofiel voor de veiligheidsregio’s Brabant-Noord en Midden- en West-Brabant. Dit plan is een nadere uitwerking van het regionaal risicoprofiel gericht op de risico’s voor de continuïteit van de zorg. Het plan is een eerste stap om de concrete risico’s voor de zorgketen inzichtelijk te maken die leiden tot een disbalans in vraag en aanbod van zorg. Er wordt hierbij dieper ingegaan op uitval elektriciteit, uitval spraak en data, cyber en zoönose/infectieziekte. Het plan wordt begin 2024 afgerond. Voor de uitvoering van het plan wordt de samenwerking gezocht met de veiligheidsregio’s en het ROAZ. Dit plan is begin 2024 gereed. o Als bijdrage aan het versterken van de crisisbeheersing is de functie van de Officier van Dienst Geneeskundig (OVDG) versterkt. Het functieprofiel is geactualiseerd en er heeft een
13 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
o
nieuwe weging van de functie plaatsgevonden. Hiernaast is ook vanaf Q2 2024 een 3e OVDG inzetbaar voor de hele regio. De samenwerkingsafspraken met de langdurige zorg zijn in 2023 geactualiseerd en vastgesteld.
• Informatiegestuurde netwerkorganisatie - GHOR In 2023 is de ambitie en behoefte van het inrichten van een informatieknooppunt - witte keten (WIK) in verbinding met de ontwikkelingen in de veiligheidsregio verkend. In aansluiting met de ontwikkelingen over de informatiegestuurde veiligheid, werkt de GHOR aan het inrichten van het WIK om meer inzicht en duiding te geven aan de risico’s. Dit betreft zowel inzicht en duiding van de beeldvorming en (potentiële) bedreigingen voor de continuïteit van de zorg. De GHOR heeft hierbij een verbindende rol tussen de zorgketen en de veiligheidsregio. Ook kan het WIK ondersteunend zijn bij het invullen van de bewakende rol van de DPG ten aanzien van continuïteit van zorg in een opgeschaalde situatie. Dit is een belangrijk onderdeel en komt in het nieuwe beleidsplan ook terug met alle lessen van de afgelopen jaren (met COVID). GHOR gaat extra investeren om hier vanuit de witte keten tevens een impuls aan te kunnen geven. 2.1.4 Wat heeft het gekost? Onderstaande tabel geeft de inzet van financiële middelen weer.
Thema Crisisbeheersing be dra ge n * € 1.0 0 0
Begroting 2023 Primair 2.131 329 -1.802 -1.802
Begroting 2023 na wijziging 2.847 704 -2.144 802 65 -736 -2.880
Werkelijk 2023
Werkelijk 2022
2.916 652 -2.264 613 117 -496 -2.760
2.575 766 -1.809 208 208 -1.601
Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten GHOR-programma VR
2.253 -2.253
2.193 -2.193
1.780 -1.780
Bevolkingszorg Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten Bevolkingszorg Dotaties aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo Bevolkingszorg na verrekening reserves
746 -746 7 7 -739
671 -671 -671
637 -637 -637
655 -655 30 -30 -685
-4.794
-5.744
-5.177
-3.980
Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten C&R Dotaties aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo C&R na verrekening reserves GHOR
Totaal Crisisbeheersing
be dra ge n * € 1.0 0 0
1.694 -1.694 be dra ge n * € 1.0 0 0
De afwijkingen worden nader toegelicht in 4.2.2 Toelichting op de baten en lasten. Voor het onderdeel GHOR zijn enkel nog de baten en lasten van de veiligheidsregio weergegeven (waarbij de lasten overeenkomen met 94,9% van de door de GGD gerealiseerde kosten). Declarabele meerkosten Door de voortdurende opvangcrisis zijn binnen dit thema meerkosten gemaakt buiten de reguliere budgetten. Omdat deze kosten in alle voorkomende gevallen volledig declarabel zijn geweest, hebben deze geen invloed op het resultaat van Crisisbeheersing. De kosten worden volgens de verantwoordingsinstructies gespecificeerd in de paragrafen 3.6 en 3.7 en zijn opgenomen in de SISA-
14 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
verantwoording in paragraaf 4.5, met uitzondering van de meerkosten die onder het COA vallen (Crisisnoodopvang).
15 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2.2
Brandweer
De lokale verankering en het behoud van vrijwilligheid heeft volop de aandacht. We bouwen aan een toekomstbestendige brandweer voor en door inwoners. Een goede parate brandweerzorg vanuit al onze gemotiveerde en betrokken brandweerposten is daarbij het uitgangspunt. Daarbij is de brandweer een betrouwbare en deskundige partner in brandveiligheid. Zo wordt als risicogericht adviseur gewerkt aan een veilige fysieke leefomgeving. Door de Omgevingswet verandert deze advisering de komende jaren. De brandweer heeft zich daarop voorbereid in afstemming met gemeenten en andere partners. Daarnaast is er aandacht voor nieuwe risico’s die zich bijvoorbeeld aandienen vanuit de energietransitie.
2.2.1
Voortgang uitvoering Beleidsplan 2020-2023
Bouwen aan sterke kolommen - Brandweer We zijn een hulpvaardige, wendbare en zichtbare veiligheidsregio, met in onze regio een bovengemiddeld niveau van vrijwilligheid en (interregionale) samenwerking. Goede informatiepositie We werken gestaag door aan het verwerven van een goede informatiepositie. We zetten kleine stappen, maar zijn op de goede weg. In 2023 hebben we nieuwe technieken voor nauwkeuriger alarmeren van eenheden en de nieuwe systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden geïmplementeerd. In de toekomst zien we grote meerwaarde omdat we ambiëren om op basis van zicht op risico’s meer risicogericht te gaan werken. We maken ook steeds meer slim gebruik van live-databronnen en technologische oplossingen tijdens incidentbestrijding. Deskundig worden op het gebied van energietransitie De energietransitie is van belang in het kader van veiligheid en een verschuiving van risico’s. Sommige bekende risico’s zullen op termijn kleiner worden of zelfs verdwijnen, terwijl nieuwe energiebronnen- en dragers juist nieuwe risico’s met zich mee gaan brengen. Risico’s waarvan de kans op en het effect van nog niet goed in kaart zijn gebracht.
Als veiligheidsregio hebben we onszelf in de ontwikkelagenda behorend bij het beleidsplan 2020-2023 tot doel gesteld om een eerste verkenning te doen op de invloed van alternatieve energiebronnen op de fysieke veiligheid van de leefomgeving en de procedures van brandweer. Tijdens de beleidsplanperiode is de regiegroep Veilige Energietransitie (VET) in het leven geroepen. De missie van de regiegroep is het voorbereiden van VRBN op de energietransitie en dit integraal borgen in de organisatie. De regiegroep wil bijdragen aan het voorbereiden van de repressieve organisatie op het omgaan met onzekere risico’s. Maar de incidentbestrijding alleen is zeker niet het antwoord, ook aandacht aan de voorkant is van wezenlijk belang. De regiegroep vervult een loket- en signaleringsfunctie op het gebied van de energietransitie en de impact hiervan en volgt landelijke ontwikkelingen op het thema. De regiegroep VET heeft daarmee het gestelde doel uit de ontwikkelagenda behaald, maar blijft ook in de nieuwe beleidsplanperiode signaleren wat er landelijk gebeurt en welke ontwikkelingen op het gebied van energietransitie zich voordoen. Investeren in (brandweer)vrijwilligers en beroepspersoneel We zijn in staat om een adequate brandweerorganisatie in stand te houden. Daar zijn we trots op. Onze gepassioneerde en gedreven mensen werken dagelijks aan hun vakbekwaamheid.
De continuïteit van de brandweer is afhankelijk van ons personeel, dat voor het grootste deel bestaat uit vrijwilligers. We bieden ruimte voor het gevoel en/of emoties die leven bij ons personeel en nemen
16 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
dit mee in besluitvormingsprocessen. Vrijwilligheid is de kurk waar onze organisatie op drijft en is dan ook een groot goed. We zijn blijven werken aan het behouden van vrijwilligheid, bijvoorbeeld door intensivering van wervingsinspanningen en het vergroten van onze zichtbaarheid tijdens open dagen. Daarnaast dragen we zorg voor een verantwoorde behapbare basis voor alle kerntaken en flexibiliteit binnen onze organisatie. Daarbij worden onder andere vanuit wet- en regelgeving meer eisen gesteld aan personeel, denk hierbij bijvoorbeeld aan opleidingsniveau. Medewerkers hebben bijna altijd een vakspecifieke opleiding nodig als ze beroepsbeoefenaar worden. Hierdoor duurt het een tijd tot iemand volledig inzetbaar is. In tijden van een krappe arbeidsmarkt is het een uitdaging om nieuw personeel te vinden en te behouden tot na hun opleiding. Dit is van groot belang voor het waarborgen van de continuïteit van onze producten en diensten en verdere kennisopbouw. Belangrijke thema's bij het dragen van vrijwilligheid zijn het afgelopen jaar, maar zeker ook de komende jaren maatwerk, aandacht en steun en moeten we werken aan goede beeldvorming.
Invulling geven aan de Omgevingswet De veiligheidsregio heeft zichzelf in het beleidsplan 2020-2023 tot doel gesteld om zich te ontwikkelen tot een organisatie die voldoet aan de wettelijke en beleidsmatige afspraken rondom het nieuwe omgevingsrecht, zodat we ook in de nieuwe situatie initiatiefnemers en overheden goed kunnen blijven adviseren over fysieke veiligheid. We willen kunnen werken in de geest van de Omgevingswet, waar integraliteit een belangrijk onderdeel van is. Tijdens de beleidsplanperiode hebben we in programmavorm gewerkt aan de volgende gestelde doelen: het ontwikkelen van medewerkers op competenties, kennis van de wet, digitalisering en informatie en (keten)samenwerking. Om dit resultaat te bereiken hebben we aandacht gehad voor producten, processen, onze medewerkers en de afstemming met partners. Het resultaat van het programma is dat we als organisatie goed voorbereid zijn op de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en onze medewerkers in staat zijn om te werken in de geest van de Omgevingswet. Na de inwerkingtreding gaan we de impact van de wet ervaren en blijven we in contact met de gemeenten en andere partners om onze dienstverlening verder te optimaliseren.
Industriële veiligheid In 2023 is aan de doelstellingen op het gebied van industriële veiligheid gewerkt door met werkgeversorganisatie VNO-NCW, Omgevingsdiensten en Waterschappen in Brabant bijeenkomsten te organiseren voor bedrijven, ook wel VeiligheidsTop genoemd. De samenwerking met Avans Hogeschool om groepjes studenten bij bedrijven veiligheidsonderwerpen te laten onderzoeken is voortgezet.
2.2.2 Prestaties Brandweer VRBN adviseert gemeenten en organisaties hoe ze fysieke veiligheidsrisico’s kunnen beperken. Ook adviseert en ondersteunt VRBN bij het vergroten van brandveiligheid. De volgende prestaties zijn daarbij van belang.
Uitgevoerd brandveiligheidstoezicht
17 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Gemeenten en brandweer hebben een gezamenlijke toezichtstrategie: de Risicogerichte Toezichtstrategie Brandveiligheid. Hierin wordt in een cyclus van vier jaar de meest risicovolle objecten gecontroleerd en worden pandeigenaren gestimuleerd om brandveiligheid te vergroten. Van het geplande brandveiligheidstoezicht (inclusief hercontroles, adhoc controles en digitale zelfscans) voor 2023 is 82,31% uitgevoerd. Dit is minder dan in 2022 (95%) maar vergelijkbaar met 2021 (84%). Dit is te verklaren doordat het aantal geplande controles niet uitgevoerd konden worden door bijvoorbeeld verbouwingen, sluitingen en lopende zaken vanuit de gemeenten.
Openstaande handhavingsacties De brandweer constateert brandveiligheidsrisico’s die door een pandeigenaar opgelost moeten worden. Wanneer een eigenaar niet overgaat tot actie stuurt de brandweer een handhavingsverzoek aan de gemeentelijke VTH-afdeling. Een besluit/voornemen tot handhaven door het bevoegd gezag volgt normaal gesproken binnen 4-6 weken na rapportage van de brandweer. De opvolging van onze verzoeken is de basis van de effectiviteit van ons brandveiligheidstoezicht. De termijn is gesteld op 90 dagen. Handhavingsverzoeken die nog binnen de termijn van 90 dagen vallen, zijn in dit percentage niet meegenomen. In 2023 is 49% van de handhavingsverzoeken aan gemeenten opgepakt en/of afgerond, 51% van de verzoeken staan nog open. De termijn van 90 dagen om handhavingsverzoeken op te pakken wordt regelmatig overschreden door de gemeenten. Dit is een realistisch beeld ten opzichte van de voorgaande jaren. De accountmanagers van de Veiligheidsregio hebben contact met de gemeente met als doel het proces te versnellen. Advisering aan gemeenten en omgevingsdiensten In 2023 hebben we in totaal 1870 adviezen aan gemeenten en omgevingsdiensten verleend. Dit is een kleine 10% minder dan in 2022 (2041 adviezen).
18 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Toezicht Brzo-bedrijven In Brabant-Noord zijn 15 hoog risicobedrijven gevestigd die vallen onder het Besluit risico’s en zware ongevallen (Brzo). Conform bestuurlijke afspraken worden deze minimaal éénmaal per jaar gecontroleerd. In 2023 heeft een nieuw bedrijf de procedure richting Brzo-inrichting gestart. Dit bedrijf heeft nog niet officieel de status van Brzo-inrichting, maar moet in deze aanloopfase wel al voldoen aan de gestelde eisen vanuit het Brzo. Daarom is dit bedrijf in 2023 al meegenomen in de inspecties en wordt dit bedrijf in deze cijfers ook al meegenomen De uitvoering van inspecties zijn conform de jaarplanning. In 2023 zijn 15 van de 15 bestaande Brzoinrichtingen geïnspecteerd, waarvan er 13 zowel een reguliere als een aangekondigde inspectie hebben gehad. Daarnaast is ook het bedrijf dat bezig is met de procedure richting Brzo-bedrijf geïnspecteerd. In totaal zijn er dus 16 bedrijven geïnspecteerd.
19 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Brandweerzorg Naast het voorkomen en beperken van brand en andere incidenten, richt de brandweer zich op het bestrijden ervan. Brandweerzorg heeft de kerntaken: brand bestrijden, technisch hulpverlenen, ongevallen met gevaarlijke stoffen bestrijden en hulpverlenen bij waterongevallen. Dit om zoveel mogelijk te voorkomen dat er slachtoffers vallen en om schade te beperken. In het jaar 2023 is de brandweer voor 3.475 incidenten gealarmeerd 1. Dit aantal ligt lager ten opzichte van het jaar 2022 toen 4.360 incidenten plaatsvonden waarbij één of meerdere brandweereenheden zijn gealarmeerd. In tegenstelling tot voorgaande jaar zijn in de eerste zes maanden van 2023 grote stormen binnen ons verzorgingsgebied uitgebleven. De daling van het aantal incidenten is dan ook voornamelijk te herleiden naar een significante reductie van storm-/weer gerelateerde brandweerinzetten. Daarnaast zien we ook bij overige incidenttypen een daling van het aantal brandweerinzetten ten opzichte van het jaar daarvoor.
Opkomsttijden De mediaan van de opkomsttijd voor alle meldingen en de verwerkingstijd van de meldkamer bij verschillen meldingsclassificaties wordt landelijk bijgehouden. Deze data zijn via onderstaande koppeling te bereiken: https://kerncijfers.ifv.nl/dashboard/kerncijfers-veiligheidsregio-s/kerncijfers-incidenten-reactietijden Het landelijke dashboard geeft de berekende tijden per maand weer. Het landelijke dashboard voorziet echter niet in een berekening van de normgerelateerde opkomsttijden2. Hiervoor is regionaal een eigen berekening gemaakt. Een berekening en vergelijking over kleine periodes kan leiden tot grotere fluctuaties, zonder dat hier zorgelijk naar gekeken moet worden. Een periode met bijvoorbeeld meer berm- en andere buitenbranden kan leiden tot langere opkomsttijden ten opzichte van het jaar ervoor, aangezien deze veelal buiten de woonkernen plaatsvinden. 1 Voor een incident kunnen meerdere voertuigen/posten worden gealarmeerd. Hier worden dus de
unieke incidenten bedoeld. 20 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Indicator
Streeftijden
Jaarverslag 2022
Jaarverslag 2023
Opkomsttijd normgerelateerde meldingen Verwerkingstijd brandmelding
Conform Wet Veiligheidsregio’s 1:30
9 minuten 30 seconden
9 minuten 9 seconden
Toelichting/ maatregelen
Opkomsttijd bij meldingen waarvoor de wetgever een normtijd heeft vastgesteld. 1 minuut 03 1 minuut 1 De tijd tussen het seconden seconden startmoment van het incident (december 2022) (december 2023) in GMS (Geïntegreerd Meldkamer Systeem) voor de brandweer en het moment dat de eerste brandweereenheid gealarmeerd wordt. Uitruktijd 1:30 Beroeps 4 minuut 18 4 minuut 36 De tijd tussen het moment brandmelding 4:30 Vrijwillig seconden seconden dat de eerste (december 2022) (december 2023) brandweereenheid gealarmeerd wordt en het moment dat de eerste brandweereenheid ‘uitgerukt’ meldt. Rijtijd brandmelding <13 minuten 4 minuut 46 4 minuut 58 De tijd tussen het moment seconden seconden dat de eerste (december 2022) (december 2023) brandweereenheid ‘uitgerukt’ meldt en het moment dat de eerste brandweereenheid ‘ter plaatse’ meldt Opkomsttijd <18 minuten 10 minuut 10 10 minuut 3 De tijd tussen het brandmelding seconden seconden startmoment van het incident (december 2022) (december 2023) in GMS voor de brandweer en het moment dat de eerste brandweereenheid ‘ter plaatse’ meldt. N.B.: met de vaststelling van een nieuw dekkingsplan dat is opgesteld conform een landelijke systematiek, wordt vanaf 2024 op andere en landelijk uniforme wijze gerapporteerd over de operationele prestaties van de brandweer.
2.2.3
Majeure ontwikkelingen en projecten
Vakmanschap en paraatheid bij de brandweer De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de brandweerschool kwalitatief goed onderwijs levert. We constateren echter dat er te weinig opleidingen kunnen worden gedraaid om aan de stijgende vraag te voldoen, met als gevolg dat er nu minder mensen (kunnen) instromen in de operationele bezetting dan dat er uitstromen. Dit vormt op termijn een risico voor de continuïteit van de operatien. Op basis van een landelijk waarneembare trend zien we dat de gemiddelde tijd dat een brandweerman/vrouw zich aan de brandweer bindt, afneemt. Dit betekent dat de opleidingsbehoefte in de toekomst naar verwachting verder zal toenemen. Daarnaast zien we dat er landelijke en regionale ontwikkelingen zijn, die een groter beroep doen op de vakbekwaamheidsorganisatie (worden en blijven). Van het programma Vakmanschap wordt vormgegeven aan een verschuivende focus van oefenen naar (bij)scholen. Om aan de - naar verwachting structureel - toenemende behoeftestelling ten aanzien van blijvende vakbekwaamheid te voldoen, is investeren noodzakelijk en onvermijdelijk. De huidige vakbekwaamheidsorganisatie zit aan de grenzen van haar capaciteit. 21 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Afgelopen periode is onderzocht welke structurele (extra) behoefte er bestaat om vakmanschap op een toekomstbestendige wijze te organiseren. In de begroting 2024 zijn structurele middelen beschikbaar gekomen om de verstevigingoperatie te kunnen realiseren. Vooruitlopend hierop is binnen de bestaande mogelijkheden al ingezet op versteviging. Oprichting Handcrew Zuid-Nederland Vanaf 1 april 2023 is Handcrew Zuid-Nederland operationeel. De handcrew is een specialistisch team, getraind in natuurbrandbestrijding. Het team is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de zes zuidelijkste veiligheidsregio’s van het land en valt onder de landelijke specialismen. Door de oprichting van dit tweede handcrew-team in Nederland is ook in dit deel van het land een snelle inzet mogelijk. Daarnaast kunnen nu meerdere natuurbranden in het land tegelijkertijd met deze specialistische teams bestreden worden of kunnen meerdere handcrews op een brand worden ingezet. Als Veiligheidsregio en Brandweer Brabant-Noord zijn we trots dat wij ook een bijdrage mogen leveren aan deze nieuwe handcrew. In onze regio leveren de posten Megen, Sint-Michielsgestel en Liempde mensen aan de handcrew. Daarnaast leveren we vanuit de operationele leiding ook een teamleider. Een handcrew komt op plaatsen waar blusvoertuigen niet kunnen komen.
Dekkingsplan brandweer In de afgelopen jaren is door het Veiligheidsberaad en de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), in afstemming met het ministerie Justitie en Veiligheid, de vakbonden en de Vakvereniging van Brandweer Vrijwilligers (VBV), gewerkt aan een nieuwe (landelijke) systematiek voor het opstellen van dekkingsplannen. Deze systematiek is vastgelegd in een handreiking. Waar voorheen de veiligheidsregio’s ieder op eigen wijze een dekkingsplan opstelden, levert de handreiking een systematiek op die bijdraagt aan een uniforme landelijke werkwijze en realistische opkomsttijden. Het dekkingsplan Brabant-Noord is op 30 november 2023 vastgesteld door het algemeen bestuur. We concluderen dat de brandweer in onze regio niet overmaats, maar ook niet ondermaats is georganiseerd. Er zijn een aantal aandachtsobjecten geanalyseerd en de uitkomst daarvan is dat er geen reden is tot bijsturing.
22 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2.2.4
Wat heeft het gekost?
Onderstaande tabel geeft de inzet van financiële middelen weer. Thema Brandweer bedragen * € 1.000
Risicobeheersing Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten Risicobeheersing Dotaties aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo Risicobeheersing na verrekening reserves
Begroting 2023 Begroting 2023 na Primair wijziging 3.702 3.459 21 21 -3.681 -3.438 -3.681 -3.438 -
Werkelijk 2023
Werkelijk 2022
3.349 21 -3.328 -3.328 -
3.410 51 -3.359 59 59 -3.300 -
Brandweerzorg Totaal lasten Totaal baten Saldo van baten en lasten Brandweerzorg
29.432 1.475 -27.957
30.781 1.568 -29.214
30.134 1.495 -28.639
28.370 1.388 -26.982
Reservemutaties Dotaties aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo Brandweerzorg na verrekening reserves
2.912 489 -2.422 -30.379
2.406 662 -1.745 -30.958
3.067 720 -2.347 -30.986
2.427 796 -1.632 -28.613
Totaal Brandweer
-34.061
-34.396
-34.314
-31.914
bedragen * € 1.000
De afwijkingen worden nader toegelicht in 4.2.2 Toelichting op de baten en lasten.
23 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
2.3
Bedrijfsvoering
De snel veranderende wereld vraagt van ons dat bedrijfsvoering zo is ingericht dat de organisatie aangesloten kan zijn op de gewenste ontwikkelingen. Bedrijfsvoering implementeert organisatiebrede innovaties, ondersteunt het samenwerken in de keten en met partners en heeft oog voor het welzijn van medewerkers. We hebben stappen gezet met de inrichting van informatiegestuurd werken. Dit vraagt om het neerzetten van een wendbare en professionele organisatie, waarbij mensen en processen onze ambities ondersteunen. De eerste fase van het programma, het ontwikkelen van informatiearchitectuur, koers en kaders is opgestart. We zetten stappen om zowel voor de huisvesting, ITomgeving als het digitaal werken mee te gaan met de tijd en ontwikkelingen met oog voor de behoeften van onze medewerkers en partners. Daarnaast zijn we bezig om beter te sturen op resultaten en het juiste gesprek te voeren met medewerkers over hun ontwikkeling. Tot slot richten we ons op het werken aan onze vijf duurzaamheidsambities en aan het creëren van verandering en bewustwording op het gebied van duurzaamheid. 2.3.1
Voortgang uitvoering Beleidsplan 2020-2023
Doorontwikkeling organisatie – Informatievoorziening en Werkprocessen Om de informatievoorziening en werkprocessen verder door te ontwikkelen, loopt al geruime tijd het programma Informatiegestuurd werken. Het programma werkt langs twee lijnen. Enerzijds het neerzetten van een fundament voor integrale, sectoroverstijgende informatievoorziening. Anderzijds het uitvoeren van experimenten om kennis en ervaring op te doen met datagestuurd werken. Het programma bestaat uit vier deelprogramma’s gericht op de ontwikkeling van geoinformatievoorziening, kernregistraties, intelligence en zaakgericht werken. In 2023 zijn de projecten basisinrichting geo en basisinrichting zaakgericht werken gestart. De inkoop van een nieuw geo-informatiesysteem is afgerond en de inkoop voor een nieuw zaaksysteem is gestart. Daarnaast zijn verschillende werkgroepen gestart. Het onderzoek naar de haalbaarheid van een kernregistratie personeel is afgerond en is inmiddels gestart met de realisatie. Verschillende experimenten zijn uitgevoerd met data over vakbekwaamheid en personeel. Daarnaast is een datawarehouse neergezet waarin de data vanuit verschillende bronnen bijeen kunnen worden gebracht voor verdere analyse, zoals rapportages over gebiedsgerichte opkomsttijden.
Naast meer zicht op onze organisatie en informatie, geeft dit een flinke impuls voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van onze organisatie en medewerkers met datagestuurd werken. In de nieuwe beleidsperiode worden vervolgstappen gezet om datgene wat in de voorgaande periode in de steigers is gezet verder vorm te geven en te implementeren in de organisatie. Daarbij is veel aandacht voor de juiste werkprocessen, de verdere invulling van belangrijke i–functies, het verbeteren van de datakwaliteit en het in gebruik nemen van nieuwe technologieën. Hierbij zoeken we ook actief partnerschap op met andere veiligheidsregio’s en met kennisinstellingen in de regio, zoals het JADS (Jheronimus Academy of Data Science). De afgelopen periode is onderzocht welke structurele (extra) middelen noodzakelijk zijn om een versnelling/kwaliteitsimpuls op het gebied van de informatievoorziening binnen de veiligheidsregio te kunnen bewerkstelligen en aan te kunnen sluiten op de informatievoorzieningsontwikkelingen om ons heen, ook op landelijk niveau. In de begroting 2024 zijn hiervoor structureel aanvullende middelen beschikbaar gesteld om dit te kunnen realiseren.
24 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
Doorontwikkeling organisatie – Huisvesting De duurzame nieuwbouwlocatie in Zeeland is opgeleverd. Dit heeft de regio een impuls gegeven voor de logistieke processen, arbeidshygiëne en de werkplaatsen. De arbeidsomstandigheden zijn verbeterd en er is meer ruimte voor ontmoeten en verbinden. Tevens is hier de nieuwe kazerne voor Zeeland gerealiseerd. De realisatie van de ver- en nieuwbouw van de locatie aan de Vogelstraat in ’s-Hertogenbosch bevindt zich in de fase waarin het werk aan een aannemer wordt gegund. De oplevering is gepland in 2025. Voor de renovatie/nieuwbouw van de kazerne in Oss zijn de voorbereidingen voor de plannen gestart, de realisatie zal waarschijnlijk in 2025 zijn. Dit jaar zijn renovaties gerealiseerd in St. Anthonis en in Veghel en is de renovatie van Vierlingsbeek gestart. Dit jaar stonden veel projecten gepland. Door wat vertraging zijn de renovaties van de kazernes Cuijk en Wanroij doorgeschoven naar 2024. Doorontwikkeling organisatie – Mensen In 2023 is het functieboek geactualiseerd met competenties en functiespecifieke profielen. We zijn gestart met de implementatie van competentiemanagement, waardoor we de kwaliteiten van onze medewerkers beter kunnen herkennen, benutten en ontwikkelen.
Een onderdeel van de implementatie is het voeren van het goede gesprek waardoor we investeren in de ontwikkeling, veerkracht en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Ook is veel geïnvesteerd in zichtbaar verbindend samenwerken binnen de organisatie en met onze netwerkpartners. Door het werken met reconstructies evalueren we ons handelen en leren we dagelijks uit de praktijk. Ook in de beleidsperiode 2024-2027 blijven wij investeren in de duurzame inzet van (nieuwe) medewerkers door te werken aan de gezondheid van onze medewerkers en aan de inclusiviteit van onze organisatie. Wij zorgen voor ‘goed werkgeverschap’ en hebben oog voor de behoeften van onze mensen: mens en werk in balans. Dit thema pakken we overigens ook in gezamenlijkheid met de andere veiligheidsregio’s op onder de noemer ‘Toekomstbestendig werkgeverschap’. Een voorbeeld daarvan is SEMFire. Dit is een meerjarig grootschalig onderzoek door de Universiteit van Maastricht onder ruim 25.000 brandweermedewerkers, waarbij onderzocht wordt wat belemmerende en bevorderende factoren zijn om duurzaam inzetbaar te zijn en blijven. Een ander voorbeeld is de actualisatie van de richtlijn psychosociale ondersteuning geüniformeerden (en naar verwachting daarna de handreiking opvang en nazorg brandweer).
Deze richtlijn biedt ondersteuning voor geüniformeerden, om stressgerelateerde gezondheidsklachten en werkuitval zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast wordt een toolbox psychosociale ondersteuning ontwikkeld met eenduidige en uniforme richtlijnen en handvatten hoe preventief en reactief nog beter kan worden omgegaan met medewerkers, die te maken krijgen met langdurige en/of kortdurende impactvolle situaties, om klachten en uitval te voorkomen Landelijke Regeling aanspraken bij Dienstongevallen De veiligheidsregio’s hebben gezamenlijk een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s opgericht met als doel om hierin samen te werken en een beter antwoord te bieden op de ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden. Als eerste vorm van verzekering is de aanspraken bij ongevallen opgepakt. In 2023 hebben de voorbereidingen en gesprekken met onder meer vakbonden plaatsgevonden inzake de verzekering bij dienstongevallen. Per 1 januari 2024 is voor alle veiligheidsregio’s de Landelijke Regeling aanspraken bij Dienstongevallen (LRD) van kracht. Door de uniforme (basis)verzekering leidt dit tot verschillen per regio ten opzichte van de oude verzekering. In 2024 wordt bezien wat dit betekent als goed werkgever voor de medewerkers van onze veiligheidsregio.
Tot dat moment hanteert onze veiligheidsregio de uitgangspunten in de oude polis ten aanzien van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid en overlijden. Onderhandelingen CAO 25 Samenwerken aan veiligheid.
Jaarstukken 2023
De huidige CAO van de veiligheidsregio’s loopt van 2 januari 2023 tot 1 mei 2024. Inmiddels zijn de voorbereidingen gestart voor de onderhandelingen voor een nieuwe CAO. Doorontwikkeling organisatie – Duurzaamheid realiseren In het huisvestingsplan geven we invulling aan de duurzaamheidsambitie van de veiligheidsregio. We hebben gekeken welke effecten de duurzaamheidsambitie van onze regio heeft op de ver- en nieuwbouw plannen die beschreven zijn in het huisvestingsplan. We houden rekening met het uitgangspunt dat we voldoen aan de landelijke wet- en regelgeving en dat de plannen te realiseren zijn met de voorgestelde personele inzet en de beschikbare financiële middelen. Er zijn veel duurzame keuzes gemaakt in de bouw van onze nieuwe locatie in Zeeland. Om de ambitie te kunnen realiseren, kijken we wat er op langere termijn nodig is. We maken onder andere een doorkijk naar de volgende planperiode, met als doel dat in 2031 alle kazernes minimaal energielabel A hebben. We hebben geïnvesteerd in de duurzame inzet van (nieuwe) medewerkers door te werken aan de gezondheid van onze medewerkers en aan de inclusiviteit van onze organisatie.